Hip, hot & happening op kindergebied

Kinderen zijn er altijd en overal. En waar ze zijn, gebeurt van alles. Ze inspireren, consumeren, zijn actief, leren continue en prikkelen bovenal hun omgeving. Kortom, deze dynamische doelgroep haalt vaak het nieuws! Hieronder de 12 meest opmerkelijke en relevante kids nieuwtjes van de afgelopen weken.

  1. Jam saai en voor oude mensen? Niet als het aan Hero ligt. Het bedrijf wil jongere jamshoppers extra verleiden met hapjes, broodjes en andere lekkernij. Alles gepresenteerd in pop-up restaurants in diverse supermarkten door heel Nederland. (Shopper Marketing Update)

  2. CDA pleit voor een verbod van arcadehallen voor kids. Nu kunnen kinderen vanaf twaalf jaar zonder toezicht op de spelautomaten spelen. Onverantwoord en verslavingsgevoelig aldus diverse belanghebbenden. (Kidsweek)
  3. Toch wel, toch niet. Blokker Holding veegt het plan om de Belgische winkels van Bart Smit om te bouwen naar Intertoys definitief van tafel. Reden volgens het bedrijf is meer tijd, geld en aandacht nodig te hebben om het relatief onbekende merk Intertoys te laden in België. (Retail Detail)

  4. Stichting Melanoom lanceert speciaal voor de zomervakantie de bewustwordingscampagne #funinthesun, gericht op ouders van jonge kinderen. Het doel is om deze ouders er meer bewust van te maken dat het belangrijk is om hun jonge kinderen goed te beschermen tegen de zon. (Stichting Melanoom)
  5. Supermarktketen Plus gaat zich inzetten voor verantwoord ontbijten. In de supermarkt is een suikermeter te vinden voor ontbijtgranen die consumenten kan helpen een bewustere keuze te maken. (Levensmiddelenkrant)
  6. Kinderboekenuitgever Kluitman is de eerste Nederlandse uitgever van wie de Koninklijke Bibliotheek het recente fonds (1940-2000) zal digitaliseren. Het gaat om bekende reeksen als Pipo de clown, De Kameleon, Swiebertje, Marjoleintje en Snelle Jelle. Ruim 1800 bekende kindertitels van Kluitman zijn daardoor straks gratis te lezen (KB)
  7. Hemel op aarde. Welke ouder wil dit niet? Een lego sorteerder voor alle blokjes…let wel, de machine is nog niet compleet uitontwikkeld en nog niet op de markt. (Numrush)
  8. Een utopie? Supermarkt Plus denk van niet. Zij introduceren Supersaus voor over de groente, en daarmee hopen ze kids te stimuleren meer groente te eten. Verkrijgbaar in de smaken wortel, rode biet en pastinaak. (EVMI)
  9. Food Sense, bekend van het o zo vrolijke duo Fred & Ed is overgenomen door Royal Smilde. Met de overname is internationalisering de belangrijkste pijler voor groei. (Distrifood)
  10. Hoe gaaf is dit? Een pratende spiderman pop. Maar dat niet alleen. Hij maakt ook grapjes, zegt hoe laat het is, en laat kinderen een interactief avontuur beleven. (Bright)
  11. Less is more ! En alle beetjes helpen, aldus Foodwatch. Albert Heijn verlaagt het suikergehalte in 40 kinderproducten en er komt een Friswijzer bij het schap voor kinderfrisdrank. (NOS)
  12. En als afsluiter nemen we je mee met de heldentour van Eftelings nieuwste attractie, namelijk de Symbolica

10 initiatieven voor de belevingswereld van kinderen

Kinderen worden steeds meer betrokken bij keuzes die een gezin maakt. Daarnaast zijn ze goed te enthousiasmeren voor producten en diensten. Zij kunnen echte ambassadeurs zijn voor je merk, want welke doelgroep is er nu enthousiaster dan kinderen?  Hieronder opmerkelijke nieuwtjes, leuke samenwerkingen en goede initiatieven:

App van de gezelligste straat voor kids
De gezelligste straat voor kids lanceert een app waarmee taal geleerd kan worden. De harige vriendjes van Sesamstraat maken in hun samenwerking met IBM gebruik van kunstmatige intelligentie. Zo wordt o.a. de woordenschat van kleuters op individuele wijze versterkt. (Numrush)

Be Internet Awesome – Google
Veiligheid, kinderen en internet. Kan dit samen goed gaan? Het nieuwe onderwijspakket ‘Be Internet Awesome’ van Google leert kinderen alles over online pesten, phishing en wachtwoorden. En door middel van een game leren kinderen op een leuke manier alles over internet veiligheid.

Unieke Nutella potten
Tailormade promotie? Nee hoor, gewoon 7 miljoen unieke Nutella potten met elk een ander label. Met als doel Nutella “even uniek en expressief te maken als de Italiaan zelf”. Een succes was het, binnen een maand was alles uitverkocht. (Retail Detail)

Het Messi Experience Park
Weer eens wat anders dan een dagje Efteling, en ook iets verder weg. Lionel Messi krijgt zijn eigen pretpak in China. Het Messi Experience Park gaat gebruik maken van virtual-en augmented reality technologieën. Bezoekers krijgen de kans om virtuele trainingen en clinics bij te wonen. Alles om bezoekers te inspireren jong met sport te beginnen. (Kidsweek)

Lego Group – vermindering CO2-uitstoot
Lego Group ontwikkelt niet alleen het mooiste bouwspeelgoed van de planeet, maar wil tevens de klimaatverandering van deze planeet minimaliseren. Het bedrijf kondigde een CO2-uitstoot vermindering van 10% aan. (Duurzaambedrijfsleven)

Donald Duck – Piet Mondriaan
Donald Duck verbindt de abstracte kunst en de strip met elkaar. Piet Mondriaan, of zoals het in Duckstad klinkt Piet Mondrizwaan zal het vrolijkste weekblad sieren. Het sluit aan bij de viering van 100 jaar De Stijl, de kunstbeweging waarvan Mondriaan de bekendste vertegenwoordiger is. (Donald Duck)

Jumbo – Woezel en Pip
Voldoende groente en fruit binnenkrijgen blijft een heikel punt bij kinderen. De kinderraad van Jumbo heeft een tal van creatieve adviezen gegeven in het vraagstuk “Hoe Jumbo haar klanten kan helpen meer groente en fruit te eten”. Alles voor een gezonde toekomst van onze kinderen met natuurlijk de hulp van licentiepartner Woezel & Pip. (AGF)

Goed Geld-app – CED groep
Jongeren en jongvolwassenen met een lichte verstandelijke beperking vinden het vaak lastig om goed met hun geld uit te komen. Om hen te leren budgetteren en hun financiële zelfredzaamheid te bevorderen, heeft de CED-Groep de gratis Goed Geld-app ontwikkeld.(Vives)

Taalkunde – voortgezet onderwijs
Het bevorderen van taalkunde in het voortgezet onderwijs wordt ondersteund met de lancering van een animatiefilmpje over kindertaal. Onderwerpen als de taal van een oermens, kindertaal en hoe baby’s taal leren komt o.a. aan bod. (Neerlandistiek)

Glossy Feest – Efteling
Ook is er een speciale glossy “Feest” van de Efteling uitgekomen ter ere van het 65 jarig bestaan van het park. Feest draait om een koninklijk en sprookjesachtig feest, waar fantasie en werkelijkheid voortdurend door elkaar heen lopen. (Marketing Tribune). Daarnaast geeft het pretpark aan dat zij haar marketingpijlen steeds meer op het buitenland richt, gezien het groeiend aantal buitenlandse bezoekers. (Marketing Online)

 

Jongerenmarketing is in de war: 4 opvallende tegenstrijdigheden

Jongerenmarketing in Nederland is in verwarring. Jongerenmarketing heeft een andere afslag genomen dan jongeren zelf. Dat is te zien op vier gebieden, die ik hieronder uitleg. Om deze verwarring te begrijpen, is het goed om te weten hoe jongerenmarketingbureaus naar jongeren kijken en dit beeld vervolgens te vergelijken met wat jongerenmarketeers daadwerkelijk doen.

Eerst de 4 tegenstrijdigheden die ik heb gezien. Ten eerste roepen jongerenmarketeers dat een verhaal verteld moet worden dat bij de doelgroep past, terwijl zij tegelijk claimen dat de doelgroep hopeloos versnipperd is en geen speciale toon nodig heeft. Ten tweede beweegt jongerenmarketing zich steeds meer in de richting van het aanspreken van maatschappelijke lange-termijn idealen van jongeren, terwijl deze jongeren zelf zich steeds verder terug trekken in hun eigen kleine, overzichtelijke wereld. Ten derde willen veel invloedrijke volwassenen van jongeren leren, terwijl jongeren vooral meebewegen met de grote trends en zich aanpassen aan een veeleisende wereld. Ten vierde wordt veel social media ingezet om jongeren te bereiken, terwijl jongeren tenminste net zo effectief aan te spreken zijn in de gewone werkelijkheid.

Als onderzoeker naar de huidige generatie jongeren ben ik altijd razend benieuwd naar de bevindingen van anderen. Daarom had ik hoge verwachtingen van de jongerenmarketeers en onderzoekers die op het recent gehouden congres Trends in Kids, Jongeren en Familie Marketing hun visie gaven op waar jongeren en jongerenmarketing in Nederland momenteel staan. Na elf presentaties, keynotes en workshops gehoord en bezocht te hebben, begreep ik dat jongerenmarketing in Nederland in verwarring is.

