Gastblogger

Onze gastbloggers zijn allemaal autoriteiten op het gebied van kids- en jongerenmarketing.

Congresverslag: minder tjappie, meer emotie

Het Kids en Jongeren Marketing Congres bood ook dit jaar weer een mooie verzameling inspirerende sprekers en cases, met als extraatje: twee panda’s die vrolijk wat kilootjes bamboeblad naar binnen werkten. Locatie was namelijk Ouwehands Dierenpark. Drie lessen over (marketing)communicatie met jongere doelgroepen die ik in mijn goody bag kon stoppen.

  1. Niks tjappie

Pubers en jongvolwassenen waarderen het veel meer als je gewoon op je eigen manier met ze praat en ze niet aanspreekt met – bijvoorbeeld – ‘tjappie’. In plaats van je taalgebruik krampachtig aan te passen, is het zaak om te weten welke vragen er bij hen spelen rond jouw product of dienst. Hou het op de inhoud dus. Wil je jongeren activeren om vrijwilligerswerk te gaan doen? Vraag je dan af waarom ze dat nu niet doen en welke zaken ze onduidelijk vinden. Steek energie in het informeren van de twijfelaar. Zij vormen meestal het grootste deel van je doelgroep. In de praktijk richten marketeers zich vaak op lovers (maar zij zijn al geïnteresseerd) en haters (maar die blijven toch wel haten). Kies een taal en kanalen die bij jou passen. Dumb Ways To Die op YouTube: vet*. Een SWTD-imitatie door de provincie Zeeland? Niet.

*dat woord werd al gebruikt toen deze flat aged blogger zelf ooit jongere was, dus mag het.

  1. Meer emo dan ratio

Sluit aan op de levensfases van jongeren en het gedrag dat daarbij hoort.
Pubers en jongvolwassenen zijn geen aliens, maar eerlijk is eerlijk: ze zijn soms lastig te interpreteren. Een dag geen woede-aanval is een dag niet geleefd. Allemaal heel logisch te verklaren: hun emotionele ontwikkeling is nog in volle gang, en de remmen die bepaald gedrag beteugelen, zijn nog niet aanwezig in het puberbrein. Communiceer wat je te vertellen hebt dus niet alleen op een rationele manier; dat komt amper binnen. Speel in op hun gevoelswereld en maak het hyper-persoonlijk. Duidelijk maken waarom een studie in technische richting een goede keus kan zijn? Laat dan zien hoe groot de impact van techniek is op hun leven nu en biedt ze een instant prikkel. Ooit gehoord van de lifestyle scan?

  1. Laat jongeren jouw influencers zijn

Pubers en jongvolwassenen zijn gewend om snel hun mening te geven, en die geven ze maar wat graag. Zijn ze niet blij met je service, dan laat 70 procent van de Nederlandse jongeren dat aan vrienden weten. Dat werkt ook de andere kant op: je doelgroep denkt zeer waarschijnlijk graag mee over hoe je je product kunt verbeteren. Kijk bijvoorbeeld naar RTL, dat de online community Welovevideo gebruikt als platform om feedback te verzamelen over zijn on- en offline content. Van speeddates met programmamakers tot polls over sponsoracties: de doelgroep denkt mee. Belangrijk bij het inschakelen van de doelgroep als influencer: zie jongeren niet als heilige graal waaruit je je kunt laven aan de bron van de Eeuwige Jeugdmarketing. Ze vormen een versplinterde groep, zowel qua leeftijd als leefstijl. Een groot deel keert zich in deze tijd met veel veranderingen ook nog eens meer in zichzelf: het eigen leven op orde hebben is belangrijk in een veeleisende wereld met ook nog eens de nodige bedreigingen.

Kortom: pas je bij kids- en jongerenmarketing aan op wat er speelt en laat je daarbij inspireren door de doelgroep, maar vertel vooral je eigen verhaal in je eigen taal.

Inspiratie voor deze blog haalde ik uit de presentaties van: Joeri Van Den Bergh (InSites Consulting), André Merlijn (Bureau Coen), Kelly Batist (RTL), Rutger van den Berg (Youngworks), Thijs Jaski (ING).

Congresverslag: Hoe val je op bij jongeren?

Jongeren zijn ook maar mensen

Als je het over jongerenmarketing hebt, lijken we er altijd van uit te gaan dat het een apart soort doelgroep is die met de hoogst mogelijke voorzichtigheid benaderd moet worden. Geen jongerentaal, want boven de 18 kun je dat niet meer. Geen hippe afbeeldingen want dan pak je ook net het verkeerde plaatje. Maar wat dan wel? Ik toog naar Kids en Jongeren Marketing Congres in Ouwehands Dierenpark in Rhenen en weet je wat? Jongeren (en kids) zijn gewoon mensen. Die we ook nog eens als mensen moeten benaderen. Je zou bijna gaan denken dat dat best te doen is.

Informatie overload en agility

Maar goed, kinderen en jongeren van nu leven in een heel andere wereld dan toen wij jong waren. Joeri van den Bergh, NextGen Expert van InSites Consulting, wist de nieuwe generatie goed te duiden. Kinderen van nu hebben continu toegang tot informatie en weten daardoor ook vaak meer dan wij op die leeftijd. Die overload aan informatie zorgt dat ze een agile mindset hebben. Op micro-niveau gaat het hen enkel om henzelf. Ze willen uniek zijn. Ze willen het zelf doen en dan kom je al gauw uit op hyper personalisatie. Producten moeten helemaal aansluiten bij de wensen en leefwereld van de gebruiker. Kijken jongeren naar de wereld om hen heen dan gaan ze voor de lange termijn levenscyclus. Ze kijken dan naar wat zij voor de wereld kunnen doen. Bio-afbreekbare producten zodat we straks ook nog natuur hebben, bijvoorbeeld. Door al die informatie en al die zenders is het dringen voor de aandacht van jongeren. En daarbij zoekt Gen Z niet naar merken. Ben je gek, joh. Merkentrouw is verleden tijd. De jongere van nu wil een oplossing voor zijn probleem. Het maakt daarbij niet uit wie met die oplossing komt. Als diegene maar de snelste en de eerste is met die oplossing.

De ideale reality show

Om dat voor elkaar te krijgen, zullen bedrijven precies moeten weten wie hun klant is. Zo kunnen ze al anticiperen op de wens van de consument en zijn hartje veroveren. En wanneer staan ze daar het meest voor open? Juist, als ze lekker aan het chillen zijn. Ontspanning voor Gen Z is reality. Vloggers, Instagrammers en bloggers zijn voor hen de ideale reality show. Het zijn echte mensen, zoals zij, die dingen meemaken. Influencers zijn daardoor aspirationeel. Wat ze daarvan bij ING merkten was juist dat de ‘kleinere’ influencers betere resultaten leveren dan de ‘grote’ jongens. Bij de influencers met heul veul volgers zie je dat het heel veel mensen zijn die volgen omdat iedereen bijvoorbeeld Enzo Knol volgt. De kleinere volgtroepen zijn loyaler en kijken ook echt naar wat hun influencer doet en laten zich daardoor beïnvloeden en overhalen. Daarbij wist Thijs Jaski van de bank wel te melden dat influencers grillig zijn en het soms lastig is om harde afspraken te maken. En dan kun je vaak je rigide content kalender weer het raam uit kieperen. Geen probleem natuurlijk maar dat moet je je wel van tevoren beseffen.

Niet alleen focussen op het eindproduct

Voor jongeren is natuurlijk je eindproduct leuk. Maar laat vooral ook zien welke weg er naartoe is afgelegd. Ook dat is iets wat jongeren leuk vinden. Doordat ze visueel ingesteld zijn, kun je dus denken aan ‘making of filmpjes’, interviews met de betrokkenen, of zoals ze bij Kinderen voor Kinderen doen: filmpjes van de repetities. De populariteit van die filmpjes en de stemmen van fans bepalen uiteindelijk welke nummers in de uiteindelijke TV show te zien zijn. De doelgroep van Kinderen voor Kinderen begint bij kinderen van zo’n vier jaar. En zelfs hierbij zie je al dat zij geïnteresseerd zijn in alles wat ook achter de schermen gebeurt. Hetzelfde geldt voor PSV. Ook zij proberen fans van jongsaf te kweken. Eerst natuurlijk via de ouders maar later gericht op het kind zelf. Heeft iemand een voorkeur voor een bepaalde voetbalclub ontwikkeld, dan switchen ze niet gauw meer. Natuurlijk ligt het anders bij alledaagse gebruiksvoorwerpen maar als je kijkt naar een merk als PSV zullen ook zij steeds moeten zorgen dat hun fans loyaal blijven. En dat doen zij door alomtegenwoordig te zijn. Zowel offline als online en ook zo dicht mogelijk op de belevingswereld van de supporter.

