Literatuur, Media

Boek Patti Valkenburg over schermgaande jeugd: ‘Mediagebruik hoeft geen struikelblok in opvoeding te zijn’

Waarom zijn veel jongeren vergroeid met hun smartphone? Is gamen slecht voor de ontwikkeling van kinderen? Zijn de effecten van seks in de media alleen maar schadelijk? Veel ouders tobben met de vraag of ze hun kinderen moeten beschermen voor hun mediagebruik en hoe ze dat het beste kunnen doen. In haar nieuwe boek Schermgaande jeugd bespreekt Patti Valkenburg, universiteitshoogleraar Media, Jeugd en Samenleving aan de UvA, de laatste stand van zaken rond het gebruik, de aantrekkingskracht en de effecten van media onder kinderen.

Jongeren zitten iedere dag zes uur voor een scherm, meer tijd dan ze op school doorbrengen. Valkenburg laat zien dat de meeste kinderen baat hebben bij de nieuwste generatie schermmedia: hun cognitieve en sociale vaardigheden nemen toe, en hun vriendschappen en zelfvertrouwen worden gestimuleerd. Bij een kleine groep gaat het echter minder goed. Deze kinderen vertonen aandachtsproblemen en online risicogedrag. Ze worden gepest, of raken verslaafd aan games of sociale media. Ook kunnen zij agressief en opgefokt raken van gewelddadige games. Vijf procent van de jongeren is verslaafd aan games.

“In het maatschappelijk debat wordt gamen regelmatig verward met pathologisch gamen. Het is belangrijk om een duidelijk onderscheid te maken, want de sociale effecten van gamen liggen anders voor gameverslaafden dan voor normale gebruikers. Gamen gaat in het algemeen samen met minder eenzaamheid, terwijl pathologische gamers wel vaak eenzaam zijn en die eenzaamheid neemt toe naarmate de verslaving toeneemt.”

Tieners dulden niet gemakkelijk inmenging in hun mediagebruik, omdat ze menen dat het – net als vrienden en kleding – binnen hun persoonlijke domein valt. Dit maakt dat veel ouders het reguleren van het schermgedrag van tieners moeilijk vinden. Valkenburg sluit haar boek daarom af met een aantal op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde adviezen voor een proactieve mediaopvoeding. In zo’n opvoeding zijn er duidelijke afspraken over gedragsregels, die passen bij het ontwikkelingsniveau, en die consistent worden gehandhaafd.

“Omgaan met de verleidingen van smartphones, games en apps vereist zelfcontrole. Als je je kind hierbij wilt helpen, werkt een autonomie-bevorderende opvoeding het beste. Bijvoorbeeld: geen apparaten aan tafel tijdens het eten of geen telefoon na een bepaalde tijd in de avond. Maak deze afspraken bij voorkeur vóórdat de smartphone, game of app wordt aangeschaft.”

Ze benadrukt ook het belang van het voorkomen van gewoontevorming: “In de kindertijd kan mediagebruik – net als veel ander gedrag – al snel een gewoonte vormen. Als dat gebeurt, is het nog maar moeilijk af te leren. Een mediaopvoeding is pas proactief als deze erop gericht is te voorkomen dat tieners de gewoonte vormen om altijd bereikbaar te zijn.”

Updates:

  • (3/12): In een interview met Mijn Kind Online legt Patti Valkenburg uit dat ze met dit boek ouders vooral hoop wil meegeven: “Je hoort van zoveel ouders dat de opvoeding zoveel moeilijker is geworden en dat ze enorme moeite hebben het mediagebruik van hun kinderen binnen de perken te houden, vooral bij pubers. Maar uit het wetenschappelijk onderzoek dat er nu ligt, blijkt dat er over het algemeen best hoop is.”
  • (10/12): In een interview met de Volkskrant lezen we dat de meest gestelde vraag aan Patti Valkenburg is wat ouders moeten doen: “Kinderen en jongeren verschillen onderling sterk. Dus zeg ik tegen ouders: u kent u kind het beste, u ziet hoe het reageert op enge films of een heftige game. Ouders zijn de eerste verantwoordelijken. Als je kind onrustig of bang wordt, dan laat je het toch niet kijken?”
Previous ArticleNext Article

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *