[Recensie] Boek ‘Overgewicht en obesitas bij kinderen’ van Edgar van Mil en Arianne Struik in 10 oneliners

Overgewicht bij kinderen is een veelvoorkomend probleem dat veel aandacht in de media krijgt. Iedereen heeft verstand van dit onderwerp en tegenstrijdige adviezen scheppen verwarring. Gelukkig is er hulp: kinderarts/endocrinoloog Edgar van Mil en ontwikkelingspsycholoog/systeemtherapeut Arianne Struik schreven het boek Overgewicht en obesitas bij kinderen (ondertitel: Verder kijken dan de kilo’s), en dat maakt veel duidelijk. Zij betogen dat overgewicht meestal geen ziekte is, maar een natuurlijke reactie van het lichaam op een dikmakende omgeving.

Volgens de auteurs worden we in onze moderne westerse samenleving gestimuleerd om inactief te zijn en meer te eten dan nodig is (NB kidsmarketing wordt wel eens als veroorzaker van obesitas genoemd, maar woorden als marketing of reclame komen in de ruim 300 pagina’s die dit boek telt niet voor). Er is een evolutionaire verklaring: overgewicht was duizenden jaren geleden een noodzakelijke situatie die onze soort heeft geholpen om te overleven. In de tijd van onze verre voorouders was het namelijk in het voordeel van het voortbestaan van de mens om te veel te eten en extra voorraden op te slaan in de vorm van vetweefsel. Deze reactie is niet meer wenselijk nu voeding bijna onbeperkt verkrijgbaar is, maar het mechanisme werkt nog steeds (een overdaad aan eten zorgt voor een geluksgevoel): kinderen met overgewicht zijn eigenlijk betere overlevers, maar in de huidige maatschappij hebben ze een probleem.

Hoewel er niet één oorzaak van overgewicht is, zal in veel gevallen de oplossing te vinden zijn in een levenslange leefstijlverandering, wat betekent dat ouders hun gedrag moeten veranderen (het goede voorbeeld geven, grenzen stellen), en dat aan hun kinderen overdragen in de opvoeding (bij voorkeur zo vroeg mogelijk in de kinderjaren). Wie wil afvallen, moet minder energie opnemen dan er wordt gebruikt. Het eten van zout, zoet of vet voedsel geeft echter een fijn gevoel en is lastig te weerstaan als dit volop beschikbaar is, en kinderen voelen zelf niet aan wanneer ze genoeg hebben gegeten. Suikers zijn potentieel schadelijk, snoepen is per definitie niet gezond, frisdrank is in feite vloeibaar snoep. Zuivelproducten zijn wél een goede keuze, water is dé dorstlesser. Dagelijks meer lichamelijke activiteit vormt de basis om overgewicht aan te pakken. — Zomaar enkele belangrijke bevindingen uit Overgewicht en obesitas bij kinderen die opvoeders zich moeten beseffen. Aangezien heel veel ouders zorgen die uitgesproken worden over het gewicht van hun kind overdreven vinden en geneigd zijn het probleem te bagatelliseren, is een eerste uitdaging om hen daarvan te overtuigen.

Het boek is bedoeld voor professionals in de gezondheidszorg, zoals kinderartsen, huisartsen, verpleegkundigen, diëtisten, maatschappelijk werkers, psychologen en fysiotherapeuten. Daarnaast is het een nuttig naslagwerk (het mag geen handboek genoemd worden) voor het gezin zelf. Geen gemakkelijke kost, maar ook goed te volgen voor lezers die (net als ondergetekende) na een paar jaar biologieles op de middelbare school zijn afgehaakt. Een enorme hoeveelheid wetenschappelijke literatuur en richtlijnen, gecombineerd met praktijkervaring van de auteurs, wordt in begrijpelijke taal verwoord en vertaald naar een praktische aanpak (de specialistische medische delen, bijvoorbeeld over de stofwisseling of over orexigene zenuwen, mogen overgeslagen worden). De uitgave is leesbaar, interessant én leerzaam, een knappe prestatie van de auteurs gezien de omvang, zwaarte en tegenstrijdigheden van het onderwerp. 

In 12 hoofdstukken wordt uitgelegd waarom overgewicht een chronisch probleem is en door welke van de vele risicofactoren het te voorspellen is, welke lichamelijke en medische oorzaken er zijn en welke psychische aspecten een rol spelen, hoe het zit met voeding en beweging, en welke mogelijkheden en kansen er zijn om het probleem aan te pakken. Naast de onderbouwde feiten worden praktijkvoorbeelden beschreven en is een groot aantal adviezen opgenomen. In de tekst worden de belangrijkste zaken nog even kort en krachtig benadrukt in een kadertje (om een voorbeeld te noemen: ‘Streng lijnen is op geen enkele leeftijd wenselijk’). Het boekt eindigt met de antwoorden op 24 frequently asked questions als ‘snoepen kun je toch niet afnemen van kinderen, dat kun je ze toch niet aandoen?’ (‘Jawel hoor, waarom niet?’). Ter ondersteuning zijn werkbladen en voorbeeldmateriaal online beschikbaar. Het volgen van de stappenplannen uit het boek zal overigens de nodige inspanning vergen.

De publicatie wekt de indruk compleet te zijn, met een uitgebreide uitleg, een blik van verschillende kanten, heldere conclusies, vele nuances, enzovoort, waar bovenstaande beschrijving geen recht aan kan doen. Om een iets betere indruk van de inhoud te geven, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘Er zal geen pil komen om deze ziekte te genezen, en voor de aanpak van overgewicht is het noodzakelijk om het juist niet als ziekte te zien, maar als een normale reactie op een abnormale omgeving.’ (pagina 24)
  • ‘Bij zowel kinderen als volwassenen geldt dat de energie-inname en het energieverbruik samen een weegschaal vormen die in balans moet zijn.’ (26)
  • Veel ouders en kinderen realiseren zich het belang van voldoende slaap voor de energiehuishouding niet, maar slapen is een zeer actieve bezigheid.’ (54)
  • ‘De meeste kinderen met overgewicht zijn of worden gepest en vrijwel allemaal rapporteren zij dat het ergste effect van hun zwaarlijvigheid te vinden.’ (82)
  • ‘Als er al een dikmakend voedingspatroon aanwezig is in het gezin, krijgen de kinderen dit bijna letterlijk met de paplepel mee.’ (108)
  • ‘Als kinderen met overgewicht gezonder gaan eten, vallen ze niet alleen af maar gaan ze zich ook beter voelen.’ (123)
  • ‘Hoewel ouders het sociale aspect van het terugbrengen van het aantal snoepmomenten lastig vinden, bijvoorbeeld vanwege traktaties op school, is het minder snoepen en drinken van suikerhoudende dranken een van de makkelijkste voedingsinterventies.’ (141)
  • ‘Opa en oma of tante moeten met de ouders mee naar de diëtiste, jeugdverpleegkundige of arts.’ (152)
  • ‘Als men het voedings- en bewegingspatroon in sommige gezinnen tegen het licht houdt, is het een raadsel dat niet alle kinderen te dik zijn.’ (184)
  • ‘Het is zinloos om als professional helemaal te begrijpen hoe het systeem in elkaar steekt als het systeem daar zelf (nog) heel anders tegenaan kijkt.’ (230)

Je kan het boek hier bestellen (€ 29,95). Een aanrader voor iedereen die een mening over obesitas bij kinderen denkt te hebben!