Leve het puberbrein!

Youngworks keek nog eens goed naar pubers en deed dat vanuit drie invalshoeken; biologie, sociaal emotioneel en omgeving. Jongeren zijn relatief emotionele wezens met een nog niet zo goed ontwikkelde rem. Ze kunnen hun emoties nog niet zo goed reguleren. Door die emoties voelen zij zich ook aangesproken door boodschappen die juist op die emoties inspelen. Daarnaast zijn ze ook impulsief en experimenteel. Ze doen de gekste dingen om goedkeurig te krijgen van hun leeftijdsgenoten. Met je boodschap moet je dus ook op dat beloningsdeel inspelen.

Sociaal emotioneel gezien willen jongeren erbij horen. Houd dus rekening met onderlinge verbinding van jongeren. Zijn het beginnende pubers dan willen ze juist graag bij de groep horen. Pas vanaf een jaar of 15 gaan ze zich afzetten. Als je dan als merk geen authentiek verhaal hebt, kun je het vergeten. Begin twintig lijken de jongeren volwassen en zijn ze een individu maar nog steeds kunnen ze onvolwassen reageren. Houd daar ook nog steeds rekening mee. Ook hun omgeving blijft belangrijk. Slechte ervaringen worden zo snel en zo breed mogelijk gedeeld. Bedrijven als Facebook zijn daarnaast eng voor de privacy maar omdat ze er op zekere manier afhankelijk van zijn, delen ze toch hun gegevens. Ze begrijpen dan ook prima dat bedrijven uiteindelijk iets met die gegevens gaan doen.

Samengevat kun je dus zeggen dat jongeren niet gek zijn. Ze zijn hartstikke mediasavvy en weten ook prima dat bedrijven ze willen overhalen voor hen te kiezen. Wil je dat ze voor jou kiezen dan zul je dus je best moeten doen. Een goed verhaal helpt je, maar hun belevingswereld begrijpen en hen helpen waar ze hulp nodig hebben maakt je als merk des te toegankelijker. En wil je het hart van de jongere voor je winnen dan is dat in ieder geval stap 1. De rest volgt dan vanzelf.

 

 

5 tips om het meeste uit het congres te halen

  1. Bereid je voor: als je naar een congres gaat, bekijk dan van tevoren welke sprekers er zijn en lees de beschrijving van hun verhaal. Een mooie bedrijfsnaam betekent niet altijd automatisch ook een mooi verhaal. Kijk echt welke onderwerpen bij jouw belevingsmoment van dat moment passen om zo te zorgen dat je informatie krijgt die nuttig voor je is.
  2. Probeer van iedere spreker concreet iets mee te nemen: soms hoor je niet direct iets nieuws. De kunst is dan toch om je te laten verrassen. Zoek actief naar een haakje. Dat kan zijn een website die ze noemen, die je toch eens wilt gaan bekijken maar het kan ook zijn dat je gaat bedenken wat jij anders zou hebben gedaan in hun situatie. Of dat je juist het verhaal van hen op je eigen situatie betrekt. Op die manier kun je op meerdere manieren naar een spreker kijken. Het kan ook gewoon zijn dat je denkt ‘wat een leuk mens, die wil ik leren kennen’. Stap er op af en haal er zo ook iets moois uit namelijk een nieuw contact. En dan komen we meteen bij punt 3.
  3. Netwerk: naast de sprekers lopen er vaak nog tientallen andere mensen rond met hele interessante verhalen. Soms lijkt het zo moeilijk om op iemand af te stappen maar op een congres kom je juist vaak makkelijker met mensen in contact. Ze staan er in ieder geval meer voor open. Zorg dus dat je in de zaal altijd naast iemand gaat zitten, dat maakt het eerste contact makkelijker. Sluit bij iemand aan voor de lunch en vraag wat zij van de dag vinden. Stel jezelf daarbij gerust een doel. Vijf nieuwe contacten op een dag levert je altijd iets moois op.
  4. Maak een verslag: Voor jezelf maar ook voor je collega’s is het interessant om te zien wat je belangrijkste bevindingen van de dag zijn. Voor jezelf is het handig omdat je je gedachten goed kunt ordenen. Voor je collega’s is het mooi omdat ze zo ook zien wat jij een hele dag gedaan hebt. En wellicht kunnen zij er ook nog inspiratie uit halen.
  5. Laat je verrassen: ga met een open blik naar een congres. Misschien zijn het niet alleen de sprekers die je verrassen maar is het juist de locatie. Ook je medecongresbezoekers hebben misschien wel de mooiste ervaringen en verhalen. Wees dus nieuwsgierig op zo’n dag en sta voor alles open. Zo eet je misschien een broodje dat je daarvoor nooit gegeten zou hebben of kom je zelf tot een nieuw actiepunt wat jouw hele carrière op zijn kop gaat zetten. Maar door verveeld te zitten twitteren op een stoel achterin de zaal is nog nooit iemand geïnspireerd terug gekomen van een congres. Beperk dus je online socials en treed naar buiten met een open blik.

De omgekeerde wereld; leren van je kids!

Vroeger leerde je van je oma gehaktballen draaien. Je vader liet je zien hoe je een gat in de muur boort en je moeder gaf je schoonmaaktips. En nu? Nu zit oma met haar smartphone te wachten tot kleinkind langs komt zodat hij/zij Facebook uit kan leggen. Moeder ziet hoe behendig dochterlief de leukste knutselprojecten op Youtube vindt en vader leert de cheats in zijn favoriete games van zijn zoon. We leven in een omgekeerde wereld. De jongste generatie gaat bepalen hoe de oudere generaties zich verder ontwikkelen.  

In de TedTalk van Jason Dorsey van The Center for Generational Kinetics gaat hij in op de misverstanden die er bestaan over de generaties. En dan met name over de generatie na de millennials. Dat begint al bij het feit dat het definiëren van een generatie lastig is. Je kunt niet uitgaan van twee ronde

jaartallen en iedereen die daarbinnen valt, vangen in een generatie. Dat is een. Ook het gedrag en de belevingswereld van een groep leeftijdsgenoten bepaald of zij tot de ene of juist de andere generatie behoren. Daarnaast ‘duren’ generaties ook steeds korter. Door nieuwe ontwikkelingen wordt het tijdvak waarbinnen je een generatie kunt vangen, korter. We gaan de komende jaren dus veel sneller een generatiewissel krijgen.  

Het wereldbeeld van iGen uitgelegd 

Dorsey weet een aantal treffende zaken te benoemen die bepalen hoe de jongste generatie naar de wereld kijkt en hoe het hun wereldbeeld vormt. Zonder teveel te verpesten, hij gaat in op drie trends. Diversiteit (kinderen van nu weten niet beter dan dat hun leven en de wereld om hen heen divers is), technologie (we zijn er van afhankelijk, maar weten niet hoe het werkt) en de nieuwe manieren van opvoeden.  

Bekijk deze TedTalk om meer te weten over de generaties die er aan gaan komen. En ook om te weten hoe zij ons (gaan) beïnvloeden.  

Het belang van genderneutraal vermarkten

Meisje speelt met graafmachine

Wil je iets aan meisjes verkopen, dan hoef je niet langer je advertenties op te leuken met glitters en roze. In nieuwsberichten zie je het steeds vaker gaan over genderneutraliteit. En de jongste generatie groeit dus ook op met het idee dat gender stereotypen er niet zijn. Voor hen is het de normaalste zaak van de wereld dat jongens ook in een Elsa jurk kunnen lopen en dan meisjes superhelden kunnen zijn. Maar is dat voor merken ook het geval? En moet je er als merk aan mee doen?