Het beeld van jongeren

Gaby Siera (Beautiful Lives) onderzocht jongeren van 16 tot 17 jaar. Zij noemt deze jongeren Generatie Swipe. Volgens haar hebben jongeren een zeer volwassen kijk op het leven. Zij groeien op in een gevaarlijke wereld (aanslagen, vluchtelingenmigraties) die hen voor grote, praktische problemen stelt (economische crisis, studieleningen in plaats van studiefinanciering, een alcoholverbod voor steeds jongere tieners, een internet dat niet alleen maar leuk is).

Hun antwoord is niet in opstand komen of proberen de wereld te verbeteren. Jongeren trekken zich terug in hun eigen, kleine, overzichtelijke wereld en plannen hun dagen vol met activiteiten die hen verder brengen in het leven zoals sporten om gezond te blijven en bijlessen. Hun enige vrije tijd is zaterdagavond – en dan wordt er afgesproken met vrienden en vriendinnen. Op zondag chillen zij met hun ouders of grootouders.

 

De jongeren van Generatie Swipe passen zich volgens Siera aan aan de wereld die zij om hen heen aantreffen. Zij zoeken hun eigen, kleine weg in de onprettige grote wereld en proberen verantwoordelijk om te gaan met hun tijd en geld. Zij moeten zichzelf kunnen verkopen om aan opleidingen mee te mogen doen of bijbaantjes te bemachtigen (“Wat trekt je aan in vakken vullen?”) en dekken zich in tegen risico’s door te sparen, gezond te leven en zich op te stellen als kritische en zelfs cynische consumenten. Als zij gevraagd wordt naar hun toekomstdromen, dromen zij van eigen kinderen die niet roken en geen drugs gebruiken.

Conformisme van jongeren

Rutger van den Berg (Youngworks) beschrijft het conformisme van jongeren als gevolg van hun biologische ontwikkeling. Volgens van den Berg zorgt het zich nog ontwikkelende brein van jongeren ervoor dat zij sterk reageren op externe impulsen. Zij hebben een grote angst om buiten gesloten te worden en daarom neigen jongeren er sterk naar zich voortdurend aan te passen. Groepsdruk van hun peers stuurt de experimenten die jongeren uitvoeren met hun identiteit.

Aan de ene kant zorgt de zogenaamde “no-likes fear” ervoor dat experimenten die geen likes krijgen van leeftijdsgenoten worden gestaakt en offline worden gehaald. Aan de andere kant zorgt de groepsdruk er tevens voor dat jongeren proberen status te verwerven door domme acties uit te voeren. Omdat het beloningssysteem in hun hersenen in ontwikkeling voorloopt op hun impulsonderdrukking, zijn zij in staat ondoordachte stunts uit te halen om daarmee populair te worden.

Jongeren referentiekaders

Volgens Siera dient marketing rekening te houden met de kenmerken van de huidige generatie jongeren. Jongeren willen als volwassenen aangesproken worden op een serieuze en realistische manier. Het best slagen jonge vloggers hierin: zij beïnvloeden jongeren en zijn veel belangrijker dan merken of volwassenen. Van den Berg sluit hier bij aan. Hij stelt dat jongeren op zoek zijn naar referentiekaders op grond van persoonlijke relevantie. Vlogs bieden volgens van den Berg een dergelijke persoonlijke relevantie omdat in de vlogs jongeren die net iets ouder zijn en succesvol zijn

transparant inzicht geven in hun dilemma’s en hun oplossingen.

Marketeers en succesvolle jongeren

Jongerenmarketeers zijn zich bewust van de aantrekkingskracht van vloggers en andere succesvolle jongeren zoals dj’s. Het succes van een jongere online is volgens filmproducent Harro van Staverden (Phanta Basta!) een belangrijke factor in de afweging of een jongere een dragende filmrol krijgt. Mitchel Bovenlander (4PM Entertainment) stelt dat personalities waaraan jongeren zich op kunnen trekken voor hen steeds belangrijker zijn geworden.

Bovenlander zet gaarne succesvolle vloggers met veel volgers op social media in om online awareness voor zijn producten (events) te creëren en te vergroten. Zijn ambassadeurs worden uitgenodigd voor co-creatie sessies en kunnen rekenen op een VIP-behandeling tijdens events. Bovenlander stelt dat in zijn bedrijf deze vorm van marketing de traditionele marketing in de vorm van flyers en posters vrijwel volledig heeft vervangen. De jonge socialmedia-sterren onderstrepen het gevoel voor jongeren dat ze op zijn feesten moeten zijn: als een populaire jongere naar een event gaat, wil iedereen.

 

bebrave

Jongeren op een YouTube-conventie. Bron: Flickr/ Gage Skidmore

Ronen Wolf (RTL Nederland en RTL MCN) gaat nog een stapje verder. Volgens hem zijn jongeren niet meer te bereiken met traditionele businessmodellen. YouTubekanalen geven aan in welke richting jongeren wel te bereiken zijn. Daarom experimenteert RTL met producties op YouTube zoals Concentrate.

Volgens Wolf toont een succesvolle YouTube-productie echte emoties. De productie mag gedeeltelijk scripted zijn maar moet als authentiek door jongeren worden ervaren. Belangrijker dan de contentstrategie is echter de distributiestrategie. Er moet een duidelijke call-to-action zijn – waarom zou een jongere dit kijken? En, het format moet strak en de titel en labels moeten helder zijn. Het moet voor jongeren duidelijk zijn wat de productie is en wat er te vinden is.

Marktwaarde

Succesvolle jongeren zijn zich zeer bewust van hun marktwaarde. Volgens Bovenlander hebben veel vloggers een manager, terwijl vloggers en DJs steeds vaker extra geld willen voor het genereren van aandacht op social media. Vlogster Yvonne Coldewijer (Life of Yvonne), volgens eigen zeggen een rolmodel voor meisjes, vertelt dat dit echter een groot spanningsveld met zich meebrengt: zij moet voortdurend balanceren tussen geld verdienen door producten of diensten aan te prijzen en hard werken om meiden aan zich te binden en een geloofwaardigheid in de doelgroep op te bouwen. Wolf geeft aan waar de grens ligt: reclame vinden jongeren ervaren storend terwijl sponsoring door hen als positief wordt ervaren, onder voorwaarde dat de sponsoring past bij de videoproductie.

Er ontstaat als gevolg hiervan een steeds grotere tweedeling binnen de groep jongeren tussen zij die het gemaakt hebben en zij die alleen maar volgen. Dit sluit aan bij een algemeen effect van technologie: steeds minder mensen verdienen steeds meer geld met technologie en hebben steeds meer macht terwijl veel anderen hun baan en toekomstperspectief verliezen als gevolg van technologie.

Beeld van jongeren en jongerenmarketing – 4 tegenstrijdigheden

Het beeld dat jongerenmarketeers op grond van onderzoek schetsen van jongeren sluit niet aan bij de praktijk van jongerenmarketing in Nederland. Er bestaan vier gebieden waarop jongerenmarkering in tegenspraak is met het geschetste beeld.

1. Inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren

Het inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren is het laaghangend fruit voor de jongerenmarketeer. Echter, zelfs dit simpele instrument levert een reeks van tegenstrijdigheden op. Zo moeten merken volgens Wolf met behulp van video’s een verhaal vertellen dat bij de doelgroep past, maar moeten zij tegelijk geen andere boodschap uitdragen dan die zij sowieso hadden willen communiceren. Leendert-Jan de Ronde en Kim van Dongen (Youngworks) zijn het met Wolf eens en stellen dat een merk door videofilmpjes relevant moet zijn voor de doelgroep, maar dat een merk tegelijk dicht bij zichzelf moet blijven. En, zo voegen zij eraan toe, deze doelgroep is volkomen versnipperd.

Versnippering

Individuele jongeren combineren op een individuele manier de meest bizarre dingen met elkaar, zoals hardrock en breien, zodat er geen zuilen binnen de jongerendoelgroep meer bestaan. Tegelijkertijd claimen zij dat een merk geen jongerentaal hoeft te gebruiken om met jongeren te communiceren, maar normaal met hen kan praten omdat jongeren “net mensen zijn”.

Het is derhalve niet duidelijk wat het aansluiten bij de doelgroep betekent als er geen duidelijke doelgroep is en er geen speciale toon voor deze doelgroep nodig is. Tel hierbij op dat volgens Siera jongeren op een serieuze manier aangesproken moeten worden op hun volwassenheid, zoals we zagen, en de verwarring is compleet.

2. Co-creatie is populair

Het andere grote instrument van jongerenmarketing, co-creatie, is eveneens een vat van tegenstrijdigheden. Co-creatie met jongeren is populair. Talloze overheden, grote bedrijven en organisaties zetten een Raad van Kinderen in om mee te denken over hun beleid en hun innovatie. De homepage van de Raad voor Kinderen vraagt: “Is het niet logisch om naar de ideeën van kinderen te luisteren over vraagstukken die ook hun toekomst gaan bepalen?”

