‘De marktwaarde van de thuisblijfouder bedraagt ruim €72.000’

Altijd leuk als er eens met een andere bril naar ouders gekeken wordt. Maar liefst €72.297,78 per jaar zou de thuisblijfouder verdienen als deze een aangepast salaris zou krijgen voor alle dagelijkse werkzaamheden. Dat blijkt uit een onderzoek van Viking, leverancier van kantoorbenodigdheden, dat is uitgevoerd onder 700 Nederlandse en Vlaamse thuisblijfouders. Thuisblijfouders gaven aan gemiddeld 91 uur per week aan het werk te zijn, meer dan het dubbele dus van een 40-urige werkweek.

Natuurlijk vertaalt de waarde van liefde zich niet in een salarisstrookje. En natuurlijk werkt de formeel werkende ouder ook hard. Maar in deze tijd waar men ogenschijnlijk zelfwaarde sterk verbindt met hun werk, is het misschien interessant om eens te kijken wat de marktwaarde van thuisblijfouders is volgens het financiële systeem.

Viking’s klantenkring bestaat uit bedrijven in de MKB-sector, van zzp’er tot middelgrote organisaties, van thuiskantoren tot grote bedrijven. Men besloot om een uitstapje te maken door een kijkje te nemen op het ‘thuiskantoor’ van de thuisblijfouder, door uit te zoeken waar mama (en steeds vaker papa) zich in een week zoal mee bezighoudt en welk salaris daar tegenover zou moeten staan. In deze exercitie werd thuisblijfouder zijn vergeleken met het runnen van een startende onderneming. Als echte zelfstarter ben je alles en iedereen tegelijk. Je hebt geen vakantiedagen, kan geen ziekteverlof opnemen en er is geen dertiende maand. Bakkenvol met liefde stop je in je werk.

Zie onderstaande infographic.

Print

“Als multitasking project manager pur sang organiseert ze alles om de kinderen heen. Ze werkt onregelmatige uren, kookt regelmatig voor een klein leger (aan vriendjes en vriendinnetjes), organiseert vaak kleine evenementen, etc. De uren die ongeregistreerd thuis gemaakt worden, zijn van meerwaarde.”

[Recensie] ‘Puber Leaks’ van 15-jarige Paul Bühre in 10 oneliners

Paul Bühre liep op zijn 15de stage bij Die Zeit, waar hij een artikel publiceerde over wat pubers werkelijk bezighoudt. Daaruit kwam een boek voort, dat inmiddels een bestseller is in Duitsland en wereldwijd wordt vertaald — in Nederland onder de naam Puber Leaks (ondertitel: Wat wij werkelijk denken (terwijl jij denkt dat we niets denken)). In een kleine 200 pagina’s deelt de scholier zijn ervaringen als puber en de problemen en gedachten die hierbij komen kijken; een persoonlijke observatie, geïllustreerd met zijn eigen tekeningen.

De verschillende zaken die belangrijk en/of onontkoombaar zijn voor deze leeftijdsgroep hebben allemaal een eigen hoofdstuk gekregen: groepsdynamiek, sociale media, uiterlijk, alcohol en drugs, games, seks en porno (en liefde), school, muziek, conflicten met ouders, opvoedingsmethodes en stemmingswisselingen. Daarbij worden veel vooroordelen bevestigd (hoewel je nooit helemaal zeker wat wat gemeend en wat cynisch bedoeld is): zonder internet kan deze generatie niets en gamen hoort bij deze generatie, elk moment dat ze niets te doen hebben checken ze hun mobieltje, jongens en meisjes begrijpen elkaar niet, als ouders iets verbieden wordt dat niet begrepen, eerlijk zijn is moeilijk, koptelefoons zijn een statussymbool, enzovoort. En er blijkt een heel voor de hand liggende verklaring te zijn waarom meningsverschillen in de puberteit nodig zijn: kinderen moeten een eigen mening gaan vormen en niet simpelweg de visie van hun ouders overnemen.

Paul vraagt zich af hoe het kan dat de hedendaagse puber zo slecht begrepen wordt, terwijl zijn ouders ooit hetzelfde doormaakten. In plaats van ‘het slachtoffer’ om raad te vragen, richt de tot waanzin gedreven ouder zich tot opvoedingsadviesboeken en verwarde moeders met dezelfde probleempubers. En dat is voor deze ‘gewone’ jongere (er is geen sprake van een rebels uiterlijk, drugsgebruik of extreme emoties) natuurlijk een mooie aanleiding om dat eens lekker van zich af te schrijven. Volgens de jonge auteur komen alle conflicten tussen ouders en kinderen voort uit teleurstelling dat de kinderen niet zijn zoals de ouders dat wensen. Niet alleen ouders krijgen er van langs (op zeer milde wijze overigens), ook de school moet het ontgelden, want waarom moet je daar zo veel uit je hoofd leren als je alles toch weer vergeet of niet meer nodig hebt? Leraren zouden een energie moeten uitstralen die aanstekelijk werkt voor de scholieren en duidelijk moeten maken hoe hun vak samenhangt met het leven buiten de school. Een beetje meer zoals de scène uit Breakin Bad waarin Walter White uitlegt waarom scheikunde belangrijk is, en Paul zou weer huiswerk gaan maken.

