Pap, mam mag ik ook mee?

Urenlang moppen aan elkaar vertellen, nieuwe vriendjes maken en steeds als de reisleider de trap op loopt doen als of je slaapt. Ik weet nog wel mijn eerste keer op kamp (met dezelfde organisatie waar ik nu 20 jaar later voor werk). Helaas lukte tijdens mijn eerste keer kamp door heimwee niet om de hele week vol te maken. Gelukkig was de herkansing een paar jaar later een groot succes!

 

Dat kinderen het geweldig vinden om nachten lang niet te slapen , kilo’s snoep te eten en dingen doen die ze eigenlijk thuis niet mogen, is niet zo gek. De uitdaging voor ons als reisorganisatie van jeugdreizen is dat óók de ouders het geweldig moeten vinden.

Vertrouwen

Een zoon of dochter alleen op kamp laten gaan, betekent voor ongeveer de helft van de ouders vooral eindelijk rust. Voor de andere helft is het echter een van de spannendste ervaringen in een ouderloopbaan. ‘Je geeft toch even je waardevolste bezit eventjes weg’. 65 jaar ervaring en vele marktonderzoeken verder weten we dat het vertrouwen dat ouders in onze organisatie hebben ongelofelijk belangrijk is voor ons succes.

Dit moest ik natuurlijk gelijk nog even checken bij mijn vader, want ik mocht immers gewoon in de herkansing: ‘zolang ik er maar op kon vertrouwen dat de veiligheidsafspraken die worden beloofd, ook werden nagekomen’.

Onze ideeën om vertrouwen bij ouders te creëren?

  • Laat duidelijk zien dat je aan elk detail hebt gedacht en neem elke drempel weg (de eerste keer op kamp, alleen of samen gaan of wat gebeurt er als..). Net dat éne detail kan mama overtuigen.
  • Wees transparant in wie je bent, waar je mee bezig bent en met wie je samenwerkt. Geef gerust een kijkje in je eigen keuken door bijvoorbeeld een opendag (ook al komt er niemand). Wees kritisch in je partners en doe niet geheimzinnig over wie ze zijn, want alles is google-baar.
  • Keurmerken en nog eens keurmerken. Vooral als ze over financiële garanties bij bijvoorbeeld faillissementen gaan.
  • Reviews op onafhankelijke websites. Zowel de goede als de minder goede.
  • Zorg voor de juiste nadruk in je uitingen. De ouder van een 8-jarige heeft nou eenmaal hele andere zorgen dan die van een 13-jarige. Wees kritisch: Staat er echt wat er moet staan? En staat het er met de juiste tone of voice?
  • Elke contactmoment is een kans om een ‘persoonlijke’ band van vertrouwen te creëren. Pak die kans.
  • Neem elke opmerking serieus en laat weten/zien wat je met die opmerkingen doet. Geef eerlijk (gewoon op je website) toe als iets niet helemaal was zoals het had moeten zijn. En wat je er aan hebt gedaan.

Wellicht dat onze ideeën een bevestiging zijn van jouw inspanningen of juist een herinnering om het stukje ‘gevoel’ weer eens onder de aandacht te brengen. Ouders vertrouwd maken door verhalen van hun eigen kind of een event waar ouders ‘in-person’ aanwezig zijn geweest, zijn voor mij persoonlijk misschien minder spannend. Maar voor de ouders en kinderen des te meer! Juist nu glasvezelkabels online dienstverlening optimaal faciliteren, is de gelegenheid van een ‘echt persoonlijke’ ervaring alleen maar belangrijker geworden om het vertrouwen van onze klanten te winnen.

marcDoor: Marc Taverne
Marc is product manager bij Vinea Vakanties
Mijn Vinea-verslaving is begonnen als 7-jarige deelnemer, later verergerd als reisleider met als gevolg dat ik mij nu elke dag bezig houd met de organisatie van onze vakanties op ‘het kantoor’.

Minder fris, meer WAT-AAH!

De volgende keer dat je een rondje door de stad rijdt, moet je maar eens turven hoe vaak je uitingen van verschillende frisdrankmerken tegenkomt. Knap staaltje werk. De distributieafdeling zorgt ervoor dat je daadwerkelijk overal fris kunt kopen. Met de broodnodige portie ‘vleugels’, ‘smaak’ of ‘happiness’ doet de marketingafdeling de rest. Niet heel makkelijk als je je kinderen juist meer water wilt laten drinken.

Water is saai

Op een avond in 2007 zat Rose Cameron op de bank en zag haar kinderen een glas cola drinken. Bewust van de calorieën in frisdranken, vroeg Rose haar kinderen om water te drinken. Haar zoons keken haar verbaasd aan en legden treffend uit waarom ze geen water wilden. “Water is saai”.

Voor Rose het uitgelezen moment om het watermerk WAT-AAH op te zetten dat het tegendeel zou bewijzen. “Ik heb WAT-AAH! opgericht, omdat ik weet dat als ik mijn kinderen wil verleiden tot een gezondere lifestyle, ik ze niet terecht moet wijzen op wat goed voor ze is. In plaats daarvan, moet ik ervoor zorgen dat het gezondere alternatief spannender en aansprekender is en dat het aansluit bij hun culturele achtergrond”.

Wat-Aah! Power

Rose begon met het design van flesjes. Dit keer geen ‘puur’, ‘duurzaam’, of ‘natuurlijk’, maar stoere flessen met kleurrijke tekeningen speciaal voor kinderen en tieners vormgegeven. Door de toepassing van electrolyse en de toevoeging van zuurstof en magnesium (only in America..), ontstond een lijn met ‘Wat-Aah! Brain’, ‘Wat-Aah! Energy’ en ‘Wat-Aah! Power’.
De flessen werden in eerste instantie alleen in haar eigen wijk verkocht. Inmiddels wordt WAT-AAH! al op meer dan 15.000 retaillocaties en op haast  8.500 scholen verkocht. Verkoopprijs? Varierend van $1 tot $1.50 (€0.90 – €1,30). Een bedrag wat vaak net iets onder de frisdrankprijzen ligt.

Wat aah

Own your future

Rose hield het niet alleen bij een mooi ontworpen product, de volgende stap was de campagne ‘Own your future’, waarin jongeren werden gewezen op het belang van goede hydratatie en waarin werd getracht de jeugd de kracht te geven om zelf de leiding te nemen over hun gezondheid en toekomst.
LovesVoor deze campagne werd superster Ariana Grande binnengehaald als WAT-AAH ambassadeur. “My fans are my everything and, because of this, I could only endorse something I believe in. Also, I love drinking water and I want to inspire my fans to do the same”. Ariana sprak zich in de media meermaals positief uit over WAH-TAAH en was zichtbaar op billboards in Amerika. Hoogtepunt was toch wel haar dorstige momentje tijdens de halftime show van NBA All-Star game in 2015.