Good is the new cool

Het inzetten van kinderen bij het oplossen van maatschappelijke en commerciële vraagstukken sluit aan bij een grote trend in jongerenmarketing. Volgens Maartje van Osch (FamilyFactor) heeft jongerenmarketing zich ontwikkeld van het aanspreken van jongeren als consument met behulp van fun in de jaren negentig, via het aanspreken van kinderen en ouders samen met behulp van boodschappen die fun en verantwoord combineerden in de jaren tweeduizend, naar waar jongerenmarketing zich nu bevindt: lange-termijn boodschappen met de nadruk op gezond en goed voor de wereld (“good is the new cool”). De ontwikkeling van het kind dient momenteel positief gestimuleerd te worden op alle gebieden: intellectueel, emotioneel, fysiek, talent en spiritueel. Wolf sluit daar bij aan en stelt dat videoproducties een maatschappelijk belang moeten dienen.

opruimen-jongeren

Volgens Kirby Beckman (BrandDeli) is deze trend ook aan de eettafel in het gezin terug te vinden. Ouders vinden het belangrijk dat kinderen een eigen mening hebben en vragen graag naar deze mening. Hoewel de ouders eindverantwoordelijke blijven, is de invloed van kinderen op beslissingen in het gezin groot.

Ander referentiekader

Jongerenmarketing, in video en in co-creatie, is dus een volledig andere richting ingeslagen dan de jongeren zelf die het weliswaar fijn vinden als anderen de wereld verbeteren maar zichzelf hebben teruggetrokken in hun eigen, kleine wereld en die, in plaats van de wereld te verbeteren, knokken voor hun eigen plekje in de wereld. Bovenlander constateert bijvoorbeeld op zijn feesten dat jongeren veel meer bezig zijn met zichzelf en veel minder bezig zijn met wat er om hen hen gebeurt. Hun referentiekader is niet het welzijn van de wereld; succesvolle leeftijdsgenoten die worstelen met voor hen herkenbare dagelijkse problemen vormen hun referentiekader.

Jongeren zijn vooral geïnteresseerd in duidelijkheid, herkenbaarheid en een redelijke mate van authenticiteit, zoals Wolf al aangaf. Waar zij volgens de Ronde en van Dongen behoefte aan hebben, is een concreet handelingsperspectief: hoe te reageren op een bepaalde situatie. Dit handelingsperspectief moet wel leuk zijn.

Daarmee is niet gezegd dat jongeren niet graag meepraten over van alles en nog wat. Hoek, van Dijke en Spooren zien juist dat jongeren dat graag doen, onder voorwaarde dat zij een onderwerp belangrijk genoeg vinden om er ruimte voor te maken in hun drukke agenda. De vraag alleen is hoe relevant de mening van jongeren met een praktisch en naar binnen gericht referentiekader is binnen een co-creatie.

3. Jongeren zijn gemakkelijker te werven door relatief jonge mensen

Een ander probleem van co-creatie is dat jongeren gemakkelijker te werven zijn door relatief jonge mensen en zich ook gemakkelijker openen tegenover andere jongeren, zoals Hoek van Dijke en Spooren ontdekten. Bovenlander stelt zelfs dat jongeren steeds vaker naar zijn events komen om elkaar te ontmoeten en veel minder vanwege de beleving.

Jongeren zijn dus het liefst met jongeren en willen het liefst co-creeren met jongeren, en veel minder met volwassenen. Daarom zetten Hoek van Dijke en Spooren met name jongeren in om te co-creeren met jongeren en heeft Bovenlander jonge mensen in zijn bedrijf aangenomen. Dit staat op gespannen voet met het idee van co-creatie tussen generaties.

4. Inzetten van socialmediakanalen

Een ander belangrijk instrument van jongerenmarketing is het inzetten van socialmediakanalen. Hoek, van Dijke en Spooren laten een probleem van het gebruik van dit instrument zien. Zij werven jongeren voor hun co-creatiepanels het meest effectief in de werkelijkheid, gewoon op straat en soms, voor niet-commerciële projecten, op scholen. Social media worden vervolgens met name ingezet om contact te houden met jongeren zodat zij ook daadwerkelijk komen opdagen op co-creatiesessies. Dit contact houden gebeurt zowel door e-mail – die jongeren lezen maar waarop zij niet antwoorden – en met behulp van WhatsApp.

whatsapp

Ook offline

Als er al geworven wordt via social media, dan gebeurt dat door jongeren die al meedoen aan co-creatiesessies en hun vrienden uitnodigen om ook te komen. Ook voor van Staverden is social media slechts een van de vele kanalen om zijn jeugdfilms te promoten naast media, print, outdoor, onderwijs, retail en tijdelijke kanalen zoals een VVV of een museum. Waar socialmediakanalen worden gemarket als de toekomst, werken offline-kanalen voor jongeren blijkbaar minstens net zo effectief of zelfs effectiever.

Het grijze gebied van compromissen

Terwijl jongeren zelf niet veel antwoorden hebben en zich teruggetrokken hebben in hun eigen wereldje, worden zij door jongerenmarketeers benaderd alsof zij op de eerste plaats wereldverbeteraars zijn. Jongeren worden door volwassenen betrokken bij besluitvormingsprocessen met betrekking tot grote vraagstukken, terwijl jongeren zelf liever onder elkaar zijn, praktisch zijn en opkijken tegen net iets oudere jongeren die succesvol zijn door transparant te worstelen met herkenbare dagelijkse problemen.

Jongeren willen bevestiging en buigen mee met wat de wereld van hen vraagt, terwijl volwassenen van hen antwoorden willen horen. En daar waar jongeren helderheid, authenticiteit en praktisch nut verkiezen in hun degelijke levenshouding, verwachten volwassenen van hen inspiratie. Jongeren zijn echter geen onbevangen schepsels met een out-of-the-box-oplossing voor alles. Jongeren zijn vroeg-volwassenen die hun levenspad zorgvuldig plannen, mede omdat diezelfde volwassenen van hen verwachten dat jongeren concreet kunnen uitleggen waarom zij een specifiek baantje of een specifieke opleiding ambiëren en zij het leven van jongeren in praktische zin steeds lastiger maken.

Waar jongeren en jongerenmarketeers elkaar zouden kunnen vinden, is in het grijze gebied van compromissen. Marketeers gieten hun boodschap in een authentieker jasje terwijl jongeren sponsoring accepteren. Marketeers zetten succesvolle jongeren in om jongeren te bereiken en jongeren luisteren gaarne naar deze succesvolle jongeren. Maar waar het jongeren gaat om de celebrities, gaat het marketeers om de merkboodschap.

 


frank-watching

Nieuw Frankwatching-webinar: Starten met Snapchat & Instagram Stories

Hoe belangrijk is het om als organisatie op Snapchat & Instagram Stories te zitten? Vergroot je er echt je sociale bereik mee? Tijdens dit webinar ontdek je wat je zakelijk allemaal met Snapchat & Instagram Stories kunt doen en voor welke doeleinden je deze sociale media kunt inzetten. Ben jij erbij? Meer informatie

 

Kan marketing ook een positieve verandering teweeg brengen bij kinderen?

Laatst bezocht ik het congres De jonge consument, georganiseerd door Moniek Buijzen (hoogleraar Communicatiewetenschap, in het bijzonder strategische en persuasieve communicatie) en Esther Rozendaal (universitair docent Persuasieve Communicatie), beiden werkzaam aan de Radboud Universiteit. Samen zijn zij dé experts op het gebied van jongerencommunicatie die een positieve verandering bij kinderen en jongeren teweeg wil brengen. Ik vond het een leerzame dag, vooral om te zien hoe we marketing kunnen inzetten als middel om het leven van een jongere doelgroep (kinderen en jongeren) positief te beïnvloeden.

Belangrijke inzichten die ik heb meegenomen:

1: “Dé jonge consument bestaat niet”

Om je marketingmiddelen goed aan te laten sluiten bij de doelgroep is het van belang dat we de jonge doelgroep beter segmenteren. Volgens Rozendaal “bestaat dé jonge consument niet”. Kinderen en jongeren worden vaak gezien als één doelgroep, maar er zijn veel verschillen tussen leeftijdscategorieën, behoeftes en sekse. Je marketinginstrument is enkel succesvol als je je doelgroep op de juiste manier weet aan te spreken, rekening houdend met hun behoeftes. Alleen dan kan je een stap voorwaarts maken naar een bewuster en gezonder leven.

2: Werk met characters (kinder-/ jeugdidolen)fruit

Dat de inzet van characters werkt, is voor mij niet nieuw. Niet voor niets pleit ik, samen met mijn partners in de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding, voor een ban op het gebruik van (bekende) kinderidolen op de verpakking van ongezonde voedingsmiddelen. Want: A-merk fabrikanten doen dit veelvuldig om jonge kinderen (met name onder de 7 jaar) te verleiden.

Wel nieuw voor mij is dat wanneer een organisatie bijvoorbeeld een groente & fruit campagne wil richten op kinderen, het geen zin heeft om één en hetzelfde type character in te zetten richting kinderen in de leeftijd van 3 /m 12 jaar. Logisch, als je kijkt naar de inzet van bekende idolen: Waar bij een 3-jarige een bekende, getekende, animatie zoals Dora of Sponge Bob aanspreekt (die door Verkade worden ingezet om de verkoop van hun koekjes te stimuleren), verandert dat in echte mensen als we puber zijn (denk aan boyband B-Brave die McDonalds inzet voor de promotie van een hamburger).

