Tieners begrijpen reclamewerking prima

“Dit programma wordt gesponsord door….” Probeer het maar eens te zien of te horen zonder met je ogen te willen rollen. Uit onderzoek blijkt namelijk  dat volwassen consumenten een negatieve connotatie hebben bij sponsorvermeldingen. Zien ze die, dan is hun merkassociatie meteen een stuk lager. Ze herinneren zich het merk wel beter. Maar goed, is dat ook positief voor je merk?

Kijken we naar tieners dan ligt het heel anders. Een vervolgonderzoek gedaan door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit toont dat tieners minder negatief beïnvloed worden door sponsorvermeldingen. Voor het onderzoek gebruikten zij tieners tussen de 13 en 17 jaar oud, die ze drie en zes seconden durende sponsorvermeldingen lieten zien. En wat bleek?

Tieners begrepen beter dan volwassenen dat er reclame werd gemaakt in het programma dat zij zagen. Dat kwam onder andere door de sponsorvermelding. Drie seconden was daarbij voldoende. Diezelfde sponsorvermelding zorgde bij tieners niet voor gerol met hun ogen. Integendeel, voor hen had het merk nog steeds dezelfde waarde en ze herinnerden het zich beter.

Wat betekent dit voor adverteerders?

Onderhandse beïnvloeding hoeft dus helemaal niet. Tieners begrijpen best dat er brood op de plank moet komen bij bedrijven. Ze begrijpen dus ook best dat ze daarvoor sponsormeldingen zien. En dat is prima. Ze vinden je merk er in ieder geval niet minder leuk door. Ze herinneren zich je merk wel beter. En dat is natuurlijk alleen maar mooi.

Jongerenmarketing is in de war: 4 opvallende tegenstrijdigheden

Jongerenmarketing in Nederland is in verwarring. Jongerenmarketing heeft een andere afslag genomen dan jongeren zelf. Dat is te zien op vier gebieden, die ik hieronder uitleg. Om deze verwarring te begrijpen, is het goed om te weten hoe jongerenmarketingbureaus naar jongeren kijken en dit beeld vervolgens te vergelijken met wat jongerenmarketeers daadwerkelijk doen.

Eerst de 4 tegenstrijdigheden die ik heb gezien. Ten eerste roepen jongerenmarketeers dat een verhaal verteld moet worden dat bij de doelgroep past, terwijl zij tegelijk claimen dat de doelgroep hopeloos versnipperd is en geen speciale toon nodig heeft. Ten tweede beweegt jongerenmarketing zich steeds meer in de richting van het aanspreken van maatschappelijke lange-termijn idealen van jongeren, terwijl deze jongeren zelf zich steeds verder terug trekken in hun eigen kleine, overzichtelijke wereld. Ten derde willen veel invloedrijke volwassenen van jongeren leren, terwijl jongeren vooral meebewegen met de grote trends en zich aanpassen aan een veeleisende wereld. Ten vierde wordt veel social media ingezet om jongeren te bereiken, terwijl jongeren tenminste net zo effectief aan te spreken zijn in de gewone werkelijkheid.

Als onderzoeker naar de huidige generatie jongeren ben ik altijd razend benieuwd naar de bevindingen van anderen. Daarom had ik hoge verwachtingen van de jongerenmarketeers en onderzoekers die op het recent gehouden congres Trends in Kids, Jongeren en Familie Marketing hun visie gaven op waar jongeren en jongerenmarketing in Nederland momenteel staan. Na elf presentaties, keynotes en workshops gehoord en bezocht te hebben, begreep ik dat jongerenmarketing in Nederland in verwarring is.

Het beeld van jongeren

Gaby Siera (Beautiful Lives) onderzocht jongeren van 16 tot 17 jaar. Zij noemt deze jongeren Generatie Swipe. Volgens haar hebben jongeren een zeer volwassen kijk op het leven. Zij groeien op in een gevaarlijke wereld (aanslagen, vluchtelingenmigraties) die hen voor grote, praktische problemen stelt (economische crisis, studieleningen in plaats van studiefinanciering, een alcoholverbod voor steeds jongere tieners, een internet dat niet alleen maar leuk is).

Hun antwoord is niet in opstand komen of proberen de wereld te verbeteren. Jongeren trekken zich terug in hun eigen, kleine, overzichtelijke wereld en plannen hun dagen vol met activiteiten die hen verder brengen in het leven zoals sporten om gezond te blijven en bijlessen. Hun enige vrije tijd is zaterdagavond – en dan wordt er afgesproken met vrienden en vriendinnen. Op zondag chillen zij met hun ouders of grootouders.

 

De jongeren van Generatie Swipe passen zich volgens Siera aan aan de wereld die zij om hen heen aantreffen. Zij zoeken hun eigen, kleine weg in de onprettige grote wereld en proberen verantwoordelijk om te gaan met hun tijd en geld. Zij moeten zichzelf kunnen verkopen om aan opleidingen mee te mogen doen of bijbaantjes te bemachtigen (“Wat trekt je aan in vakken vullen?”) en dekken zich in tegen risico’s door te sparen, gezond te leven en zich op te stellen als kritische en zelfs cynische consumenten. Als zij gevraagd wordt naar hun toekomstdromen, dromen zij van eigen kinderen die niet roken en geen drugs gebruiken.

Conformisme van jongeren

Rutger van den Berg (Youngworks) beschrijft het conformisme van jongeren als gevolg van hun biologische ontwikkeling. Volgens van den Berg zorgt het zich nog ontwikkelende brein van jongeren ervoor dat zij sterk reageren op externe impulsen. Zij hebben een grote angst om buiten gesloten te worden en daarom neigen jongeren er sterk naar zich voortdurend aan te passen. Groepsdruk van hun peers stuurt de experimenten die jongeren uitvoeren met hun identiteit.

Aan de ene kant zorgt de zogenaamde “no-likes fear” ervoor dat experimenten die geen likes krijgen van leeftijdsgenoten worden gestaakt en offline worden gehaald. Aan de andere kant zorgt de groepsdruk er tevens voor dat jongeren proberen status te verwerven door domme acties uit te voeren. Omdat het beloningssysteem in hun hersenen in ontwikkeling voorloopt op hun impulsonderdrukking, zijn zij in staat ondoordachte stunts uit te halen om daarmee populair te worden.

Jongeren referentiekaders

Volgens Siera dient marketing rekening te houden met de kenmerken van de huidige generatie jongeren. Jongeren willen als volwassenen aangesproken worden op een serieuze en realistische manier. Het best slagen jonge vloggers hierin: zij beïnvloeden jongeren en zijn veel belangrijker dan merken of volwassenen. Van den Berg sluit hier bij aan. Hij stelt dat jongeren op zoek zijn naar referentiekaders op grond van persoonlijke relevantie. Vlogs bieden volgens van den Berg een dergelijke persoonlijke relevantie omdat in de vlogs jongeren die net iets ouder zijn en succesvol zijn

transparant inzicht geven in hun dilemma’s en hun oplossingen.

Marketeers en succesvolle jongeren

Jongerenmarketeers zijn zich bewust van de aantrekkingskracht van vloggers en andere succesvolle jongeren zoals dj’s. Het succes van een jongere online is volgens filmproducent Harro van Staverden (Phanta Basta!) een belangrijke factor in de afweging of een jongere een dragende filmrol krijgt. Mitchel Bovenlander (4PM Entertainment) stelt dat personalities waaraan jongeren zich op kunnen trekken voor hen steeds belangrijker zijn geworden.

Bovenlander zet gaarne succesvolle vloggers met veel volgers op social media in om online awareness voor zijn producten (events) te creëren en te vergroten. Zijn ambassadeurs worden uitgenodigd voor co-creatie sessies en kunnen rekenen op een VIP-behandeling tijdens events. Bovenlander stelt dat in zijn bedrijf deze vorm van marketing de traditionele marketing in de vorm van flyers en posters vrijwel volledig heeft vervangen. De jonge socialmedia-sterren onderstrepen het gevoel voor jongeren dat ze op zijn feesten moeten zijn: als een populaire jongere naar een event gaat, wil iedereen.

