Jongerenmarketing is in de war: 4 opvallende tegenstrijdigheden

Jongerenmarketing in Nederland is in verwarring. Jongerenmarketing heeft een andere afslag genomen dan jongeren zelf. Dat is te zien op vier gebieden, die ik hieronder uitleg. Om deze verwarring te begrijpen, is het goed om te weten hoe jongerenmarketingbureaus naar jongeren kijken en dit beeld vervolgens te vergelijken met wat jongerenmarketeers daadwerkelijk doen.

Eerst de 4 tegenstrijdigheden die ik heb gezien. Ten eerste roepen jongerenmarketeers dat een verhaal verteld moet worden dat bij de doelgroep past, terwijl zij tegelijk claimen dat de doelgroep hopeloos versnipperd is en geen speciale toon nodig heeft. Ten tweede beweegt jongerenmarketing zich steeds meer in de richting van het aanspreken van maatschappelijke lange-termijn idealen van jongeren, terwijl deze jongeren zelf zich steeds verder terug trekken in hun eigen kleine, overzichtelijke wereld. Ten derde willen veel invloedrijke volwassenen van jongeren leren, terwijl jongeren vooral meebewegen met de grote trends en zich aanpassen aan een veeleisende wereld. Ten vierde wordt veel social media ingezet om jongeren te bereiken, terwijl jongeren tenminste net zo effectief aan te spreken zijn in de gewone werkelijkheid.

Als onderzoeker naar de huidige generatie jongeren ben ik altijd razend benieuwd naar de bevindingen van anderen. Daarom had ik hoge verwachtingen van de jongerenmarketeers en onderzoekers die op het recent gehouden congres Trends in Kids, Jongeren en Familie Marketing hun visie gaven op waar jongeren en jongerenmarketing in Nederland momenteel staan. Na elf presentaties, keynotes en workshops gehoord en bezocht te hebben, begreep ik dat jongerenmarketing in Nederland in verwarring is.

Het beeld van jongeren

Gaby Siera (Beautiful Lives) onderzocht jongeren van 16 tot 17 jaar. Zij noemt deze jongeren Generatie Swipe. Volgens haar hebben jongeren een zeer volwassen kijk op het leven. Zij groeien op in een gevaarlijke wereld (aanslagen, vluchtelingenmigraties) die hen voor grote, praktische problemen stelt (economische crisis, studieleningen in plaats van studiefinanciering, een alcoholverbod voor steeds jongere tieners, een internet dat niet alleen maar leuk is).

Hun antwoord is niet in opstand komen of proberen de wereld te verbeteren. Jongeren trekken zich terug in hun eigen, kleine, overzichtelijke wereld en plannen hun dagen vol met activiteiten die hen verder brengen in het leven zoals sporten om gezond te blijven en bijlessen. Hun enige vrije tijd is zaterdagavond – en dan wordt er afgesproken met vrienden en vriendinnen. Op zondag chillen zij met hun ouders of grootouders.

 

De jongeren van Generatie Swipe passen zich volgens Siera aan aan de wereld die zij om hen heen aantreffen. Zij zoeken hun eigen, kleine weg in de onprettige grote wereld en proberen verantwoordelijk om te gaan met hun tijd en geld. Zij moeten zichzelf kunnen verkopen om aan opleidingen mee te mogen doen of bijbaantjes te bemachtigen (“Wat trekt je aan in vakken vullen?”) en dekken zich in tegen risico’s door te sparen, gezond te leven en zich op te stellen als kritische en zelfs cynische consumenten. Als zij gevraagd wordt naar hun toekomstdromen, dromen zij van eigen kinderen die niet roken en geen drugs gebruiken.

Conformisme van jongeren

Rutger van den Berg (Youngworks) beschrijft het conformisme van jongeren als gevolg van hun biologische ontwikkeling. Volgens van den Berg zorgt het zich nog ontwikkelende brein van jongeren ervoor dat zij sterk reageren op externe impulsen. Zij hebben een grote angst om buiten gesloten te worden en daarom neigen jongeren er sterk naar zich voortdurend aan te passen. Groepsdruk van hun peers stuurt de experimenten die jongeren uitvoeren met hun identiteit.

Aan de ene kant zorgt de zogenaamde “no-likes fear” ervoor dat experimenten die geen likes krijgen van leeftijdsgenoten worden gestaakt en offline worden gehaald. Aan de andere kant zorgt de groepsdruk er tevens voor dat jongeren proberen status te verwerven door domme acties uit te voeren. Omdat het beloningssysteem in hun hersenen in ontwikkeling voorloopt op hun impulsonderdrukking, zijn zij in staat ondoordachte stunts uit te halen om daarmee populair te worden.

Jongeren referentiekaders

Volgens Siera dient marketing rekening te houden met de kenmerken van de huidige generatie jongeren. Jongeren willen als volwassenen aangesproken worden op een serieuze en realistische manier. Het best slagen jonge vloggers hierin: zij beïnvloeden jongeren en zijn veel belangrijker dan merken of volwassenen. Van den Berg sluit hier bij aan. Hij stelt dat jongeren op zoek zijn naar referentiekaders op grond van persoonlijke relevantie. Vlogs bieden volgens van den Berg een dergelijke persoonlijke relevantie omdat in de vlogs jongeren die net iets ouder zijn en succesvol zijn

transparant inzicht geven in hun dilemma’s en hun oplossingen.

Marketeers en succesvolle jongeren

Jongerenmarketeers zijn zich bewust van de aantrekkingskracht van vloggers en andere succesvolle jongeren zoals dj’s. Het succes van een jongere online is volgens filmproducent Harro van Staverden (Phanta Basta!) een belangrijke factor in de afweging of een jongere een dragende filmrol krijgt. Mitchel Bovenlander (4PM Entertainment) stelt dat personalities waaraan jongeren zich op kunnen trekken voor hen steeds belangrijker zijn geworden.

Bovenlander zet gaarne succesvolle vloggers met veel volgers op social media in om online awareness voor zijn producten (events) te creëren en te vergroten. Zijn ambassadeurs worden uitgenodigd voor co-creatie sessies en kunnen rekenen op een VIP-behandeling tijdens events. Bovenlander stelt dat in zijn bedrijf deze vorm van marketing de traditionele marketing in de vorm van flyers en posters vrijwel volledig heeft vervangen. De jonge socialmedia-sterren onderstrepen het gevoel voor jongeren dat ze op zijn feesten moeten zijn: als een populaire jongere naar een event gaat, wil iedereen.

 

bebrave

Jongeren op een YouTube-conventie. Bron: Flickr/ Gage Skidmore

Ronen Wolf (RTL Nederland en RTL MCN) gaat nog een stapje verder. Volgens hem zijn jongeren niet meer te bereiken met traditionele businessmodellen. YouTubekanalen geven aan in welke richting jongeren wel te bereiken zijn. Daarom experimenteert RTL met producties op YouTube zoals Concentrate.

Volgens Wolf toont een succesvolle YouTube-productie echte emoties. De productie mag gedeeltelijk scripted zijn maar moet als authentiek door jongeren worden ervaren. Belangrijker dan de contentstrategie is echter de distributiestrategie. Er moet een duidelijke call-to-action zijn – waarom zou een jongere dit kijken? En, het format moet strak en de titel en labels moeten helder zijn. Het moet voor jongeren duidelijk zijn wat de productie is en wat er te vinden is.

Marktwaarde

Succesvolle jongeren zijn zich zeer bewust van hun marktwaarde. Volgens Bovenlander hebben veel vloggers een manager, terwijl vloggers en DJs steeds vaker extra geld willen voor het genereren van aandacht op social media. Vlogster Yvonne Coldewijer (Life of Yvonne), volgens eigen zeggen een rolmodel voor meisjes, vertelt dat dit echter een groot spanningsveld met zich meebrengt: zij moet voortdurend balanceren tussen geld verdienen door producten of diensten aan te prijzen en hard werken om meiden aan zich te binden en een geloofwaardigheid in de doelgroep op te bouwen. Wolf geeft aan waar de grens ligt: reclame vinden jongeren ervaren storend terwijl sponsoring door hen als positief wordt ervaren, onder voorwaarde dat de sponsoring past bij de videoproductie.

Er ontstaat als gevolg hiervan een steeds grotere tweedeling binnen de groep jongeren tussen zij die het gemaakt hebben en zij die alleen maar volgen. Dit sluit aan bij een algemeen effect van technologie: steeds minder mensen verdienen steeds meer geld met technologie en hebben steeds meer macht terwijl veel anderen hun baan en toekomstperspectief verliezen als gevolg van technologie.

Beeld van jongeren en jongerenmarketing – 4 tegenstrijdigheden

Het beeld dat jongerenmarketeers op grond van onderzoek schetsen van jongeren sluit niet aan bij de praktijk van jongerenmarketing in Nederland. Er bestaan vier gebieden waarop jongerenmarkering in tegenspraak is met het geschetste beeld.

1. Inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren

Het inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren is het laaghangend fruit voor de jongerenmarketeer. Echter, zelfs dit simpele instrument levert een reeks van tegenstrijdigheden op. Zo moeten merken volgens Wolf met behulp van video’s een verhaal vertellen dat bij de doelgroep past, maar moeten zij tegelijk geen andere boodschap uitdragen dan die zij sowieso hadden willen communiceren. Leendert-Jan de Ronde en Kim van Dongen (Youngworks) zijn het met Wolf eens en stellen dat een merk door videofilmpjes relevant moet zijn voor de doelgroep, maar dat een merk tegelijk dicht bij zichzelf moet blijven. En, zo voegen zij eraan toe, deze doelgroep is volkomen versnipperd.

