Nibud: ‘Ouders belangrijker dan vrienden, als het om geld gaat’

Middelbare scholieren praten vaker en meer met ouders over geld dan met vrienden en  broers of zussen. Scholieren geven zelf aan dat hun ouders de belangrijkste leer- en informatiebron over geld zijn. Maar liefst 82% van de scholieren praat iedere maand met ouders over geld, blijkt uit het onderzoek* Scholieren, geld & de invloed van ouders (pdf) van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Het onderzoek laat zien dat ouders veel invloed hebben op het leen- en spaargedrag van scholieren, die zich ook graag door hun ouders laten helpen.

Daarnaast blijkt dat scholieren meer sparen en minder lenen als er thuis zak- en kleedgeld wordt gegeven en als ouders actief betrokken zijn bij de financiële opvoeding. Het Nibud vindt het positief om te zien dat hoewel vrienden op de middelbare school een steeds grotere plaats in het leven van scholieren innemen, de ouders nog steeds een belangrijke rol spelen op het gebied van geld.

Ruim 80% van de scholieren praat minimaal een keer per maand met zijn ouders over geld. Met vrienden doet 61% van de scholieren dat, en met broers of zussen 37%. Meisjes praten meer met hun ouders dan jongens. En hoe ouder ze zijn, hoe meer scholieren over geld praten. Scholieren die regelmatig met hun ouders praten over geldzaken hebben ook vaker van hun ouders geleerd om te sparen, bewust geld uit te geven en te internetbankieren.

  • Mijn ouders helpen mij om te sparen, zegt 53% van de scholieren.
  • Mijn ouders helpen mij geld bewust uit te geven, zegt 65% van de scholieren.
  • Mijn ouders leren mij internetbankieren, zegt 70% van de scholieren.

Scholieren die regelmatig met hun ouders praten over geld, lenen minder vaak dan scholieren die niet met hun ouders praten (34% tegen 44%). Uit het onderzoek blijkt ook dat scholieren vaker sparen als de ouders helpen bij het bewust uitgeven van geld. Daarnaast blijkt dat scholieren die zak- en kleedgeld krijgen vaker sparen dan scholieren die dat niet krijgen (85% tegen 77% ).

Opvallend vindt het Nibud het dat scholieren ook zelf aangeven dat zij het meest van hun ouders leren over geldzaken. Bijna tweederde van de scholieren (64%) zegt dat zij het meest van hun ouders leren. En scholieren die regelmatig met hun ouders praten over geld vinden hun ouders een belangrijkere leerbron dan scholieren die bijna nooit met hun ouders over geld praten (70% tegen 38%). Het Nibud benadrukt dan ook dat ouders met hun kinderen het gesprek over geld moeten aangaan en samen afspraken maken. Ook diverse internationale onderzoeken laten positieve verbanden zien tussen de rol die ouders spelen op het gebied van financiële opvoeding en het financiële gedrag van kinderen.

*Het onderzoek Scholieren, geld & de invloed van ouders is een verdiepingsonderzoek van het Nibud Scholierenonderzoek 2012-2013, dat in mei 2013 is gepubliceerd. Van november 2012 tot en met februari 2013 hebben 3.896 scholieren de online vragenlijst ingevuld. Scholieren die hun mailadres hadden achtergelaten, is gevraagd een tweede vragenlijst in te vullen; 1.198 respondenten hebben deze tweede vragenlijst ingevuld. De respondenten zijn herwogen naar geslacht, leeftijd en provincie zodat het onderzoek een representatieve weergave geeft van scholieren op vmbo, havo en vwo in Nederland. Het onderzoek is uitgevoerd met medewerking van Stichting Weet Wat Je Besteedt.