 

bebrave

Jongeren op een YouTube-conventie. Bron: Flickr/ Gage Skidmore

Ronen Wolf (RTL Nederland en RTL MCN) gaat nog een stapje verder. Volgens hem zijn jongeren niet meer te bereiken met traditionele businessmodellen. YouTubekanalen geven aan in welke richting jongeren wel te bereiken zijn. Daarom experimenteert RTL met producties op YouTube zoals Concentrate.

Volgens Wolf toont een succesvolle YouTube-productie echte emoties. De productie mag gedeeltelijk scripted zijn maar moet als authentiek door jongeren worden ervaren. Belangrijker dan de contentstrategie is echter de distributiestrategie. Er moet een duidelijke call-to-action zijn – waarom zou een jongere dit kijken? En, het format moet strak en de titel en labels moeten helder zijn. Het moet voor jongeren duidelijk zijn wat de productie is en wat er te vinden is.

Marktwaarde

Succesvolle jongeren zijn zich zeer bewust van hun marktwaarde. Volgens Bovenlander hebben veel vloggers een manager, terwijl vloggers en DJs steeds vaker extra geld willen voor het genereren van aandacht op social media. Vlogster Yvonne Coldewijer (Life of Yvonne), volgens eigen zeggen een rolmodel voor meisjes, vertelt dat dit echter een groot spanningsveld met zich meebrengt: zij moet voortdurend balanceren tussen geld verdienen door producten of diensten aan te prijzen en hard werken om meiden aan zich te binden en een geloofwaardigheid in de doelgroep op te bouwen. Wolf geeft aan waar de grens ligt: reclame vinden jongeren ervaren storend terwijl sponsoring door hen als positief wordt ervaren, onder voorwaarde dat de sponsoring past bij de videoproductie.

Er ontstaat als gevolg hiervan een steeds grotere tweedeling binnen de groep jongeren tussen zij die het gemaakt hebben en zij die alleen maar volgen. Dit sluit aan bij een algemeen effect van technologie: steeds minder mensen verdienen steeds meer geld met technologie en hebben steeds meer macht terwijl veel anderen hun baan en toekomstperspectief verliezen als gevolg van technologie.

Beeld van jongeren en jongerenmarketing – 4 tegenstrijdigheden

Het beeld dat jongerenmarketeers op grond van onderzoek schetsen van jongeren sluit niet aan bij de praktijk van jongerenmarketing in Nederland. Er bestaan vier gebieden waarop jongerenmarkering in tegenspraak is met het geschetste beeld.

1. Inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren

Het inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren is het laaghangend fruit voor de jongerenmarketeer. Echter, zelfs dit simpele instrument levert een reeks van tegenstrijdigheden op. Zo moeten merken volgens Wolf met behulp van video’s een verhaal vertellen dat bij de doelgroep past, maar moeten zij tegelijk geen andere boodschap uitdragen dan die zij sowieso hadden willen communiceren. Leendert-Jan de Ronde en Kim van Dongen (Youngworks) zijn het met Wolf eens en stellen dat een merk door videofilmpjes relevant moet zijn voor de doelgroep, maar dat een merk tegelijk dicht bij zichzelf moet blijven. En, zo voegen zij eraan toe, deze doelgroep is volkomen versnipperd.

Versnippering

Individuele jongeren combineren op een individuele manier de meest bizarre dingen met elkaar, zoals hardrock en breien, zodat er geen zuilen binnen de jongerendoelgroep meer bestaan. Tegelijkertijd claimen zij dat een merk geen jongerentaal hoeft te gebruiken om met jongeren te communiceren, maar normaal met hen kan praten omdat jongeren “net mensen zijn”.

Het is derhalve niet duidelijk wat het aansluiten bij de doelgroep betekent als er geen duidelijke doelgroep is en er geen speciale toon voor deze doelgroep nodig is. Tel hierbij op dat volgens Siera jongeren op een serieuze manier aangesproken moeten worden op hun volwassenheid, zoals we zagen, en de verwarring is compleet.

2. Co-creatie is populair

Het andere grote instrument van jongerenmarketing, co-creatie, is eveneens een vat van tegenstrijdigheden. Co-creatie met jongeren is populair. Talloze overheden, grote bedrijven en organisaties zetten een Raad van Kinderen in om mee te denken over hun beleid en hun innovatie. De homepage van de Raad voor Kinderen vraagt: “Is het niet logisch om naar de ideeën van kinderen te luisteren over vraagstukken die ook hun toekomst gaan bepalen?”

Good is the new cool

Het inzetten van kinderen bij het oplossen van maatschappelijke en commerciële vraagstukken sluit aan bij een grote trend in jongerenmarketing. Volgens Maartje van Osch (FamilyFactor) heeft jongerenmarketing zich ontwikkeld van het aanspreken van jongeren als consument met behulp van fun in de jaren negentig, via het aanspreken van kinderen en ouders samen met behulp van boodschappen die fun en verantwoord combineerden in de jaren tweeduizend, naar waar jongerenmarketing zich nu bevindt: lange-termijn boodschappen met de nadruk op gezond en goed voor de wereld (“good is the new cool”). De ontwikkeling van het kind dient momenteel positief gestimuleerd te worden op alle gebieden: intellectueel, emotioneel, fysiek, talent en spiritueel. Wolf sluit daar bij aan en stelt dat videoproducties een maatschappelijk belang moeten dienen.

opruimen-jongeren

Volgens Kirby Beckman (BrandDeli) is deze trend ook aan de eettafel in het gezin terug te vinden. Ouders vinden het belangrijk dat kinderen een eigen mening hebben en vragen graag naar deze mening. Hoewel de ouders eindverantwoordelijke blijven, is de invloed van kinderen op beslissingen in het gezin groot.

Ander referentiekader

Jongerenmarketing, in video en in co-creatie, is dus een volledig andere richting ingeslagen dan de jongeren zelf die het weliswaar fijn vinden als anderen de wereld verbeteren maar zichzelf hebben teruggetrokken in hun eigen, kleine wereld en die, in plaats van de wereld te verbeteren, knokken voor hun eigen plekje in de wereld. Bovenlander constateert bijvoorbeeld op zijn feesten dat jongeren veel meer bezig zijn met zichzelf en veel minder bezig zijn met wat er om hen hen gebeurt. Hun referentiekader is niet het welzijn van de wereld; succesvolle leeftijdsgenoten die worstelen met voor hen herkenbare dagelijkse problemen vormen hun referentiekader.

Jongeren zijn vooral geïnteresseerd in duidelijkheid, herkenbaarheid en een redelijke mate van authenticiteit, zoals Wolf al aangaf. Waar zij volgens de Ronde en van Dongen behoefte aan hebben, is een concreet handelingsperspectief: hoe te reageren op een bepaalde situatie. Dit handelingsperspectief moet wel leuk zijn.

Daarmee is niet gezegd dat jongeren niet graag meepraten over van alles en nog wat. Hoek, van Dijke en Spooren zien juist dat jongeren dat graag doen, onder voorwaarde dat zij een onderwerp belangrijk genoeg vinden om er ruimte voor te maken in hun drukke agenda. De vraag alleen is hoe relevant de mening van jongeren met een praktisch en naar binnen gericht referentiekader is binnen een co-creatie.

3. Jongeren zijn gemakkelijker te werven door relatief jonge mensen

Een ander probleem van co-creatie is dat jongeren gemakkelijker te werven zijn door relatief jonge mensen en zich ook gemakkelijker openen tegenover andere jongeren, zoals Hoek van Dijke en Spooren ontdekten. Bovenlander stelt zelfs dat jongeren steeds vaker naar zijn events komen om elkaar te ontmoeten en veel minder vanwege de beleving.

Jongeren zijn dus het liefst met jongeren en willen het liefst co-creeren met jongeren, en veel minder met volwassenen. Daarom zetten Hoek van Dijke en Spooren met name jongeren in om te co-creeren met jongeren en heeft Bovenlander jonge mensen in zijn bedrijf aangenomen. Dit staat op gespannen voet met het idee van co-creatie tussen generaties.

