CBS-onderzoek: ‘Een op de zes jongeren zegt verslaafd te zijn aan sociale media, vooral meisjes’

“Ik ben verslaafd aan sociale media” — dit zegt 17% van de jongeren in Nederland. Bovendien kunnen sociale media volgens jongeren een negatieve invloed hebben op hun concentratievermogen, nachtrust en schoolprestaties. Dit blijkt uit het onderzoek Belevingen van CBS. Meisjes zijn vaker verslaafd dan jongens. Van de meisjes tussen 12 en 18 jaar zegt 22% verslaafd te zijn aan sociale media, zoals Facebook, Whatsapp, Instagram, Skype of Youtube. Onder jongens van deze leeftijd is dit met 13% een stuk lager.

Meisjes besteden ook meer tijd op sociale media; 14% is elke dag 5 uur of langer actief. Onder jongens is dit 6%. De meeste jongeren zitten 1 tot 3 uur per dag op sociale media. Slechts 1% zegt geen sociale media te gebruiken. Onderstaand een grafiek van het aantal uren per dag dat 12-18-jarigen aan sociale media besteden.

verslaafd1

Dat meisjes vaker zeggen dat ze verslaafd zijn, kan te maken hebben met hun betrokkenheid bij sociale media. Meisjes geven vaker dan jongens aan dat ze het fijn vinden als anderen hun berichten liken, retweeten of delen. Meisjes voelen zich ook vaker onrustig als er een bericht binnenkomt dat ze niet direct kunnen bekijken en zijn vaker bang om dingen te missen als ze niet online zijn. Hieronder is het belang dat jongeren aan sociale media hechten grafisch weergegeven.

verslaafd2

Volgens 47% van de jongeren heeft sociale media een negatieve invloed op een of meerdere onderdelen van hun leven. De grafiek hieronder maakt duidelijk dat ze zich door sociale media bijvoorbeeld minder goed kunnen concentreren, slechter slapen of slechter presteren op school. Meisjes hebben hier vaker last van dan jongens. Nagenoeg alle jongeren geven de voorkeur aan persoonlijke ontmoetingen boven contact via sociale media. Toch vindt bijna de helft van de 12- tot 18-jarigen dat sociale media een positieve uitwerking hebben op hun contact met familie en vrienden. Het vergemakkelijkt volgens hen het contact met familie en vrienden die verder weg wonen en ze hebben meer, vaker of sneller contact met mensen.

verslaafd3

Ondanks het feit dat jongeren een aantal uren per dag actief zijn op sociale media, ze gevoelig zijn voor reacties en regelmatig negatieve gevolgen ervaren, vinden jongeren niet dat sociale media een zeer belangrijke plek innemen in hun leven. Als aan jongeren gevraagd wordt om door middel van een cijfer van één tot en met tien aan te geven hoe belangrijk sociale media voor hen zijn, geven zij gemiddeld een 6,4. Jongeren die zeggen dat ze verslaafd zijn aan sociale media geven een 7,7.

Zie voor meer informatie de CBS-paper Jongeren over sociale media (pdf).

[Foto uit project Sur-Fake van Antoine Geiger]

Lees ook:

Jongeren juist socialer door internetgebruik: ‘Meer verbonden met netwerken, meer participatie in samenleving’

Het is een bekend beeld: jongeren die alleen nog aandacht hebben voor hun beeldscherm. Maar mediaonderzoeker Marjon Schols ontkracht waarschuwingen dat ze hierdoor minder sociaal zouden worden. Uit haar promotieonderzoek onder jongeren blijkt dat alledaagse online activiteiten juist positief zijn voor de sociale cohesie. Jongeren die veel tijd besteden aan online sociale contacten zijn sterker verbonden met hun sociale netwerken. Ook participeren ze meer in de samenleving. Schols promoveert deze week aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De negatieve gevolgen van het internetgebruik onder jongeren krijgen veel aandacht; jongeren die op afstand en met hun ogen gericht op schermen zouden leven. Voor haar onderzoek naar de invloed van internet op jongeren en sociale cohesie ondervroeg mediaonderzoek Marjon Schols middels surveys duizenden jongeren. Zo wilde ze antwoord krijgen op de vraag hoe het alledaagse internetgebruik van jongeren samenhangt met de belangrijkste dimensies van sociale cohesie voor jongeren: de relatie met hun ouders, de insluiting in vriendengroepen en hun participatie in de samenleving.

