Verschil tussen jongeren van 10 jaar geleden en nu?

Bij TrendsActive doen we onderzoek naar sociaal-culture trends. Daarbij onderzoeken we generaties. De ‘jongeren’-generatie is voor ons de Millennial-generatie, geboren tussen 1980 en 1995. De tiener-generatie is nog vol aan het ontwikkelen, opgroeien en veranderen. Daarin zien we een aantal belangrijke verschillen tussen Millennials als tieners van toen en de Digital Teens als de tieners van nu.

De jongste generatie is geboren met technologie. Millennials zijn ermee opgegroeid. Het verschil tussen digital natives (de tieners) en digital immigrants (de millennials) is dat eerstgenoemden intuïtief technologie intergreren in hun leven. Ze zien geen verschil tussen online en offline.

Onderzoek laat zien dat de grootste verschillen tussen Millennials en Digital Natives te vinden zijn in hun opvoeding. Oudere jongeren zijn opgevoed door Babyboomers, met het idee dat ze hun hart mogen volgen bij het maken van keuzes. Jongere jongeren wordt juist geadviseerd bewustere keuzes te maken. We zien een verschuiving van “kies vooral een opleiding die je leuk vindt” naar “wees bewust van de kans op een baan”.

In hoeverre heeft internet de marketing omtrent jongeren veranderd?

De kids en tieners van nu zijn geboren in tijden van digitalisering. Jongeren zijn verslaafd geraakt aan interactiviteit. Ze gebruiken hun smartphone om te connecten met hun omgeving. Dat doen ze op de bank, tijdens een toiletbezoek en zelfs tijdens de sex.

Hun interactieve gedrag heeft hun verwachtingen van merken veranderd. Van customer service afdelingen wordt steeds meer geeist dat ze 24/7 aan staan en real-time reageren op vragen.

Trendsactive

Zeker wanneer deze vragen via kanalen als Facebook en Twitter worden gesteld. KLM speelt hier mooi op in door op hun Facebook-pagina aan te geven hoe lang het duurt voordat ze een vraag beantwoorden. Ook hebben jongeren andere verwachtingen van openingstijden. Waarom kan ik niet ‘s avonds naar de dokter of de GGD? En hoezo een telefonisch spreekuur? Wat is er mis met Skype, WhatsApp of Facebook? Aangezien jongeren zelf meerdere kanalen en devices gebruiken om te interacteren met hun sociale en professionele netwerken, verwachten ze dat merken ook een interactieve en omni-channel ervaring bieden.

Kids en jongeren van nu komen uit kleine gezinnen. Daardoor krijgen ze veel aandacht tijdens hun opvoeding. Ze staan centraal. Aan aandacht en spullen geen gebrek. Doordat ze het middelpunt van de aandacht zijn, zien ze dat ook graag terug in marketing. Zo heeft Universiteit Utrecht ons gevraagd om een visuele identiteit voor hun master campagne te ontwikkelen. De behoefte centraal te staan, hebben we visueel doorvertaald door echte studenten in het middelpunt te zijn. Zij zijn immers waar het om draait. (Zie hier een aantal voorbeelden)

Bovendien hanteren ouders van nu een onderhandelingshuishouden. Over het eten van vanavond, de vakantie deze zomer en zelfs over de keuze voor een nieuwe auto mag meebeslist worden. Als consument, én als werknemer, verwachten jongeren daarom ook dat ze mogen meedenken over de nieuwste producten en diensten van hun favoriete merken, het beleid van hun werkgever of flexibele werktijden. Een voorbeeld uit de praktijk is de app van Giel die luisteraars centraal stelt, door ze sidekick te maken van de Ochtendshow

Een van de belangrijkste ontwikkelingen is natuurlijk de verschuiving naar visuele communicatie. De continue stroom aan beelden en beeldschermen hebben de wereld en de manier waarop organisaties en mensen communiceren volledig veranderd. We bevinden ons aan de vooravond van een nieuwe visuele cultuur. Dat zien we in communicatie onderling (denk aan SnapChat), het nieuws maar ook in formele communicatie, denk bijvoorbeeld aan infographics in jaarverslagen. Zeker jongeren verkiezen steeds vaker beeld boven tekst, YouTube boven Google, intelligente boven platte communicatie. Slimme en sterk visuele communicatie is aantrekkelijk. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met wie je communiceert. Zijn dat jongeren? Gebruik dan ook hun taal. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de emoticons van Mentos. In de toekomst gaan we steeds vaker iconen en beeldtaal van jongeren tegenkomen in marketing.

Auteur: Aljan de Boer, Merkstrateeg TrendsActive en tevens spreker van het Trends in Kids, Jongeren en Familie Congres


 

Trends in Kids-, Jongeren- & Familiemarketing

Kids en jongerenAljan de Boer is een van de sprekers van het congres Trends in Kids-, Jongeren- & Familiemarketing. Tijdens dit jaarlijkse congres krijg je inzicht in de belevingswereld van kids & jongeren, mede in relatie tot hun ouders, en hoe je de connectie creëert met deze doelgroep. Benieuwd naar het programma, de praktijkcases, rondetafelsessies en bootcamps? Kijk dan snel op www.kidsenjongeren.nl/congres.

 

Iris Heijmans (War Child): ”Kinderen zijn makkelijker direct te bereiken”

Voorafgaand aan het Trends in Kids- & Jongeren en Familiemarketing event interviewden wij Iris Heijmans, Teamleider kids & scholen bij War Child. We vroegen haar onder meer naar de belangrijkste verschillen tussen de kids van nu en 10 jaar geleden. Daarnaast geeft ze antwoord op het gebruik van social media bij kids en is ze open over het succes van War Child.

Kids van 10 jaar geleden en nu: wat zijn de 3 opmerkelijkste verschillen?

1. informatiebron

De bron waar kinderen en jongeren hun informatie vandaan halen is grotendeels veranderd. Tweens zitten bijvoorbeeld vastgekleefd aan hun mobiel. En ze zijn bijvoorbeeld goed te bereiken via Instagram. Was het voorheen alleen maar de tv, e-mail en/of de krant, nu laten kinderen zich vooral informeren via Instagram, Whatsapp, Youtube en dus internet (websites van tv programma’s zijn ook populair). Ze kijken nog wel tv. Wij horen ook van kinderen dat ze door iets op tv (offline tv of online tv) op het idee zijn gekomen om in actie te komen. Denk aan een item op het Jeugdjournaal over Syrische vluchtelingen of omdat ze een van onze ambassadeurs op Zapplive of in de Kids top 20 hebben gezien.

2. Acties voor het goede doel (samen of alleen) en de waardering van hun omgeving

Een paar jaar geleden deed je nog vaak in schoolverband iets voor het goede doel. Steeds vaker zien we dat ook kinderen alleen of samen met vrienden iets voor het goede doel gaan doen. Bijvoorbeeld een actie voor het goede doel initiëren en de klas enthousiasmeren en waar de hele klas vervolgens aan mee doet of spullen verkopen op Koningsdag. Vooral jongeren vinden het fijn dat dit ook door hun omgeving wordt gezien. “kijk eens wat ik doe voor de wereld of voor anderen?” Ze krijgen hier waardering of aanzien voor terug, een zgn. emotionele benefit.

3. Communicatiekanaal

Geen kletsen meer via MSN, maar via Whatsapp. Geen Hyves, maar Facebook.

Hoe gebruiken kids social media?

  • Tweens maken veel gebruik van Whatsapp, Facebook en Vloggen wordt steeds populairder.
  • Youtube wordt veel gebruikt om acties voor War Child te promoten. Ook door leerlingen uit de bovenbouw van het basisonderwijs. Bijvoorbeeld: Lipdub War Child BS Jeroen – YouTube

In hoeverre heeft internet de marketing omtrent kids veranderd?

Sinds internet is de kans groter dat je rechtstreeks met de doelgroep communiceert i.p.v. via de secundaire doelgroep (ouders of docenten), een kinderkrant of tv. Kinderen zijn makkelijker direct te bereiken.

Wat is het succes van War Child?

Een van onze successen is de schoolmusical. We hebben twee schoolmusicals. Die kunnen achtste groepers opvoeren als eindejaar musical. Het is een mooie manier om kinderen bewust te maken van het thema kinderen in oorlogslanden. De schoolmusicals zijn de afgelopen jaren meer dan 2500 keer opgevoerd in Nederland, maar ook buiten Nederland. Dit jaar bereikten we met de schoolmusical direct 1200 leerlingen en indirect nog veel meer (alle andere klassen, broertjes en zusjes en via media). Dit jaar genereerde de schoolmusical 20.000 EUR voor onze programma’s in oorlogslanden en waren wij met items op het Jeugdjournaal, RTL Boulevard en in diverse andere media.

Op welke manier heeft War Child ingespeeld op het medium ‘online’?

Kinderen, klassen en scholen kunnen bij ons hun eigen online fondsenwervende actiepagina aanmaken. Dit is een makkelijke en veilige manier van actievoeren en geldinzamelen. Ouders, vrienden en bekenden kunnen hun donatie direct overmaken op de persoonlijke actiepagina van het kind of de school.

‘Verantwoorde’ kinderreclame, wat houdt dat in en waar moet je dan aan denken?

Veiligheid staat in alles wat wij doen voorop. Wij vragen kinderen in onze campagnes nooit om geld te geven of om geld in te zamelen, maar we vragen ze om “mee te doen” of om in actie te komen.


Trends in Kids-, Jongeren- & Familiemarketing

Kids en jongerenIris Heijmans is een van de sprekers van het congres Trends in Kids-, Jongeren- & Familiemarketing.Tijdens dit jaarlijkse congres krijg je inzicht in de belevingswereld van kids & jongeren, mede in relatie tot hun ouders, en hoe je de connectie creëert met deze doelgroep. Benieuwd naar het programma, de praktijkcases, rondetafelsessies en bootcamps? Kijk dan snel op www.kidsenjongeren.nl/congres.

 

Coca-Cola • Happiness

Tijdens het congres Trends in Kids-, Jongeren- & Familiemarketing op 29 september gaat Kevin Thompson (Joint MD bij Tapestry) in op de Coca-Cola case: Why Generation Z is Choosing Happiness.

Daarbij staan de volgende 3 elementen centraal:

  • What happiness means to young people today
  • How this differs from previous generations
  • How society inhibits and supports teens’ happiness

Kevin geeft alvast een kleine tip van de sluier.

Synopsis

Coca-Cola stands for happiness and optimism. It decided to commission an in-depth study on teen happiness as it felt there nothing comparable that focused on how young people choose

happiness rather than chase it.