4. Inzetten van socialmediakanalen

Een ander belangrijk instrument van jongerenmarketing is het inzetten van socialmediakanalen. Hoek, van Dijke en Spooren laten een probleem van het gebruik van dit instrument zien. Zij werven jongeren voor hun co-creatiepanels het meest effectief in de werkelijkheid, gewoon op straat en soms, voor niet-commerciële projecten, op scholen. Social media worden vervolgens met name ingezet om contact te houden met jongeren zodat zij ook daadwerkelijk komen opdagen op co-creatiesessies. Dit contact houden gebeurt zowel door e-mail – die jongeren lezen maar waarop zij niet antwoorden – en met behulp van WhatsApp.

whatsapp

Ook offline

Als er al geworven wordt via social media, dan gebeurt dat door jongeren die al meedoen aan co-creatiesessies en hun vrienden uitnodigen om ook te komen. Ook voor van Staverden is social media slechts een van de vele kanalen om zijn jeugdfilms te promoten naast media, print, outdoor, onderwijs, retail en tijdelijke kanalen zoals een VVV of een museum. Waar socialmediakanalen worden gemarket als de toekomst, werken offline-kanalen voor jongeren blijkbaar minstens net zo effectief of zelfs effectiever.

Het grijze gebied van compromissen

Terwijl jongeren zelf niet veel antwoorden hebben en zich teruggetrokken hebben in hun eigen wereldje, worden zij door jongerenmarketeers benaderd alsof zij op de eerste plaats wereldverbeteraars zijn. Jongeren worden door volwassenen betrokken bij besluitvormingsprocessen met betrekking tot grote vraagstukken, terwijl jongeren zelf liever onder elkaar zijn, praktisch zijn en opkijken tegen net iets oudere jongeren die succesvol zijn door transparant te worstelen met herkenbare dagelijkse problemen.

Jongeren willen bevestiging en buigen mee met wat de wereld van hen vraagt, terwijl volwassenen van hen antwoorden willen horen. En daar waar jongeren helderheid, authenticiteit en praktisch nut verkiezen in hun degelijke levenshouding, verwachten volwassenen van hen inspiratie. Jongeren zijn echter geen onbevangen schepsels met een out-of-the-box-oplossing voor alles. Jongeren zijn vroeg-volwassenen die hun levenspad zorgvuldig plannen, mede omdat diezelfde volwassenen van hen verwachten dat jongeren concreet kunnen uitleggen waarom zij een specifiek baantje of een specifieke opleiding ambiëren en zij het leven van jongeren in praktische zin steeds lastiger maken.

Waar jongeren en jongerenmarketeers elkaar zouden kunnen vinden, is in het grijze gebied van compromissen. Marketeers gieten hun boodschap in een authentieker jasje terwijl jongeren sponsoring accepteren. Marketeers zetten succesvolle jongeren in om jongeren te bereiken en jongeren luisteren gaarne naar deze succesvolle jongeren. Maar waar het jongeren gaat om de celebrities, gaat het marketeers om de merkboodschap.

 


frank-watching

Nieuw Frankwatching-webinar: Starten met Snapchat & Instagram Stories

Hoe belangrijk is het om als organisatie op Snapchat & Instagram Stories te zitten? Vergroot je er echt je sociale bereik mee? Tijdens dit webinar ontdek je wat je zakelijk allemaal met Snapchat & Instagram Stories kunt doen en voor welke doeleinden je deze sociale media kunt inzetten. Ben jij erbij? Meer informatie

 

Millennials en hun Smartphone Gewoonten

Onderzoek: Gedrag van de Smartphonegebruiker in 2016

Smartphones en apps hebben een wereld van informatie, producten en diensten binnen handbereik van een generatie jonge mensen gebracht. Deze Millennials bepalen hun eigen entertainment, hun eigen informatievoorziening en vooral ook hun eigen levensstijl.

We hebben toegang tot diensten die ontworpen zijn om ons leven ter plekke makkelijker te maken – van vervoer tot communicatie met vrienden – waar en wanneer dan ook. Maar wat zijn de gevolgen van deze radicaal verbeterde toegang op onze manier van leven? Meer dan de helft van alle Millennials surfen alleen nog op hun smartphone op het internet – onder tieners is dit zelfs een 91%.

Het internet werd geïntroduceerd toen de meeste Millennials nog in de luiers lagen. Niet heel verwonderlijk zijn zij dan ook opgegroeid met internettechnologie en op vrijwel ieder platform zijn zij tegenwoordig de grootste gebruikersgroep. Hun gewoonten zullen de norm stellen voor post-Millennials, die de eerste generatie zal worden die uitsluitend het digitale tijdperk kent.

Dit onderzoek richt zich vooral op drie verschillende leeftijdsgroepen binnen de Millennials-generatie: iGen (tot 22 jaar oud), Leading (22 tot 30 jaar oud) en Generation Y (30 tot 36 jaar oud) Millennials. Het doel van het onderzoek is om meer inzicht te verkrijgen in hun gedrag en houding ten opzichte van smartphones en multimedia.

Doelen van het onderzoek

Het onderzoek van dr-discount en Coupofy uit 2016 onderzocht Millennials en hun smartphone-gedrag met als doel te ontdekken in welke mate het digitale aspect van hun levensstijl van invloed is op hun leven in het algemeen, en de lifestyle-keuzes van deze generatie in het bijzonder.

Het onderzoek keek onder meer naar trends, variërend van de houding van de consument ten opzichte van online winkelen op hun smartphone, tot de gevolgen van hun smartphone-gewoonten op geestelijke gezondheid. Het resulterende verslag geeft inzicht in de verschillende groepen Millennials, hun koopgedrag en hoe deze gewoonten van invloed zijn op de geestelijke gezondheid van deze generatie en hoe zij persoonlijke keuzes maken.

Details uit dit rapport geven onder andere inzicht in het ritme van het persoonlijke leven van Millennials en hoe hun smartphonegebruik van invloed is op hun dagelijks leven. Wist je bijvoorbeeld dat Millenials er hele andere romantische gewoontes op nahouden dan voorgaande generaties en dat hun smartphone-gebruik ook hun rijstijl beïnvloedt? Lees verder voor meer van deze verrassende bevindingen!

Onderzoeksgebied

  • Hoe wordt het koopgedrag van consumenten bepaald?
  • Hoe worden Millennials beïnvloed door toenemend smartphonegebruik?
  • Hoe blijven Millennials op de hoogte van het nieuws en social media?
  • Denken Millennials na over de bijwerkingen van hun smartphonegedrag?
  • Hoe is smartphone-geassocieerd gedrag van invloed op het persoonlijke leven van Millennials?

trendenkidsonderzoek

Benieuwd naar wat de onderzoekers hebben gevonden?

Lees het complete verslag van het Gedrag van de Smartphonegebruikers 2016

 

Wat doen tieners (13-18jr) het liefst als ze op vakantie gaan?

In juni 2015 heeft Center Parcs een onderzoek laten doen naar de vakantievoorkeuren van tieners. Dit is gedaan vanwege een campagne voor tieners om de perceptie van Center Parcs onder tieners te verbeteren en als coole vakantiebestemming in overweging te nemen.
In de campagne hebben we Center Parcs laten zien door de ogen van dé vloggers van het moment: Enzo en Milan Knol.

 

Om een goed onderzoek te kunnen doen, moesten we uiteraard eerst wat meer van de voorkeuren van de tieners. Wat facts op een rijtje:

 

  • 46% van de tieners heeft de voorkeur om naar een bestemming buiten de Benelux, Duitsland en Frankrijk te gaan.
  • 38% van de tieners gaat 1x per jaar op vakantie
  • Activiteiten die tieners het liefste doen zijn: zwemmen, ijs eten, doen wat ze zelf willen, uit eten gaan, naar het strand gaan, rondstruinen met hun ouders
  • Meestal worden tieners niet betrokken bij de keuze voor de vakantiebestemming
  • Als de tieners het voor het zeggen hadden, gingen ze liever minder naar bungalowparken op vakantie (46% gaat nu naar een bungalowpark, dit zou 36% zijn als het aan de tieners zou liggen). Hotels hebben de voorkeur bij tieners.
  • Tieners vinden het contact met andere jongeren, er veel te doen is, het subtropisch zwemparadijs en de vrijheid hebben, positieve drivers voor een vakantie in een bungalowpark.
  • Ze verblijven minder graag in een bungalowpark doordat de leeftijd te jong of te oud is, dat ze het erg druk vinden, omdat ze eens wat anders willen en ze graag meer luxe willen.
  • 54% van de 12-17 jarige is de afgelopen 2 jaar minimaal 1 keer op een bungalowpark geweest.