Om een betere indruk van de inhoud te geven, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘Elke dag is een ware strijd om prestige en erkenning.’ (pagina 11)
  • Niks doen is sowieso meestal cooler dan iets doen, school is al inspannend genoeg.’ (17)
  • ‘Je kunt je waarschijnlijk wel indenken wat er met iemand gebeurt die eruitziet alsof mama nog iets te vertellen heeft over de kledingkeuze.’ (49)
  • ‘In principe geldt dat zolang je hobby’s en vrienden niet verwaarloost vanwege een spel en op zijn minst af en toe nog iets voor school doet, er geen probleem is.’ (82)
  • ‘Ineens had ik het idee dat ik een beetje te jong was voor mijn leeftijd.’ (95)
  • Misschien is dat ook wel het nut van school, dat je eraan went dat veel werk dat je in je leven verricht niet leuk is en niemand iets oplevert.‘ (118)
  • ‘Jongeren van mijn leeftijd willen zo min mogelijk werken en zo veel mogelijk verdienen.’ (123)
  • ‘Op onze leeftijd gaat alles trouwens alle kanten op: de charts zijn ineens mainstream, en mainstream is stom, en nu is het plotseling cool om artiesten te kennen van wie niemand uit je klas ooit gehoord heeft.’ (131)
  • ‘Als je het ons verbiedt om naar series te kijken, is dat ongeveer alsof ze jullie zouden verbieden de krant te lezen en jullie op kantoor ineens niet meer mee kunnen praten.’ (152)
  • ‘We zijn zo verschillend als mensen nu eenmaal zijn, ook al doen we vreselijk ons best om dat te verhullen.’ (182)

Ik bestelde het boek op aanraden van Yvonne van Sark van YoungWorks, die het een ‘must read’ noemde (en wie ben ik om daar geen gehoor aan te geven ;-)), en de achterflap van de uitgave belooft ‘alles wat je altijd wilde weten over je puber, maar waarop je nooit een fatsoenlijk antwoord kreeg’. Beide loftuitingen zijn naar mijn bescheiden mening wat overdreven, maar als je een paar uurtjes over hebt, is het een goede tijdsbesteding. Het is licht, het is grappig en het is herkenbaar. Aan de andere kant is het niet echt verrassend, leerzaam of schokkend. En op basis van zijn tekeningen vermoed ik dat Paul zijn droom om striptekenaar te worden niet waar gaat maken. Hoe dan ook, het is een knappe beschouwing, helder en aansprekend onder woorden gebracht, geschikt voor een ieder die nieuwsgierig is en legaal en zonder al te hoge verwachtingen eens een dagboek van een tiener wil inkijken…

inside puberleaks

[Evolutie] Kidsmarketing onethisch en dikmakend? Was het maar zo simpel…

Vorige maand verscheen het boek Overgewicht en obesitas bij kinderen van Edgar van Mil en Arianne Struik. Belangrijk leesvoer, omdat de discussie rond de schuldvraag van dit complexe probleem hoog oploopt en feiten en meningen met elkaar verward worden. Uit deze wetenschappelijk onderbouwde literatuur blijkt dat overgewicht evolutionair te verklaren is; te veel eten levert extra voorraden op in de vorm van vetweefsel, wat in lang vervlogen tijden de mens heeft geholpen om te overleven. Inmiddels wordt het voortbestaan van onze soort niet meer door hongersnood bedreigd, maar blijkbaar is dat nog niet tot de diepste lagen van ons brein doorgedrongen, want als het kán, kauwen we gewoon door. Onze omgeving is dikmakend — niet zozeer omdat advertenties en verpakkingen boodschappers zo vrolijk toelachen, maar omdat calorieën in elke koelkast en op elke straathoek voor het oppakken liggen. We hoeven niet meer honderden kilometers met een speer in de hand af te leggen om op een maaltijd te jagen.

In de consumptiemaatschappij waarin we leven, zijn producten in alle soorten, maten, smaken en prijzen verkrijgbaar. In veel gevallen maken die onze dagen leuker of lekkerder, hoewel we — na een blik op de weegschaal — beseffen dat het best wat minder zou kunnen. Bedrijven willen de verkoop van hun waren echter bevorderen, en dus doen ze aan marketing. Dat vermarkten gebeurt ook richting kinderen, een belangrijke doelgroep dankzij het zakgeld dat ze te besteden hebben en de cadeautjes waar ze om vragen, maar meer nog door hun invloed op gezinsaankopen of met het oog op de toekomst.

De gangbare definitie van kidsmarketing is die van de Voedsel en Waren Autoriteit: ‘Op kinderen/de kindermarkt afgestemde zichtbare promotie van producten, teneinde transacties te creëren waarmee consument en producent wederzijdse doelstellingen verwezenlijken’ (VWA, 2006 (pdf)). Dit betreft niet alleen reclame, maar ook verpakkingen, characters, premiums, et cetera. En het gaat niet uitsluitend om voedingsmiddelen, maar ook om speelgoed, kleding, schoolspullen, enzovoort. Zonder marketing zouden populaire merken als LEGO, Disney, Nintendo, McDonald’s en YouTube waarschijnlijk niet bestaan; we zouden het qua speelgoed moeten doen met de aloude blokkendoos en eten wat de pot schaft uit anonieme zakken van kringlooppapier.