The study explores what happiness actually means to young people today and how this differs from preceding generations. Along the way we learnt how teens can teach us about their happiness and how society helps or hinders their efforts to attain it.

To tackle this subject requires a comprehensive approach. Tapestry undertook a quantitative study with teenagers aged 15-19 in eight European markets. This examined happiness from a number of angles and led to a number of important findings and themes. These were presented, debated and refined in an expert salon put together by Flamingo’s Cultural Intelligence team in London, and further tested through one-to-one interviews with neuroscientists and prominent teen commentators and bloggers.

Kevin Thompson, Joint MD Tapestrykevin_thompson

Kevin’s one of the founding members of Tapestry, leading consumer journey and in-depth studies from the London office. Prior to Tapestry, Kevin was part of the Strategic Consulting team at Ipsos OTX, based in Austin, Texas. There he led numerous Consumer Decision Journey studies for clients including Microsoft, Unilever, Google and Wells Fargo, working with a multi-disciplinary team of brand, media and design consultants. Before this he was SVP of Digital, Social and Mobile at Ipsos MediaCT based in New York, and, earlier, a Director of OTX UK. He’s spoken at numerous conferences and written papers on emerging digital media trends, take-up of technology and

the relationships people have with media devices.

Tapestry

We’re a new type of research agency formed with the point of view that the world is awash with information. Understanding how everything connects and what it Tapestry all means is the new challenge for market research.

This is what we do at Tapestry. At our core we’re market researchers, which means we get consumers, wherever they are and whatever they do. But we go further. We connect information in any format – qual, quant, sales, media & social data – to help you answer the toughest questions.

What really makes us different is our breadth of perspective and our understanding of consumers. This drives our thought-provoking study design. It’s also what makes our output stand out; a report distilling complex data into an interesting story, an infographic or even software that’s integrated into your planning process – whatever you need to connect to the meaning behind the information.

Find out more at www.tapestryresearch.com


Trends in Kids-, Jongeren- & Familiemarketing

Kids en jongerenKevin Thompson is een van de sprekers van het congres Trends in Kids-, Jongeren- & Familiemarketing. Tijdens dit jaarlijkse congres krijg je inzicht in de belevingswereld van kids & jongeren, mede in relatie tot hun ouders, en hoe je de connectie creëert met deze doelgroep. Benieuwd naar het programma, de praktijkcases, rondetafelsessies en bootcamps? Kijk dan snel op www.kidsenjongeren.nl/congres.

 

Herbezinning

Voor het eerst in de geschiedenis is er iets in de relatie tussen ouders en hun kinderen gebeurd, wat nog nooit eerder is voorgekomen maar wat wel een grote invloed heeft op hun onderlinge band. Een korte terugblik. Tot ongeveer vijftien jaar geleden kenden de volwassenen de wereld zoals die was, zij waren zogezegd in de wereld de ‘natives’. Kort gezegd; zij kenden het gebied en hun rol was het dan ook om hun kinderen in die wereld te introduceren. En de kinderen waren daarmee dus zogezegd de ‘immigrants’. Ze kenden de weg in de wereld nog niet en waren voor hun informatie dus afhankelijk van de kennis van de volwassen omgeving. En daarmee was de hiërarchie tussen de volwassenen en de kinderen eeuwenlang heel duidelijk.

De komst van het internet heeft nu echter voor een enorme omslag gezorgd. Want wat gebeurde er in de relatie tussen ouders en hun kinderen? Voor het eerst in de geschiedenis leerden kinderen een belangrijk gedeelte van het leven beter kennen dan de volwassenen in hun omgeving, namelijk de digitale wereld en alles wat daarbij komt kijken… En dat maakt van de kinderen dus ineens ‘digital natives’ en van de volwassenen werden ‘digital immigrants’. De rollen werden door de komst van het internet dus opeens omgedraaid! De kinderen werden de experts, de ouders moest ineens alles worden uitgelegd.

De gevolgen blijven niet tot de digitale wereld beperkt. Want was je vader vroeger nog de grote man die alles begreep en alles kon, nu streef je hem op achtjarige leeftijd in je kennis al voorbij. Je ziet hem prutsen en zwoegen op dingen die voor jou gesneden koek zijn. De hiërarchie in het huisgezin is daarmee dus plotseling niet zo logisch meer. Je ouders zijn niet meer de allesweters en alleskunners en het kan niet anders, of dat betekent ook iets voor de manier waarop je als kind op andere gebieden naar je ouders leert kijken. Je ziet je ouders op veel jongere leeftijd falen.

Het gevolg? De relatie tussen ouders en kinderen is daarmee nog platter geworden. We waren op dat gebied al voorlopers in de wereld, want bijna nergens is de afstand tussen ouders en kinderen zo klein als in Nederland. In Duitsland zeggen kinderen echt geen ‘du’ tegen hun ouders en ook als je in België als kind je ouders gaat tutoyeren zit je ook snel alleen op je kamer met een kopje soep. Dat al te amicale wordt niet gewaardeerd.

Maar nu wij – in een land dat in de top meedraait waar het internetdichtheid betreft – ons ook nog eens moeten verhouden tot een maatschappij vol ‘wetende’ kinderen en ‘domme’ volwassenen, wordt die hiërarchie dus nóg kleiner dan die al was. We zijn als volwassenen zo langzamerhand bijna gelijkgeschakeld aan onze kinderen en we weten zo langzamerhand bijna niet meer hoe we daar mee om moeten gaan. Want in een platte hiërarchie viert het onderhandelen hoogtij, want we zijn toch immers gelijk? Dus hoe moet dat dan, als je vijftienjarige dochter tot vijf uur ’s nachts uit wil? Vanaf de zeventiger jaren – de tijd van de antiautoritaire opvoeding – wílden ouders geen gebruik meer maken van hun macht, maar nu kúnnen ze geen gebruik meer maken van hun macht. En daar staan we nu met onze lege handen.

Door: Steven Pont, oud-onderwijzer en ontwikkelingspsycholoog. Hij is o.a. bekend van tv & radio, columnist en schrijver van verschillende boeken op het gebied van kinder- & jeugdtherapie.


Trends in Kids-, Jongeren- & Familiemarketing

Kids en jongerenSteven Pont is dagvoorzitter van het congres Trends in Kids-, Jongeren- & Familiemarketing. Tijdens dit jaarlijkse congres krijg je inzicht in de belevingswereld van kids & jongeren, mede in relatie tot hun ouders, en hoe je de connectie creëert met deze doelgroep. Benieuwd naar het programma, de praktijkcases, rondetafelsessies en bootcamps? Kijk dan snel op www.kidsenjongeren.nl/congres.

Congresverslag (2): ‘Trends in Kids- en Jongerenmarketing’ — jongerendag #KJ14

Na een succesvolle ‘Kidsdag’ gisteren, staan vandaag jongeren centraal op de 23ste editie van het congres Trends in Kids- en Jongerenmarketing, in DeFabrique in Utrecht. Prima sprekers, inhoudelijk inspirerend, veel leuke mensen, goede koffie (met dank aan Young Advertising), en dus… te weinig tijd. Belangrijkste bevindingen van de dag: dé jongere bestaat niet, meten is weten, goed doen loont, de inhoud en de manier waarop het gebracht wordt (authenticiteit!) zijn belangrijker dan het kanaal, laat de doelgroep bijdragen (of vertel wat ze kúnnen doen).

Hieronder een korte samenvatting van de meeste sessies.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 09.45u >

“Wat ik ooit geleerd heb: je kunt niet zomaar iemand in een restaurant om een date vragen, tenzij het date-avond is… of je Iggy bent.” [Pim de Witte]

De jongste sprekers van de dag, PIM DE WITTE en IGGY HARMSEN (Soulsplit), beide 19 jaar, trappen de ‘Jongerendag’ af. Pim had wat tijd over en ontwikkelde in zijn slaapkamer de ‘massive online game’ Soulsplit (deze trailer geeft een beeld), die een flink succes werd. De learnings die de gameliefhebbers opdeden: ‘social is key’, werk mét jongeren (aanpassingsvermogen, creativiteit, begrip in communiceren met spelers) en ‘data driven decision-making’ geeft rust bij het ondernemen (uit de data wordt duidelijk hoe ze ervoor staan, bijvoorbeeld hoe de betaalmethode van invloed is op de gebruikerservaring). Inmiddels zijn een miljoen unieke accounts geregistreerd.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=Qw91Lr6vhd0]

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 10.15u >

“Bezig zijn met gezonde voeding werkt statusverhogend voor jongeren.” [Rutger van den Berg]

RUTGER VAN DEN BERG (YoungWorks) onderzoekt jeugdcultuur en duidt de jongerentrends. Best lastig, want dé jongere bestaat niet. Maar over het algemeen zijn jongeren van nu heel positief, opgegroeid in een periode dat alles mogelijk was. Ze ontwikkelen een soort van doe-het-zelf-mentaliteit. Ambitie: van afhankelijkheid naar zelfredzaamheid. Veel jongeren willen een eigen bedrijf beginnen en ambachten krijgen weer respect (bedrijven als Schorem en Brandt & Levie worden tof gevonden). Gelukkig worden is het hoogste doel voor jongeren, een zware missie — van zelfmaakbaarheid naar zingeving. Bezinning is momenteel een kernwaarde; zelfbewustzijn is de weg naar geluk (ook jongens worden meegenomen naar yoga, maar dan heet het ‘broga’). Statussymbolen veranderen voor jongeren; geld en macht drijven wat meer naar de achtergrond, en eigenzinningheid en autonomie worden belangrijker (dagvoorzitter LUDO KEIZER is daar een goed voorbeeld van ;-)). Gezonde voeding is een statusmiddel; de Instagram-accounts van jongeren staan vol met ‘healfy’s’. Aan de ene kant wordt diepgang gezocht, aan de andere kant scoren ‘oppervlakkige’ dating-apps als Tinder en Carrot, al is het maar om even te weten ‘wat je waard bent op de markt’.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=n_1KHhIItxE]

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 10.40u >

“Breng mini-segmenten aan.” [Sylvie Verbiest]

EDWIN RIETBERG (Aegis) heeft data over jongeren gebundeld — in een mediaplanning-tool met de naam CCS en in een boekje met de naam Focus on Teens — om betere plannen te kunnen maken. Merken zijn belangrijk voor jongeren, om te laten zien waar ze bijhoren (en waar ze niet bijhoren). Ook hier geldt: jong geleerd, is oud gedaan. Een dag niet ‘geliked’, is een dag niet geleefd. De digitale wereld is belangrijk, maar andere media zijn nog steeds aanwezig; ook in 2014 wordt veel naar de radio geluisterd en naar de televisie gekeken. Populaire programma’s dienen als ‘social currency’; het Eurovisie Songfestival was het populairste programma onder jongeren — levert gespreksstof op.

