Standaardwerk ‘BrandChild’ in 15 oneliners

Standaardwerk voor iedereen die iets met jongerenmarketing doet, is wat mij betreft nog altijd 'BrandChild' van Martin Lindstrom. Uit 2003, en normaal gesproken kan moet je een marketingboek dan al weggooien. Daar heeft uitgever DualBook iets op gevonden, want met het unieke nummer van je boek zou je constant online updates moeten ontvangen. In de praktijk werkt dat niet, en er komt geen reactie op mails waarin ik om opheldering vraag. Ben ik toch teleurgesteld door de man van het motto 'underpromise & overdeliver'.

Enfin. Ik heb BrandChild, gebaseerd op een uitgebreid internationaal onderzoek onder tweens (8-14 jaar) door Millward Brown, maar weer eens herlezen. Ik had er ook 150 uit kunnen halen; met moeite weet ik me te beperken tot 15 oneliners om te onthouden:

  • This is the first generation born with a mouse in their hands and a computer screen as their window on the world (pagina 2)
  • One tween can influence tens of others, and in almost no time at all millions of tweens are following (5)
  • Brands have become symbols for an identity, offering the opportunity to be trendy, cool, rich, outrageous, rebellious or just plain stylish (13)
  • Each trend is set in the media (17)
  • Often brand preferences correlate with musical taste (21)
  • Having fun was rated by 86% as the most important element in tweens' lives (34)
  • A brand that is seen to be fun and cool today is likely to be the one that will still be desirable in 10 years' time (63)
  • To have the best is much the same as being the best (77)
  • Tweens are billboards for well-known brands or idols (116)
  • Understanding a community is the key to succes (141)
  • Tweens like to spend, but they don't like being told on what (145)
  • Your tween campaign should use at least 5, if not 10, different media channels (179)
  • Money is no longer a reard but an expected revenue channel – an entertainment allowance (217)
  • Tweens expect everything in their world to be alive and interactive around the clock (239)
  • If there's one important lesson to be learned, it's to always stay true to your brand's DNA (290)

Hoewel de vele voorbeelden uit het boek inmiddels gedateerd aandoen, blijft het een must read aanrader door de opvallende bevindingen, heldere actiepunten en praktische insteek.

[Recensie] ‘Generatie Einstein’ en ‘De Digitale Generatie’ in tien oneliners

In mijn vakantie heb ik wat tijd gemaakt om achterstallige vakliteratuur te lezen. Ik ga hier geen uitgebreide recensies of zo plaatsen (wie ben ik?), maar beperk me tot een korte mening (ik kan het niet hélemaal laten) en een top 10 van de meest opmerkelijke uitspraken. 'Generatie Einstein' van Jeroen Boschma & Inez Groen lokte veel reacties uit. Ik vind het in de eerste plaats een erg mooi overzicht van de leef- en belevingswereld van jongeren (complimenten daarvoor). Helaas vliegen de woorden nogal eens te kort door de bocht en worden mijn verwachtingen aangaande communicatie-ervaringen en -advies niet waargemaakt. Opmerkelijke oneliners:

  1. De welvaart en toegenomen commercie leidt tot een ander keuzeproces waarbij kwaliteit en echtheid voorop staan (pagina 24)
  2. De huidige generatie gelooft niets zonder meer (29)
  3. Letterlijk alles staat ter discussie (65)
  4. Jongeren zitten veel meer te wachten op een origineel idee dan op het zoveelste product dat inspeelt op de nieuwste trend (94)
  5. Je eigen stijl creëren en vormgeven is het hoogste goed (96)
  6. Jongeren hebben alle beïnvloedingsmechanismen door (102)
  7. Jongeren zijn zeer geïnteresseerd in de historie van het merk, producttoepassingen of de visie van organisaties (118)
  8. Het mixen van reclame met informatie is dodelijk (135)
  9. Media, en dit geldt ook voor jongerenmedia, bestaan bij de gratie van nieuwsgierigheid (137)
  10. Jongeren zijn informatiemonsters (138)

'De digitale generatie, Jaarboek ICT en samenleving 2006' van Jos de Haan & Christian van ’t Hof (redactie) is zwaardere kost. Wetenschappelijk, degelijk, verdiepend en soms vernieuwend, maar veel mitsen en maren. Gelukkig wordt het geheel verluchtigd met jongerenportretten van Remco Pijpers. Opmerkelijke oneliners:

