Millennials en hun Smartphone Gewoonten

Onderzoek: Gedrag van de Smartphonegebruiker in 2016

Smartphones en apps hebben een wereld van informatie, producten en diensten binnen handbereik van een generatie jonge mensen gebracht. Deze Millennials bepalen hun eigen entertainment, hun eigen informatievoorziening en vooral ook hun eigen levensstijl.

We hebben toegang tot diensten die ontworpen zijn om ons leven ter plekke makkelijker te maken – van vervoer tot communicatie met vrienden – waar en wanneer dan ook. Maar wat zijn de gevolgen van deze radicaal verbeterde toegang op onze manier van leven? Meer dan de helft van alle Millennials surfen alleen nog op hun smartphone op het internet – onder tieners is dit zelfs een 91%.

Het internet werd geïntroduceerd toen de meeste Millennials nog in de luiers lagen. Niet heel verwonderlijk zijn zij dan ook opgegroeid met internettechnologie en op vrijwel ieder platform zijn zij tegenwoordig de grootste gebruikersgroep. Hun gewoonten zullen de norm stellen voor post-Millennials, die de eerste generatie zal worden die uitsluitend het digitale tijdperk kent.

Dit onderzoek richt zich vooral op drie verschillende leeftijdsgroepen binnen de Millennials-generatie: iGen (tot 22 jaar oud), Leading (22 tot 30 jaar oud) en Generation Y (30 tot 36 jaar oud) Millennials. Het doel van het onderzoek is om meer inzicht te verkrijgen in hun gedrag en houding ten opzichte van smartphones en multimedia.

Doelen van het onderzoek

Het onderzoek van dr-discount en Coupofy uit 2016 onderzocht Millennials en hun smartphone-gedrag met als doel te ontdekken in welke mate het digitale aspect van hun levensstijl van invloed is op hun leven in het algemeen, en de lifestyle-keuzes van deze generatie in het bijzonder.

Het onderzoek keek onder meer naar trends, variërend van de houding van de consument ten opzichte van online winkelen op hun smartphone, tot de gevolgen van hun smartphone-gewoonten op geestelijke gezondheid. Het resulterende verslag geeft inzicht in de verschillende groepen Millennials, hun koopgedrag en hoe deze gewoonten van invloed zijn op de geestelijke gezondheid van deze generatie en hoe zij persoonlijke keuzes maken.

Details uit dit rapport geven onder andere inzicht in het ritme van het persoonlijke leven van Millennials en hoe hun smartphonegebruik van invloed is op hun dagelijks leven. Wist je bijvoorbeeld dat Millenials er hele andere romantische gewoontes op nahouden dan voorgaande generaties en dat hun smartphone-gebruik ook hun rijstijl beïnvloedt? Lees verder voor meer van deze verrassende bevindingen!

Onderzoeksgebied

  • Hoe wordt het koopgedrag van consumenten bepaald?
  • Hoe worden Millennials beïnvloed door toenemend smartphonegebruik?
  • Hoe blijven Millennials op de hoogte van het nieuws en social media?
  • Denken Millennials na over de bijwerkingen van hun smartphonegedrag?
  • Hoe is smartphone-geassocieerd gedrag van invloed op het persoonlijke leven van Millennials?

trendenkidsonderzoek

Benieuwd naar wat de onderzoekers hebben gevonden?

Lees het complete verslag van het Gedrag van de Smartphonegebruikers 2016

 

Ruzies en leuke filmpjes in de groepsapp

‘Kijk eens wat een leuk filmpje, mama.’ Daar krijg ik inderdaad een grappig filmpje van mijn dochter en haar vriendinnen onder mijn neus geduwd. Hun armen versneld draaiend, hun gezichten vervormd met een grappig deuntje eronder. Ook de kat en de cavia hebben geregeld hoofdrollen in haar producties. Mijn 11-jarige heeft de app Musically ontdekt.

Socialemediagebruik

“Ik kan het allemaal niet bijhouden wat ze doen”, hoor ik ouders vaak verzuchten op ouderavonden over het socialemediagebruik van hun kinderen. “Er is iedere week wel iets nieuws.” Dus laten ze het maar gaan en moeten kinderen hun eigen weg op sociale media zien te vinden. Dat is jammer. Het is onmiskenbaar waar dat kinderen de techniek van nieuwe apparaten en apps beter beheersen dan veel ouders. Ook de lol zien zij er direct van in. Maar de inhoud, hoe je bijvoorbeeld met elkaar communiceert per app, is niet altijd meteen duidelijk. Zonder gezichtsuitdrukking en non-verbaal gedrag kun je woorden nogal eens verkeerd uitleggen. Wat zeg je wel en niet in een groepsapp? Wordt een geintje door de ontvanger ook zo ervaren? Welke foto’s van anderen zet je wel en niet in de groep? Wat doe je als je het niet meer zo leuk vindt? Daarin hebben ouders en docenten een belangrijke rol.