Tacking back the streets

Om water ook de nodige street credibility te geven, is onlangs de campagne ‘Tacking back the streets’ gelanceerd. Deze campagne richt zich op de kracht van street art en zendt een positieve boodschap uit om kinderen en tieners eraan te herinneren dat water de beste, makkelijkste en leukste keuze is die zij dagelijks kunnen nemen. Aan verschillende street artists werd gevraagd om de nieuwe flessen vorm te geven. De lancering van de campagne vond plaats in het New York City Museum, waar first lady Michelle Obama een heuse WAT-AAH! expositie opende. De campagne wordt natuurlijk vergezeld door een toffe commercial gericht op kinderen en tieners.

Het effect?

De consumptie van frisdrank is de afgelopen jaren afgenomen van gemiddeld 190 liter (2005), tot 150 liter per inwoner (2014). De waterconsumptie is juist toegenomen. Feit blijft wel, dat nog steeds 33% van de kinderen en tieners in Amerika te kampen heeft met overgewicht. Daarvoor is drinken, wellicht een te klein stukje van de gezonde leefstijl puzzel.

JasperDoor: Jasper Oomen
Jasper studeerde Marketing aan de Tilburg University en werkt nu als ‘social marketeer’ voor Jongeren Op Gezond Gewicht in Vlaardingen. In deze hoedanigheid ‘verleidt’ hij kinderen en ouders door middel van sociale marketing tot de gezonde(re) keus. Schrijft over gezonde leefstijl en duurzaamheid en al het andere dat hij interessant vindt.  

Case Spotlight Nickelodeon op MovieStarPlanet

Een virtuele wereld; een mooie omgeving waar je een eigen avatar kunt maken, waar je spelletjes speelt, creatieve uitdagingen aangaat, lekker kunt shoppen en het allerbelangrijkst: waar je vriendschap sluit met leeftijdsgenootjes. Niet voor niks zijn deze platforms populair onder de kids en jongeren doelgroep en tellen deze websites nog altijd maandelijks honderd duizenden bezoekers. Uniek.

 

Voor adverteerders is een virtuele wereld de ideale plek om hun merk te integreren en de interactie aan te gaan met de doelgroep. Integraties binnen een virtuele wereld sluiten naadloos aan op de belevingswereld van de bezoeker en behalen mede daarom mooie resultaten en hoge engagement rates. Een voorbeeld van een populaire virtuele wereld is MovieStarPlanet.

MovieStarPlanet is een virtuele community waar je een eigen filmster kunnen maken. Je kunt de filmster helemaal maken zoals jij wilt, wil je op jezelf lijken of juist helemaal niet? Alles kan! Met deze filmster kom je terecht in de grote stad, hier kun je allerlei leuke activiteiten vinden. Zoals een kleding winkel om je om te kleden, een dierenwinkel om een huisdier uit te kiezen, allerlei spelletjes, een chat en creatieve uitdagingen.

MovieStarPlanet telt maandelijks 650.000 unieke bezoekers en gemiddeld zijn de bezoekers 25 minuten per sessie online. De gemiddelde tijd dat de users de website bezoeken per dag in totaal ligt zelfs op ruim 40 minuten. Een grote groep van loyale spelers die de website dagelijks bezoekt en samen met hun MovieStar vrienden spelletjes speelt.

Nickelodeon heeft er daarom voor gekozen om MovieStarPlanet toe te voegen in hun strategie om hun nieuwe serie “Spotlight” in de spotlight te zetten.

ddg

Mediabureau MEC vroeg ons om voor Nickelodeon een integratie op te zetten binnen dit populaire platform voor hun nieuwe serie “Spotlight”. De serie speelt zich af op een middelbare school voor talentvolle leerlingen. Zij krijgen naast gewone schoolvakken ook les in dansen, zingen en acteren. Er komen regelmatig bekende Nederlanders langs op de middelbare school zoals Enzo Knol, Krystl, Shaker en Kenny B.

De campagne ging van start met een grote Spotlight competitie. De MovieStars werden uitgedaagd om hun talent in te zetten en een Spotlight video, look, kamer of artbook te maken. En dat was niet het enige. Nickelodeon trakteerde de community op een virtueel cadeautje; een exclusief Spotlight t-shirt voor je MovieStar. Ter ondersteuning van de campagne werd de competitie aangejaagd met een newsslider op de activiteitenpagina, kwamen er verschillende statusupdates voorbij die door alle users gelezen worden en er waren verschillende video’s beschikbaar met fragmenten uit de serie. Nickelodeon was gedurende de campagneperiode overal binnen MovieStarPlanet te zien!

De resultaten waren indrukwekkend. Meer dan 200.000 kids ontvingen het exclusieve t-shirt, duizenden kids deden mee met de competitie en de meest creatieve inzendingen wonnen een prijs. De campagne heeft in totaal meer dan 1,5 miljoen waardevolle contactmomenten gegenereerd tussen de doelgroep en Nickelodeon.

Door: Kim Witting
KimEen passie voor online advertising en de kids en jongeren doelgroep en een passie voor virtuele werelden in het bijzonder. Bijna tien jaar geleden begonnen bij goSupermodel – destijds de grootste tienermeiden community van de Benelux – en nu werkzaam bij Yoki Network. Binnen Yoki Network maak ik de slag naar het creëren van een internationaal advertentie netwerk voor kids en jongeren en daarnaast vertel ik graag over alle bijzondere mogelijkheden die onze uitgevers te bieden hebben.

 

Glogster

“Juf! Juf! Zit u ook op Instagram? vraagt een 11-jarige leerling me. ‘Eh…nog niet,’ antwoord ik weifelend. ‘Ik zit al op Pinterest’ zeg ik snel. Ik ben voor naschoolse multimedialessen in groep 7-8 van een Brede School. Aan het gezicht van de jongen kan ik zien dat hij geen flauw idee heeft wat Pinterest is. Niet zo gek, want Pinterest wordt voornamelijk gebruikt door volwassenen vrouwen. Misschien pint zijn groepsleerkracht er wel les- en knutselideeën, wie zal het zeggen.

Glogster

Vandaag geef ik les over Glogster. De groep is druk en vindt het moeilijk om twee minuten achter elkaar te luisteren. Maar hun enthousiasme is aanstekelijk. Met Glogster kun je een digitale poster ontwerpen, met tekst, foto’s en YouTube video’s. Een superleuk alternatief voor een papieren werkstuk! We beginnen met offline brainstormen over interesses en hobby’s. Bij de jongens zijn voetbal en FIFA-games favoriet, de meisjes kiezen voor mode en landen. Ik deel woordwolken uit waarop ze trefwoorden noteren, die ze straks nodig hebben voor het zoeken naar geschikte informatie, afbeeldingen en filmpjes.

Informatievaardigheden

Ik hoop altijd dat ze in de bovenbouw enigszins informatievaardig zijn, m.a.w. dat ze informatie kunnen zoeken, vinden, kritisch beoordelen en verwerken. De praktijk blijkt compleet het tegenovergestelde. Geen van de kinderen weet hoe ze een afbeelding moet opslaan, laat staan of ze de afbeelding mogen gebruiken. Ik vraag ze wie kan uitleggen wat auteursrecht is. Tien paar ogen staren me glazig aan. Ik besluit ter plekke dat het anders moet. Ook al zijn ze hier in hun vrije tijd, ik leer ze graag nog iets bij, wat hun Glogs bovendien ten goede komt. De helft van hen gaat volgend schooljaar naar het VO. Hoe moet dat als je gewend bent om klakkeloos informatie van internet te kopiëren, geen zoekcommando’s kent en al eerste Google ads aanklikt bij je zoektocht naar informatie?