Merken en genderneutraal zijn

Recent nog kreeg schoenenmerk Clarks er in de UK flink van langs omdat hun kinderschoenen voor jongens ‘Leader’ heten en de meisjes een ‘Dolly Babe’ aan hun voetjes mogen steken. Voor veel ouders een doorn in het oog en ook kinderen waren er niet blij mee. Voor Clarks een reden om wederom goed te bekijken hoe zij hun schoenen vermarkten en hoe ze kunnen zorgen dat ze iedereen blij houden.

Gender neutraal

Ook voor andere merken wordt het steeds belangrijker om genderneutraal te zijn. Mensen willen niet meer in hokje gestopt worden en dat uiten ze. Als merk zul je daar op in moeten spelen. Maar makkelijk om het goed te doen, is het nog steeds niet. Dat merkte ook SuitSupply met hun meest recente campagne voor Suistudio.

Tips voor merken

Voor merken die aan de gang willen met genderneutraal vermarkten, hebben we dus wat tips verzameld van het Centre for Generational Kinetics. Zo kun je voorzichtig je eerste schreden op het genderneutrale marketingpad zetten.

  • Bied de mogelijkheid om je eigen gender identiteit te kiezen bij het aanmaken van een profiel
  • Wissel mannelijke en vrouwelijke kleding af en categoriseer op basis van merk en maat
  • Beschrijf kleding en accessoires als ‘unisex’

 

Tieners begrijpen reclamewerking prima

“Dit programma wordt gesponsord door….” Probeer het maar eens te zien of te horen zonder met je ogen te willen rollen. Uit onderzoek blijkt namelijk  dat volwassen consumenten een negatieve connotatie hebben bij sponsorvermeldingen. Zien ze die, dan is hun merkassociatie meteen een stuk lager. Ze herinneren zich het merk wel beter. Maar goed, is dat ook positief voor je merk?

Kijken we naar tieners dan ligt het heel anders. Een vervolgonderzoek gedaan door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit toont dat tieners minder negatief beïnvloed worden door sponsorvermeldingen. Voor het onderzoek gebruikten zij tieners tussen de 13 en 17 jaar oud, die ze drie en zes seconden durende sponsorvermeldingen lieten zien. En wat bleek?

Tieners begrepen beter dan volwassenen dat er reclame werd gemaakt in het programma dat zij zagen. Dat kwam onder andere door de sponsorvermelding. Drie seconden was daarbij voldoende. Diezelfde sponsorvermelding zorgde bij tieners niet voor gerol met hun ogen. Integendeel, voor hen had het merk nog steeds dezelfde waarde en ze herinnerden het zich beter.

Wat betekent dit voor adverteerders?

Onderhandse beïnvloeding hoeft dus helemaal niet. Tieners begrijpen best dat er brood op de plank moet komen bij bedrijven. Ze begrijpen dus ook best dat ze daarvoor sponsormeldingen zien. En dat is prima. Ze vinden je merk er in ieder geval niet minder leuk door. Ze herinneren zich je merk wel beter. En dat is natuurlijk alleen maar mooi.

Jongerenmarketing is in de war: 4 opvallende tegenstrijdigheden

Jongerenmarketing in Nederland is in verwarring. Jongerenmarketing heeft een andere afslag genomen dan jongeren zelf. Dat is te zien op vier gebieden, die ik hieronder uitleg. Om deze verwarring te begrijpen, is het goed om te weten hoe jongerenmarketingbureaus naar jongeren kijken en dit beeld vervolgens te vergelijken met wat jongerenmarketeers daadwerkelijk doen.

Eerst de 4 tegenstrijdigheden die ik heb gezien. Ten eerste roepen jongerenmarketeers dat een verhaal verteld moet worden dat bij de doelgroep past, terwijl zij tegelijk claimen dat de doelgroep hopeloos versnipperd is en geen speciale toon nodig heeft. Ten tweede beweegt jongerenmarketing zich steeds meer in de richting van het aanspreken van maatschappelijke lange-termijn idealen van jongeren, terwijl deze jongeren zelf zich steeds verder terug trekken in hun eigen kleine, overzichtelijke wereld. Ten derde willen veel invloedrijke volwassenen van jongeren leren, terwijl jongeren vooral meebewegen met de grote trends en zich aanpassen aan een veeleisende wereld. Ten vierde wordt veel social media ingezet om jongeren te bereiken, terwijl jongeren tenminste net zo effectief aan te spreken zijn in de gewone werkelijkheid.

Als onderzoeker naar de huidige generatie jongeren ben ik altijd razend benieuwd naar de bevindingen van anderen. Daarom had ik hoge verwachtingen van de jongerenmarketeers en onderzoekers die op het recent gehouden congres Trends in Kids, Jongeren en Familie Marketing hun visie gaven op waar jongeren en jongerenmarketing in Nederland momenteel staan. Na elf presentaties, keynotes en workshops gehoord en bezocht te hebben, begreep ik dat jongerenmarketing in Nederland in verwarring is.

Het beeld van jongeren

Gaby Siera (Beautiful Lives) onderzocht jongeren van 16 tot 17 jaar. Zij noemt deze jongeren Generatie Swipe. Volgens haar hebben jongeren een zeer volwassen kijk op het leven. Zij groeien op in een gevaarlijke wereld (aanslagen, vluchtelingenmigraties) die hen voor grote, praktische problemen stelt (economische crisis, studieleningen in plaats van studiefinanciering, een alcoholverbod voor steeds jongere tieners, een internet dat niet alleen maar leuk is).

Hun antwoord is niet in opstand komen of proberen de wereld te verbeteren. Jongeren trekken zich terug in hun eigen, kleine, overzichtelijke wereld en plannen hun dagen vol met activiteiten die hen verder brengen in het leven zoals sporten om gezond te blijven en bijlessen. Hun enige vrije tijd is zaterdagavond – en dan wordt er afgesproken met vrienden en vriendinnen. Op zondag chillen zij met hun ouders of grootouders.

 

De jongeren van Generatie Swipe passen zich volgens Siera aan aan de wereld die zij om hen heen aantreffen. Zij zoeken hun eigen, kleine weg in de onprettige grote wereld en proberen verantwoordelijk om te gaan met hun tijd en geld. Zij moeten zichzelf kunnen verkopen om aan opleidingen mee te mogen doen of bijbaantjes te bemachtigen (“Wat trekt je aan in vakken vullen?”) en dekken zich in tegen risico’s door te sparen, gezond te leven en zich op te stellen als kritische en zelfs cynische consumenten. Als zij gevraagd wordt naar hun toekomstdromen, dromen zij van eigen kinderen die niet roken en geen drugs gebruiken.

Conformisme van jongeren

Rutger van den Berg (Youngworks) beschrijft het conformisme van jongeren als gevolg van hun biologische ontwikkeling. Volgens van den Berg zorgt het zich nog ontwikkelende brein van jongeren ervoor dat zij sterk reageren op externe impulsen. Zij hebben een grote angst om buiten gesloten te worden en daarom neigen jongeren er sterk naar zich voortdurend aan te passen. Groepsdruk van hun peers stuurt de experimenten die jongeren uitvoeren met hun identiteit.

Aan de ene kant zorgt de zogenaamde “no-likes fear” ervoor dat experimenten die geen likes krijgen van leeftijdsgenoten worden gestaakt en offline worden gehaald. Aan de andere kant zorgt de groepsdruk er tevens voor dat jongeren proberen status te verwerven door domme acties uit te voeren. Omdat het beloningssysteem in hun hersenen in ontwikkeling voorloopt op hun impulsonderdrukking, zijn zij in staat ondoordachte stunts uit te halen om daarmee populair te worden.

Jongeren referentiekaders

Volgens Siera dient marketing rekening te houden met de kenmerken van de huidige generatie jongeren. Jongeren willen als volwassenen aangesproken worden op een serieuze en realistische manier. Het best slagen jonge vloggers hierin: zij beïnvloeden jongeren en zijn veel belangrijker dan merken of volwassenen. Van den Berg sluit hier bij aan. Hij stelt dat jongeren op zoek zijn naar referentiekaders op grond van persoonlijke relevantie. Vlogs bieden volgens van den Berg een dergelijke persoonlijke relevantie omdat in de vlogs jongeren die net iets ouder zijn en succesvol zijn

transparant inzicht geven in hun dilemma’s en hun oplossingen.