Tips en adviezen online

Socialbesitas-logo111Zeker omdat kinderen steeds vroeger een telefoon krijgen (vanaf groep zes). Waarom moet een kind van negen/tien jaar alles alleen uitvogelen? Dan doen we ook offline niet. Dan zitten de meeste ouders er bovenop; we willen weten met wie en waar onze kinderen spelen. Online zou dat ook niet gek zijn. Juist op die leeftijd zijn kinderen heel ontvankelijk voor tips en adviezen. Mits die gegeven worden door ouders/docenten die de lol van de kinderen proberen te snappen. Als je meekijkt, begrijp je ook beter wat wel en niet geschikt is, wordt het gemakkelijker om grenzen te stellen en komen kinderen eerder naar je toe als het misgaat op de appgroep.

En natuurlijk is dat niet eenvoudig. Mijn dochter werd een keer door een klasgenootje voor ‘monchol’ uitgemaakt in de huiswerkgroepsapp, nadat ze had opgemerkt dat het rondsturen van dertig regels aan emoij niet geschikt was voor deze app. Dochter was boos en wilde direct terug appen. Begrijpelijk maar niet echt handig. Na even stoom afgeblazen te hebben, was ze daarna ook wel blij dat ze niet had gereageerd. Hoe lastig is het om je schouders op te halen en je zelfbeheersing niet te verliezen als je gekwetst wordt? Niet alleen voor kinderen. Wij moeten onze kinderen niet het bos in sturen met de boodschap ‘zoek het maar zelf uit op sociale media’. Onze kinderen hebben ons daarbij nodig. Ook als publiek voor de leuke filmpjes en foto’s die ze maken.

Mayke Calis is journalist en tekstschrijver. Ze schreef samen met verslavingsdeskundige Herm Kisjes het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving. Naast haar schrijfwerk geeft ze ook ouderavonden op scholen (po en vo) over socialemediagebruik onder jongeren. www.maykecalis.nl en www.socialbesitas.nl.

Case Spotlight Nickelodeon op MovieStarPlanet

Een virtuele wereld; een mooie omgeving waar je een eigen avatar kunt maken, waar je spelletjes speelt, creatieve uitdagingen aangaat, lekker kunt shoppen en het allerbelangrijkst: waar je vriendschap sluit met leeftijdsgenootjes. Niet voor niks zijn deze platforms populair onder de kids en jongeren doelgroep en tellen deze websites nog altijd maandelijks honderd duizenden bezoekers. Uniek.

 

Voor adverteerders is een virtuele wereld de ideale plek om hun merk te integreren en de interactie aan te gaan met de doelgroep. Integraties binnen een virtuele wereld sluiten naadloos aan op de belevingswereld van de bezoeker en behalen mede daarom mooie resultaten en hoge engagement rates. Een voorbeeld van een populaire virtuele wereld is MovieStarPlanet.

MovieStarPlanet is een virtuele community waar je een eigen filmster kunnen maken. Je kunt de filmster helemaal maken zoals jij wilt, wil je op jezelf lijken of juist helemaal niet? Alles kan! Met deze filmster kom je terecht in de grote stad, hier kun je allerlei leuke activiteiten vinden. Zoals een kleding winkel om je om te kleden, een dierenwinkel om een huisdier uit te kiezen, allerlei spelletjes, een chat en creatieve uitdagingen.

MovieStarPlanet telt maandelijks 650.000 unieke bezoekers en gemiddeld zijn de bezoekers 25 minuten per sessie online. De gemiddelde tijd dat de users de website bezoeken per dag in totaal ligt zelfs op ruim 40 minuten. Een grote groep van loyale spelers die de website dagelijks bezoekt en samen met hun MovieStar vrienden spelletjes speelt.

Nickelodeon heeft er daarom voor gekozen om MovieStarPlanet toe te voegen in hun strategie om hun nieuwe serie “Spotlight” in de spotlight te zetten.

ddg

Mediabureau MEC vroeg ons om voor Nickelodeon een integratie op te zetten binnen dit populaire platform voor hun nieuwe serie “Spotlight”. De serie speelt zich af op een middelbare school voor talentvolle leerlingen. Zij krijgen naast gewone schoolvakken ook les in dansen, zingen en acteren. Er komen regelmatig bekende Nederlanders langs op de middelbare school zoals Enzo Knol, Krystl, Shaker en Kenny B.