SYLVIE VERBIEST en CATELIJNE RUTTEN (SMALL) schetsen hun werkwijze (“het is niet zo dat je weet wat er leeft, omdat je zelf ook jong bent geweest”). Differentiatie is belangrijk, bijvoorbeeld naar schoolfase. Ze kijken binnen hun onderzoeken naar het systeem, dus niet alleen naar kinderen en jongeren zelf maar ook naar hun omgeving, van ouders tot sporttrainers. Voor het genoemde boekje zijn tieners ondervraagd. Wat onder andere blijkt is dat ‘multiscreen’ voor jongeren geen begrip is, maar de gewoonste zaak van de wereld. Ze zijn ze zich er ook niet van bewust dat ze de hele dag online zijn…

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 11.10u >

“Het klinkt makkelijker dan dat het is.” [Ilco van der Linde]

ILCO VAN DER LINDE (MasterPeace) gaat uit van een mooi motto: ‘It’s all about creating heart connections’. Op zijn 13de begon hij met zijn eerste actie, omdat hij het belachelijk vond dat Nelson Mandela vast zat. Hij leerde dat je in communicatie dicht moet blijven bij wat je voelt (“houdt het echt, authentiek”), anders gaat de deur voor je neus dicht. Daarna richtte hij Bevrijdingspop op (“gewoon een kwestie van vragen en doen”); met een startkapitaal van een honderdje is het een van de grootste jongerenevenementen voor jongeren geworden in Europa. Helikoptervluchten en songs die specifiek voor het onderwerp werden geschreven bleken ook tot de mogelijkheden te behoren. Ook startte Ilco met Dance4Life, wat uitgroeide tot een internationale beweging waarbij de populairste dj’s en veel agents of change betrokken zijn. De essentie is simpel; jongeren zijn blij dat ze íets kunnen doen.

“Elk land heeft een Bono.” [Ilco van der Linde]

Momenteel richt Ilco zich op MasterPeace, waarmee hij samen met een beoogd aantal van 400.000 ‘peace builders’ (“de nieuwe Mandela’s”) wereldwijd vrede wil bewerkstelligen: ‘music above fighting, dialogue above judgment, bread above bombs, creation above destruction’. Zo’n movement was er nog niet. Iedereen wordt uitgenodigd om mee te bouwen. Primeurtje: de campagne die binnenkort gestart wordt voor dat doel, heeft als boodschap: ‘Be a Nelson.’

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=OE4Zv9FdbTA]

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 12.15u >

“Als het niet op Twitter of Facebook staat, bestaat het niet.” [Linda Hartman]

LINDA HARTMAN (ING) laat enkele resultaten zien uit social media-onderzoek van Newcom. Naarmate de leeftijd stijgt, gebruiken jongeren steeds meer Facebook en LinkedIn en steeds minder Twitter. Het is verleidelijk om te focussen op die kanalen, maar de onderliggende strategie is veel belangrijker, waarbij het moet gaan om de lange termijn en relevante content. Leitmotiv in de aanpak voor jongeren en studenten, is om hen te helpen meer uit hun krappe budget te halen. Daarbij laat de dienstverlener jongeren zelf aan het woord. Zo gaan de reporters Sjors en Etienne koken voor 3 euro (‘Prakkie voor een Prikkie’, zie onderstaande video). Een ander voorbeeld: bijna driekwart (73%) vraagt geen belastinggeld terug en laat zo 250 euro liggen, wat een mooi haakje was voor een relevante actie over een saai onderwerp.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=nXX0XGyJQq4]

Linda kan kort nog twee andere cases benoemen. Met drie ondernemende studenten werd ING Jumstart opgestart. Wie een gouden business-idee had, kon dat via Facebook aandragen, wat meer dan 100 plannen opleverde (de winnaars kregen vervolgens advies van ING-experts). Via sociale media werd 91% van de doelgroep studenten bereikt, filmpjes werden meer dan 200.000 keer bekeken en de instroom van nieuwe studenten was 23% hoger dan het jaar ervoor. De Fame Game was een campagne om tieners te helpen om slimmer met geld om te gaan — een Twittercampagne die met hulp van boyband Mainstreet viraal ging. De Fame Game krijgt in september een vervolg, in cocreatie met jongeren.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 12.35u >

“De smartphone is enorm vervuild, het vaatdoekje en de wc-bril zijn er niets bij.” [Mayke Calis]

Journalist/tekstschrijver MAYKE CALIS schreef het boek Socialbesitas. Ze definieert het fenomeen als de druk om sociaal te zijn en het gevoel om online vrienden altijd overal te moeten volgen, meteen moeten reageren, mateloos en dwangmatig. Het is logisch dat we er verknocht aan zijn, want sociale media zijn overal en het vertier sluit aan bij menselijke behoeften (zelfwaardering). Ook speelt de druk van leeftijdsgenoten een rol. Wie lijdt aan socialbesitas, heeft last van meerdere kwalen: ‘FOMO’ (fear of missing out), het phantom vibration syndrome, ‘SOG’ (studieontwijkend gedrag), infobesitas, minder focus, body dismorphic disorder, je niet meer kunnen vervelen, vluchten voor problemen, digitale identiteitsschade, psychische klachten, achteruitgang van schoolprestaties, slecht slapen en verslaving. En: privacy voelt anders op straat dan op sociale media.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=JgScpIKj8Fg]

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 13.00u >

“Binnen vijf jaar komt minimaal 20% van de verkoop via online.” [Willem Wijnen]

In een soort van interactieve paneldiscussie geven twee experts hun visie op de grote jongerenmerken van de toekomst. WILLEM WIJNEN (The Sting) ziet zijn bedrijf niet erg als jongerenmerk, hoewel het wel veel jongeren aantrekt. De inrichting en de muziek bij de kledingretailer zorgen meer voor een clubsfeer dan voor een winkelsfeer, om een ervaring te creëren. Het meten van resultaten — alles wat klanten doen en zeggen — is fundamenteel. ILCO VAN DER LINDE (MasterPeace) adviseert om je merk echt ergens over te laten gaan, eventueel te verbinden aan een goed doel (dat wordt gewaardeerd door jongeren), en op te houden met zenden. Communicatie moet verleidingskunst zijn. En denk niet dat jongeren alles al weten.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 14.10u >

“Wat ik gehoord heb van meerdere jongeren: dieren zijn betrouwbaarder dan mensen.” [Angela Weghorst]

ANGELA WEGHORST (TwinQ) is bezig met een grootschalig en diepgaand onderzoek naar kinderen en jongeren anno nu. Ook zij weet: dé jongeren bestaat niet, er zijn enorm grote verschillen — leeftijd, geslacht, persoonlijkheid, tijdsgeest, familie en vrienden zijn allemaal van invloed, daar moet je rekening mee houden. Elke jongere heeft een rugzak met eigen specifieke gedragingen, dromen en problemen. Heel veel jongeren hebben het idee dat ze anders zijn, anders (lees: minder) dan anderen. Velen zijn hoogsensitief, maar daar is nog weinig aandacht voor. Ondernemende jongeren volgen hun hart, gaan gewoon aan de slag. Advies: geef jongeren een handelingsperspectief.

Voor deze generatie geldt:  ‘be yourself’ — het belang van echtheid is voor henzelf van belang maar ook voor bedrijven. Jongeren krijgen een overdosis aan prikkelingen, je moet ze echt in hun hart raken. Bijvoorbeeld door persoonlijk aanspreken met hun eigen naam of richten op een bepaalde levensfase (zie ook onderstaande video als voorbeeld).

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=NEcZmT0fiNM]

Ouders zijn helden (die kan je vertrouwen, daar kan je op terugvallen), die moet je als marketeer of onderzoeker niet belachelijk maken. Ouders van nu willen hun kinderen gelukkig zien, stimuleren hen — compleet anders dan vroeger (Hallmark maakte hier een mooi filmpje over). En natuurlijk zijn vrienden enorm belangrijk, maar zij zorgen ook voor druk om net iets stoerder te doen, bijvoorbeeld om te roken of alcohol te drinken. Binnen vriendschappen worden ervaringen gedeeld, daar kunnen adverteerders bij aanhaken. Zo maakt Walibi foto’s van coole momenten, die de jonge bezoekers vervolgens kunnen delen.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 15.30u >

“We noemen ze trendsetters, maar eigenlijk zijn het trendvolgers.” [Thea Hazel-Stals]

MARJON VAN DER VEEN en THEA HAZEL-STALS (Stichting Weet Wat Je Besteedt) beginnen met een filmpje om uit te leggen wat WWJB is. De organisatie ontwikkelt samen met jongeren nieuwe initiatieven om hiermee de financiële zelfredzaamheid van jongeren te vergroten. In samenwerking met YoungWorks en Motivaction is het Moneymindsets-model (pdf) ontwikkeld, waarin jongeren gesegmenteerd worden in ‘levensgenieters’, ‘trendsettters’, ‘regelaars’ en ‘toekomstplanners’. Uit MoneySkills-onderzoek bleek dat de twee eerstgenoemde groepen meer moeite hebben om hun zaakjes op orde hebben, vandaar dat zij de primaire doelgroep vormen.

Aan de hand van de case Financieel Studieplan wordt uitgelegd hoe co-creatie leidt tot succes en meer impact. Studenten, en niet alleen de ‘regelaars’ en ‘toekomstplanners’, zijn in alle fasen van het project betrokken, tegen een behoorlijke vergoeding (en pizza). Het idee werd geboren dat je iets moet hebben dat heel weinig tijd kost: een tool die studenten meer zicht geeft op hun inkomsten en uitgaven — ze zijn weliswaar wat lui, maar willen ook niet in de problemen komen. De bijbehorende website trok ruim 88.00 bezoekers, waarvan er bijna 19.000 een persoonlijk plan hebben gemaakt. Omdat cocreatie leidt tot veel ideeën, wordt in projecten altijd met jongeren samengewerkt.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 16.20u >

“Donderdag is dichterbij de toekomst dan woensdag.” [Herman Konings]

Veranderingspsycholoog/trendwaarnemer HERMAN KONINGS heeft geen zekerheid over de toekomst maar probeert deze naar aanleiding van gesprekken met wetenschappers en aan de hand van cijfers wel te vermoeden. Uit een demografische analyse blijkt bijvoorbeeld dat er minder 11-15-jarigen zijn dan 51-55-jarigen, dus valt er minder speelgoed te verkopen, om maar wat te noemen. Maar wel degelijk is deze groep interessant, want uit schuldgevoel voor te weinig aandacht of door de nieuwe vriend van pa/ma wordt er tóch veel speelgoed voor hen gekocht. Meer dan een miljoen babyboomers gaan binnenkort met pensioen om hun behoorlijke vermogen te spenderen, ze zijn de eerste symbolische consumptiegeneratie, die extra voor merken betaalt (niet voor niets heeft BMW speciaal voor hen een auto ontwikkeld, de Active Tourer).