Laten we er niet omheen draaien: het containerbegrip ‘kidsmarketing’ is een rotwoord, reclame werkt (effecten zijn keer op keer aangetoond; we — kinderen én volwassenen — worden bewust of onbewust verleid om bepaalde aankopen te doen), merken zijn onontkoombaar en de chipsfabrikant heeft een groter marcombudget dan de groenteboer. Maar reclame is veelal ook relevant, omdat het ons vertelt wat er waar voor hoeveel te koop is, en daarnaast nemen we maar wat graag deel aan marketingacties als er iets te halen valt. Toch gaan er stemmen op dat het aanspreken van kinderen als consumenten onjuist of zelfs onethisch is. Vreemd eigenlijk: kinderen zíjn consumenten, die eten en spelen en opgroeien met logo’s om zich heen (de billboards van McDonald’s, de felgekleurde wikkels van de Tony’s Chocolonely-repen of de spectaculaire evenementen van Red Bull zijn niet specifiek op hen gericht, maar spreken hen wel aan) en moeten leren om daarmee om te gaan.

Sinds 1 januari 2015 is het niet langer toegestaan om reclame voor voedingsmiddelen te maken gericht op kinderen jonger dan 13 jaar, tenzij ze aan specifieke criteria voldoen. Deze zelfregulering gaat vooral ten koste van het traditionele mediabudget (reclame die duidelijk als reclame herkenbaar is, bijvoorbeeld tv-commercials of printadvertenties), maar meer subtiele beïnvloedingstechnieken worden in de praktijk niet geraakt.

De P van ‘promotie’ ligt onder vuur en zou volgens een aantal organisaties verboden moeten worden voor wat betreft minder gezonde voeding, terwijl imho de focus veel meer op de P van ‘product’ zou moeten liggen. Overgewicht ontstaat immers als kinderen meer energie tot zich nemen dan dat ze gebruiken, als ze er meer gewicht bij eten dan dat ze er af bewegen. De kilo’s zullen er niet afvliegen als fabrikanten stoppen met animatiefiguren of spaaracties, zoals voorgesteld wordt. Maar als hun porties kleiner worden gemaakt in plaats van steeds groter, er minder suikerklontjes in hun voedsel verwerkt worden en ze een actievere levensstijl gaan aanhangen, zet dat meer zoden aan de dijk.

Om overgewicht van kinderen tegen te gaan, moeten ‘verwennende’ (groot)ouders hun gedrag veranderen en scholen hun regels aanpassen. Veel opvoeders herkennen het probleem echter niet (hun kind kan écht niet te dik zijn), vinden het moeilijk om het goede voorbeeld te geven (ze kunnen ook tegen zichzelf geen ‘nee’ zeggen), verwennen hun kroost graag (zonder dat erom gezeurd wordt, kopen ze het lekkers dat blije gezichten oplevert), weten niet goed wat al dan niet gezond is, of zijn niet gewend om grenzen te stellen en te handhaven. Aan de andere kant zijn er meer ‘autoritaire’ ouders die doorslaan in het continu tellen van calorieën, waardoor peuters al obsessief met hun uiterlijk (de norm om dun te zijn) omgaan. Opvoeders kunnen dus wel wat hulp gebruiken.

Ik ben een voorstander van een positieve aanpak: niet verbieden, maar de gezonde keuze de makkelijke keuze maken. Zo moeilijk kan het toch niet zijn om water leuker te maken? Een mooi voorbeeld komt uit de VS, waar een samenwerkingsverband van bedrijven, beroemdheden, atleten en stichtingen het nieuwe groente- en fruitmerk FNV (‘Fruits ‘n’ Veggies’) in de markt zet om de consumptie van groenten en fruit door tieners en moeders te verhogen. De marketingtechnieken die al veel langer door de grootste merken worden omarmd, worden daarbij ingezet, maar nu om gezonde producten te promoten. In Nederland hebben we al gezien dat je met ‘verantwoord’ kan scoren: de Moestuintjes-actie van Albert Heijn was enorm succesvol, de schooltuinpakketten van Spar worden steeds populairder en de Kids-lijn van Chiquita Kids maakt gezond snoepen leuk. Maar ook op andere terreinen is een tegenbeweging zichtbaar, met de snackbar die voor duurzaam gaat en het festival waar sapjes aan plezier gelinkt worden.

Het overgewichtsprobleem is niet op korte termijn op te lossen, maar laten we wel aan de slag gaan om de wereld beter te maken voor later. Daarom moeten we verdergaan met het aantrekkelijker maken van de verantwoorde keuze, in campagnes niet misleiden of aanzetten tot overmatige consumptie (‘geniet maar met mate‘ moet ook hier opgaan), de jeugd helpen om dagelijks meer te bewegen en ons ook op (groot)ouders en scholen richten. Het vergt een lange adem, maar op die manier kunnen we de evolutie een beetje bijsturen.