De campagne ging van start met een grote Spotlight competitie. De MovieStars werden uitgedaagd om hun talent in te zetten en een Spotlight video, look, kamer of artbook te maken. En dat was niet het enige. Nickelodeon trakteerde de community op een virtueel cadeautje; een exclusief Spotlight t-shirt voor je MovieStar. Ter ondersteuning van de campagne werd de competitie aangejaagd met een newsslider op de activiteitenpagina, kwamen er verschillende statusupdates voorbij die door alle users gelezen worden en er waren verschillende video’s beschikbaar met fragmenten uit de serie. Nickelodeon was gedurende de campagneperiode overal binnen MovieStarPlanet te zien!

De resultaten waren indrukwekkend. Meer dan 200.000 kids ontvingen het exclusieve t-shirt, duizenden kids deden mee met de competitie en de meest creatieve inzendingen wonnen een prijs. De campagne heeft in totaal meer dan 1,5 miljoen waardevolle contactmomenten gegenereerd tussen de doelgroep en Nickelodeon.

Door: Kim Witting
KimEen passie voor online advertising en de kids en jongeren doelgroep en een passie voor virtuele werelden in het bijzonder. Bijna tien jaar geleden begonnen bij goSupermodel – destijds de grootste tienermeiden community van de Benelux – en nu werkzaam bij Yoki Network. Binnen Yoki Network maak ik de slag naar het creëren van een internationaal advertentie netwerk voor kids en jongeren en daarnaast vertel ik graag over alle bijzondere mogelijkheden die onze uitgevers te bieden hebben.

 

Glogster

“Juf! Juf! Zit u ook op Instagram? vraagt een 11-jarige leerling me. ‘Eh…nog niet,’ antwoord ik weifelend. ‘Ik zit al op Pinterest’ zeg ik snel. Ik ben voor naschoolse multimedialessen in groep 7-8 van een Brede School. Aan het gezicht van de jongen kan ik zien dat hij geen flauw idee heeft wat Pinterest is. Niet zo gek, want Pinterest wordt voornamelijk gebruikt door volwassenen vrouwen. Misschien pint zijn groepsleerkracht er wel les- en knutselideeën, wie zal het zeggen.

Glogster

Vandaag geef ik les over Glogster. De groep is druk en vindt het moeilijk om twee minuten achter elkaar te luisteren. Maar hun enthousiasme is aanstekelijk. Met Glogster kun je een digitale poster ontwerpen, met tekst, foto’s en YouTube video’s. Een superleuk alternatief voor een papieren werkstuk! We beginnen met offline brainstormen over interesses en hobby’s. Bij de jongens zijn voetbal en FIFA-games favoriet, de meisjes kiezen voor mode en landen. Ik deel woordwolken uit waarop ze trefwoorden noteren, die ze straks nodig hebben voor het zoeken naar geschikte informatie, afbeeldingen en filmpjes.

Informatievaardigheden

Ik hoop altijd dat ze in de bovenbouw enigszins informatievaardig zijn, m.a.w. dat ze informatie kunnen zoeken, vinden, kritisch beoordelen en verwerken. De praktijk blijkt compleet het tegenovergestelde. Geen van de kinderen weet hoe ze een afbeelding moet opslaan, laat staan of ze de afbeelding mogen gebruiken. Ik vraag ze wie kan uitleggen wat auteursrecht is. Tien paar ogen staren me glazig aan. Ik besluit ter plekke dat het anders moet. Ook al zijn ze hier in hun vrije tijd, ik leer ze graag nog iets bij, wat hun Glogs bovendien ten goede komt. De helft van hen gaat volgend schooljaar naar het VO. Hoe moet dat als je gewend bent om klakkeloos informatie van internet te kopiëren, geen zoekcommando’s kent en al eerste Google ads aanklikt bij je zoektocht naar informatie?

Google foefjes

mediaVeel tijd voor informatievaardigheden heb ik gezien mijn programma helaas niet. Ik beperk me tot praktische trucjes zoals Zoeken in afbeeldingen en zoektermen combineren. Informatievaardigheden behoren tot de 21st century skills, maar op veel basisscholen worden deze slechts mondjesmaat aangeleerd. In de gastlessen die ik daarover geef, gaan we aan de slag met zoekvragen formuleren, betrouwbare websites beoordelen en leer ik ze foefjes voor zoeken in Google. Ook laat ik ze kennis maken met kinderzoekmachines zoals jeugdbieb.nl en jouwzoekmachine.nl. Van kinderzoekmachines hebben kinderen vaak nog nooit gehoord. In dit klaslokaal is het niet anders.