De generatie ‘digitale inboorlingen’ (ook wel: generatie ADHD, naar Any Device Head Down) groeit anders op dan de millennials. Generatie Y houdt van verrassingen (thaasofobie: de angst voor de verveling, voor de voorspelbaarheid). Dat verklaart het succes van collaboratieve bootcamp-evenementen als Tough Mudder. Er is geen generatiekloof meer tussen babyboomers en hun kinderen.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=gVY220ECU2A]

Het is niet waar dat jongeren alleen maar met technologie bezig zijn. De laatste jaren zijn er veel nieuwe ambachtelijke koffiebars geopend, en een relatief jonge website rond naaien als BurdaStyle heeft 800.000 geregistreerde leden (gemiddelde leeftijd 29 jaar). Het moet authentiek zijn. En liefst ook met aandacht voor convergentie, zoals bijvoorbeeld bij de Shirt Bar. Het paradoxale is kenmerkend voor de voorkeuren van jongeren.

Zie ook mijn eerdere recensie van Hermans trendboek De tafel van 7, een aanrader.

< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < 17.00u <

PS  Het middagprogramma bestond uit parallelsessies, waardoor ik helaas niet alle sessies kon bijwonen. Laat het weten je aanwezig was en aanvullingen op bovenstaande hebt!

Zie ook het uitgebreide verslag van Pretwerk.

Congresverslag (1): ‘Trends in Kids- en Jongerenmarketing’ — kidsdag #KJ14

De 23ste(!) editie van het congres Trends in Kids- en Jongerenmarketing vindt plaats in DeFabrique in Utrecht. In een volle  zaal — ruim 100 aanwezigen — is er dit jaar met name veel aandacht voor een verantwoorde aanpak binnen marketing richting de jeugd, voor ‘gezinspraak’ en voor de rol van mobiele apparaten. Veelgehoord advies is om het simpel te houden. Dagvoorzitter LUDO ‘moderne troubadour’ KEIZER koos ‘content is king, marketing is queen’ als quote van de dag. Hieronder een samenvatting van de meeste sessies van de ‘Kidsdag’, morgen volgt de ‘Jongerendag’.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 09.45u >

“Kinderen plaatsen via Festisite graag hun naam op het Starbuck-logo, terwijl ze geen koffie drinken.” [Suzanne Dölle]

SUZANNE DÖLLE (YoungWorks) start de dag met een interactieve kidsquiz, voorzien van informatieve én leuke toelichtingen. Wat blijkt: Instagram is het favoriete sociale medium onder tweens (‘een soort Twitter met  plaatjes’),  mods & skins zijn features bij Minecraft (onzettend populair bij jongens én meisjes, toegejuicht door ouders), kinderen tot 11 jaar willen liever een tablet, 30% van alle thuiswonende kinderen maakt deel uit van een allochtoon gezin waarbij één van de ouders in  het buitenland is geboren, het Dumb Ways To Die-filmpje (zie hieronder) van Metro Trains Melbourne is een YouTube-kidshit, ouders besteden in de ochtend meer tijd aan hun mobiel en aan sociale media dan aan hun kinderen, modeontwerper scoort als beroep het hoogst onder tweens, loomen én longboarden gaan het worden deze zomer, en 74% van de kinderen denken dat Nederland het WK Voetbal wint.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=IJNR2EpS0jw]

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 10.10u >

“Ouders, grootouders en kinderen communiceren op gelijk niveau met elkaar.” [Krista Kleinveld]

KRISTA KLEINVELD (FamilyFactor) presenteert bevlogen over verantwoorde en succesvolle kindermarketing. De emancipatie van de kinderconsument begon met het boek Kids as Customers en daarna ontplofte de categorie, met als tegenbeweging de bescherming van de kinderconsument. Kindermarketing is negatief in het nieuws, terwijl we zouden moeten uitgaan van het positieve. Merken zouden zich moeten bevinden op het snijvlak van ouders, kinderen en maatschappij. Handvatten daarvoor zijn een gemeenschappelijke waardenwereld (denk aan de wijze waarop OERRR, Okki of Innocent fun toevoegen), leren van elkaar (kinderwaarden zijn aspiratief voor volwassenen, zoals bijvoorbeeld bij Olli, de Annie-commercial hieronder van Dell, of een kinderadviesraad van een kinderziekenhuis) en een concept voor meer omgevingen (zoals bij De lente loeit weer van Campina of kinderparticipatie bij de gemeentespeeltuin).

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=B7eH1daIm2c]

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 10.35u >

“Vodafone wil gezien worden als een betrouwbare provider voor families.” [Floor Klein]

FLOOR KLEIN (Vodafone) en HEIDE GORIS (Mediawijzer.net) leggen hun partnership uit. De relatie is voortgekomen uit het debat over de risico’s van digitale media en kinderen. Vodafone wil verantwoordelijkheid nemen voor deze kwetsbare doelgroep. Door daar aandacht aan te besteden kunnen ze hun reputatie verbeteren. Getracht wordt om ouders vroegtijdig te ondersteunen, onder andere via Safety Net. Bij Mediawijzer werd expertise gevonden; door deze samenwerking kon de boodschap van Vodafone versterkt worden. Het leidde onder andere tot het magazine WIJS over digitaal opvoeden. Beide sprekers zijn van mening dat dit de potentie heeft om groter te worden, en dus gaan ze samen verder.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 10.55u >

“Onze producten worden gekocht door ouders en niet door kinderen.” [Olivier Zwolsman]

In een wat rommelig onderdeel over de verantwoorde aanpak naar kinderen in de praktijk — wordt het een paneldiscussie of toch powerpointpresentaties? — gaven drie experts weer hoe zij een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen.

CORINE VAN IMPELEN (Wit Communicatie, voorheen Achmea) zegt dat het voor Achmea belangrijk is dat kinderen en jongeren sporten, vandaar de deelname aan EYOF 2013 (lees: de Jeugd Olympische Spelen) en de organisatie van de High Five Challenge. Samen met ANOUK LAST (BrandDeli) en mediapartner Nickelodeon werd een succesvolle campagne gevoerd om sporten bij kids op de kaart te zetten. Als marktleider en kids-expert die bovendien maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt (denk aan de jaarlijkse Buitenspeeldag) was Nickelodeon een logische keuze. Topsporters werden ingezet in de communicatie, en het evenement was zichtbaar in de stad (Utrecht) en er werden maar liefst 20.000 jongeren in beweging gebracht. De learnings: wees aanwezig (gebruik de juiste platformen en zorg dat er op het schoolplein over je wordt gesproken), zet je kidsbril op (verplaats je in de wereld van de doelgroep), wees relevant (speel in op de trends binnen de kidswereld), herhaal de boodschap (kids houden van herhaling en de boodschap blijft dan ook beter hangen), en: als het maar leuk is.

OLIVIER ZWOLSMAN (Ferrero) geeft aan met het merk Kinder verantwoorde consumptie te willen stimuleren (lees: ouders te helpen), aan de hand van verantwoorde communicatie (geen reclame in media richting publiek waarvan ten minste 25% van de kijkers jonger is dan 13 jaar en geen samples op scholen of schoolplein) en de portiegrootte (Kinder-producten behoren vanaf het begin tot de  kleinste in hun categorie). Daarnaast wordt een actieve levensstijl aangejaagd, als partner van JOGG.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 11.50u >

“Wat ze doen op die apparaten? Gamen, gamen en nog eens gamen.” [Irena Petric]

IRENA PETRIC (NOM) deelt een aantal resultaten uit de NOM Kids Monitor, een grootschalig representatief onderzoek naar het mediagedrag van kinderen in de leeftijd van 6 t/m 12 jaar. Van de Nederlandse kinderen gebruikt 93% een laptop, 73% een tablet, 72% een spelcomputer, 62% een draagbare spelcomputer en 57% een smartphone of mobiele telefoon. Meisjes zijn meer bezig met smartphones dan jongens, die zich meer richten op de spelcomputer. Gamen (95%), filmpjes kijken (93%) en muziek luisteren (76%) vormen de top 3 voor wat betreft apparaatgebruik. En er wordt ook nog steeds gelezen vanaf papier: 94% leest wel eens tijdschriften (Donald Duck is binnen deze doelgroep verreweg het grootst) en 38% dagbladen (afhankelijk van wat in het huishouden aanwezig is).  Samenvattend: kinderen zijn media-omnivoren, maar doen daarnaast nog altijd aan buitenspelen (99%), sporten (95%) en spelletjes (94%).

Zie voor meer informatie de eerdere uitgebreide blogpost over dit onderwerp.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 12.15u >

“Er zijn zo’n 100 mensen met een Google Glass in Nederland en onze app daarvoor is 50 keer gedownload, toch mooi een bereik van 50%.”  [Lara Ankersmit]

LARA ANKERSMIT (NOS) houdt zich als Hoofd Digitale Media bezig met bereik, innovatie en crossmedia. In sneltreinvaart gaat ze langs voorbeelden als de WK-app, de Koningshuis-website en HBBtv. De NOS ziet een enorme groei op mobiel (“dat is een gewoonte geworden”). Het Jeugdjournaal (doelgroep: 8 t/m 12 jaar) doet het goed qua bereik: 800.000 kijkers per maand, 13.000 gebruikers van de app en een veelbezochte website. Kinderen ontdekken spelenderwijs de wereld en hun positie daarin. Welke mediastrategie past bij het Jeugdjournaal? Gekozen is om het merk centraal te stellen en daaromheen producten te ontwikkelen.