[Recensie] ‘Motivatie Binnenstebuiten’ van Huub Nelis en Yvonne van Sark in 10 oneliners

Na Puberbrein Binnenstebuiten (hoe jongeren zich tussen hun 10e en 25e ontwikkelen — ruim 50.000 keer verkocht!) en Over de Top (over talentontwikkeling van jongeren) is Motivatie Binnenstebuiten (het geheim achter gemotiveerde pubers, enthousiaste leerlingen en gedreven studenten) een logische opvolger waarin veel kennis uit de eerste twee publicaties samenkomt. Huub Nelis en Yvonne van Sark van jongerencommunicatiebureau YoungWorks gaan in hun derde boek op zoek naar de werking van motivatie.

Dat is niet alleen een zeer actueel thema in opvoeding en onderwijs, maar ook in de media waar jongeren nogal eens bekritiseerd worden. Anjuly de Geus beschreef het in #GeenFilter al vanuit het oogpunt van de jongere zelf, in Motivatie Binnenstebuiten komen de experts aan het woord. In het eerste deel van het boek wordt dieper ingegaan op motivatie: wat is het en hoe ontstaat het? Daarna wordt ingezoomd op domeinen als opvoeding, onderwijs, arbeidsmarkt en vrije tijd. Feiten uit de literatuur worden gecombineerd met een indrukwekkend aantal interviews met schooldirecteuren, huiswerkinstituten, managers van bedrijven, wetenschappers, docenten en jongeren zelf. Het boek is rijkelijk geïllustreerd: 112 foto’s, speciaal voor deze uitgave geschoten door André Bakker, die naar eigen zeggen de situaties en emoties van de jeugd wilde vastleggen. Het zijn ‘slechts’ sfeerplaatjes, die niet echt een relatie hebben met (of iets toevoegen aan) de inhoud.

motivatie binnestebuiten spread

Maar hoe zit het met die inhoud? Doel is dat het boek bruikbaar is voor ouders, docenten, stagebegeleiders, leermeesters en managers, dus eigenlijk zo’n beetje iedereen die met jongeren te maken heeft, waarvan de meesten zich met een wanhopige ondertoon wel eens afgevraagd zullen hebben hoe hen te motiveren. De auteurs hopen lezers te helpen om jongeren beter te kunnen ondersteunen in de zoektocht naar hun persoonlijke motivatie: hoe kun je jongeren in beweging krijgen voor dingen die ze zelf nog niet hebben bedacht en nog niet overzien?

Ik betwijfel of die hamvraag afdoende wordt beantwoord. Zeker in de eerste hoofdstukken wordt er lang om de kern heengedraaid, vroeg ik me af wanneer het echt ging beginnen. Hoe relevant is bijvoorbeeld een vergelijking uit het werk Phaedrus van de Griekse filosoof Plato? Zodra de beschrijvingen concreter worden, wordt het meteen interessanter. En leerzaam is het zeker. Zo weet je na het lezen van de uitgave dat niet-gemotiveerd zijn een neutrale situatie is, dat aan de elementen competentie, autonomie en verbinding voldaan moet worden, dat motivatie geen eigenschap is, dat de plaats in de groep van levensbelang is (dat komt dan ook steeds terug), dat scaffolding een zinvolle manier van begeleiden is, dat de grootste valkuil voor veel jongeren is dat ze nog niet genoeg zelfkennis hebben om te weten wat hen echt interesseert, dat de vraag waarom ze iets moeten weten/kunnen een ontzettend belangrijke vraag is, enzovoort.

Ondanks de achtergrond van de auteurs is het geen marketingboek (het gaat er niet over hoe je jongeren enthousiast kan maken voor bepaalde producten/diensten). En ondanks het onderwerp is het evenmin een zelfhulpboek (de tips aan het einde van elk hoofdstuk zijn wél handig, en er zijn talloze goede (of op zijn minst goed bedoelde) adviezen voor opvoeders). Wie meer wil weten over het onderwerp motivatie is echter aan het juiste adres, dat wordt gedegen uit de doeken gedaan — interessante materie, prima geschreven. En door de interviews en veelzeggende quotes wordt een goede koppeling met de praktijk gemaakt. Die praktijk zal echter veelal weerbarstiger en genuanceerder dan deze theorie van een kleine 300 pagina’s doet vermoeden. Neemt niet weg dat dit tot een belangrijk (en veel verkocht) boek kan uitgroeien, niet alleen omdat motivatie voor iedereen en met het oog op de toekomst relevant is, maar vooral omdat hier zoveel zinvolle informatie verzameld is.

Om een betere indruk van de inhoud te geven, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘Jongeren zijn niet lui; ze zijn selectief gemotiveerd’ (pagina 25)
  • ‘Het is de kunst omstandigheden te creëren waarin jongeren vanuit zichzelf gemotiveerd raken’ (51)
  • ‘Voorheen werd veel voor hen uitgestippeld en bedacht; nu moeten, of nee, mógen ze het zelf bepalen‘ (58)
  • ‘Volwassenen onderschatten heel vaak dat jongeren ook voor hen aan het werk zijn; om te zorgen dat hun vader trots op ze is of om die geweldige docente te laten zien dat ze haar vak begrijpen’ (64)
  • ‘Het is belangrijk dat jongeren overzien waar ze naar op weg zijn’ (65)
  • ‘Als games eerder waren uitgevonden dan de boekdrukkunst, dan was de kans groot dat er nu een levendig debat heerste over de nadelen van boeken’ (92)
  • ‘Geef geen persoonscomplimenten (‘Je bent hier echt goed in’), maar procescomplimenten (‘Je gaat hierin enorm vooruit’)’ (136)
  • ‘Als de eskimo’s meer dan twintig woorden hebben voor de term ‘sneeuw’, dan moet het ons toch ook lukken om meer betekenis en reikwijdte te geven aan het begrip ‘iets leuk vinden’?’ (166)
  • ‘Veel jongeren hebben geen idéé‘ (218)
  • ‘Bespaar je de frustratie van de gedachte dat intrinsieke motivatie altijd het hoogste doel is’ (268)

Het boek is hier te bestellen. Geïnteresseerden kunnen ook een inspiratiesessie of masterclass over dit onderwerp bijwonen.

Boek Patti Valkenburg over schermgaande jeugd: ‘Mediagebruik hoeft geen struikelblok in opvoeding te zijn’

Waarom zijn veel jongeren vergroeid met hun smartphone? Is gamen slecht voor de ontwikkeling van kinderen? Zijn de effecten van seks in de media alleen maar schadelijk? Veel ouders tobben met de vraag of ze hun kinderen moeten beschermen voor hun mediagebruik en hoe ze dat het beste kunnen doen. In haar nieuwe boek Schermgaande jeugd bespreekt Patti Valkenburg, universiteitshoogleraar Media, Jeugd en Samenleving aan de UvA, de laatste stand van zaken rond het gebruik, de aantrekkingskracht en de effecten van media onder kinderen.

Jongeren zitten iedere dag zes uur voor een scherm, meer tijd dan ze op school doorbrengen. Valkenburg laat zien dat de meeste kinderen baat hebben bij de nieuwste generatie schermmedia: hun cognitieve en sociale vaardigheden nemen toe, en hun vriendschappen en zelfvertrouwen worden gestimuleerd. Bij een kleine groep gaat het echter minder goed. Deze kinderen vertonen aandachtsproblemen en online risicogedrag. Ze worden gepest, of raken verslaafd aan games of sociale media. Ook kunnen zij agressief en opgefokt raken van gewelddadige games. Vijf procent van de jongeren is verslaafd aan games.