In haar proefschrift Young, Online and Connected. The impact of everyday Internet of Dutch adolescents on social cohesion ontkracht Schols de waarschuwingen van a-sociaal wordende jongeren. Integendeel, de resultaten van haar onderzoek laten zien dat jongeren niet alleen sterk met internet, maar daardoor ook met hun sociale netwerk verbonden zijn. Ook participeren ze meer in de samenleving. Hoe meer jongeren participeren in online sociale activiteiten als Facebook, hoe meer ze bijvoorbeeld offline opgenomen worden in vriendengroepen. 

Online sociale activiteiten blijken vooral bij te dragen aan een betere maatschappelijke ‘insluiting’ van jongeren van niet-Westerse origine. Dat is een groep die offline minder participeert in vriendengroepen en in georganiseerde vormen van vrijetijdsbesteding, zoals hobbyclubs en sporten.

Een sociaal netwerk als Facebook is volgens Schols niet alleen een dimensie van sociale cohesie, het is ook een middel om die cohesie te versterken. Zo mobiliseert een netwerk jongeren om deel te nemen aan online en offline politieke activiteiten.

Schols tempert wel de verwachtingen over de positieve bijdragen van het internetgebruik op participatie in de samenleving. Ze ontdekte namelijk duidelijke verschillen in de mate waarin jongeren om kunnen gaan met digitale media, online content kunnen zoeken en de waarde er van kunnen bepalen. Online culturele en politieke activiteiten zijn vooral aantrekkelijk en toegankelijk voor hoger opgeleide en digitaal vaardige jongeren. Laagopgeleide jongeren zijn vaak niet alleen minder vaardig online, ze zijn ook minder cultureel en politiek geïnteresseerd. De interesses van jongeren zijn het meest bepalend voor hun online gedrag en voor de uitkomsten van hun internetgebruik. De verschillen in digitale vaardigheden dragen zo bij aan een grotere ongelijkheid in de participatie in de samenleving, stelt Schols.

[Afbeelding uit commercial voor iPhone 6s]

CNN duikt in geheime wereld van tieners: “Sociale media als real-time scorebord van 24/7 populariteitswedstrijd” #Being13

CNN-presentator Anderson Cooper (AC360) concludeerde dat iedereen wel een mening heeft over hoe het is om als tiener op te groeien in deze tijd van mobiele apparaten en sociale media, maar dat er weinig onderzoek naar is gedaan. En dus is hij samen met een psycholoog en een socioloog gaan volgen wat 200 jongeren zoal doen op Facebook, Twitter en Instagram. De resultaten van hun analyse van zo’n 150.000 posts zijn gevat in de documentaire Being13: Inside The Secret World of Teens, die op 5 oktober a.s. via CNN te zien is.

In onderstaande video zie je een samenvatting van de uitzending.


“Social media, it’s like an instant barometer of popularity.”

Uit het onderzoek komt naar voren dat middelbare scholieren sociale media zien als een real-time scorebord van een continue populariteitswedstrijd. Ze checken hun accounts meer dan honderd keer per dag. Dat doen ze vaker dan ze zelf berichten plaatsen (sommige tieners maken 200 selfies voordat ze er eentje kiezen om te posten). Het blijkt dat interacties via sociale media er vaak meer toe doen dan face-to-face gesprekken. De lijn tussen de ‘echte’ wereld en de cyberwereld bestaat echter niet meer.

Bijna alle ouders (94%) onderschatten de hoeveelheid ruzies op sociale media. Het is voor hen niet makkelijk dat tieners taal gebruiken die hun opvoeders niet begrijpen. Meer dan een derde van de scholieren geeft toe dat ze doelbewust anderen uitsluiten online, en 15% bekent dat ze ongepaste foto’s hebben ontvangen, waarvan een aanzienlijk deel gebruikt wordt voor ‘wraakporno’.

Anderson, zelf ook niet meer de jongste, belooft dat hij gezinnen praktische adviezen gaat geven hoe om te gaan met de door wifi verbonden tweens. Kortom, een programma om naar uit te kijken.

Being 13 is de opvolger van de bekroonde CNN-rapportage Bullying: It Stops Here (2011).

Update: kijk de volledige reportage hieronder.