Versnippering

Individuele jongeren combineren op een individuele manier de meest bizarre dingen met elkaar, zoals hardrock en breien, zodat er geen zuilen binnen de jongerendoelgroep meer bestaan. Tegelijkertijd claimen zij dat een merk geen jongerentaal hoeft te gebruiken om met jongeren te communiceren, maar normaal met hen kan praten omdat jongeren “net mensen zijn”.

Het is derhalve niet duidelijk wat het aansluiten bij de doelgroep betekent als er geen duidelijke doelgroep is en er geen speciale toon voor deze doelgroep nodig is. Tel hierbij op dat volgens Siera jongeren op een serieuze manier aangesproken moeten worden op hun volwassenheid, zoals we zagen, en de verwarring is compleet.

2. Co-creatie is populair

Het andere grote instrument van jongerenmarketing, co-creatie, is eveneens een vat van tegenstrijdigheden. Co-creatie met jongeren is populair. Talloze overheden, grote bedrijven en organisaties zetten een Raad van Kinderen in om mee te denken over hun beleid en hun innovatie. De homepage van de Raad voor Kinderen vraagt: “Is het niet logisch om naar de ideeën van kinderen te luisteren over vraagstukken die ook hun toekomst gaan bepalen?”

Good is the new cool

Het inzetten van kinderen bij het oplossen van maatschappelijke en commerciële vraagstukken sluit aan bij een grote trend in jongerenmarketing. Volgens Maartje van Osch (FamilyFactor) heeft jongerenmarketing zich ontwikkeld van het aanspreken van jongeren als consument met behulp van fun in de jaren negentig, via het aanspreken van kinderen en ouders samen met behulp van boodschappen die fun en verantwoord combineerden in de jaren tweeduizend, naar waar jongerenmarketing zich nu bevindt: lange-termijn boodschappen met de nadruk op gezond en goed voor de wereld (“good is the new cool”). De ontwikkeling van het kind dient momenteel positief gestimuleerd te worden op alle gebieden: intellectueel, emotioneel, fysiek, talent en spiritueel. Wolf sluit daar bij aan en stelt dat videoproducties een maatschappelijk belang moeten dienen.

opruimen-jongeren

Volgens Kirby Beckman (BrandDeli) is deze trend ook aan de eettafel in het gezin terug te vinden. Ouders vinden het belangrijk dat kinderen een eigen mening hebben en vragen graag naar deze mening. Hoewel de ouders eindverantwoordelijke blijven, is de invloed van kinderen op beslissingen in het gezin groot.

Ander referentiekader

Jongerenmarketing, in video en in co-creatie, is dus een volledig andere richting ingeslagen dan de jongeren zelf die het weliswaar fijn vinden als anderen de wereld verbeteren maar zichzelf hebben teruggetrokken in hun eigen, kleine wereld en die, in plaats van de wereld te verbeteren, knokken voor hun eigen plekje in de wereld. Bovenlander constateert bijvoorbeeld op zijn feesten dat jongeren veel meer bezig zijn met zichzelf en veel minder bezig zijn met wat er om hen hen gebeurt. Hun referentiekader is niet het welzijn van de wereld; succesvolle leeftijdsgenoten die worstelen met voor hen herkenbare dagelijkse problemen vormen hun referentiekader.

Jongeren zijn vooral geïnteresseerd in duidelijkheid, herkenbaarheid en een redelijke mate van authenticiteit, zoals Wolf al aangaf. Waar zij volgens de Ronde en van Dongen behoefte aan hebben, is een concreet handelingsperspectief: hoe te reageren op een bepaalde situatie. Dit handelingsperspectief moet wel leuk zijn.

Daarmee is niet gezegd dat jongeren niet graag meepraten over van alles en nog wat. Hoek, van Dijke en Spooren zien juist dat jongeren dat graag doen, onder voorwaarde dat zij een onderwerp belangrijk genoeg vinden om er ruimte voor te maken in hun drukke agenda. De vraag alleen is hoe relevant de mening van jongeren met een praktisch en naar binnen gericht referentiekader is binnen een co-creatie.

3. Jongeren zijn gemakkelijker te werven door relatief jonge mensen

Een ander probleem van co-creatie is dat jongeren gemakkelijker te werven zijn door relatief jonge mensen en zich ook gemakkelijker openen tegenover andere jongeren, zoals Hoek van Dijke en Spooren ontdekten. Bovenlander stelt zelfs dat jongeren steeds vaker naar zijn events komen om elkaar te ontmoeten en veel minder vanwege de beleving.

Jongeren zijn dus het liefst met jongeren en willen het liefst co-creeren met jongeren, en veel minder met volwassenen. Daarom zetten Hoek van Dijke en Spooren met name jongeren in om te co-creeren met jongeren en heeft Bovenlander jonge mensen in zijn bedrijf aangenomen. Dit staat op gespannen voet met het idee van co-creatie tussen generaties.

4. Inzetten van socialmediakanalen

Een ander belangrijk instrument van jongerenmarketing is het inzetten van socialmediakanalen. Hoek, van Dijke en Spooren laten een probleem van het gebruik van dit instrument zien. Zij werven jongeren voor hun co-creatiepanels het meest effectief in de werkelijkheid, gewoon op straat en soms, voor niet-commerciële projecten, op scholen. Social media worden vervolgens met name ingezet om contact te houden met jongeren zodat zij ook daadwerkelijk komen opdagen op co-creatiesessies. Dit contact houden gebeurt zowel door e-mail – die jongeren lezen maar waarop zij niet antwoorden – en met behulp van WhatsApp.

whatsapp

Ook offline

Als er al geworven wordt via social media, dan gebeurt dat door jongeren die al meedoen aan co-creatiesessies en hun vrienden uitnodigen om ook te komen. Ook voor van Staverden is social media slechts een van de vele kanalen om zijn jeugdfilms te promoten naast media, print, outdoor, onderwijs, retail en tijdelijke kanalen zoals een VVV of een museum. Waar socialmediakanalen worden gemarket als de toekomst, werken offline-kanalen voor jongeren blijkbaar minstens net zo effectief of zelfs effectiever.

Het grijze gebied van compromissen

Terwijl jongeren zelf niet veel antwoorden hebben en zich teruggetrokken hebben in hun eigen wereldje, worden zij door jongerenmarketeers benaderd alsof zij op de eerste plaats wereldverbeteraars zijn. Jongeren worden door volwassenen betrokken bij besluitvormingsprocessen met betrekking tot grote vraagstukken, terwijl jongeren zelf liever onder elkaar zijn, praktisch zijn en opkijken tegen net iets oudere jongeren die succesvol zijn door transparant te worstelen met herkenbare dagelijkse problemen.

Jongeren willen bevestiging en buigen mee met wat de wereld van hen vraagt, terwijl volwassenen van hen antwoorden willen horen. En daar waar jongeren helderheid, authenticiteit en praktisch nut verkiezen in hun degelijke levenshouding, verwachten volwassenen van hen inspiratie. Jongeren zijn echter geen onbevangen schepsels met een out-of-the-box-oplossing voor alles. Jongeren zijn vroeg-volwassenen die hun levenspad zorgvuldig plannen, mede omdat diezelfde volwassenen van hen verwachten dat jongeren concreet kunnen uitleggen waarom zij een specifiek baantje of een specifieke opleiding ambiëren en zij het leven van jongeren in praktische zin steeds lastiger maken.

Waar jongeren en jongerenmarketeers elkaar zouden kunnen vinden, is in het grijze gebied van compromissen. Marketeers gieten hun boodschap in een authentieker jasje terwijl jongeren sponsoring accepteren. Marketeers zetten succesvolle jongeren in om jongeren te bereiken en jongeren luisteren gaarne naar deze succesvolle jongeren. Maar waar het jongeren gaat om de celebrities, gaat het marketeers om de merkboodschap.

 


frank-watching

Nieuw Frankwatching-webinar: Starten met Snapchat & Instagram Stories

Hoe belangrijk is het om als organisatie op Snapchat & Instagram Stories te zitten? Vergroot je er echt je sociale bereik mee? Tijdens dit webinar ontdek je wat je zakelijk allemaal met Snapchat & Instagram Stories kunt doen en voor welke doeleinden je deze sociale media kunt inzetten. Ben jij erbij? Meer informatie

 

Ouders en kindermarketing: wat is hun mening eigenlijk?

hartstichtingMijn zoon van 5 is binnenkort jarig. Op zijn verlanglijstje staat een boomhut en “dat ding met een netje waar je je vuile kleren in kunt gooien en dat het dan in een soort mand valt”. Hij bedoelt een basketbalnet met een wasmand eronder. Hij heeft het over een tv-reclame die hij maanden geleden één keer heeft gezien. Die reclame heeft duidelijk indruk op hem gemaakt, want hij heeft het er nog steeds over. Het laat zien hoe effectief reclame kan zijn. Vind ik dit erg? Niet bij dit product, maar wel als het gaat om ongezond eten en drinken. Hier sta ik niet alleen in als ouder.

Discussie over kindermarketing losgebarsten

De discussie over wat wij (= de maatschappij) acceptabel vinden als het gaat om kindermarketing van (ongezonde) voedingsmiddelen is weer losgebarsten.

  • “Alleen gezond” zegt de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding. Een samenwerkingsverband van gezondheids- en consumentenorganisaties, diëtisten, kinderartsen, jeugdartsen en wetenschappers, dat ik met veel plezier coördineer.
  • De voedingsindustrie (FNLI) vindt de bestaande regels streng genoeg.
  • De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) wenst: In de aanpak van overgewicht bij kinderen moeten regels ingevoerd worden om de marketing van ongezonde voedingsmiddelen terug te dringen.