Onderzoek naar houding en gedrag van scholieren in geldzaken: ‘Impulsieve jongere loopt financieel meer risico’

Impulsieve scholieren geven meer geld uit, sparen minder vaak, komen vaker geld te kort, lenen vaker en hebben hogere belkosten. Er zijn minder scholieren die zich schamen voor schulden: was dat in 2010 nog 68%, nu is dat gezakt naar 60%. Ook is het percentage scholieren dat  later rijk willen worden gedaald van 65% in 2010 naar 54% in 2013. Dit blijkt uit het onderzoek MoneyMindsets van Scholieren (pdf) uitgevoerd door het Nibud in opdracht van Stichting Weet Wat Je Besteedt (WWJB) onder bijna 4.000 scholieren.

Het onderzoek onderstreept de noodzaak voor financiële educatie voor scholieren. Daarom heeft Stichting Weet Wat Je Besteedt de nieuwe online game en les MoneyMatters (ondertitel: Waar sta jij op je 30ste?) gelanceerd. In de les moeten leerlingen keuzes maken over de inzet van hun tijd en geld en ervaren zij de gevolgen hiervan, waardoor zo beter voorbereid zijn op geldzaken in de toekomst. Door de ervaring in een spelomgeving krijgen jongeren zicht op de financiële gevolgen van hun gedrag. De simulatiegame is ontwikkeld in samenwerking met SNS Operations en gameontwikkelaar IJsfontein.

Directeur Thea Hazel-Stals van WWJB is geschrokken door de resultaten van het onderzoek: “Veel scholieren denken op het moment dat ze geld krijgen ook meteen aan wat ze er mee willen doen. Maar liefst 43% heeft meteen een bestedingsdoel; dit was in 2010 nog 35%. Vanuit eerder onderzoek weten wij dat zogenaamde Levensgenieters* en Trendsetters* het beduidend lastiger vinden om met geld om te gaan. Ze leven wat vrijer en zijn veel impulsiever. Van alle scholieren hoort 34% tot het type Trendsetter en 25% is Levensgenieter, dus we hebben het over een grote groep. En die groep krijgt het moeilijker. Ten opzichte van 2010-2011 komen meer Levensgenieters en Trendsetters nu geld tekort: twee jaar geleden kwam 49% van de Trendsetters en 59% van de Levensgenieters soms of vaak geld tekort. Nu is dit respectievelijk 59% en 65%.”

Regelaars en Toekomstplanners, die minder impulsieve geldtypes onder jongeren, doen het op financieel gebied goed: ze sparen nagenoeg allemaal en bijna driekwart van hen komt nooit geld te kort. Slechts 3% van de Regelaars en 1% van de Toekomstplanners komt vaak geld tekort, tegen 13% van de Trendsetters en Levensgenieters. Trendsetters en Levensgenieters geven relatief veel geld uit aan kleding en schoenen en belkosten. Trendsetters zijn bovendien veel geld kwijt aan openbaar vervoer en Levensgenieters hebben hoge verzekeringskosten.

uitgaven

*Trendsetter, Regelaar, Levensgenieter of Toekomstplanner? Volgens onderzoek door Motivaction in 2010 behoort 30% van de Nederlandse jongeren tussen 12 en 25 jaar tot de MoneyMindset ‘Trendsetter’ (onder scholieren is dat 34%). Deze groep scoort het hoogst op ‘statusgerichtheid’ en ‘impulsiviteit’ en het laagst op ‘behoefte aan controle’.  29 Procent van de Nederlandse jongeren behoort tot de Regelaars (onder scholieren 25%). Zij scoren hoog op ‘behoefte aan controle’ en vrij laag op ‘impulsiviteit’ en ‘statusgerichtheid’. De Levensgenieter representeert 25% van de Nederlandse jeugd en scholieren. Deze groep scoort hoog op ‘impulsiviteit’ en laag op ‘statusgerichtheid’. De Toekomstplanner, de kleinste groep, omvat 16% van de Nederlandse jongeren en scholieren. Deze groep scoort hoog op ‘statusgerichtheid’ en laag op ‘impulsiviteit’.