[Dit artikel is ook verschenen in MarketingTribune nummer 8, 2015; afbeelding via Brilliant Ads]

—————————————————————————————————————————————————-

Naschrift:
Over dit enorm complexe onderwerp zijn boeken vol te schrijven. In één pagina in een vakblad is het onmogelijk om die broodnodige nuance in de discussie aan te brengen. Hieronder nog enkele losse meningen en gedachten die ik hierboven niet kwijt kon, maar die wel laten zien waarom het debat alle kanten op kan schieten:

  • Af en toe wordt gepleit voor een vettax of suikerbelasting (die zou kunnen worden gebruikt voor gezondheidsbevordering); een aantal mensen zal calorierijk voedsel eerder laten staan als ze daar extra voor moeten betalen. In Denemarken is dit geprobeerd, maar na een jaar al weer afgeschaft.
  • Mogelijk is de parallel met roken te trekken; het verbod op tabaksreclame of afschrikwekkende plaatjes op verpakkingen hadden naar verluidt geen positieve gevolgen, maar accijnsverhogingen, het aanspreken op sociaal gedrag en maatregelen in openbare ruimten wel.
  • Zou anders een checklist ingevoerd kunnen/moeten worden? Dan zou het voor ouders makkelijker worden om producten te kiezen die kindvriendelijk, eerlijk én duurzaam zijn.
  • Staatssecretaris Van Rijn (VWS) beantwoordde een aantal Kamervragen over ‘sluikreclame’ op scholen: “De huidige Reclamecode voor Voedingsmiddelen beschrijft wat de voedingsmiddelenindustrie wel en niet mag richting het onderwijs en de kinderopvang.”
  • Stichting Media Rakkers stelt in een visiedocument (pdf) over jeugd en reclame dat kinderen recht op educatie hebben over de reële wereld om hen heen: “Het is steeds moeilijker om kinderen af te schermen van reclame, zeker voor de nieuwere vormen in sociale media en in de virtuele werelden, waar zij zich in bewegen zonder toezicht van opvoeders.”
  • Als nieuwsmedia schrijven over kidsmarketing ligt de nadruk altijd op misleiding/zeurterreur/obesitas in plaats van op verleiding/vermaak; een positieve insteek is geen nieuws.
  • Een veel gehoord geluid is dat het ouders te moeilijk wordt gemaakt om ‘nee’ te zeggen omdat er te veel verleidingen zijn, dat ze wel heel sterk in hun schoenen moeten staan om niet overstag te gaan. Daarnaast is er nog de groepsdruk: andere kinderen mogen meer of bepaald gedrag is gangbaar op school of bij verjaardagen, en ouders willen hun kind niet te kort doen.
  • Wijzen naar anderen is de makkelijkste manier om zelf niet verantwoordelijk te zijn, dus laten we het de overheid opknappen in plaats van dat we ons kroost zelf wat minder suiker en vet toestoppen?
  • Columnist/culinair journalist Sylvia Witteman op Twitter: “Voedselfabrikanten de schuld geven van overgewicht is hetzelfde als korte rokjes de schuld geven van verkrachting. (…) Als mensen gaan geloven dat ze in feite nooit ergens iets aan kunnen doen is alles verloren. Dan verworden we tot dieren.”
  • Angela Weghorst van Marketingonderzoek en –adviesbureau TwinQ wil gezonde voeding uit het verdomhoekje van ‘moeten’ halen: “Want ja zeg nou zelf, kinderen leren al op heel vroege leeftijd dat gezond gelijk staat aan ‘moeten’ en ongezond aan ‘feest en beloning’.” Het is wetenschappelijk aangetoond dat het beter werkt als ‘gezond’ als ‘lekker’ wordt gepresenteerd.
  • Teun ‘De Monitor’ van de Keuken‏ was niet enthousiast over de onconventionele aanpak van het nieuwe groente- en fruitmerk FNV: “Pak eerst de marketing van ongezonde rommel maar eens aan.” Maar wat is rommel? Juist veel A-merkfabrikanten leveren een betere kwaliteit én een bijdrage aan een meer duurzame maatschappij, terwijl dit bij de goedkopere merklozen en discounters minder speelt en zij onder de radar blijven.
  • Is een lespakket of een spreekbeurt van een snoepfabrikant educatief of onethisch? Is het tonen van een product op school of in een rekentoets per definitie fout of is het juist een aansprekende manier van aansluiten bij de praktijk, bij de leefwereld van de leerlingen?
  • Tieners blijken zelf nauwelijks na te denken over voeding; gezond en duurzaam hebben nauwelijks hun aandacht; ze krijgen pas belangstelling voor gezonde voeding als ze zelf het gevoel krijgen dat ze te dik worden.
  • Niet alleen fabrikanten, ook retailers spelen een rol. De plaatselijke bakker bijvoorbeeld snijdt tegenwoordig ongevraagd dikkere sneeën brood (als je gewone sneetjes wil, moet je niet om ‘gewoon’ vragen maar om ‘dun’ (lees: dik is gewoon geworden), waardoor je bij een zelfde hoeveelheid boterhammen toch zo’n 20% meer binnen krijgt, en je sneller terug moet voor een nieuw brood.
  • De ‘opvoedrol’ van scholen wordt steeds groter, omdat lang niet alle kinderen bepaalde basisvaardigheden van huis uit meekrijgen (knippen, veters strikken, luisteren, etc.). Zou aandacht voor (eigenlijk: bijdragen aan) een gezond eetpatroon/lunchmoment daar niet ook onderdeel van moeten uitmaken? dat scholen niet alleen een veilige omgeving bieden (bijvoorbeeld door een anti-pestbeleid), maar ook een gezonden omgeving?
  • Steeds meer leerlingen op basisscholen moeten het doen met brood en water. Dat klinkt als een stap terug naar de tijd dat er nog geen ander aanbod was, maar wellicht is dit een noodzakelijke stap?
  • Af en toe genieten van een snoepje of een glaasje fris moet kunnen, zou je denken. Slaan we met een ‘zero tolerance’-beleid in dezen niet te ver door? Dat zou kunnen leiden tot een tegenreactie, waarin de zoektocht naar zoetigheid juist groter wordt (wat verboden is, kan aantrekkelijk zijn) en de focus op uiterlijk (je móet dun zijn) komt te liggen.
  • Al meer dan 75 gemeenten gebruiken de JOGG-aanpak (‘jongeren op gezond gewicht’), waarmee private en publieke partijen zich gezamenlijk inzetten voor een gezonder gewicht onder jongeren. Een mooi initiatief, maar critici vinden dat je het voedselbeleid voor kinderen daarmee uitlevert aan de markt; als het bedrijfsleven er betrokken bij is kan het nooit goed gaan, omdat zij juist door deze groep verantwoordelijk wordt gehouden voor het overgewicht.
  • Meerdere voedingsfabrikanten doen aan ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ en ondersteunen activiteiten op het gebied van sport of gezondheid. Is het zo verkeerd dat een frisdrankmerk een sportevenement sponsort, of moeten we álle initiatieven die hier een bijdrage aan leveren, ongeacht de afzender, juist toejuichen?
  • Enzovoort, enzovoort, enzovoort. Aanvullingen zijn welkom!

