[Recensie] Boek ‘Ik was 10 in 2015’ van Pedro de Bruyckere en Bert Smits in 10 oneliners

In het boek Ik was 10 in 2015 (ondertitel: Kinderen vandaag opvoeden voor de toekomst) beschrijven Pedro de Bruyckere en Bert Smits tendensen die een invloed zullen hebben op de levens van kinderen en jongeren. Moeten ouders hun verwachtingen bijstellen? In 240 pagina’s worden ze in ieder geval stevig bijgepraat over het belang van (brede) kennis, leren omgaan met diversiteit, schaarste en overvloed, op eigen benen staan, samenwerken, probleemoplossend vermogen, robotisering, vluchtelingenstromen en oorlogen.

Daarbij wordt niet gedaan aan glazenbolvoorspellingen, maar wordt aangetoond waar we staan en waar het met de wereld naartoe gaat. Waar zullen onze kinderen later wonen? Zal er nog werk zijn voor hen? Zullen ze ooit een partner vinden? Gaan ze eigenlijk wel gelukkig worden? De auteurs* hebben zich tot doel gesteld om een duidelijk en optimistisch antwoord op de vragen van ongeruste ouders, opvoeders en leraren te formuleren en heel wat onderzoek en inzichten op een bevattelijke manier te delen, en dat is behoorlijk goed gelukt, hoewel veel vragen niet eenduidig te beantwoorden zijn.

Na schetsen in de eerste twee hoofdstukken van een globale context waarin we nu leven en van verschillende toekomstbeelden, wordt in het boek ingegaan op onder andere bovenstaande vragen over de toekomst van onze kinderen. Ter illustratie zijn steeds korte kaderteksten opgenomen met suggesties of weetjes, en om het wat persoonlijker te maken wordt met enige regelmaat de 10-jarige ‘Ella’ als voorbeeld opgevoerd. In de laatste twee hoofdstukken wordt aangegeven wat kinderen moeten leren en hoe het met hen zal gaan in de toekomst. En laat ik de conclusie alvast verklappen: ‘Ons boek zou mislukt zijn als je nu de toekomst somber inziet.’ 

Aan alles merk je dat de auteurs slimme mensen zijn die hun bronnen goed op orde hebben en weten waarover ze het hebben. Ze weten hun verhaal knap te onderbouwen, maar de enorme hoeveelheid informatie – feiten, cijfers, studies, literatuurverwijzingen, kanttekeningen, scenario’s, nuances – zit de leesbaarheid ook enigszins in de weg. Aangezien zo’n beetje alles de toekomst van kinderen raakt, weidt het boek breed uit, en dus lees je ook waar de stad begint en eindigt of hoe het zit met autonomie als voorwaarde om met veranderingen om te gaan. Daarnaast hadden enkele gemeenplaatsen van mij in de eindredactie mogen sneuvelen (‘verliefdheid blijft niet duren, maar liefde kan ontstaan en dat is op zich ook zeer mooi’ — pfff…).

Boven alles geeft het boek echter een mooi, compleet aanvoelend overzicht van de hedendaagse jeugd. Goed om te weten dat jongeren schrik hebben van eenzaamheid, meer rust én meer drukte willen, baat hebben bij ongestructureerde vrije tijd, dat ‘vergeten’ zo belangrijk in hun ontwikkeling is en dat we ze moeten leren omgaan met overvloed en schaarste.

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik zoals gebruikelijk zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘Een slogan die de tijdgeest bij jongeren goed samenvat is everything is fucked, everything is ok.’ (pagina 38)
  • ‘We zullen onze kinderen hoe dan ook op ‘collectievere’ vormen van samenleven en -wonen moeten voorbereiden’ (73)
  • ‘We willen een diploma herformuleren als een startbewijs: een teken dat je mag starten met werken, maar vooral ook starten met … verder leren’ (113)
  • ‘Via zogenaamde wearables zoals horloges, brillen, kledij met sensoren, … wordt surfen misschien weer een actief werkwoord’ (128)
  • ‘De centrale vraag is niet of er nog privacy zal zijn, maar wel hoe we als samenleving omgaan met de beschikbare data‘ (140)
  • ‘De prins op het witte paard laat echt ook wel winden, prinsessen trouwens ook’ (159)
  • Jeugdcultuur staat vandaag onder druk en dat ligt niet zozeer aan de ‘kidults’, wij volwassenen die in feite ons jong-zijn niet kunnen en willen loslaten’ (164)
  • ‘Het verhaal van tijdgebrek verhult in feite vooral dat we vandaag onze kinderen niet meer leren kiezen‘ (175)
  • ‘Of het nu gaat om grote keuzes met veel impact op iemands leven of kleine dagelijkse keuzes, de overvloed dreigt ons te verlammen’ (214)
  • ‘Dat veel jongeren zich relatief goed voelen en braaf zijn, wil vooral niet zeggen dat alle jongeren zich goed voelen of braaf zijn, noch dat elke jongere zich steeds gelukkig voelt of in de pas loopt’ (227)

Het boek is hier te bestellen (€24,99).

*Pedro De Bruyckere is pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool. Hij is een veelgevraagd spreker over onderwijs, jongeren en jongerencultuur en blogt daar fanatiek over op X, Y of Einstein?. Hij verdiept zich al jaren in de leefwereld van jongeren en is een zelfverklaarde verslaafde aan populaire cultuur.Bert Smits is sociaal pedagoog en maatschappelijk ondernemer. Hij begeleidt organisaties, overheden en bedrijven in complexe transitieprocessen vanuit Levuur. Samen of met andere auteurs schreven ze eerder onder andere al Is het nu Generatie X, Y of Einstein?, De jeugd is tegenwoordig, Meisjes kijken en Jongens zijn slimmer dan meisjes, waar in deze nieuwe publicatie veelvuldig naar verwezen wordt.

[Recensie] ‘Puber Leaks’ van 15-jarige Paul Bühre in 10 oneliners

Paul Bühre liep op zijn 15de stage bij Die Zeit, waar hij een artikel publiceerde over wat pubers werkelijk bezighoudt. Daaruit kwam een boek voort, dat inmiddels een bestseller is in Duitsland en wereldwijd wordt vertaald — in Nederland onder de naam Puber Leaks (ondertitel: Wat wij werkelijk denken (terwijl jij denkt dat we niets denken)). In een kleine 200 pagina’s deelt de scholier zijn ervaringen als puber en de problemen en gedachten die hierbij komen kijken; een persoonlijke observatie, geïllustreerd met zijn eigen tekeningen.

De verschillende zaken die belangrijk en/of onontkoombaar zijn voor deze leeftijdsgroep hebben allemaal een eigen hoofdstuk gekregen: groepsdynamiek, sociale media, uiterlijk, alcohol en drugs, games, seks en porno (en liefde), school, muziek, conflicten met ouders, opvoedingsmethodes en stemmingswisselingen. Daarbij worden veel vooroordelen bevestigd (hoewel je nooit helemaal zeker wat wat gemeend en wat cynisch bedoeld is): zonder internet kan deze generatie niets en gamen hoort bij deze generatie, elk moment dat ze niets te doen hebben checken ze hun mobieltje, jongens en meisjes begrijpen elkaar niet, als ouders iets verbieden wordt dat niet begrepen, eerlijk zijn is moeilijk, koptelefoons zijn een statussymbool, enzovoort. En er blijkt een heel voor de hand liggende verklaring te zijn waarom meningsverschillen in de puberteit nodig zijn: kinderen moeten een eigen mening gaan vormen en niet simpelweg de visie van hun ouders overnemen.