Marketeers en succesvolle jongeren

Jongerenmarketeers zijn zich bewust van de aantrekkingskracht van vloggers en andere succesvolle jongeren zoals dj’s. Het succes van een jongere online is volgens filmproducent Harro van Staverden (Phanta Basta!) een belangrijke factor in de afweging of een jongere een dragende filmrol krijgt. Mitchel Bovenlander (4PM Entertainment) stelt dat personalities waaraan jongeren zich op kunnen trekken voor hen steeds belangrijker zijn geworden.

Bovenlander zet gaarne succesvolle vloggers met veel volgers op social media in om online awareness voor zijn producten (events) te creëren en te vergroten. Zijn ambassadeurs worden uitgenodigd voor co-creatie sessies en kunnen rekenen op een VIP-behandeling tijdens events. Bovenlander stelt dat in zijn bedrijf deze vorm van marketing de traditionele marketing in de vorm van flyers en posters vrijwel volledig heeft vervangen. De jonge socialmedia-sterren onderstrepen het gevoel voor jongeren dat ze op zijn feesten moeten zijn: als een populaire jongere naar een event gaat, wil iedereen.

 

bebrave

Jongeren op een YouTube-conventie. Bron: Flickr/ Gage Skidmore

Ronen Wolf (RTL Nederland en RTL MCN) gaat nog een stapje verder. Volgens hem zijn jongeren niet meer te bereiken met traditionele businessmodellen. YouTubekanalen geven aan in welke richting jongeren wel te bereiken zijn. Daarom experimenteert RTL met producties op YouTube zoals Concentrate.

Volgens Wolf toont een succesvolle YouTube-productie echte emoties. De productie mag gedeeltelijk scripted zijn maar moet als authentiek door jongeren worden ervaren. Belangrijker dan de contentstrategie is echter de distributiestrategie. Er moet een duidelijke call-to-action zijn – waarom zou een jongere dit kijken? En, het format moet strak en de titel en labels moeten helder zijn. Het moet voor jongeren duidelijk zijn wat de productie is en wat er te vinden is.

Marktwaarde

Succesvolle jongeren zijn zich zeer bewust van hun marktwaarde. Volgens Bovenlander hebben veel vloggers een manager, terwijl vloggers en DJs steeds vaker extra geld willen voor het genereren van aandacht op social media. Vlogster Yvonne Coldewijer (Life of Yvonne), volgens eigen zeggen een rolmodel voor meisjes, vertelt dat dit echter een groot spanningsveld met zich meebrengt: zij moet voortdurend balanceren tussen geld verdienen door producten of diensten aan te prijzen en hard werken om meiden aan zich te binden en een geloofwaardigheid in de doelgroep op te bouwen. Wolf geeft aan waar de grens ligt: reclame vinden jongeren ervaren storend terwijl sponsoring door hen als positief wordt ervaren, onder voorwaarde dat de sponsoring past bij de videoproductie.

Er ontstaat als gevolg hiervan een steeds grotere tweedeling binnen de groep jongeren tussen zij die het gemaakt hebben en zij die alleen maar volgen. Dit sluit aan bij een algemeen effect van technologie: steeds minder mensen verdienen steeds meer geld met technologie en hebben steeds meer macht terwijl veel anderen hun baan en toekomstperspectief verliezen als gevolg van technologie.

Beeld van jongeren en jongerenmarketing – 4 tegenstrijdigheden

Het beeld dat jongerenmarketeers op grond van onderzoek schetsen van jongeren sluit niet aan bij de praktijk van jongerenmarketing in Nederland. Er bestaan vier gebieden waarop jongerenmarkering in tegenspraak is met het geschetste beeld.

1. Inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren

Het inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren is het laaghangend fruit voor de jongerenmarketeer. Echter, zelfs dit simpele instrument levert een reeks van tegenstrijdigheden op. Zo moeten merken volgens Wolf met behulp van video’s een verhaal vertellen dat bij de doelgroep past, maar moeten zij tegelijk geen andere boodschap uitdragen dan die zij sowieso hadden willen communiceren. Leendert-Jan de Ronde en Kim van Dongen (Youngworks) zijn het met Wolf eens en stellen dat een merk door videofilmpjes relevant moet zijn voor de doelgroep, maar dat een merk tegelijk dicht bij zichzelf moet blijven. En, zo voegen zij eraan toe, deze doelgroep is volkomen versnipperd.

Versnippering

Individuele jongeren combineren op een individuele manier de meest bizarre dingen met elkaar, zoals hardrock en breien, zodat er geen zuilen binnen de jongerendoelgroep meer bestaan. Tegelijkertijd claimen zij dat een merk geen jongerentaal hoeft te gebruiken om met jongeren te communiceren, maar normaal met hen kan praten omdat jongeren “net mensen zijn”.

Het is derhalve niet duidelijk wat het aansluiten bij de doelgroep betekent als er geen duidelijke doelgroep is en er geen speciale toon voor deze doelgroep nodig is. Tel hierbij op dat volgens Siera jongeren op een serieuze manier aangesproken moeten worden op hun volwassenheid, zoals we zagen, en de verwarring is compleet.

2. Co-creatie is populair

Het andere grote instrument van jongerenmarketing, co-creatie, is eveneens een vat van tegenstrijdigheden. Co-creatie met jongeren is populair. Talloze overheden, grote bedrijven en organisaties zetten een Raad van Kinderen in om mee te denken over hun beleid en hun innovatie. De homepage van de Raad voor Kinderen vraagt: “Is het niet logisch om naar de ideeën van kinderen te luisteren over vraagstukken die ook hun toekomst gaan bepalen?”

Good is the new cool

Het inzetten van kinderen bij het oplossen van maatschappelijke en commerciële vraagstukken sluit aan bij een grote trend in jongerenmarketing. Volgens Maartje van Osch (FamilyFactor) heeft jongerenmarketing zich ontwikkeld van het aanspreken van jongeren als consument met behulp van fun in de jaren negentig, via het aanspreken van kinderen en ouders samen met behulp van boodschappen die fun en verantwoord combineerden in de jaren tweeduizend, naar waar jongerenmarketing zich nu bevindt: lange-termijn boodschappen met de nadruk op gezond en goed voor de wereld (“good is the new cool”). De ontwikkeling van het kind dient momenteel positief gestimuleerd te worden op alle gebieden: intellectueel, emotioneel, fysiek, talent en spiritueel. Wolf sluit daar bij aan en stelt dat videoproducties een maatschappelijk belang moeten dienen.

opruimen-jongeren

Volgens Kirby Beckman (BrandDeli) is deze trend ook aan de eettafel in het gezin terug te vinden. Ouders vinden het belangrijk dat kinderen een eigen mening hebben en vragen graag naar deze mening. Hoewel de ouders eindverantwoordelijke blijven, is de invloed van kinderen op beslissingen in het gezin groot.

Ander referentiekader

Jongerenmarketing, in video en in co-creatie, is dus een volledig andere richting ingeslagen dan de jongeren zelf die het weliswaar fijn vinden als anderen de wereld verbeteren maar zichzelf hebben teruggetrokken in hun eigen, kleine wereld en die, in plaats van de wereld te verbeteren, knokken voor hun eigen plekje in de wereld. Bovenlander constateert bijvoorbeeld op zijn feesten dat jongeren veel meer bezig zijn met zichzelf en veel minder bezig zijn met wat er om hen hen gebeurt. Hun referentiekader is niet het welzijn van de wereld; succesvolle leeftijdsgenoten die worstelen met voor hen herkenbare dagelijkse problemen vormen hun referentiekader.

Jongeren zijn vooral geïnteresseerd in duidelijkheid, herkenbaarheid en een redelijke mate van authenticiteit, zoals Wolf al aangaf. Waar zij volgens de Ronde en van Dongen behoefte aan hebben, is een concreet handelingsperspectief: hoe te reageren op een bepaalde situatie. Dit handelingsperspectief moet wel leuk zijn.

Daarmee is niet gezegd dat jongeren niet graag meepraten over van alles en nog wat. Hoek, van Dijke en Spooren zien juist dat jongeren dat graag doen, onder voorwaarde dat zij een onderwerp belangrijk genoeg vinden om er ruimte voor te maken in hun drukke agenda. De vraag alleen is hoe relevant de mening van jongeren met een praktisch en naar binnen gericht referentiekader is binnen een co-creatie.