Simone de Droog (onderzoeker en docent bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen aan de Radboud Universiteit) ziet kansen: charactermarketing kan ingezet worden voor het bevorderen van gezond gedrag. Daar hoop ik de komende tijd meer voorbeelden van te zien!

3: Nog meer inspiratie – publicatie Valkenburg en Buijzen/Rozendaal

Voor wie meer wil weten over de jonge consument, zijn de volgende 2 publicaties inspirerend om te lezen:

 

Voor mij was de bijeenkomst een bevestiging dat we (met de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding) op de goede weg zijn: we streven naar een ban op het gebruik van (bekende) kinderidolen op de verpakking van ongezond eten en drinken (= wat je niet elke dag nodig hebt). En dat we de kansen moeten benutten om kinderidolen in te zetten voor het bevorderen van gezond gedrag. Zo dragen we bij aan een positieve verandering in het leven van kinderen.

 

Carolien-Martens-hartstichting

Auteur: Carolien Martens, Relatiemanager Public Affairs, Hartstichting

De Hartstichting is initiatiefnemer en partner van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding; een actief samenwerkingsverband dat de strijd aangaat tegen op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen. Lees ons volledige standpunt op: www.stopkindermarketing.nl.

 

Millennials en hun Smartphone Gewoonten

Onderzoek: Gedrag van de Smartphonegebruiker in 2016

Smartphones en apps hebben een wereld van informatie, producten en diensten binnen handbereik van een generatie jonge mensen gebracht. Deze Millennials bepalen hun eigen entertainment, hun eigen informatievoorziening en vooral ook hun eigen levensstijl.

We hebben toegang tot diensten die ontworpen zijn om ons leven ter plekke makkelijker te maken – van vervoer tot communicatie met vrienden – waar en wanneer dan ook. Maar wat zijn de gevolgen van deze radicaal verbeterde toegang op onze manier van leven? Meer dan de helft van alle Millennials surfen alleen nog op hun smartphone op het internet – onder tieners is dit zelfs een 91%.

Het internet werd geïntroduceerd toen de meeste Millennials nog in de luiers lagen. Niet heel verwonderlijk zijn zij dan ook opgegroeid met internettechnologie en op vrijwel ieder platform zijn zij tegenwoordig de grootste gebruikersgroep. Hun gewoonten zullen de norm stellen voor post-Millennials, die de eerste generatie zal worden die uitsluitend het digitale tijdperk kent.

Dit onderzoek richt zich vooral op drie verschillende leeftijdsgroepen binnen de Millennials-generatie: iGen (tot 22 jaar oud), Leading (22 tot 30 jaar oud) en Generation Y (30 tot 36 jaar oud) Millennials. Het doel van het onderzoek is om meer inzicht te verkrijgen in hun gedrag en houding ten opzichte van smartphones en multimedia.

Doelen van het onderzoek

Het onderzoek van dr-discount en Coupofy uit 2016 onderzocht Millennials en hun smartphone-gedrag met als doel te ontdekken in welke mate het digitale aspect van hun levensstijl van invloed is op hun leven in het algemeen, en de lifestyle-keuzes van deze generatie in het bijzonder.

Het onderzoek keek onder meer naar trends, variërend van de houding van de consument ten opzichte van online winkelen op hun smartphone, tot de gevolgen van hun smartphone-gewoonten op geestelijke gezondheid. Het resulterende verslag geeft inzicht in de verschillende groepen Millennials, hun koopgedrag en hoe deze gewoonten van invloed zijn op de geestelijke gezondheid van deze generatie en hoe zij persoonlijke keuzes maken.

Details uit dit rapport geven onder andere inzicht in het ritme van het persoonlijke leven van Millennials en hoe hun smartphonegebruik van invloed is op hun dagelijks leven. Wist je bijvoorbeeld dat Millenials er hele andere romantische gewoontes op nahouden dan voorgaande generaties en dat hun smartphone-gebruik ook hun rijstijl beïnvloedt? Lees verder voor meer van deze verrassende bevindingen!

Onderzoeksgebied

  • Hoe wordt het koopgedrag van consumenten bepaald?
  • Hoe worden Millennials beïnvloed door toenemend smartphonegebruik?
  • Hoe blijven Millennials op de hoogte van het nieuws en social media?
  • Denken Millennials na over de bijwerkingen van hun smartphonegedrag?
  • Hoe is smartphone-geassocieerd gedrag van invloed op het persoonlijke leven van Millennials?

trendenkidsonderzoek

Benieuwd naar wat de onderzoekers hebben gevonden?

Lees het complete verslag van het Gedrag van de Smartphonegebruikers 2016

 

Van Netflix tot de Gierige Gasten

Nieuwe cijfers over bewegend beeld & jongeren

Fascinerend, om te zien en te horen hoe allerlei deskundigen in de afgelopen maanden los gingen op de ondergang van V&D. Hoe verouderd de winkelformule wel niet was, hoe weinig lijn er in de strategie had gezeten, hoe het warenhuis zichzelf in de loop der jaren overbodig had gemaakt.

 

Maar toch had de V&D ook wel oog voor nieuwe ontwikkelingen. Vorig jaar liep ik bijvoorbeeld over de Schoolcampus en struikelde over de kartonnen borden van Teske de Schepper. Bijna full-size, lachend en met kaftpapier in haar armen moedigde ze scholieren aan om toch vooral hun schoolspullen bij de V&D te kopen. Er stond nog net niet onder: “Ze hebben het nodig!”

 

Ik had haar vlog over dit onderwerp natuurlijk gemist. Dat zou trouwens ook zo zijn geweest als ik nog een middelbare scholier was, want ik neig toch wat meer naar een ander soort content. Maar goed, anders had ik geweten dat Teske het helemáál niet leuk vond op de middelbare school, maar er wel altijd heel erg naar uit keek om schoolspullen te gaan kopen.

 

Het fenomeen ‘vloggers’ en ‘YouTubers’ neemt inmiddels een enorme vlucht. Een beetje middelbare scholier wil tegenwoordig YouTuber worden en is ook al vol optimisme begonnen. En ook adverteerders die jongeren willen bereiken hebben het over bijna niets anders. Iedereen lijkt het erover eens dat tv “dood” is onder jongeren. En dat Facebook er tegenwoordig alleen nog maar voor ouders is, “en wie wil er nou op hetzelfde netwerk zitten als zijn moeder.” Je moet toch wat als je jongeren wil bereiken: deze jonge influencers vormen een uitkomst.

 

Het is absoluut zo dat bewegend beeld steeds belangrijker wordt voor jongeren. In hun vrije tijd, op school, onderweg … Daarom besteden we in de nieuwe editie van ons Jongerenonderzoek, Jongeren 2015/2016, uitgebreid aandacht aan bewegend beeld.

 

Wat blijkt onder meer uit dit onderzoek? Ik beperk me even tot middelbare scholieren en studenten. Op de eerste plaats dat televisie nog niet zo dood is als vaak beweerd wordt. Meer dan 70% van alle scholieren en studenten kijkt nog steeds iedere dag ‘live’ televisie. Denk aan programma’s die ze meteen willen zien, zoals voetbalwedstrijden of Widm. Of aan het meekijken op verloren momenten met (delen van) programma’s die door andere gezinsleden bekeken worden.
Ook zien we dat het kijken naar betaalde zenders steeds belangrijker wordt. 35% van de scholieren en studenten kijkt iedere dag naar één of meer betaalde zenders. Netflix neemt op dit terrein een sterke positie in en zou nog veel meer bekeken worden als de zender gratis zou zijn.

Verder kijkt 56% iedere dag ook nog ‘uitgesteld’ televisie. Bijvoorbeeld naar GTST.
In het medium televisie zit dus nog steeds beweging.

Maar het wordt wel minder belangrijk. Het percentage jongeren dat iedere dag naar video’s op YouTube kijkt is inmiddels groter dan het % kijkers naar televisie: 85%. En daar draagt die steeds groter worden groep YouTubers natuurlijk actief aan bij.

Op een gemiddelde dag kijkt:
85% naar video’s op YouTube. Bijna 10% doet dit 2 uur of langer per dag.
71% ‘live’ televisie. Het grootste deel hiervan kijkt minder dan een uur.
56% ‘uitgesteld’ televisie. Ook in dit geval kijkt het grootste deel minder dan een uur.
35% naar een betaalde zender. Bijvoorbeeld naar Netflix.

Bron: Qrius; Jongeren 2015/2016; april 2016. De cijfers hebben betrekking op middelbare scholieren en studenten.

 

 

Het onderzoek laat ook zien hoe enorm de diversiteit aan influencers is die door jongeren gevolgd worden. Het zijn er duizenden, met vaak aansprekende namen, van Croco Jill tot Danisnotonfire en van Gekke Markie tot Gierige Gasten. Dat maakt het lastig voor een adverteerder om te bepalen wie hij het beste uit kan kiezen en welke ‘mix’ aan vloggers en/of YouTubers de meeste kans biedt op succes.

 

Tot slot nog even terug naar Teske. Helaas heeft haar sympathieke steun de V&D en de Schoolcampus niet kunnen redden, evenmin als de steun van Mert en Lifesplash. Nu ben ik benieuwd welke leveranciers van schoolspullen, vloggers en YouTubers gaan proberen om dit gat succesvol op te vullen. Ik heb al wel een vermoeden …

Paul Sikkema is directeur van Qrius (van het Engelse ‘curious’; gespecialiseerd in onderzoek onder kinderen en jongeren) en medeoprichter van Nowsy (communicatie gericht op jonge doelgroepen).