Google foefjes

mediaVeel tijd voor informatievaardigheden heb ik gezien mijn programma helaas niet. Ik beperk me tot praktische trucjes zoals Zoeken in afbeeldingen en zoektermen combineren. Informatievaardigheden behoren tot de 21st century skills, maar op veel basisscholen worden deze slechts mondjesmaat aangeleerd. In de gastlessen die ik daarover geef, gaan we aan de slag met zoekvragen formuleren, betrouwbare websites beoordelen en leer ik ze foefjes voor zoeken in Google. Ook laat ik ze kennis maken met kinderzoekmachines zoals jeugdbieb.nl en jouwzoekmachine.nl. Van kinderzoekmachines hebben kinderen vaak nog nooit gehoord. In dit klaslokaal is het niet anders.

Slimmer zoeken

Na vijf donderdagmiddagen zit mijn lestijd erop. De kinderen presenteren hun Glogs aan elkaar. Het gevoel bekruipt me dat er zoveel meer in had gezeten als ze goed de weg hadden geweten op internet. Ik heb ze gefrustreerd zien ronddwalen op Google, niet wetende hoe een URL te kopiëren of een plaatje op te slaan. Ze willen dat graag onder de knie krijgen, maar wie leert het ze? Ouders en leerkrachten hebben hierin een belangrijke taak. Een mooie start is het lezen van de brochure Slimmer zoeken. Informatievaardigheden op de basisschool. Is een goed begin immers niet het halve werk?

Door: Eliane Groenendijk

elianeNa 15 jaar in diverse functies in de gezondheidsvoorlichting heb ik sinds 2012 mijn eigen praktijk MediaSwitch. Ik geef workshops, gastlessen en ouderavonden over mediawijze thema’s in o.a. het basisonderwijs en de (jeugd)gezondheidszorg. Daarnaast werk ik als cultuurmakelaar bij Sport & Welzijn en communicatiemedewerker voor o.a. het Unicef Kinderrechten Filmfestival.

Twitter @ElaineGreendike
Facebook www.facebook.com/MediawijsmetMediaSwitch/

Verleiding en afleiding door je telefoon

Het gezeur begon zo’n beetje eind groep zes. Ze was de enige van al haar vriendinnen die nog geen telefoon had. De rest appte naar hartenlust en stuurden elkaar foto’s en filmpjes door. In groep zeven gingen we overstag. Ze fietste immers voortaan alleen naar huis met haar zusje. Dan is het wel fijn om een telefoon te hebben.

Met de telefoon kwam ook de afleiding. Boeken lezen, wat ze toch graag deed, werd minder. Maar echt dwangmatig is het (nog) niet. Dat komt later op de middelbare school. Wel is het spel van grenzen trekken en oprekken begonnen. Toen er een vriendinnetje bleef slapen was het: ‘we willen morgen graag de wekker zetten’. Maar toen ik de wekkerradio wilde instellen, bleek dat niet bepaald de bedoeling. Helaas geen telefoons mee naar de slaapkamer. “Alleen maar omdat jij dat boek hebt geschreven”, kreeg ik nog boos naar mijn hoofd.  

Focus

Ik begrijp het natuurlijk wel. Ook ik wil soms net wat vaker op mijn telefoon kijken dan goed is voor mijn werk of nachtrust. Als ik een stuk moet afmaken, zit ik ineens berichtjes te zoeken voor mijn Twitter- en Facebookaccount van Socialbesitas. Of ben ik ineens in een grappig whatsappgesprek beland dat ik echt niet zomaar kan stoppen. Wat? Is het al twaalf uur? Ik denk aan de hoogleraar die ik ooit interviewde voor ons boek Socialbesitas. Als je met een lastige taak bezig bent en je laat je één minuut afleiden door je telefoon, kost het daarna twee tot drie minuten voor je weer op hetzelfde niveau in je taak zit. Na één keer afleiden is de kans groter dat je je nog een keer laat afleiden. Nou dat is echt zo. Mijn mail moet ook worden gecheckt. Maar als de deadline in zicht komt, zet ik mijn telefoon op stil en draai ik hem om.

Hulp van ouders

mobielTieners zoeken ook strategieën om de afleiding door hun telefoon tegen te gaan, zo bleek vorig jaar uit de Kennisnet Monitor Jeugd en Media onder 10-18-jarigen. Zo vindt 41 procent whatsappberichten tijdens het huiswerk storend, maar zet maar 33 procent zijn telefoon zacht. De verleiding is te groot. Begrijpelijk voor een puberbrein. Als strategie gaven jongeren zelf aan: ‘met ouders afspreken dat zij zullen opletten’. Daarin zijn ouders soms wat te terughoudend merk ik tijdens ouderavonden over sociale media. ‘Die verantwoordelijkheid moeten ze zelf leren’, hoor ik dan. Klopt, maar waarom mag daar geen hulp van ouders bij? Omdat ouders vaak onzeker zijn, het zelf ook niet goed weten of het juist maar al te goed herkennen. En natuurlijk is het niet altijd leuk om in discussie te gaan met je tiener. “Wanneer mag ik op Instagram, mam? Iedereen uit mijn klas zit er al op.”

MaykeDoor: Mayke Calis. Mayke is journalist en tekstschrijver. Ze schreef samen met verslavingsdeskundige Herm Kisjes het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving. Naast haar schrijfwerk geeft ze ook ouderavonden op scholen (po en vo) over socialemediagebruik onder jongeren. www.maykecalis.nl en www.socialbesitas.nl.

Effectieve seksuele voorlichting: Vijf jaar “Can you fix it”

Jongeren zijn een kwetsbare groep op het gebied van seksuele ontwikkeling. Goede voorlichting laten aansluiten bij deze doelgroep is niet gemakkelijk. In opdracht van Sense, een initiatief van Rutgers, Soa Aids Nederland, GGD’en en het Ministerie van VWS ontwikkelde IJsfontein “Can you fix it?”. Deze game werd gelanceerd als onderdeel van een tijdelijke campagne, maar lijkt na 5 jaar en bijna een half miljoen bezoekers een blijvertje te zijn. In deze case study meer over het onderzoek, de ontwikkeling en de lancering van “Can you fix it?”.

In Can You Fix It? kijken jongeren naar korte filmpjes, waarin leeftijdsgenoten terecht komen in relatiesituaties met een seksueel karakter. Hoe het fragment afloopt bepaalt de speler met de Fix It knop. Het doel is om jongeren te leren de momenten te herkennen waardoor een situatie uit de hand kan lopen, en dan tijdig in te grijpen.