3. Jongeren zijn gemakkelijker te werven door relatief jonge mensen

Een ander probleem van co-creatie is dat jongeren gemakkelijker te werven zijn door relatief jonge mensen en zich ook gemakkelijker openen tegenover andere jongeren, zoals Hoek van Dijke en Spooren ontdekten. Bovenlander stelt zelfs dat jongeren steeds vaker naar zijn events komen om elkaar te ontmoeten en veel minder vanwege de beleving.

Jongeren zijn dus het liefst met jongeren en willen het liefst co-creeren met jongeren, en veel minder met volwassenen. Daarom zetten Hoek van Dijke en Spooren met name jongeren in om te co-creeren met jongeren en heeft Bovenlander jonge mensen in zijn bedrijf aangenomen. Dit staat op gespannen voet met het idee van co-creatie tussen generaties.

4. Inzetten van socialmediakanalen

Een ander belangrijk instrument van jongerenmarketing is het inzetten van socialmediakanalen. Hoek, van Dijke en Spooren laten een probleem van het gebruik van dit instrument zien. Zij werven jongeren voor hun co-creatiepanels het meest effectief in de werkelijkheid, gewoon op straat en soms, voor niet-commerciële projecten, op scholen. Social media worden vervolgens met name ingezet om contact te houden met jongeren zodat zij ook daadwerkelijk komen opdagen op co-creatiesessies. Dit contact houden gebeurt zowel door e-mail – die jongeren lezen maar waarop zij niet antwoorden – en met behulp van WhatsApp.

whatsapp

Ook offline

Als er al geworven wordt via social media, dan gebeurt dat door jongeren die al meedoen aan co-creatiesessies en hun vrienden uitnodigen om ook te komen. Ook voor van Staverden is social media slechts een van de vele kanalen om zijn jeugdfilms te promoten naast media, print, outdoor, onderwijs, retail en tijdelijke kanalen zoals een VVV of een museum. Waar socialmediakanalen worden gemarket als de toekomst, werken offline-kanalen voor jongeren blijkbaar minstens net zo effectief of zelfs effectiever.

Het grijze gebied van compromissen

Terwijl jongeren zelf niet veel antwoorden hebben en zich teruggetrokken hebben in hun eigen wereldje, worden zij door jongerenmarketeers benaderd alsof zij op de eerste plaats wereldverbeteraars zijn. Jongeren worden door volwassenen betrokken bij besluitvormingsprocessen met betrekking tot grote vraagstukken, terwijl jongeren zelf liever onder elkaar zijn, praktisch zijn en opkijken tegen net iets oudere jongeren die succesvol zijn door transparant te worstelen met herkenbare dagelijkse problemen.

Jongeren willen bevestiging en buigen mee met wat de wereld van hen vraagt, terwijl volwassenen van hen antwoorden willen horen. En daar waar jongeren helderheid, authenticiteit en praktisch nut verkiezen in hun degelijke levenshouding, verwachten volwassenen van hen inspiratie. Jongeren zijn echter geen onbevangen schepsels met een out-of-the-box-oplossing voor alles. Jongeren zijn vroeg-volwassenen die hun levenspad zorgvuldig plannen, mede omdat diezelfde volwassenen van hen verwachten dat jongeren concreet kunnen uitleggen waarom zij een specifiek baantje of een specifieke opleiding ambiëren en zij het leven van jongeren in praktische zin steeds lastiger maken.

Waar jongeren en jongerenmarketeers elkaar zouden kunnen vinden, is in het grijze gebied van compromissen. Marketeers gieten hun boodschap in een authentieker jasje terwijl jongeren sponsoring accepteren. Marketeers zetten succesvolle jongeren in om jongeren te bereiken en jongeren luisteren gaarne naar deze succesvolle jongeren. Maar waar het jongeren gaat om de celebrities, gaat het marketeers om de merkboodschap.

 


frank-watching

Nieuw Frankwatching-webinar: Starten met Snapchat & Instagram Stories

Hoe belangrijk is het om als organisatie op Snapchat & Instagram Stories te zitten? Vergroot je er echt je sociale bereik mee? Tijdens dit webinar ontdek je wat je zakelijk allemaal met Snapchat & Instagram Stories kunt doen en voor welke doeleinden je deze sociale media kunt inzetten. Ben jij erbij? Meer informatie

 

Kan marketing ook een positieve verandering teweeg brengen bij kinderen?

Laatst bezocht ik het congres De jonge consument, georganiseerd door Moniek Buijzen (hoogleraar Communicatiewetenschap, in het bijzonder strategische en persuasieve communicatie) en Esther Rozendaal (universitair docent Persuasieve Communicatie), beiden werkzaam aan de Radboud Universiteit. Samen zijn zij dé experts op het gebied van jongerencommunicatie die een positieve verandering bij kinderen en jongeren teweeg wil brengen. Ik vond het een leerzame dag, vooral om te zien hoe we marketing kunnen inzetten als middel om het leven van een jongere doelgroep (kinderen en jongeren) positief te beïnvloeden.

Belangrijke inzichten die ik heb meegenomen:

1: “Dé jonge consument bestaat niet”

Om je marketingmiddelen goed aan te laten sluiten bij de doelgroep is het van belang dat we de jonge doelgroep beter segmenteren. Volgens Rozendaal “bestaat dé jonge consument niet”. Kinderen en jongeren worden vaak gezien als één doelgroep, maar er zijn veel verschillen tussen leeftijdscategorieën, behoeftes en sekse. Je marketinginstrument is enkel succesvol als je je doelgroep op de juiste manier weet aan te spreken, rekening houdend met hun behoeftes. Alleen dan kan je een stap voorwaarts maken naar een bewuster en gezonder leven.

2: Werk met characters (kinder-/ jeugdidolen)fruit

Dat de inzet van characters werkt, is voor mij niet nieuw. Niet voor niets pleit ik, samen met mijn partners in de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding, voor een ban op het gebruik van (bekende) kinderidolen op de verpakking van ongezonde voedingsmiddelen. Want: A-merk fabrikanten doen dit veelvuldig om jonge kinderen (met name onder de 7 jaar) te verleiden.

Wel nieuw voor mij is dat wanneer een organisatie bijvoorbeeld een groente & fruit campagne wil richten op kinderen, het geen zin heeft om één en hetzelfde type character in te zetten richting kinderen in de leeftijd van 3 /m 12 jaar. Logisch, als je kijkt naar de inzet van bekende idolen: Waar bij een 3-jarige een bekende, getekende, animatie zoals Dora of Sponge Bob aanspreekt (die door Verkade worden ingezet om de verkoop van hun koekjes te stimuleren), verandert dat in echte mensen als we puber zijn (denk aan boyband B-Brave die McDonalds inzet voor de promotie van een hamburger).

Simone de Droog (onderzoeker en docent bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen aan de Radboud Universiteit) ziet kansen: charactermarketing kan ingezet worden voor het bevorderen van gezond gedrag. Daar hoop ik de komende tijd meer voorbeelden van te zien!

3: Nog meer inspiratie – publicatie Valkenburg en Buijzen/Rozendaal

Voor wie meer wil weten over de jonge consument, zijn de volgende 2 publicaties inspirerend om te lezen:

 

Voor mij was de bijeenkomst een bevestiging dat we (met de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding) op de goede weg zijn: we streven naar een ban op het gebruik van (bekende) kinderidolen op de verpakking van ongezond eten en drinken (= wat je niet elke dag nodig hebt). En dat we de kansen moeten benutten om kinderidolen in te zetten voor het bevorderen van gezond gedrag. Zo dragen we bij aan een positieve verandering in het leven van kinderen.

 

Carolien-Martens-hartstichting

Auteur: Carolien Martens, Relatiemanager Public Affairs, Hartstichting

De Hartstichting is initiatiefnemer en partner van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding; een actief samenwerkingsverband dat de strijd aangaat tegen op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen. Lees ons volledige standpunt op: www.stopkindermarketing.nl.

 

Ouders en kindermarketing: wat is hun mening eigenlijk?

hartstichtingMijn zoon van 5 is binnenkort jarig. Op zijn verlanglijstje staat een boomhut en “dat ding met een netje waar je je vuile kleren in kunt gooien en dat het dan in een soort mand valt”. Hij bedoelt een basketbalnet met een wasmand eronder. Hij heeft het over een tv-reclame die hij maanden geleden één keer heeft gezien. Die reclame heeft duidelijk indruk op hem gemaakt, want hij heeft het er nog steeds over. Het laat zien hoe effectief reclame kan zijn. Vind ik dit erg? Niet bij dit product, maar wel als het gaat om ongezond eten en drinken. Hier sta ik niet alleen in als ouder.