“In het maatschappelijk debat wordt gamen regelmatig verward met pathologisch gamen. Het is belangrijk om een duidelijk onderscheid te maken, want de sociale effecten van gamen liggen anders voor gameverslaafden dan voor normale gebruikers. Gamen gaat in het algemeen samen met minder eenzaamheid, terwijl pathologische gamers wel vaak eenzaam zijn en die eenzaamheid neemt toe naarmate de verslaving toeneemt.”

Tieners dulden niet gemakkelijk inmenging in hun mediagebruik, omdat ze menen dat het – net als vrienden en kleding – binnen hun persoonlijke domein valt. Dit maakt dat veel ouders het reguleren van het schermgedrag van tieners moeilijk vinden. Valkenburg sluit haar boek daarom af met een aantal op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde adviezen voor een proactieve mediaopvoeding. In zo’n opvoeding zijn er duidelijke afspraken over gedragsregels, die passen bij het ontwikkelingsniveau, en die consistent worden gehandhaafd.

“Omgaan met de verleidingen van smartphones, games en apps vereist zelfcontrole. Als je je kind hierbij wilt helpen, werkt een autonomie-bevorderende opvoeding het beste. Bijvoorbeeld: geen apparaten aan tafel tijdens het eten of geen telefoon na een bepaalde tijd in de avond. Maak deze afspraken bij voorkeur vóórdat de smartphone, game of app wordt aangeschaft.”

Ze benadrukt ook het belang van het voorkomen van gewoontevorming: “In de kindertijd kan mediagebruik – net als veel ander gedrag – al snel een gewoonte vormen. Als dat gebeurt, is het nog maar moeilijk af te leren. Een mediaopvoeding is pas proactief als deze erop gericht is te voorkomen dat tieners de gewoonte vormen om altijd bereikbaar te zijn.”

Updates:

  • (3/12): In een interview met Mijn Kind Online legt Patti Valkenburg uit dat ze met dit boek ouders vooral hoop wil meegeven: “Je hoort van zoveel ouders dat de opvoeding zoveel moeilijker is geworden en dat ze enorme moeite hebben het mediagebruik van hun kinderen binnen de perken te houden, vooral bij pubers. Maar uit het wetenschappelijk onderzoek dat er nu ligt, blijkt dat er over het algemeen best hoop is.”
  • (10/12): In een interview met de Volkskrant lezen we dat de meest gestelde vraag aan Patti Valkenburg is wat ouders moeten doen: “Kinderen en jongeren verschillen onderling sterk. Dus zeg ik tegen ouders: u kent u kind het beste, u ziet hoe het reageert op enge films of een heftige game. Ouders zijn de eerste verantwoordelijken. Als je kind onrustig of bang wordt, dan laat je het toch niet kijken?”

[Recensie] ‘#GeenFilter – Bekentenissen van Generatie Y’ van Anjuly de Geus in 10 oneliners

Het zal je niet ontgaan dat er heel veel over generatie Y geschreven wordt, waarbij het een soort tweestrijd lijkt te zijn tussen oudere, kritische experts (die millennials als narcistisch en visieloos bestempelen) en de doelgroep zelf die met grote frustratie het tegendeel wil aantonen (of het eigen gedrag probeert te verklaren). Voor beide standpunten is voldoende bewijsmateriaal beschikbaar, want er zijn een boel onderzoeken en onderbouwde meningen gepubliceerd. Auteur/ blogger/historica/zeepjesverkoper Anjuly de Geus (27) schreef er zelfs een boek over.

Dat doet ze niet op basis van wetenschappelijke literatuur, maar ze vertelt een persoonlijk verhaal over deze generatie vanuit de praktijk — een uitgebreider vervolg op haar opinieartikel Bekentenissen van een zeepjesverkoper in nrc next vorig jaar. Met bloed, zweet en tranen afgestudeerd, nu onder haar niveau werkend en nog steeds single, huilend als ze zich herkent in de documentaire Alles wat we wilden. Ze heeft haar eigen ervaringen van de afgelopen jaren opgetekend — om het niet helemaal N=1 te maken aangevuld met interviews met (hoogopgeleide) leeftijdsgenoten. Eén van de vragen uit zo’n interview: wat zou je willen zeggen tegen je ‘ik’ van tien jaar geleden? Het minst serieuze antwoord: ‘Dat kan wel wat minder met die eyeliner.’

Er wordt neerbuigend naar deze generatie gewezen, terwijl deze juist een enorme druk voelt. De ambitie van Anjuly met dit boek was daarom om een accurater beeld — zonder filter — te tonen van zichzelf en medetwintigers. Onder de titel #GeenFilter – Bekentenissen van Generatie Y gaat het onder andere over keuzestress, de afstudeerhel, alles willen, uniek zijn, asociale media, psychische klachten en dateleed. Het is een mooie, herkenbare generatieschets geworden, maar verschillende vooroordelen worden eerder bevestigd dan ontkracht. En de auteur wéét dat ook. Zo heeft ze van kinds af aan het gevoel voorbestemd te zijn om grootse dingen te doen in haar leven, maar daar schaamt ze zich voor, omdat het haar tot een stereotiepe millennial maakt.

Generaliseren brengt met zich mee dat niet iedereen zich aangesproken zal voelen. Sowieso gaat het hier niet om lager opgeleide jongeren, en er wordt af en toe teveel voorbehoud gemaakt (‘het lijkt erop dat…’). Maar het is wel een geslaagd inkijkje in het leven van studenten en nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Zo weet ik nu wat het bestbewaarde geheim is van deze generatie: aan de buitenkant zelfverzekerd, succesvol en doelbewust, maar vanbinnen vaak één brok onzekerheden en neuroses. En waar generatie Y de grootste moeite mee heeft: het maken van keuzes. Dus.

Wie met studenten werkt, komt bruikbare adviezen tegen hoe hiermee om te gaan. Wie zelf studeert of een baan zoekt, beseft niet de enige te zijn met twijfels en problemen. En wie een negatieve mening heeft over deze jongvolwassenen, kan hun houding wellicht wat beter plaatsen. Het lezen van dit boek is dus een prima tijdsbesteding, hoewel het misschien wel wat teveel informatie bevat, want wat hebben we eraan om de eigenschappen van de vriendinnen van de auteur of haar avontuurtje met ene Bert (‘die nog-net-niet-kwispelende-puppy’) te kennen?