De campagne, gericht op jongeren tussen de 13 en 16 jaar had tot doel om seks bespreekbaar te maken en jongeren uit te dagen bewust na te denken over hun wensen en grenzen en die van anderen op seksueel gebied.

blog 11

Casus “Can You Fix It?”

Op de site staan inmiddels 14 filmpjes over seksueel getinte situaties die uit de hand dreigen te lopen. Komend jaar komen hier nog 8 nieuwe filmpjes bij. Opdracht aan de spelers is om in te grijpen en te sturen op een goede afloop: Can You Fix It? Aan het begin van iedere film kiest de speler met wie hij meekijkt: de jongen of het meisje. Je ziet als speler niet alleen de handeling, maar je hoort ook wat de hoofdpersoon denkt.

Wissel van perspectief

Deze mogelijkheid om te wisselen van perspectief en de gedachten te horen van de hoofdpersonen is een belangrijk mechanisme dat gebruikt is om de boodschap over te brengen. ‘Juist door te horen en te zien wat de ander denkt ontstaat begrip’, vertelt Jan Willem Huisman, creatief directeur van IJsfontein. ‘Uit de statistieken van de site blijkt dat het simpel aanbieden van een ander perspectief al nieuwsgierig maakt, ruim 90% van de spelers bekijkt de filmpjes vanuit beide perspectieven. Precies wat we wilden.’

Te laat

Betrekken van de doelgroep

De doelgroep is op verschillende momenten betrokken geweest bij de ontwikkeling van de tool. Zo zijn de situaties uit Can You Fix It? gebaseerd op kwalitatief onderzoek onder meer dan 68 hetero- en homoseksuele jongeren. Op verschillende onderwerpen (eerste indruk, de acteurs, taalgebruik, verhaallijn, instructies, ingrijpen, feedback, doel, speelplezier) werden focusgroep discussies gehouden. Aan de hand van de feedback is het spel tijdens de ontwikkeling aangepast.

Rolmodellen

De doelgroep van Can you fix it? is zeer divers. Dit maakte dat een flink aantal ‘standaard’ interventietechnieken niet bruikbaar bleek. Folders of ander schriftelijk materiaal wordt al snel te omvangrijk en is lastig bruikbaar voor de groep laagopgeleiden. Gebaseerd op Social cognitive theory en met gebruik van Modeling (McAlister, Perry & Parcel, 2008) kan door middel van het gebruik van rolmodellen op beeldmateriaal de verschillende gedragingen wel goed in beeld gebracht worden en blijft de informatie toegankelijk voor jongeren van allerlei opleidingsniveaus.

Uit het vooronderzoek kwamen 10 seksualiteitsprofielen voor jongeren voort. Voor meisjes: relatiegericht, weerbaar, afwachters, principiële maagden en aandachtzoekers. Voor jongens: relatiegericht, versierders, afwachters, principiële maagden en players. Op basis van deze profielen zijn de personages ontwikkeld die door de acteurs worden uitgebeeld in de fragmenten in het spel.

Spelprincipes

Om het middel modeling effectief in te zetten is om te beginnen aandacht van de ontvanger nodig. Om dit te bewerkstelligen is gekozen voor het gebruik van spelprincipes. Deze principes werken op drie niveaus: dynamics, mechanics, en components. In onderstaand figuur wordt duidelijk hoe dit bij Can you fix it? , is toegepast.

Gamifiction pyramide

Gamification Piramide o.b.v. Werbach & Hunter

Spelen is zo leuk omdat je als speler in je kracht wordt gezet. De ‘game’ geeft jou immers het volste vertrouwen. Fouten maken mag want je bevindt je in de magic circle. Hier gelden andere regels gelden dan in het echte leven en mag je vrijuit experimenteren en fouten maken. ‘Vertellen hoe je om moet gaan met dit soort situaties is vaak ongemakkelijk en uiteindelijk misschien wel saai. In Can you fix it? kan je wat doen!’, vertelt Filippo Zimbile, vanuit Soa Aids Nederland betrokken bij de game. ‘Je hebt invloed op de situatie en dat geeft de speler een gevoel van controle. Daarnaast biedt we in de game realistische situaties waarin je vrijuit veilig kan experimenteren.’

Seks verkoopt

Toen de game gelanceerd werd was er vanuit de campagne veel aandacht voor, maar ook op social media ging de game viral. Seks verkoopt, ook als het als voorlichting bedoeld is. ‘Jongeren aantrekken doe je niet door een truttig filmpje te laten zien’, vertelt Zimbile. Er is daarom bewust gekozen voor echte acteurs en voor realistische scenes. Ook is er niet geschuwd om de meer pikante scenes te laten zien. ‘In Can you fix it? hebben we in het ontwerp gespeeld met de nieuwsgierigheid van jongeren die, zeker op het gebied van seks, erg groot is’, vertelt Huisman. ‘Zo begint er als je op de site komt direct een korte trailer te spelen. Deze scene maakt de bezoeker nieuwsgierig naar de afloop en nodigt uit om verder te kijken en te spelen’.

Seks verkoopt

Conclusies uit de praktijk

Bereikt de game het beoogde effect? Het spel wordt vaak gespeeld (ruim 50.000 keer per jaar) en de gemiddelde speelduur is 11 minuten. Zo’n 25% van de bezoekers speelt het spel niet voor het eerst. Er zijn ook twee effectstudies gedaan naar de game. Helaas was de onderzoeksopzet incompleet waardoor het moeilijk is er duidelijke resultaten uit te halen. Zo maakte de eerste effectstudie geen gebruik van een voormeting. De tweede effectstudie vond weliswaar duidelijke verschillen tussen controle en experimentele groepen op intentie om grenzen aan te geven, maar ook effecten in de tegengestelde richting. ‘Het effectonderzoek had allerlei beperkingen: eerst een te jonge doelgroep en bij beide keren is een aantal vragen gebruikt waar zoveel sociaal wenselijke antwoorden op komen dat je met een interventie geen ‘winst’ kan behalen want er lijkt geen probleem te zijn (iedereen scoort al helemaal goed bij 0 meting). Daarnaast kun je je afvragen of Can you fix it? in schooltijd spelen ‘op commando’ hetzelfde effect heeft als jongeren die in vrije tijd zelf de game spelen’, vertelt Cense.

Naast de effectstudie is er in 2011 ook een procesevaluatie uitgevoerd naar ‘Can You Fix It?’ door middel van een online vragenlijst. De bezoekers van de site geven de game hier een gemiddeld cijfer van een ruime 7. Maar liefst 75% van de respondenten heeft 2 of meer filmpjes gekeken.

Ondanks de onduidelijke resultaten is de verwachting dat de game wel effect heeft. ‘De vele positieve reacties van gebruikers, jongeren en professionals uit het onderwijs geven hier aanleiding toe’, vertelt Marianne Cense, vanuit Rutgers betrokken bij Can you fix it?. ‘Ook hebben we gebruik gemaakt van werkzame elementen die op basis van de literatuur de verwachting geven effectief te zijn.’