Discussie over kindermarketing losgebarsten

De discussie over wat wij (= de maatschappij) acceptabel vinden als het gaat om kindermarketing van (ongezonde) voedingsmiddelen is weer losgebarsten.

  • “Alleen gezond” zegt de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding. Een samenwerkingsverband van gezondheids- en consumentenorganisaties, diëtisten, kinderartsen, jeugdartsen en wetenschappers, dat ik met veel plezier coördineer.
  • De voedingsindustrie (FNLI) vindt de bestaande regels streng genoeg.
  • De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) wenst: In de aanpak van overgewicht bij kinderen moeten regels ingevoerd worden om de marketing van ongezonde voedingsmiddelen terug te dringen.

Maar wat willen ouders eigenlijk? Dat wilde ik ook wel weten. Dus heeft de Hartstichting onderzoeksbureau GfK gevraagd ouders (n = 1000) met kinderen tussen de 3 en 13 jaar hierover te bevragen.

Wat vinden ouders van kindermarketing?

Ik vind het interessant om te zien dat ouders duidelijk onderscheid maken tussen kindermarketing voor gezond en ongezond eten en drinken:

  • Een meerderheid van ouders vindt dat kindermarketing voor gezond eten en drinken mag en ook een meerderheid vindt dat dit niet mag voor ongezond eten en drinken.
  • Wat mij opviel is dat het lijkt dat de omgeving bepalend is voor wat ouders acceptabel vinden. 74% van de ondervraagde ouders vindt dat bij sportverenigingen wel kinderreclame voor gezond eten en drinken gemaakt mag worden. Gevraagd of dit ook mag voor ongezond eten en drinken, antwoordt 71% van de ondervraagden: nee, dit mag niet voor ongezond.
  • 61% is van mening dat kinderidolen/tekenfilmfiguren niet op de verpakking mogen staan van ongezonde voedingsmiddelen. Als het gaat om het inzetten van kinderidolen/tekenfilmfiguren als reclamemiddel op de verpakking van gezond eten en drinken, vindt 72% dat prima.
  • Er is een substantiële groep ouders (39%) die denkt dat minder kinderen overgewicht zullen krijgen als er geen kindermarketing meer is voor ongezond eten en drinken.

De boodschap van ouders richting marketeers lijkt mij duidelijk: zet kindermarketing alleen in voor de promotie van gezonde voedingsmiddelen. Ik zie het zelf als een bevestiging van waar wij als Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding naartoe werken. In september ga ik naar het congres De jonge consument, waar ik hoop nog meer te leren over kinderen op een positieve manier te beïnvloeden. Het lijkt me leuk om je daar te zien.

Lees hier de onderzoeksresultaten naar de mening van ouders over kindermarketing.

Wat wil de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding?

kids

 Carolien Martens

Relatiemanager Public Affairs, Hartstichting

De Hartstichting is initiatiefnemer en partner van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding; een actief samenwerkingsverband dat de strijd aangaat tegen op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen. Lees ons volledige standpunt op: www.stopkindermarketing.nl.

carolien martens

 

Viva la France! Voor wie juichen we eigenlijk?

Normaliter zou het reeds een gekte van jewelste zijn. Het Europees Kampioenschap voetbal begint bijna! Het toernooi dat onze helden in ’88 wonnen ten koste van de Sovjet-Unie. Dit jaar moeten we helaas overslaan. Dan rijst de vraag; voor wie juichen we dan wel? We zullen wel allemaal zo onze eigen favoriet hebben. Die van mij is Belgie. Een leuk en variërend spelend team met supersterren uit de Premier League.

Niet alleen vanuit sportief oogpunt is het spijtig, ook voor marketeers is het een gemist platform om op originele manier hun imago of marktaandeel te verbeteren.

Binnen de wereld van spaarprogramma’s is Nederland koploper op het gebied van voetbalacties gedurende een WK of EK. In de afgelopen jaren (2012 en 2014) waren er wereldwijd drieënvijftig voetbalpromoties bij foodretailers. 45% hiervan, vierentwintig acties vonden plaats op Nederlandse bodem. Het totaal aantal acties van bedrijven loopt in de honderden. Kortom, Nederland is voetbal(actie) gek.

Gelukkig hebben we tijd genoeg om een actie voor te bereiden die we hopelijk in kunnen zetten tijdens het WK 2018 in Rusland.

 

Welke elementen zijn belangrijk bij het opzetten van een spaaractie?

1. Formuleer je doel.

Waarom doe je wat je doet? Imagoverbetering? Nieuwe klanten? Verkennen van nieuwe markten? Hogere besteding van bestaande klanten? Verbeteren van prijsperceptie?

2. Wie is je eindgebruiker?

Pas je producten en communicatie aan op je eindgebruiker.

3. De kenner of verkenner?

Richt je je op de echte voetbalkenner met een branded voetbalpromotie (bv. voetbalplaatjes) of ga je voor de verkenner: de massa, de fans, het bredere publiek (bv. fan-items).

4. Welk verhaal wil je vertellen?

Wij zien een toenemende vraag naar campagnes. Een promotie met een verhaal. Wat is jouw verhaal? Wat wil je écht vertellen?

5. Heeft jouw actie de juiste mix?

Een actie is succesvol als het de juiste conceptelementen heeft. Dit is per actie verschillend en afhankelijk van je doel maar ik noem een aantal belangrijke: Aantrekkelijkheid: hoe graag wil je (potentiële) klant het product hebben?
Show-off factor: hoe graag wil je klant het product laten zien aan anderen en wat wil je dat hij/zij over jouw product vertelt?
Sexe: is het zowel voor mannen/jongens als vrouwen/meisjes?

6. Welk budget heb je beschikbaar voor executie en activatie van je actie?

Meevaren op de gekte van een EK of WK is fijn, maar ook een moment dat er veel vissen in dezelfde vijver zwemmen. Zonder gedegen plan voor executie en activatie wordt het moeilijk je beoogde doel te behalen.

7. Plan je actie.

Je actie plannen omvat meer dan (laten) voorbereiden en een moment uitkiezen. Zorg dat er tijdens de actie een gedegen projectplan ligt zodat je resources opgewassen zijn tegen een extra tijdsinvestering. Laat de actie niet je hoofdactiviteit worden, een actie moet bijdragen.

8. Evalueer.

Binnen onze acties onderscheiden we twee soorten impact: emotionele en transactionele impact. Hoe hebben deze factoren bijgedragen aan je geformuleerde doel?

BrandLoyalty verkocht dit jaar in negen landen twaalf spaaracties gericht op het EK. We hopen in 2018 ook weer in Nederland van de partij te zijn!

 

ThijsDoor: Thijs Driessen, Concept Development Manager, BrandLoyalty Special Promotions B.V.
Als Concept Development Manager bij BrandLoyalty Special Promotions B.V. houd ik mij bezig met de ontwikkeling van (kinder)spaaracties bij internationaal opererende foodretail organisaties. Dit kunnen vraaggestuurde concepten zijn welke aansluiten bij de marketingcampagne van een retailer, maar ook door ons zelf bedachte acties rondom bijvoorbeeld het EK voetbal.

Examenspannen

Scholieren lui en niet betrokken?

De huidige generatie middelbare scholieren wordt vaak verweten dat ze lui zijn en totaal niet betrokken. Uit het OESO onderzoek dat onlangs gepubliceerd werd, bungelden de Hollandse scholieren wederom onderaan bij het hoofdstuk ‘motivatie’. Als oplossing wordt vaak genoemd dat het onderwijs persoonlijker moet; ‘op maat’ of ‘gedifferentieerd’. Toch wil ik graag een voorbeeld geven van hoe juist zoiets als de centraal georganiseerde eindexamens bij scholieren kunnen zorgen voor een explosie aan motivatie, saamhorigheidsgevoel en strijdbaarheid.

Hoe toch te enthousiasmeren, enkele voorbeelden!