En de campagne? Die was erg succesvol met meer dan 2 mln views en een daadwerkelijke wijziging in perceptie. Doelstellingen behaald!

Door: Liesbeth Gouda, Senior Brand & Media Manager bij Center Parcs.

liesbethLiesbeth is sinds oktober 2014 verantwoordelijk voor de marketing communicatie bij Center Parcs in België, Nederland en Duitsland. Daarvoor was zij marketing manager bij PostNL. Naast haar werk is zij actief in het marketingvak bij de SAN, eerder bij VMC & NIMA, en is zij publiekswinnaar Marketing Talent of the Year 2012.

Case Spotlight Nickelodeon op MovieStarPlanet

Een virtuele wereld; een mooie omgeving waar je een eigen avatar kunt maken, waar je spelletjes speelt, creatieve uitdagingen aangaat, lekker kunt shoppen en het allerbelangrijkst: waar je vriendschap sluit met leeftijdsgenootjes. Niet voor niks zijn deze platforms populair onder de kids en jongeren doelgroep en tellen deze websites nog altijd maandelijks honderd duizenden bezoekers. Uniek.

 

Voor adverteerders is een virtuele wereld de ideale plek om hun merk te integreren en de interactie aan te gaan met de doelgroep. Integraties binnen een virtuele wereld sluiten naadloos aan op de belevingswereld van de bezoeker en behalen mede daarom mooie resultaten en hoge engagement rates. Een voorbeeld van een populaire virtuele wereld is MovieStarPlanet.

MovieStarPlanet is een virtuele community waar je een eigen filmster kunnen maken. Je kunt de filmster helemaal maken zoals jij wilt, wil je op jezelf lijken of juist helemaal niet? Alles kan! Met deze filmster kom je terecht in de grote stad, hier kun je allerlei leuke activiteiten vinden. Zoals een kleding winkel om je om te kleden, een dierenwinkel om een huisdier uit te kiezen, allerlei spelletjes, een chat en creatieve uitdagingen.

MovieStarPlanet telt maandelijks 650.000 unieke bezoekers en gemiddeld zijn de bezoekers 25 minuten per sessie online. De gemiddelde tijd dat de users de website bezoeken per dag in totaal ligt zelfs op ruim 40 minuten. Een grote groep van loyale spelers die de website dagelijks bezoekt en samen met hun MovieStar vrienden spelletjes speelt.

Nickelodeon heeft er daarom voor gekozen om MovieStarPlanet toe te voegen in hun strategie om hun nieuwe serie “Spotlight” in de spotlight te zetten.

ddg

Mediabureau MEC vroeg ons om voor Nickelodeon een integratie op te zetten binnen dit populaire platform voor hun nieuwe serie “Spotlight”. De serie speelt zich af op een middelbare school voor talentvolle leerlingen. Zij krijgen naast gewone schoolvakken ook les in dansen, zingen en acteren. Er komen regelmatig bekende Nederlanders langs op de middelbare school zoals Enzo Knol, Krystl, Shaker en Kenny B.

De campagne ging van start met een grote Spotlight competitie. De MovieStars werden uitgedaagd om hun talent in te zetten en een Spotlight video, look, kamer of artbook te maken. En dat was niet het enige. Nickelodeon trakteerde de community op een virtueel cadeautje; een exclusief Spotlight t-shirt voor je MovieStar. Ter ondersteuning van de campagne werd de competitie aangejaagd met een newsslider op de activiteitenpagina, kwamen er verschillende statusupdates voorbij die door alle users gelezen worden en er waren verschillende video’s beschikbaar met fragmenten uit de serie. Nickelodeon was gedurende de campagneperiode overal binnen MovieStarPlanet te zien!

De resultaten waren indrukwekkend. Meer dan 200.000 kids ontvingen het exclusieve t-shirt, duizenden kids deden mee met de competitie en de meest creatieve inzendingen wonnen een prijs. De campagne heeft in totaal meer dan 1,5 miljoen waardevolle contactmomenten gegenereerd tussen de doelgroep en Nickelodeon.

Door: Kim Witting
KimEen passie voor online advertising en de kids en jongeren doelgroep en een passie voor virtuele werelden in het bijzonder. Bijna tien jaar geleden begonnen bij goSupermodel – destijds de grootste tienermeiden community van de Benelux – en nu werkzaam bij Yoki Network. Binnen Yoki Network maak ik de slag naar het creëren van een internationaal advertentie netwerk voor kids en jongeren en daarnaast vertel ik graag over alle bijzondere mogelijkheden die onze uitgevers te bieden hebben.

 

Kids en jongeren bereiken? Gebruik Instagram advertenties!

Sinds eind vorig jaar is het ook in Nederland mogelijk om advertenties te plaatsen op Instagram. Met een community van meer dan 400 miljoen gebruikers is Instagram één van ‘s werelds grootste mobiele platformen om op te adverteren. Benieuwd naar meer feiten en de adverteermogelijkheden?

Feiten

Top apps

  • Instagram is uniek, want het begon als een mobiele app. Anders dan Facebook en YouTube, welke op desktop begonnen.
  • Instagram heeft maandelijks meer dan 400 miljoen actieve gebruikers en groeit 10x sneller dan Facebook en Twitter.
  • Nederland telt 2,1 miljoen Instagramgebruikers, waarvan er dagelijks 992.000 actief zijn.
  • Instagramposts krijgen 308% meer engagement dan op Facebook en 1313% meer dan op Twitter.
  • Instagram is hét socialmediakanaal voor mensen onder de 35 jaar, met name voor de doelgroep 15-19 jaar.

Gebruikers

Waarom Instagramadvertenties? [praktijk]

Kaal of KammenVoor het nieuwe programma Kaal of Kammen zijn wij een paar weken geleden een Instagramaccount begonnen: @kaalofkammentv. Omdat het een nieuw programma is met een relatief korte uitzendperiode, is het lastig om op Instagram veel mensen te bereiken. Om ons account een boost te geven én te zorgen dat kinderen weten wanneer het programma wordt uitgezonden, besloten we om elke week een Instagram- advertentie in te zetten. De afbeelding hiernaast is daar een voorbeeld van. In korte tijd hadden we 12.488 likes en veel nieuwe volgers.

Wat zo goed werkt is dat je je advertentie helemaal kunt afstemmen op jouw doelgroep: op geslacht, lee ftijd en interesses. Daarnaast kun je je maximale budget instellen, zodat je nooit meer betaalt dan jij wilt. Als de campagne is afgelopen kun je gemakkelijk de statistieken inzien om te kijken hoe succesvol de advertentie was.

Doelstellingen

Instagramadvertenties kunnen diverse doelstellingen hebben, deze kun je ook aangeven als je een campagne gaat samenstellen.

  • Websitetraffic
  • App installaties
  • Video views
  • Meer volgers
  • Naamsbekendheid
  • Merk- en productpromotie

Hoe maak je een advertentie?

Zoals je misschien wel weet is Facebook eigenaar van Instagram. Vandaar dat je voor het aanmaken van advertenties op Instagram een advertentieaccount bij Facebook nodig hebt. Dat kan via: https://business.facebook.com. Voor het plaatsen van advertenties op Instagram heb je zelf geen Instagramaccount nodig, maar ik zou het wel aanraden. Zo kun je goed bijhouden hoe je advertentie loopt en natuurlijk reageren als mensen vragen hebben! Voor een uitgebreide uitleg over het maken van Instagramadvertenties verwijs ik jullie door naar deze website: https://geheimvandesmith.nl/adverteren-op-instagram/

Advertentiemogelijkheden

  • Foto-advertenties: dit is de meest simpele advertentie, net als wat de meeste mensen doen op Instagram: het plaatsen van foto’s, maar dan met een call-to-action. Of je nu mensen wilt inspireren om je merk anders te zien of hen actie te laten ondernemen, het kan allemaal.
  • Video-advertenties: net als bij foto’s kun je een verhaal vertellen, maar dan met de kracht van beeld, geluid en beweging. Wat bijzonder is aan de video-advertentie is dat je 30 seconden video kunt laten zien, in plaats van de oorspronkelijke 15 seconden.
  • Carrouseladvertenties: Carrouseladvertenties brengen een extra laag van diepte. Mensen kunnen swipen om meer foto’s te zien en een call-to-action button brengt ze naar de website.