Vandaag is een nieuwe Jeugdjournaal-app gelanceerd (voor Android), die volgend jaar 75.000 keer moet zijn gedownload. Basisfuncties zijn het laatste nieuws, uitzendingen en stellingen.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=k5-3tzeHF9M]

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 12.45u >

“Ieder meisje gaat ooit in haar leven door een prinsessenfase.” [Koen Vroman]

KOEN VROMAN (Studio 100) stelt de prinsessen voor uit de nieuwe serie Prinsessia. Heel belangrijk: het zijn echte actrices, de doelgroep kan ze dus ook in het echt tegenkomen voor een meet & greet. Van het thema prinsessen is men heel zeker dat het aanspreekt, en roze blijft een belangrijke rol spelen. In de eerste jaren van een nieuw concept probeert Studio 100 zich op een wat oudere doelgroep te richten (lees: niet uitsluiten), en later verjongt zich dat. De enige concurrentie van de prinsessen werd in eigen huis gevonden: K3. Qua positionering moest het nieuwe merk daarom anders zijn. ‘Content is king, marketing is queen’, dat is de leus bij Studio 100. Er wordt in eerste instantie een beperkt aantal producten om het merk heen gelanceerd.

Gemerkt wordt dat het medialandschap aan het veranderen is. Er zijn veel kinderzenders bijgekomen. Marketing bij een lancering van een nieuw product is belangrijker dan ooit. Televisie blijft het allerbelangrijkste (85% van de kinderen kijkt elke dag tv), maar ter aanvulling is digitaal (lees: YouTube) erbij gekomen. Vandaar dat voor de lancering van de nieuwe serie al een videoclip van de single online werd gezet.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=4QznqRlNLgA]

En ja, de vraag werd gesteld of jongens ook fan van Prinsessia mogen worden. Dat mag. ;-)

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 13.30u >

Tijdens de lunch organiseerde SMALL een ‘praatjesmakersessie. Waar het de rest van de dag óver kinderen ging, werd op dit moment mét hen gesproken. Altijd leuk, je had erbij moeten zijn.  ;-)

10313450_676496415755786_991779200467181127_n

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 14.00u >

“De kracht zit in de eenvoud.” [Bas Post]

BAS POST (Center Parcs) heeft families met kinderen als primaire doelgroep. Het aanbod is aan die doelgroep aangepast. De gezinssamenstelling is de afgelopen 20 jaar sterk veranderd (hét gezin bestaat niet), dus eigenlijk moet je gezinnen opsplitsen in verschillende groepen. En dan begint het met het definiëren van die groepen (segmentatie), waarbij het zaak is om het simpel te houden. De leeftijd van het kind is belangrijk in de behoeften (van zekerheid en gemak wanneer je voor het eerst met je pasgeborene op vakantie gaat, tot vrijheid en avontuur voor tieners). Onderzoek kan inzicht geven in wat die behoeften precies zijn. Op basis daarvan werden Pack&Go-producten ontwikkeld (verschillende leeftijden, verschillende pakketten), die door het anders verpakken van het bestaande aanbod beter aansluiten bij de behoeften van de doelgroep. (helemaal niet ingewikkeld: een poffertjespakket — in relevantie zit de crux).

Kinderen hebben een belangrijke invloed gekregen in de keuze van hun ouders. Het gezin heeft zich ontwikkeld tot DMU. Met die ‘gezinspraak’ moet je dus rekening houden, en je richten op alle leden van het gezin en de voordelen voor die verschillende gezinsleden benoemen. Voor tieners bijvoorbeeld werd “een geweldig pakket” ontwikkeld (op deze kindervakantie kiezen ze zelf of ze binnen of buiten slapen), wat echter niet automatisch een garantie voor succes is (aanbod kan ook te vol en te complex zijn, waardoor het te weinig oplevert). Op Nickelodeon is Cool Factor uitgezonden, een variant op Fear Factor waarbij het aankomt op lef en doorzettingsvermogen, opgenomen in de Center Parcs-parken. Een voorbeeld van een goed ‘verhaal’ om de doelgroep aan te spreken; om het verblijf voor kinderen en hun ouders nog aantrekkelijker te maken, mooie promotie bovendien.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=Gv2bgJdP9cQ]

Het advies: communiceer op het juiste moment, met het juiste verhaal, via de juiste kanalen. Met eenvoud, relevantie en fun als kernwaarden.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 15.15u >

“Nieuwe media is allang niet meer nieuw. Voor die kleintjes is het de gewoonste zaak van de wereld.” [Bas Nadorp]

BAS NADORP (Cinekid) weet met een beperkt budget (en daardoor een mede-afhankelijkheid van gunsten, subsidies en fondsen) heel veel mensen te bereiken. Direct contact met kinderen en hun ouders, er zijn niet zoveel evenementen waar dat kan. Naast het jaarlijkse tiendaagse festival worden tal van andere zaken in de markt gezet, zoals het Cinekid Filmspel en het Cinekid AppLab. Elk jaar weer innovatief en vooroplopend. Cinekid wil inspireren door kwaliteit, kinderen leren om media te begrijpen door deconstructie en contextualisering, het eigen maken van vaardigheden, creativiteit, een stem geven. Men neemt de tijd en ruimte om het kinderen uit te leggen, om kids uit te dagen en samen onontdekte talenten te herkennen. De vier V’s van Cinekid: verken, verbeeld, verbreed en verwonder.

[vimeo 74201414 w=560 h=315]

Bij de producties en promoties worden kinderen betrokken, en tevens als ambassadeurs ingezet. In de promotie is print geschrapt omdat het effect ervan lastiger te meten was, en online is groter geworden. Wie alvast een voorproefje wil van wat op het komende festival te zien is, klikt hier. En wie nog een leuke app zoekt om kleurplaten tot leven te wekken, klikt hier.

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 15.15u >

“Alle kinderen gaan naar school, en één klas zit vol leerlingen van dezelfde leeftijd, en jong geleerd is oud gedaan.” [Peet van de Wiel]

PEET VAN DE WIEL (Podium) en IGNAS VAN SCHAICK (EMS FILMS) verhaalden over het succes van De Nieuwe Wildernis: 750.000 bioscoopbezoekers, 5 miljoen kijkers naar de tv-serie, 7 miljoen euro aan mediawaarde, enzovoort. Ook: 4.000 aangemelde scholen voor het educatieve pakket. De Nieuwe Wildernis in de klas moet kinderen zich laten verwonderen over natuur (dichtbij huis in eigen land), kinderen gericht leren te kijken naar de natuur, kennis uitbreiden over kringloop en samenhang binnen ecologisch systeem en kinderen aanzetten zelf erop uit te gaan. Succesfactoren voor gebruik lesmateriaal betreffen aansluiten op kerndoelen en methodes, een aantrekkelijke mailing, inspelen op actualiteit, gebruik maken van digitalisering, leuker maken van de les, stimulerende werkvormen (zelf ontdekken), weinig voorbereidingstijd, modulair/flexibel, gratis en een goede basis voor spreekbeurten. Mooi uitgangspunt is daarnaast om in te spelen op het ervaringsgericht leren: naar buiten!

> > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > 16.15u >

“Een kind kan in zijn leven zo’n twee tot zeven hechtingsfiguren aan.” [Steven Pont]

Ontwikkelingspsycholoog/systeemtheoreticus/tv-bekendheid STEVEN PONT was vorig jaar de best beoordeelde spreker, dus mag in 2014 op herhaling. Met een ander maar weer een goed en boeiend verhaal: de basisemotie van kinderen is angst, verantwoordelijk voor veel gedrag. Ze spelen ook met die angst, met onveiligheid, want dat trekt ze aan. Hechten is het antwoord daarop. De belofte van een hechtingsrelatie is dat het leven oké is, waarbinnen experimenteren met spanning mogelijk is. Maar: drie van de tien kinderen in Nederland is níet veilig gehecht. Hoe spannender iets is, hoe veiliger de omgeving moet zijn (bang maakt defensief). De aloude angst voor verstoting verklaart meteen het gedrag van tieners: ‘fit in, stand out’. De omgeving blijkt een grote invloed te hebben op gedrag, op de betekenisgeving van wat men doet. Ook voor volwassenen is het van belang of ze bekeken óf gezien worden (er is een groot verschil tussen kijken en zien!). Hoe zie je iets? Zijn drie haren veel of weinig? Naar Toon Hermans: op je hoofd weinig, in je soep veel.

< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < 17.00u <

PS  Het middagprogramma bestond uit parallelsessies, waardoor ik helaas niet alle sessies kon bijwonen. Laat het weten je aanwezig was en aanvullingen op bovenstaande hebt! Wellicht dat ik later op basis van de hand-outs ook nog een en ander toevoeg.

Hoe LU Princeland door Opvallers tot leven werd gewekt!

Hoe wek je een online 3D wereld tot leven? Dat was de vraag waarmee Mondelez bij Opvallers aanklopte. Ter promotie van LU Prince werd het splinternieuwe LU Princeland gelanceerd (http://www.LUprinceland.com/); een interactieve 3D wereld waarin kids samen met de Prince en zijn vriendjes online de spannendste avonturen beleven. In deze blogpost lees je hoe Opvallers de uitdaging aanging om dit concept door te vertalen naar een offline campagne en inmiddels iedere week duizenden kinderen blij maakt met onvergetelijke LU Princeland experiences.

Laat kinderen spelen en hun helden ontmoeten

2LU Prince behoort al jaar en dag tot de meest toonaangevende merken van Nederland en België. Met de lancering van LU Princeland werd deze positie maar weer eens meer dan ooit bevestigd. Voor deze campagne moest er gekozen worden voor een keiharde strategie waarin afscheid werd genomen van moderne technologieën en digitale spellen. Deze beleefden de kinderen immers al volop online. Offline moesten zij hun LU Princeland helden gaan ontmoeten en tastbaar spelletjes kunnen spelen. Daarbij wilden we al hun zintuigen prikkelen om echt indruk te maken!

3Voor ieder LU Princeland karakter werd een uniek spel ontwikkeld waarmee kinderen aan de slag konden gaan. In samenwerking met TAUSCH Brand Sensations werd de online 3D omgeving omgetoverd tot een prachtige setting. We selecteerden populaire kinderlocaties in Nederland en België en trainden enthousiaste promotors die de campagne moesten gaan leiden. Na al deze voorbereidingen waren we op volle sterkte om LU Princeland tot leven te wekken.

De LU Princeland tour door Nederland en Belgïe

Roadshow2Dit alles mondde uit in een grootschalige campagne die momenteel nog steeds loopt. In totaal worden er 40 acties georganiseerd in Nederland en België waarin het beoogde aantal van 40.000 kids en hun ouders kwalitatief wordt bereikt!