Slimmer zoeken

Na vijf donderdagmiddagen zit mijn lestijd erop. De kinderen presenteren hun Glogs aan elkaar. Het gevoel bekruipt me dat er zoveel meer in had gezeten als ze goed de weg hadden geweten op internet. Ik heb ze gefrustreerd zien ronddwalen op Google, niet wetende hoe een URL te kopiëren of een plaatje op te slaan. Ze willen dat graag onder de knie krijgen, maar wie leert het ze? Ouders en leerkrachten hebben hierin een belangrijke taak. Een mooie start is het lezen van de brochure Slimmer zoeken. Informatievaardigheden op de basisschool. Is een goed begin immers niet het halve werk?

Door: Eliane Groenendijk

elianeNa 15 jaar in diverse functies in de gezondheidsvoorlichting heb ik sinds 2012 mijn eigen praktijk MediaSwitch. Ik geef workshops, gastlessen en ouderavonden over mediawijze thema’s in o.a. het basisonderwijs en de (jeugd)gezondheidszorg. Daarnaast werk ik als cultuurmakelaar bij Sport & Welzijn en communicatiemedewerker voor o.a. het Unicef Kinderrechten Filmfestival.

Twitter @ElaineGreendike
Facebook www.facebook.com/MediawijsmetMediaSwitch/

Pica Typen: cursus en campagne samen met kinderen en leerkrachten ontwikkeld

Afgelopen weekend zag ik een artikel van Z24 langskomen waarin het aanbod van typecursussen voor kinderen vergeleken werd. Handig, want er lijkt steeds meer keuze te zijn, en de verschillende aanbieders laten dagelijks van zich horen in de reclameblokken rondom populaire jeugdprogramma’s. Op dit moment zie je niet alleen spotjes van bijvoorbeeld TypeTopia, LOI Kidzz en DuckTypen langskomen, maar ook de vermakelijke campagne voor de compleet vernieuwde typecursus van Pica Typen (onderdeel van Blink Uitgeverij).

Laatstgenoemde betreft een typecursus waarbij kinderen al typend de wereld rondreizen; elke dag ontdekken ze verbazingwekkende en grappige weetjes. Er is een serie van acht tv-commercials gemaakt, waarin steeds een ander weetje centraal staat. De leuke korte filmpjes (10 seconden) worden steeds in een serie van drie uitgezonden. Een negende, wat langere video vertelt iets over de cursus en verwijst naar een proefles.

De typecursus en de campagne zijn samen met kinderen en leerkrachten ontwikkeld — vanaf de tekentafel (co-creatiesessies) tot en met de commercials die nu op televisie (en hieronder) te zien zijn. Over de Mount Erebus op Antarctica die goudkristallen uitspuugt, schetenruikers in China, een regenbui van kikkers en de geboorte van een giraffe — leerzaam hoor! 

[Creatie door Met de jeugd… (Alies Kool & Anilda da Cruz), productie door Urrebuk]

Technologieverslaving jongeren in minimalistische posters gevat #This_Generation

De Engelse student Ajit Johnson Nirmal heeft een serie minimalistische posters op zijn Facebook-pagina gepost die het delen waard zijn. Onder de noemer #This_Generation verbeeldt hij op een felrode achtergrond de technologieverslaving van de huidige generatie jonge mensen. Niet alle posters zijn even geslaagd, maar die hieronder zou je zonder problemen in een presentatie kunnen opnemen. Wat kort door de bocht misschien, of op z’n minst vooroordeelbevestigend, maar met een knipoog gebracht.

Aan onze jongeren de schone taak om het tegendeel te bevestigen, en te laten zien dat er heus wel andere prioriteiten dan internet en selfies zijn. ;-)

thisgeneration5

thisgeneration3

thisgeneration8

thisgeneration7

thisgeneration2

thiisgenerationx

[Klik hier voor meer plaatjes; via Neatorama]

Kinderen ontwerpen hun stad van de toekomst in wereldwijde ‘Design-a-thon’

Morgen (15 november 2014) zullen 150 kinderen tegelijkertijd, in Nairobi, Dublin, Amsterdam, Berlijn, Rio de Janeiro, gezamenlijk hun stad van de toekomst ontwerpen. Tijdens de eerste, van een reeks, wereldwijde ‘Design-a-thons’ voor kinderen leren kinderen omgaan met de methode van ontwerpend leren met gebruik van nieuwe technologie, zoals Arduino en LittleBits. Deze aanpak combineert Design thinking en Makersonderwijs, die beiden wereldwijd terrein aan het winnen zijn in het onderwijs.