Jong social media-talent neemt Vodafone’s Snapchat-account over

In het verlengde van de Vodafone YOU-campagne* ‘Power to the Prepaid People’ ligt vanaf vandaag het Snapchat-account van het merk helemaal in handen van prepaid-gebruikers. Twee geselecteerde jongeren, Quinty (18) en Mitchell (21), maken de aankomende acht weken ‘fun-to-watch content’ en bepalen wat de volgers te zien krijgen. De Snapchat-fanatiekelingen worden aangemoedigd door bekende YouTubers. Deze rol is de eerste vier weken weggelegd voor social media-persoonlijkheid Rutger Vink, oftewel Furtjuh.

Furtjuh maakt elke ‘Fantastic Friday’ uitdagende challenges bekend, die via het Snapchat-account moeten worden uitgevoerd. Met de Snapchat-campagne stelt Vodafone naar eigen zeggen empowerment centraal en laat het aan de doelgroep over om te bepalen hoe en met welke content zij bereikt worden. De fotochat-applicatie is onder jongeren extreem populair en wordt gebruikt voor het vluchtig delen van foto’s en video’s die je artistiek kunt bewerken.

Uitgedaagd door Furtjuh en andere bekende YouTubers is het aan prepaid-gebruikers Quinty en Mitchell om iedere vrijdag via Snapchat komische challenges uit te voeren en hun Snapchat-skills te laten zien. De opdrachten die ze krijgen staan in het teken van de ‘Fantastic Friday’-deals van Vodafone YOU. Hierbij krijgen YOU-gebruikers elke vrijdag speciale aanbiedingen, zoals VIP-kaarten voor festivals, kortingen op kleding en extra databundels.

*De kick-off van de campagne vond vorige maand plaats, toen zes jongeren tijdens een 48-uurs productiemarathon de kans kregen om samen met YouTube-duo de Cinemates de nieuwe online commercial te maken voor Vodafone YOU.

[De Snapchat-campagne is ontwikkeld in samenwerking met MEC Amsterdam en TBWA]

YoungWorks laat jongeren nadenken over hun gedrag op sociale media: ‘Hou je duim onder controle met de duimkorf’

Jongeren tussen de 12 en 15 zijn de hele dag druk met appen, snappen, grammen, liken en sharen. Dit gebeurt niet altijd weloverwogen en daarom vroeg het Ministerie van OCW aan YoungWorks om iets te bedenken om jongeren beter te laten nadenken over hun gedrag op sociale netwerksites. Het bureau voor jongerencommunicatie trok de conclusie dat tieners eigenlijk continu met hun duimen in de weer zijn: “Een heel simpel probleem, waar we ook een hele simpele oplossing voor hebben bedacht: de duimkorf.”

Met onderstaande video, advertenties en een printbare duimkorf (pdf) is de campagne op Facebook verspreid. Daarnaast hebben negen social influencers op Instagram op hun eigen manier over de campagne gepost naar hun (in totaal) 500.000 volgers.

[vimeo 130198869 w=570 h=321]

Jongeren herkennen zichzelf en vrienden in de film, praten erover op Facebook en Instagram en delen de campagne met elkaar, zo was de bedoeling. Op die manier zijn volgens de makers bijna één op de vier jongeren (150.000-200.000) in de leeftijd 12-15 jaar bereikt. Maar of ze daarmee van D.A.D.H.D. (Duimen Alle Dagen Heel Druk) ‘genezen’ zullen zijn? 

Stagiaires werven, ook dat doet Nieuwe Revu op het randje

De sfeer binnen een bedrijf is volgens studenten het belangrijkste kenmerk van een stage, gevolgd door de werkzaamheden. Bedrijven werven stagiairs vooral via scholen (72%), het eigen netwerk (67%) en vacaturesites (58%), zo bleek uit Nationaal Stage Onderzoek 2014 (pdf). Inmiddels zet 42% van de bedrijven sociale media in voor werving, een fors groter deel dan in 2013 (28%). Van de studenten zoekt 27% naar een stage op Facebook, Twitter, et cetera, maar slechts 3% vindt op die wijze daadwerkelijk een plek.

Maar een goede stagiair(e) vinden, hoe doe je dat als werkgever eigenlijk? Nieuwe Revu zoekt stagiaires met een opmerkelijke oproep op Twitter vandaag, opmerkelijk door de begeleidende foto van een coke-snuivende werknemer (wat niet eens zo off-topic is, en gezien het drugsgebruik van studenten is de markt groot genoeg). Als je jezelf ‘het lefgozertje onder de serieuze bladen’ noemt, wil je natuurlijk niet de braafste jongetjes van de klas aannemen, dus misschien is dit wel de juiste aanpak? Helaas voor het tijdschrift van uitgever Pijper Media leverde het berichtje slechts zeven retweets (en geen noemenswaardige ophef) op.

revu zoekt stagiaires

Wat dat betreft had News Corp Australia eerder dit jaar meer ‘succes’ met een nogal sexistische afbeelding op Instagram, waarmee stagiaires werden gezocht voor het magazine Sunday Style. Na kritiek bood het bedrijf excuses aan, maar toen was het kwaad al geschied.