Instagram

Ik zeg doen!

KLM

Van alle socialmediakanalen is adverteren via Instagram veruit het voordeligst. Dit in combinatie met de hoeveelheid actieve gebruikers maakt Instagram zeer interessant om voordelige en doelgerichte campagnes te starten.

Ook als je een online community wilt opbouwen en je zit niet op Instagram, dan mis je heel veel. Als er één socialmediakanaal is dat je moet uitvinden in 2016, dan is het zeker Instagram!


 

ChantalDoor: Chantal Antonides webredacteur bij AVROTROS.
Ik werk met veel plezier voor de jeugdprogramma’s van de AVROTROS waaronder het Junior Songfestival en het nieuwe programma New Musical Star. Mijn passie voor online en kids is begonnen tijdens mijn stage bij MTV Networks voor Nickelodeon.nl. Sindsdien doe ik niets liever dan werken met en voor kinderen.

Ofcom-onderzoek: ‘Te veel kinderen denken de werkelijkheid te vinden op Google en YouTube’

Kijk, daar is de Britse communicatie-autoriteit Ofcom weer met een nieuw onderzoek. Uit het rapport Children and Parents: Media and Attitudes 2015 (pdf) komt naar voren dat Engelse kinderen van 8-15 jaar anno 2015 ruim 15 uur per week online zijn, meer dan twee keer zo lang als een decennium geleden. Hoewel deze groep is opgegroeid met internet, is er volop ruimte voor verbetering van hun digitale kennis en begrip. Zo denkt 8% van de 8-15-jarigen dat alle informatie van sociale netwerksites of apps waar is.

Eén op de vijf 12-15-jarigen in Engeland gelooft zonder meer de informatie die zoekmachines als Google of Bing presenteren en slechts één op de drie is in staat om betaalde advertenties in de zoekresultaten te identificeren. Kinderen richten zich steeds vaker tot YouTube voor ‘ware en accurate’ informatie over wat er gaande is in de wereld; de videosite is voor 8% van de jeugd de beste keuze voor dit soort informatie. 

MLA Research Sources for Select Committee evidence

“The internet allows children to learn, discover different points of view and stay connected with friends and family. But these digital natives still need help to develop the know-how they need to navigate the online world.” [James Thickett, Ofcom]

Aangezien het onderzoek al sinds 2005 uitgevoerd wordt, is de ontwikkeling (pdf) in de tijd mooi zichtbaar. Tien jaar geleden lag het mediagebruik van kinderen op een hoger niveau dan we ons waarschijnlijk herinneren, en niet eens zo heel verschillend van vandaag. Er is nu echter een veel rijkere en uitgebreidere online ervaring dan destijds het geval was. In de afgelopen jaren zijn tablets opgekomen als een standaard entertainmentscherm, met name onder jonge kinderen (meer dan de helft van de 3-/4-jarigen en driekwart van de 12-15-jarigen gebruiken nu een tablet, en voor alle leeftijdsgroepen (met uitzondering van 12-15 jaar) is dit het apparaat dat het meest gebruikt wordt om online te gaan). Daarnaast is er een kleine maar belangrijke daling van het tv-kijken via een tv (inmiddels besteden 12-15-jarigen bijna 3,5 uur per week langer online dan dat ze naar een televisietoestel kijken). De content die kinderen consumeren wordt steeds vaker samengesteld door digitale tussenpersonen, met inbegrip van aanbieders als YouTube en Google, die als betrouwbare bronnen worden gezien. De beweging richting kleinere schermen maakt het lastiger voor ouders om het mediagebruik te monitoren.

MLA Research Sources for Select Committee evidence

Dit zijn enkele andere conclusies uit de 2015-editie van deze grootschalige studie:

  • Het aantal 8-15-jarigen met een mobiele telefoon is gedaald sinds 2005, maar een kwart van de 8-11-jarigen en zeven op de tien 12-15-jarigen bezit nu een smartphone;
  • De mobiele telefoon is het apparaat dat 12-15-jarigen het meest zouden missen;
  • Tieners die zowel naar de tv als naar YouTube-content kijken, geven de voorkeur aan YouTube-video’s boven tv-programma’s;
  • Minder 12-15-jarigen noemen Facebook als belangrijkste sociale netwerk, ten gunste van Snapchat;
  • Bijna driekwart (72%) van de 12-15-jarigen denken dat de meeste mensen zich anders gedragen als ze online zijn;
  • Tweederde (67%) van de meisjes met een socialemedia-account zegt dat er dingen zijn die ze niet leuk vinden aan sociale media, ze maken zich met name zorgen om roddels (30%) en onvriendelijkheid (23%);
  • Bijna een derde (31%) van de 12-15-jarigen geeft toe soms te veel tijd te besteden aan sociale media;
  • Minder dan de helft van de 12-15-jarigen zijn zich bewust van betaalde promoties door vloggers of van gepersonaliseerde reclame;
  • Negen van de tien ouders (92%) managen het internetgebruik van hun kroost op een of andere manier, bijna alle kinderen (97%) herinneren zich advies te hebben gekregen over veiligheid online;
  • Het overgrote merendeel (84%) van de kinderen van 8-15 jaar zegt dat ze het hun ouders, medegezinsleden of leraren vertellen als ze iets vervelends online zien, maar 6% zegt dit tegen niemand te vertellen.

Klik hier voor meer, veel meer informatie (en alle rapportages). Interessante kost!

Mobiliteit van jongeren onderzocht: ‘Openbaar vervoer verliest het van de fiets’

Voor het eerst is grootschalig kwalitatief en kwantitatief in beeld gebracht hoe jongeren tussen 15 en 25 jaar verschillende vervoerswijzen gebruiken, ervaren en waarderen. Het belangrijkste resultaat uit het onderzoek Jongeren & Mobiliteit: vijf segmenten als aanknopingspunt voor beleid en actie. Het gaat in de segmentatie om ‘onafhankelijke idealisten’, ‘behoedzame soloreizigers’,  ‘onbevangen verkeersdeelnemers’, ‘pragmatische bewegers’ en ‘statusgerichte levensgenieters’. Deze groepen kunnen nu maat en getal worden gegeven.

Het onderzoek is uitgevoerd door Goudappel Coffeng en Youngworks, respectievelijk een specialist op het gebied van mobiliteit en een specialist op het gebied van jongerencommunicatie. In de eerste fase is kwalitatief onderzoek gedaan: wat leeft er? Hoe denken ze? In de tweede fase zijn de inzichten aangescherpt met kwantitatief onderzoek onder 1.581 jongeren. Het onderzoek omvatte focusgroepen met jongeren in diverse leeftijdscategorieën, een enquête, literatuurstudie, expertsessies en de inzet van het Mobiliteitspanel Nederland. Het onderzoek kwam tot stand via crowd funding: 6 provincies, 11 gemeenten, een stadsregio en het Kennisinstituut voor Mobiliteit droegen allemaal bij. Liefhebbers kunnen een publicatie over het onderzoek (80 pagina’s) opvragen bij de Goudappel Groep.

Eén van de mythes waar het onderzoek mee afrekent is de gedachte dat de hedendaagse jongere minder auto-minded zou zijn. Joris Schuurman (één van de onderzoekers en werkzaam bij Youngworks): “Het klopt dat het autogebruik onder jongeren achterblijft. Dat is echter eerder een praktische keuze (langer thuis wonen, uitstel van aanschaf) dan een wezenlijk andere voorkeur dan hun ouders. Aan de andere kant is er ook – anders dan vroeger – een groep die uit ideologische redenen liever met fiets, openbaar vervoer en een gelegenheidsleenauto reist. 