Updates:

  • (22/4): Toevoeging van Tim Smits (KU Leuven) op Twitter: “Je mag ongelijkheid tussen voedingssoorten niet negeren. Er zit meer marge op geproduceerde (ongezonde) voeding, dus meer marketing. De brand equity van basisproducten zoals appels of groente is te laag om een marketingbudget te hebben; voor gezond voedsel is het gewoon onhaalbaar om met gelijke ‘wapens’ (=marketingbudgetten) te werken.”
  • (26/4): En dit is dus niet de bedoeling: ondanks beloftes van producenten om hun producten minder zout te maken, zijn veel zoute levensmiddelen de afgelopen jaren even zout gebleven of zelfs zouter geworden, blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond.
  • (28/4): Uit een recent onderzoek op Amerikaanse scholen blijkt dat de ‘McDonald’s-methode’ ervoor zorgt dat de gezonde maaltijden op school met maar liefst 300% meer gekozen worden dan voorheen, schrijft HLNdoor kleine hebbedingen weg te geven, wordt zo’n maaltijd een stuk populairder bij kinderen.

Havas-rapport over moderne gezinnen: ‘Digitale technologie en het internet verpesten de jeugd’

Het creatieve netwerk Havas Worldwide heeft een nieuw ‘Prosumer Report’ gepubliceerd, deze keer over The New Dynamics of Family (gratis te downloaden in ruil voor je gegevens). Het rapport is gebaseerd op een nieuw onderzoek door Market Probe International onder 6.767 mannen en vrouwen (18+) in 20 landen. Interessante kost, want er is bekeken hoe het moderne gezin eruit ziet, of familierelaties veranderd zijn, wat opvoeding betekent in dit digitale tijdperk en welke invloed kinderen hebben op consumptiegedrag.

“The world is undergoing seismic shifts, with significant implications for our family structures. The traditional nuclear family is giving way to a hodgepodge of variations. Marriage is increasingly optional—and now open to a larger crowd. And age-old gender norms are being pushed aside as women and men increasingly take on the same functions. So how is all this change affecting how we think about family—and what we expect of it? Has the value we place on our blood relatives diminished as we’ve become less reliant on them for our survival and sense of self?”

Over het digitale leven zijn de gevoelens tegenstrijdig; de wereld houdt ervan en kan niet zonder, maar maakt zich ook zorgen, met name over wat het voor kinderen betekent. Een krappe meerderheid (53%) is het eens met de stelling dat digitale technologie en het internet de jeugd verpesten. Mensen zijn bezorgd over privacy en ‘oversharing’, maar ook dat kinderen los van de ‘natuurlijke wereld’ komen te staan en dat er te weinig gezamenlijke rusttijd is.

ambivalent over digitale leven

“A majority of the people we surveyed around the globe believe that digital technology and the Internet are ruining childhood. Levels of agreement range from a low of 25 percent in tech-happy Japan to a high of 70 percent in India. (…) The trick seems to be to find a balance that best serves the needs of minors. That means giving them access to the latest technologies without allowing them to be sucked entirely into the digital world.”

Driekwart van de ouders haalt meer plezier uit het besteden van geld aan hun kinderen dan aan zichzelf. Bijna de helft van de jongere vaders en moeders geeft vaak toe aan de druk om dingen voor hun kinderen te kopen waarvan ze eigenlijk niet willen dat ze die hebben. Kinderen blijken een enorme invloed te hebben op gezinsaankopen. Ouders in de leeftijd 18-34 jaar luisteren vooral naar hun kroost als het gaat om voeding (80% van de ouders zegt dat hun kinderen beïnvloeden wat gekocht wordt), media (muziek, films, games, boeken; 68%), vakantiecadeaus (67%), technologie (56%), kleding (65%), vakanties (63%), dranken (64%), meubelen (52%) en auto’s (49%).