 

Nibud-onderzoek: ‘70% van de kinderen op de basisschool krijgt zakgeld’

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) vindt dat in principe ieder kind zakgeld nodig heeft, omdat het daarmee leert omgaan met geld. Het instituut adviseert om rond zes jaar met zakgeld te beginnen. Uit het Nibud Kinderonderzoek 2013* (pdf) blijkt zo’n 45% van alle vijfjarigen al zakgeld te krijgen. Het Nibud is verrast over dit hoge percentage en had niet verwacht dat zoveel ouders al aan hun vijfjarigen zakgeld geven. In totaal krijgt 70% van de kinderen op de basisschool zakgeld.

Het Nibud is verbaasd over het hoge percentage tienjarigen dat nog geen zakgeld krijgt: 19%. De belangrijkste reden voor deze ouders om geen zakgeld te geven is dat zij vinden dat hun kind geen zakgeld nodig heeft, omdat zij alles voor hun kind betalen.

Eén op de zes tienplussers is nog op geen enkele manier met geld bezig. Ze spelen niet met geld, tellen hun geld niet en vinden het niet leuk om zelf iets te kopen. Dit gebeurt met name bij kinderen die geen zakgeld krijgen. Maar liefst 13% van de tienplussers denkt dat geld onbeperkt uit de geldautomaat komt. Het Nibud vindt ouders die geen zakgeld geven  onverstandig. Kinderen met zakgeld kunnen de waarde van geld en producten beter inschatten, kopen vaker zelf dingen van hun eigen geld en maken vaker een spaarplan. Zo leren ze keuzes maken en planmatig met geld om gaan. De twee belangrijkste redenen van ouders om geen zakgeld te geven zijn: het kind is nog niet met geld bezig (25%) en zakgeld is overbodig omdat de ouder alles betaalt (20%).

De meeste kinderen krijgen iedere week zakgeld. Een kind van vijf krijgt doorgaans € 0,50 per week. Een kind van elf jaar € 2,-. De hoogte van het inkomen van de ouders blijkt niet van invloed op de hoogte van het zakgeld. Wel denkt een kwart van de ouders met een inkomen beneden modaal minder zakgeld te geven dan gemiddeld. Het onderzoek van het Nibud wijst echter uit dat deze gedachte ongegrond is. Het Nibud benadrukt in het onderzoek dat je niet te weinig zakgeld kunt geven. Belangrijker is dat het zakgeld op een vast moment wordt gegeven en dat er afspraken zijn gemaakt over wat het kind wel en niet mag doen met het geld. Zo leert een kind keuzes maken met een vast budget. Nu krijgt driekwart van de kinderen op een vast moment zakgeld. Eén op drie kinderen is volledig vrij in het besteden van het geld. Dit laatste vindt het Nibud een gemiste kans. Kinderen moeten juist leren dat een bepaald gedeelte van het geld is bedoeld voor bijvoorbeeld cadeautjes of om mee te sparen, daardoor leren kinderen planmatig met geld om te gaan.

hoogte zakgeld

Bijna tweederde (64%) van de tienplussers heeft een mobiele telefoon. Meestal betalen de ouders alle kosten, tenzij er een overschrijding van het afgesproken bedrag plaats vindt. De meeste 10- en 11- jarigen zijn zo’n vijf euro per maand kwijt aan telefoonkosten. Driekwart van de ouders hebben met hun kind afgesproken wat het wel en niet met de telefoon mag doen. Een minderheid (45%) heeft afspraken gemaakt over wie de telefoon betaalt als deze kapot gaat of kwijtraakt. Het Nibud raadt ouders aan ook daar afspraken over te maken, omdat kinderen op die manier leren dat je geld moet reserveren voor het vervangen van spullen als ze kapot gaan of aan vervanging toe zijn.