Om een betere indruk van de inhoud te geven, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  •  ‘Waar de jongerencultuur van de jaren zestig nog iedere dag geromantiseerd wordt in films, boeken en muziek, zal generatie Y waarschijnlijk de geschiedenisboeken in gaan als hedonistisch, verwend, egoïstisch en lui’ (pagina 8)
  • ‘Hoe ‘huilie-huilie’ dit verhaal sommigen ook in de oren klinkt, het is waar een groot deel van recent afgestudeerden dagelijks mee te maken krijgt’ (38)
  • ‘De schijnbaar eindeloze mogelijkheden zorgen ervoor dat het lastig wordt te focussen op één ding’ (47)
  • ‘Een deel van de kritiek van de oudere generaties op generatie Y komt – oh en dit zal me vast niet in dank afgenomen worden – naar mijn idee voor een groot deel voort uit een bepaalde jaloezie‘ (50)
  • ‘Onze vorm van protest vind je onder andere in geluiden die hackers en bloggers laten horen’ (61)
  • ‘De angst om dingen te missen wordt tegelijkertijd op afstand gehouden en gevoed’ (63)
  • ‘Het was meer regel dan uitzondering om naar een psycholoog te gaan’ (72)
  • ‘Als je niet wilt dat ik op je profiel kijk, stel je privacyinstellingen dan opnieuw in of blokkeer me, want ik gluur‘ (91)
  • ‘Hoewel we veel tijd online doorbrengen en alles delen, van vakanties tot crematies, zie ik een digitale vermoeidheid die langzaam maar zeker om zich heen begint te grijpen’ (107)
  • ‘Voelen mannen dat ik ze met mijn overanalyserende vrouwenbrein observeer en al mijn theorieën op ze loslaat?’ (135)

Je kan het boek o.a. hier bestellen.

[Boek] Eerste Europese initiatief positieve online content kinderen: ‘Positive Digital Content for Kids’

Lange tijd was het de insteek om kinderen weg te houden bij schadelijke inhoud, en initiatieven te ondersteunen die geweld en porno konden filteren. In het EU-beleid ‘A better internet for children’ is meer aandacht voor kwaliteit. Hoe meer goede inhoud er voor kinderen is, hoe kleiner de kans dat ze stuiten op schadelijk materiaal. Ouders hebben behoefte aan goede voorbeelden en producenten willen kwaliteit maken, wat een opgave is, zeker als je bijvoorbeeld in een overvolle app-winkel je product wilt laten opvallen.

Na twee jaar onderzoek in opdracht van de Europese Commissie presenteert een groep Europese experts op het gebied van kinderen en internet vandaag het boek ‘Positive Digital Content for Kids’, het eerste boek dat specifiek gaat over positieve online content voor kinderen. Het boek behandelt – in het Engels – het werk van de beste producenten uit Europa, waaronder autoriteit Ravensburger uit Duitsland, de BBC uit Engeland met hun format CBeebies en Toca Boca uit Zweden met 80 miljoen downloads. In de publicatie delen deze organisaties hun geheimen over hoe je goede, interactieve content voor kinderen maakt, van apps tot online video. Met het boek pleiten de makers voor meer aandacht voor kwaliteitscontent voor kinderen.

“Teveel nadruk ligt op de risico’s van wat jeugd doet met digitale media. Van cyberpesten tot sexting, het debat over jeugd en internet wordt te vaak in het criminele getrokken. Er is een Renaissance gaande, een opbloei van kwalitatieve inhoud voor kinderen, maar dan digitaal. De komende jaren zullen steeds meer prachtige contentproducties het licht zien. Vooral het onderwijs zal daar de vruchten van plukken.” [Remco Pijpers, initiatiefnemer van het boek, oprichter van Mijn Kind Online en een van de adviseurs van de Europese Commissie]

“We moeten ons bewust blijven van de gevaren, maar ons doel moet zijn om zoveel positieve content te produceren dat de negatieve inhoud steeds minder in het zicht is.” [Prof. Dr. Sonia Livingstone is een van de experts die in het boek aan het woord komt]

Het boek is een geslaagd initiatief van Mijn Kind Online (Nederlands expertisecentrum kinderen en digitale media; onderdeel van Kennisnet) in samenwerking met POSCON (netwerk van instituten, organisaties en bedrijven uit Europa, die ervaringen en expertise uitwisselen met als doel meer positieve digitale inhoud voor kinderen in Europa te creeren; initaitief van de Europese Commissie.). De uitgave is gratis te downloaden (en te verspreiden), maar ook in een beperkte oplage gedrukt en te koop.

Het gaat in de introductie over kinderen en media (visie van experts: Sonia Livingstone en Patti Valkenburg), en in de hoofdstukken daarna over testen & humor (showcase van BBC), gamen & educatie (Paxel123), wetenschap & gezin (Het Klokhuis), strategie & innovatie (Ravensburger) en over co-creatie & characters (Toca Boca). Interessante kost vol inzichten en tips, en dat alles in een bijzonder fraaie vormgeving (door Ontwerphaven, bekend van DUF). In alle opzichten een aanrader!

Bij wijze van samenvatting onderstaand het afsluitende lijstje uit het boek.

checkist poscon

Wint de mens het van de technologie? #digital2human

Vanmiddag stelde Steven Van Belleghem zijn nieuwe boek When digital becomes human voor, in een overvolle zaal bij SRM in Amsterdam. Zoals gebruikelijk bij Steven was het een visueel fraaie presentatie, een vermakelijk verhaal met leuke voorbeelden, en inhoudelijk nog tot nadenken (en tot discussiëren, merkte ik na afloop) aanzettend ook. Het ging over onder andere Frozen (user-generated video’s zorgden voor meer verbinding), Knight Rider (een nieuw Tesla-model maakt veel mogelijkheden van de auto uit de tv-serie werkelijkheid), ‘dronies‘ (selfies kunnen echt niet meer, maar met een drone scoor je punten op het schoolplein), robots (ze pikken banen in, maar maken heel veel zaken makkelijker/beter, van operaties in het ziekenhuis tot stofzuigen thuis), bloemen (callcenter-medewerkers moeten de vrijheid hebben om voor een verrassing bij klanten te zorgen) en vriendelijkheid (“de meest onderschatte marketingstrategie”) — je had erbij moeten zijn.

In het boek wordt de dubbele transformatie waar klantenrelaties voor staan beschreven. Enerzijds moet iedereen digitaal, anderzijds is het menselijke aspect belangrijker dan ooit. Digitaal wordt een hygiënefactor, mensen kunnen emotie toevoegen — beide zijn belangrijk. Mooier verwoord, overgenomen van de slides: “Computers personalize, humans make it personal. Computers predict, humans surprise. Computers deliver, humans over-deliver. Computers confirm, humans smile.” Hoe sterker de emotionele relatie, hoe groter het succes, aldus Steven.

Hij toonde onderstaande commercial om dit te illustreren (je zag deze video hier een paar maanden geleden ook al, maar hij kan best nog een keer toch?). De kracht van emotie is groter dan de macht van technologie, maar voor een succesvolle toekomst zijn beide essentieel.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=PmCDxY2lJAE]

Zie voor meer info over het boek bijvoorbeeld dit betoog bij Emerce of deze recensie op Marketingfacts.

Update (7/11): klik hier voor de slides van de presentatie.

[Recensie] Trendboek van MARE: ‘Always be yourself. Unless you can be a unicorn. Then always be a unicorn.’

Wat houdt de huidige generatie jongeren eigenlijk bezig? Pernille Kok-Jensen en Els Dragt, van de Trends & Sparks-afdeling van MARE Research, proberen die vraag te beantwoorden in een publicatie waarvan de inhoud even vervreemdend is als de titel: Always be yourself. Unless you can be a unicorn. Then always be a unicorn. (de ondertitel verduidelijkt; het gaat om een Snapshot of the Weird and Wonderful World of the Tumblr Generation). Het is naar eigen zeggen “het eerste boek dat met overvloedig beeld en tongue-in-cheek teksten een portret schildert van de generatie jongeren die wel wordt aangeduid als Generatie Y, Millennials, Generatie Einstein, Digital Natives of zelfs Gypsies. Als lezer duik je met dit boek in de ‘Brave New World’ van deze generatie.”