Maar wat willen ouders eigenlijk? Dat wilde ik ook wel weten. Dus heeft de Hartstichting onderzoeksbureau GfK gevraagd ouders (n = 1000) met kinderen tussen de 3 en 13 jaar hierover te bevragen.

Wat vinden ouders van kindermarketing?

Ik vind het interessant om te zien dat ouders duidelijk onderscheid maken tussen kindermarketing voor gezond en ongezond eten en drinken:

  • Een meerderheid van ouders vindt dat kindermarketing voor gezond eten en drinken mag en ook een meerderheid vindt dat dit niet mag voor ongezond eten en drinken.
  • Wat mij opviel is dat het lijkt dat de omgeving bepalend is voor wat ouders acceptabel vinden. 74% van de ondervraagde ouders vindt dat bij sportverenigingen wel kinderreclame voor gezond eten en drinken gemaakt mag worden. Gevraagd of dit ook mag voor ongezond eten en drinken, antwoordt 71% van de ondervraagden: nee, dit mag niet voor ongezond.
  • 61% is van mening dat kinderidolen/tekenfilmfiguren niet op de verpakking mogen staan van ongezonde voedingsmiddelen. Als het gaat om het inzetten van kinderidolen/tekenfilmfiguren als reclamemiddel op de verpakking van gezond eten en drinken, vindt 72% dat prima.
  • Er is een substantiële groep ouders (39%) die denkt dat minder kinderen overgewicht zullen krijgen als er geen kindermarketing meer is voor ongezond eten en drinken.

De boodschap van ouders richting marketeers lijkt mij duidelijk: zet kindermarketing alleen in voor de promotie van gezonde voedingsmiddelen. Ik zie het zelf als een bevestiging van waar wij als Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding naartoe werken. In september ga ik naar het congres De jonge consument, waar ik hoop nog meer te leren over kinderen op een positieve manier te beïnvloeden. Het lijkt me leuk om je daar te zien.

Lees hier de onderzoeksresultaten naar de mening van ouders over kindermarketing.

Wat wil de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding?

kids

 Carolien Martens

Relatiemanager Public Affairs, Hartstichting

De Hartstichting is initiatiefnemer en partner van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding; een actief samenwerkingsverband dat de strijd aangaat tegen op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen. Lees ons volledige standpunt op: www.stopkindermarketing.nl.

carolien martens

 

Overheid geeft de voedingsindustrie opdracht maatregelen te treffen in kindermarketing

Goed nieuws: er is steeds meer aandacht voor het onderwerp kindermarketing van (ongezonde) voedingsmiddelen. Onlangs pleitte ik samen met mijn partners van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding bij de politiek voor strengere maatregelen, en met succes: De Tweede Kamer en staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid hebben zich weer (31 maart jl.) actief gemengd in de discussie wat wel of niet acceptabel is.

Zo deed staatssecretaris Van Rijn een oproep aan de voedingsindustrie om met de volgende maatregelen te komen:

  1. Verpakkingsmaatregelen rondom de inzet van kinderidolen
  2. De jaarlijkse monitoring naar kindermarketing van voedingsmiddelen door de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI) moet meer mediakanalen omvatten.

Kinderidolen: ieders kind beste vriend

Zoals iedereen weet zijn kinderen makkelijk te verleiden met verpakkingen voorzien van hun grote idool. Bijvoorbeeld, K3. Vaak worden kinderen op jonge leeftijd al beïnvloed, terwijl van alle productverpakkingen met een verkoopstrategie gericht op kinderen zo’n 90% voor ongezond eten en drinken is (Van Assema, 2011). Ik ben dan ook blij te horen dat Van Rijn de voedingsindustrie vraagt om met concrete maatregelen te komen om deze vorm van verleiding voor ongezonde voedingsmiddelen te beperken. Ik weet er wel raad mee: zet kinderidolen (dan wel getekende- en/of animatiefiguren) uitsluitend in voor gezonde voedingsmiddelen, zoals groente en fruit.

20160422-Blog-(2)-Foto_foodwatch-overgewicht-bij-kinderen-verpakkingen

Foto: foodwatch

Scope monitoring kindermarketing moet breder en onafhankelijker worden gedaan

Het idee dat we willen weten in welke mate de voedingsindustrie zich houdt aan de regels voor kindermarketing van (ongezonde) voedingsmiddelen juich ik van harte toe. Er zijn wel 35 vormen van marketing. Bijvoorbeeld: tv, radio, bioscoop, print, online (vloggers, websites, viral, online chat, filmpjes, sociale netwerken, (video/adver) games), mobiele telefoon (sms, games), apps, sponsorship, productplaatsing, peer-to-peer, sales promotie, email, direct marketing, kidsclubs, films, verpakking, point-of-sale-materiaal etc. Uitsluitend over een 3-tal verantwoording afleggen is dan erg summier.

Erg fijn dat de scope van de monitoring dus (enigszins, want nog niet alle vormen worden meegenomen) wordt verbreed, maar eigenlijk zou het onafhankelijk moeten zijn, want:

  • Monitoring wordt op dit moment gedaan door de Afdeling Compliance van de Stichting Reclamecode, dit in opdracht van de voedingsmiddelenindustrie. Doordat de FNLI bepaalt wanneer de monitoring plaatsvindt, kan de situatie zich voordoen dat haar leden op voorhand worden gewaarschuwd over de aankomende monitoring. In welke mate worden dan de resultaten beïnvloed?
  • Ander punt is welk deel van het monitoringsrapport uiteindelijk openbaar wordt gemaakt. Zo heeft de FNLI bijvoorbeeld ervoor gekozen het rapport over 2014 in zijn geheel niet te openbaren.

 

Voorstel volgende oproep Van Rijn aan voedingsindustrie

Mijn suggestie voor de volgende oproep van Van Rijn aan de voedingsindustrie is het volgende: aanscherping van de voedingscriteria zodat kindermarketing van bijvoorbeeld frisdrank, chips, koekjes en ijs niet meer mogelijk is.

 

Carolien-Martens-hartstichtingAuteur: Carolien Martens, Relatiemanager Public Affairs, Hartstichting

De Hartstichting is initiatiefnemer en partner van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding; een actief samenwerkingsverband dat de strijd aangaat tegen op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen. Lees ons volledige standpunt op: www.stopkindermarketing.nl.

 

Ruzies en leuke filmpjes in de groepsapp

‘Kijk eens wat een leuk filmpje, mama.’ Daar krijg ik inderdaad een grappig filmpje van mijn dochter en haar vriendinnen onder mijn neus geduwd. Hun armen versneld draaiend, hun gezichten vervormd met een grappig deuntje eronder. Ook de kat en de cavia hebben geregeld hoofdrollen in haar producties. Mijn 11-jarige heeft de app Musically ontdekt.

Socialemediagebruik

“Ik kan het allemaal niet bijhouden wat ze doen”, hoor ik ouders vaak verzuchten op ouderavonden over het socialemediagebruik van hun kinderen. “Er is iedere week wel iets nieuws.” Dus laten ze het maar gaan en moeten kinderen hun eigen weg op sociale media zien te vinden. Dat is jammer. Het is onmiskenbaar waar dat kinderen de techniek van nieuwe apparaten en apps beter beheersen dan veel ouders. Ook de lol zien zij er direct van in. Maar de inhoud, hoe je bijvoorbeeld met elkaar communiceert per app, is niet altijd meteen duidelijk. Zonder gezichtsuitdrukking en non-verbaal gedrag kun je woorden nogal eens verkeerd uitleggen. Wat zeg je wel en niet in een groepsapp? Wordt een geintje door de ontvanger ook zo ervaren? Welke foto’s van anderen zet je wel en niet in de groep? Wat doe je als je het niet meer zo leuk vindt? Daarin hebben ouders en docenten een belangrijke rol.

Tips en adviezen online

Socialbesitas-logo111Zeker omdat kinderen steeds vroeger een telefoon krijgen (vanaf groep zes). Waarom moet een kind van negen/tien jaar alles alleen uitvogelen? Dan doen we ook offline niet. Dan zitten de meeste ouders er bovenop; we willen weten met wie en waar onze kinderen spelen. Online zou dat ook niet gek zijn. Juist op die leeftijd zijn kinderen heel ontvankelijk voor tips en adviezen. Mits die gegeven worden door ouders/docenten die de lol van de kinderen proberen te snappen. Als je meekijkt, begrijp je ook beter wat wel en niet geschikt is, wordt het gemakkelijker om grenzen te stellen en komen kinderen eerder naar je toe als het misgaat op de appgroep.

En natuurlijk is dat niet eenvoudig. Mijn dochter werd een keer door een klasgenootje voor ‘monchol’ uitgemaakt in de huiswerkgroepsapp, nadat ze had opgemerkt dat het rondsturen van dertig regels aan emoij niet geschikt was voor deze app. Dochter was boos en wilde direct terug appen. Begrijpelijk maar niet echt handig. Na even stoom afgeblazen te hebben, was ze daarna ook wel blij dat ze niet had gereageerd. Hoe lastig is het om je schouders op te halen en je zelfbeheersing niet te verliezen als je gekwetst wordt? Niet alleen voor kinderen. Wij moeten onze kinderen niet het bos in sturen met de boodschap ‘zoek het maar zelf uit op sociale media’. Onze kinderen hebben ons daarbij nodig. Ook als publiek voor de leuke filmpjes en foto’s die ze maken.