De gegevens zijn afkomstig uit de nieuwe editie van ons Jongerenonderzoek, Jongeren 2015/2016, die in april verschijnt.

 

Paul Sikkema1

 

 

 

 

 

Paul Sikkema2

Emoji-marketing: beelden zeggen meer dan 1000 woorden

Chat apps, zoals WhatsApp, worden steeds populairder onder jongeren. Zo heeft WhatsApp met 9,8 miljoen gebruikers in Nederland inmiddels Facebook (9,6 miljoen gebruikers) verslagen. Deze verschuiving naar chat apps is een trend die vooral bij jongeren wordt waargenomen en is te verklaren doordat ze niet meer hun hele leven publiekelijk met alles en iedereen willen delen. Dus stappen jongeren massaal over naar chat apps waar ze in kleine, hechte groepjes met elkaar communiceren. Wie vandaag de dag jongeren wil bereiken doet er dus slim aan om mogelijkheden via chat apps te overwegen. Maar hoe? Want hoewel chat apps marketeers een enorme kans biedt om hun doelgroep te bereiken, zijn de advertentiemogelijkheden via deze apps op dit moment beperkt. Maar kansen zijn er om niet onbenut te laten, en dus ontwikkelt emoji-marketing zich op dit moment in rap tempo.

Emoji is een taal die bestaat uit de bekende kleine afbeeldingen die je mee kan sturen met berichten. Een taal die wereldwijd geaccepteerd wordt (zeker door jongeren) en ook nog eens universeel bruikbaar is. Emoji bestond in eerste instantie uit slechts een paar afbeeldingen die bedoeld waren om emoties toe te voegen aan een tekstbericht. Maar inmiddels bestaat de standaardlijst (Unicode Standard) uit honderden afbeeldingen die jaarlijks steeds verder wordt uitgebreid. Voor 2016 zijn 57 potentiële nieuwe emoji’s geselecteerd, waaronder de selfie. Dat emoji’s steeds populairder worden zie je bijvoorbeeld ook doordat winkels als CoolCat shirtjes verkopen met afbeeldingen van populaire emoji’s. Maar het gaat veel verder. Want wat dacht je van een boek compleet vertaald met emoji’s? Peter Pan en de bijbel kan je al in deze nieuwe taal ‘lezen’.

 

Dagelijks worden er wereldwijd miljarden berichten via chat apps verstuurd die gedeeltelijk en soms zelfs volledig uit emoji’s bestaan. Emoji’s worden vooral door jongeren gebruikt om zich te onderscheiden en gevoelens uit te drukken. Maar de standaard emoji’s kennen de jongeren nu wel. En echt onderscheidend zijn ze hier niet meer mee. Dus zijn jongeren op zoek naar nieuwe emoji’s. Bijvoorbeeld door zelf emoji’s te maken. Of door gebruik te maken van branded emoji’s. En omdat branded emoji’s vaak subtiel naar een merk verwijzen, zullen jongeren dit niet zo zeer als reclame bestempelen en dus veel eerder accepteren dan reguliere online marketinguitingen. Coca Cola was een van de eerste bedrijven die met hun EmotiCoke insprong op deze nieuwste vorm van marketing. Maar ook bedrijven als Ikea, Vodafone en Unicef ontwikkelden al hun eigen emoji’s. Of neem het voorbeeld van Unilever die ontdekte dat er geen emoji’s met krullend haar waren. Hier koppelde ze een shampoo-merk aan en voilà hun emoji-marketingcampagne was een feit.

 

Dat emoji’s niet meer weg te denken zijn uit online communicatie bij jongeren is nu wel duidelijk. Maar wat vinden jullie van het idee om emoji’s te integreren in jullie marketingstrategie? Zien jullie hier potentie in? Of laten jullie deze hype links liggen?

 

Ingelien Poutsma is afgestudeerd in de richting Youth & Media en werkt nu als marketingmanager bij MEIS & MAAS. Een jeugduitgeverij die werkt met merken als LEGO®, Star Wars en Minecraft. ‘Ik ben van mening dat het cruciaal is om kids en jongeren te betrekken bij de ontwikkeling van producten en campagnes. Met hun eigen ideeën, idealen en motivaties weten ze mij keer op keer te verrassen. Ik ga dan ook graag en vaak met de doelgroep in gesprek’.

 

De ondergang van (kinder)reclame op TV

Nee, ik wil het niet hebben over de vele regels of het zoveelste debat over wat etisch kan, gewoon wat harde feiten.

Vorige maand kwam de Econopolis met ontstellende cijfers over de leeftijd van de gemiddelde TV – kijker (http://deredactie.be/permalink/1.2583278). Nu is gemiddeld altijd heel relatief – zo trekt een 90-jarige kijker dat gemiddelde flink omhoog – maar de uitkomst was toch op zijn zachts gezegd schokkend : 53,3 jaar en bij de openbare omroep zelf loopt dit zelfs op tot boven de 57 jaar. Ik mag veronderstellen dat de cijfers in Nederland gelijklopend zijn.

Wat wellicht nog verrassender is als de gemiddelde leeftijd, is het gedrag van de gemiddelde adverteerder. Hoewel je uit de cijfers mag afleiden dat kinderen en jongeren nooit minder liniear gekeken hebben dan vandaag, pompen adverteerders jaarlijks miljoenen in wat ze zelf zo mooi omschrijven als VVA 18 – 35.
Gek, als je bedenkt dat de gemiddelde kijker dus ouder is dan 53 jaar … Tijd voor verandering zou je denken.

Maar blijkbaar weten veel mediabedrijven niet goed hoe ze voor hun klanten kunnen inspelen op deze online veranderingen – of ze willen het niet weten uit angst voor hun businessmodel, dat laat ik even in het midden. Voor velen is YouTube een soort van groot zwart beest : veel onzin en meer dan 300 uur aan videouploads per minuut. Hoe kan je daar ooit tussenkomen ?

Bedrijven negeren de 2de grootste zoekmachien te wereld

Feit : YouTube is de tweede grootste zoekmachine ter wereld (na eigenaar Google dus), de tweede – TWEEDE – ik zet het maar even in drukletters want typ de naam van een willekeurige grote multinational in Google en ze staan gegarandeerd bovenaan met een advertentie, herhaal dezelfde handeling in YouTube … en kom tot een verrasende ontdekking.

Veel van die bedrijven zien YouTube als een speeltuin voor videofreaks, een rariteitenkabinet zeg maar. Ze laten zich adviseren en spenderen vaak veel geld om een afgelikte videocampagne viraal te krijgen…. Om er vervolgens niets mee te doen. Als je er niet in slaagt om je virale kijkers om te zetten in loyale kijkers van je kanaal heeft het geen zin gehad. Je hoeft het niet te geloven, bekijk gerust de statistieken van je laatste virale campagne (zo je die al gehad hebt) of bekijk even de statistieken van YouTube zelf – https://www.youtube.com/yt/press/nl/statistics.html

Het huidige landschap laat toe dat elk bedrijf, groot en klein, zijn eigen TV – station start. 100 % prime – time, de volle aandacht van de kijker voor het eigen merk. Kortom : de natte droom van elke brandmanager ! En Toch … Ik stamp wellicht in open doel als ik zeg dat ‘nieuwe’ bedrijven als Redbull & GoPro die boodschap goed begrepen hebben.

Wordt het is niet tijd om je eigen strategie onder de loep te nemen ? Of word je straks het slachtoffer van de volgende über … misschien in jouw sector of zal de reclamesector tout-court het volgende ‘slachtoffer’ zijn ?

Door: Geert Torfs, Geert Torfs is producent van het grootste pop- en dancefestival voor kinderen in België: Your’in

Foto Geert Torfs 1

Verleiding en afleiding door je telefoon

Het gezeur begon zo’n beetje eind groep zes. Ze was de enige van al haar vriendinnen die nog geen telefoon had. De rest appte naar hartenlust en stuurden elkaar foto’s en filmpjes door. In groep zeven gingen we overstag. Ze fietste immers voortaan alleen naar huis met haar zusje. Dan is het wel fijn om een telefoon te hebben.

Met de telefoon kwam ook de afleiding. Boeken lezen, wat ze toch graag deed, werd minder. Maar echt dwangmatig is het (nog) niet. Dat komt later op de middelbare school. Wel is het spel van grenzen trekken en oprekken begonnen. Toen er een vriendinnetje bleef slapen was het: ‘we willen morgen graag de wekker zetten’. Maar toen ik de wekkerradio wilde instellen, bleek dat niet bepaald de bedoeling. Helaas geen telefoons mee naar de slaapkamer. “Alleen maar omdat jij dat boek hebt geschreven”, kreeg ik nog boos naar mijn hoofd.  

Focus

Ik begrijp het natuurlijk wel. Ook ik wil soms net wat vaker op mijn telefoon kijken dan goed is voor mijn werk of nachtrust. Als ik een stuk moet afmaken, zit ik ineens berichtjes te zoeken voor mijn Twitter- en Facebookaccount van Socialbesitas. Of ben ik ineens in een grappig whatsappgesprek beland dat ik echt niet zomaar kan stoppen. Wat? Is het al twaalf uur? Ik denk aan de hoogleraar die ik ooit interviewde voor ons boek Socialbesitas. Als je met een lastige taak bezig bent en je laat je één minuut afleiden door je telefoon, kost het daarna twee tot drie minuten voor je weer op hetzelfde niveau in je taak zit. Na één keer afleiden is de kans groter dat je je nog een keer laat afleiden. Nou dat is echt zo. Mijn mail moet ook worden gecheckt. Maar als de deadline in zicht komt, zet ik mijn telefoon op stil en draai ik hem om.