TwinQ-onderzoek: Facebook en WhatsApp meest gebruikte social media, gevolgd door Skype, Instagram en SMS

Ons grootschalig en diepgaand kwalitatief en kwantitatief onderzoek de TwinQ van kinderen & jongeren anno nu heeft vele mooie inzichten opgeleverd. In dit artikel geven we een overzicht van het social media gebruik van 5-25-jarigen.

Ondanks de geluiden dat Facebook aan populariteit verliest, blijkt zij naast WhatsApp nog steeds het meest gebruikt te worden; meer dan de helft van de 5-25-jarigen maakt hier gebruik van.

WhatsApp is populair omdat je gratis en privé met anderen kunt communiceren, zonder dat de ‘hele wereld’ mee kan kijken. Daarnaast is het absolute voordeel dat je WhatsApp groepjes kunt aanmaken waardoor je met meerdere mensen tegelijkertijd kunt communiceren. Zo zien we dat de meeste jongeren gebruik maken van meerdere WhatsApp-groepjes zoals bijvoorbeeld familie, vrienden, beste vrienden, school, sport, etc.

Facebook wordt voornamelijk gebruikt om dagelijks te kijken en slechts af en toe iets te delen (dit geldt overigens voor de meeste social media!). Met Facebook blijf je op de hoogte van het wel (en wee) van je vrienden en familie en krijg je een overzicht van grappige en interessante berichten van ‘pagina’s’ die jij zelf hebt geselecteerd.

Social-mediagebruik1kopie

Grofweg kan worden gesteld dat het social media gebruik toeneemt naarmate men ouder wordt (zoals hieronder getoond voor Facebook). Voor Instagram zien we echter een top in de leeftijd 12-15 jaar.

Daarnaast zien we dat met uitzondering van Facebook, WhatsApp en Skype dat meisjes meer gebruik maken van social media dan jongens. Dit omdat meisjes over het algemeen meer geïnteresseerd zijn in sociale interacties dan jongens. Zoals we ook al in ons blog over de favoriete games hebben aangegeven, zijn jongens meer geïnteresseerd in het spelen van games.

Social-media-uitsplitsingkopie

Meer weten? Neem dan contact op met TwinQ.

Pew Research Center: ‘Kwart van de Amerikaanse tieners is constant online, dankzij smartphone’

Het Pew Research Center heeft de Teens, Social Media & Technology Overview 2015 (pdf) gepubliceerd. De Amerikaanse ‘feitentank’ concludeert in het nieuwe rapport, gebaseerd op GfK-onderzoek onder ruim 1.000 jongeren van 13-17 jaar én hun ouders, dat smartphones voor een verschuiving in het communicatielandschap van tieners zorgen. Met name dankzij de mobiele apparaten die altijd bij de hand zijn, gaat 92% van de tieners dagelijks online (12% doet dat dagelijks slechts één keer, 56% meerdere keren per dag en 24% bijna constant).

Dat betekent niet dat alle Amerikaanse jongeren een smartphone bezitten; bijna driekwart gebruikt een telefoon met internettoegang, 30% heeft een eenvoudigere mobiele telefoon en 12% moet het helemaal zonder mobieltje doen. De ‘mobiele tieners’ zijn veel actiever online.

Hieronder lees je de belangrijkste andere conclusies uit het onderzoek:

  • Onlangs alle berichten over jongeren die Facebook zouden verlaten, is het nog altijd de populairste sociaalnetwerksite (door 71% van de 13-17-jarigen gebruikt), gevolgd door Instagram (52%), Snapchat (41%), Twitter (33%) en Google+ (33%). Een gemiddelde gebruiker heeft 145 Facebook-vrienden, 95 Twitter-volgers en 150 volgers op Instagram.
  • 71% van de ondervraagde tieners is actief op meerdere sociaalnetwerksites, Facebook wordt het meest gebruikt.
  • Negen van de tien ‘mobiele jongeren’ wisselen tekstberichtjes uit, gemiddeld 30 per dag. Slechts eenderde gebruikt messaging-apps als WhatsApp of Kik.
  • Veel meer meisjes dan jongens gebruiken visueel-geöriënteerde socialemediaplatformen als Instagram, Snapchat, Pinterest en Tumblr. Ook sturen ze meer tekstberichtjes. Bij jongens is de kans groter dat ze games spelen.
  • 87% van de Amerikaanse tieners bezit of heeft toegang tot een desktop of laptop, 58% een tablet, 81% een game-console.