Mayke Calis is journalist en tekstschrijver. Ze schreef samen met verslavingsdeskundige Herm Kisjes het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving. Naast haar schrijfwerk geeft ze ook ouderavonden op scholen (po en vo) over socialemediagebruik onder jongeren. www.maykecalis.nl en www.socialbesitas.nl.

Emoji-marketing: beelden zeggen meer dan 1000 woorden

Chat apps, zoals WhatsApp, worden steeds populairder onder jongeren. Zo heeft WhatsApp met 9,8 miljoen gebruikers in Nederland inmiddels Facebook (9,6 miljoen gebruikers) verslagen. Deze verschuiving naar chat apps is een trend die vooral bij jongeren wordt waargenomen en is te verklaren doordat ze niet meer hun hele leven publiekelijk met alles en iedereen willen delen. Dus stappen jongeren massaal over naar chat apps waar ze in kleine, hechte groepjes met elkaar communiceren. Wie vandaag de dag jongeren wil bereiken doet er dus slim aan om mogelijkheden via chat apps te overwegen. Maar hoe? Want hoewel chat apps marketeers een enorme kans biedt om hun doelgroep te bereiken, zijn de advertentiemogelijkheden via deze apps op dit moment beperkt. Maar kansen zijn er om niet onbenut te laten, en dus ontwikkelt emoji-marketing zich op dit moment in rap tempo.

Emoji is een taal die bestaat uit de bekende kleine afbeeldingen die je mee kan sturen met berichten. Een taal die wereldwijd geaccepteerd wordt (zeker door jongeren) en ook nog eens universeel bruikbaar is. Emoji bestond in eerste instantie uit slechts een paar afbeeldingen die bedoeld waren om emoties toe te voegen aan een tekstbericht. Maar inmiddels bestaat de standaardlijst (Unicode Standard) uit honderden afbeeldingen die jaarlijks steeds verder wordt uitgebreid. Voor 2016 zijn 57 potentiële nieuwe emoji’s geselecteerd, waaronder de selfie. Dat emoji’s steeds populairder worden zie je bijvoorbeeld ook doordat winkels als CoolCat shirtjes verkopen met afbeeldingen van populaire emoji’s. Maar het gaat veel verder. Want wat dacht je van een boek compleet vertaald met emoji’s? Peter Pan en de bijbel kan je al in deze nieuwe taal ‘lezen’.

 

Dagelijks worden er wereldwijd miljarden berichten via chat apps verstuurd die gedeeltelijk en soms zelfs volledig uit emoji’s bestaan. Emoji’s worden vooral door jongeren gebruikt om zich te onderscheiden en gevoelens uit te drukken. Maar de standaard emoji’s kennen de jongeren nu wel. En echt onderscheidend zijn ze hier niet meer mee. Dus zijn jongeren op zoek naar nieuwe emoji’s. Bijvoorbeeld door zelf emoji’s te maken. Of door gebruik te maken van branded emoji’s. En omdat branded emoji’s vaak subtiel naar een merk verwijzen, zullen jongeren dit niet zo zeer als reclame bestempelen en dus veel eerder accepteren dan reguliere online marketinguitingen. Coca Cola was een van de eerste bedrijven die met hun EmotiCoke insprong op deze nieuwste vorm van marketing. Maar ook bedrijven als Ikea, Vodafone en Unicef ontwikkelden al hun eigen emoji’s. Of neem het voorbeeld van Unilever die ontdekte dat er geen emoji’s met krullend haar waren. Hier koppelde ze een shampoo-merk aan en voilà hun emoji-marketingcampagne was een feit.

 

Dat emoji’s niet meer weg te denken zijn uit online communicatie bij jongeren is nu wel duidelijk. Maar wat vinden jullie van het idee om emoji’s te integreren in jullie marketingstrategie? Zien jullie hier potentie in? Of laten jullie deze hype links liggen?

 

Ingelien Poutsma is afgestudeerd in de richting Youth & Media en werkt nu als marketingmanager bij MEIS & MAAS. Een jeugduitgeverij die werkt met merken als LEGO®, Star Wars en Minecraft. ‘Ik ben van mening dat het cruciaal is om kids en jongeren te betrekken bij de ontwikkeling van producten en campagnes. Met hun eigen ideeën, idealen en motivaties weten ze mij keer op keer te verrassen. Ik ga dan ook graag en vaak met de doelgroep in gesprek’.

 

Wordt mijn zoon ooit weer een buitenkind?

Ik had een typisch buitenkind. Tenminste, dat vond de pedagogisch medewerkster van het in de bossen gelegen kinderdagverblijf. Zelf opgeroeid als buitenmeisje wist ik niet beter. In mijn ogen is elk kind een buitenkind. Als je hem maar de gelegenheid biedt om op avontuur te gaan.
Dus gingen wij samen op expeditie met de boswachter, klimmen in het klimbos, uitwaaien op de Waddeneilanden, in het donker speuren naar vleermuizen, zwemmen in de rivier, wildkamperen en vuurtjes stoken. Hij vond het heerlijk en ontwikkelde zich tot een kind vol zelfvertrouwen en met een levendige belangstelling in alles om hem heen. Het liefst was hij met zand, water en stenen in de weer. En hij droomde ervan om stratenmaker te worden.

Nu is hij 13 en een brugklasser. Bouwen doet hij nu op Minecraft. Op zijn eigen server chat hij met andere gamers en kijkt onafgebroken naar Minecraft idolen op YouTube. Het boeit hem mateloos. Hij wordt er ingezogen en als niemand buiten het scherm iets van hem vraagt blijft hij in die wereld. Mee naar buiten, nee liever niet!

 

OERRR

natuurmonumentenEn dan roep ik, samen met mijn collega’s van Natuurmonumenten: ‘Alle kinderen naar buiten!’ OERRR is buiten, overal en altijd. Kinderen op jonge leeftijd betrekken bij de natuur is investeren in de natuurbeschermers van de toekomst. Helemaal waar, maar wat doen we met mijn tot binnenkind getransformeerde buitenkind? Juist op deze leeftijd heeft hij zoveel te bieden. Hij staat zelfstandiger in het leven en is zich meer bewust van de wereld. Hij bruist van de creativiteit, kan nog volop vrij denken en opkomen voor de natuur en voor de dieren.

Ik wil hem en andere OERRR kinderen graag betrokken houden, maar de vraag is hoe?

Binnenkort starten we met een kwalitatief onderzoek. We gaan jongeren én hun ouders vragen wat hun interesse heeft. Wat sluit aan bij hun belevingswereld? Welke mogelijkheden biedt online voor deze leeftijdsgroep en hoe kunnen we ze het beste bereiken?

Een natuurbewuste volwassene

Eerlijk gezegd, vraag ik me soms vertwijfeld af of ik het maar los moet laten. En erop vertrouwen, dat in zijn kindertijd de basis voldoende is gelegd. Onderzoek beweert namelijk dat ‘een magisch natuurmoment in je jonge leven voldoende is om later een natuurbewuste volwassene te worden’. Laatst vond ik een stukje ijs van een bevroren plas water in het vriesvak. Had mijn Minecrafter meegenomen. Op mijn vraag waarom, kreeg ik als antwoord: “gewoon omdat het zo mooi is.” Mijn brugklasser van 13 jaar, een coole gast in de gamewereld maar ook nog gewoon een kind die gefascineerd blijft door de natuur. Is er dan toch nog hoop?

Wat vind jij? Deze leeftijdsgroep laten gaan? Of kunnen we ze er bij betrekken? Ik hoor graag wat jij er van vindt.

 

Wat is OERRR

In bomen klimmen, buiten ravotten of op ontdekkingsreis in de tuin. Daar worden kinderen blij van. Dat is OERRR. OERRR is het jeugdprogramma van Natuurmonumenten dat alle kinderen van 0 tot 12 jaar zelf de natuur laat ontdekken. www.OERRR.NL

 

Door: Ine Kelderman
natuurmonumenten1
Ine Kelderman, 52 jaar, is sinds 2013 verantwoordelijk voor de landelijke communicatie en marketing voor OERRR. Zij begon in 1998 als educatief medewerker bij bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek waar ze gezinnen, kinderen en schoolklassen begeleidde bij het ontdekken en beleven van de natuur. Vanaf 2008 ontwikkelde zij belevingsactiviteiten, speurtochten en tentoonstellingen, organiseerde Wilde Buiten Dagen en diverse jeugdactiviteiten in de regio Noord-Holland en Utrecht.

Ine is moeder van een 13 jarige zoon, houd van fietsen, kanoën, kamperen, moestuinen, koken op een houtvuur en natuurspeelplekken.

Hoe leren jongeren in 2016?

 

Zijn jongeren voldoende voorbereid op de toekomst? Nee, zegt professor Geert ten Dam, nieuw SER-kroonlid in een interview met ScienceGuide.

Stedelijk museum en Snapchat

Jongeren in 2016 willen wel leren maar het moet voor hen vooral relevant zijn en betekenisvol. Een van hun grootste klachten is dat ze geen verbinding kunnen maken met de wereld buiten de school of instelling. En dat terwijl technologie zulke mooie kansen biedt voor het verbinden met die wereld, fysiek en virtueel. Een recent voorbeeld hiervan laat het Stedelijk museum zien dat via Snapchat de moeilijk te bereiken jongeren tussen 12 en 20 jaar prikkelt tot een bezoek aan het museum. Voor het hele artikel over inzet Snapchat voor doelgroep jongeren zie Adformatie.

 

Blurred learning

malmbergBovenstaand thema is wat ons elke dag in ons werk drijft als business developers bij Malmberg. Wij zien dat leren al lang niet meer beperkt is tot de formele situatie van de school, grenzen vervagen op zo veel manieren. In onze eerste blog willen we jullie laten proeven van een aantal uitingen van wat wij ‘blurred learning’ noemen.