Paul vraagt zich af hoe het kan dat de hedendaagse puber zo slecht begrepen wordt, terwijl zijn ouders ooit hetzelfde doormaakten. In plaats van ‘het slachtoffer’ om raad te vragen, richt de tot waanzin gedreven ouder zich tot opvoedingsadviesboeken en verwarde moeders met dezelfde probleempubers. En dat is voor deze ‘gewone’ jongere (er is geen sprake van een rebels uiterlijk, drugsgebruik of extreme emoties) natuurlijk een mooie aanleiding om dat eens lekker van zich af te schrijven. Volgens de jonge auteur komen alle conflicten tussen ouders en kinderen voort uit teleurstelling dat de kinderen niet zijn zoals de ouders dat wensen. Niet alleen ouders krijgen er van langs (op zeer milde wijze overigens), ook de school moet het ontgelden, want waarom moet je daar zo veel uit je hoofd leren als je alles toch weer vergeet of niet meer nodig hebt? Leraren zouden een energie moeten uitstralen die aanstekelijk werkt voor de scholieren en duidelijk moeten maken hoe hun vak samenhangt met het leven buiten de school. Een beetje meer zoals de scène uit Breakin Bad waarin Walter White uitlegt waarom scheikunde belangrijk is, en Paul zou weer huiswerk gaan maken.

Om een betere indruk van de inhoud te geven, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘Elke dag is een ware strijd om prestige en erkenning.’ (pagina 11)
  • Niks doen is sowieso meestal cooler dan iets doen, school is al inspannend genoeg.’ (17)
  • ‘Je kunt je waarschijnlijk wel indenken wat er met iemand gebeurt die eruitziet alsof mama nog iets te vertellen heeft over de kledingkeuze.’ (49)
  • ‘In principe geldt dat zolang je hobby’s en vrienden niet verwaarloost vanwege een spel en op zijn minst af en toe nog iets voor school doet, er geen probleem is.’ (82)
  • ‘Ineens had ik het idee dat ik een beetje te jong was voor mijn leeftijd.’ (95)
  • Misschien is dat ook wel het nut van school, dat je eraan went dat veel werk dat je in je leven verricht niet leuk is en niemand iets oplevert.‘ (118)
  • ‘Jongeren van mijn leeftijd willen zo min mogelijk werken en zo veel mogelijk verdienen.’ (123)
  • ‘Op onze leeftijd gaat alles trouwens alle kanten op: de charts zijn ineens mainstream, en mainstream is stom, en nu is het plotseling cool om artiesten te kennen van wie niemand uit je klas ooit gehoord heeft.’ (131)
  • ‘Als je het ons verbiedt om naar series te kijken, is dat ongeveer alsof ze jullie zouden verbieden de krant te lezen en jullie op kantoor ineens niet meer mee kunnen praten.’ (152)
  • ‘We zijn zo verschillend als mensen nu eenmaal zijn, ook al doen we vreselijk ons best om dat te verhullen.’ (182)

Ik bestelde het boek op aanraden van Yvonne van Sark van YoungWorks, die het een ‘must read’ noemde (en wie ben ik om daar geen gehoor aan te geven ;-)), en de achterflap van de uitgave belooft ‘alles wat je altijd wilde weten over je puber, maar waarop je nooit een fatsoenlijk antwoord kreeg’. Beide loftuitingen zijn naar mijn bescheiden mening wat overdreven, maar als je een paar uurtjes over hebt, is het een goede tijdsbesteding. Het is licht, het is grappig en het is herkenbaar. Aan de andere kant is het niet echt verrassend, leerzaam of schokkend. En op basis van zijn tekeningen vermoed ik dat Paul zijn droom om striptekenaar te worden niet waar gaat maken. Hoe dan ook, het is een knappe beschouwing, helder en aansprekend onder woorden gebracht, geschikt voor een ieder die nieuwsgierig is en legaal en zonder al te hoge verwachtingen eens een dagboek van een tiener wil inkijken…

inside puberleaks

Eerste kinderboek over Ramadan: ‘Voor iedereen die in multicultureel Nederland opgroeit of opvoedt’

Voor naar schatting 1 miljoen moslims in Nederland begint dit jaar rond 18 juni de Ramadan. Waar voor Kerstmis en Pasen volop keuze is aan Nederlandse kinderboeken over deze feestdagen, is er voor de Ramadan een zeer beperkt aanbod. Uitgeverij Bzzidi Media* springt hier met haar eerste boek op in. Het kinderboek Hoe Farah meedoet met de Ramadan, zonder te vasten! van Naima El Bouzidi (tekst) en Sun Jung Huang (illustraties) is vanaf deze week verkrijgbaar. Het boek is naast voorleesboek (4+) thuis of op school ook geschikt voor kinderen (9+) om zelf te lezen.

Het boekje vertelt over het gezin van het meisje Farah. De Islamitisch-Nederlandse ouders van Farah doen mee met de Ramadan. Farah vindt de Ramadan saai omdat ze dan meestal alleen met haar broertje Akram moet eten. Farah’s ouders vertellen over de avonturen van twee eekhoorntjes Rama en Dan en laten zo zien hoe Farah ook mee kan doen met de Ramadan, zonder te vasten. Door het boek leren kinderen vanaf 4 jaar op speelse wijze wat de Ramadan is en waarom er mensen aan meedoen.

Cover Ramadanjpg

Het boek is een handreiking voor ouders, verzorgers, juffen en meesters die multicultureel opvoeden en voor kinderen die multicultureel opgroeien. Volgens de makers maakt het niet uit wat hun achtergrond is, kinderen voelen zich thuis in het warme gezin van Farah en zijn dol op de eekhoorntjes Rama en Dan. Voor de lezers die niet zo bekend zijn met de Ramadan, zijn er twee pagina’s met ‘Wist jij dat…?’ opgenomen met uitleg van begrippen als Ramadan, Suikerfeest en vasten. Daarmee moet het boek een startpunt vormen om het thema Ramadan in het gezin, op school of op de BSO te bespreken.

*De jonge uitgeverij Bzzidi Media (2014) laat door speelse verhalen zien welke gebruiken, waarden en normen kinderen met een niet-westerse achtergrond in Nederland meekrijgen. Voor kinderen met een niet-westerse achtergrond herkenbaar en voor andere kinderen een kijkje in een nieuwe wereld. De drijvende kracht achter Bzzidi Media is Naima El Bouzidi-van der Giesen, van oorsprong sales/business development manager én dochter van Marokkaanse immigranten. Vanuit haar wens op een positieve manier culturen bij elkaar te brengen is zij Bzzidi Media gestart. Naima schrijft de verhalen en werkt samen met designer Sun Jung Huang die de vormgeving en illustraties verzorgt. Naast dit boekje over de Ramadan liggen er nog tal van verhalen en ideeën op de plank. 

Naima en Sun hopen dat Hoe Farah meedoet met de Ramadan, zonder te vasten! zo succesvol wordt dat ze door kunnen met hun serie. Hun doel: zo vroeg mogelijk zo veel mogelijk bruggen slaan door multiculturele Nederlandse kinderboeken. 

Klik hier voor een inkijkexemplaar.

[Recensie] Boek ‘Overgewicht en obesitas bij kinderen’ van Edgar van Mil en Arianne Struik in 10 oneliners

Overgewicht bij kinderen is een veelvoorkomend probleem dat veel aandacht in de media krijgt. Iedereen heeft verstand van dit onderwerp en tegenstrijdige adviezen scheppen verwarring. Gelukkig is er hulp: kinderarts/endocrinoloog Edgar van Mil en ontwikkelingspsycholoog/systeemtherapeut Arianne Struik schreven het boek Overgewicht en obesitas bij kinderen (ondertitel: Verder kijken dan de kilo’s), en dat maakt veel duidelijk. Zij betogen dat overgewicht meestal geen ziekte is, maar een natuurlijke reactie van het lichaam op een dikmakende omgeving.