Ouders spelen door hun eigen (financiële) opvoeding, houding en gedrag een belangrijke rol bij het geldgedrag van hun kinderen. Uit het Nibud-kinderonderzoek blijkt dat ouders die meer op de korte termijn zijn gericht, minder vaak zakgeld geven en dat hun kinderen minder vaak sparen dan kinderen van ouders die meer op de lange termijn zijn gericht. (64% versus 71% ). Het Nibud vindt het positief om te zien dat de meeste ouders altijd aanwezig zijn als hun kind een aankoop doet en het begeleiden bij het pinnen. De meeste ouders geven hun kind stapsgewijs meer vrijheid bij het omgaan met geld.

De populairste uitgavenpost van kinderen is kleine ‘speeltjes’ (accessoires/gadgets), dit geldt voor alle leeftijden. De helft van de kinderen wil graag spullen hebben die zij op de televisie zien.

uitgaven

invloed reclame

Uit het Nibud-kinderonderzoek blijkt ook dat 47% van basisschoolleerlingen een eigen bankrekening heeft. Hoe ouder hoe vaker ze dat hebben. Van de kinderen van 10 jaar en ouder heeft 63% een eigen bankrekening, een kwart heeft een pinpas en 15% pint weleens. Het Nibud stelt dat kinderen vanaf hun twaalfde in staat moeten zijn te leren pinnen. Wel vindt het Nibud belangrijk dat kinderen al eerder leren omgaan met digitaal geld en zou het Nibud graag zien dat meer kinderen van tien jaar en ouder een eigen bankrekening hebben. Bovendien zou het leerzaam zijn als kinderen ook zelf hun bankrekening en afschrijvingen  (leren) bekijken, nu doet 60% van de kinderen met een bankrekening dat niet.

*Het Nibud-kinderonderzoek 2013 is representatief voor alle kinderen op de basisschool. Voor dit onderzoek zijn 1.622 ouders van kinderen tussen 5 en 12 jaar die op de basisschool zitten ondervraagd. De ouders zijn geworven via het Opinieland panel van Survey Sampling International (SSI). De veldwerkperiode liep van 31 mei tot en met 10 juni 2013. Het onderzoek tot stand gekomen met hulp van de ING.

Belastingdienst wil jongeren aan geld helpen via online video’s van ‘bijbaantjes from hell’

De Belastingdienst is weer gestart met de jaarlijkse campagne om jongeren te stimuleren hun belastingaangifte te doen. Ze laten immers geld liggen door dit niet te doen; waarschijnlijk krijgen ze geld terug na hun bijbaantjes. In twee wat lange maar vermakelijke YouTube-video's zien we jongeren die danig op de proef worden gesteld tijdens hun sollicitatie. Naar verluidt echte gesprekken, opgenomen met verborgen camera's (passend in deze tijd van pranks), om de boodschap over te brengen dat er makkelijkere manieren zijn om geld te verdienen.

"Jongeren zijn lastig te bereiken voor de Belastingdienst, omdat ze er verre van willen blijven. Daarom deze opvallende aanpak."

[Creatie door JWT Amsterdam]

Rabobank wil kinderen spelenderwijs leren sparen met KidsGeldWijs-app

Rabobank introduceert KidsGeldWijs, een gratis iPad-app voor kinderen in de vorm van een eigen kluis. Kinderen tussen de 6 en 10 jaar kunnen hiermee spelenderwijs leren omgaan met geld. Ze kunnen zelf een spaardoel kiezen en in de app bijhouden hoeveel ze daarvoor nog moeten verdienen. Door geld te sparen, uit te geven en de gevolgen daarvan te zien, worden kinderen op een speelse manier bewust van de waarde van geld, is de gedachte. Met de lancering van deze app zegt Rabobank verder bouwen aan haar missie om kinderen zo jong mogelijk om te leren gaan met geld.

KidsGeldWijs biedt kinderen inzicht in hoeveel zij moeten verdienen om hun zelfgekozen spaardoel te behalen. De app is ontwikkeld om hen de waarde van geld te laten ontdekken en hen bekend te maken met financiële planning.