 

Een populair karakter als Donald Duck beleeft in Duckstad vele avonturen, maar ook daar wordt spelenderwijs geleerd. Zo staat deze week het getal Pi centraal en inspireert Donald Duck jongeren om wiskunde vanuit een andere wereld te ontdekken. School en thuis lopen zo naadloos in elkaar over. We weten ook uit recent Europees onderzoek over de dynamische identiteit van jongeren dat zij leren door te ervaren en dat ze alles wat ze interessant vinden zonder poespas en vanzelfsprekend toevoegen aan de wereld die ze kennen. Voor een korte samenvatting verwijzen we naar Frankwatching.

 

Fysieke en virtuele wereld

Een derde grens die vervaagt heeft alles te maken met nieuwe technologieën en vaardigheden die kinderen hiermee kunnen ontwikkelen om goed voorbereid te zijn op hun toekomst: creativiteit, probleemoplossend vermogen, dingen met elkaar in verbinding brengen, kritisch denken, zelfstandig werken, samenwerken.

 

Hieronder een aantal voorbeelden van hoe de fysieke en virtuele wereld steeds vaker in elkaar overlopen en jongeren de kans bieden om persoonlijk ervaringen op te doen.

3D kidsprinter

malmberg2Mattel lanceert binnenkort de ThingMaker, een 3D kids printer   waarmee kinderen hun eigen speelgoed kunnen maken.

DE trend voor 2016 Virtual reality: Google expedition biedt een prachtige ingang voor het onderwijs. En hier transformeert McDonald’s de Happy Meal dozen naar Happy Goggles (aka virtual reality brillen).

 

malmberg3En hoe vaak hoor je ouders niet klagen over het feit dat hun kinderen alleen nog maar een swipe beweging kunnen maken en de resultaten van hun ‘werk’ niet tastbaar kunnen delen met ouders en omgeving. Daar heeft het bedrijf Osmo een eenvoudige oplossing voor gevonden met een eenvoudige reflector die de 2 werelden op en buiten het scherm met elkaar verbindt..

 

Twee werelden verbinden

Deze voorbeelden laten zien dat informeel en formeel leren ondersteund door de technologie, steeds meer door elkaar lopen en jongeren de kans biedt de verschillende werelden waarin ze leven wel zinvol met elkaar te verbinden.

En om terug te keren bij Donald Duck en zijn vrienden in de Duckstad wereld: als je werelden verbindt, vervagen ook grenzen tussen hoe partijen kunnen samenwerken

https://www.supportervanschoon.nl/campagnes/donald-duck-actie/

 

Door: Natasja Corver en Hans Prins

 

malmberg4Natasja Corver werkt als senior business developer bij Malmberg en zoekt in haar werk de verbinding tussen leren, jongeren en de snel veranderende wereld om ons heen.
natasja.corver@malmberg.nl
@natasjacorver

https://nl.linkedin.com/in/natasjacorver

 

 

malmberg5Hans Prins werkt als senior business developer bij Malmberg aan de implementatie van adaptief leren. Samen met scholen uitvinden hoe het leren leuker en efficiënter kan zijn is zijn drijfveer.

Hans.prins@malmberg.nl

https://nl.linkedin.com/in/hans-prins-5308627

 

 

Een nieuwe generatie ouders vraagt om een andere aanpak

Bij voorgaande generaties betekende het starten van een gezin het einde van een tijdperk. Bye bye youth, hello responsabilities! Als ouder werd je letterlijk ouder en kon je bij wijze van spreken al je jeugd-lidkaarten inleveren. Conformeren zou je doen en je jeugdigheid zou wegebben bij iedere luier die je zou verversen. Is dat ook het geval bij Generation Y? Amélie Rombauts, researcher bij Trendwolves (trendwolves.com) licht toe.

Generation Y

Generation Y is een fascinerende groep jonge mensen geboren in een bepaalde periode. In welk periode dat precies is, daarover lopen de meningen uiteen. Volgens de Amerikaanse onderzoekers William Strauss en Neil Howe gaat het om het tijdvak van 1982 tot 2001. Anderen definiëren dat van 1974 tot 1994, of van 1985 tot 2000.

Wie niet graag leeftijdsgrenzen gebruikt om Generation Y af te bakenen, doet dat met typerende kenmerken of een mind-set. Wie Gen Y zegt, ziet een generatie van jonge mensen die zich uniek voelen. Het zijn meesters in het uitbouwen van een digitaal netwerk, het zijn ervarings- en technologiejunkies. Ze streven naar een grote mate van efficiëntie en hebben weinig geduld. Ze willen snel en accuraat geholpen worden. Ze stellen zich flexibel op en verwachten dat ook van hun omgeving. Ze worden ook omschreven als creatief en gemiddeld ook beter geïnformeerd, hoger opgeleid, ondernemender en kritischer dan de voorgaande generaties.

Kanariepieten

Om die redenen en nog vele andere wordt Gen Y vaak onder de loep genomen door marketeers. Deze generatie staat immers voor jeugd, vernieuwing en verandering, waardoor zowel oudere als jongere generaties naar hen opkijken. De Gen Y’ers zijn de kanariepieten van onze samenleving, die als eersten innovatie aanvoelen en teweegbrengen. Belangrijk dus om hen te blijven boeien…

Bedrijven en marketeers blijven echter Gen Y beschouwen als de hippe eeuwig kinderloze generatie, terwijl een groot deel van Gen Y’ers zich intussen mama of papa kan noemen. En zoals ze veel veranderingen met zich meebrachten op vlak van HR toen ze de werkvloer beklommen, hangt er ook verandering in de lucht wat betreft het gezin.

Millennial ouders

Dat merk je bijvoorbeeld in beeldtaal en woordgebruik. Vandaag zien jonge gezinnen er niet meer uit zoals het klassiek kerngezin dat ons wordt ingelepeld in media en roze marketing. Kijk maar eens op de social media feed van Millennial ouders. En dat ze hun kinderen kleine fuckers of terroriserende eikels noemen is onderling perfect aanvaardbaar. Ze creëren ook een framily om zich heen, een netwerk van vrienden en bloedverwanten, die hen onder andere toelaat hun kinderloze levensstijl in grote mate te behouden en tot een work-life blend te komen.

Spiegel

trendwolvesssEr is echter meer aan de hand. Trendwolves deed een uitgebreid onderzoek naar deze marketingwijze consumenten en bundelde haar bevindingen in het boek. ‘Framily – Hoe Millennials het gezin hertekenen’. Het is een spiegel voor de ouders zelf en een blik op de interne keuken van deze boeiende doelgroep, die je maar beter goed begrijpt als je hen wil benaderen.

Naar aanloop van het volgende Kids-, Jongeren- en Familie-marketingcongres, zullen we een aantal inzichten uit dit boek delen. Hou deze pagina met andere woorden in het oog. Het zal jullie kijk op traditionele family-marketing ongetwijfeld veranderen.

 

amelieDoor: Amélie Rombauts
Amélie is trendonderzoeker bij Trendwolves. Haar interesse voor moderne gezinnen en wat hen bezighoudt leidde tot een blog (daronsdaronnes.com) en een boek dat ze samen met collega Filip Lemaitre schreef: ‘Framily. Hoe Millennials het gezin hertekenen.’ (Lannoo) Het boek kan je ondertussen hier bestellen.

 

FRAMILY. Hoe Millenials het gezin hertekenen – lannoo – www.myframily.eu
BLOG – daronsdaronnes.com
LINKEDIN – https://be.linkedin.com/in/arombauts
IG – https://instagram.com/__amelie__
TWITTER – @AmelieRombauts

Case Spotlight Nickelodeon op MovieStarPlanet

Een virtuele wereld; een mooie omgeving waar je een eigen avatar kunt maken, waar je spelletjes speelt, creatieve uitdagingen aangaat, lekker kunt shoppen en het allerbelangrijkst: waar je vriendschap sluit met leeftijdsgenootjes. Niet voor niks zijn deze platforms populair onder de kids en jongeren doelgroep en tellen deze websites nog altijd maandelijks honderd duizenden bezoekers. Uniek.

 

Voor adverteerders is een virtuele wereld de ideale plek om hun merk te integreren en de interactie aan te gaan met de doelgroep. Integraties binnen een virtuele wereld sluiten naadloos aan op de belevingswereld van de bezoeker en behalen mede daarom mooie resultaten en hoge engagement rates. Een voorbeeld van een populaire virtuele wereld is MovieStarPlanet.

MovieStarPlanet is een virtuele community waar je een eigen filmster kunnen maken. Je kunt de filmster helemaal maken zoals jij wilt, wil je op jezelf lijken of juist helemaal niet? Alles kan! Met deze filmster kom je terecht in de grote stad, hier kun je allerlei leuke activiteiten vinden. Zoals een kleding winkel om je om te kleden, een dierenwinkel om een huisdier uit te kiezen, allerlei spelletjes, een chat en creatieve uitdagingen.

MovieStarPlanet telt maandelijks 650.000 unieke bezoekers en gemiddeld zijn de bezoekers 25 minuten per sessie online. De gemiddelde tijd dat de users de website bezoeken per dag in totaal ligt zelfs op ruim 40 minuten. Een grote groep van loyale spelers die de website dagelijks bezoekt en samen met hun MovieStar vrienden spelletjes speelt.