Volgens de auteurs worden we in onze moderne westerse samenleving gestimuleerd om inactief te zijn en meer te eten dan nodig is (NB kidsmarketing wordt wel eens als veroorzaker van obesitas genoemd, maar woorden als marketing of reclame komen in de ruim 300 pagina’s die dit boek telt niet voor). Er is een evolutionaire verklaring: overgewicht was duizenden jaren geleden een noodzakelijke situatie die onze soort heeft geholpen om te overleven. In de tijd van onze verre voorouders was het namelijk in het voordeel van het voortbestaan van de mens om te veel te eten en extra voorraden op te slaan in de vorm van vetweefsel. Deze reactie is niet meer wenselijk nu voeding bijna onbeperkt verkrijgbaar is, maar het mechanisme werkt nog steeds (een overdaad aan eten zorgt voor een geluksgevoel): kinderen met overgewicht zijn eigenlijk betere overlevers, maar in de huidige maatschappij hebben ze een probleem.

Hoewel er niet één oorzaak van overgewicht is, zal in veel gevallen de oplossing te vinden zijn in een levenslange leefstijlverandering, wat betekent dat ouders hun gedrag moeten veranderen (het goede voorbeeld geven, grenzen stellen), en dat aan hun kinderen overdragen in de opvoeding (bij voorkeur zo vroeg mogelijk in de kinderjaren). Wie wil afvallen, moet minder energie opnemen dan er wordt gebruikt. Het eten van zout, zoet of vet voedsel geeft echter een fijn gevoel en is lastig te weerstaan als dit volop beschikbaar is, en kinderen voelen zelf niet aan wanneer ze genoeg hebben gegeten. Suikers zijn potentieel schadelijk, snoepen is per definitie niet gezond, frisdrank is in feite vloeibaar snoep. Zuivelproducten zijn wél een goede keuze, water is dé dorstlesser. Dagelijks meer lichamelijke activiteit vormt de basis om overgewicht aan te pakken. — Zomaar enkele belangrijke bevindingen uit Overgewicht en obesitas bij kinderen die opvoeders zich moeten beseffen. Aangezien heel veel ouders zorgen die uitgesproken worden over het gewicht van hun kind overdreven vinden en geneigd zijn het probleem te bagatelliseren, is een eerste uitdaging om hen daarvan te overtuigen.

Het boek is bedoeld voor professionals in de gezondheidszorg, zoals kinderartsen, huisartsen, verpleegkundigen, diëtisten, maatschappelijk werkers, psychologen en fysiotherapeuten. Daarnaast is het een nuttig naslagwerk (het mag geen handboek genoemd worden) voor het gezin zelf. Geen gemakkelijke kost, maar ook goed te volgen voor lezers die (net als ondergetekende) na een paar jaar biologieles op de middelbare school zijn afgehaakt. Een enorme hoeveelheid wetenschappelijke literatuur en richtlijnen, gecombineerd met praktijkervaring van de auteurs, wordt in begrijpelijke taal verwoord en vertaald naar een praktische aanpak (de specialistische medische delen, bijvoorbeeld over de stofwisseling of over orexigene zenuwen, mogen overgeslagen worden). De uitgave is leesbaar, interessant én leerzaam, een knappe prestatie van de auteurs gezien de omvang, zwaarte en tegenstrijdigheden van het onderwerp. 

In 12 hoofdstukken wordt uitgelegd waarom overgewicht een chronisch probleem is en door welke van de vele risicofactoren het te voorspellen is, welke lichamelijke en medische oorzaken er zijn en welke psychische aspecten een rol spelen, hoe het zit met voeding en beweging, en welke mogelijkheden en kansen er zijn om het probleem aan te pakken. Naast de onderbouwde feiten worden praktijkvoorbeelden beschreven en is een groot aantal adviezen opgenomen. In de tekst worden de belangrijkste zaken nog even kort en krachtig benadrukt in een kadertje (om een voorbeeld te noemen: ‘Streng lijnen is op geen enkele leeftijd wenselijk’). Het boekt eindigt met de antwoorden op 24 frequently asked questions als ‘snoepen kun je toch niet afnemen van kinderen, dat kun je ze toch niet aandoen?’ (‘Jawel hoor, waarom niet?’). Ter ondersteuning zijn werkbladen en voorbeeldmateriaal online beschikbaar. Het volgen van de stappenplannen uit het boek zal overigens de nodige inspanning vergen.

De publicatie wekt de indruk compleet te zijn, met een uitgebreide uitleg, een blik van verschillende kanten, heldere conclusies, vele nuances, enzovoort, waar bovenstaande beschrijving geen recht aan kan doen. Om een iets betere indruk van de inhoud te geven, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘Er zal geen pil komen om deze ziekte te genezen, en voor de aanpak van overgewicht is het noodzakelijk om het juist niet als ziekte te zien, maar als een normale reactie op een abnormale omgeving.’ (pagina 24)
  • ‘Bij zowel kinderen als volwassenen geldt dat de energie-inname en het energieverbruik samen een weegschaal vormen die in balans moet zijn.’ (26)
  • Veel ouders en kinderen realiseren zich het belang van voldoende slaap voor de energiehuishouding niet, maar slapen is een zeer actieve bezigheid.’ (54)
  • ‘De meeste kinderen met overgewicht zijn of worden gepest en vrijwel allemaal rapporteren zij dat het ergste effect van hun zwaarlijvigheid te vinden.’ (82)
  • ‘Als er al een dikmakend voedingspatroon aanwezig is in het gezin, krijgen de kinderen dit bijna letterlijk met de paplepel mee.’ (108)
  • ‘Als kinderen met overgewicht gezonder gaan eten, vallen ze niet alleen af maar gaan ze zich ook beter voelen.’ (123)
  • ‘Hoewel ouders het sociale aspect van het terugbrengen van het aantal snoepmomenten lastig vinden, bijvoorbeeld vanwege traktaties op school, is het minder snoepen en drinken van suikerhoudende dranken een van de makkelijkste voedingsinterventies.’ (141)
  • ‘Opa en oma of tante moeten met de ouders mee naar de diëtiste, jeugdverpleegkundige of arts.’ (152)
  • ‘Als men het voedings- en bewegingspatroon in sommige gezinnen tegen het licht houdt, is het een raadsel dat niet alle kinderen te dik zijn.’ (184)
  • ‘Het is zinloos om als professional helemaal te begrijpen hoe het systeem in elkaar steekt als het systeem daar zelf (nog) heel anders tegenaan kijkt.’ (230)

Je kan het boek hier bestellen (€ 29,95). Een aanrader voor iedereen die een mening over obesitas bij kinderen denkt te hebben!

[Recensie] Boek ‘Mediawijs Online – Jongeren en Sociale Media’ in 10 oneliners

Drie maanden geleden noemde ik het boek al in een artikel over een Vlaamse campagne rond online privacy in de klas, en inmiddels heb ik het dan eindelijk uitgelezen. Met Mediawijs Online (ondertitel: Jongeren en Sociale Media), geschreven door Michel Walrave en Joris van Ouytsel van de onderzoeksgroep MIOS van de Universiteit Antwerpen, wil het kenniscentrum voor mediawijsheid Mediawijs.be tegemoet komen aan de vraag van begeleiders naar houvast in hun aanpak van jongeren en sociale media.

Elk hoofdstuk behandelt uitgebreid de relevante onderwerpen, achtereenvolgens sociaalnetwerksites, cyberliefde, sexting, grooming, cyberpesten, delen van locatie, reclame via sociale media en games, en onlinereputatie. Heel veel wetenschappelijke kennis wordt gecombineerd met praktijkervaring, en rond elk thema worden concrete adviezen voor jongeren, ouders en scholen gegeven.De afsluitende bibliografie beslaat, ondanks de kleine lettertjes, 20 pagina’s; er worden honderden bronnen en onderzoeken opgevoerd. Het is dan ook een zeer degelijke publicatie, dat een goed (compleet?) overzicht van de feiten, toepassingen, begrippen en inzichten geeft.