Stel je een online platform voor, waarop een grote groep scholieren dagelijks actief is. Waarop vrijwel alle scholieren bijdragen, elkaar helpen, elkaar steunen en elkaar vermaken. Klinkt als een droom voor veel digi-onderwijsprofessionals. Tijdens de eindexamens kwam deze droom uit, en wel op het door jongerenmarketeers vrijwel afgeschreven Facebook. Een registratie.

Ergens vlak na de eindexamens van 2015 lanceerde Jon, eigenaar van Scholieren.com, uit speelsheid alvast het Facebookevent Centraal Eindexamen 2016 VMBO – HAVO – VWO. “Voor iedereen die de goede verhalen gehoord heeft en niet kan wachten”. Dit event was gelinkt aan de door Scholieren.com beheerde pagina Eindexamens 2016. Gedurende het schooljaar druppelden de deelnemers aan het event binnen, tot uiteindelijk 45.000 van de 200.000 examenkandidaten op ‘aanwezig’ stonden.

De examenperiode brak aan. Tegelijk met de examens, ontstond twee-en-een-halve week lang een superactieve community zowel op de Facebookpagina als in het bijbehorende event. Een aantal statistieken om te illustreren hoe actief de eindexamenkandidaten zelf waren:

  • Het aantal likes op de pagina Eindexamens 2016 steeg tijdens de examens van een paar honderd tot 6.500 duizend.
  • Ruim 600.000 unieke personen werden bereikt met de pagina en het event
  • Ruim 380.000 acties werden uitgevoerd, wat betekent dat berichten zijn gepost, geliked of gedeeld.

Tijdens de eindexamens waren vooral de grappige Facebookpolletjes en meme’s uitermate populair. Daarmee reflecteerden de scholieren zelf op de toetsen door in de vragen en antwoordopties toespelingen te maken op de examens. Zo vermaakten en steunden de kandidaten elkaar en gebruikten ze het event als een uitlaatklep om even te ontspannen. Het ‘elkaar helpen’ gebeurde eerder, zo vanaf eind maart. Scholieren deelden hun samenvattingen, hielpen elkaar met handige sites en tips en er was een levendige handel in examenbundels. En dit allemaal zonder dat een docent, ouder, organisatie of instantie dit aanmoedigde.

Toetsweken centraliseren?

Het valt ons elk jaar weer op dat de examenperiode een periode is van extreme verbondenheid en strijdbaarheid onder scholieren onderling. Iedereen streeft immers naar hetzelfde doel: dat diploma binnenslepen. Je ziet het aan het enorme aantal klachten (samen klagen schept een band) en ook aan de bezoekersrecords die op Scholieren.com elk jaar weer gebroken worden (dit jaar hadden we voor het eerst meer dan een miljoen pageviews op de examenblogs).

Natuurlijk zien wij ook kansen in het motiveren van scholieren door ze gepersonaliseerde lessen aan te bieden die aansluiten bij hun talenten en interesses. Alleen als alles gepersonaliseerd wordt, verlies je ook dat mooie saamhorigheidsgevoel dat een gezamenlijk ‘strijd’ kan bieden. Het is zelfs bijna jammer dat dit hoogtepunt van motivatie slechts een keer per jaar plaatsvindt, tijdens die twee-en-een-halve week in mei. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar wat als we in plaats van het afschaffen van de centrale examens eens álle toetsweken zouden centraliseren?

roos smetsers_150

Roos Smetsers (26), algemeen directeur bij Scholieren.com. Ik heb communicatiewetenschappen gestudeerd, gevolgd door een master Jeugdstudies. Mijn baan bij Scholieren.com is een ideale combinatie van deze twee studies. Ik ben hier in 2011 begonnen met een bijbaan naast mijn studie. Inmiddels bepaal ik samen met eigenaar Jon Geerars de koers en stuur ik de techniek en redactie aan. Ik vind het vooral tof dat Scholieren.com zo middenin de doelgroep staat. Wekelijks werken er scholieren bij ons op kantoor en we hebben een creatieve groep jonge bloggers in dienst. Het is elke dag een feestje om te werken aan onze missie: scholieren in staat stellen elkaar te helpen. Samen ben je slimmer!”

 

Overheid geeft de voedingsindustrie opdracht maatregelen te treffen in kindermarketing

Goed nieuws: er is steeds meer aandacht voor het onderwerp kindermarketing van (ongezonde) voedingsmiddelen. Onlangs pleitte ik samen met mijn partners van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding bij de politiek voor strengere maatregelen, en met succes: De Tweede Kamer en staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid hebben zich weer (31 maart jl.) actief gemengd in de discussie wat wel of niet acceptabel is.

Zo deed staatssecretaris Van Rijn een oproep aan de voedingsindustrie om met de volgende maatregelen te komen:

  1. Verpakkingsmaatregelen rondom de inzet van kinderidolen
  2. De jaarlijkse monitoring naar kindermarketing van voedingsmiddelen door de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI) moet meer mediakanalen omvatten.

Kinderidolen: ieders kind beste vriend

Zoals iedereen weet zijn kinderen makkelijk te verleiden met verpakkingen voorzien van hun grote idool. Bijvoorbeeld, K3. Vaak worden kinderen op jonge leeftijd al beïnvloed, terwijl van alle productverpakkingen met een verkoopstrategie gericht op kinderen zo’n 90% voor ongezond eten en drinken is (Van Assema, 2011). Ik ben dan ook blij te horen dat Van Rijn de voedingsindustrie vraagt om met concrete maatregelen te komen om deze vorm van verleiding voor ongezonde voedingsmiddelen te beperken. Ik weet er wel raad mee: zet kinderidolen (dan wel getekende- en/of animatiefiguren) uitsluitend in voor gezonde voedingsmiddelen, zoals groente en fruit.

20160422-Blog-(2)-Foto_foodwatch-overgewicht-bij-kinderen-verpakkingen

Foto: foodwatch

Scope monitoring kindermarketing moet breder en onafhankelijker worden gedaan

Het idee dat we willen weten in welke mate de voedingsindustrie zich houdt aan de regels voor kindermarketing van (ongezonde) voedingsmiddelen juich ik van harte toe. Er zijn wel 35 vormen van marketing. Bijvoorbeeld: tv, radio, bioscoop, print, online (vloggers, websites, viral, online chat, filmpjes, sociale netwerken, (video/adver) games), mobiele telefoon (sms, games), apps, sponsorship, productplaatsing, peer-to-peer, sales promotie, email, direct marketing, kidsclubs, films, verpakking, point-of-sale-materiaal etc. Uitsluitend over een 3-tal verantwoording afleggen is dan erg summier.

Erg fijn dat de scope van de monitoring dus (enigszins, want nog niet alle vormen worden meegenomen) wordt verbreed, maar eigenlijk zou het onafhankelijk moeten zijn, want:

  • Monitoring wordt op dit moment gedaan door de Afdeling Compliance van de Stichting Reclamecode, dit in opdracht van de voedingsmiddelenindustrie. Doordat de FNLI bepaalt wanneer de monitoring plaatsvindt, kan de situatie zich voordoen dat haar leden op voorhand worden gewaarschuwd over de aankomende monitoring. In welke mate worden dan de resultaten beïnvloed?
  • Ander punt is welk deel van het monitoringsrapport uiteindelijk openbaar wordt gemaakt. Zo heeft de FNLI bijvoorbeeld ervoor gekozen het rapport over 2014 in zijn geheel niet te openbaren.

 

Voorstel volgende oproep Van Rijn aan voedingsindustrie

Mijn suggestie voor de volgende oproep van Van Rijn aan de voedingsindustrie is het volgende: aanscherping van de voedingscriteria zodat kindermarketing van bijvoorbeeld frisdrank, chips, koekjes en ijs niet meer mogelijk is.

 

Carolien-Martens-hartstichtingAuteur: Carolien Martens, Relatiemanager Public Affairs, Hartstichting

De Hartstichting is initiatiefnemer en partner van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding; een actief samenwerkingsverband dat de strijd aangaat tegen op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen. Lees ons volledige standpunt op: www.stopkindermarketing.nl.

 

Meten is Weten!

Nederland is en blijft een fietsland, voor jong en oud. Er zijn zelfs meer fietsen in Nederland dan dat er mensen zijn. Op iedere hoek van de straat zit de bekende fietsenmaker die er al jaren zit en de zaak van zijn ouders of grootouders heeft overgenomen. Of de talloze online shops waarbij een kinderfiets al de volgende dag thuis bezorgd wordt.