  1. De vrije ruimte die jongeren vroeger hadden achter het fietsenhok en op het schoolplein is uitgebreid met een onbegrensde virtuele wereld (pagina 18)
  2. De behoefte aan identiteitsexperimenten en zelfpresentatie is het meest cruciaal in de tienertijd (49)
  3. In feite functioneert een videogame als een veilig privélaboratorium voor het uitvoeren van persoonlijke experimenten (69)
  4. Dankzij de combinatie van openheid en anonimiteit biedt internet allochtone jongeren communicatieve kansen die in de offline wereld minder voorhanden zijn (103)
  5. In het algemeen blijken mensen met dezelfde opvattingen en visies elkaar eerder op te zoeken dan mensen die er andere meningen op na houden (114)
  6. De invloed van school op de ict-vaardigheden van leerlingen is beperkt (130)
  7. Naast lezen, schrijven en rekenen ontwikkelt informatievaardigheid zich tot een nieuw soort geletterdheid waarover iedereen dient te beschikken om te kunnen functioneren in de kennissamenleving (131)
  8. Media zijn altijd en overal aanwezig in het leven van jongeren, en zij gaan hier verbazingwekkend gemakkelijk mee om (162)
  9. Je vrienden doen het, dus jij ook, anders lig je eruit (181)
  10. Internet is niet een wereld op zichzelf, maar werkt eerder als een vergrootglas voor wat al leeft in de samenleving (194)

Meer oneliners volgen: in de trein herlees ik nu must-read-klassieker 'Brandchild', op mijn nachtkastje ligt 'iPod, therefore I am' en via de post ontving ik pas het 'Basisboek Entertainmentmarketing'. Het laatstgenoemde, zware, fraai vormgegeven en rijkelijk geïllustreerde boek is het eerste in zijn soort in Nederland, op het eerste gezicht een compleet en uniek overzicht. Onder redactie van Henk Penseel en Frank Janssen leverden ruim 80 auteurs een bijdrage. Zelfs ik ben gevraagd een paar regels te schrijven (over tijdschriftenonderzoek), maar bij nader inzien bleek dit, net als 400 andere pagina's, niet meer binnen het boek te passen (als het goed is binnenkort wel hier te bekijken).

‘Skibberen’, ‘dieken’ en ‘knurren’ in woordenboek

Probeer jongeren niet in hun eigen taal aan te spreken, maar neem ze serieus en behandel ze volwassen. Dat is wat deskundigen steeds adviseren, maar waar het nogal eens fout gaat. De verleiding is dan ook groot, want jongerentaal is een interessant fenomeen, en sinds kort bijeengebracht in het Prisma Miniwoordenboek Drop je lyrics. In dit boekje is jongerentaal opgenomen die door jongeren zelf is aangedragen via de website Dropjelyrics.nl. Deze werd tussen augustus 2005 en april 2006 door ruim 60.000 scholieren en belangstellenden bezocht. In totaal werden 4.000 woorden toegelaten op de site, waaruit jongerentaalspecialist Wim Daniëls een selectie maakte.

Jongerentaal is lange tijd het terrein van jongens geweest, maar de meisjes hebben een inhaalslag gemaakt. Voorheen waren er vrijwel uitsluitend woorden waarmee jongens meisjes benoemden, maar nu beginnen de jongens- en meisjeswoorden aardig in evenwicht te komen. Voorbeelden van benamingen voor meisjes zijn: banga, boetie, chica, dakkie en tjinnie. Jongens worden nu (door meisjes) onder andere aangeduid met: bloempjuh, grasmaaier, hunk, kill, konijn, mettoboy en spanky.

Bij de ingezonden woorden zitten heel veel woorden die varianten zijn van gaaf en cool. We noemen er hier een paar: beest, boemlauw, bruut, dash, de bom, dope, groggy, kix, naatje, pimpelijk, platinum en ske-blinkie. Verder valt op dat de huidige jongerentaal flink wat woorden bevat die met softdrugs en alcohol (vooral bier) te maken hebben. Voorbeelden van woorden uit de huidige jongerentaal voor een joint zijn: hazewindflapper, pietoe, powerpiet, schwani, soetoe, toeloe en zwerrie. Voorbeelden van woorden die aangeven dat iemand dronken is: hozzes, mulleherre, sjakker, tilt en zatty.

Andere onderwerpen waarvoor in de huidige jongerentaal een ruime woordenschat bestaat, zijn: geld, stelen, slapen, zoenen en neuken. En er zijn behoorlijk wat afscheidsgroeten. Een paar voorbeelden: Geld: chinga, doekoe, floeshfloesh, groentoe, knaldo, pakka en plakka. Stelen: djaffen, hitten, kieren, sjoefen en walen. Slapen: baffen, knurren, maffoes gaan en shitten. Zoenen: mixelen, skibberen, sleuren en smoezen. Neuken: bonen, bonken, dieken, doppen, kricken en nikkie nakkie doen. Afscheidsgroeten: challa, shizzel, tjoo, toetels en tot sinas.

[Bron: Persbericht Spectrum]