Te oud

Ondanks het vooraf betrekken van de doelgroep, bleek uit de eerder genoemde procesevaluatie dat de oorspronkelijke doelgroep zich niet altijd in de karakters en de scenario’s kon herkennen. ‘Vanwege wetgeving waren we gedwongen oudere acteurs te gebruiken. Dat was niet op te lossen, maar het heeft ons laten zien hoe belangrijk het is dat de speler zich kan identificeren met de karakters om het op zichzelf te betrekken’, vertelt Zimbile. Hier is rekening mee gehouden bij het toevoegen van nieuwe films. Die gaan over situaties die de jonge doelgroep ook zal herkennen. Maar ook wanneer jongeren zich niet direct herkennen in de situatie gaven ze aan iets over het aangeven van grenzen en wensen geleerd te hebben. Bovendien denken ze (meisjes meer dan jongens) dat de situaties in de filmpjes hen wel kúnnen overkomen. Er lijkt dus enige bewustwording plaats gevonden te hebben.

Half oktober is de bijgewerkte versie van de site live gegaan en binnen nu en een half jaar staan de nieuwe scenario’s live. Deze gaan niet alleen over seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar ook over andere kwesties waar jongeren mee worstelen: anticonceptie, zwangerschap, sexting en homoseksualiteit. ‘Seks blijft actueel en relevant, dus ik verwacht dat we over vijf jaar kunnen proosten op het tweede lustrum’, aldus Cense.

Referenties

McAlister, A. L., Perry, C. L., & Parcel, G. S. (2008). How individuals, environments, and health behaviors interact: Social cognitive theory. In Glanz K, Rimer BK, Viswanath K, Eds. (4th ed). Health Behavior and Health Education: Theory, Research, and Practice. San Francisco: Jossey-Bass. pp167-188.
Massar, K. & Kok, G. ( 2011). Procesevaluatie ‘Can You Fix It?’.
Effectstudie 1: Massar, K. & Kok, G. (2011). Effectevaluatie ‘Can You Fix It?’
Effectstudie 2: Gruijters, S., Massar, K., Pletzers, J. & Kok, G. (2013).

Bron: Homo Ludens Magazine


 

 marieke.jpg kopieMarieke Roël studeerde communicatie in Utrecht. Sinds 3 jaar werkt zij bij IJsfontein waar zij verantwoordlijk is voor alle marketing en communicatie activiteiten. IJsfontein ontwerpt en ontwikkelt spelend (digitaal) leren. Denk aan een serious game of gamification traject voor de training van personeel, interactieve belevenissen voor musea of een crossplatform digitale methode voor het basisonderwijs.

 

[Recensie] Boek ‘Ik was 10 in 2015’ van Pedro de Bruyckere en Bert Smits in 10 oneliners

In het boek Ik was 10 in 2015 (ondertitel: Kinderen vandaag opvoeden voor de toekomst) beschrijven Pedro de Bruyckere en Bert Smits tendensen die een invloed zullen hebben op de levens van kinderen en jongeren. Moeten ouders hun verwachtingen bijstellen? In 240 pagina’s worden ze in ieder geval stevig bijgepraat over het belang van (brede) kennis, leren omgaan met diversiteit, schaarste en overvloed, op eigen benen staan, samenwerken, probleemoplossend vermogen, robotisering, vluchtelingenstromen en oorlogen.

Daarbij wordt niet gedaan aan glazenbolvoorspellingen, maar wordt aangetoond waar we staan en waar het met de wereld naartoe gaat. Waar zullen onze kinderen later wonen? Zal er nog werk zijn voor hen? Zullen ze ooit een partner vinden? Gaan ze eigenlijk wel gelukkig worden? De auteurs* hebben zich tot doel gesteld om een duidelijk en optimistisch antwoord op de vragen van ongeruste ouders, opvoeders en leraren te formuleren en heel wat onderzoek en inzichten op een bevattelijke manier te delen, en dat is behoorlijk goed gelukt, hoewel veel vragen niet eenduidig te beantwoorden zijn.

Na schetsen in de eerste twee hoofdstukken van een globale context waarin we nu leven en van verschillende toekomstbeelden, wordt in het boek ingegaan op onder andere bovenstaande vragen over de toekomst van onze kinderen. Ter illustratie zijn steeds korte kaderteksten opgenomen met suggesties of weetjes, en om het wat persoonlijker te maken wordt met enige regelmaat de 10-jarige ‘Ella’ als voorbeeld opgevoerd. In de laatste twee hoofdstukken wordt aangegeven wat kinderen moeten leren en hoe het met hen zal gaan in de toekomst. En laat ik de conclusie alvast verklappen: ‘Ons boek zou mislukt zijn als je nu de toekomst somber inziet.’ 

Aan alles merk je dat de auteurs slimme mensen zijn die hun bronnen goed op orde hebben en weten waarover ze het hebben. Ze weten hun verhaal knap te onderbouwen, maar de enorme hoeveelheid informatie – feiten, cijfers, studies, literatuurverwijzingen, kanttekeningen, scenario’s, nuances – zit de leesbaarheid ook enigszins in de weg. Aangezien zo’n beetje alles de toekomst van kinderen raakt, weidt het boek breed uit, en dus lees je ook waar de stad begint en eindigt of hoe het zit met autonomie als voorwaarde om met veranderingen om te gaan. Daarnaast hadden enkele gemeenplaatsen van mij in de eindredactie mogen sneuvelen (‘verliefdheid blijft niet duren, maar liefde kan ontstaan en dat is op zich ook zeer mooi’ — pfff…).

Boven alles geeft het boek echter een mooi, compleet aanvoelend overzicht van de hedendaagse jeugd. Goed om te weten dat jongeren schrik hebben van eenzaamheid, meer rust én meer drukte willen, baat hebben bij ongestructureerde vrije tijd, dat ‘vergeten’ zo belangrijk in hun ontwikkeling is en dat we ze moeten leren omgaan met overvloed en schaarste.

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik zoals gebruikelijk zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘Een slogan die de tijdgeest bij jongeren goed samenvat is everything is fucked, everything is ok.’ (pagina 38)
  • ‘We zullen onze kinderen hoe dan ook op ‘collectievere’ vormen van samenleven en -wonen moeten voorbereiden’ (73)
  • ‘We willen een diploma herformuleren als een startbewijs: een teken dat je mag starten met werken, maar vooral ook starten met … verder leren’ (113)
  • ‘Via zogenaamde wearables zoals horloges, brillen, kledij met sensoren, … wordt surfen misschien weer een actief werkwoord’ (128)
  • ‘De centrale vraag is niet of er nog privacy zal zijn, maar wel hoe we als samenleving omgaan met de beschikbare data‘ (140)
  • ‘De prins op het witte paard laat echt ook wel winden, prinsessen trouwens ook’ (159)
  • Jeugdcultuur staat vandaag onder druk en dat ligt niet zozeer aan de ‘kidults’, wij volwassenen die in feite ons jong-zijn niet kunnen en willen loslaten’ (164)
  • ‘Het verhaal van tijdgebrek verhult in feite vooral dat we vandaag onze kinderen niet meer leren kiezen‘ (175)
  • ‘Of het nu gaat om grote keuzes met veel impact op iemands leven of kleine dagelijkse keuzes, de overvloed dreigt ons te verlammen’ (214)
  • ‘Dat veel jongeren zich relatief goed voelen en braaf zijn, wil vooral niet zeggen dat alle jongeren zich goed voelen of braaf zijn, noch dat elke jongere zich steeds gelukkig voelt of in de pas loopt’ (227)

Het boek is hier te bestellen (€24,99).