Hulp van ouders

mobielTieners zoeken ook strategieën om de afleiding door hun telefoon tegen te gaan, zo bleek vorig jaar uit de Kennisnet Monitor Jeugd en Media onder 10-18-jarigen. Zo vindt 41 procent whatsappberichten tijdens het huiswerk storend, maar zet maar 33 procent zijn telefoon zacht. De verleiding is te groot. Begrijpelijk voor een puberbrein. Als strategie gaven jongeren zelf aan: ‘met ouders afspreken dat zij zullen opletten’. Daarin zijn ouders soms wat te terughoudend merk ik tijdens ouderavonden over sociale media. ‘Die verantwoordelijkheid moeten ze zelf leren’, hoor ik dan. Klopt, maar waarom mag daar geen hulp van ouders bij? Omdat ouders vaak onzeker zijn, het zelf ook niet goed weten of het juist maar al te goed herkennen. En natuurlijk is het niet altijd leuk om in discussie te gaan met je tiener. “Wanneer mag ik op Instagram, mam? Iedereen uit mijn klas zit er al op.”

MaykeDoor: Mayke Calis. Mayke is journalist en tekstschrijver. Ze schreef samen met verslavingsdeskundige Herm Kisjes het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving. Naast haar schrijfwerk geeft ze ook ouderavonden op scholen (po en vo) over socialemediagebruik onder jongeren. www.maykecalis.nl en www.socialbesitas.nl.

Effectieve seksuele voorlichting: Vijf jaar “Can you fix it”

Jongeren zijn een kwetsbare groep op het gebied van seksuele ontwikkeling. Goede voorlichting laten aansluiten bij deze doelgroep is niet gemakkelijk. In opdracht van Sense, een initiatief van Rutgers, Soa Aids Nederland, GGD’en en het Ministerie van VWS ontwikkelde IJsfontein “Can you fix it?”. Deze game werd gelanceerd als onderdeel van een tijdelijke campagne, maar lijkt na 5 jaar en bijna een half miljoen bezoekers een blijvertje te zijn. In deze case study meer over het onderzoek, de ontwikkeling en de lancering van “Can you fix it?”.

In Can You Fix It? kijken jongeren naar korte filmpjes, waarin leeftijdsgenoten terecht komen in relatiesituaties met een seksueel karakter. Hoe het fragment afloopt bepaalt de speler met de Fix It knop. Het doel is om jongeren te leren de momenten te herkennen waardoor een situatie uit de hand kan lopen, en dan tijdig in te grijpen.

De campagne, gericht op jongeren tussen de 13 en 16 jaar had tot doel om seks bespreekbaar te maken en jongeren uit te dagen bewust na te denken over hun wensen en grenzen en die van anderen op seksueel gebied.

blog 11

Casus “Can You Fix It?”

Op de site staan inmiddels 14 filmpjes over seksueel getinte situaties die uit de hand dreigen te lopen. Komend jaar komen hier nog 8 nieuwe filmpjes bij. Opdracht aan de spelers is om in te grijpen en te sturen op een goede afloop: Can You Fix It? Aan het begin van iedere film kiest de speler met wie hij meekijkt: de jongen of het meisje. Je ziet als speler niet alleen de handeling, maar je hoort ook wat de hoofdpersoon denkt.

Wissel van perspectief

Deze mogelijkheid om te wisselen van perspectief en de gedachten te horen van de hoofdpersonen is een belangrijk mechanisme dat gebruikt is om de boodschap over te brengen. ‘Juist door te horen en te zien wat de ander denkt ontstaat begrip’, vertelt Jan Willem Huisman, creatief directeur van IJsfontein. ‘Uit de statistieken van de site blijkt dat het simpel aanbieden van een ander perspectief al nieuwsgierig maakt, ruim 90% van de spelers bekijkt de filmpjes vanuit beide perspectieven. Precies wat we wilden.’

Te laat

Betrekken van de doelgroep

De doelgroep is op verschillende momenten betrokken geweest bij de ontwikkeling van de tool. Zo zijn de situaties uit Can You Fix It? gebaseerd op kwalitatief onderzoek onder meer dan 68 hetero- en homoseksuele jongeren. Op verschillende onderwerpen (eerste indruk, de acteurs, taalgebruik, verhaallijn, instructies, ingrijpen, feedback, doel, speelplezier) werden focusgroep discussies gehouden. Aan de hand van de feedback is het spel tijdens de ontwikkeling aangepast.

Rolmodellen

De doelgroep van Can you fix it? is zeer divers. Dit maakte dat een flink aantal ‘standaard’ interventietechnieken niet bruikbaar bleek. Folders of ander schriftelijk materiaal wordt al snel te omvangrijk en is lastig bruikbaar voor de groep laagopgeleiden. Gebaseerd op Social cognitive theory en met gebruik van Modeling (McAlister, Perry & Parcel, 2008) kan door middel van het gebruik van rolmodellen op beeldmateriaal de verschillende gedragingen wel goed in beeld gebracht worden en blijft de informatie toegankelijk voor jongeren van allerlei opleidingsniveaus.

Uit het vooronderzoek kwamen 10 seksualiteitsprofielen voor jongeren voort. Voor meisjes: relatiegericht, weerbaar, afwachters, principiële maagden en aandachtzoekers. Voor jongens: relatiegericht, versierders, afwachters, principiële maagden en players. Op basis van deze profielen zijn de personages ontwikkeld die door de acteurs worden uitgebeeld in de fragmenten in het spel.

Spelprincipes

Om het middel modeling effectief in te zetten is om te beginnen aandacht van de ontvanger nodig. Om dit te bewerkstelligen is gekozen voor het gebruik van spelprincipes. Deze principes werken op drie niveaus: dynamics, mechanics, en components. In onderstaand figuur wordt duidelijk hoe dit bij Can you fix it? , is toegepast.

Gamifiction pyramide

Gamification Piramide o.b.v. Werbach & Hunter

Spelen is zo leuk omdat je als speler in je kracht wordt gezet. De ‘game’ geeft jou immers het volste vertrouwen. Fouten maken mag want je bevindt je in de magic circle. Hier gelden andere regels gelden dan in het echte leven en mag je vrijuit experimenteren en fouten maken. ‘Vertellen hoe je om moet gaan met dit soort situaties is vaak ongemakkelijk en uiteindelijk misschien wel saai. In Can you fix it? kan je wat doen!’, vertelt Filippo Zimbile, vanuit Soa Aids Nederland betrokken bij de game. ‘Je hebt invloed op de situatie en dat geeft de speler een gevoel van controle. Daarnaast biedt we in de game realistische situaties waarin je vrijuit veilig kan experimenteren.’

Seks verkoopt

Toen de game gelanceerd werd was er vanuit de campagne veel aandacht voor, maar ook op social media ging de game viral. Seks verkoopt, ook als het als voorlichting bedoeld is. ‘Jongeren aantrekken doe je niet door een truttig filmpje te laten zien’, vertelt Zimbile. Er is daarom bewust gekozen voor echte acteurs en voor realistische scenes. Ook is er niet geschuwd om de meer pikante scenes te laten zien. ‘In Can you fix it? hebben we in het ontwerp gespeeld met de nieuwsgierigheid van jongeren die, zeker op het gebied van seks, erg groot is’, vertelt Huisman. ‘Zo begint er als je op de site komt direct een korte trailer te spelen. Deze scene maakt de bezoeker nieuwsgierig naar de afloop en nodigt uit om verder te kijken en te spelen’.

Seks verkoopt

Conclusies uit de praktijk

Bereikt de game het beoogde effect? Het spel wordt vaak gespeeld (ruim 50.000 keer per jaar) en de gemiddelde speelduur is 11 minuten. Zo’n 25% van de bezoekers speelt het spel niet voor het eerst. Er zijn ook twee effectstudies gedaan naar de game. Helaas was de onderzoeksopzet incompleet waardoor het moeilijk is er duidelijke resultaten uit te halen. Zo maakte de eerste effectstudie geen gebruik van een voormeting. De tweede effectstudie vond weliswaar duidelijke verschillen tussen controle en experimentele groepen op intentie om grenzen aan te geven, maar ook effecten in de tegengestelde richting. ‘Het effectonderzoek had allerlei beperkingen: eerst een te jonge doelgroep en bij beide keren is een aantal vragen gebruikt waar zoveel sociaal wenselijke antwoorden op komen dat je met een interventie geen ‘winst’ kan behalen want er lijkt geen probleem te zijn (iedereen scoort al helemaal goed bij 0 meting). Daarnaast kun je je afvragen of Can you fix it? in schooltijd spelen ‘op commando’ hetzelfde effect heeft als jongeren die in vrije tijd zelf de game spelen’, vertelt Cense.

Naast de effectstudie is er in 2011 ook een procesevaluatie uitgevoerd naar ‘Can You Fix It?’ door middel van een online vragenlijst. De bezoekers van de site geven de game hier een gemiddeld cijfer van een ruime 7. Maar liefst 75% van de respondenten heeft 2 of meer filmpjes gekeken.