De eenhoorns uit de titel krijgen in het voorwoord het advies om het boek voor hun ouders te kopen, om te laten zien dat ze niet gek zijn maar onderdeel van een grotere beweging. En daar zit ‘m de crux: weliswaar bestaat ‘de jongere’ niet, maar wat ouders en andere lezers hier voorgeschoteld krijgen, betreft alleen de hippe, creatieve (en knappere) voorhoede van de jeugd van tegenwoordig. Wie daar zelf toe behoort zal zich herkennen in de teksten en beelden, maar voor buitenstaanders blijven het vreemde wezens.

De uitgave is visueel en typografisch overweldigend, alsof je een magazine als Ilovefake of WAD doorbladert. Foto’s zijn niet zomaar van jongeconsumententumblrs geplukt, maar van fotografen als Jolijn Snijders (ja, die van Ilovefake), Carlijn Jacobs en Walter Vroegop. De tekst, in verschillende fonts en kleuren, bestaat uit krachtige quotes (die net zo goed als boektitel hadden kunnen dienen): ‘the nineties called, they want their individualism back’, ‘clap along if you feel like a room without a roof’, ‘ugly is the new pretty’, ‘haters gonna hate’, ‘fingers are the new face’, ‘blending in is the new standing out’ en ‘failure is not final’. In korte toelichtingen worden begrippen als carrotmob, seapunk, unselfietwerking, brony en pohtpof op humoristische wijze uitgelegd, waar de goede verstaander tips uit weet te halen: ‘have fun because you’ll never be as young as you are now’.

Al met al resteert het gevoel dat het meer om inspiratie gaat dan om informatie, meer om de emotie dan de ratio. Lees even mee wat op 43 pagina onder de noemer ‘seapunk is not a sushi’ staat: “For those of you who don’t really get it, don’t worry. It’s just one big inside joke anyways.” Dat vat wat mij betreft het boek aardig samen; je weet dat het cool en zooo 2014 is, maar helemaal begrijpen doe je het niet. En dat kan je als compliment opvatten.

In onderstaande video verwoorden de makers hun bedoelingen.

[vimeo 98920958 w=560 h=315]

Het Engelstalige boekje (144 pagina’s van 12 x 17 cm) wordt internationaal uitgegeven door BIS Publishers. De achterliggende trends worden uitgediept in presentaties en workshops.

PS  De titel van het boek betreft een quote van Elle Lothlorien, uit Alice in Wonderland — een treffende bron.

Carat lanceert boekje ‘Focus on Teens’, inclusief nieuwe segmentatie: Gamers, Beauties, Greenies, Markies

Tijdens #KJ14 lanceerde mediabureau Carat het nieuwe boekje Focus on Teens, een antwoord van bijna 100 pagina’s op de vraag van hun klanten: “Zijn jongeren nog wel te bereiken?”. Met als doel: overzicht en vernieuwend inzicht in de brede jongerengroep 13 tot en met 19 jaar. Wat houdt ze bezig, hoe en waarom gebruiken ze welke media? De gegevens zijn afkomstig uit NOM-onderzoek, Media:Tijd en eigen doelgroeponderzoek, beschikbaar gemaakt via het Consumer Connection System (CCS) van het Aegis-bureau.

Daarnaast is in samenwerking met SMALL kwantitatief- en kwalitatief onderzoek verricht en een schat aan informatie verzameld. In de publicatie gaat het over de ontwikkeling van tieners (“een rollercoaster van hormonen”), hun gedrag en interesses (“wat eigenlijk geschikt is voor een oudere doelgroep”), segmentatie (“teens zijn moeilijk in bepaalde hokjes te stoppen”), mediagebruik (“je staat op met social media en gaat ermee slapen”), merken* (“jong geleerd is oud gedaan”), reclame (“om zich te oriënteren in het aanbod”) en ethiek “(strenge richtlijnen”), gelardeerd met quotes van de doelgroep.

In onderstaande infographic zie je enkele basisgegevens.

focus on teens infographic

Aangezien het boekje een beschrijvende opsomming is van héél veel gegevens, is het ondoenlijk om tot een samenvatting te komen die recht doet aan de inspanningen van de auteurs (je kan de uitgave hier bestellen). De segmentatie van de teens-doelgroep, gebaseerd op een clusteranalyse op de data, wil ik je echter niet onthouden (zie hiervoor ook Mediaonderzoek.nl). Er blijken binnen de groep Nederlandse jongeren van 13 t/m 19 jaar vier clusters te zijn die genoeg van elkaar verschillen op meerdere variabelen:

  • Gamers (36,8%), vooral jongens, zijn georiënteerd op gadgets en games, kijken graag naar sport en zijn vrij onverschillig en daardoor lastig te beraken; ze geven de voorkeur aan de merken Axe, adidas en Red Bull.
  • Beauties (29,9%) zijn veel met hun uitelrijk bezig, zijn echte social media-verslaafden en houden ervan om leuke dingen te doen met vrienden en vriendinnen; favoriete merken zijn H&M, Cool Cat, Only, Evian, Crystal Clear, Labello en Vogue.
  • Greenies (17,2%) zijn sociaal-maatschappelijk betrokken, hebben brede interesses en volgen de media om up-to-date te blijven over nieuws en maatschappij; veelgebruikte merken zijn onder andere Red Band, Spa, Media Markt, Vero Moda, Gatorade, Nuts, Nivea en T-Mobile.
  • Markies (16,0%) worden ook wel de ‘Future Bosses’ genoemd omdat ze nu al behoorlijk serieus bezig zijn met hun carrière, ze zijn serieus en gebruiken media vaak om dingen te leren; Samsung, Lacoste, Hugo Boss, Suitsupply, Hi en Vodafone zijn merken die ze leuk vinden.

*In het kader van transparantie: het hoofdstuk over merken is door ondergetekende geschreven.

[Recensie] ‘Meisjes kijken | meisjescultuur in de spiegel’ in 10 oneliners

En ik maar denken dat jongens het zwaar hebben. “Jongens lijken verdwaald in de moderne, snelle, vrouwelijke samenleving; we beoordelen ze negatief en accepteren hun gedrag niet meer”, stond begin deze maand in Trouw. “Jongens raken het spoor bijster in ons onderwijs“, concludeerde  hoogleraar Onderwijskunde Jos Claessen onlangs in de Volkskrant. “Het ideale jongetje lijkt een meisje te moeten zijn“, schreef Meester Bart vorige week in Sp!ts. Vergelijkbare artikelen duiken al tijden met enige regelmaat op.

Toch is er net een boek verschenen dat als uitgangspunt heeft dat het juist afschuwelijk is om een meisje te zijn (“als je de media moet geloven“). Onderzoeker/publicist/docent Linda Duits en pedagoog/onderzoeker Pedro De Bruyckere schreven gezamenlijk Meisjes kijken | meisjescultuur in de spiegel, om te laten zien wat er al dan niet klopt aan het beeld dat media over meisjes schetsen. Dit doen ze aan de hand van verslagen van gesprekken met(!) meisjes en wetenschappelijke onderzoeken.