*Pedro De Bruyckere is pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool. Hij is een veelgevraagd spreker over onderwijs, jongeren en jongerencultuur en blogt daar fanatiek over op X, Y of Einstein?. Hij verdiept zich al jaren in de leefwereld van jongeren en is een zelfverklaarde verslaafde aan populaire cultuur.Bert Smits is sociaal pedagoog en maatschappelijk ondernemer. Hij begeleidt organisaties, overheden en bedrijven in complexe transitieprocessen vanuit Levuur. Samen of met andere auteurs schreven ze eerder onder andere al Is het nu Generatie X, Y of Einstein?, De jeugd is tegenwoordig, Meisjes kijken en Jongens zijn slimmer dan meisjes, waar in deze nieuwe publicatie veelvuldig naar verwezen wordt.

CBS Jaarrapport 2015 Landelijke Jeugdmonitor: ‘Nederland telt 4,9 miljoen jongeren, vooral te vinden in Bijbelgordel en studentensteden’

Het CBS heeft het Jaarrapport 2015 (pdf) van de Landelijke Jeugdmonitor gepubliceerd, een inkijk in de staat van de jeugd die beschrijft hoe het gaat met de bijna 5 miljoen jongeren in Nederland. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft zes maatschappelijke indicatoren omschreven die gemeentelijke beleidsmakers meer inzicht bieden in de staat van de jeugd en die ze kunnen relateren aan het jeugdhulpgebruik: wonen en veilig opgroeien, school, werk, middelengebruik, politiecontacten en kindermishandeling.

Deze indicatoren staan centraal in de uitgave, de achtste jaargang alweer. De publicatie is gratis als pdf beschikbaar, en dus voor een ieder te lezen. Ik beperk me daarom hier tot de belangrijkste conclusies:

  • Nederland telt 4,9 miljoen jongeren (0-25 jaar), dat is 29% van de bevolking. Gemeenten met veel jongeren zijn vooral te vinden in de Bijbelgordel en in studentensteden, weinig jongeren zijn er in krimpregio’s aan de randen van het land. Inmiddels heeft een kwart van de jongeren ten minste één ouder die buiten Nederland is geboren. Daarnaast groeien steeds meer jongeren op in een eenoudergezin.
  • Een op de vijftien minderjarige kinderen woonde in 2013 in een bijstandsgezin. Kinderen uit een laaginkomensgezin zijn beperkter in deelname aan vrijetijdsactiviteiten en hebben vaak te weinig geld voor een vakantie of nieuwe kleren.
  • In het schooljaar 2014/’15 zaten bijna 1,5 miljoen leerlingen in het reguliere basisonderwijs, een kleine 37.000 leerlingen volgden speciaal basisonderwijs en 31.000 leerlingen volgden basisonderwijs op een speciale school. Ruim 985.000 jongeren zaten in het voortgezet onderwijs, bijna 40.000 jongeren zaten in het voortgezet speciaal onderwijs. En om het onderwijsplaatje compleet te maken: 437.000 jongeren tot 25 jaar volgden een opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs343.000 in het hbo en 199.000 in het wo.
  • In 2014 daalde het aandeel jongeren van 15 tot 27 jaar met werk opnieuw. Tegelijkertijd nam de werkloosheid af, doordat minder jongeren zich aanbieden op de arbeidsmarkt.
  • In Nederland rookte ruim 22% van de jongeren van 12 tot 25 jaar in 2010/2014. Deze jonge rokers hebben vaker lichamelijke klachten en ervaren hun gezondheid als minder positief, zowel lichamelijk als psychisch. Rokende jongeren gebruiken meer zelfzorgmedicijnen, leven minder gezond, bewegen minder en drinken meer alcohol. Het aandeel rokende jongeren is het grootst in het noorden, en van de vier grootste gemeenten rookt in Utrecht bijna een derde van alle jongeren — flink meer dan in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.

jonge rokers

  • Het aandeel jongeren met ondergewicht of (ernstig) overgewicht is vergelijkbaar voor rokers en niet-rokers. In beide groepen heeft 4% ondergewicht, 17% overgewicht en 4% ernstig overgewicht (obesitas) in 2010/2014.
  • In 2014 zijn 73.000 jongeren (2,4%) van 12 tot 25 jaar als verdachte van een misdrijf geregistreerd. Vooral onder minderjarigen is het aandeel verdachten hoger naarmate de woonbuurt meer stedelijk is.

Het Jaarrapport is een gezamenlijke publicatie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Centraal Bureau voor de Statistiek. De inhoud is gebaseerd op cijfers die op de website landelijkejeugdmonitor.nl staan. Waardevolle (basis)informatie!

[Aankaarten] 160.000 sets slimme speelkaarten helpen ouders bij maken van afspraak van NIX

De meeste ouders zien hun kinderen liever niet roken en drinken voordat ze achttien zijn, zo blijkt uit cijfers van NIX18: 71% van de ouders vindt het normaal dat hun kinderen niet roken en drinken voor hun 18de, maar het blijkt vaak nog knap lastig het onderwerp thuis bespreekbaar te maken. Om deze vaders en moeders een handje te helpen introduceert NIX18 de Aankaarten. Deze kaartjes passen in vijf bekende gezinsspellen. Ouders kunnen daarmee makkelijker afspraken maken over het gebruik van sigaretten en alcohol.

Steeds meer ouders vinden het normaal om niet te roken en niet te drinken onder de 18; bijna een derde (31%) van de ouders maakt deze afspraak al met betrekking tot alcohol en iets meer dan de helft (52%) van de ouders maakt een afspraak over roken. Om ouders te helpen tot actie over te gaan, hebben de fabrikanten van de vijf meest populaire gezinsspellen de krachten gebundeld. Bij Kolonisten van Catan, 30 seconds, Party&CO, Pim Pam Pet en Weerwolven zit een gratis setje Aankaarten. Deze echte spelkaarten passen, als een onverwachte surprise, naadloos in het spel. In totaal zijn er 160.000 setjes geproduceerd. Goochelaar Hans Kazan geeft uitleg in onderstaande video.