Alles blijft bewaard. Ook experimenten en misstappen

Privacy online en offline voelt heel anders. Vraag iemand op straat of je foto’s van zijn kinderen mag zien en ze kijken je verschrikt aan. Wat wil die engerd van me? Tegelijkertijd is het zo gemakkelijk en gewoon om foto’s van je kinderen in alle denkbare variaties op Facebook te plaatsen. ‘De baby voor het eerst op het potje. Schattig!’ En: ‘Hoera verkeersexamen gehaald!’ Wat vinden die kinderen daar later eigenlijk van? En hoe ga je als ouder vertellen dat je puber een beetje moet opletten met wat hij allemaal online zet? Foto’s en lollige teksten kunnen eindeloos op internet blijven rondzwerven. Ook toekomstige werkgevers en geliefden kunnen dat zien. Vraag maar eens hoe leuk de meeste jongeren het vinden om een foto van zichzelf van een paar jaar geleden terug te zien. Gelukkig weet iedereen tegenwoordig hoe je een Facebookprofiel moet instellen op zo veel mogelijk privacy. Alleen doet niet iedereen dat.

Een verzekeraar bood mensen onlangs een korting aan als zij via een app toegang verschaften tot hun Facebookprofiel. Daaruit moest dan wel een gezonde levensstijl blijken. Ongeveer 2000 mensen berekenden hun voordeel. Het bleek gelukkig een éénaprilgrap. Wie De Cirkel van Dave Eggers heeft gelezen, kijkt niet meer op van zo’n voorstel. In het boek wordt een toekomst geschetst waarin we steeds meer weten en zien van elkaar. Slogans als ‘privacy is diefstal’ en ‘geheimen zijn leugens’ worden bewaarheid.

Zo erg als in De Cirkel is het niet, maar geleidelijk komen socialemedia- en appbedrijven wel steeds meer van ons te weten. Wat we posten en chatten op Facebook wordt bewaard, apps die we installeren op onze telefoon nemen meteen even het adressenbestand over. Gegevens worden doorverkocht waardoor wij bestookt worden met op maat gemaakte reclames. Handig. Maar hoe die bedrijven dat precies doen en met welke gegevens weten we niet. Bijna eenderde van de Nederlandse websites plaatst bij het eerste bezoek zogeheten tracking cookies van advertentiebedrijven op onze computer en telefoon. Daarmee kunnen ze ons surfgedrag op internet volgen (bron: nrc.next 17-3-2014).

Het is voor jongeren jammer dat alle fouten die ze maken en alle experimenten meedogenloos worden vastgelegd. Ook pesterijen. Zowel voor de dader als het slachtoffer is het vervelend om dat keer op keer terug te lezen. Hoe gaat deze generatie straks solliciteren? Of is het dan al zo normaal dat iedereen wel een bezopen half kotsende vriendenfoto ergens online heeft staan? Daar kijken werkgevers straks misschien niet meer van op.

Interview met Edwin Rietberg, Director of Research & Insights at AEGIS Media

Op 26 juni 2014 spreekt Edwin Rietberg op het Congres Trends in Kids- en Jongerenmarketing. Hij spreekt dan tijdens de sessie “Nieuwe facts en cijfers over de doelgroep jongeren” over “Een dag niet geliked is een dag niet geleefd. Voor het congres interviewde wij Edwin.

Wij vroegen hem naar het gebruik van internet bij jongeren en hoe zij omgaan met bijvoorbeeld reclame.

Lees het interview

Een dag niet geliked is een dag niet geleefd’, is het echt zo erg bij jongeren?

Het is niet een one-liner die we zelf verzonnen hebben omdat het lekker klinkt. Tijdens 1 van de kwalitatieve sessies die we in samenwerking met SMALL deden, kwam Julia (16 jaar) met deze uitspraak, wel gemeend en vol overtuiging. Voor jongeren is het onderhouden van contacten met hun vrienden van sociaal levensbelang. Via verschillende apps en apparaten creëren bijna 1.4 miljoen jongeren van 13 – 19 jaar een systeem van digitale mediakanalen om de communicatie met hun netwerk van vrienden optimaal te onderhouden.

“We hebben ook veel communicatie via Skype, veel typen en zo, chats en zo. Vaak zet ik laptop ernaast, soms niet. Via de Playstation heb je gewoon je headset waarmee je kan praten.” (Tim, 15 jaar)

En dat is een serieuze zaak, een storing in het systeem is als het doorsnijden van een levensader. Het voelt alsof ze in een sociaal isolement gestort worden. Het is geen makkelijke taak om dit systeem draaiende te houden als je bedenkt dat er elke dag wel weer een nieuwe app of een nieuw apparaat op de markt komt.

In hoeverre heeft internet de marketing omtrent kids & jongeren veranderd?

Het heeft de wereld van de jongeren marketeer aardig op z’n kop gezet. Van een overzichtelijk jongeren medialandschap van tijdschriften, televisie en radio, aangevuld met evenementen, naar een volledig gefragmenteerd digitaal landschap. Denk bijvoorbeeld aan televisie kijken via uitzending gemist, de krant lezen op je tablet, telefoon of computer.

“Je zit tegenwoordig allen maar reclames te kijken bijna. Een film op tv duurt gewoon veel langer. Het is een kwartier reclame half uur film, dat is gewoon niet te doen. Dan kun je hem beter later op je computer kijken, downloaden. Of uitzending gemist ofzo of RTL XL.” (Joost, 17 jaar)

Regelmatig krijgen wij de vraag voorgelegd: “ Zijn jongeren nog wel goed te bereiken?” Zonder doelgroeponderzoek en de juiste instrumenten (bijvoorbeeld multi media planning systemen en ook Real time bidding) is dat ook lastig. Digitalisering en convergentie van media gaan hand in hand met de Teen doelgroep, ze zijn ermee opgegroeid. Het is vergroeid met hun leven en de manier waarop ze met elkaar communiceren. Voor niet-generatie genoten is het moeilijk te volgen hoe de lijnen lopen. Laat staan op een gelijkwaardige manier met ze te communiceren. Daarvoor zijn inzichten en begrip nodig.
Begrip van hun denken, sociale contacten, activiteiten en mediagebruik. Op basis van die inzichten kan de marketeer zijn strategie bepalen, touch points kiezen en de tone of voice van zijn communicatie aanpassen.

Hoe gebruiken kinderen social media?

Een aardige vraag, daar kun je een boek over volschrijven. “Jongeren vinden internet saai” kopte Trouw op 21 september 1996. Dat was nog in de tijd waar teens elkaar op schoolpleinen en in de stad ontmoeten. Die tijd ligt voorgoed achter ons. Via mobieltjes zijn teens bijna continue met elkaar verbonden. De computer of lap-top als main device, heeft plaats gemaakt voor smartphones en tablets. Met de komst van mobiele applicaties, waaronder sociale platformen, hebben jongeren de mogelijkheid gekregen om de hele dag online te zijn en alles te delen. En het is niet één social netwerk dat in hun behoeften voorziet, meerdere netwerken worden ingezet voor verschillende doeleinden.

“Ik gebruik Tumblr, Instagram, Snapchat. Facebook niet echt meer hoor. Ik vind het saai. Ik gebruik het nog wel, om contact te houden met vrienden die dan ook Facebook hebben. Die niet zo close zijn om mee te whatsappen die zie je dan alleen op Facebook” (Emma, 15 jaar)

Dagelijks wordt er content gedeeld in de vorm van status updates: tekst, video, foto en links. Door het delen van content blijven zij ook op de hoogte van wat er speelt bij familie en vrienden. Naast het chatten, pingen, Facebook massaging en skype, posten ze op social media kanalen als Twitter en Instagram elke stap die ze zetten. Hoewel Facebook voornamelijk gebruikt wordt voor ‘ persoonlijk contact, ‘liken’ gebruikers daarnaast gemiddeld zo’n 100 merken, bedrijven of bekende mensen die een fan pagina hebben.

Welke kansen biedt internet voor kids- & jongerenmarketeers?

Denk dat we het silo-denken in media achter ons moeten laten. De kansen liggen vooral in de digitalisering en convergentie van media. Het optimaal gebruik maken van de sterke punten van een medium en de toegevoegde waarde die het heeft in combinatie met andere media. Maar kijk je naar internet, dan biedt het tal van kansen. Even ongenuanceerd: bijna 24/7 communicatie mogelijk, targeten op doelgroepen, activiteiten en interesses. Goede aansluiting van de boodschap op de activiteit en/of op de emotie en het faciliteren van gesprekken over het merk van de marketeer.

“Reclame van nieuwe chips, die kijk ik wel. Dan denk je ooh lijkt me wel lekker. Soms moet je wel kijken, dan blijf je gewoon zitten. Of soms zit je lievelingsliedje achter je reclame dan blijf je wel kijken. Ja of als ze gewoon grappig zijn.” (Eva, 16 jaar)

Met andere woorden het is mogelijk de jonge consument te volgen door het hele oriëntatie en aankoopproces van producten. Daarbij is het belangrijk verantwoordelijk met de doelgroep om te gaan. Teens zijn een kwetsbare doelgroep, ze zijn nog erg kneed en vormbaar. Voor marketeers is het belangrijk dat ze zich bewust zijn van de bijzondere eigenschappen van deze jonge consumenten en de mogelijke ongewenste gevolgen van een commerciële media omgeving en hun welzijn. We zijn van overtuigd dat een verantwoorde opstelling ook het meest oplevert voor het merk op de lange termijn.

Interview met Lara Ankersmit van de NOS

Op 25 juni spreekt Lara Ankersmit (Hoofd Digitale Media NOS) op het congres Trends in Kids- en Jongerenmarketing over hoe het jeugdjournaal succesvol inspeelt op de nieuwe mediakanalen. Van te voren interviewde wij haar.

Bekijk het interview

Lees het complete interview

Het succes van het Jeugdjournaal is dat wij eigenlijk al bijna 35 jaar het nieuws brengen naar kinderen. Op een hele begrijpelijke manier, met humor, in hun belevingswereld verteld. En daarnaast ook gewoon de grote gebeurtenissen in de wereld. Dus ja, dat brengen die afgelopen 35 jaar brengen op een manier dat kinderen het nieuws begrijpen en ook mee kunnen praten eigenlijk. Dat vinden we belangrijk. Het brengen van nieuws naar kinderen dat verandert niet zo heel erg veel, dat blijft, zeg maar, dat blijft belangrijk. Dat blijft gebeuren, zeg maar. Aan de vormgeving verandert natuurlijk wel heel veel in de loop der jaren. We zijn nu in een hele andere studio, en zijn gaan lopen. Nou je ziet het hier achter me. Dus daarin veranderen we steeds mee. Dat zie je ook eigenlijk pas.. die verschillen zie je pas als je programma’s van een aantal jaar terug kijkt, en dan zie je het verschil. Maar de basis, het nieuws brengen, blijft gewoon overeind.