De ‘statusgerichte levensgenieter’ (circa 28%) kenmerkt zich door zijn of haar positieve houding tegenover autorijden en de behoefte aan persoonlijke ruimte. Daarmee lijkt dit segment, volgens Thomas Straatemeier (onderzoeksleider, van Goudappel Coffeng) nog het sterkst op wat beleidsmakers traditioneel denken van de gemiddelde Nederlandse reiziger: “Wegen, spoorlijnen, woningen die wij nu aan het bedenken of bouwen zijn liggen er over 40 jaar nog steeds. Met andere woorden: ver na het pensioen van de huidige planners en beleidsmakers. Daarom is het belangrijk hen zicht te geven op de denkwereld van nieuwe generaties.”

Jongeren blijken frequente gebruikers van het openbaar vervoer, maar zij waarderen het niet: duur, onbetrouwbaar en druk. De fiets krijgt wel een hoge waardering (en wordt veel gebruikt). Opvallend is dat verkeersveiligheid nadrukkelijk als thema naar voren komt uit het onderzoek. Bijna alle bevraagde jongeren blijken wel iets te hebben meegemaakt. De onderzoekers noemen deze observatie extra opvallend omdat op beleidsniveau de aandacht voor verkeersveiligheid juist lijkt af te nemen. Thomas: “Ook op dit vlak biedt ons onderzoek de beleidsmaker meer grip. Voor elk type weten we wat het beste werkt om ze te beïnvloeden. Dat is essentieel voor een slimme interventie, bijvoorbeeld om ze minder vaak te laten bellen tijdens het fietsen.”

segmenten mobiliteit

Onderzoek Common Sense Media: ‘Jongeren consumeren oude media op nieuwe manieren’

Amerikaanse tieners (13-18 jaar) besteden gemiddeld negen uur per dag aan entertainmentmedia, onder tweens (8-12 jaar) is dat zes uur — exclusief mediagebruik voor school of huiswerk. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Common Sense Census: Media Use by Tweens and Teens dat Common Sense Media vandaag publiceerde. De non-profitorganisatie, die als doel heeft om gezinnen en opvoeders wegwijs te maken in een wereld van media en technologie, constateert dat er een digitale kloof is tussen arme en rijke kinderen uit families.

Kinderen uit families met een lager inkomen hebben minder toegang tot computers, tablets en smartphones dan hun meer welstandige leeftijdsgenoten. Sowieso zijn tussen jongeren onderling flinke verschillen te zien, en daar spelen ras, klasse en geslacht een rol bij. Zo besteden jongens bijvoorbeeld veel meer tijd aan videogames dan meisjes en is dit voor wat betreft sociale media juist andersom.

Hoewel relatief nieuwe entertainmentvormen zoals online video, mobiele games en sociale netwerksites behoorlijk populair zijn geworden, zijn televisie kijken en muziek luisteren nog steeds de media-activiteiten die tweens en tieners het vaakst en liefst doen. In veel gevallen echter worden ‘oude’ media op ‘nieuwe’ manieren geconsumeerd. Zo gaat 41% van de schermtijd van tweens en 46% van die van tieners naar mobiele apparaten.

De belangrijkste resultaten uit het onderzoek, door GfK uitgevoerd onder 2.658 Amerikaanse 8-18-jarigen, zijn gevat in onderstaande infographic (of klik hier voor een filmpje met de highlights).

cs_mediacensusinfo

“The diversity of media use patterns among youth is astounding, but it’s interesting to see that through it all TV and music continue to be the media of choice – and that social networking lags significantly behind.” [Vicky Rideout, Common Sense Media]

De video hieronder geeft een beeld van een dag in het digitale leven van tieners.

“As a parent and an educator, there’s clearly more work to be done around the issue of multi-tasking. Nearly two-thirds of teens today tell us they don’t think watching TV or texting while doing homework makes any difference to their ability to study and learn, even though there’s more and more research to the contrary.” [James P. Steyer, Common Sense Media]

10 conclusies uit Nationale School Onderzoek 2015: ‘Meer aandacht voor gezonde snacks en loverboys’

Het AD heeft de resultaten van het Nationale School Onderzoek gepubliceerd. Ruim 85.000 mensen verspreid over heel Nederland hebben de onderwijsenquête ingevuld. Alle uitkomsten zijn online beschikbaar, waarbij je de meningen uit je eigen regio kan vergelijken met die van heel Nederland. Volgens de krant is de belangrijkste conclusie dat ouders meer vakken in het basisonderwijs willen; een meerderheid is voorstander van het verplichten van Engels (79%), omgangsvormen (69%) en omgaan met sociale media (63%).

Dit zijn naar mijn mening de tien andere meest opmerkelijke bevindingen:

  • 56% van de ouders is het eens met de stelling dat scholen in het basisonderwijs alleen nog gezonde traktaties moeten toestaan in de klas, 26% is het hier niet mee eens;
  • 68% vindt dat basisscholen afspraken met leerlingen moeten maken over kleding (bijvoorbeeld het dragen van hotpants, hoofddoeken of petjes), 19% vindt van niet; in het voortgezet onderwijs is dit respectievelijk 70% en 17%;
  • 35% wil op de basisschool ook aandacht voor islamitische feestdagen, voor het voortgezet onderwijs is dat 37%;
  • 20% van de ouders vindt netjes leren schrijven minder belangrijk dan goed leren typen, 69% vindt het tegenovergestelde;
  • 70% is van mening dat scholen in het voortgezet onderwijs alleen nog gezonde snacks aanbieden in de kantine of automaten, van 18% hoeft dat niet zo;
  • 56% denkt dat scholen in Nederland voldoende gebruiken maken van moderne technologie (zoals computers, tablets, smartphones en smartboards), 26% vindt van niet;
  • 54% vindt dat seks op internet/pornografie aan bod moet komen binnen de seksuele voorlichting in het basisonderwijs, voor het voortgezet onderwijs is dat 78%;
  • Voor wat betreft seksuele voorlichting in het VO wordt het thema loverboys/dwang het belangrijkste thema gevonden (86%), daarna soa’s (84%);
  • 90% geeft aan dat scholen meer tijd aan het onderwerp pesten moeten besteden;
  • 66% is het eens met de stelling dat er in de basisschool te weinig mannen voor de klas staan, 8% is het daarmee oneens.

Klik hier voor de overige resultaten. NB  hierboven heb ik de antwoordcategorieën ‘helemaal mee eens’ en ‘enigszins mee eens’ opgeteld, waardoor er afrondingsverschillen kunnen zijn.

[Afbeelding via Adeevee; uit advertentie Xanlite]

CNN duikt in geheime wereld van tieners: “Sociale media als real-time scorebord van 24/7 populariteitswedstrijd” #Being13

CNN-presentator Anderson Cooper (AC360) concludeerde dat iedereen wel een mening heeft over hoe het is om als tiener op te groeien in deze tijd van mobiele apparaten en sociale media, maar dat er weinig onderzoek naar is gedaan. En dus is hij samen met een psycholoog en een socioloog gaan volgen wat 200 jongeren zoal doen op Facebook, Twitter en Instagram. De resultaten van hun analyse van zo’n 150.000 posts zijn gevat in de documentaire Being13: Inside The Secret World of Teens, die op 5 oktober a.s. via CNN te zien is.

In onderstaande video zie je een samenvatting van de uitzending.


“Social media, it’s like an instant barometer of popularity.”

Uit het onderzoek komt naar voren dat middelbare scholieren sociale media zien als een real-time scorebord van een continue populariteitswedstrijd. Ze checken hun accounts meer dan honderd keer per dag. Dat doen ze vaker dan ze zelf berichten plaatsen (sommige tieners maken 200 selfies voordat ze er eentje kiezen om te posten). Het blijkt dat interacties via sociale media er vaak meer toe doen dan face-to-face gesprekken. De lijn tussen de ‘echte’ wereld en de cyberwereld bestaat echter niet meer.