Ondanks de onduidelijke resultaten is de verwachting dat de game wel effect heeft. ‘De vele positieve reacties van gebruikers, jongeren en professionals uit het onderwijs geven hier aanleiding toe’, vertelt Marianne Cense, vanuit Rutgers betrokken bij Can you fix it?. ‘Ook hebben we gebruik gemaakt van werkzame elementen die op basis van de literatuur de verwachting geven effectief te zijn.’

Te oud

Ondanks het vooraf betrekken van de doelgroep, bleek uit de eerder genoemde procesevaluatie dat de oorspronkelijke doelgroep zich niet altijd in de karakters en de scenario’s kon herkennen. ‘Vanwege wetgeving waren we gedwongen oudere acteurs te gebruiken. Dat was niet op te lossen, maar het heeft ons laten zien hoe belangrijk het is dat de speler zich kan identificeren met de karakters om het op zichzelf te betrekken’, vertelt Zimbile. Hier is rekening mee gehouden bij het toevoegen van nieuwe films. Die gaan over situaties die de jonge doelgroep ook zal herkennen. Maar ook wanneer jongeren zich niet direct herkennen in de situatie gaven ze aan iets over het aangeven van grenzen en wensen geleerd te hebben. Bovendien denken ze (meisjes meer dan jongens) dat de situaties in de filmpjes hen wel kúnnen overkomen. Er lijkt dus enige bewustwording plaats gevonden te hebben.

Half oktober is de bijgewerkte versie van de site live gegaan en binnen nu en een half jaar staan de nieuwe scenario’s live. Deze gaan niet alleen over seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar ook over andere kwesties waar jongeren mee worstelen: anticonceptie, zwangerschap, sexting en homoseksualiteit. ‘Seks blijft actueel en relevant, dus ik verwacht dat we over vijf jaar kunnen proosten op het tweede lustrum’, aldus Cense.

Referenties

McAlister, A. L., Perry, C. L., & Parcel, G. S. (2008). How individuals, environments, and health behaviors interact: Social cognitive theory. In Glanz K, Rimer BK, Viswanath K, Eds. (4th ed). Health Behavior and Health Education: Theory, Research, and Practice. San Francisco: Jossey-Bass. pp167-188.
Massar, K. & Kok, G. ( 2011). Procesevaluatie ‘Can You Fix It?’.
Effectstudie 1: Massar, K. & Kok, G. (2011). Effectevaluatie ‘Can You Fix It?’
Effectstudie 2: Gruijters, S., Massar, K., Pletzers, J. & Kok, G. (2013).

Bron: Homo Ludens Magazine


 

 marieke.jpg kopieMarieke Roël studeerde communicatie in Utrecht. Sinds 3 jaar werkt zij bij IJsfontein waar zij verantwoordlijk is voor alle marketing en communicatie activiteiten. IJsfontein ontwerpt en ontwikkelt spelend (digitaal) leren. Denk aan een serious game of gamification traject voor de training van personeel, interactieve belevenissen voor musea of een crossplatform digitale methode voor het basisonderwijs.

 

Kids en jongeren bereiken? Gebruik Instagram advertenties!

Sinds eind vorig jaar is het ook in Nederland mogelijk om advertenties te plaatsen op Instagram. Met een community van meer dan 400 miljoen gebruikers is Instagram één van ‘s werelds grootste mobiele platformen om op te adverteren. Benieuwd naar meer feiten en de adverteermogelijkheden?

Feiten

Top apps

  • Instagram is uniek, want het begon als een mobiele app. Anders dan Facebook en YouTube, welke op desktop begonnen.
  • Instagram heeft maandelijks meer dan 400 miljoen actieve gebruikers en groeit 10x sneller dan Facebook en Twitter.
  • Nederland telt 2,1 miljoen Instagramgebruikers, waarvan er dagelijks 992.000 actief zijn.
  • Instagramposts krijgen 308% meer engagement dan op Facebook en 1313% meer dan op Twitter.
  • Instagram is hét socialmediakanaal voor mensen onder de 35 jaar, met name voor de doelgroep 15-19 jaar.

Gebruikers

Waarom Instagramadvertenties? [praktijk]

Kaal of KammenVoor het nieuwe programma Kaal of Kammen zijn wij een paar weken geleden een Instagramaccount begonnen: @kaalofkammentv. Omdat het een nieuw programma is met een relatief korte uitzendperiode, is het lastig om op Instagram veel mensen te bereiken. Om ons account een boost te geven én te zorgen dat kinderen weten wanneer het programma wordt uitgezonden, besloten we om elke week een Instagram- advertentie in te zetten. De afbeelding hiernaast is daar een voorbeeld van. In korte tijd hadden we 12.488 likes en veel nieuwe volgers.

Wat zo goed werkt is dat je je advertentie helemaal kunt afstemmen op jouw doelgroep: op geslacht, lee ftijd en interesses. Daarnaast kun je je maximale budget instellen, zodat je nooit meer betaalt dan jij wilt. Als de campagne is afgelopen kun je gemakkelijk de statistieken inzien om te kijken hoe succesvol de advertentie was.

Doelstellingen

Instagramadvertenties kunnen diverse doelstellingen hebben, deze kun je ook aangeven als je een campagne gaat samenstellen.

  • Websitetraffic
  • App installaties
  • Video views
  • Meer volgers
  • Naamsbekendheid
  • Merk- en productpromotie

Hoe maak je een advertentie?

Zoals je misschien wel weet is Facebook eigenaar van Instagram. Vandaar dat je voor het aanmaken van advertenties op Instagram een advertentieaccount bij Facebook nodig hebt. Dat kan via: https://business.facebook.com. Voor het plaatsen van advertenties op Instagram heb je zelf geen Instagramaccount nodig, maar ik zou het wel aanraden. Zo kun je goed bijhouden hoe je advertentie loopt en natuurlijk reageren als mensen vragen hebben! Voor een uitgebreide uitleg over het maken van Instagramadvertenties verwijs ik jullie door naar deze website: https://geheimvandesmith.nl/adverteren-op-instagram/

Advertentiemogelijkheden

  • Foto-advertenties: dit is de meest simpele advertentie, net als wat de meeste mensen doen op Instagram: het plaatsen van foto’s, maar dan met een call-to-action. Of je nu mensen wilt inspireren om je merk anders te zien of hen actie te laten ondernemen, het kan allemaal.
  • Video-advertenties: net als bij foto’s kun je een verhaal vertellen, maar dan met de kracht van beeld, geluid en beweging. Wat bijzonder is aan de video-advertentie is dat je 30 seconden video kunt laten zien, in plaats van de oorspronkelijke 15 seconden.
  • Carrouseladvertenties: Carrouseladvertenties brengen een extra laag van diepte. Mensen kunnen swipen om meer foto’s te zien en een call-to-action button brengt ze naar de website.

Instagram

Ik zeg doen!

KLM

Van alle socialmediakanalen is adverteren via Instagram veruit het voordeligst. Dit in combinatie met de hoeveelheid actieve gebruikers maakt Instagram zeer interessant om voordelige en doelgerichte campagnes te starten.

Ook als je een online community wilt opbouwen en je zit niet op Instagram, dan mis je heel veel. Als er één socialmediakanaal is dat je moet uitvinden in 2016, dan is het zeker Instagram!


 

ChantalDoor: Chantal Antonides webredacteur bij AVROTROS.
Ik werk met veel plezier voor de jeugdprogramma’s van de AVROTROS waaronder het Junior Songfestival en het nieuwe programma New Musical Star. Mijn passie voor online en kids is begonnen tijdens mijn stage bij MTV Networks voor Nickelodeon.nl. Sindsdien doe ik niets liever dan werken met en voor kinderen.

Onderzoek Week van de Mediawijsheid: ‘Kinderen hebben online sterk moreel kompas, behalve bij fact checking’

Kinderen willen zich online over het algemeen heel verantwoordelijk gedragen. Eerlijkheid en de privacy van anderen zijn belangrijke uitgangspunten bij hun gebruik van sociale media. Maar bij het controleren van feiten schiet die verantwoordelijkheid er nog wel eens bij in, zo blijkt uit het onderzoek Wat voor mediamaker ben jij? (pdf) naar de normen & waarden op sociale media, waaraan meer dan zesduizend kinderen tussen tien en twaalf jaar meededen. Het onderzoek werd gehouden in het kader van de Week van de Mediawijsheid.

Volgens Mary Berkhout, programmamanager van organisator Mediawijzer.net, ligt hier onder meer een taak voor professionele mediamakers weggelegd: “Zij moeten uiteindelijk het goede voorbeeld geven.”

De Week van de Mediawijsheid (20 t/m 27 november) stond dit jaar in het teken van ‘Media & Respect’. Om erachter te komen hoe respectvol kinderen zich online gedragen en wat hun overwegingen daarbij zijn, liet Mediawijzer.net onderzoek doen onder meer dan zesduizend basisschoolleerlingen. Kinderen uit groep 7 en 8 werden aan de hand van verschillende dilemma’s gevraagd welke keuzes ze zouden maken rond thema’s als commercie, privacy, blaming en shaming en fact checking. Op het laatste gebied is nog verbetering nodig, zo laat het onderzoek zien.