Aankaarten zijn speelkaarten met een hint, opdracht of vraag die gaat over NIX. Dat geeft ouders de gelegenheid om tijdens een spelletjesavond over de afspraak te beginnen. Het enige wat pa of ma even moet doen is de Aankaarten ongezien aan het spel toevoegen, daarna komt tijdens het spelen vanzelf een kaartje langs dat het onderwerp op tafel brengt. Dan is het voor vader of moeder alleen nog een kwestie van afronden om een ‘afspraak van NIX’ te maken. De kaartjes worden verspreid via Intertoys en Bart Smit. Zowel de speelgoedketens als de spellenfabrikanten doen onbezoldigd mee.

aankaartend

“Heel goed om te zien dat steeds weer nieuwe manieren worden gevonden om ouders te helpen die afspraak te maken. Want ik snap heel goed dat het niet altijd makkelijk is om grenzen te stellen. Maar het is echt heel belangrijk, als kinderen bijvoorbeeld voor hun 18de niet roken, is de kans groot dat ze er nooit aan beginnen. En dat willen we natuurlijk.” [Staatssecretaris van Rijn]

De Aankaarten zijn onderdeel van NIX18. Deze campagne, twee jaar geleden gestart, is een initiatief van het Ministerie van VWS en wordt ondersteund door diverse partners waaronder het Trimbos-instituut, NOC*NSF, Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, KWF Kankerbestrijding, GGD’en, Koninklijke Horeca Nederland en het Longfonds.

[Creatie door Roorda Reclamebureau]

60% Nederlandse volwassenen viert Sinterklaas; schoonmoeder niet populair bij lootjes trekken

Terwijl het buitenland toeleeft naar Black Friday en Kerst, is Nederland anno 2015 nog altijd druk met de zwartepietendiscussie en inkopen voor 5 december. Ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van Lootjestrekken.nl onderzocht NovioData* hoe Nederlanders het sinterklaasfeest vieren. Van alle volwassen Nederlanders zegt 60% Sinterklaas te vieren. Daarbij trekt 55% van de sinterklaasvierders lootjes. Na de partner blijkt de schoonmoeder het meest genoemd te worden als degene wiens lootje men dit jaar absoluut niet wil trekken.

Van alle volwassen Nederlanders zegt 60% het sinterklaasfeest te vieren. Sinterklaas is een echt familiefeest; 93% viert het feest met familie. Daarnaast wordt Sinterklaas ook gevierd met vrienden (22%) en collega’s (5%). Een volwassene geeft ruim 90 euro aan sinterklaascadeaus uit.

Ruim de helft (55%) van de sinterklaasvierders trekt lootjes. In antwoord op de vraag wiens lootje men dit jaar absoluut niet wil trekken, blijkt na de partner de schoonmoeder het meest genoemd te worden. Het liefst trekt men het lootje van kind of moeder. “Er blijken sterke voorkeuren te bestaan voor welk lootje men trekt. Gelukkig kan bij online lootjes trekken hier rekening mee worden gehouden, in tegenstelling tot het papieren lootjes trekken uit een hoed”, aldus Arjan Kuiper van Lootjestrekken.nl.

Het internet wordt vooral gebruikt om cadeau-ideeën op te doen en om cadeaus te kopen. Daarnaast worden online lootjes getrokken, wordt gekeken wanneer de winkels open zijn en wordt een rijmwoordenboek geraadpleegd.

Het onderzoek is uitgevoerd onder een representatieve steekproef van 500 Nederlanders vanaf 18 jaar via het online panel van marktonderzoekbureau NovioData.

‘De marktwaarde van de thuisblijfouder bedraagt ruim €72.000’

Altijd leuk als er eens met een andere bril naar ouders gekeken wordt. Maar liefst €72.297,78 per jaar zou de thuisblijfouder verdienen als deze een aangepast salaris zou krijgen voor alle dagelijkse werkzaamheden. Dat blijkt uit een onderzoek van Viking, leverancier van kantoorbenodigdheden, dat is uitgevoerd onder 700 Nederlandse en Vlaamse thuisblijfouders. Thuisblijfouders gaven aan gemiddeld 91 uur per week aan het werk te zijn, meer dan het dubbele dus van een 40-urige werkweek.

Natuurlijk vertaalt de waarde van liefde zich niet in een salarisstrookje. En natuurlijk werkt de formeel werkende ouder ook hard. Maar in deze tijd waar men ogenschijnlijk zelfwaarde sterk verbindt met hun werk, is het misschien interessant om eens te kijken wat de marktwaarde van thuisblijfouders is volgens het financiële systeem.

Viking’s klantenkring bestaat uit bedrijven in de MKB-sector, van zzp’er tot middelgrote organisaties, van thuiskantoren tot grote bedrijven. Men besloot om een uitstapje te maken door een kijkje te nemen op het ‘thuiskantoor’ van de thuisblijfouder, door uit te zoeken waar mama (en steeds vaker papa) zich in een week zoal mee bezighoudt en welk salaris daar tegenover zou moeten staan. In deze exercitie werd thuisblijfouder zijn vergeleken met het runnen van een startende onderneming. Als echte zelfstarter ben je alles en iedereen tegelijk. Je hebt geen vakantiedagen, kan geen ziekteverlof opnemen en er is geen dertiende maand. Bakkenvol met liefde stop je in je werk.

Zie onderstaande infographic.

Print

“Als multitasking project manager pur sang organiseert ze alles om de kinderen heen. Ze werkt onregelmatige uren, kookt regelmatig voor een klein leger (aan vriendjes en vriendinnetjes), organiseert vaak kleine evenementen, etc. De uren die ongeregistreerd thuis gemaakt worden, zijn van meerwaarde.”

Fraaie animatievideo Daisy Chain werpt gepeste kinderen bloemetjes toe: ‘Pesten is voor mensen zonder verbeelding’

Toen een zoon van de Australische schrijver/regisseur Galvin Scott Davis gepest werd en hij geen goed kinderboek over dit onderwerp kon vinden, is hij het zelf maar gaan schrijven. Het leidde tot de interactieve app Dandelion, in 2012 een nummer 1-bestseller bij iTunes. Het verhaal over Benjamin Brewster en zijn magische madeliefjes moedigde ouders en kinderen aan om het pestgedrag te bespreken en te ontdekken of sommige problemen opgelost kunnen worden met een beetje verbeelding.

Er is nu een afgeleide van dit bedtijdverhaal in de vorm van Daisy Chain, een animatiefilm van ruim 5 minuten waarin Benjamin hulp biedt aan Buttercup Bree. Het fraaie filmpje is voor iedereen gratis te zien op YouTube (en dus hieronder) en wordt ook al gebruikt door organisaties die zich inzetten tegen de pesten. De stem in de video is van actrice Kate Winslet, de illustraties van Anthony Ishinjerro en de animatie van Frederick Venet. Via ilovedaisychain.com

“I am not a bullying expert, I am just a writer. But it seems to me that it is much worse now because of social media and electronic devices. Devices can be brilliant but it is so easy for someone to click a button and a million people are suddenly seeing a photo, and the impact on children is devastating.” [Galvin Scott Davis]

[Via The Guardian, daar ook meer informatie; zie ilovedaisychain.com voor het verhaal en bijbehorende producten]

Nieuwe website ‘Jongerengids’ moet tieners en jongeren meer en beter informeren

Sven Gatz, Vlaams minister van Jeugd, en De Ambrassade, bureau voor jonge zaken, hebben onlangs Jongerengids.be gelanceerd. Dit platform beoogt tieners en jongeren betrouwbare informatie te geven over thema’s die hen aangaan en verwijst hen door naar meer gespecialiseerde sites. Maar liefst 500 doelgroepers en 14 expert-organisaties werkten mee aan de nieuwe website om er voor te zorgen dat de inhoud zeker op maat geschreven is. De site  is opgedeeld in twee leeftijdscategorieën: tieners van 11 tot 15 jaar en jongeren van 16 jaar en ouder.