Na een eerste hoofdstuk over de geschiedenis van meisjes (van slaapkamercultuur tot ‘let’s get dirty’) gaat het over vriendschap en sociale media, over seks en seksualisering, over groepen en pesten, over uiterlijk en normen, en over nieuwe heldinnen (‘lang leve lady mama’) en paardenmeisjes. Elk hoofdstuk wordt ingeleid met een aan media gerelateerd voorbeeld. De lezer leert waarom het op de meisjes-wc altijd druk is, dat vriendschap een taak is waar constant aan gewerkt moet worden, wat religie en keuze met onaantastbaarheid te maken hebben en hoe enorm belangrijk het voor meisjes is om normaal gevonden te worden.

De bevindingen zijn gevat in zo’n 160 pagina’s tekst. Wie op basis van de titel verwacht vooral plaatjes voorgeschoteld te krijgen, komt bedrogen uit. En mannen die hopen vrouwen/dochters te gaan begrijpen, worden waarschijnlijk ook teleurgesteld; je kan het gedrag zeker wat beter plaatsen, maar hun gedachtengang verschilt teveel van de eigen denkwijze voor werkelijk begrip. Tijdens het lezen van de eerste helft van het boek bekroop me zelfs even het gevoel dat meisjes eigenlijk helemaal niet leuk zijn (selectieve vertrouwelijkheid, relationele agressie, roddelen ter vermaak, pfff). Meisjes hebben het niet makkelijk, maar ze maken het zichzelf er ook niet gemakkelijker op.

Zo’n inzicht is natuurlijk wel degelijk interessant. En zo zijn er wel meer treffende beschrijvingen die helpen om te begrijpen hoe het zit. Het boek geeft dan ook een mooi inkijkje in het leven van opgroeiende meisjes, zeker omdat zij zelf aan het woord komen. Linda en Pedro zijn beide bijzonder goed geïnformeerd (wat volgers van hun blogs, respectievelijk Diep Onderzoek en X, Y of Einstein, natuurlijk al wisten). Gezien de staat van dienst van de auteurs heb ik echter het gevoel dat er meer in had gezeten, met een klein beetje minder argumentatie vanuit een defensieve rol en net iets meer focus op het doel van de publicatie. Wat niet wegneemt dat het een lezenswaardig overzicht biedt!

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik zoals gebruikelijk in mijn reviews zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘Er is een verschil tussen wat onderzoekers graag willen voor meisjes, en de realiteit van meisjes’ (pagina 30)
  • Vriendschap tussen meisjes is bijzonder en alomvattend’ (36)
  • ‘Als meisjes niet zouden roddelen, zouden ze misschien nog meer problemen hebben’ (47)
  • ‘Jongens en meisjes worden even onzeker van regelmatig porno kijken’ (70)
  • ‘Wij weten inmiddels dat meisjes overal moeten schipperen: niet te slim/niet te dom, niet te mooi/niet te doorsnee’ (82)
  • ‘Sommige meisjes worden van van Justin Bieber, andere worden paardenmeisje‘ (92)
  • ‘Een van de meest opmerkelijke inzichten die je opdoet als je meisjesonderzoek van vroeger leest, is hoe weinig er veranderd is, hoe veel hetzelfde is gebleven’ (114)
  • ‘Meisjes zijn zich bewust van hoe slecht het is om anderen buiten te sluiten, maar dat betekent niet dat ze zich ook altijd aan de norm houden’ (125)
  • ‘Er moet altijd iets bestreden worden, of het nu pukkels of rimpels zijn’ (131)
  • ‘Als je de pasjes van de sexy zangeressen van The Pussycat Dolls nadoet, kun je oefenen met een seksuele identiteit’ (152)

Het boek Meisjes kijken is onder andere hier te bestellen.

[Recensie] ‘Buzz’ van Jonah Berger in 10 oneliners

Jonah Berger is marketingprofessor aan de Wharton School van de Universiteit van Pennsylvania. Jarenlang onderzoek leerde hem wat content aanstekelijk maakt. De vele vragen naar een toegankelijke publicatie over dit onderwerp leidde tot het boek Buzz (ondertitel: Hoe ideeën en producten van mond tot mond gaan) gaat over . Er blijken zes belangrijke 'STEPPS' te zijn die ertoe leiden dat over dingen wordt gepraat, dat ze worden gedeeld en nageaapt. Elk hoofdstuk richt zich op één van deze zes principes van aanstekelijkheid.

Wie deze zes stappen volgt, moet elk product of idee aanstekelijk kunnen maken:

  • Sociaal wisselgeld (we delen dingen die ons er goed doen uitzien);
  • Triggers (zorg ervoor dat het product of idee vaker bij mensen in hun gedachten opkomt);
  • Emotie (als we ergens door bewogen worden, delen we het);
  • Public/zichtbaar (als iets gemaakt is om te laten zien, is het gemaakt om te groeien);
  • Praktische waarde (zo nuttig, mensen moeten het wel delen);
  • Stories/verhalen (informatie verpakt als oppervlakkig geklets verspreidt zich).

Berger heeft het boek geschreven voor mensen die geïnteresseerd zijn in de onderliggende psychologische en sociologische processen achter de wetenschap van sociale overdracht én voor mensen die hun producten, ideeën of bepaald gedrag willen verspreiden.

De originele, Engelstalige editie (Contagious: Why things catch on) heb ik niet gelezen, maar de Nederlandse vertaling overtuigt niet meteen. De tekst komt kinderlijk over, gaat van de hak op de tak en is vooral op de VS gericht. Sommige stellingen werken hier niet (bij de poging tot het verklaren van de populariteit van voornamen: 'Ik wil wedden dat je minstens één Olivia kent, maar je kent waarschijnlijk geen Rosalie' – dat zal eerder andersom zijn). Daarnaast worden sommige zaken al te simpel voorgesteld.

De 252 pagina's bevatten vele voorbeelden, bekende (Blendtec's Will It Blend-video's) en minder bekende (een '$100 Cheesesteak' van een lokaal restaurant in Philadelphia). Soms verrassend (een onverwachte trigger die beïnvloedde: door NASA's Pathfinder-missie naar Mars steeg de verkoop van Mars-repen), maar niet allemaal even geslaagd, soms zelfs pijnlijk (de Livestrong-armbandjes worden als 'blijvertje' bestempeld; het dopingschandaal rond Lance Armstrong kwam blijkbaar te laat voor de eindredactie).

Uitgelegd wordt waarom Evian marktaandeel verloor ondanks de meest bekeken reclame op internet aller tijden te scoren (rolschaatsende baby's hebben niets te maken met het product), en waarom de "perfect getimede en compleet hilarische" Panda-reclamespots hieronder wél geweldig zijn (het merk is integraal onderdeel van de verhalen).

De kracht van het boek zit 'm, naast fijne feitjes (om er eentje te noemen: slechts 7% van de mond-tot-mond-reclame vindt online plaats), vooral in de bruikbare adviezen die gegeven worden, die opgaan voor zowel interessante als voor saaie producten of diensten. In het hoofdstuk over praktische waarde wordt geconcludeerd dat nuttige dingen belangrijk zijn. Ondanks de kritische kanttekeningen die ik hierboven plaatste, heeft het boek daarom bestaansrecht: beschreven worden de belangrijke voorwaarden om succesvol te kunnen zijn. In Jip-en-Janneke-taal en met veel open deuren, maar o zo nodig omdat de principes kunnen helpen om die fouten die in de praktijk zoveel gemaakt worden te voorkomen.