Zie de Pew-website voor meer info.

Newcom Social Media Jongeren Onderzoek 2015: ‘Jongeren zijn meer merken gaan volgen’

Ruim een maand geleden schreef ik al enigszins kritisch over het Nationale Social Media Onderzoek 2015 van Newcom Research & Consultancy. Afgelopen weken heeft het bureau nadere analyses gedaan, die deze week in samenwerking met radiozender 3FM in een aanvullend rapport over jongeren (15-24 jaar) zijn gepubliceerd. Ook nu zijn de wijze van steekproeftrekking en de precieze vraagstelling niet bekend, maar de resultaten zijn relevant genoeg om hier met enig voorbehoud toch te delen. 

Wat blijkt? Bijna alle jongeren tussen de 15 en 24 jaar maken gebruik van sociale media, gemiddeld vier platformen per jongere. De meerderheid van de 15-24 jarigen gebruikt Facebook en YouTube. Instagram en LinkedIn zijn met een opmars bezig. 

top 5 2015

Net buiten bovenstaande top 5 valt Twitter (37% maakt hier gebruik van, 13% doet dit dagelijks). Een kwart (24%) van de jongeren heeft Twitter wel gebruikt, maar doet dat nu niet meer. Ze zijn er vooral mee gestopt omdat het hen te weinig oplevert (31%), het te veel tijd kost (30%) en er geen interessante mensen gebruik van maken (29%).

Jongeren volgen voornamelijk bekende merken, artiesten, sportverenigingen en webwinkels op de sociale netwerksites. Vooral 19-24 jarigen lijken meer organisaties te zijn gaan volgen sinds 2014.

trends in volgen organisaties

Zorgen over beheer en doorverkopen van gegevens door netwerken nemen toe naarmate men ouder is: 22% van de 15 jarigen maakt zich zorgen over gegevensbeheer versus 63% van de 24-jarigen. Vertrouwen in social media is (ook) onder jongeren niet hoog.

Onderzoek naar sociale media: geloven we Newcom of DDMM?

Het zal je niet ontgaan zijn dat Newcom Research & Consultancy afgelopen week het Nationale Social Media Onderzoek 2015 heeft gepubliceerd. Geconcludeerd wordt dat jongeren van 15-19 jaar afhaken op Facebook (-12% ten opzichte van 2014) en Twitter (-26%). Instagram blijkt bij deze groep juist te groeien en zou inmiddels door de helft gebruikt worden. Meer resultaten zijn elders al uitgebreid beschreven, dus dat ga ik hier niet nog eens doen (je kan het rapport gratis opvragen bij het onderzoeksbureau, en bij Marketingfacts vind je een goede samenvatting.

Maar in hoeverre zijn de cijfers geloofwaardig? Bij Twitter zegt men deze ontwikkeling niet te herkennen en ik zag meerdere tweets van bekende namen langskomen waarin enige twijfel werd uitgesproken. Lastige bij het voorleggen van een vragenlijst is onder andere dat respondenten bepaalde vragen verschillend interpreteren, sociaal wenselijke antwoorden geven of hun eigen gedrag niet goed inschatten. De 19-jarige Andrew Watts omschreef het onlangs wel aardig: “Facebook is something we all got in middle school because it was cool but now is seen as an awkward family dinner party we can’t really leave” — Facebook is dood maar je kan niet zonder, wat vul je dan in als je aan een peiling meedoet?

Daarom is het registreren van gedrag vaak een betere graadmeter. Dit lijkt me een mooi moment voor een update van een blogpost die ik vier maanden geleden schreef nadat Piper Jaffray bekendmaakte dat tieners Facebook en in mindere mate ook Twitter verlaten. Niet dat ik enig belang bij heb om deze sociale netwerksites te verdedigen, in tegendeel, maar waarom zouden we niet naar meerdere bronnen kijken? Het Nederlandse, continue digitale bereiksonderzoek DDMM registreert binnen een panel van circa 9.000 personen het gebruik van websites en apps op laptops/PC’s, tablets en smartphones. Hoewel de voortgang van de meting ter discussie staat, zijn er gewoon nog data beschikbaar.