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat het met het morele kompas van de meeste kinderen wel goed zit, viel ook Berkhout op: “Of het nu gaat om eerlijk zijn over gesponsorde producten in vlogs of om toestemming vragen voordat je een filmpje van een ander online zet: dit onderzoek laat zien dat kinderen zich online vaak heel verantwoordelijk gedragen.” Zo is bijvoorbeeld aan kinderen gevraagd of ze op een vlog een gesponsord product zouden laten zien, ondanks dat ze het eigenlijk maar rommel vinden. Eerlijkheid blijkt hierbij het voornaamste uitgangspunt: zowel bij de kinderen die ervoor kiezen het product wel te laten zien en eerlijk hun mening te geven (meer dan 70%), als bij de kinderen die het niet tonen om zo eerlijk te kunnen blijven (meer dan 60%).

alles laten zien

Bij het controleren van een bericht voordat ze het delen op sociale media gaan kinderen minder voorzichtig te werk, zo komt uit het onderzoek naar voren. Meer dan een derde van de ondervraagde kinderen zou een gevoelig bericht doorsturen zonder te checken of de inhoud eigenlijk wel klopt. Bijvoorbeeld omdat ze vinden dat je de meeste berichten nu eenmaal niet zo serieus moet nemen (meer dan 50%), het niet als hun taak zien om berichten te checken (meer dan 30%) of niet weten hoe ze dat zouden moeten doen. Uit een Ofcom-studie bleek recentelijk al dat het in Engeland niet veel anders is dan in Nederland: ‘Te veel kinderen denken de werkelijkheid te vinden op Google en YouTube’, schreef ik vorige week.

Hier ligt een grote taak voor ouders, opvoeders én professionele mediamakers weggelegd, vindt Berkhout: “Kinderen bezitten alle basisvaardigheden om uit te groeien tot verantwoordelijke mediagebruikers én –makers, maar op het gebied van fact checking kan het nog beter. Ga als ouder of onderwijzer met kinderen in gesprek om duidelijk te maken hoe belangrijk het is om waar van onwaar te kunnen onderscheiden. En geef als professionele mediamaker het goede voorbeeld. Natuurlijk door eigen stukken goed te controleren, maar ook door heel duidelijk te melden wanneer berichtgeving niet klopt en waar dit dan uit blijkt. Zo kunnen we samen kinderen helpen om goede fact checkers te worden.”

Vanochtend overhandigt Mediawijzer.net de conclusies van dit onderzoek aan de Raad voor Cultuur, het adviesorgaan dat in het najaar van 2016 een nieuw advies over mediawijsheid uitbrengt.

Mediamonitor 2014-2015: ‘EnzoKnol, StukTV en KUD populairste YouTubers’

Het Commissariaat voor de Media heeft de Mediamonitor 2014-2015 (pdf) gepubliceerd. In 2015 heeft de toezichthouder stevig ingezet op onafhankelijkheid van de media en transparantie van media-instellingen, en deze twee toezichtthema’s komen dan ook nadrukkelijk naar voren in de publicatie. Belangrijk natuurlijk, maar leuker is het om naar de actuele trends te kijken. In de Mediamonitor wordt het toenemende belang van YouTube als een van de opvallendste trends benoemd. De videodienst groeit namelijk razendsnel

In 2013 werd wereldwijd per minuut 100 uur videocontent geüpload, in 2014 is die hoeveelheid verdrievoudigd. YouTube-kanalen zijn echte jongerendomeinen en er zijn inmiddels kanalen met honderdduizenden abonnees. Vooral de reclame-industrie speelt hier nadrukkelijk op in; via deze kanalen kunnen zij een jongere doelgroep interesseren die met lineair tv-kijken, dagbladen en tijdschriften nauwelijks meer te bereiken is. De toenemende interesse voor online video valt samen met een verschuiving in het gebruik van mobiele apparaten. Het Commissariaat constateert dat lineaire televisie nauwelijks nog een rol lijkt te spelen in het leven van de nieuwe generatie: “Zij volgen eerder hun favoriete ‘vloggers’.” 

Wie als kijker niets wilt missen van een bepaald YouTube-kanaal, kan zich erop abonneren. Als abonnee wordt het kanaal, nadat je bent ingelogd, zichtbaar op de homepage van YouTube, en vervolgens is eenvoudig te zien of er nieuwe filmpjes zijn toegevoegd aan het kanaal. Het aantal abonnees is dan ook een indicatie voor de populariteit van een kanaal. Omdat met name de kanalen van jongeren die iets heel nieuws presenteren populair zijn, wil ik dat lijstje graag met je delen. Gerangschikt op het aantal abonnees ziet in 2015 de top-20 van YouTube-kanalen gericht op Nederland er als volgt uit:

topkanalen

Al deze kanalen zijn in korte tijd extreem snel gegroeid. Zes Nederlandstalige YouTube-kanalen hadden op de peildatum afgelopen zomer meer dan een half miljoen abonnees. Laat dat even op je inwerken: meer dan 500.000 abonnees! Koplopers zijn EnzoKnol en StukTV, die beide filmpjes bieden met belevenissen van de makers (‘creators’). Qua onderwerpen doen reality, humor en games het goed. Vreemde eend in de bijt is Eveline Maureen, die vorige jaar slim inhaakte op de loom-rage met tutorials en daarna haar focus verlegde naar het ‘unboxen en reviewen’ van speelgoed. Wanneer alleen gekeken wordt naar kanalen afkomstig uit Nederland zonder de eis van de Nederlandse taal, valt op dat de top-20 wordt gedomineerd door muziek. Op de peildatum had de Nederlandse dj Hardwell 2,6 miljoen abonnees en 410 miljoen views.

Steeds vaker wordt de zelfstandige kanaalaanbieder vertegenwoordigd door een zogenoemd multichannelnetwerk (MCN). MCN’s zorgen voor een groter bereik van kanalen, meer commerciële inkomsten uit bijvoorbeeld product placement of merchandising, ondersteuning van de videoproducties en samenwerking tussen kanalen.

De publieke omroep en commerciële zenders spelen nauwelijks een rol van betekenis spelen op YouTube, maar ook zij beginnen nu ook in te zien dat er iets moet gebeuren. Zo lanceerde SBS afgelopen week samen met MCN Social1nfluencers internetzender S1.tv: “Voor en door jongeren”.

Over het Commissariaat
Als het gaat om de pluriformiteit en onafhankelijkheid van de mediasector houdt het Commissariaat voor de Media als onafhankelijk toezichthouder al meer dan 25 jaar de vinger aan de pols. Dit gebeurt middels toezicht, maar met name ook door ontwikkelingen te registreren en te analyseren. Sinds 2001 worden de bevindingen jaarlijks gepubliceerd in de Mediamonitor-rapporten. Daarnaast is er de speciale Mediamonitor-website voor actuele informatie en een terugblik op eerder verschenen stukken.

Klik hier voor meer informatie over en resultaten uit de Mediamonitor 2014-2015: Trends, Mediabedrijven en Mediamarkten.

Kindvriendelijke zoekmachine bereikt drie maanden na lancering meer dan 80% van alle basisscholen

Deze week wordt de Week van de Mediawijsheid georganiseerd, waarbij op scholen en in bibliotheken extra aandacht wordt besteed aan het mediawijzer maken van kinderen. Kinderen zoeken al heel jong online en het wordt in het enorme aanbod steeds moeilijker om geschikte informatie te vinden op zoekvragen. Krap drie maanden na de lancering van JouwZoekmachine.nl blijkt hoeveel behoefte er is aan toegang tot een versimpeld en begrijpelijk internet.

Vanaf volgende week bieden duizenden basisscholen hun leerlingen de zoekmachine aan via de grootste online leerportalen. JouwZoekmachine.nl staat dan standaard op alle computers in zeker 8 van de 10 Nederlandse scholen.

Sinds de lancering van de eerste zoekmachine ter wereld die zoekresultaten geeft per leesniveau, hebben veel scholen JouwZoekmachine.nl spontaan omarmd. Een kind van 8 jaar krijgt meer plaatjes en een simpelere tekst te zien dan een kind van 12 jaar. Volgende week zullen ook de twee grootste Nederlandse onderwijsaanbieders (Heutink ICT en de Rolf Groep) de gratis zoekmachine actief aanbieden in hun online leer portalen. De Steve Jobsscholen van Maurice de Hondt waren meteen al aangehaakt. Deze drie onderwijsaanbieders willen dat kinderen veilig en op hun eigen leesniveau het internet op gaan.

Bedrijven kunnen ook van deze technologie gebruik maken. Zo lanceert KPN nog dit jaar een app die kinderen toegang geeft tot een geschikt internet. Elk bedrijf dat via een website wil communiceren met kinderen kan een eigen zoekbalk met niveaus opnemen. Zelfs partijen die laaggeletterden ondersteunen, contacteren WizeNoze. Hiermee wordt de behoefte om het internet simpeler te maken voor een grote groep mensen steeds duidelijker.

De maker van deze zoekmachine, de Amsterdamse startup WizeNoze is blij verrast met het brede gebruik van JouwZoekmachine.nl, zo zegt oprichter Diane Janknegt: “De resultaten zijn beter dan verwacht, de recensies zijn geweldig, en dat terwijl onze technologie nog volop in ontwikkeling is. Elke week zien we het gebruik van de JouwZoekmachine toenemen.”