Het Jeugdjournaal heeft twee uitzendingen per dag, een in de ochtend en een in avond. De ochtend is vooral in de scholen wordt dat gebruikt door leerkrachten, de basisschool, en ’s avonds kijken kinderen het over het algemeen thuis. Dus die uitzendingen sowieso, en daarnaast hebben we natuurlijk een website en ook een Jeugdjournaal app. waarin kinderen de hele dag door, op het moment dat het hen uitkomt, het Jeugdjournaal terug kunnen kijken, items kunnen kijken, mee kunnen doen met wat op dat moment speelt in het nieuws. De stelling kunnen ze invullen. Dus eigenlijk is er wel 24 uur per dag, nou niet dat kinderen 24 uur per dag wakker zijn, maar al die tijd is er natuurlijk een mogelijkheid om Jeugdjournaal content tot je te nemen.

De NOS is heel actief op het gebied van digitaal. We doen veel rondom grote evenementen, bijvoorbeeld sportevenementen, bereiden we een hele grote website voor. Apps maken we dan, mobiel smart TV, connected TV apps, hebben we dan. Brengen eigenlijk alle content naar alle platformen zodat iedereen anywhere, anytime op elk device dan ook de NOS kan bekijken. En dat doen we ook voor Jeugdjournaal, met de website en de apps. Dus op die manier eigenlijk. Het format zal blijven dat we nieuws willen brengen aan kinderen, aan die doelgroep. De vormgeving en de manier waarop en de woordkeuzes en de uitstraling die veranderen natuurlijk mee gewoon, zodat het een moderne uitstraling blijft houden die aanspreekt bij de doelgroep van dat moment, zeg maar. Dus dat verandert eigenlijk continu, maar het nieuws zullen we altijd op de.. ja, betrouwbare en begrijpelijke manier brengen zoals we het nu ook doen.

Meer weten?

Wil jij ook de succesverhalen horen van het  NOS Jeugdjournaal maar ook van andere partijen zoals de Efteling, Studio 100, CenterParcs, Vodafone, Achmea en Hasbro? Kom dan ook naar Trends in Kids- & Jongerenmarketing 2014. Ontmoet 200 vakgenoten, ga in gesprek en hoor van internationale en nationale experts hoe je deze mooie doelgroep nog beter kan benaderen.

In gesprek over Socialbesitas

Je vervelen hoeft met sociale media nooit meer. Heerlijk om jezelf te verliezen in berichten op Twitter en grappige filmpjes op Facebook. Wachten op treinen en bussen én daarin vervoerd worden is minder vervelend geworden. Verdiept in hun telefoon, houden medereizigers eindelijk hun mond. Deze trouwe vriend is tenminste altijd bij ons. Toch raken we geïrriteerd als hij niet doet wat wij willen of als de verbinding wordt verbroken in een weiland of tunnel. En dringt hij zich soms hinderlijk op als we net even met iets anders bezig zijn.

Ons brein vindt sociale media fijn. Iedere keer dat we bevestigd worden door leuke reacties op onze spitsvondigheden in 140 tekens maken onze hersenen dopamine aan. Dan voelen we ons prettig. Dus laten we ons keer op keer verleiden om toch even te kijken, terwijl we bezig zijn met iets anders. Vooral jongeren kunnen daar last van hebben. Het zijn immers vrienden die staan te dringen op de groepswhatsapp. Vrienden waar ze graag bij willen horen. Dat is van levensbelang voor pubers, die nog moeten uitvinden wie ze zelf zijn en waar ze bij willen horen. De norm is reageren en wel onmiddellijk. ‘Tien minuten niks horen vind ik lang’, zegt een 15-jarig meisje.

De druk om overal op te reageren, altijd bereikbaar te zijn en alles te volgen noemen we socialbesitas. Het moet omdat iedereen het zo doet. Als ouders of docenten het gedrag niet begrenzen gaat het maar door. ‘Ze moeten er toch mee leren omgaan’, zeggen de ouders. Of: ‘Zijn smartphone gaat mee naar bed als wekker’. Zestig procent van de jongeren neemt zijn telefoon ’s avonds mee naar de slaapkamer en kijkt er voor het slapen gaan nog op (bron: Jongerenpanel Eén Vandaag, 25-3-2014). Vroeger had je ’s avonds af en toe één vriendje over de vloer, nu heb je iedere avond de hele klas thuis en de hockeyclub erbij. Docenten klagen dat veel leerlingen overdag moe zijn en dat hun resultaten achteruit gaan. Ach, ze moeten er gewoon mee leren omgaan.

Ouders en docenten vinden het moeilijk om jongeren te begrenzen op sociale media omdat ze er zelf vaak te weinig van weten of omdat ze het zelf ook veel te leuk vinden. Toch geven jongeren aan dat ze graag door ouders begrensd willen worden (bron: Calis & Kisjes Socialbesitas, 2013). Maar wel met kennis van zaken. Jongeren willen graag praten over conflicten op de groepswhatsapp, over scheldpartijen op Twitter en over die ene kennis van wie de naaktfoto eindeloos is doorgestuurd. Maar dan wel met ouders die het verschil weten tussen Tinder en Snapchat.

Dus leg die telefoon af en toe weg. Ook ouders, die vaak te pas en te onpas op hun telefoon of iPad zitten te turen. Nee, maar dat is werk. ‘Dit is even écht belangrijk, jongens’. Nee echt belangrijk is een goed gesprek met je kinderen over wat die telefoon teweegbrengt in hun jonge levens.

Kindermarketing? Familyfocus!

Zo maak je je merk relevant voor kinderen’

De manier waarop je je merk relevant maakt voor kinderen, is uiteraard aan trends onderhevig. Terwijl in de jaren ’90 de ‘emancipatie van de kinderconsument’ centraal stond (de jaren dat het vakgebied kindermarketing zich in Nederland ontwikkelde en rekening werd gehouden met de behoeften en wensen van kinderen als consument), stonden de jaren ’00 in het teken van bescherming van de kinderconsument (o.a. de ‘Kinder- en Jeugdreclamecode’ en lesprogramma’s in ‘mediawijsheid)’.

Vooruitkijkend op de ontwikkelingen van dit vakgebied, zien wij ‘familyfocus’ integraal verbonden aan de toekomst van kindermarketing. Met name het samenspel tussen kinderen, ouders en de belangen van de maatschappij in relatie tot kinderen als ‘consument van de toekomst’ zijn het uitgangspunt.

Vier familyfocus trends en ontwikkelingen om op in te spelen:

1: Leren van elkaar: inspelen op dialoog tussen ouder en kind

Succesvolle concepten vinden aansluiting bij de aspiratieve opvoedcultuur van nu: de coachende opvoedcultuur. De commercial van Campina met illustratie van de fysieke en mentale veerkracht van het meisje Isis: ‘Die komt er wel’, speelt hier succesvol op in (Gouden Loeki top 3). Maar ook staan ouders en volwassenen open voor leren van kinderen: het Waterspaardersconcept van WNF en Unilever (kinderen als ambassadeur voor de boodschap ‘5 minuten douchen in plaats van 8 minuten’) sluit hier op aan.

2: Generaties vervagen: inspelen op gemeenschappelijke waarden

De wereld van kinderen en volwassenen groeit naar elkaar toe. Kinderen komen op jongere leeftijd in aanraking met onderwerpen die voorheen tot het volwassen domein behoorden en worden op jongere leeftijd serieus genomen als  gesprekspartner. En volwassenen omarmen waarden die voorheen tot het kinderdomein behoorden, zoals spelen, fantasie, kleurrijk, aaibaar. Bol.com als volwassen merk met een stripfiguur als mannetje en de verrassende en speelse Google logo’s, zijn hiervan voorbeelden. Inspelen op gemeenschappelijke waarden, is bijvoorbeeld de reden achter het succes van de Gouden Loeki commercial Olli: de knuffelfactor en fantasiewaarde van Olli, verbinding met het verleden, jong en oud samen in een commercial.

3: Grootouders als consument: betrokken bij het gezin van hun kinderen

Grootouders spelen een steeds grotere rol in de gezinnen van hun kinderen. Uit onderzoek van Plus Magazine (2013) komt naar voren dat 72% van de grootouders op hun kleinkinderen past en bijna de helft van de grootouders één à twee dagen per week oppast. Naast economische voordelen, is deze situatie ook haalbaar omdat de aansluiting van hun opvoedkundige waarden bij die van hun kinderen beter is dan ooit. Center Parcs speelt hier bijvoorbeeld succesvol op in met haar ‘3-generatie Pack&Go pakket’.

4. Positieve bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen, ondersteuning van ouders in hun opvoedkundige rol

Tot slot liggen er mooie kansen om in de huidige fase van het vakgebied kindermarketing een positieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van kinderen op cognitief en sociaal-emotioneel vlak. Ter ondersteuning van ouders in hun opvoedkundige rol. Of aansluiting vinden op internationaal geformuleerde leerdoelen voor de toekomst zoals creativiteit, samenwerken en ondernemerschap. Maar ook inspelen op maatschappelijke onderwerpen zoals duurzaamheid en gezonde leefstijl bieden kansen. Allen aspiratieve onderwerpen voor ouders van nu, en extra relevant met betrekking tot kinderen als consument. Immers zij hebben de toekomst! Het succes van concepten zoals De Gelukskoffer, het Gezonde Schoolplein van IVN en Jantje Beton, de Ga-erop-uit app van Nibb-it, CoolFactor van Center Parcs, MadScience technologie onderwijs op scholen en het live volgen op het digibord van de dansende koeien die na een winter weer de wei in mogen van Campina, zijn hiervan slechts voorbeelden.

Social media zijn een integraal deel van het leven van jongeren

Youngworks is ook dit jaar partner van het congres Trends in Kids- & Jongerenmarketing dat op 25 & 26 juni plaatsvindt. Suzanne Dölle (Kidsdag) en Maxime Rooijmans (Jongerendag) verzorgen beide een presentatie. Reden om ze vooraf te ondervragen:

Wat zijn de eigenschappen van de Generatie Jobless & the slashies?