Belangrijkste doel van de Design-a-thon is om dit nieuw type onderwijs te demonstreren aan ouders, onderwijzers en beleidsmakers; om deze manier van maken en leren in toenemende mate te integreren in het dagelijkse onderwijs; om kinderen beter voor te bereiden op de continu veranderende en steeds complexer wordende wereld.

Initiatiefnemer Emer Beamer heeft de afgelopen 15 jaar een groot aantal design-gerichte onderwijsprojecten gerealiseerd in Afrika, Zuid-Amerika en Azië met de stichting Butterfly Works. Gedreven door haar achtergrond als interaction designer en haar wil om alle kinderen een kans te bieden, heeft zij duizenden kinderen aan kennis en werk geholpen. Met haar nieuwe bedrijf Unexpect wil zij kinderen over de hele wereld bereiken. Bovendien maakte zij haar onderwijsmethode geschikt voor jongere kinderen. Deze is vereenvoudigd naar 4 stappen: ‘onderzoek doen’, ‘bedenken en schetsen van je idee’, ‘bouwen van een prototype met motors, sensors, en andere nieuwe techniek’ en ‘presenteren van je idee’.

designathonprocedure

“We vergeten kinderen vaak om hun mening te vragen. Stel ze de vraag: ‘Wat zou je het liefst veranderen in de wereld, en hoe zou je dat aanpakken?’. Dan roepen ze niet ‘meer speelgoed!’, maar willen ze een 3D-printer ontwikkelen om de honger op te lossen, of een zelf-schrijvende pen ontwikkelen voor kinderen met dyslexie. Als je kinderen de juiste vraag stelt, hen de ruimte geeft voor hun fantasie, en ze met een ontwerpend leren methode en technologie helpt om een oplossing te bedenken, dan kunnen wij heel veel van hun leren.” [Emer Beamer]

designathonmethode

Het evenement op 15 november is de wereldwijde introductie van deze ‘future-proof’ onderwijsmethode. De 150 kinderen zullen dan hun stad van de toekomst ontwerpen rondom mobiliteit, voeding en afval. Hoogtepunt op de dag is het moment waarop alle kinderen elkaar ontmoeten via Skype en hun ontwerpen en ideeën uitwisselen.

De Design-a-thon wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Doen, Amsterdam Smart City, Motivaction, FreedomLab, Software Improvement Group, Yoxi en IXDS, en gesteund door Daan Roosegaarde, Ralien Bekkers, Jeroen van Erp en Gesche Joost.

Wint de mens het van de technologie? #digital2human

Vanmiddag stelde Steven Van Belleghem zijn nieuwe boek When digital becomes human voor, in een overvolle zaal bij SRM in Amsterdam. Zoals gebruikelijk bij Steven was het een visueel fraaie presentatie, een vermakelijk verhaal met leuke voorbeelden, en inhoudelijk nog tot nadenken (en tot discussiëren, merkte ik na afloop) aanzettend ook. Het ging over onder andere Frozen (user-generated video’s zorgden voor meer verbinding), Knight Rider (een nieuw Tesla-model maakt veel mogelijkheden van de auto uit de tv-serie werkelijkheid), ‘dronies‘ (selfies kunnen echt niet meer, maar met een drone scoor je punten op het schoolplein), robots (ze pikken banen in, maar maken heel veel zaken makkelijker/beter, van operaties in het ziekenhuis tot stofzuigen thuis), bloemen (callcenter-medewerkers moeten de vrijheid hebben om voor een verrassing bij klanten te zorgen) en vriendelijkheid (“de meest onderschatte marketingstrategie”) — je had erbij moeten zijn.

In het boek wordt de dubbele transformatie waar klantenrelaties voor staan beschreven. Enerzijds moet iedereen digitaal, anderzijds is het menselijke aspect belangrijker dan ooit. Digitaal wordt een hygiënefactor, mensen kunnen emotie toevoegen — beide zijn belangrijk. Mooier verwoord, overgenomen van de slides: “Computers personalize, humans make it personal. Computers predict, humans surprise. Computers deliver, humans over-deliver. Computers confirm, humans smile.” Hoe sterker de emotionele relatie, hoe groter het succes, aldus Steven.

Hij toonde onderstaande commercial om dit te illustreren (je zag deze video hier een paar maanden geleden ook al, maar hij kan best nog een keer toch?). De kracht van emotie is groter dan de macht van technologie, maar voor een succesvolle toekomst zijn beide essentieel.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=PmCDxY2lJAE]

Zie voor meer info over het boek bijvoorbeeld dit betoog bij Emerce of deze recensie op Marketingfacts.