“Goed in je vel zitten, vrienden, internet, geld, werk, seks, wonen, leren en rechten zijn enkele van de vele thema’s die op de website aan bod komen. Naast informatie, in vraag-antwoord-vorm, kan je op de website ook testjes afleggen en getuigenissen van jongeren lezen en delen. Leerkrachten en jeugdwerkers kunnen met de website aan de slag gaan dankzij een methodiekenbundel.” [Marian Michielsen, De Ambrassade]

“Kwaliteitsvolle informatie voor kinderen en jongeren is een belangrijke beleidsdoelstelling. Zij vinden spelenderwijs hun weg in de digitale samenleving. Daarom kozen we bewust nog voor slechts één fysieke gids, en om de nieuwe Jongerengids.be vooral een digitaal pak aan te meten.” [Vlaams minister van jeugd Sven Gatz]

Voor de totstandkoming van Jongerengids.be deed De Ambrassade beroep op meer dan 500 tieners en jongeren. In verschillende fases van het project trokken de jeugdwerkers van het bureau naar scholen om tieners en jongeren te bevragen. Hun input bepaalde mee de verschillende thema’s van Jongerengids, het grafisch bureau, de wireframes van de website en de inhoud die wordt behandeld in de verschillende thema’s. ‘Hoe ga ik om met de ouders van mijn vrienden?’, ‘Kan een meisje zwanger worden tijdens haar menstruatie?’, ‘Is zwart werken voordeliger dan een baan met een contract?’ — op dat soort vragen waar tieners en jongeren mee bezig zijn worden antwoorden gegeven. 

Veertien organisaties namen één of meerdere thema’s van hun expertise voor hun rekening: CEBUD (Thomas More), Centra voor Leerlingenbegeleiding, Elise Goos (individuele jongere), Huishouden vzw, JOETZ vzw, Jong & Van Zin, Jong CD&V, Kinderrechtswinkel, Koning Kevin, Mediaraven, Piazza dell’ Arte, Sensoa, VDAB, Vivès vzw. Wablieft vzw deed de eindredactie en zorgde zo voor teksten op maat.

Samen met de website is ook een nieuwe papieren Jongerengids (166.500 exemplaren) gemaakt. Die is afgelopen week naar alle Vlaamse en Nederlandstalige Brusselse lagere scholen gestuurd om uit te delen aan leerlingen van de derde graad. Ook de jeugddiensten en Jongeren Adviescentra (JAC’s) kregen een pakket. Bij deze gids hoort een spel dat de leerkrachten met hun leerlingen kunnen spelen.

Door herstructureringen bij Klasse werd het jongerenblad en de jongerenwebsite MAKS! afgeschaft. De Ambrassade en Klasse gingen op zoek naar een oplossing om de waardevolle inhoud niet verloren te laten gaan.

“Klasse is heel blij dat de Ambrassade het rijke archief van Maks! overneemt, zodat die info bereikbaar blijft voor jongeren. In ons nieuwe multimediale project ondersteunen we vooral de leraar en de directeur, met een vernieuwd Klasse Magazine en een site op maat van
iedereen die in onderwijs geïnteresseerd is. Ons uiteindelijke doel? Dat élke leerling daar beter van wordt.” [Hans Vanderspikken, hoofdredacteur ad interim]

NJi voert positieve ‘high five’-campagne voor ouders, want media zijn vaak te negatief over opvoeders

Er zou meer aandacht moeten komen voor wat er goed gaat bij het opvoeden en ouders zouden elkaar vaker een compliment moeten geven. Dat blijkt uit een onderzoek (pdf) van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) onder ruim 800 ouders. Veel ouders zijn tevreden over zichzelf als opvoeder. Daar mag meer aandacht voor komen, want ouders vinden informatie over opvoeden via de media vaak te negatief en tegenstrijdig. Een gemiste kans, want goede en praktische informatie van experts is wel heel welkom.

Afgelopen week vond de vijfde editie plaats van de Week van de Opvoeding. Ouders werden deze week via de (sociale) media uitgenodigd elkaar een high five te geven: een compliment met hashtag #h5topouders. Het Nederlands Jeugdinstituut wilde hiermee een bijdrage leveren aan een positief gevoel bij ouders over hun eigen rol als ouder en opvoeder, de eigen (opvoed)competenties en het opvoeden van dag tot dag. Een blik op Twitter leert dat aan die oproep niet massaal gehoor is gegeven, maar in het kader van beter-laat-dan-nooit besteed ik hier alsnog aandacht aan deze actie die aansluit bij de wens van veel ouders: meer positieve aandacht voor opvoeden.

“‘Teveel focus op risico’s en problemen maakt ouders onnodig onzeker. Zij kunnen zich té verantwoordelijk gaan voelen voor het falen of slagen van hun kind, wat weer leidt tot overbezorgdheid of zelfs faalangst.” [opvoedexpert Krista Okma]

Met 85% van de kinderen in Nederland gaat het goed. Toch wordt er door de media en op straat veel geklaagd over de ‘jeugd van tegenwoordig’ en krijgen ouders en andere opvoeders hiervan regelmatig de schuld. Via een enquête onderzocht het NJi wat ouders op dit moment vinden van hun eigen opvoeding en die van anderen en hoe zij de rol van de media zien. Hieruit worden de volgende conclusies getrokken:

  • Ouders zijn tevreden over zichzelf als opvoeder;
  • Tegelijkertijd vinden zij het ouderschap en opvoeden soms moeilijker dan gedacht; de helft van de ouders voelt zich verantwoordelijk voor het falen of slagen van hun kind;
  • Ouders hebben behoefte aan praktische en eenduidige informatie van experts via o.a. de media;
  • Zij vinden de huidige informatie vaak te negatief en te tegenstrijdig;
  • Ouders willen meer aandacht voor wat goed gaat bij het opvoeden en vinden dat ouders elkaar vaker een compliment moeten geven.

In de week van 5 tot en met 11 oktober 2015 vierde het NJi samen met alle ouders, kinderen en professionals in Nederland het eerste lustrum van de Week van de Opvoeding. Het motto dit jaar: ‘Geef me de vijf!’ — niet alleen vanwege het vijfjarig bestaan, maar ook omdat alle ouders in Nederland het goed doen en om zich in te zetten voor sportplezier. Middels het programma www.tvsportplezier.nl, een initiatief van Naar een veiliger Sportklimaat en de gezamenlijke sportbonden en tevens partner, lag deze week de focus op sportende kinderen en de rol van ouders als positieve supporter. 

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019