Ik raad je aan om het rapport zelf te lezen (al is het maar voor het besef dat er nog genoeg ‘ouderwetse opvattingen’ zijn waar veel mensen aan vasthouden), hier alvast enkele andere conclusies:

  • Het aantal ‘traditionele gezinnen’, waarbij de man voor het inkomen zorgt en zijn vrouw voor het huishouden en de kinderen, is fors afgenomen. Wat niet wegneemt dat een meerderheid van mening is dat singles zonder kinderen een belangrijk deel van het leven missen.
  • Maar liefst 38% van de respondenten rekent beste vrienden tot zijn familie, 31% zegt dat over huisdieren. Een derde van de millennials voelt zich soms nauwer verbonden met collega’s dan met hun familie.
  • Het begrip ‘familie’ wordt vooral gezien als een bron van vreugde (74%), troost (64%) en blijdschap (61%). Negatieve begrippen komen in mindere mate voor; 7% vindt familiebijeenkomsten stressvol, 5% noemt ze vervelend en 1% ziet ze als een nachtmerrie. Driekwart heeft een liefdevolle relatie met zijn familie.
  • De legalisering van het homohuwelijk is een omstreden onderwerp, waarbij net iets meer mensen dit een slechte ontwikkeling voor de samenleving vinden dan het aantal dat dit juist een goede zaak vindt. Millennials behoren in grotere mate tot de laatste groep dan babyboomers. Overigens geven nog steeds veel mensen er de voorkeur aan dat er gekozen wordt voor een partner met hetzelfde geloof (51%), dezelfde etniciteit (34%), dezelfde socio-economische achtergrond (38%) en dezelfde politieke visie (32%). Ook is het krijgen van kinderen zonder getrouwd te zijn nog niet volledig geaccepteerd.
  • Meisjes moeten als meisjes worden opgevoed en jongens als jongens (verschilende activiteiten, speelgoed, kleding, etc.) — met die stelling is 53,5% van de ondervraagde mannen en 37% van de vrouwen het eens. Dat betekent dat 46,5% van de mannen en 63% van de vrouwen vindt dat ouders hun kinderen zo veel mogelijk genderneutraal moeten opvoeden. Een meerderheid van generatie Y kiest ook voor deze laatste opvatting.
  • Millennials (hier gedefinieerd als 18-34-jarigen) vinden het belangrijk dat ouders hun kinderen kennis laten maken met andere culturen (8%), reiservaringen (75%), training in kunsten (73%) en blootstelling aan meerdere religies (45%). Deze jongeren mense vinden het ook belangrijker dan babyboomers dat ouders druk uitoefenen op hun kinderen om uit te blinken.
  • Zeven van de tien respondenten zijn van mening dat er geen groter succes valt te behalen dan een geweldige ouder te zijn. Een meerderheid (59%) van de millennials is van plan hun kinderen anders op te voeden dan ze zelf opgevoed zijn, maar slechts 44% durft zichzelf een betere ouder te noemen. Dat ouders en hun kinderen tegenwoordig een sterkere band met elkaar hebben dan bij vorige generaties, wordt door slechts 41% van de 18-34-jarigen onderstreept.

Meer resultaten in onderstaande presentatie.

“Now that we have schedules so complex that we need apps to track them, it can be a real luxury to spend a concentrated period alone with family. Brands are working to reduce the hassles of making that happen.”

Jammer dat Nederland en België niet in de studie zijn meegenomen!

[Via Adweek]

Coca-Cola Life geïntroduceerd met zwangerschapstest

Marketingsite Adweek heeft een lijstje gepubliceerd met de beste commercials van 2014. Daarin zijn niet alleen de campagne van HBO met ongemakkelijke gezinssituaties en het Kerstfilmpje van John Lewis met Monty de pinguïn opgenomen, maar ook onderstaande video uit Argentinië van Coca-Cola Life*. Eind vorig jaar uitgezonden en daardoor te laat voor het jaarlijstje van 2013, maar mooi genoeg om nu alsnog onder de aandacht te brengen. In 1 minuut wordt het verhaal verteld van ouders die hun eerste kindje krijgen.

Met een cover van To Love Somebody als toepasselijke soundtrack zien we dat de komst van een baby het huishouden flink overhoop haalt, letterlijk en figuurlijk. Herkenbaar, en daarom zo sterk?

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=-prOqP8AxAA]

“Destapá tu naturaleza.”

*Coca-Cola life is gezoet met ingrediёnten van natuurlijke oorsprong en bevat een derde minder suiker en calorieën. De nieuwe frisdranklijn met een groene verpakking zal begin 2015 in Nederland worden geïntroduceerd, nadat het in 2013 in Argentinië en Chili op de markt werd gebracht. Het is de eerste nieuwe introductie in Nederland binnen het Coca-Cola-portfolio sinds de komst van Coca-Cola Zero in 2007.

[Creatie door Santo, Buenos Aires; via Adweek]

[Week van de Opvoeding] Vader maakt spelen met dochters nóg leuker, dankzij bezorgdienst McDonald’s

Het schijnt de ‘Week van de Opvoeding’ te zijn, volgens de initiatiefnemers “een taak die bestaat uit plezier maken en doorzetten, uit geluk en stress, uit genieten en geduld oefenen.” Op de Filipijnen zendt McDonald’s een commercial uit die binnen 1 minuut ál deze aspecten illustreert, ter promotie van een mobiele app waarmee gerechten te bestellen zijn, die vervolgens binnen een half uur aan de deur worden afgeleverd. Past helemaal bij de positieve benadering die deze week voorop dient te staan, zou je zeggen.