Update (7/11): klik hier voor de slides van de presentatie.

In gesprek over Socialbesitas

Je vervelen hoeft met sociale media nooit meer. Heerlijk om jezelf te verliezen in berichten op Twitter en grappige filmpjes op Facebook. Wachten op treinen en bussen én daarin vervoerd worden is minder vervelend geworden. Verdiept in hun telefoon, houden medereizigers eindelijk hun mond. Deze trouwe vriend is tenminste altijd bij ons. Toch raken we geïrriteerd als hij niet doet wat wij willen of als de verbinding wordt verbroken in een weiland of tunnel. En dringt hij zich soms hinderlijk op als we net even met iets anders bezig zijn.

Ons brein vindt sociale media fijn. Iedere keer dat we bevestigd worden door leuke reacties op onze spitsvondigheden in 140 tekens maken onze hersenen dopamine aan. Dan voelen we ons prettig. Dus laten we ons keer op keer verleiden om toch even te kijken, terwijl we bezig zijn met iets anders. Vooral jongeren kunnen daar last van hebben. Het zijn immers vrienden die staan te dringen op de groepswhatsapp. Vrienden waar ze graag bij willen horen. Dat is van levensbelang voor pubers, die nog moeten uitvinden wie ze zelf zijn en waar ze bij willen horen. De norm is reageren en wel onmiddellijk. ‘Tien minuten niks horen vind ik lang’, zegt een 15-jarig meisje.

De druk om overal op te reageren, altijd bereikbaar te zijn en alles te volgen noemen we socialbesitas. Het moet omdat iedereen het zo doet. Als ouders of docenten het gedrag niet begrenzen gaat het maar door. ‘Ze moeten er toch mee leren omgaan’, zeggen de ouders. Of: ‘Zijn smartphone gaat mee naar bed als wekker’. Zestig procent van de jongeren neemt zijn telefoon ’s avonds mee naar de slaapkamer en kijkt er voor het slapen gaan nog op (bron: Jongerenpanel Eén Vandaag, 25-3-2014). Vroeger had je ’s avonds af en toe één vriendje over de vloer, nu heb je iedere avond de hele klas thuis en de hockeyclub erbij. Docenten klagen dat veel leerlingen overdag moe zijn en dat hun resultaten achteruit gaan. Ach, ze moeten er gewoon mee leren omgaan.

Ouders en docenten vinden het moeilijk om jongeren te begrenzen op sociale media omdat ze er zelf vaak te weinig van weten of omdat ze het zelf ook veel te leuk vinden. Toch geven jongeren aan dat ze graag door ouders begrensd willen worden (bron: Calis & Kisjes Socialbesitas, 2013). Maar wel met kennis van zaken. Jongeren willen graag praten over conflicten op de groepswhatsapp, over scheldpartijen op Twitter en over die ene kennis van wie de naaktfoto eindeloos is doorgestuurd. Maar dan wel met ouders die het verschil weten tussen Tinder en Snapchat.

Dus leg die telefoon af en toe weg. Ook ouders, die vaak te pas en te onpas op hun telefoon of iPad zitten te turen. Nee, maar dat is werk. ‘Dit is even écht belangrijk, jongens’. Nee echt belangrijk is een goed gesprek met je kinderen over wat die telefoon teweegbrengt in hun jonge levens.

Ruim 1.300 teams vmbo’ers strijden om finaleplek uitvindwedstrijd ‘Yougi Zoekt’

Hoe leuk! Al meer dan 1.300 teams van eerste-en tweedejaars vmbo-leerlingen hebben zich aangemeld voor de uitvindwedstrijd Yougi Zoekt. Via een online stemming kunnen de teams de komende weken een ticket naar de regiofinales verdienen. De wedstrijdopdracht: bedenk een technische oplossing voor een maatschappelijk of alledaags probleem. Doel van de uitvindwedstrijd is de vmbo’ers spelenderwijs kennis te laten maken met techniek. Alle teams en hun ideeën zijn te vinden op de website yougizoekt.nl.