Wie ook de tijd gaat nemen om het boek te lezen, zal soms het gevoel hebben dat er open deuren worden ingetrapt (dat kwaadwillende volwassenen jongeren makkelijker kunnen benaderen dankzij elektronische communicatie zal niemand verbazen), en het soms juist toejuichen dat begrippen zo uitgebreid worden toegelicht (niet iedereen zal weten wat bijvoorbeeld het disinhibitie-effect is). Het enorm informatieve karakter van het boek brengt met zich mee dat het minder makkelijk wegleest; zaken worden wat afstandelijk, klinisch en droog beschreven — gevoelsmatig is bijna elke zin feitelijk onderbouwd (ik telde een keer zelfs twaalf noten bij een regel).

Daarnaast zijn niet alle tips in de praktijk even realistisch (‘wees zelf geen pestkop’ — verzin het maar) en zijn enkele gegevens verouderd (Hyves en Netlog worden nog genoemd). Gezien het doel van de uitgave zijn dit echter overkomelijke bezwaren, want wie zijn kennisniveau over mediawijsheid wil opvijzelen, komt goed aan zijn trekken. Afhankelijk van de achtergrond van de lezer kan deze het als naslagwerk of als handleiding gebruiken. Hoe dan ook verdienen de auteurs respect voor de enorme hoeveelheid werk.

Om een betere indruk van de inhoud te geven, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘De belangrijkste drijfveer om sociaalnetwerksites te gebruiken, lijkt het delen van, lezen van en interageren met informatie te zijn’ (pagina 15)
  • ‘Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat vele stellen ‘Facebook Official’ worden als een belangrijke stap in hun relatie beschouwen’ (43)
  • ‘In tegenstelling tot het lezen van iemands post of het doorbladeren van de agenda van de partner, wordt het routinematig bezoeken van iemands Facebookpagina, ook die van de eigen partner, als minder opdringerig ervaren’ (49)
  • ‘Het bezit van sextingbeelden fungeert als een symbolisch ‘kapitaal’ en de uitwisseling ervan met anderen is te vergelijken met het verhandelen van een symbolische ‘munt”
  • ‘Jammer genoeg was er ons op het moment van schrijven geen onderzoek bij jongeren bekend over de mogelijke kansen die sexting aan hen zou kunnen bieden’ (65)
  • ‘Cyberpestkoppen hebben in het algemeen een gebrek aan empathie‘ (116)
  • ‘Een van de meest logische logische stappen om online pesten tegen te gaan is om als volwassene zelf voorbeeldgedrag te stellen en zelf de gepaste privacyinstellingen te hanteren en anderen op het internet met respect te behandelen’ (125)
  • ‘Het eigenlijke product van sociaalnetwerksites is niet het communicatieplatform maar de advertentieruimte en de bijbehorende gegevens van de gebruikers’ (145)
  • ‘Kinderen en jongeren plukken ongetwijfeld de vruchten van het rijke, door adverteerders gesponsorde, media-aanbod dat hen voorziet van ruime mogelijkheden voor informatie, entertainment, communicatie en expressie’ (152)
  • ‘De aanwezigheid van foto’s van aantrekkelijke vrienden zorgt ervoor dat anderen je ook als mooier zullen beschouwen’ (184)

Het boek is hier te bestellen.

Boekenweek voor jongeren: CPNB start Literatour-campagne

Het leesgedrag van jongeren tussen 15 en 18 jaar staat onder druk. Internationaal onderzoek wijst uit dat bij deze groep de geletterdheid afneemt. Wie regelmatig leest, gaat beter en daardoor automatisch vaker lezen, en daarom start de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) een nieuwe campagne* voor jongeren die leesplezier vooropstelt en middelbare scholieren helpt een boek te vinden dat bij hen past. Literatour richt zich op 788.000 jongeren van 15 t/m 18 jaar in Nederland en vindt plaats van 23 t/m 29 maart 2015.

In deze ‘Boekenweek voor jongeren’ gaan diverse jonge schrijvers, waaronder Gideon Samson, Mano Bouzamour, Lydia Rood, Daan Heerma Van Voss, Ernest van der Kwast en Daniëlle Bakhuis, op tournee langs verschillende middelbare scholen. Zij gaan dan in gesprek met leerlingen en hen te inspireren met leesplezier.

Op vertoon van hun CJP Cultuurkaart krijgen jongeren van 23 maart t/m 26 april in de boekwinkel € 5,- korting op een van de 25 Literatour-toptitels. In samenwerking met Talent, de lesmethode Nederlands van uitgeverij Malmberg, wordt de Literatour Boekentipper ontwikkeld waarmee leerlingen ontdekken welk boek het beste bij ze past.

Daarnaast wordt in deze week de Dioraphte Literatour Prijs (DLP), voorheen Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs, bekendgemaakt en uitgereikt. De prijs bestaat uit twee juryprijzen (in de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig en de categorie Vertaald) en een Publieksprijs. Op maandag 23 maart worden de nominaties bekendgemaakt en start de stemperiode voor de Publieksprijs. Via www.literatour.nu (nee, niet .nl — die was al bezet) kunnen jongeren tussen de 15 en 18 jaar stemmen op hun favoriete boek. Op 27 maart worden de winnaars bekendgemaakt.Vanaf dit jaar is de jury versterkt met twee jongeren. De drie winnaars ontvangen ieder een geldbedrag van 15.000 euro.

Literatour_poster

*Literatour is een project van Stichting CPNB in samenwerking met Stichting Lezen, Stichting Schrijver School Samenleving, Uitgeverij Malmberg en CJP. De campagne wordt tot stand gebracht met financiële ondersteuning van Fonds 21 en het Nederlands Letterenfonds. De Dioraphte Literatour Prijs komt tot stand met financiële ondersteuning van Stichting Dioraphte.

Update (28/3): Het boek Birk van Jaap Robben heeft de meeste stemmen gekregen en won daarmee de Publieksprijs van de Dioraphte Literatour Prijs 2015. In de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig heeft De veteraan van Johan Faber gewonnen. De Juryprijs in de categorie Vertaald ging naar Eleanor & Park, vertaald door Annelies Jorna en Ineke Lenting en geschreven door Rainbow Rowell.

[Recensie] ‘Motivatie Binnenstebuiten’ van Huub Nelis en Yvonne van Sark in 10 oneliners

Na Puberbrein Binnenstebuiten (hoe jongeren zich tussen hun 10e en 25e ontwikkelen — ruim 50.000 keer verkocht!) en Over de Top (over talentontwikkeling van jongeren) is Motivatie Binnenstebuiten (het geheim achter gemotiveerde pubers, enthousiaste leerlingen en gedreven studenten) een logische opvolger waarin veel kennis uit de eerste twee publicaties samenkomt. Huub Nelis en Yvonne van Sark van jongerencommunicatiebureau YoungWorks gaan in hun derde boek op zoek naar de werking van motivatie.