Bijna alle ouders (94%) onderschatten de hoeveelheid ruzies op sociale media. Het is voor hen niet makkelijk dat tieners taal gebruiken die hun opvoeders niet begrijpen. Meer dan een derde van de scholieren geeft toe dat ze doelbewust anderen uitsluiten online, en 15% bekent dat ze ongepaste foto’s hebben ontvangen, waarvan een aanzienlijk deel gebruikt wordt voor ‘wraakporno’.

Anderson, zelf ook niet meer de jongste, belooft dat hij gezinnen praktische adviezen gaat geven hoe om te gaan met de door wifi verbonden tweens. Kortom, een programma om naar uit te kijken.

Being 13 is de opvolger van de bekroonde CNN-rapportage Bullying: It Stops Here (2011).

Update: kijk de volledige reportage hieronder.

Onderzoek AH: ‘Kinderen zijn de baas over de lunchtrommel, maar vinden inhoud ook beetje saai’

Het nieuwe schooljaar is weer begonnen, en dus is het tijd om terug te gaan naar de routine van school. Dat betekent dat er ook weer lunchtrommels klaargemaakt moeten worden. Maar hoe ziet de gemiddelde lunchbox er in Nederland eigenlijk uit? Albert Heijn vroeg ouders en kinderen bij aanvang van dit schooljaar alles over de schoollunch. Wat nemen kinderen mee naar school, hoe belangrijk vinden ouders en kinderen dat de lunch gezond is, hebben ze genoeg inspiratie en hoe ziet de coolste en tegelijkertijd toch gezonde lunch er volgens hen uit?

Driekwart van de kinderen luncht minimaal drie keer per week op school. De standaardlunch van Nederlandse kinderen bestaat uit hartige boterhammen (87%) en vaak ook een zoete (55%) variant. Daar wordt een stukje fruit bij gegeten (54%) en vruchtensap (30%) of water (26%) bij gedronken. Maar wie beslist er eigenlijk wat er in de lunchbox zit? Kinderen blijken de regie in handen te hebben. Volgens 65% van de ouders beslist hun kind mee over de inhoud van de lunchtrommel. Kinderen zeggen zelf nog veel meer invloed te hebben, want volgens 85% van de kinderen beslissen zij wat er mee naar school genomen wordt.

Meer dan acht op de tien ouders is best tevreden over de lunch die ze hun kids meegeven, maar er bestaan ook twijfels. Bijna de helft van de ouders zou meer variatie willen aanbrengen in de lunchtrommel van het kind. Een kwart van de Nederlandse ouders twijfelt over de samenstelling van de lunch en 27% van de ouders vindt het lastig om een gezonde lunch klaar te maken die het kind ook echt lekker vindt. Ook kinderen zijn blij met hun lunch, maar hebben wel wat kritiekpuntjes: ze willen wat meer afwisseling, want hun lunch is vaak hetzelfde en daardoor best wel saai.

Bijna alle ouders (97%) geven aan dat ze hun kind altijd een gezonde lunch meegeven. Niet alleen ouders, maar ook kinderen vinden het belangrijk dat hun lunch gezond is. Dit geeft bijna 8 op de 10 kinderen aan. Meisjes zijn hier serieuzer in dan jongens: 88% van de meisjes hecht belang aan een goede lunch versus 71% van de jongens.

Hoe ziet volgens ouders en kinderen de lekkerste, coolste en tegelijkertijd gezonde lunch er dan uit? Ouders en kinderen hebben in het onderzoek (pdf) beschreven wat hun ideale lunchbox bevat:

  • De lunchtrommel moet inspirerend en gevarieerd zijn; met een creatieve invulling van de lunchtrommel krijgen kinderen plezier in het eten van de lunch;
  • Ouders willen dat de lunch vooral voldoende vezels bevat en de coolste gezonde lunch bevat daarom bij voorkeur volkorenbrood of gezonde crackers;
  • Ook vitamines mogen niet ontbreken in de vorm van groente of fruit;
  • Tegelijkertijd willen ouders niet te veel tijd aan de lunch besteden, dus de lunch moet binnen 5-10 minuten klaar te maken zijn;
  • Kinderen willen heel graag aardbeien, druiven of komkommer meekrijgen;
  • Kinderen vinden het heel leuk als er een verrassing in de lunchbox zit.

Kortom, er valt nog wel wat te verbeteren (hieronder een foto van de ‘standaard’ lunch naast het ideale alternatief).

AH_standaard-vs-Ideaal-lunchtrommel

Ook is gevraagd naar de grootste inspiratiebron voor het samenstellen van de lunchbox. Kinderen zijn de grootste inspiratiebron voor ouders bij het bereiden van hun lunch (40%), op de voet gevolgd door de supermarkt (36%). Bijna vier op de tien ouders staat echter open voor meer gevarieerde lunchideeën. Ze zouden bijvoorbeeld graag een kijkje nemen in de lunchtrommel van de kinderen van bekende Nederlanders. Ouders zijn vooral benieuwd naar de lunchboxes die klaargemaakt worden door Chantal Janzen, Wendy van Dijk, Frans Bauer, Irene Moors en Tooske Breugem. Ook kinderen van 6 t/m 14 jaar zijn gevraagd naar hun inspiratiebronnen. Zij zijn vooral nieuwsgierig naar andermans lunchtrommel en zouden graag eens gluren in de lunchboxes van Enzo Knol, Mees Kees, Freek Vonk, Dirk Kuijt en Nick & Simon.

Onderzoek Voedingscentrum: ‘1 op de 5 ouders heeft last van ongezonde traktaties’

Eén op de vijf ouders ervaart ongezonde traktaties van andere kinderen als belemmering bij het stimuleren van hun kind om gezond te eten en te drinken. Dat blijkt uit een onderzoek (pdf) onder 607 ouders met kinderen van 3 of 4 jaar, dat Motivaction heeft uitgevoerd in opdracht van het Voedingscentrum. De helft van de ouders geeft aan gezonde traktaties mee te willen geven naar school om gezond eten en drinken bij hun kind te stimuleren. Circa de helft van de ouders zoekt naar informatie over gezonde voeding.

Bijna alle ouders (99%) geven aan dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor gezond voedingsgedrag van hun kind. Kinderen zelf, de overheid, andere ouders of de basisschool zijn volgens ouders nauwelijks verantwoordelijk. Opvoeding is de meest populaire manier om gezond voedingsgedrag te stimuleren, gevolgd door het meegeven van gezonde voeding en traktaties.

Dat ouders traktaties van anderen als belemmering ervaren, vindt de woordvoerder van het Voedingscentrum Patricia Schutte niet vreemd: “Kinderen krijgen per schooljaar al gauw 30 traktaties. Wanneer de traktaties dan groot en calorierijk zijn, tikt dat aan. Voor kinderen is snoep namelijk al snel te veel. (…) Ik zie dat er steeds meer aandacht is voor gezonder trakteren. Ook scholen zelf besteden er aandacht aan door bijvoorbeeld een traktatiebeleid te maken. (…) Een traktatie kan beter geen caloriebom zijn, maar gewoon bescheiden of gemaakt van groente en fruit. Een klein cadeautje in plaats van iets eetbaars kan natuurlijk ook. Waarom zou feest samen moeten gaan met te grote porties? Leer kinderen liever dat mooi versierd fruit of een doosje rozijnen feestelijk is. Tover bijvoorbeeld een mandarijntje om naar een vis of maak een vlinder van een rozijnendoosje.”

De meerderheid van de ouders vindt overigens dat hun kind in diverse situaties gezond eet en drinkt. Het meest gezond wordt gegeten en gedronken op het kinderdagverblijf of de crèche (91%), thuis (88%) en op de basisschool (83%). Opvallend is dat een kwart van de ouders niet weet hoe gezond hun kind eet of drinkt wanneer het bij andere kinderen thuis speelt.

Ter inspiratie heeft het Voedingscentrum een boekje samengesteld met 15 ideeën voor ‘toptraktaties’.

Reden om te geloven in neuromarketing?