In onderstaande grafiek zie je het verloop van het bereik onder Nederlandse 13-19-jarigen van de belangrijkste sociale netwerken in 2014, op maandniveau. Een noemenswaardige daling is niet te zien. Wel komt die 50% van Instagram in de buurt.

DDMM social apr-dec 2014

Uit de twee verschillende onderzoeken komen twee totaal verschillende ontwikkelingen naar voren. De methodiek (vragen naar gebruik versus een ‘passieve’ registratie ervan), de leeftijdsgroep die het betreft (15-19 versus 13-19) en de periode (momentopname in januari 2015 versus continu meten in 2014) zijn anders, dus je kan niet verwachten dat percentages precies overeenkomen, maar toch. Ligt de waarheid in het midden of moeten we één van de twee geloven?

[Afbeelding: de Flashback Book Facebook App van Bouygues Telecom; met dank aan Marianne voor de cijfers!]

Update (12/2): Naar aanleiding van een post van Diep Onderzoek ook nog even naar Google+ gekeken. Het gemiddelde bereik per maand in de periode april-december 2014 binnen de leeftijdsgroep 13-19 jaar betrof 25,0% (bij de totale populatie van 13 jaar en ouder was dat 27,4%). Dit percentage lag in december op een vergelijkbaar niveau als in april, dus er is niet een duidelijk stijgende lijn waar te nemen.

Viacom geeft ouders enge adviezen: hoe maak je een YouTube-ster van je kind

Velocity, de creatieve contentafdeling binnen mediabedrijf Viacom, heeft een vermakelijke eerste video op het eigen YouTube-kanaal gepost. Hierin geeft de fictieve dienst The Social Influence ouders advies hoe ze hun kinderen te gelde kunnen maken via de sociale netwerksites. Het is een parodie op de hype rond ‘social influencers’ in marketing (“a hilarious look at cultivating talent in the modern era”), maar ik vrees dat er behoorlijk wat vaders en moeders zijn die echt op een vergelijkbare manier actief bezig zijn om hun zoons en dochters een carrière te bezorgen als socialemediasterren.

Achter elke succesvolle ster op YouTube, Instagram, Facebook, Vine, Twitter, enz. staat een ouder die de mini-ik aanzet om nog meer invloed te krijgen. Het kost behoorlijk veel tijd (je moet die kleintjes al op jonge leeftijd mediatraining geven) en geld (je hebt videocamera’s en drones nodig om geen enkel moment te missen), maar dat zou een slimme investering zijn. Brrr… ;-)

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=n5BT0LSbt0c]

“With the help of trained professionals, parents can help their children build a social ecosystem that will effect millions and maybe billions of people—and hopefully make millions and maybe someday even billions of dollars.” [Jessi Smiles, Vine-superster]

[Via Adfreak]

Ook senioren hebben er moeite mee hun schermpje weg te leggen!?

“Delen is leuk, maar als je op het web geen maat kunt houden, raak je hopeloos verstrikt” — in Donald Duck Weekblad afgelopen week (nr. 4-2015) een lang verhaal over socialemediaverslaving. De bekende eend post voortdurend plaatjes op ‘Instagrap’, kijkt continu filmpjes op ‘Snoetboek’ en kwaakt steeds dingen op ‘Kwetter’. Zijn drie neefjes zijn verstandiger en proberen hem van die deeldrift af te helpen. Niet alleen leuk om te zien dat het 63-jarige magazine met z’n tijd meegaat, maar het deed me ook denken aan een recente observatie.

In een wachtkamer zat een stel dat blijkbaar al zo lang getrouwd was dat ze elkaar niets meer te vertellen hadden. Opa en oma zaten beiden driftig op een eigen iPad te tikken, zonder elkaar een blik waardig te gunnen. Toen de arts de man eindelijk bij zich riep en vroeg of ze ook via hun tablet met elkaar communiceerden, kon er geen glimlach af, en mevrouw ging fanatiek door met haar spelletje. Maar waarschijnlijk zie je iets dergelijks gebeuren bij een familie-uitje of verjaardag, waarbij de ouderen een foto plaatsen op Facebook en vervolgens continu naar hun smarthpone staren om te checken of er al reacties zijn en aan een ieder die het wil horen verkondigen wie deze ‘geliket’ heeft, terwijl de jeugd onderling face-to-face gesprekken voert.