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik zoals gebruikelijk zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • 'Door vooral te kijken naar een handjevol viral hits missen mensen het feit dat veel van deze kenmerken ook aanwezig zijn in content die er niet in geslaagd is om enig publiek te trekken' (pagina 24)
  • 'Als je ales weet over de belangrijke voetbalwedstrijd van gisteravond of het overlijden van een beroemdheid, dan kom je cool over of als iemand die alles weet' (45)
  • 'Wat de meeste mensen niet beseffen, is dat ze van nature de hele tijd over producten, merken en organisaties praten' (76)
  • 'Als ze niet worden getriggerd om eraan te denken, waarom zouden ze zich de reclame dan herinneren als ze in de winkel zijn?' (93)
  • 'Zelfs negatieve aandacht kan nuttig zijn als het ervoor zorgt dat producten en ideeën naamsbekendheid krijgen en daardoor in iemands gedachten blijven hangen' (94)
  • 'In plaats van te blijven zeuren over de kenmerken of feiten, moeten we ons richten op de gevoelens; de onderliggende emoties die mensen tot actie aanzetten' (127)
  • 'Gewoon wat meer opwinding aan een verhaal of reclameboodschap toevoegen kan een grote impact hebben op de bereidheid van mensen om deze te delen' (131)
  • 'Als je wilt dat mensen iets níet doen, vertel ze dan niet dat een hoop van hun vrienden het doen' (168)
  • 'We moeten ons eigen paard van Troje bouwen' (207)
  • 'Iemand die een dierenpak draagt en tegen boodschappen trapt is grappig, ongeacht welk dier het is of om welk product het gaat' (216)

Het boek is o.a. hier te bestellen.

NB  Ondanks de uitgekiende buzz-strategie (bekende twitteraars/bloggers kregen het boek in ruil voor een tweet/blogpost) is de hoogst bereikte verkooppositie tot nu toe #969 bij Managementboek.nl.

[Recensie] ‘Love Youth Marketing’ in 10 oneliners

Inez Groen en Jeroen Boschma werden wereldberoemd met hun Generatie Einstein-boeken, over communiceren met jongeren van de 21ste eeuw — jongeren die slimmer, sneller en socialer zouden zijn. De twee jongerenspecialisten hebben een nieuw boek geschreven: Love Youth Marketing. De ondertitel (Hoe bereik je Generatie Einstein?) verwijst naar het eerdere succes, en hoewel de boodschap in dezelfde lijn ligt, zijn vorm en stijl totaal anders. Hetzelfde geldt overigens als je deze uitgave vergelijkt met andere boeken over dit onderwerp.

Het is geen lijvige-publicatie-dichtgetimmerd-met-literatuurbewijzen, meer een met-zelfverzekerde-eigenwijsheid-gebrachte-visie op jongerenmarketing. Zoals de auteurs het zelf noemen: "Geen absolute wetenschap maar wel het leukste vak van de wereld." Ze willen delen wat ze wel (en niet!) weten op een open en frisse manier, ter inspiratie en overdenking.

Dat is op zich een mooi uitgangspunt. De zes hoofdstukken, respectievelijk #feelthedifference, #startthelove, #getinspired, #makemeaning, #mediaismedia en #playtilltheend genaamd, zijn gebaseerd op jarenlange ervaring. Dat betekent imho niet dat je zomaar alles voor waarheid moet aannemen (lees: ik ben het niet met alle zinnen eens). Sommige beweringen zijn te veralgemeniserend of te kort door de bocht en de praktijk is net wat weerbarstiger en complexer dan de theorie doet vermoeden. 

De lezer wordt meegenomen in de wereld van de jeugd van tegenwoordig ("een andere plek dan voor ons") en aan de observaties van hoe-jongeren-zijn worden aanbevelingen gekoppeld van hoe-met-hen-om-te-gaan. Tussen het verhaal door zijn pagina's opgenomen met interviewtjes met jongerenexperts vanuit de hele wereld, en opvallender (al was het maar door de rode kleur), met minimalistische maar krachtige illustraties van de belangrijkste bevindingen en adviezen.

NB  Zo'n boek ligt niet meteen als het schrijven is gedaan in de winkel. Het is dan ook een behoorlijke tijd geleden dat ik het voorwoord heb mogen schrijven. Daarin concludeerde ik dat "dit nieuwe boekje van Inez en Jeroen even fris, snel, krachtig en visueel communiceert als de huidige generatie jongeren" en dat "het motiveert om aan de slag te gaan." Een conclusie waar ik na herlezen nog steeds achter kan staan.

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik zoals gebruikelijk zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • 'Eén ding weten we helaas heel zeker, en dat is dat jongeren het vertrouwen in ons en marketing zijn kwijtgeraakt' (pagina 23)
  • 'Hip en cool doen, jongeren- of straattaal gebruiken als bejaarde boven de 25… het kan echt niet meer' (31)
  • 'Je kunt niet opgroeien in een door reclame en marketing gevulde wereld zonder door te krijgen hoe het werkt, zonder je eigen strategieën te ontwikkelen om ermee om te gaan' (41)
  • 'Je boodschap moet hoe dan ook bij je product of visie blijven horen, anders word je een zwabberend merk waar niemand wat aan heeft en waarvan niemand eigenlijk snapt wie of wat je bent' (81)
  • 'In communicatie met jongeren moet je je niet te veel aantrekken van wat op dit moment cool of hot is' (84)
  • 'Jongeren willen het compromisloze, het gloeiend hete, het gepassioneerde, het bizarre, het revolutionaire, het absurde, het fantastische – of het goedkope, lollige, grappige… maar niet het lauwe, slome, luwe, meh-gevoel' (89)
  • 'Als een bedrijf klanten vraagt om mee te denken, dan gaat het pas echt mis' (99)
  • 'Wil je dan echt jongeren betrekken bij je projecten, laat ze dan niet participeren, maar integreer ze' (101)
  • 'We zijn allemaal opgevoed met 'je moet doen wat je belooft', maar voor merken geldt dit blijkbaar niet' (113)
  • 'Zolang je houdt van jongeren, zolang je het beste met ze voor hebt, zolang je een integere knaap of dame bent, zolang je oprecht probeert het mooiste te bereiken, het leukste, het meest fantastische, het meest betekenisvolle, zolang je probeert jongeren te helpen met dat wat ze nodig hebben, dan doe je het in onze ogen al helmaal goed' (165)

Het boek is o.a. hier te bestellen. Binnenkort verschijnt ook een Engelstalige versie.

[Recensie] ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes’ in 10 oneliners

Zo'n vier jaar geleden leerde ik Pedro de Bruyckere 'kennen' via zijn boek Is het nu Generatie X, Y of Einstein? (samen met Bert Smits geschreven) en het bijbehorende, gelijknamige weblog. In een onnavolgbaar en jaloersmakend tempo zijn er inmiddels véél meer blogposts (nu ook in het Engels), presentaties en tweets online verschenen. Meest recente boek is Jongens zijn slimmer dan meisjes en andere mythes over leren en onderwijs, dat de Vlaamse pedagoog/onderzoeker samen met de Nederlandse psycholoog/docent Casper Hulshof schreef.