Als je de nieuwe Disney•Pixar-film Binnenstebuiten* bekijkt, leer je op een laagdrempelige manier de stemmetjes in je hoofd kennen. De emoties afkeer, angst, plezier, verdriet en woede zijn animatiefiguren die de 11-jarige hoofdpersoon advies geven, net zoals ieder ander geleid wordt door zijn of haar emoties. Leuk en leerzaam, want er zijn inzichten uit neurowetenschappelijk onderzoek toegepast. Die inzichten vormen niet alleen voor de doelgroep kinderen interessante kennis, maar ook voor jou en mij.

Een beter begrip van de werking van de hersenen zorgt immers voor een beter begrip van ons doen en laten, wat het makkelijker maakt om daar op in te spelen. Daarom is het enorm zinvol om de ontwikkelingen in de neurowetenschap en de afgeleide toepassingen op het terrein van marketing te volgen. Toch is er veel discussie over het belang en de geloofwaardigheid van neuromarketing, met felle voor- en tegenstanders. Het lijkt bijna religie: je gelooft erin of je gelooft er niet inAls het gaat om neuromarketing heb ik wél het gevoel, de overtuiging zelfs, dat er ‘iets’ is. Er zijn echter talloze redenen om kritisch naar neuromarketing te kijken, dus laten we dat maar ‘even’ doen.

Er valt veel onder deze benaming; van fMRI en EEG tot facial coding, eye tracking, hartslag- en huidgeleidingmetingen — allemaal technieken die tot deze tak van sport marketing gerekend worden, maar die niet allemaal even nauwkeurig meten en niet zomaar met elkaar vergeleken kunnen worden, zelfs tegengestelde conclusies kunnen opleveren. De partijen die een bepaalde methodiek gebruiken, willen alternatieven, met name die van traditionele marktonderzoekbureaus, nog wel eens afkraken. Concurrentie die slecht nieuws brengt, is niet welkom. Wat het niet makkelijker maakt, is dat het precieze inzicht in de complexe techniek van de gehanteerde methoden geheim wordt gehouden, waardoor de resultaten uit een black box komen die alleen door de bedenkers ervan ontsleuteld kan worden. Dat brengt met zich mee dat we neuromarketeers op hun titulatuur en hun blauwe ogen moeten vertrouwen, terwijl hun claims (denk aan alles wat over de ‘koopknop’ beweerd wordt) eigenlijk niet zonder achterliggende berekeningen gemaakt zouden mogen worden. Aangezien het vakgebied nog in de kinderschoenen staat en enig zendingswerk nodig is, lijkt het erop dat er wel eens meer beloofd dan waargemaakt wordt. De focus ligt daarbij vaak op de ‘wat-vraag’ — naar het antwoord op de ‘waarom-vraag’ blijft het gissen. Er worden relatief weinig wetenschappelijk-onderbouwde studies gepubliceerd, waardoor we steeds dezelfde voorbeelden voorgeschoteld krijgen: consumenten kiezen op smaak voor Pepsi maar op merk voor Coca-Cola (de ‘Pepsi-paradox’), de effectiviteit van anti-rookcampagnes is beter te voorspellen met de hersenscanner dan met zelfrapportage, hersenactiviteit laat zien of nieuwe muziek al dan niet een hit gaat worden, en zo is er nog een handvol overtuigende cases die steeds aangehaald worden, maar helaas niet veel meer. Tegelijkertijd halen veel slechte of slecht onderbouwde onderzoeken en publiciteitsstuntjes de media; blogs als Neurobonkers en Neuroskeptic hebben er een flinke kluif aan om nuances aan te brengen in wat er zoal geroepen wordt. Daarnaast zijn er geluiden dat neuromarketing ethisch onverantwoord is en consumenten gemanipuleerd kunnen worden, in onderzoeken te weinig respondenten meedoen en dat de testsituatie (liggen in een MRI-scanner of een EEG-helm op het hoofd) ver afstaat van de realiteit, dat de kosten om in iemands hoofd te kijken hoog zijn en de rol van het bewustzijn groter is dan beweerd wordt, maar daar zijn goede weerwoorden op te geven. 

Samenvattend: er is meer bewijs nodig dat neuromarketing in de praktijk tot een grotere effectiviteit leidt. Kunnen we, als we in de hersenen kijken, consumentengedrag daadwerkelijk beter voorspellen, of beter nog, zorgen dat reclame meer impact krijgt? Hoewel het kan lonen om met neuro-onderzoek aan de slag te gaan en ervaringen op te doen, zou imho op zijn minst elke marketeer en onderzoeker literatuur** over de werking van het menselijk brein moeten lezen. Wie dat gedaan heeft, weet dat mensen niet weten wat ze zullen gaan doen of waarom ze iets gedaan hebben, en dat (onbewuste) processen als eerst-doen-dan-denken en zien-eten-doet-eten relevant zijn om te kennen. Wie zich in dit onderwerp verdiept, snapt niet alleen waarom pubers zich gedragen zoals ze zich gedragen, maar weet ook waarom de ene advertentie beter werkt dan de andere en welke vragen zinloos zijn om te stellen, en kan die learnings meteen toepassen in de dagelijkse praktijk en voortaan een betekenisvolle blik werpen op de verleidingstechnieken in winkels en media). Wat is de invloed van emoties, kleuren, vormen, geuren, gezichtsuitdrukkingen, woorden, beroemdheden en muziek? In het tijdperk van Mad Men werd het antwoord op basis van creatieve genialiteit gebezigd, maar inmiddels zijn ze uitgebreid uitgelegd in tal van lezenswaardige boeken. Doe er je voordeel mee. En denk af en toe terug aan de karakters uit Binnenstebuiten als je twijfelt of beslissingen rationeel of emotioneel genomen worden.

[Dit artikel is ook verschenen in MarketingTribune nummer 13, 2015]

————————————————————————————————————————————–

PS  Ruim twee weken geleden leverde ik bovenstaande tekst aan bij de eindredactie van MarketingTribune, maar dan gaat er nog enige tijd overheen voordat het vakblad op de mat valt. En dan kan het zomaar zo zijn dat ook andere mensen besluiten iets over dit onderwerp te schrijven. In de tussenperiode verschenen bijvoorbeeld een ‘neuromarketing-alert’ van Dion van der Vaart (Eigen & Wijze Internet Marketing) op marketingfacts.nl, een praktijkvoorbeeld van Magnum van Martin de Munnik (Neurensics) op Adformatie.nl en een opiniestuk van Carla Nagel (Neuromarketing Science & Business Association) met de titel ‘do you believe in neuromarketing?’ op LinkedIn, alle drie mooie aanvullingen op (en enigszins overlappend met) mijn tekst. Toeval? Het geeft in ieder geval aan dat het vakgebied leeft is is een mooie illustratie van de constatering dat de discussie tussen neuro-aanhangers en -sceptici op het scherpst van de snede gevoerd wordt.

————————————————————————————————————————————–

*De film Binnenstebuiten (oorspronkelijke titel: Inside Out) draait nu in de bioscopen, en is zeer goed ontvangen bij pers en publiek. Hieronder de Nederlandstalige trailer.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=-eZoI1fTvc4]

**Wie meer wil weten over dit onderwerp kan zich storten op onder andere de volgende boeken:

  • Brainfluence: 100 ways to persuade and convince consumers with neuromarketing – Roger Dooley
  • Brandwashed: Tricks companies use to manipulate our minds and persuade us to buy – Martin Lindstrom (imho een stuk sterker dan Buyology)
  • Cool: How the brain’s hidden quest for cool drives our economy and shapes our world – Steven Quartz, Anette Asp
  • De vijfde revolutie: Omdat hersenwetenschap onze wereld gaat veranderen – Lone Frank
  • De vrije wil bestaat niet: Over wie er echt de baas is in het brein – Victor Lamme
  • Het slimme onbewuste: Denken met gevoel – Ap Dijksterhuis
  • Neuromarketing for dummies – Stephen J. Genco, Andrew P. Pohlmann
  • Predictably irrational: The hidden forces that shape our decisions – Dan Ariely
  • Puberbrein Binnenstebuiten – Huub Nelis, Yvonne van Sark
  • The branded mind: What neuroscience really tells us about the puzzle of the brain and the brand – Erik Du Plessis
  • Quirkology: The curious science of everyday lives – Richard Wiseman