Jongeren hebben de naam dat ze hun blik niet van hun schermpje af kunnen houden (en daar is veel aandacht voor), maar zijn ouderen niet even erg? Ik kan er weinig bewijsmateriaal over vinden. Nu senioren aan een flinke inhaalslag bezig zijn (65-plussers stappen massaal over naar tablets en smartphones, hoewel een behoorlijk aantal offline blijft), zou dit een leuke studie kunnen opleveren. Bekend is dat ouderen aardig wat tijd online besteden en gameverslaving vrezen. De term ‘zilveren surfers’ is al gevallen, critici stellen dat Facebook voor oude mensen is, en naar schatting is een derde van de hoogbejaarden internetverslaafd. Dat mag ook wel eens gezegd worden, toch?

veel te kwaken

Laat het weten als je onderzoek naar dit onderwerp kent!

Nederlandse sociale netwerk LiveCrew wil profiteren van commotie rond nieuwe Facebook-voorwaarden

Het Nederlandse sociale netwerk LiveCrew ziet zijn ledental met de minuut groeien, nu steeds meer Nederlanders een alternatief zoeken voor Facebook. De commotie en groeiende zorg omtrent de aangekondigde nieuwe (privacy-)voorwaarden van Facebook lijkt een kleine exodus teweeg te brengen richting alternatieve sociale netwerken. Eerder dit jaar profiteerde het Amerikaanse Ello.co al van de aangepaste ‘real name’-voorwaarden, die niet in goede aarde vielen bij de internationale LGBT (lesbian, gay, bisexual and transgender)-gemeenschap.

LiveCrew is sinds medio 2014 een nieuw non-profit sociaal netwerk. Geen reclame op je tijdlijn, geen exploitatie van je rechten en privacy, geen winstoogmerk en geen Amerikaanse regeltjes zijn naar eigen zeggen de belangrijkste speerpunten. Het is een doorstart van het voormalige Friendweb, dat in 2013 niet berekend bleek te zijn op de grote toestroom van ex-Hyves leden. Gedurende 2014 werkte een klein team van ontwikkelaars aan een nieuw lean and mean sociaal netwerk dat beter, sneller, strakker en eenvoudiger is dan de overleden voorganger.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=BTqO0ZXzHN0]

De oprichter en hoofdontwikkelaar van zowel Friendweb als LiveCrew, Martin Beek, beleeft nu dan ook een déjà vu, waarbij de geschiedenis zich na een jaar lijkt te gaan herhalen. Deze keer is hij niet ongerust over de gevolgen: “We hebben zes maanden getest met enkele honderden testgebruikers en hebben zowel de techniek als de look and feel tot in detail ge-finetuned. We zien de tellers nu ineens, na precies een jaar, weer oplopen. Dit zagen we aankomen en hebben hierop geanticipeerd. We zijn klaar voor het grote publiek.”

LiveCrew profileert zich niet als ‘anti-Facebook’ en heeft niet de pretentie een vervanger of opvolger te zijn voor Facebook of het oude Hyves: “LiveCrew is een eenvoudig netwerk, met alle bekende functionaliteit die sociale netwerken kenmerkt, maar verwacht geen Hyves-taferelen met ‘glitterplaatjes’ en gepimpte pagina’s. We hebben LiveCrew strak, snel en netjes willen houden zonder toeters en bellen. Ook geen reclamecampagnes of games en apps zoals op Facebook. Dat geeft rust.”

[Merken] Van naam tot faam, met dank aan paid, owned én earned media

Jongeren kennen merken een belangrijkere rol toe dan volwassenen doen. Ze kiezen voor het ene of het andere logo — Diesel of Levi’s, Nike of Vans, iPhone of Samsung, Ben & Jerry’s of Magnum — om zichzelf te definiëren, om er een zekere status aan te ontlenen; je bent wat je koopt. Merken met een sterke reputatie krijgen daarbij de voorkeur. En jong geleerd is oud gedaan; voor jonge kinderen is een merk slechts een product met een naam en een logo, maar voor tieners krijgt een merk meer betekenis en zelfs een persoonlijkheid — van naam tot faam.

Massamarketing onmisbaar
Het merk dat de voorkeur krijgt, is veelal ook het merk dat gekocht wordt, en dat verander je niet zomaar. Het loont nog altijd om te bouwen aan een sterk merk. Dat vergt de nodige investeringen, in tijd en geld. Zelfbenoemde socialemediagoeroes stellen dat je dit aan de fans van de merken kan overlaten en dat adverteren niet langer nodig is (af en toe een leuke actie of een opmerkelijk plaatje de wereld in slingeren voor gespreksstof zou voldoende zijn), maar praktijkmensen en onderzoekers weten beter.