Vaders die punten willen scoren bij hun dochters hebben daar veel voor over (een gezamenlijk uitje naar de Tina-dag doet het bijvoorbeeld ook goed), en dat maakt onderstaand spotje duidelijk. Maar je kan het natuurlijk ook overdrijven…

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=D-613963Pz4]

[Creatie door Leo Burnett Manila; via Creativity]

Drie gezinnen filmen zichzelf voor real-life videocampagne Ouders van Nu

Crossmediaal platform Ouders van Nu is een online campagne gestart met real-life filmpjes van gezinnen. In de video’s filmden de ouders zichzelf en hun kind(eren) op grappige, dramatische en ontroerende momenten. De video’s duren 1 minuut en zijn voor ouders herkenbaar en vaak hilarisch: gebakkelei aan tafel met een hittepetit-peuter die echt niet wil eten, huiveren bij een jochie dat iets in z’n mond heeft en het echt niet wil uitspugen en een helse autorit voor het hele gezin. De video’s worden onder andere verspreid via de verschillende kanalen van het merk (print, social en online) en via YouTube.

Binnen het eigen Ouders van Nu-netwerk, op straat en via Facebook werden ouders met lef gezocht. De geselecteerde ouders namen de camera mee in het vliegtuig, op de dag van de geboorte van de tweede en wanneer het zweet ze op de rug stond, omdat er iets akelig mis dreigde te gaan. Uiteindelijk maakten drie gezinnen ‘how-to-selfies’; video’s die ze zelf opnamen en waarin ze bijvoorbeeld laten zien hoe je omgaat met een drama queen van twee jaar oud. Vanaf nu is op Oudersvannu.nl/welkombij te zien wat Lenneke & Martijn, Susana & Bas en Amber & Hesling meemaken met hun kids.

De reden voor de campagne is dat Ouders van Nu sinds kort niet alleen een magazine is, maar een crossmediaal platform is geworden met website Oudersvannu.nl, de Ouders van Nu Zwanger Box en Baby Box, de Ouders van Nu Voordeelpas en verschillende apps. Om dat te vieren is de videocampagne gemaakt, waarin ouders en hun kinderen in het middelpunt worden gezet. Een letterlijk kijkje in hun leven. In totaal zijn er 24 filmpjes opgenomen, waarvan de eerste tien inmiddels zijn te bekijken. Hieronder een voorbeeld.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=5NuFGdk-bB4]

‘Veel onzekerheid bij ouders over opvoeden, opgroeien en gezondheid’

Jonge ouders met één kind, een relatie en een parttime baan zijn buitengewoon tevreden over hun eigen opvoedkunsten. Eén op de vijf geeft zichzelf een negen of een tien. Ben je echter een alleenstaande, oudere ouder die veel werkt en meerdere kinderen heeft, dan is de kans groot dat je jezelf een mager zesje of een onvoldoende geeft. Dat blijkt uit het eerste ‘Opvoed- en Opgroei-onderzoek’ van Stichting Opvoeden.nl* onder ruim 1.200 ouders en opvoeders, uitgevoerd door Maurice de Hond.

Ook al zit het wel goed met het zelfbeeld van ‘startende ouders’, toch kennen ook zij, net als veel andere ouders en opvoeders, veel onzekerheden, zo laat het onderzoek zien. Gemiddeld genomen heeft circa driekwart van de ouders met thuiswonende kinderen vaak of regelmatig vragen of onzekerheden over opvoeden, opgroeien of de gezondheid van de kinderen. Jongere ouders zijn het vaakst onzeker en vrouwen significant vaker dan mannen. Ruimschoots de helft (56%) van de ondervraagden heeft dan ook regelmatig of vaak behoefte aan opvoedinformatie.

Uit het onderzoek blijkt verder dat bijna negen op de tien ouders en opvoeders gemiddeld genomen meer vertrouwen hebben in de eigen partner dan in de huisarts als het aankomt op opvoeden, opgroeien en gezondheid. Een scheiding doet dit vertrouwen kelderen. Onder die omstandigheden wint men liever advies in bij familie (76%), andere ouders (62%) of objectieve opvoedingssites (60%), dan bij de ex-partner (40%). Ouders en opvoeders vinden sociale media overigens erg onbetrouwbaar. Negen op de tien ouders zal ze niet snel gebruiken om opvoedvraagstukken op te lossen. Ruim de helft vindt kanalen als Facebook en Twitter ronduit onbetrouwbaar. Opvallend daarbij is overigens dat ouders en opvoeders boven de 35 sociale media veel minder vaak afwijzen dan jongere ouders.

Onderstaande grafiek laat zien hoe betrouwbaar ouders en opvoeders de verschillende informatiekanalen en afzenders vinden als het gaat om opgroeien, opvoeden en gezondheid.

betrouwbaar

Er is een grote behoefte aan websites met opvoedinformatie waarvan de betrouwbaarheid buiten kijf staat. Bijna twee op de drie ouders en opvoeders is van mening dat dit de verantwoordelijkheid moet zijn van een onafhankelijke instantie. Er moet ook een keurmerk komen voor onafhankelijke online informatie over opvoeden, vindt ruim de helft van de geënquêteerden.