‘Kunstjes’

We hebben het vroeger allemaal gedaan en ervaren; even een rondje fietsen op de fiets van jouw oudere broer of zus. Of op de fiets van jouw kleine buurmeisje, om te voelen ‘hoe dat ook al weer was’, terwijl je zelf net 8 jaar oud was.

Loekie meten is wetenIk kan me nog goed herinneren hoe ik op een eigenlijk veel te grote fiets stapte, nét niet bij het zadel kon en al staand een rondje door de straat reed. Waarbij ik de bochten zoveel mogelijk vermeed, omdat ik dan eigenlijk moest afstappen door te weinig balans en te weinig snelheid. Maar wat vond ik mezelf stoer!

Iets minder stoer vond ik mezelf toen ik op die kleine fiets van mijn buurmeisje, die nog met zijwieltjes fietste, in volle vaart onderuit ging. Nooit gedacht dat het zo moeilijk kon zijn om weer met zijwieltjes te fietsen.

Zoals iedereen vast weleens gekke stunts op de fiets uithaalde, heb ik dat ook volop gedaan met mijn zusje en vriendinnen. Met zijn drieën op één fiets, waarbij iemand op het zadel zat, iemand op de trappers stond en fietste en waarbij de derde het liefste op het achterrekje stónd. Allemaal niet volgens de voorschriften, zeker niet nu ik productmanager ben van kinderfietsen, maar wel onwijs leuk! Of achterop bij een vriendin waarbij je dan achterste voren op het achterrekje ging zitten, of nog gekker, de armen ging kruizen op je stuur. Linkerhand op je rechter handvat, en je rechterhand op het linker handvat. Dat heb ik helaas moeten bekopen met een traan.

Welke maat fiets kind

Maar de vraag als ouder blijft; wat is de juiste maat voor een kinderfiets? Je wilt niet binnen een jaar en een groeispurt verder wéér een nieuwe fiets voor jouw kind aanschaffen. Daarom een paar vuistregels en tips om de juiste maat kinderfiets te kopen.

  1. Kinderfietsen worden in inches weergegeven. De inchmaat is de doorsnede van de fietsband.
  2. Koop een fiets nooit op de groei. Een kind moet op het zadel kunnen zitten, bij de trappers kunnen, en met beide voeten bij de grond komen om het evenwicht te bewaren.
  3. De binnenbeenlengte geeft de juiste maat van de fiets weer. Als je de binnenbeenlengte weet van jouw kind, is het uitzoeken van een kinderfiets wat eenvoudiger. Zet de benen ongeveer 15 centimeter uit elkaar, en meet de lengte van het kruis loodrecht tot de grond. Dit is de minimale maat van de fiets die jouw kind nodig heeft, waarbij het zadel nog verder omhoog gezet kan worden naar mate jouw kind groeit.
  4. De kledingmaat geeft ook een goede indicatie om de juiste maat kinderfiets te kopen, maar is iets onnauwkeuriger dan de binnenbeenlengte. Bekijk de tabel om te zien welke inchmaat fiets bij jouw kind past.
  5. Wist je dat de lengte van jouw kind de kledingmaat weergeeft? Zo heb je dubbel voordeel van de tabel!
  6. Bepaal eerst welke maat jouw kind nodig heeft, alvorens de fiets uit te zoeken. Als een kind eenmaal een mooie fiets heeft gezien, die niet in de juiste maat leverbaar is, is de kans groot dat je toch met de verkeerde maat fiets naar huis gaat. Iets zoals die mooie schoenen toch maar kopen terwijl ze net een maatje te klein zijn…

Maattabel kinderfiets

Leeftijd (in jaren)

 

Kledingmaat/lengte

 

Binnenbeenlengte (in cm)

 

Inchmaat

 

3 – 4 92-104

 

43-53

 

12,5 inch

 

4 – 6 104-116

 

54-56

 

16 inch

 

4 – 8 110-122 57-59 18 inch

 

5 – 8

 

116-122

 

60-69

 

20 inch

 

5 – 9

 

122-128

 

63-73

 

22 inch

 

8-10

 

134-140

 

74-77

 

24 inch

 

9-12

 

146-158

 

78-81

 

26 inch

 

Auteur:

Sanne Weber, 25 jaar en werkzaam als Productmanager bij Loekie. Na mijn studie Communicatie in Utrecht en mijn Master of Business in Australië, ben ik aan de slag gegaan bij Sparta als Online Marketeer wat in eerste instantie een tijdelijke functie was. Gelukkig ben ik aan boord bij Sparta/Loekie gebleven. Ik heb een ontzettend leuke baan waarbij ik de marktbehoefte vertaal naar onze producten en deze dan weer in de markt positioneer. Een compleet plaatje waar ik mijn eigen draai kan geven aan de leukste kinderfietsen van Nederland!

Ruzies en leuke filmpjes in de groepsapp

‘Kijk eens wat een leuk filmpje, mama.’ Daar krijg ik inderdaad een grappig filmpje van mijn dochter en haar vriendinnen onder mijn neus geduwd. Hun armen versneld draaiend, hun gezichten vervormd met een grappig deuntje eronder. Ook de kat en de cavia hebben geregeld hoofdrollen in haar producties. Mijn 11-jarige heeft de app Musically ontdekt.

Socialemediagebruik

“Ik kan het allemaal niet bijhouden wat ze doen”, hoor ik ouders vaak verzuchten op ouderavonden over het socialemediagebruik van hun kinderen. “Er is iedere week wel iets nieuws.” Dus laten ze het maar gaan en moeten kinderen hun eigen weg op sociale media zien te vinden. Dat is jammer. Het is onmiskenbaar waar dat kinderen de techniek van nieuwe apparaten en apps beter beheersen dan veel ouders. Ook de lol zien zij er direct van in. Maar de inhoud, hoe je bijvoorbeeld met elkaar communiceert per app, is niet altijd meteen duidelijk. Zonder gezichtsuitdrukking en non-verbaal gedrag kun je woorden nogal eens verkeerd uitleggen. Wat zeg je wel en niet in een groepsapp? Wordt een geintje door de ontvanger ook zo ervaren? Welke foto’s van anderen zet je wel en niet in de groep? Wat doe je als je het niet meer zo leuk vindt? Daarin hebben ouders en docenten een belangrijke rol.

Tips en adviezen online

Socialbesitas-logo111Zeker omdat kinderen steeds vroeger een telefoon krijgen (vanaf groep zes). Waarom moet een kind van negen/tien jaar alles alleen uitvogelen? Dan doen we ook offline niet. Dan zitten de meeste ouders er bovenop; we willen weten met wie en waar onze kinderen spelen. Online zou dat ook niet gek zijn. Juist op die leeftijd zijn kinderen heel ontvankelijk voor tips en adviezen. Mits die gegeven worden door ouders/docenten die de lol van de kinderen proberen te snappen. Als je meekijkt, begrijp je ook beter wat wel en niet geschikt is, wordt het gemakkelijker om grenzen te stellen en komen kinderen eerder naar je toe als het misgaat op de appgroep.

En natuurlijk is dat niet eenvoudig. Mijn dochter werd een keer door een klasgenootje voor ‘monchol’ uitgemaakt in de huiswerkgroepsapp, nadat ze had opgemerkt dat het rondsturen van dertig regels aan emoij niet geschikt was voor deze app. Dochter was boos en wilde direct terug appen. Begrijpelijk maar niet echt handig. Na even stoom afgeblazen te hebben, was ze daarna ook wel blij dat ze niet had gereageerd. Hoe lastig is het om je schouders op te halen en je zelfbeheersing niet te verliezen als je gekwetst wordt? Niet alleen voor kinderen. Wij moeten onze kinderen niet het bos in sturen met de boodschap ‘zoek het maar zelf uit op sociale media’. Onze kinderen hebben ons daarbij nodig. Ook als publiek voor de leuke filmpjes en foto’s die ze maken.

Mayke Calis is journalist en tekstschrijver. Ze schreef samen met verslavingsdeskundige Herm Kisjes het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving. Naast haar schrijfwerk geeft ze ook ouderavonden op scholen (po en vo) over socialemediagebruik onder jongeren. www.maykecalis.nl en www.socialbesitas.nl.