Zo bleek uit de SWOCC-studie De loyale consument dat er geen een-op-een-relatie is tussen praten over een merk (engagement) en een merk kopen (loyaliteit). En Byron Sharp onderbouwde in het must-read boek How brands grow dat slimme massamarketing onmisbaar is om consumenten voor het merk te winnen. Reclame beïnvloedt de mening van (potentiële) klanten en zorgt voor een plekje in hun geheugen — makkelijk herkenbaar, eenduidige associaties. Het is cruciaal dat zo’n groot mogelijk deel van die groep bereikt wordt, en niet alleen het kleine clubje grootliefhebbers/veelkopers.

Aandacht verdienen
‘Paid’ en ‘owned’ media zijn anno 2014 nog steeds essentieel om een merk tussen de oren van de consument te krijgen én te houden. Het eenzijdig zenden van reclame schijnt niet zo geliefd te zijn, het werkt wel (hoe dat precies werkt met de verschuiving van aandacht naar mobiele apparaten, is de volgende uitdaging). ‘Earned media’ kunnen een waardevolle toevoeging zijn, maar geven minder goed weer waar het merk echt voor staat — dat moet gestuurd worden. Bovendien is het opzetten van een geslaagde publiciteitsstunt verre van goedkoop en brengt dit ook risico’s met zich mee.

Hoewel ‘earned media’ vaak gelijkgesteld worden aan ‘sociale media’, zou je de pagina’s van merken op Facebook, Twitter, Instagram, enzovoort eigenlijk moeten beschouwen als ‘owned media’, omdat hier grotendeels (niet altijd) eigen communicatie plaatsvindt. Die communicatie zou vervolgens zó aansprekend moeten zijn, dat deze toch tot ‘gratis’ publiciteit leidt (en de eerdergenoemde socialemediagoeroes denken dat ze gelijk hebben). Maar dat geldt natuurlijk voor alle commerciële boodschappen.

Twee voorbeelden
Afgelopen zomer organiseerde de NS een Tienertoer Challenge. Op Twitter werden opdrachten van Nick en Simon gepost, die de volgers van ‏@NS_online of #nstienertoer binnen een uur moesten uitvoeren om kans te maken op Tienertoerkaarten. Op Twitter werd er alles aan gedaan om zoveel mogelijk gebruikers te bereiken, maar door de activatiecampagne alleen daar te voeren, werd bij voorbaat al meer dan de helft van de doelgroep uitgesloten. Het aantal deelnemers is niet bekendgemaakt, maar de vraag die nog prangender is: wat heeft de actie voor de merken NS en Tienertoer gedaan?

Bij Peijnenburg worden ervaringen uit de praktijk en conclusies uit How brands grow gecombineerd tot inzichten die tot merkgroei moeten leiden, zo komt naar voren uit een recente casebeschrijving op Marketingfacts. Boodschappers kunnen niet met elk supermarktmerk een relatie opbouwen, dus ligt de focus op het zowel mentaal als fysiek beschikbaar maken van het product. Zoveel mogelijk consumenten moeten aan het merk denken bij een bepaalde behoefte of gelegenheid, en om dat te bewerkstelligen moet het merk continu zichtbaar zijn binnen en buiten de media. Dat klinkt wellicht ouderwets, maar ook effectief, toch?

Paid, owned én earned
Kwestie van gebruikmaken van de specifieke functies van elk kanaal en elke drager, en aansluiten bij de verwachtingen van de doelgroep. De website, brochure, werknemers enzovoort zorgen ervoor dat de gezochte specificaties daadwerkelijk gevonden worden, daarbij de juiste uitstraling voor ogen houdend. Reclame (een aloude definitie luidt: ‘openbare aanprijzing’) helpt het gewenste imago te creëren en te versterken, bepaalde associaties en positieve emoties aan het merk koppelend. Sociale media spelen een cruciale rol bij het bouwen/onderhouden van informatie en entertainment. Kortom, de ideale mediamix bestaat uit ‘paid’, ‘owned’ én ‘earned’ media. Waarbij niet alleen het product of de dienst, maar ook de uitingen daarover aantrekkelijk te consumeren moeten zijn.

[Dit artikel is ook verschenen in MarketingTribune nummer 19, 2014; check de linkjes voor de bronnen. Afbeelding uit eerdere Peijnenburg-campagne.]