De informatiebehoefte van ouders en opvoeders is het grootst tijdens de babyfase. Daarna zakt de informatiebehoefte langzaam, om weer toe te nemen als de kinderen in de puberteit komen. Als er sprake is van een kinderwens en er nog geen kinderen zijn, is de informatiebehoefte relatief laag.

“De perfecte ouder bestaat niet. En dan praat ik ook uit eigen ervaring als moeder. Iedere opvoeder heeft wel eens twijfels en vragen over bijvoorbeeld mediagebruik, voeding, driftbuien, pesten op school of seksualiteit. Probeer je de antwoorden op internet te vinden, dan vind je heel veel informatie, maar wat klopt wel en wat niet? Dan is het goed te weten dat er een onafhankelijke stichting is die in opdracht van gemeenten objectieve en betrouwbare informatie geeft.” [Els Verkerk van Stichting Opvoeden.nl]

*Stichting Opvoeden.nl verzorgt in opdracht van bijna 400 gemeenten de informatievoorziening over opvoeding, opgroeien en gezondheid. Deze informatie is gevalideerd door (wetenschappelijke) kennis- en themainstituten op het gebied van jeugd(gezondheids)zorg, onderwijs en welzijn. Gemeenten zijn wettelijk verplicht hun inwoners voor te lichten over opvoeden, opgroeien en gezondheid. Daarom is door de VNG en het ministerie van VWS Stichting Opvoeden.nl in het leven geroepen. Deze stichting biedt in opdracht van gemeenten onafhankelijke informatie via de Centra voor Jeugd en Gezin en de consultatiebureaus. Ook biedt de stichting een keurmerk dat de betrouwbaarheid van de informatie garandeert. Stichting Opvoeden.nl werkt samen met vrijwel alle landelijke kennisinstituten rond jeugd en gezin en organisaties voor jeugdgezondheidszorg en welzijn.

[Afbeelding betreft een ‘guerilla klaslokaal’ van Milwaukee-based COA Youth & Family Centers (COA), om duidelijk te maken dat ouders die betrokken zijn bij de educatie van hun kinderen een positieve invloed hebben op hun succes op school]

Oudermagazine adverteert met grensoverschrijdend gedrag van jongeren; geen woorden voor?

Fritz+Fränzi is een Zwitsers tijdschrift voor ouders over opvoeding, educatie, vrije tijd en school. Dat klinkt best saai. Terwijl de periode van puberteit en adolescentie in de praktijk mogelijk best wat problemen, conflicten en risico's met zich meebrengt. Opgroeiende jongeren gedragen zich immers niet altijd even verstandig. Drie voorbeelden daarvan worden getoond in onderstaande printadvertenties. Het zal je zoon of dochter maar zijn. Als je daar als ouders geen woorden voor hebt, dan vind je die wellicht in het magazine dat de afzender is van deze campagne.

Shockeren om het shockeren of slim inspelen op de onzekerheden van vaders en moeders? Voor de promotie van een blad waarin naar eigen zeggen taboe-onderwerpen niet geschuwd worden, zou je kunnen zeggen dat de beelden van een Hitler-groet, sexting of een brandend hoofd relevant zijn. En ongetwijfeld zijn er opvoeders die behoefte hebben aan antwoord op de vraag hoe hiermee om te gaan.

"When you can't find the words, we provide them."

[Creatie door Jung von Matt/Limmat AG, Zwitserland; via Ads of the World]

‘Als jij voor mama moet spelen, kan je geen kind meer zijn’

De Vlaamse Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) lanceert een bewustmakingscampagne rond kinderen van ouders met een alcohol- of drugprobleem. Centraal staat een filmpje van anderhalve minuut dat een jong meisje toont dat de taken van haar verslaafde moeder overneemt en zo niet langer kind kan zijn. Doel is om kinderen en jongeren in dergelijke probleemsituaties aan te sporen hun verhaal te vertellen: praten over gevoelens en informatie opzoeken over het thema maakt deze kwetsbare jeugd sterker om de situatie thuis aan te kunnen.

Maar liefst één op de tien kinderen en jongeren groeit op in een gezin waar minstens één ouder regelmatig alcohol, drugs of pillen misbruikt. Verschillende organisaties staan klaar om met hen het gesprek aan te gaan. De DrugLijn start ook met een chatservice, om de drempel naar deze doelgroep toe te verlagen.

Kinderen van ouders met een alcohol- of drugprobleem zijn moeilijk te bereiken. Het is niet enkel een erg diverse groep, het gaat ook om jongeren die er vaak alles aan doen om die problemen thuis te verbergen. Toch is het belangrijk hen rechtstreeks te laten weten dat ze er niet alleen voor staan.

Kinderen zoeken naar verklaringen voor de problemen die hun ouder heeft met alcohol en/of andere drugs. Ze bouwen redeneringen of gedachten op die niet altijd kloppen met de werkelijkheid. Na enige tijd kan de pijnlijke gedachte ontstaan dat hun vader of moeder hen niet graag ziet. Sommige kinderen gaan de rol van hun ouder overnemen: ze doen de afwas, zorgen voor hun jongere broers of zusjes of ruimen de rommel op in huis. De video kaart dit aspect van de problematiek aan.

Het filmpje zal zo veel mogelijk over het internet verspreid worden en doorverwijzen naar organisaties waar deze jongeren met hun verhaal terecht kunnen. De campagne wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid.

[Lees ook: Dronken ouders zijn monsters, in Finse video]