Dat is niet alleen een zeer actueel thema in opvoeding en onderwijs, maar ook in de media waar jongeren nogal eens bekritiseerd worden. Anjuly de Geus beschreef het in #GeenFilter al vanuit het oogpunt van de jongere zelf, in Motivatie Binnenstebuiten komen de experts aan het woord. In het eerste deel van het boek wordt dieper ingegaan op motivatie: wat is het en hoe ontstaat het? Daarna wordt ingezoomd op domeinen als opvoeding, onderwijs, arbeidsmarkt en vrije tijd. Feiten uit de literatuur worden gecombineerd met een indrukwekkend aantal interviews met schooldirecteuren, huiswerkinstituten, managers van bedrijven, wetenschappers, docenten en jongeren zelf. Het boek is rijkelijk geïllustreerd: 112 foto’s, speciaal voor deze uitgave geschoten door André Bakker, die naar eigen zeggen de situaties en emoties van de jeugd wilde vastleggen. Het zijn ‘slechts’ sfeerplaatjes, die niet echt een relatie hebben met (of iets toevoegen aan) de inhoud.

motivatie binnestebuiten spread

Maar hoe zit het met die inhoud? Doel is dat het boek bruikbaar is voor ouders, docenten, stagebegeleiders, leermeesters en managers, dus eigenlijk zo’n beetje iedereen die met jongeren te maken heeft, waarvan de meesten zich met een wanhopige ondertoon wel eens afgevraagd zullen hebben hoe hen te motiveren. De auteurs hopen lezers te helpen om jongeren beter te kunnen ondersteunen in de zoektocht naar hun persoonlijke motivatie: hoe kun je jongeren in beweging krijgen voor dingen die ze zelf nog niet hebben bedacht en nog niet overzien?

Ik betwijfel of die hamvraag afdoende wordt beantwoord. Zeker in de eerste hoofdstukken wordt er lang om de kern heengedraaid, vroeg ik me af wanneer het echt ging beginnen. Hoe relevant is bijvoorbeeld een vergelijking uit het werk Phaedrus van de Griekse filosoof Plato? Zodra de beschrijvingen concreter worden, wordt het meteen interessanter. En leerzaam is het zeker. Zo weet je na het lezen van de uitgave dat niet-gemotiveerd zijn een neutrale situatie is, dat aan de elementen competentie, autonomie en verbinding voldaan moet worden, dat motivatie geen eigenschap is, dat de plaats in de groep van levensbelang is (dat komt dan ook steeds terug), dat scaffolding een zinvolle manier van begeleiden is, dat de grootste valkuil voor veel jongeren is dat ze nog niet genoeg zelfkennis hebben om te weten wat hen echt interesseert, dat de vraag waarom ze iets moeten weten/kunnen een ontzettend belangrijke vraag is, enzovoort.

Ondanks de achtergrond van de auteurs is het geen marketingboek (het gaat er niet over hoe je jongeren enthousiast kan maken voor bepaalde producten/diensten). En ondanks het onderwerp is het evenmin een zelfhulpboek (de tips aan het einde van elk hoofdstuk zijn wél handig, en er zijn talloze goede (of op zijn minst goed bedoelde) adviezen voor opvoeders). Wie meer wil weten over het onderwerp motivatie is echter aan het juiste adres, dat wordt gedegen uit de doeken gedaan — interessante materie, prima geschreven. En door de interviews en veelzeggende quotes wordt een goede koppeling met de praktijk gemaakt. Die praktijk zal echter veelal weerbarstiger en genuanceerder dan deze theorie van een kleine 300 pagina’s doet vermoeden. Neemt niet weg dat dit tot een belangrijk (en veel verkocht) boek kan uitgroeien, niet alleen omdat motivatie voor iedereen en met het oog op de toekomst relevant is, maar vooral omdat hier zoveel zinvolle informatie verzameld is.

Om een betere indruk van de inhoud te geven, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘Jongeren zijn niet lui; ze zijn selectief gemotiveerd’ (pagina 25)
  • ‘Het is de kunst omstandigheden te creëren waarin jongeren vanuit zichzelf gemotiveerd raken’ (51)
  • ‘Voorheen werd veel voor hen uitgestippeld en bedacht; nu moeten, of nee, mógen ze het zelf bepalen‘ (58)
  • ‘Volwassenen onderschatten heel vaak dat jongeren ook voor hen aan het werk zijn; om te zorgen dat hun vader trots op ze is of om die geweldige docente te laten zien dat ze haar vak begrijpen’ (64)
  • ‘Het is belangrijk dat jongeren overzien waar ze naar op weg zijn’ (65)
  • ‘Als games eerder waren uitgevonden dan de boekdrukkunst, dan was de kans groot dat er nu een levendig debat heerste over de nadelen van boeken’ (92)
  • ‘Geef geen persoonscomplimenten (‘Je bent hier echt goed in’), maar procescomplimenten (‘Je gaat hierin enorm vooruit’)’ (136)
  • ‘Als de eskimo’s meer dan twintig woorden hebben voor de term ‘sneeuw’, dan moet het ons toch ook lukken om meer betekenis en reikwijdte te geven aan het begrip ‘iets leuk vinden’?’ (166)
  • ‘Veel jongeren hebben geen idéé‘ (218)
  • ‘Bespaar je de frustratie van de gedachte dat intrinsieke motivatie altijd het hoogste doel is’ (268)

Het boek is hier te bestellen. Geïnteresseerden kunnen ook een inspiratiesessie of masterclass over dit onderwerp bijwonen.

Boek Patti Valkenburg over schermgaande jeugd: ‘Mediagebruik hoeft geen struikelblok in opvoeding te zijn’

Waarom zijn veel jongeren vergroeid met hun smartphone? Is gamen slecht voor de ontwikkeling van kinderen? Zijn de effecten van seks in de media alleen maar schadelijk? Veel ouders tobben met de vraag of ze hun kinderen moeten beschermen voor hun mediagebruik en hoe ze dat het beste kunnen doen. In haar nieuwe boek Schermgaande jeugd bespreekt Patti Valkenburg, universiteitshoogleraar Media, Jeugd en Samenleving aan de UvA, de laatste stand van zaken rond het gebruik, de aantrekkingskracht en de effecten van media onder kinderen.

Jongeren zitten iedere dag zes uur voor een scherm, meer tijd dan ze op school doorbrengen. Valkenburg laat zien dat de meeste kinderen baat hebben bij de nieuwste generatie schermmedia: hun cognitieve en sociale vaardigheden nemen toe, en hun vriendschappen en zelfvertrouwen worden gestimuleerd. Bij een kleine groep gaat het echter minder goed. Deze kinderen vertonen aandachtsproblemen en online risicogedrag. Ze worden gepest, of raken verslaafd aan games of sociale media. Ook kunnen zij agressief en opgefokt raken van gewelddadige games. Vijf procent van de jongeren is verslaafd aan games.

“In het maatschappelijk debat wordt gamen regelmatig verward met pathologisch gamen. Het is belangrijk om een duidelijk onderscheid te maken, want de sociale effecten van gamen liggen anders voor gameverslaafden dan voor normale gebruikers. Gamen gaat in het algemeen samen met minder eenzaamheid, terwijl pathologische gamers wel vaak eenzaam zijn en die eenzaamheid neemt toe naarmate de verslaving toeneemt.”

Tieners dulden niet gemakkelijk inmenging in hun mediagebruik, omdat ze menen dat het – net als vrienden en kleding – binnen hun persoonlijke domein valt. Dit maakt dat veel ouders het reguleren van het schermgedrag van tieners moeilijk vinden. Valkenburg sluit haar boek daarom af met een aantal op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde adviezen voor een proactieve mediaopvoeding. In zo’n opvoeding zijn er duidelijke afspraken over gedragsregels, die passen bij het ontwikkelingsniveau, en die consistent worden gehandhaafd.

“Omgaan met de verleidingen van smartphones, games en apps vereist zelfcontrole. Als je je kind hierbij wilt helpen, werkt een autonomie-bevorderende opvoeding het beste. Bijvoorbeeld: geen apparaten aan tafel tijdens het eten of geen telefoon na een bepaalde tijd in de avond. Maak deze afspraken bij voorkeur vóórdat de smartphone, game of app wordt aangeschaft.”

Ze benadrukt ook het belang van het voorkomen van gewoontevorming: “In de kindertijd kan mediagebruik – net als veel ander gedrag – al snel een gewoonte vormen. Als dat gebeurt, is het nog maar moeilijk af te leren. Een mediaopvoeding is pas proactief als deze erop gericht is te voorkomen dat tieners de gewoonte vormen om altijd bereikbaar te zijn.”