Nickelodeon heeft er daarom voor gekozen om MovieStarPlanet toe te voegen in hun strategie om hun nieuwe serie “Spotlight” in de spotlight te zetten.

ddg

Mediabureau MEC vroeg ons om voor Nickelodeon een integratie op te zetten binnen dit populaire platform voor hun nieuwe serie “Spotlight”. De serie speelt zich af op een middelbare school voor talentvolle leerlingen. Zij krijgen naast gewone schoolvakken ook les in dansen, zingen en acteren. Er komen regelmatig bekende Nederlanders langs op de middelbare school zoals Enzo Knol, Krystl, Shaker en Kenny B.

De campagne ging van start met een grote Spotlight competitie. De MovieStars werden uitgedaagd om hun talent in te zetten en een Spotlight video, look, kamer of artbook te maken. En dat was niet het enige. Nickelodeon trakteerde de community op een virtueel cadeautje; een exclusief Spotlight t-shirt voor je MovieStar. Ter ondersteuning van de campagne werd de competitie aangejaagd met een newsslider op de activiteitenpagina, kwamen er verschillende statusupdates voorbij die door alle users gelezen worden en er waren verschillende video’s beschikbaar met fragmenten uit de serie. Nickelodeon was gedurende de campagneperiode overal binnen MovieStarPlanet te zien!

De resultaten waren indrukwekkend. Meer dan 200.000 kids ontvingen het exclusieve t-shirt, duizenden kids deden mee met de competitie en de meest creatieve inzendingen wonnen een prijs. De campagne heeft in totaal meer dan 1,5 miljoen waardevolle contactmomenten gegenereerd tussen de doelgroep en Nickelodeon.

Door: Kim Witting
KimEen passie voor online advertising en de kids en jongeren doelgroep en een passie voor virtuele werelden in het bijzonder. Bijna tien jaar geleden begonnen bij goSupermodel – destijds de grootste tienermeiden community van de Benelux – en nu werkzaam bij Yoki Network. Binnen Yoki Network maak ik de slag naar het creëren van een internationaal advertentie netwerk voor kids en jongeren en daarnaast vertel ik graag over alle bijzondere mogelijkheden die onze uitgevers te bieden hebben.

 

Glogster

“Juf! Juf! Zit u ook op Instagram? vraagt een 11-jarige leerling me. ‘Eh…nog niet,’ antwoord ik weifelend. ‘Ik zit al op Pinterest’ zeg ik snel. Ik ben voor naschoolse multimedialessen in groep 7-8 van een Brede School. Aan het gezicht van de jongen kan ik zien dat hij geen flauw idee heeft wat Pinterest is. Niet zo gek, want Pinterest wordt voornamelijk gebruikt door volwassenen vrouwen. Misschien pint zijn groepsleerkracht er wel les- en knutselideeën, wie zal het zeggen.

Glogster

Vandaag geef ik les over Glogster. De groep is druk en vindt het moeilijk om twee minuten achter elkaar te luisteren. Maar hun enthousiasme is aanstekelijk. Met Glogster kun je een digitale poster ontwerpen, met tekst, foto’s en YouTube video’s. Een superleuk alternatief voor een papieren werkstuk! We beginnen met offline brainstormen over interesses en hobby’s. Bij de jongens zijn voetbal en FIFA-games favoriet, de meisjes kiezen voor mode en landen. Ik deel woordwolken uit waarop ze trefwoorden noteren, die ze straks nodig hebben voor het zoeken naar geschikte informatie, afbeeldingen en filmpjes.

Informatievaardigheden

Ik hoop altijd dat ze in de bovenbouw enigszins informatievaardig zijn, m.a.w. dat ze informatie kunnen zoeken, vinden, kritisch beoordelen en verwerken. De praktijk blijkt compleet het tegenovergestelde. Geen van de kinderen weet hoe ze een afbeelding moet opslaan, laat staan of ze de afbeelding mogen gebruiken. Ik vraag ze wie kan uitleggen wat auteursrecht is. Tien paar ogen staren me glazig aan. Ik besluit ter plekke dat het anders moet. Ook al zijn ze hier in hun vrije tijd, ik leer ze graag nog iets bij, wat hun Glogs bovendien ten goede komt. De helft van hen gaat volgend schooljaar naar het VO. Hoe moet dat als je gewend bent om klakkeloos informatie van internet te kopiëren, geen zoekcommando’s kent en al eerste Google ads aanklikt bij je zoektocht naar informatie?

Google foefjes

mediaVeel tijd voor informatievaardigheden heb ik gezien mijn programma helaas niet. Ik beperk me tot praktische trucjes zoals Zoeken in afbeeldingen en zoektermen combineren. Informatievaardigheden behoren tot de 21st century skills, maar op veel basisscholen worden deze slechts mondjesmaat aangeleerd. In de gastlessen die ik daarover geef, gaan we aan de slag met zoekvragen formuleren, betrouwbare websites beoordelen en leer ik ze foefjes voor zoeken in Google. Ook laat ik ze kennis maken met kinderzoekmachines zoals jeugdbieb.nl en jouwzoekmachine.nl. Van kinderzoekmachines hebben kinderen vaak nog nooit gehoord. In dit klaslokaal is het niet anders.

Slimmer zoeken

Na vijf donderdagmiddagen zit mijn lestijd erop. De kinderen presenteren hun Glogs aan elkaar. Het gevoel bekruipt me dat er zoveel meer in had gezeten als ze goed de weg hadden geweten op internet. Ik heb ze gefrustreerd zien ronddwalen op Google, niet wetende hoe een URL te kopiëren of een plaatje op te slaan. Ze willen dat graag onder de knie krijgen, maar wie leert het ze? Ouders en leerkrachten hebben hierin een belangrijke taak. Een mooie start is het lezen van de brochure Slimmer zoeken. Informatievaardigheden op de basisschool. Is een goed begin immers niet het halve werk?

Door: Eliane Groenendijk

elianeNa 15 jaar in diverse functies in de gezondheidsvoorlichting heb ik sinds 2012 mijn eigen praktijk MediaSwitch. Ik geef workshops, gastlessen en ouderavonden over mediawijze thema’s in o.a. het basisonderwijs en de (jeugd)gezondheidszorg. Daarnaast werk ik als cultuurmakelaar bij Sport & Welzijn en communicatiemedewerker voor o.a. het Unicef Kinderrechten Filmfestival.

Twitter @ElaineGreendike
Facebook www.facebook.com/MediawijsmetMediaSwitch/

Kindermarketing en de universele rechten van het kind: Hoe gaan die samen?

Foto: Kelly Brown / Soda Politics door Marion Nestle.
(Het boek is zeer de moeite waard om te lezen!)

Kindermarketing en onze dik makende omgeving

HartstichtingEnkele jaren geleden ben ik vanuit mijn public affairs achtergrond begonnen bij de Hartstichting aan het thema “hartgezonde jeugd“. Meer dan 300,000 kinderen onder de 13 jaar hebben overgewicht (Schönbeck et al., 2011) en de Hartstichting wil hier verandering in brengen. Juist mijn eerdere werkervaring bij Coca-Cola waarin ik mij bezig hield met maatschappelijk verantwoord ondernemen, kindermarketing & voedingsmiddelen in combinatie met een maatschappelijke organisatie was iets waar ik graag mijn tanden in zette. Tot op de dag van vandaag super blij met dit besluit!

Wat geef je een kind dat je gezond wilt laten eten?

Met de komst van mijn kinderen 5 jaar geleden heb ik bovendien ook een andere kijk op het thema kindermarketing & voeding gekregen. Ik werd ineens persoonlijk geconfronteerd met de vraag wat kinderen nodig hebben op het gebied van voeding. Zo groen als wat zat ik met vragen zoals: Wat eet een kind? Hoeveel groente en fruit heeft een kind per dag nodig? Geef ik water of is limonade ook prima? Is elke dag zoet op de boterham oké? Maakt het uit dat Spiderman op een mierzoet toetje staat? Kortom een hele verantwoordelijke taak om mijn kinderen gezond op te laten groeien en de heerlijke verleidingen te kunnen weerstaan. Ik vind dat ik een verantwoordelijkheid heb om mijn kinderen gezond de wereld in te brengen, toch? Gelukkig bestaat het Voedingscentrum dat mij als consument onafhankelijke informatie biedt over een gezonde voedselkeuze. Maar die verleidingen blijven…

Weten jullie hoeveel kindermarketing plaatsvindt voor ongezonde voedingsmiddelen?

94% van de voedingsmiddelenreclame op tv gericht op kinderen is voor ongezond eten en drinken (Consumentenbond iov Ministerie van Volksgezondheid, 2011). Hierbij kan je denken aan: frisdrank, chips, koekjes en ijs. Dit getal van 94% blijft mij verbazen. Het staat gelijk aan 239 tv-reclames per week. En dan hebben we het nog alleen maar over het aantal kinderreclames op tv, niet alle andere kanalen (social media, advergames, print, verpakkingen etc).

De verhouding tussen de kindermarketing van ongezonde en gezonde voedingsmiddelen (bij dit laatste kan je denken aan groente en fruit die een positief effect hebben op onze gezondheid) strookt niet met wat wij (in 1989) met zijn allen hebben afgesproken in het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties: Kinderen hebben het recht om op te groeien in een gezonde omgeving. Wat blijkt: Kinderen groeien op in een dik makende omgeving, die uitnodigt tot veel en ongezond eten en drinken. Partijen zoals de Wereldgezondheidsorganisatie beschouwen kindermarketing van ongezonde voedingsmiddelen als een belangrijke oorzaak daarvan.