“We zijn enorm trots dat er inmiddels meer dan 1.300 deelnemende teams meedoen. Er wordt momenteel veel gestemd en de teams zijn superfanatiek. Dat komt mede doordat we de vmbo’ers serieus nemen. En ze vanuit hun eigen belevingswereld ideeën laten bedenken. Deze uitvindwedstrijd laat zien dat techniek niet alleen heel divers en breed is, maar ook veel leuker dan de meeste jongeren denken.” [Rianne Cuppen, brandmanager van YouTech]

De aftrap van de eerste editie van Yougi Zoekt vond plaats in oktober 2013. Op vmbo-scholen door heel Nederland kregen de leerlingen een korte inspiratieles over techniek, waarin ze zelf konden beleven dat techniek overal om ons heen is, bijdraagt aan een betere wereld en dat techniek prima carrièremogelijkheden biedt. Daarna gingen de teams aan de slag met hun eigen technische idee. Op een eigen pagina op yougizoekt.nl kunnen de deelnemers hun ideeën (van een elektrobike tot een app om te stoppen met roken) presenteren om zo veel mogelijk stemmen in de wacht te slepen.

De deelnemers zijn ingedeeld in zes regio’s. De eerste stemronde sluit op 12 februari. Dan is duidelijk welke teams bij de regionale top 20 horen. Die selectie wordt na beoordeling door drie regiocoaches en het tellen van de publieksstemmen teruggebracht tot een top 5.  Die teams nemen het tegen elkaar op tijdens de regiofinales in maart. De winnaars van die regiofinales plaatsen zich uiteindelijk voor de landelijke finale op zaterdag 17 mei 2014, tijdens de Shell Eco Marathon in Ahoy Rotterdam.

Organisatie
De wedstrijd wordt georganiseerd door YouTech, een platform waar jongeren tussen de 10 en 15 jaar in aanraking kunnen komen met techniek. YouTech is een campagne van TechiekTalent.nu, een samenwerkingsverband van acht technische bedrijfstakken in Nederland voor meer instroom en behoud van (jonge) mensen in de techniek. Zo werd vorig jaar het jongerentrendboek TechKnow 2013 gepubliceerd, bedoeld om technische bedrijven handvatten en tips te geven voor een goede communicatie met (nieuwe) jonge werknemers.

In 2012 was er een soortgelijke wedstrijd onder de naam Het Techniek Talent. Ook toen zijn veel goede ideeën ingebracht.

Trendboekje ‘TechKnow 2013’ om jongeren voor techniek te enthousiasmeren

Afgelopen week is het jongerentrendboek TechKnow 2013 (pdf) gepubliceerd, bedoeld om technische bedrijven handvatten en tips te geven voor een goede communicatie met (nieuwe) jonge werknemers. Hoe kom je met jongeren in contact, wat houdt hen bezig en hoe zijn ze te enthousiasmeren voor de techniek? Op die vragen geeft de uitgave van TechniekTalent.nu antwoord. TechKnow is gebaseerd op het Bètamentality-model, dat verschillende typen jongeren onderscheidt, die ook uiteenlopende motivaties hebben om voor techniek te kiezen.

“We proberen vooral de jongeren te bereiken die nog niet vanzelfsprekend voor techniek kiezen, maar er wél interesse voor hebben. Die aandacht wekken is één van de hoofddoelen van het Techniekpact. TechKnow biedt goede handvatten aan bedrijven om zó te communiceren dat het aansluit bij de leefwereld van jongeren. Dat is wezenlijk om de komende jaren voldoende instroom voor de technische sector te realiseren.” [André van der Leest, TechniekTalent.nu]

Er kiezen momenteel te weinig jongeren voor een technische opleiding en carrière. Om Nederland concurrerend te houden zijn talenten nodig, veel talenten. Bovenop de verwachte instroom vanuit het onderwijs kunnen bedrijven uitdagend werk bieden aan duizenden extra technici. Tegelijk gaat de komende jaren een groot aantal technici met pensioen. Het Techniekpact moet de samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven bevorderen, de kwaliteit van het techniekonderwijs verbeteren en bij meer jongeren belangstelling wekken voor techniek.

Een eerste editie in 2011 had vooral tot doel het technische bedrijfsleven bewust te maken van de noodzaak om meer jongeren geïnteresseerd te krijgen in de techniek. De tweede uitgave is praktischer geworden met meer voorbeelden en tips. TechKnow is gratis te bestellen op www.techknow.nu. De publicatie is gemaakt door YoungWorks.

Augmented reality brengt Fred&Ed op verpakkingen tot leven

Kindermerk Fred&Ed* introduceert een verpakkingsinnovatie. Door de camera van een smartphone of tablet boven de verpakking te houden, komen de characters door toepassing van 'augmented reality' driedimensionaal tevoorschijn. Op de Fred&Ed-vlokkiesverpakking zitten bovendien drie knoppen, waarmee Fred&Ed door gebruikers zelf te bedienen zijn. De benodigde Fred&Ed-app is gratis te downloaden via de Google Play Store en de App Store, binnen de applicatie is het vervolgens een kwestie van het kiezen van de Showtime-knop.