Kinderen kiezen een eigen spaardoel, bijvoorbeeld een nieuwe fiets, en vullen in hoeveel hun dat zal kosten. Door alle inkomsten, zoals zakgeld, geld voor klusjes of geld gekregen voor hun verjaardag of rapport bij te houden in de app, kunnen kinderen zien hoe dicht ze bij hun doel zijn.

Voor ouders kan de app bovendien een middel zijn om met hun kinderen in gesprek te gaan over geld. Zij hebben inzage in de inkomsten en uitgaven van hun kind, kunnen klusjes aandragen en virtueel geld storten.

“We willen kinderen inzicht geven in hun inkomsten en uitgaven. Als je op jonge leeftijd al weet dat het leuk en nuttig is om je eigen geld te beheren, dan draagt dit bij aan je financiële zelfredzaamheid op latere leeftijd.” [Ellis Ramakers, Rabobank]

Andere initiatieven die de Rabobank introduceerde voor kinderen zijn het platform baasovereigengeld.nl en een lesprogramma voor basisscholen ontwikkeld in samenwerking met KlasseTV. 

ING introduceert ‘Fame Game’ op iPad om jongeren over geld te leren

ING introduceert deze week de ‘Fame Game’, een gratis mobiele game voor de iPad waarin 10-15-jarigen kunnen uitgroeien tot een muzikale beroemdheid. Door het maken van de juiste (financiële) keuzes kunnen ze virtueel geld verdienen en tegelijkertijd bouwen aan hun supersterimago. Het is de eerste game in Nederland met de speciale ‘iPawn®’-technologie: de combinatie van een game op de iPad met speciale fysieke appCards®. De ‘Fame Game’ is ontwikkeld in samenwerking met onder andere spellenfabrikant Koninklijke Jumbo en Universal Music.

“ING vindt het belangrijk om jongeren te helpen met het leren omgaan met geld en daar ook over in gesprek gaan met hun ouders. Wij zijn ervan overtuigd dat ‘jong geleerd, oud gedaan’ zeker ook opgaat als het gaat om verstandig met geld omgaan. Daarom sluiten we met onze iPad-game aan bij de belevingswereld van jongeren met games en muziek. In de game leren jongeren op een interactieve manier dat financiële keuzes maken hoort bij het omgaan met geld.” [Vincent van den Boogert, ING]

Het spel bouwt voort op het succes van de ‘iPawn’-spellen van Jumbo. Door het plaatsen van de speciale interactieve appCards op de iPad is de categorie ‘Specials’ te unlocken. Hiermee kunnen jongeren nog meer fame verwerven en hun profiel unieker maken. Ze kunnen hun profiel op hun ING Betaalpas zetten en er een poster van laten maken. De kaarten zijn onder andere verkrijgbaar op de kantoren van ING.

In de ‘Fame Game’ komen jongeren op hun route naar succes voor financiële dilemma’s te staan en moeten ze keuzes maken, bijvoorbeeld tussen sparen of uitgeven, extra geld bijverdienen of lenen. Spelers kunnen luisteren naar hun favoriete muziek, een eigen ‘sterprofiel’ maken en prijzen winnen. Jongeren die de game spelen en zich opgeven op ing.nl/superster maken kans om de ‘Fame Game’ een dag in het echt te beleven. Hiphop-artiest Kraantje Pappie zal de jongeren een dag meenemen en hen vertellen hoe het is om een ster te zijn en vooral wat je daarvoor moet doen (en laten).

.

ING bood ouders en jongeren al op een interactieve manier de helpende hand met de Jeugd- en Geldwijzer en met de online seminars Kind & Geld. De 'Fame Game' is een nieuw instrument dat past bij de doelstelling van ING om jongeren kennis te laten maken met geld. Het spel voldoet aan de leerdoelen en competenties voor jongeren die het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) heeft opgesteld over verantwoord omgaan met geld. De game is door iedereen – ook voor niet-klanten van ING – gratis te downloaden via Apple's App Store.