Updates:

  • (3/12): In een interview met Mijn Kind Online legt Patti Valkenburg uit dat ze met dit boek ouders vooral hoop wil meegeven: “Je hoort van zoveel ouders dat de opvoeding zoveel moeilijker is geworden en dat ze enorme moeite hebben het mediagebruik van hun kinderen binnen de perken te houden, vooral bij pubers. Maar uit het wetenschappelijk onderzoek dat er nu ligt, blijkt dat er over het algemeen best hoop is.”
  • (10/12): In een interview met de Volkskrant lezen we dat de meest gestelde vraag aan Patti Valkenburg is wat ouders moeten doen: “Kinderen en jongeren verschillen onderling sterk. Dus zeg ik tegen ouders: u kent u kind het beste, u ziet hoe het reageert op enge films of een heftige game. Ouders zijn de eerste verantwoordelijken. Als je kind onrustig of bang wordt, dan laat je het toch niet kijken?”

[Recensie] ‘#GeenFilter – Bekentenissen van Generatie Y’ van Anjuly de Geus in 10 oneliners

Het zal je niet ontgaan dat er heel veel over generatie Y geschreven wordt, waarbij het een soort tweestrijd lijkt te zijn tussen oudere, kritische experts (die millennials als narcistisch en visieloos bestempelen) en de doelgroep zelf die met grote frustratie het tegendeel wil aantonen (of het eigen gedrag probeert te verklaren). Voor beide standpunten is voldoende bewijsmateriaal beschikbaar, want er zijn een boel onderzoeken en onderbouwde meningen gepubliceerd. Auteur/ blogger/historica/zeepjesverkoper Anjuly de Geus (27) schreef er zelfs een boek over.

Dat doet ze niet op basis van wetenschappelijke literatuur, maar ze vertelt een persoonlijk verhaal over deze generatie vanuit de praktijk — een uitgebreider vervolg op haar opinieartikel Bekentenissen van een zeepjesverkoper in nrc next vorig jaar. Met bloed, zweet en tranen afgestudeerd, nu onder haar niveau werkend en nog steeds single, huilend als ze zich herkent in de documentaire Alles wat we wilden. Ze heeft haar eigen ervaringen van de afgelopen jaren opgetekend — om het niet helemaal N=1 te maken aangevuld met interviews met (hoogopgeleide) leeftijdsgenoten. Eén van de vragen uit zo’n interview: wat zou je willen zeggen tegen je ‘ik’ van tien jaar geleden? Het minst serieuze antwoord: ‘Dat kan wel wat minder met die eyeliner.’

Er wordt neerbuigend naar deze generatie gewezen, terwijl deze juist een enorme druk voelt. De ambitie van Anjuly met dit boek was daarom om een accurater beeld — zonder filter — te tonen van zichzelf en medetwintigers. Onder de titel #GeenFilter – Bekentenissen van Generatie Y gaat het onder andere over keuzestress, de afstudeerhel, alles willen, uniek zijn, asociale media, psychische klachten en dateleed. Het is een mooie, herkenbare generatieschets geworden, maar verschillende vooroordelen worden eerder bevestigd dan ontkracht. En de auteur wéét dat ook. Zo heeft ze van kinds af aan het gevoel voorbestemd te zijn om grootse dingen te doen in haar leven, maar daar schaamt ze zich voor, omdat het haar tot een stereotiepe millennial maakt.

Generaliseren brengt met zich mee dat niet iedereen zich aangesproken zal voelen. Sowieso gaat het hier niet om lager opgeleide jongeren, en er wordt af en toe teveel voorbehoud gemaakt (‘het lijkt erop dat…’). Maar het is wel een geslaagd inkijkje in het leven van studenten en nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Zo weet ik nu wat het bestbewaarde geheim is van deze generatie: aan de buitenkant zelfverzekerd, succesvol en doelbewust, maar vanbinnen vaak één brok onzekerheden en neuroses. En waar generatie Y de grootste moeite mee heeft: het maken van keuzes. Dus.

Wie met studenten werkt, komt bruikbare adviezen tegen hoe hiermee om te gaan. Wie zelf studeert of een baan zoekt, beseft niet de enige te zijn met twijfels en problemen. En wie een negatieve mening heeft over deze jongvolwassenen, kan hun houding wellicht wat beter plaatsen. Het lezen van dit boek is dus een prima tijdsbesteding, hoewel het misschien wel wat teveel informatie bevat, want wat hebben we eraan om de eigenschappen van de vriendinnen van de auteur of haar avontuurtje met ene Bert (‘die nog-net-niet-kwispelende-puppy’) te kennen?

Om een betere indruk van de inhoud te geven, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  •  ‘Waar de jongerencultuur van de jaren zestig nog iedere dag geromantiseerd wordt in films, boeken en muziek, zal generatie Y waarschijnlijk de geschiedenisboeken in gaan als hedonistisch, verwend, egoïstisch en lui’ (pagina 8)
  • ‘Hoe ‘huilie-huilie’ dit verhaal sommigen ook in de oren klinkt, het is waar een groot deel van recent afgestudeerden dagelijks mee te maken krijgt’ (38)
  • ‘De schijnbaar eindeloze mogelijkheden zorgen ervoor dat het lastig wordt te focussen op één ding’ (47)
  • ‘Een deel van de kritiek van de oudere generaties op generatie Y komt – oh en dit zal me vast niet in dank afgenomen worden – naar mijn idee voor een groot deel voort uit een bepaalde jaloezie‘ (50)
  • ‘Onze vorm van protest vind je onder andere in geluiden die hackers en bloggers laten horen’ (61)
  • ‘De angst om dingen te missen wordt tegelijkertijd op afstand gehouden en gevoed’ (63)
  • ‘Het was meer regel dan uitzondering om naar een psycholoog te gaan’ (72)
  • ‘Als je niet wilt dat ik op je profiel kijk, stel je privacyinstellingen dan opnieuw in of blokkeer me, want ik gluur‘ (91)
  • ‘Hoewel we veel tijd online doorbrengen en alles delen, van vakanties tot crematies, zie ik een digitale vermoeidheid die langzaam maar zeker om zich heen begint te grijpen’ (107)
  • ‘Voelen mannen dat ik ze met mijn overanalyserende vrouwenbrein observeer en al mijn theorieën op ze loslaat?’ (135)

Je kan het boek o.a. hier bestellen.

[Boek] Eerste Europese initiatief positieve online content kinderen: ‘Positive Digital Content for Kids’

Lange tijd was het de insteek om kinderen weg te houden bij schadelijke inhoud, en initiatieven te ondersteunen die geweld en porno konden filteren. In het EU-beleid ‘A better internet for children’ is meer aandacht voor kwaliteit. Hoe meer goede inhoud er voor kinderen is, hoe kleiner de kans dat ze stuiten op schadelijk materiaal. Ouders hebben behoefte aan goede voorbeelden en producenten willen kwaliteit maken, wat een opgave is, zeker als je bijvoorbeeld in een overvolle app-winkel je product wilt laten opvallen.

Na twee jaar onderzoek in opdracht van de Europese Commissie presenteert een groep Europese experts op het gebied van kinderen en internet vandaag het boek ‘Positive Digital Content for Kids’, het eerste boek dat specifiek gaat over positieve online content voor kinderen. Het boek behandelt – in het Engels – het werk van de beste producenten uit Europa, waaronder autoriteit Ravensburger uit Duitsland, de BBC uit Engeland met hun format CBeebies en Toca Boca uit Zweden met 80 miljoen downloads. In de publicatie delen deze organisaties hun geheimen over hoe je goede, interactieve content voor kinderen maakt, van apps tot online video. Met het boek pleiten de makers voor meer aandacht voor kwaliteitscontent voor kinderen.