Jongeren van nu zijn positief opgevoed. Ze hebben grootse idealen en ambities, maar komen er op dit moment achter dat de huidige maatschappij slecht beperkte kansen biedt. O.a. Op de arbeidsmarkt en qua opleidingsmogelijkheden. Jongeren beseffen steeds meer dat ze het zelf moeten doen en ontwikkelen op carrièregebied steeds meer een doe-zelf-mentaliteit. Een baan vinden valt in deze economisch barre tijden namelijk niet mee. Je moet je onderscheiden van de moordende concurrentie door talloze relevante bijbaantjes, bestuursklussen en eigen initiatieven. Dit is niet voor iedereen mogelijk, maar de zogeheten generatie jobless gaat niet bij de pakken neerzitten! Zie daar de opkomst van de slashies: Oftewel een persoon die zijn dromen nastreeft, maar nog niet precies heeft bereikt wat hij/zij wil bereiken. Bijvoorbeeld succesvol zijn in de creatieve sector of in de politiek. Tot die tijd doet de slashie duizend en 1 dingen tegelijk om dichter bij die droom te komen, maar ook om te overleven en brood op de plank te hebben. Wat de slashie in ieder geval niet wil, is een baan waarin hij 40 uur per week voor een baas werk en geen stap dichter bij zijn grote droom komt. Sowieso is werken voor een baas niet per se een ambitie. Liever jagen ze hun eigen droom na en beginnen iets voor zichzelf. In 2011 zagen we de eerste voorzichtige stappen van de carrièrekids. Inmiddels heeft één op de tien jongeren tussen de 18 en 24 jaar intenties om binnen drie jaar een bedrijf op te zetten en staat ondernemer/ eigen baas als beroep op nummer 1 bij young professionals. Een voordeel is dat je niet hoeft te kiezen: je kan alles wat jij leuk vindt doen, en meerdere ondernemingen naast elkaar hebben betekent je ontwikkelen op alle fronten.

In hoeverre verschillen die t.o.v. andere generaties?

‘Als je maar gelukkig bent.’ Dat is wel echt het credo waarmee jongeren van nu zijn opgevoed. Geluk is het hoogst haalbare voor jongeren.

Maar hoe doe je dat? Gelukkig zijn? Om gelukkig te zijn moet je wel weten wat geluk voor jou inhoud en kunnen herkennen wanneer jij gelukkig bent. Zelfbewustzijn en zingeving worden daarom steeds belangrijker voor jongeren. Typerend voor deze generatie is dat ze op zoek gaan naar intrinsiek en spiritueel geluk: het gaat om herkennen waar je gelukkig van wordt en om gelukkig zijn met jezelf. Dit is een voorbeeld van een duidelijk verschil met voorgaande generaties, waarbij geluk meer gericht was om materiële zaken (verwerven). Overigens is het goed om hierbij te zeggen dat dit vooralsnog geldt voor een kleine groep voorlopers, en dat zijn vooral de urbane, hoogopgeleide jongeren. We zien deze ontwikkeling momenteel nog niet duidelijk terug bij de ‘vast majority’ van laag- en middenopgeleide jongeren.

In hoeverre heeft internet de marketing omtrent kids & jongeren veranderd?

De kids en jongeren van nu zijn de eerste generaties die opgegroeid zijn met de internet. Op marketing gebied heeft er dan ook een verschuiving plaatsgevonden. Het is duidelijk dat massamedia advertisement terrein verliest aan online marketing, vooral waar het jongeren betreft. Het netwerk heeft een centrale rol en de good old mond-tot-mond reclame krijgt een andere dimensie. De jonge consument speelt namelijk een actieve rol; internet zorgt ervoor dat het makkelijk is om meningen en ervaringen te delen en biedt de kans op direct in contact te staan met elkaar. Zo verandert de relatie tussen consument en producent. Bovendien maakt internet het mogelijk om selectiever om te gaan met marketing; persoonlijke aansluiting is de sleutel tot succes. Doordat de online gebruiker alleen nog advertenties ziet die aansluiten bij zijn voorgaande keuzes of zoekacties , vergroot je de kans tot aankoop en loyaliteit.

Hoe gebruiken jongeren social media?

Social media zijn een integraal deel van het leven van jongeren: in eerste instantie van essentieel belang om in contact te blijven met vrienden, maar ook om te oriënteren op het marktaanbod. Social media zijn voor hen de echte wereld: is er voor jongeren geen onderscheid tussen online en offline. Daarnaast wordt social media gebruikt als tijdverdrijf. Online gaming en apps als snapchat en instagram worden gebruikt om de momenten te vullen waar even niets te doen is. Jongeren integreren social media met dagelijkse handelingen en maken gebruik van talloze apps om het leven makkelijker of leuker te maken. Of het nou om sporten, gezond eten of muziek luisteren gaat, op elk moment van de dag en overal maken ze gebruik van de social media mogelijkheden. De smartphone is dan ook ondertussen gepromoveerd van het nachtkastje tot het hoofdkussen. Dit sluit aan bij huidige bevindingen dat de gemiddelde Nederlander bijna even lang aan media besteedt als slaapt, 8 uur en 40 minuten maar liefst. Voor jongeren ligt de nadruk vooral op social media gebruik en het online terug kijken van tv programma’s.

Welke kansen biedt internet voor kids- & jongerenmarketeers?

Het internet biedt oneindig veel kansen voor marketeers om jongeren te bereiken. Van belang is echter wel om het gesprek aan te gaan. Internet moet dan ook worden gezien als een communicatie medium in plaats van een commercieel medium. Doordat jongeren zijn opgegroeid met internet, zijn ze ook slimmer in het gebruik en kritisch tegenover commerciële uitingen. Ze prikken snel door de gelikte teksten op websites heen en zitten niet te wachten op schreeuwende banners en pop-ups die niets te maken hebben met hun interesses. Daarentegen zijn ze bereid om te delen waar je wèl in gelooft, ook omdat je door te laten zien welke bedrijven jij steunt en wat jij koopt deel uitmaakt van je online reputatie. In de huidige ontwikkelingen zie je dit sterk terug. De nadruk komt steeds meer te liggen op het netwerk van de online gebruiker. Daarnaast biedt online marketing ook ruimte voor flexibiliteit: je kan snel en relatief makkelijk veranderingen doorvoeren en experimenteren is dan ook een optie. Jongeren zijn vaak niet schuw in het geven van feedback wat kan helpen om de online campagne scherper te krijgen.

Reclame kan vooral ook leuk zijn; informeren en vermaken

Kinderen zijn de klanten voor de toekomst. Hoe kun je op een verantwoorde manier een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen? Achmea kreeg het voor elkaar om 20.000 kids in beweging te krijgen, onder meer met diverse sportactiviteiten. Wat is het succes? We vroegen het Corine van Impelen, Senior Communicatieadviseur Achmea.

In hoeverre heeft internet de marketing omtrent kids & jongeren veranderd?

Social media zijn een belangrijk medium om ook jongeren te bereiken. Dit kan niemand ontgaan zijn. Jongeren zijn heel kritisch, ze weten precies hoe ze de media moeten en kunnen gebruiken. Van belang is daarom om de juiste taal en toon te gebruiken. Met name sociale netwerken spelen een hele grote rol. Facebook wordt nog steeds veel gebruikt. De eigen peergroup is hierbij heel belangrijk. Hierbij is de content het allerbelangrijkste …

Hoe gebruiken kinderen social media?

Kinderen zijn vertrouwd met social media en weten goed wat de gebruiksmogelijkheden zijn. Ze hebben vaak verschillende media vaak tegelijk openstaan. (Mobiele) applicaties worden frequent maar kort gebruikt. Daardoor wordt het steeds lastiger aan te geven hoeveel tijd bepaalde media wordt gebruikt. Zoeken doen zij vaak via internet, maar hun eigen sociale netwerk via twitter is hierbij ook belangrijk. Vrijwel alle jongeren vanaf 12 jaar zijn heel regelmatig online, hebben in ieder geval een laptop (voor hun school) en meestal ook een smartphone. Ze doen het meeste met een tablet. Ze zijn bijna allemaal actief op sociale netwerken. Kinderen tot 12 jaar leren via spelcomputers, gaming en internet thuis en ook op school hiermee om te gaan en zien het internet als een belangrijke informatiebron. Social media is een middel om hun doel te bereiken.

Welke kansen biedt internet voor kids- & jongerenmarketeers?

Door goed gebruik te maken van internet en andere social media kan je veel sneller een grote groep bereiken. Aansprekende beelden en uitspraken worden snel gedeeld. Van belang is om je hierbij goed in te leven in de belevingswereld van de kinderen en jongeren. Social media biedt een enorm bereik.

‘Verantwoorde’ kinderreclame, wat houdt dat in en waar moet je dan aan denken?

Tsja kan kinderreclame verantwoord zijn? Lastig hoor. Toch vaak subjectief. We hebben natuurlijk regels, maar op internet worden die juist nogal eens overschreden. Het gaat om beïnvloeding, bepaalt het onderwerp of het verantwoord is om dit te doen? Kinderen zullen het onderscheid tussen boodschappen wel moeten leren maken. Als ze opgroeien krijgen ze hier steeds meer mee te maken. Ik denk dan ook dat het goed is om hen er bewust van te maken van wat reclame is en hoe ze hier mee om moeten gaan. We laten ze kennis maken met de mogelijkheden. Verantwoord is het zolang het niet om ongezonde en onveilige producten en activiteiten gaat én er geen schokkende beelden gebruikt worden. Wat zij er vervolgens mee doen is een tweede. Ouders spelen hierbij ook een rol om de reclame te duiden. Reclame kan vooral ook leuk zijn; informeren en vermaken.

Wat is het succes van Achmea?

achmea

Het succes van de Achmea High Five Challenge komt vooral doordat we ons hebben we ingeleefd in de kinderen en jongeren. Wat spreekt hen aan? Hoe bewegen zij zich? Welke media gebruiken ze? Welke taal gebruiken ze? Het ging ons om bereiken én beraken.

Daarom hebben we:

  • samen gewerkt met scholen en sportverenigingen in de buurt van de activiteit. Zo konden we de kinderen die in de buurt leven bereiken via de scholen. Juist ook in buurten waar kinderen het minder vanzelfsprekend vinden om lid te zijn van een sportvereniging om te bewegen en te sporten. Wanneer de jongeren enthousiast raakten voor een sport konden zij zich direct melden bij een sportvereniging in de buurt. Zo werd de drempel verlaagd.
  • de sporten werden vertaald naar een straatvariant. Inleven in belevingswereld. Stoer, niet ingewikkeld en aansprekend.
  • E-Gaming zorgde ervoor dat de sporten eigentijds en laagdrempelig werden gepresenteerd
  • Er is veel gebruik gemaakt van social media voorafgaand en na de Achmea High Five Challenge. Met filmpjes, foto’s en dergelijke die makkelijk te delen zijn
  • Samenwerking met toegankelijk media dichtbij de jeugd zoals Kidsweek, Z@ppsport, Jeugdjournaal en vooral ook Nickelodeon hebben we de kinderen zelf direct bereikt.