Kindermarketing en de rechten van het kind

Dat getal van 94% verbaast jullie waarschijnlijk ook. Daarom daag ik jullie graag uit om te helpen hier verandering in te brengen: zet je kwaliteiten in voor stoere kindermarketing-campagnes voor groente en fruit. Dan draag je meteen een steentje bij in het opkomen voor de rechten van het kind om op te groeien in een gezonde omgeving.

CarolienDoor: Carolien Martens, Relatiemanager Public Affairs, Hartstichting
De Hartstichting is initiatiefnemer en partner van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding; een actief samenwerkingsverband dat de strijd aangaat tegen op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen. Lees ons volledige standpunt op: www.stopkindermarketing.nl.

 

 

 

Verleiding en afleiding door je telefoon

Het gezeur begon zo’n beetje eind groep zes. Ze was de enige van al haar vriendinnen die nog geen telefoon had. De rest appte naar hartenlust en stuurden elkaar foto’s en filmpjes door. In groep zeven gingen we overstag. Ze fietste immers voortaan alleen naar huis met haar zusje. Dan is het wel fijn om een telefoon te hebben.

Met de telefoon kwam ook de afleiding. Boeken lezen, wat ze toch graag deed, werd minder. Maar echt dwangmatig is het (nog) niet. Dat komt later op de middelbare school. Wel is het spel van grenzen trekken en oprekken begonnen. Toen er een vriendinnetje bleef slapen was het: ‘we willen morgen graag de wekker zetten’. Maar toen ik de wekkerradio wilde instellen, bleek dat niet bepaald de bedoeling. Helaas geen telefoons mee naar de slaapkamer. “Alleen maar omdat jij dat boek hebt geschreven”, kreeg ik nog boos naar mijn hoofd.  

Focus

Ik begrijp het natuurlijk wel. Ook ik wil soms net wat vaker op mijn telefoon kijken dan goed is voor mijn werk of nachtrust. Als ik een stuk moet afmaken, zit ik ineens berichtjes te zoeken voor mijn Twitter- en Facebookaccount van Socialbesitas. Of ben ik ineens in een grappig whatsappgesprek beland dat ik echt niet zomaar kan stoppen. Wat? Is het al twaalf uur? Ik denk aan de hoogleraar die ik ooit interviewde voor ons boek Socialbesitas. Als je met een lastige taak bezig bent en je laat je één minuut afleiden door je telefoon, kost het daarna twee tot drie minuten voor je weer op hetzelfde niveau in je taak zit. Na één keer afleiden is de kans groter dat je je nog een keer laat afleiden. Nou dat is echt zo. Mijn mail moet ook worden gecheckt. Maar als de deadline in zicht komt, zet ik mijn telefoon op stil en draai ik hem om.

Hulp van ouders

mobielTieners zoeken ook strategieën om de afleiding door hun telefoon tegen te gaan, zo bleek vorig jaar uit de Kennisnet Monitor Jeugd en Media onder 10-18-jarigen. Zo vindt 41 procent whatsappberichten tijdens het huiswerk storend, maar zet maar 33 procent zijn telefoon zacht. De verleiding is te groot. Begrijpelijk voor een puberbrein. Als strategie gaven jongeren zelf aan: ‘met ouders afspreken dat zij zullen opletten’. Daarin zijn ouders soms wat te terughoudend merk ik tijdens ouderavonden over sociale media. ‘Die verantwoordelijkheid moeten ze zelf leren’, hoor ik dan. Klopt, maar waarom mag daar geen hulp van ouders bij? Omdat ouders vaak onzeker zijn, het zelf ook niet goed weten of het juist maar al te goed herkennen. En natuurlijk is het niet altijd leuk om in discussie te gaan met je tiener. “Wanneer mag ik op Instagram, mam? Iedereen uit mijn klas zit er al op.”

MaykeDoor: Mayke Calis. Mayke is journalist en tekstschrijver. Ze schreef samen met verslavingsdeskundige Herm Kisjes het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving. Naast haar schrijfwerk geeft ze ook ouderavonden op scholen (po en vo) over socialemediagebruik onder jongeren. www.maykecalis.nl en www.socialbesitas.nl.

Effectieve seksuele voorlichting: Vijf jaar “Can you fix it”

Jongeren zijn een kwetsbare groep op het gebied van seksuele ontwikkeling. Goede voorlichting laten aansluiten bij deze doelgroep is niet gemakkelijk. In opdracht van Sense, een initiatief van Rutgers, Soa Aids Nederland, GGD’en en het Ministerie van VWS ontwikkelde IJsfontein “Can you fix it?”. Deze game werd gelanceerd als onderdeel van een tijdelijke campagne, maar lijkt na 5 jaar en bijna een half miljoen bezoekers een blijvertje te zijn. In deze case study meer over het onderzoek, de ontwikkeling en de lancering van “Can you fix it?”.

In Can You Fix It? kijken jongeren naar korte filmpjes, waarin leeftijdsgenoten terecht komen in relatiesituaties met een seksueel karakter. Hoe het fragment afloopt bepaalt de speler met de Fix It knop. Het doel is om jongeren te leren de momenten te herkennen waardoor een situatie uit de hand kan lopen, en dan tijdig in te grijpen.

De campagne, gericht op jongeren tussen de 13 en 16 jaar had tot doel om seks bespreekbaar te maken en jongeren uit te dagen bewust na te denken over hun wensen en grenzen en die van anderen op seksueel gebied.

blog 11

Casus “Can You Fix It?”

Op de site staan inmiddels 14 filmpjes over seksueel getinte situaties die uit de hand dreigen te lopen. Komend jaar komen hier nog 8 nieuwe filmpjes bij. Opdracht aan de spelers is om in te grijpen en te sturen op een goede afloop: Can You Fix It? Aan het begin van iedere film kiest de speler met wie hij meekijkt: de jongen of het meisje. Je ziet als speler niet alleen de handeling, maar je hoort ook wat de hoofdpersoon denkt.

Wissel van perspectief

Deze mogelijkheid om te wisselen van perspectief en de gedachten te horen van de hoofdpersonen is een belangrijk mechanisme dat gebruikt is om de boodschap over te brengen. ‘Juist door te horen en te zien wat de ander denkt ontstaat begrip’, vertelt Jan Willem Huisman, creatief directeur van IJsfontein. ‘Uit de statistieken van de site blijkt dat het simpel aanbieden van een ander perspectief al nieuwsgierig maakt, ruim 90% van de spelers bekijkt de filmpjes vanuit beide perspectieven. Precies wat we wilden.’

Te laat

Betrekken van de doelgroep

De doelgroep is op verschillende momenten betrokken geweest bij de ontwikkeling van de tool. Zo zijn de situaties uit Can You Fix It? gebaseerd op kwalitatief onderzoek onder meer dan 68 hetero- en homoseksuele jongeren. Op verschillende onderwerpen (eerste indruk, de acteurs, taalgebruik, verhaallijn, instructies, ingrijpen, feedback, doel, speelplezier) werden focusgroep discussies gehouden. Aan de hand van de feedback is het spel tijdens de ontwikkeling aangepast.

Rolmodellen

De doelgroep van Can you fix it? is zeer divers. Dit maakte dat een flink aantal ‘standaard’ interventietechnieken niet bruikbaar bleek. Folders of ander schriftelijk materiaal wordt al snel te omvangrijk en is lastig bruikbaar voor de groep laagopgeleiden. Gebaseerd op Social cognitive theory en met gebruik van Modeling (McAlister, Perry & Parcel, 2008) kan door middel van het gebruik van rolmodellen op beeldmateriaal de verschillende gedragingen wel goed in beeld gebracht worden en blijft de informatie toegankelijk voor jongeren van allerlei opleidingsniveaus.

Uit het vooronderzoek kwamen 10 seksualiteitsprofielen voor jongeren voort. Voor meisjes: relatiegericht, weerbaar, afwachters, principiële maagden en aandachtzoekers. Voor jongens: relatiegericht, versierders, afwachters, principiële maagden en players. Op basis van deze profielen zijn de personages ontwikkeld die door de acteurs worden uitgebeeld in de fragmenten in het spel.

Spelprincipes

Om het middel modeling effectief in te zetten is om te beginnen aandacht van de ontvanger nodig. Om dit te bewerkstelligen is gekozen voor het gebruik van spelprincipes. Deze principes werken op drie niveaus: dynamics, mechanics, en components. In onderstaand figuur wordt duidelijk hoe dit bij Can you fix it? , is toegepast.

Gamifiction pyramide

Gamification Piramide o.b.v. Werbach & Hunter

Spelen is zo leuk omdat je als speler in je kracht wordt gezet. De ‘game’ geeft jou immers het volste vertrouwen. Fouten maken mag want je bevindt je in de magic circle. Hier gelden andere regels gelden dan in het echte leven en mag je vrijuit experimenteren en fouten maken. ‘Vertellen hoe je om moet gaan met dit soort situaties is vaak ongemakkelijk en uiteindelijk misschien wel saai. In Can you fix it? kan je wat doen!’, vertelt Filippo Zimbile, vanuit Soa Aids Nederland betrokken bij de game. ‘Je hebt invloed op de situatie en dat geeft de speler een gevoel van controle. Daarnaast biedt we in de game realistische situaties waarin je vrijuit veilig kan experimenteren.’

Seks verkoopt

Toen de game gelanceerd werd was er vanuit de campagne veel aandacht voor, maar ook op social media ging de game viral. Seks verkoopt, ook als het als voorlichting bedoeld is. ‘Jongeren aantrekken doe je niet door een truttig filmpje te laten zien’, vertelt Zimbile. Er is daarom bewust gekozen voor echte acteurs en voor realistische scenes. Ook is er niet geschuwd om de meer pikante scenes te laten zien. ‘In Can you fix it? hebben we in het ontwerp gespeeld met de nieuwsgierigheid van jongeren die, zeker op het gebied van seks, erg groot is’, vertelt Huisman. ‘Zo begint er als je op de site komt direct een korte trailer te spelen. Deze scene maakt de bezoeker nieuwsgierig naar de afloop en nodigt uit om verder te kijken en te spelen’.