“Teveel nadruk ligt op de risico’s van wat jeugd doet met digitale media. Van cyberpesten tot sexting, het debat over jeugd en internet wordt te vaak in het criminele getrokken. Er is een Renaissance gaande, een opbloei van kwalitatieve inhoud voor kinderen, maar dan digitaal. De komende jaren zullen steeds meer prachtige contentproducties het licht zien. Vooral het onderwijs zal daar de vruchten van plukken.” [Remco Pijpers, initiatiefnemer van het boek, oprichter van Mijn Kind Online en een van de adviseurs van de Europese Commissie]

“We moeten ons bewust blijven van de gevaren, maar ons doel moet zijn om zoveel positieve content te produceren dat de negatieve inhoud steeds minder in het zicht is.” [Prof. Dr. Sonia Livingstone is een van de experts die in het boek aan het woord komt]

Het boek is een geslaagd initiatief van Mijn Kind Online (Nederlands expertisecentrum kinderen en digitale media; onderdeel van Kennisnet) in samenwerking met POSCON (netwerk van instituten, organisaties en bedrijven uit Europa, die ervaringen en expertise uitwisselen met als doel meer positieve digitale inhoud voor kinderen in Europa te creeren; initaitief van de Europese Commissie.). De uitgave is gratis te downloaden (en te verspreiden), maar ook in een beperkte oplage gedrukt en te koop.

Het gaat in de introductie over kinderen en media (visie van experts: Sonia Livingstone en Patti Valkenburg), en in de hoofdstukken daarna over testen & humor (showcase van BBC), gamen & educatie (Paxel123), wetenschap & gezin (Het Klokhuis), strategie & innovatie (Ravensburger) en over co-creatie & characters (Toca Boca). Interessante kost vol inzichten en tips, en dat alles in een bijzonder fraaie vormgeving (door Ontwerphaven, bekend van DUF). In alle opzichten een aanrader!

Bij wijze van samenvatting onderstaand het afsluitende lijstje uit het boek.

checkist poscon

Boek ‘Ik sta achter Patrick’ deelt verhalen slachtoffers van pesten om hen te ondersteunen

Kevin Scholman, voorzitter van Stichting Pestvrij Nederland, startte in mei dit jaar de Facebook-pagina Ik sta achter Patrick, nadat hij de gepeste Patrick Kramer had gezien in het RTL-programma Project P: Stop Het Pesten van Johnny de Mol en Dennis Weening. Deze pagina scoorde al meer dan 100.000 likes en kreeg een vervolg in de vorm van een gelijknamige website. De ervaringen die daar ingezonden werden, worden nu ook op papier gebundeld: op 27 september 2014 verschijnt het boek Ik sta achter Patrick.

De uitgave bevat 66 ingezonden verhalen en gedichten van slachtoffers van pesten. De stichting laat met dit confronterend boek zien hoe het is als je in de schoenen van de slachtoffers zou staan, om gepest te worden. Tevens hopen de auteurs hun medeslachtoffers hiermee te kunnen ondersteunen en kracht te geven in hun gepeste en gekwetste leven. Het boek moet een slachtoffer van pesten inspiratie en motivatie bieden om door te blijven vechten voor een mooie toekomst. In veel verhalen is namelijk ook te lezen hoe de schrijvers er zelf weer bovenop zijn gekomen.

achter patrick

“Dit boek zou eigenlijk gelezen moeten worden door jong en oud én aanwezig moeten zijn in alle scholen en bibliotheken.” [Evelien Kramer – moeder van Patrick]

Op initiatief van Stichting Pestvrij Nederland en uitgever Boekenindustrie sponsort elk verkocht boek de filmmakers van de Nederlandse film Pestkop, van regisseur Sjoerd de Bont en producent Jaro Gevers, welke medio 2015 in première zal gaan.

[Recensie] Trendboek van MARE: ‘Always be yourself. Unless you can be a unicorn. Then always be a unicorn.’

Wat houdt de huidige generatie jongeren eigenlijk bezig? Pernille Kok-Jensen en Els Dragt, van de Trends & Sparks-afdeling van MARE Research, proberen die vraag te beantwoorden in een publicatie waarvan de inhoud even vervreemdend is als de titel: Always be yourself. Unless you can be a unicorn. Then always be a unicorn. (de ondertitel verduidelijkt; het gaat om een Snapshot of the Weird and Wonderful World of the Tumblr Generation). Het is naar eigen zeggen “het eerste boek dat met overvloedig beeld en tongue-in-cheek teksten een portret schildert van de generatie jongeren die wel wordt aangeduid als Generatie Y, Millennials, Generatie Einstein, Digital Natives of zelfs Gypsies. Als lezer duik je met dit boek in de ‘Brave New World’ van deze generatie.”

De eenhoorns uit de titel krijgen in het voorwoord het advies om het boek voor hun ouders te kopen, om te laten zien dat ze niet gek zijn maar onderdeel van een grotere beweging. En daar zit ‘m de crux: weliswaar bestaat ‘de jongere’ niet, maar wat ouders en andere lezers hier voorgeschoteld krijgen, betreft alleen de hippe, creatieve (en knappere) voorhoede van de jeugd van tegenwoordig. Wie daar zelf toe behoort zal zich herkennen in de teksten en beelden, maar voor buitenstaanders blijven het vreemde wezens.

De uitgave is visueel en typografisch overweldigend, alsof je een magazine als Ilovefake of WAD doorbladert. Foto’s zijn niet zomaar van jongeconsumententumblrs geplukt, maar van fotografen als Jolijn Snijders (ja, die van Ilovefake), Carlijn Jacobs en Walter Vroegop. De tekst, in verschillende fonts en kleuren, bestaat uit krachtige quotes (die net zo goed als boektitel hadden kunnen dienen): ‘the nineties called, they want their individualism back’, ‘clap along if you feel like a room without a roof’, ‘ugly is the new pretty’, ‘haters gonna hate’, ‘fingers are the new face’, ‘blending in is the new standing out’ en ‘failure is not final’. In korte toelichtingen worden begrippen als carrotmob, seapunk, unselfietwerking, brony en pohtpof op humoristische wijze uitgelegd, waar de goede verstaander tips uit weet te halen: ‘have fun because you’ll never be as young as you are now’.

Al met al resteert het gevoel dat het meer om inspiratie gaat dan om informatie, meer om de emotie dan de ratio. Lees even mee wat op 43 pagina onder de noemer ‘seapunk is not a sushi’ staat: “For those of you who don’t really get it, don’t worry. It’s just one big inside joke anyways.” Dat vat wat mij betreft het boek aardig samen; je weet dat het cool en zooo 2014 is, maar helemaal begrijpen doe je het niet. En dat kan je als compliment opvatten.

In onderstaande video verwoorden de makers hun bedoelingen.

[vimeo 98920958 w=560 h=315]

Het Engelstalige boekje (144 pagina’s van 12 x 17 cm) wordt internationaal uitgegeven door BIS Publishers. De achterliggende trends worden uitgediept in presentaties en workshops.

PS  De titel van het boek betreft een quote van Elle Lothlorien, uit Alice in Wonderland — een treffende bron.

[Recensie] ‘It’s complicated’ van danah boyd -over het socialemedialeven van jongeren- in 10 oneliners

danah boyd (nee, geen hoofdletters) heeft begin dit jaar haar nieuwe boek It’s complicated gepubliceerd, gebaseerd op acht jaar onderzoek. De social media-expert/jongerenonderzoeker (Microsoft Research/New York University/Harvard Berkman Center) noemt het een poging om het netwerk-leven van tieners uit te leggen aan iedereen die zich zorgen maakt over hen — ouders, leerkrachten, beleidsmakers, journalisten en soms zelfs leeftijdsgenoten. Ze hoopt dat lezers hun veronderstellingen over de jeugd opzij zetten in een poging om het sociale leven van deze ‘digitale flâneurs’ echt te begrijpen.