De AR-toepassing is het vervolg op de introductie van de 'pratende verpakkingen' in 2012. Toen werd de 'digitaal watermerk'-technologie in de verpakkingen verwerkt, een code die voor het oog onzichtbaar is, maar met de camera van een smartphone of tablet wel gevonden wordt middels de Fred&Ed-app. Deze leidt elke dag naar een nieuwe animatiefilmpje van Fred&Ed, waarin ze de 'Lach van de Dag' laten zien.

*Fred&Ed is een merk van Food Sense dat zich richt op kinderen in de leeftijd van 5-12 jaar. Het assortiment bestaat onder andere uit tubes broodbeleg, vlokkies, siropen, smaakwaters, groente- en fruitsnacks, brood en tussendoortjes. Alle Fred&Ed verpakkingen zijn uitgerust met deze nieuwe technologie, waarvoor wordt samengewerkt met Vignet 'D.

Microsoft zoekt hernieuwd contact met kinderen van de jaren ’90 voor nieuwe Internet Explorer

Niets zo lastig als een negatieve attitude ombuigen in een positieve. Dit is een geslaagde poging. Microsoft scoort met een online video van ruim anderhalve minuut waarin op vermakelijke wijze wordt teruggeblikt op de jaren '90 van de vorige eeuw. Deze moet de boodschap overbrengen dat Internet Explorer niet van gisteren is ("You grew up, so did we"). Met de nodige zelfspot wordt verwezen naar de Tumblr-pagina The Browser You Loved To Hate, waar hoopvol gedeeld wordt dat er mensen zijn die de nieuwe browser waarderen.

De nostalgische #childofthe90s-video is op YouTube binnen een dag meer dan een miljoen keer bekeken; de mogelijkheid om een reactie te plaatsen is uitgeschakeld, maar bij 94% van de beoordelingen gaat de duim omhoog. Ook de bekende (marketing)bloggers strooien met complimenten: "a delightful trip down memory lane" (Mashable), "Microsoft sure knows how us to get us reminiscing" (TIME), "unusually thoughtful and quirky" (AllThingsD), "een belachelijk toffe commercial" (Domien Verschuuren), "zou bijna weer Internet Explorer gaan gebruiken" (Elger van der Wel), "a pretty brilliant marketing ploy" (CinemaBlend), "een must see voor alle 90’s kids" (Marketingfacts), enzovoort.

"You might not remember us, but we met in the '90s. Reconnect with the NEW Internet Explorer."

[Creatie door Column Five]

Hi brengt de veranderingen in mobiel gedrag in beeld (om klanten te behouden). Leuk!

"Uit de reacties blijkt dat soms onduidelijk is waarom de nieuwe abonnementen worden geïntroduceerd. Met dit bericht wil Hi helderheid scheppen over de achtergrond."

In juli kondigde KPN duurdere mobiele abonnementen aan. Niet voor niets, want door het succes van apps als Skype en Whatsapp liepen de inkomsten terug. Een storm van kritiek was het gevolg, wat zomaar klanten zou kunnen kosten. Met onder andere dit verrassend vermakelijke filmpje wordt nu een poging gedaan om de attitude ten opzichte van Hi weer ten positieve te keren.

Wat mij betreft een slimme zet om zo snel en op zo'n leuke en duidelijke wijze de markt aan te spreken.

Uit het persbericht: "Door de opkomst van mobiel internet en smartphones gebruiken jongeren hun mobiel nu op een andere manier dan vroeger. Deze nieuwe ontwikkelingen bieden hen vrije toegang tot online content, zoals muziek en films, en meer mogelijkheden om met elkaar te communiceren. De mobiel wordt steeds meer een verlengstuk van de identiteit van bellers. Jongeren staan constant met elkaar in contact. Ze staan nooit uit. Het maakt niet uit hoe jongeren hun mobiel gebruiken, Hi verandert mee." 

De telecommer ziet zes redenen waarom Hi-gebruikers meer mobiel zijn gaan internetten in plaats van bellen:

 

Het pijnpunt zit 'm in de kosten. Simpel gezegd: de doelgroep wil zo weinig mogelijk betalen, maar KPN wil (meer) winst blijven behalen.

Uit onderzoek (pdf) van MARE Research blijkt dat weinig jongeren precies weten hoe het zit met de veranderingen met betrekking tot mobiel internet. Uitleg over betalen per MB is vereist om het begrijpelijk (en acceptabel) te maken. En da's precies wat KPN doet in infographics (zie hier en daar) en in bovenstaande video.

Interessante PR-case!