Seks verkoopt

Conclusies uit de praktijk

Bereikt de game het beoogde effect? Het spel wordt vaak gespeeld (ruim 50.000 keer per jaar) en de gemiddelde speelduur is 11 minuten. Zo’n 25% van de bezoekers speelt het spel niet voor het eerst. Er zijn ook twee effectstudies gedaan naar de game. Helaas was de onderzoeksopzet incompleet waardoor het moeilijk is er duidelijke resultaten uit te halen. Zo maakte de eerste effectstudie geen gebruik van een voormeting. De tweede effectstudie vond weliswaar duidelijke verschillen tussen controle en experimentele groepen op intentie om grenzen aan te geven, maar ook effecten in de tegengestelde richting. ‘Het effectonderzoek had allerlei beperkingen: eerst een te jonge doelgroep en bij beide keren is een aantal vragen gebruikt waar zoveel sociaal wenselijke antwoorden op komen dat je met een interventie geen ‘winst’ kan behalen want er lijkt geen probleem te zijn (iedereen scoort al helemaal goed bij 0 meting). Daarnaast kun je je afvragen of Can you fix it? in schooltijd spelen ‘op commando’ hetzelfde effect heeft als jongeren die in vrije tijd zelf de game spelen’, vertelt Cense.

Naast de effectstudie is er in 2011 ook een procesevaluatie uitgevoerd naar ‘Can You Fix It?’ door middel van een online vragenlijst. De bezoekers van de site geven de game hier een gemiddeld cijfer van een ruime 7. Maar liefst 75% van de respondenten heeft 2 of meer filmpjes gekeken.

Ondanks de onduidelijke resultaten is de verwachting dat de game wel effect heeft. ‘De vele positieve reacties van gebruikers, jongeren en professionals uit het onderwijs geven hier aanleiding toe’, vertelt Marianne Cense, vanuit Rutgers betrokken bij Can you fix it?. ‘Ook hebben we gebruik gemaakt van werkzame elementen die op basis van de literatuur de verwachting geven effectief te zijn.’

Te oud

Ondanks het vooraf betrekken van de doelgroep, bleek uit de eerder genoemde procesevaluatie dat de oorspronkelijke doelgroep zich niet altijd in de karakters en de scenario’s kon herkennen. ‘Vanwege wetgeving waren we gedwongen oudere acteurs te gebruiken. Dat was niet op te lossen, maar het heeft ons laten zien hoe belangrijk het is dat de speler zich kan identificeren met de karakters om het op zichzelf te betrekken’, vertelt Zimbile. Hier is rekening mee gehouden bij het toevoegen van nieuwe films. Die gaan over situaties die de jonge doelgroep ook zal herkennen. Maar ook wanneer jongeren zich niet direct herkennen in de situatie gaven ze aan iets over het aangeven van grenzen en wensen geleerd te hebben. Bovendien denken ze (meisjes meer dan jongens) dat de situaties in de filmpjes hen wel kúnnen overkomen. Er lijkt dus enige bewustwording plaats gevonden te hebben.

Half oktober is de bijgewerkte versie van de site live gegaan en binnen nu en een half jaar staan de nieuwe scenario’s live. Deze gaan niet alleen over seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar ook over andere kwesties waar jongeren mee worstelen: anticonceptie, zwangerschap, sexting en homoseksualiteit. ‘Seks blijft actueel en relevant, dus ik verwacht dat we over vijf jaar kunnen proosten op het tweede lustrum’, aldus Cense.

Referenties

McAlister, A. L., Perry, C. L., & Parcel, G. S. (2008). How individuals, environments, and health behaviors interact: Social cognitive theory. In Glanz K, Rimer BK, Viswanath K, Eds. (4th ed). Health Behavior and Health Education: Theory, Research, and Practice. San Francisco: Jossey-Bass. pp167-188.
Massar, K. & Kok, G. ( 2011). Procesevaluatie ‘Can You Fix It?’.
Effectstudie 1: Massar, K. & Kok, G. (2011). Effectevaluatie ‘Can You Fix It?’
Effectstudie 2: Gruijters, S., Massar, K., Pletzers, J. & Kok, G. (2013).

Bron: Homo Ludens Magazine


 

 marieke.jpg kopieMarieke Roël studeerde communicatie in Utrecht. Sinds 3 jaar werkt zij bij IJsfontein waar zij verantwoordlijk is voor alle marketing en communicatie activiteiten. IJsfontein ontwerpt en ontwikkelt spelend (digitaal) leren. Denk aan een serious game of gamification traject voor de training van personeel, interactieve belevenissen voor musea of een crossplatform digitale methode voor het basisonderwijs.

 

Kids en jongeren bereiken? Gebruik Instagram advertenties!

Sinds eind vorig jaar is het ook in Nederland mogelijk om advertenties te plaatsen op Instagram. Met een community van meer dan 400 miljoen gebruikers is Instagram één van ‘s werelds grootste mobiele platformen om op te adverteren. Benieuwd naar meer feiten en de adverteermogelijkheden?

Feiten

Top apps

  • Instagram is uniek, want het begon als een mobiele app. Anders dan Facebook en YouTube, welke op desktop begonnen.
  • Instagram heeft maandelijks meer dan 400 miljoen actieve gebruikers en groeit 10x sneller dan Facebook en Twitter.
  • Nederland telt 2,1 miljoen Instagramgebruikers, waarvan er dagelijks 992.000 actief zijn.
  • Instagramposts krijgen 308% meer engagement dan op Facebook en 1313% meer dan op Twitter.
  • Instagram is hét socialmediakanaal voor mensen onder de 35 jaar, met name voor de doelgroep 15-19 jaar.

Gebruikers

Waarom Instagramadvertenties? [praktijk]

Kaal of KammenVoor het nieuwe programma Kaal of Kammen zijn wij een paar weken geleden een Instagramaccount begonnen: @kaalofkammentv. Omdat het een nieuw programma is met een relatief korte uitzendperiode, is het lastig om op Instagram veel mensen te bereiken. Om ons account een boost te geven én te zorgen dat kinderen weten wanneer het programma wordt uitgezonden, besloten we om elke week een Instagram- advertentie in te zetten. De afbeelding hiernaast is daar een voorbeeld van. In korte tijd hadden we 12.488 likes en veel nieuwe volgers.

Wat zo goed werkt is dat je je advertentie helemaal kunt afstemmen op jouw doelgroep: op geslacht, lee ftijd en interesses. Daarnaast kun je je maximale budget instellen, zodat je nooit meer betaalt dan jij wilt. Als de campagne is afgelopen kun je gemakkelijk de statistieken inzien om te kijken hoe succesvol de advertentie was.

Doelstellingen

Instagramadvertenties kunnen diverse doelstellingen hebben, deze kun je ook aangeven als je een campagne gaat samenstellen.

  • Websitetraffic
  • App installaties
  • Video views
  • Meer volgers
  • Naamsbekendheid
  • Merk- en productpromotie

Hoe maak je een advertentie?

Zoals je misschien wel weet is Facebook eigenaar van Instagram. Vandaar dat je voor het aanmaken van advertenties op Instagram een advertentieaccount bij Facebook nodig hebt. Dat kan via: https://business.facebook.com. Voor het plaatsen van advertenties op Instagram heb je zelf geen Instagramaccount nodig, maar ik zou het wel aanraden. Zo kun je goed bijhouden hoe je advertentie loopt en natuurlijk reageren als mensen vragen hebben! Voor een uitgebreide uitleg over het maken van Instagramadvertenties verwijs ik jullie door naar deze website: https://geheimvandesmith.nl/adverteren-op-instagram/

Advertentiemogelijkheden

  • Foto-advertenties: dit is de meest simpele advertentie, net als wat de meeste mensen doen op Instagram: het plaatsen van foto’s, maar dan met een call-to-action. Of je nu mensen wilt inspireren om je merk anders te zien of hen actie te laten ondernemen, het kan allemaal.
  • Video-advertenties: net als bij foto’s kun je een verhaal vertellen, maar dan met de kracht van beeld, geluid en beweging. Wat bijzonder is aan de video-advertentie is dat je 30 seconden video kunt laten zien, in plaats van de oorspronkelijke 15 seconden.
  • Carrouseladvertenties: Carrouseladvertenties brengen een extra laag van diepte. Mensen kunnen swipen om meer foto’s te zien en een call-to-action button brengt ze naar de website.

Instagram

Ik zeg doen!

KLM

Van alle socialmediakanalen is adverteren via Instagram veruit het voordeligst. Dit in combinatie met de hoeveelheid actieve gebruikers maakt Instagram zeer interessant om voordelige en doelgerichte campagnes te starten.

Ook als je een online community wilt opbouwen en je zit niet op Instagram, dan mis je heel veel. Als er één socialmediakanaal is dat je moet uitvinden in 2016, dan is het zeker Instagram!


 

ChantalDoor: Chantal Antonides webredacteur bij AVROTROS.
Ik werk met veel plezier voor de jeugdprogramma’s van de AVROTROS waaronder het Junior Songfestival en het nieuwe programma New Musical Star. Mijn passie voor online en kids is begonnen tijdens mijn stage bij MTV Networks voor Nickelodeon.nl. Sindsdien doe ik niets liever dan werken met en voor kinderen.