In die opzet slaagt ze wonderwel. Ze maakt bijvoorbeeld duidelijk waarom het navigeren tussen verschillende sociale omgevingen weleens mis gaat, dat individuen verschillende grenzen hanteren, hoe het sociale proces van ‘impression management’ werkt, dat tieners zich aanpassen aan wat zij denken dat de normen van een bepaalde dienst zijn en voor welk doel Snapchat gebruikt wordt, waardoor het bijbehorende gedrag beter te herkennen/plaatsen is en we daar op een meer gepaste/effectieve manier op kunnen reageren. Fijn ook dat een aantal zaken eens door een autoriteit zwart op wit wordt gezet: technologie verandert niet alles, de context is enorm belangrijk, jongeren zijn meer ‘digital naives’ dan ‘digital natives’ en veel delen betekent niet dat privacy niet belangrijk gevonden wordt, om waar wat te noemen. Interessante materie. En zoals de titel treffend weergeeft: het is allemaal niet zo eenvoudig. Het leven in een netwerk-wereld is behoorlijk complex met de nodige uitdagingen, en alleen het begrip privacy al is voor meerdere definities vatbaar.

In acht hoofdstukken gaat het achtereenvolgens over identiteit, privacy, verslaving, gevaren, pesten, ongelijkheid, mediawijsheid en een eigen publiek, waarbij elk onderwerp rijkelijk onderbouwd wordt aan de hand van voorbeelden uit de media (denk aan de vader die kogels op zijn dochters laptop afvuurde nadat ze over hem geklaagd had op Facebook) en quotes uit de vele gesprekken die danah boyd afgelopen jaren met tieners voerde — opvallend: steevast wordt de etnische achtergrond van de respondent vermeld. Voor dit alles worden heel veel woorden gebruikt (ruim 200 pagina’s, plus een flinke bijlage met aanvullende opmerkingen, bronnen en een index), maar boeiend blijft het tot het einde. Nuance gaat vaak verloren in alle paniek in de media, hier is er alle ruimte voor. En hoewel de inhoud Amerika-georiënteerd is, geeft deze zoveel inzicht dat het eigenlijk verplicht leesvoer zou moeten zijn voor een ieder die iets met/voor jongeren doet.

De publicatie bevat veel interessante en bruikbare learnings. Tieners zien elkaar het liefst face-to-face buiten hun hun woning, maar aangezien dat vaak niet kan/mag — een beperkte mobiliteit plus weinig vrijheid en tijd om IRL af te spreken in combinatie met een angstcultuur (het NBC-programma To Catch a Predator heeft indruk gemaakt) — richten ze zich op sociale media en andere communicatiemiddelen om toch in contact te blijven met leeftijdsgenoten. Veel ouders denken dat hun kinderen bezighouden ervoor zorgt dat ze uit de problemen blijven. Tieners die online het meeste risico lopen, hebben het ook op andere plekken moeilijk, en de meeste pesters zitten met zichzelf in de knoop. Moeders maken zich zorgen om hun kroost, maar andersom blijkt dat ook het geval te zijn. Wat niet wegneemt dat tieners een plek voor zichzelf willen, en als ouders of andere volwassenen daar binnenvallen, gaan ze weer op zoek naar andere sites of apps. Een belangrijke conclusie: technologie de schuld geven van problemen of denken dat conflicten verdwijnen als technologiegebruik geminimaliseerd of bepaalde content gecensureerd wordt, is naïef.

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest sterke, kenmerkende of opvallende oneliners:

  • “What the drive-in was to teens in the 1950s and the mall in the 1980s, Facebook, texting, Twitter, instant messaging, and other social media are to teens now” (pagina 20)
  • “Many teens post information on social media that they think is funny or intended to give a particular impression to a narrow audience without considering how this same content might be read out of context” (44)
  • “While my childhood included ‘Keep Out’ bedroom signs and battles over leather miniskirts and visible bras, the rise of the internet has turned fights over privacy and exposure into headline news for an entire cohort of youth” (55)
  • “There’s a big difference between being in public and being public” (57)
  • “Rather than finding privacy by controlling access to content, many teens are instead controlling access to meaning” (76)
  • “Most teens aren’t addicted to social media; if anything, they’re addicted to each other” (80)
  • “Fear is not the solution; empathy is” (127)
  • “Because sharing is a form of currency and experiencing a cultural artifact together enables bonding, teens look for content that they think those around them will find interesting” (145)
  • “Teens see gossip, drama, and attention games all around them, and not surprisingly, they mirror what they see” (148)
  • “In a technological era defined by social media, where information flows through networks and where people curate information for their peers, who you know shapes what you know” (172)

Je kan het boek o.a. hier bestellen, maar omdat danah boyd er naar eigen zeggen geen geld aan hoeft te verdienen, staat er ook een gratis pdf online! Aanrader!

PS  Zie ook deze keynote-presentatie (vanaf 6:55).

Groep 8 schrijft succesverhaal: ‘Arjen Robben en de finale van de Champions League’

Vandaag ontving international Arjen Robben het eerste exemplaar van het kinderboek Arjen Robben en de finale van de Champions League. Hij kreeg deze overhandigd door kinderen uit groep 8 van de Togtemaarschool in Bedum, zijn oude bassischool. Zij waren een van de in totaal veertien groepen 8 uit de provincie Groningen die meeschreven aan dit succesverhaal. Schrijver Fred Diks, bekend van Koen Kampioen, maakte van alle verhalen een vlot lopend geheel. Het boek wordt uitgegeven door uitgeverij Kluitman en is vanaf volgende week te koop.

In Arjen Robben en de finale van de Champions League is te lezen we hoe het allemaal zo ver gekomen is. Wat maak je allemaal mee op weg naar de top? Het verhaal is een boeiende mix geworden van werkelijkheid en fantasie over het leven van Robben. Van zijn eerste jaren bij VV Bedum, zijn jaren bij FC Groningen en PSV, zijn avonturen in het buitenland tot aan de finale van de Champions League. Dit is de cover van het boek:

Convert JPG to PDF online - convert-jpg-to-pdf.net

“Ronaldo mag dan de Gouden Bal gewonnen hebben. Er is nog geen kinderboek over hem. Laat staan drie. Ik ben hier heel erg trots op!” [Arjen Robben]

Dit verhaal is de eerste uit een serie van drie. Tijdens de presentatie van vandaag gaf Robben, door het schrijven van de eerste zin, meteen de aftrap voor het tweede boek. In dit verhaal, dat eind april verschijnt, lezen we alles over de avonturen van Arjen Robben tijdens het WK Voetbal in Brazilië. De titel van het boek is al bekend: Arjen Robben en het magische schot in Rio. De inhoud van deel drie blijft nog even geheim.

In een gratis app, via de App Store of Google Play, komen de verhalen tot leven komen. Bij sommige illustraties in het boek staat een speciaal ‘Arjen Robben-logo’. Wanneer de pagina’s met het logo via de app worden gescand, kan de lezer extra beelden bekijken.

De boekenreeks is een initiatief van Stichting Lezen & Schrijven, FC Groningen in de Maatschappij en uitgeverij Kluitman. Met dit project willen de drie partijen kinderen stimuleren om veel te gaan lezen en schrijven en (groot)ouders stimuleren om veel voor te lezen. Eén op de vier kinderen verlaat de basisschool met een forse leesachterstand. En dat terwijl de basisschooltijd zo’n belangrijke tijd is. Gedurende deze tijd leggen kinderen, op school én thuis, de basis om goed te leren lezen en schrijven. Vandaar.