In circa 140 pagina's nemen de auteurs een groot aantal indianenverhalen over onderwijs onder de loep en weerleggen of nuanceren deze op basis van onderzoek. Behoorlijk theoretisch met veel literatuurverwijzingen, maar naar mijn mening zeker interessant én belangrijk voor onderwijsbestuurders en opleidingsverantwoordelijken (en wellicht ook voor andere betrokkenen bij het onderwijs, mits ze écht betrokken zijn), maar minder relevant voor de meeste marketeers.

De noodzaak van het boek is duidelijk: veel leerkrachten doen goed werk, maar te vaak werken ze op basis van foutieve theorieën (da's natuurlijk niet de bedoeling, want een verkeerd uitgangspunt leidt tot een verkeerd vervolg). De auteurs willen bestaande mythes ontkrachten, en dat doen ze vol overgave. Uit alles blijkt dat ze goed thuis zijn in de materie en heel veel bronnen geraadpleegd hebben. Hoewel de meeste bronnen in eindnoten vermeld zijn om de leesbaarheid niet te verstoren, wordt nog altijd (te) veelvuldig naar namen en theorieën verwezen. Soms lijkt het of bij het schrijven het zoeken naar mythes een doel op zich was ('Is zelfontdekkend leren een mythe? De jury is er nog niet uit.'), maar als één ding duidelijk wordt, is dat veel modellen, heersende gedachten of ezelsbruggetjes te kort door de bocht zijn.

Zowel de titel van de publicatie als de koppen van de hoofdstuktitels zijn slim gekozen, want nieuwsgierigmakend. 'Als je alles kunt opzoeken is kennis onbelangrijk' of 'we kunnen leren tijdens het slapen' bijvoorbeeld – je wilt tóch weten of dit al dan niet waar is. Wel degelijk leerzame en interessante stof dus!

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik zoals gebruikelijk zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  1. 'Dat wetenschappers voorzichtig formuleren is niet abnormaal' (pagina 32)
  2. 'Vertrouw je herinneringen niet, ze zijn nooit 100% correct' (48)
  3. 'Brainstormen is wellicht een van de minst effectieve methodes om tot een originele, creatieve oplossing te komen' (50)
  4. 'Net die leerkrachten die extra geïnteresseerd zijn in het toepassen van neurowetenschap in de klas zijn ook extra gevoelig voor neuromythes' (64)
  5. 'Bijna niemand kan multitasken, of je nu vrouw bent, generatie Y, of allebei' (66)
  6. 'Het kan soms lijken alsof sommige mensen slechts 10% van hun hersenen gebruiken, maar sorry, zelfs bij hen is dat niet het geval' (69)
  7. 'In de praktijk zijn er vaak meer verschillen binnen geslachten dan tussen geslachten' (76)
  8. 'Het medium beïnvloedt zelden het lesgeven, laat staan dat één medium voor alle situaties het beste zou zijn' (87)
  9. 'Digital natives zijn op zichzelf al een mythe' (91)
  10. 'Op een enkele uitzondering na zijn intelligente mensen lichamelijk vaak gezonder dan andere mensen' (131)

Het boek is o.a. hier te bestellen.

PS  In september 2013 kunnen we nóg een boek verwachten van Pedro De Bruyckere. Hierin scheidt hij samen met Linda Duits de waarheid van fictie in het beeld dat de media schetsen van opgroeiende meisjes.

[Recensie] ‘Is het nu Generatie X, Y of Einstein?’ in 10 oneliners

Ruim drie jaar geleden publiceerden Jeroen Boschma en Inez Groen 'Generatie Einstein', waarin ze stelden dat de jeugd tegenwoordig slim, sterk en sociaal is. Het boek werd bekroond met de PIM Marketing Literatuur Prijs, maar nu is er een compliment dat misschien nog wel mooier is: een boek dat hun boek analyseert. In 'Is het nu Generatie X, Y of Einstein?' proberen Belgen Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool) en Bert Smits (Kessels & Smit) de beeldvorming van Boschma en Groen te verhelderen en nuanceren.

In 2006 noemde ik 'Generatie Einstein' een erg mooi overzicht van de leef- en belevingswereld van jongeren, maar te kort door de bocht. Wat dat betreft was een nuancering op z'n plaats, en dan is het jammer dat het nieuwe boekje op twee gedachten hinkt. Aan de ene kant willen de kleine 100 pagina's een kritische visie uitstralen, aan de andere kant wordt 'Generatie Einstein' continu als waarheid aangehaald.

In het voorwoord gaat het even mis (Boschma en Groen werkten destijds niet bij Keesing, maar bij Keesie) en af en toe zijn de teksten wel heel makkelijk ("typ authenticiteit in op Google en je wordt bedolven onder de artikels en websites over het belang van authenticiteit" – dûh), maar een kniesoor die daarop let.

Voor de doelgroep – opvoeders en ouders, maar vooral voor leraren – is het een prima uitgave. Het schetst op aardige wijze het tijdsbeeld en begrippen worden duidelijk uitgelegd en van voorbeelden, kanttekeningen, tips en links voorzien. Zo leer je bijvoorbeeld dat we slimmer worden door soaps, dat er een boek bestaat met de pakkende titel 'If it's too loud, you're too old' en dat jongeren niet multitasken maar 'telescopen'. En ja, het is een noodzaak dat we de jeugd ook op het gebied van media opvoeden.

Anyway, zoals ik altijd met boeken doe, vat ik ook 'X, Y of Einstein' samen in de tien meest opmerkelijke oneliners:

  1. Jongeren vinden inhoudelijke expertise nog altijd cruciaal, maar net op dit vlak lijkt de lesgever een onmogelijk te kloppen concurrent op zijn pad te vinden (pagina 16)
  2. Mensen zijn blijkbaar zo geïntrigeerd door een spel, een serie of zelfs een boekenreeks zoals Harry Potter, dat het hen motiveert om alle mogelijke facetten online uit te spitten (32)
  3. Het gevoel kan je bekruipen dat onze huidige media je dorst proberen te lessen met een brandslang: je krijgt veel water, maar drinken doe je niet (41)
  4. Wij vermoeden dat vooral de visie op de leefwereld van de jongeren veranderd is en slechts in mindere mate de leefwereld zelf (51)
  5. Het begrip jeugd slaat steeds minder op een leeftijdscategorie, maar is zowat een merknaam geworden (55)
  6. Jongeren lijken nu te winkelen in een 'supermarkt' van stijlen en lijken even makkelijk te veranderen van imago als van ondergoed (58)
  7. Sommige kernfiguren uit een jeugdcultuur verwerpen zelfs de stijlkenmerken, omdat ze commercieel 'besmet' zouden zijn (65)
  8. Eerlijkheid, gedeelde waarden en originaliteit zijn voor deze generatie belangrijker dan geschiedenis of oorsprong (81)
  9. Als leerkracht kan je niet anders dan toegeven dat je weinig weet over de leefwereld van de jongeren die in je klas zitten, zelfs al ben je amper tien jaar ouder (94)
  10. De verdraagzaamheid tussen verschillende jongerenculturen is door het gemeenschappelijk belang van authenticiteit zelden gezien (99)

Marketeers kunnen beter teruggrijpen op het origineel uit 2006, maar deze inhaker is een aanrader voor de leerkracht die extra houvast zoekt. Het boekje is te bestellen bij uitgeverij Plantyn. Als vervolg op de publicatie zijn de auteurs een gelijknamig weblog gestart, waar zij voorbeelden uit de actualiteit, opmerkelijke onderzoeken en allerhande zijsprongen verzamelen.