Hoe leren jongeren in 2016?

 

Zijn jongeren voldoende voorbereid op de toekomst? Nee, zegt professor Geert ten Dam, nieuw SER-kroonlid in een interview met ScienceGuide.

Stedelijk museum en Snapchat

Jongeren in 2016 willen wel leren maar het moet voor hen vooral relevant zijn en betekenisvol. Een van hun grootste klachten is dat ze geen verbinding kunnen maken met de wereld buiten de school of instelling. En dat terwijl technologie zulke mooie kansen biedt voor het verbinden met die wereld, fysiek en virtueel. Een recent voorbeeld hiervan laat het Stedelijk museum zien dat via Snapchat de moeilijk te bereiken jongeren tussen 12 en 20 jaar prikkelt tot een bezoek aan het museum. Voor het hele artikel over inzet Snapchat voor doelgroep jongeren zie Adformatie.

 

Blurred learning

malmbergBovenstaand thema is wat ons elke dag in ons werk drijft als business developers bij Malmberg. Wij zien dat leren al lang niet meer beperkt is tot de formele situatie van de school, grenzen vervagen op zo veel manieren. In onze eerste blog willen we jullie laten proeven van een aantal uitingen van wat wij ‘blurred learning’ noemen.

 

Een populair karakter als Donald Duck beleeft in Duckstad vele avonturen, maar ook daar wordt spelenderwijs geleerd. Zo staat deze week het getal Pi centraal en inspireert Donald Duck jongeren om wiskunde vanuit een andere wereld te ontdekken. School en thuis lopen zo naadloos in elkaar over. We weten ook uit recent Europees onderzoek over de dynamische identiteit van jongeren dat zij leren door te ervaren en dat ze alles wat ze interessant vinden zonder poespas en vanzelfsprekend toevoegen aan de wereld die ze kennen. Voor een korte samenvatting verwijzen we naar Frankwatching.

 

Fysieke en virtuele wereld

Een derde grens die vervaagt heeft alles te maken met nieuwe technologieën en vaardigheden die kinderen hiermee kunnen ontwikkelen om goed voorbereid te zijn op hun toekomst: creativiteit, probleemoplossend vermogen, dingen met elkaar in verbinding brengen, kritisch denken, zelfstandig werken, samenwerken.

 

Hieronder een aantal voorbeelden van hoe de fysieke en virtuele wereld steeds vaker in elkaar overlopen en jongeren de kans bieden om persoonlijk ervaringen op te doen.

3D kidsprinter

malmberg2Mattel lanceert binnenkort de ThingMaker, een 3D kids printer   waarmee kinderen hun eigen speelgoed kunnen maken.

DE trend voor 2016 Virtual reality: Google expedition biedt een prachtige ingang voor het onderwijs. En hier transformeert McDonald’s de Happy Meal dozen naar Happy Goggles (aka virtual reality brillen).

 

malmberg3En hoe vaak hoor je ouders niet klagen over het feit dat hun kinderen alleen nog maar een swipe beweging kunnen maken en de resultaten van hun ‘werk’ niet tastbaar kunnen delen met ouders en omgeving. Daar heeft het bedrijf Osmo een eenvoudige oplossing voor gevonden met een eenvoudige reflector die de 2 werelden op en buiten het scherm met elkaar verbindt..

 

Twee werelden verbinden

Deze voorbeelden laten zien dat informeel en formeel leren ondersteund door de technologie, steeds meer door elkaar lopen en jongeren de kans biedt de verschillende werelden waarin ze leven wel zinvol met elkaar te verbinden.

En om terug te keren bij Donald Duck en zijn vrienden in de Duckstad wereld: als je werelden verbindt, vervagen ook grenzen tussen hoe partijen kunnen samenwerken

https://www.supportervanschoon.nl/campagnes/donald-duck-actie/

 

Door: Natasja Corver en Hans Prins

 

malmberg4Natasja Corver werkt als senior business developer bij Malmberg en zoekt in haar werk de verbinding tussen leren, jongeren en de snel veranderende wereld om ons heen.
natasja.corver@malmberg.nl
@natasjacorver

https://nl.linkedin.com/in/natasjacorver

 

 

malmberg5Hans Prins werkt als senior business developer bij Malmberg aan de implementatie van adaptief leren. Samen met scholen uitvinden hoe het leren leuker en efficiënter kan zijn is zijn drijfveer.

Hans.prins@malmberg.nl

https://nl.linkedin.com/in/hans-prins-5308627

 

 

‘Generatie Z wil les over mediawijsheid op school’, concludeert Now It’s Our Time na onderwijsexpeditie

Wat doe je als je vindt dat er te vaak over kinderen gepraat wordt in plaats van met hen? Paulien Kreutzer (OneTwentyone), Marjolein de Jong (Young Inspiration) en Nina Hoek van Dijke (Jong & Je Wil Wat) besloten om op ‘onderwijsexpeditie’ te gaan. Gesteund door Kennisnet ging het onderzoekscollectief onder de naam Now It’s Our Time langs tien scholen, verspreid over Nederland. Aan de hand van 600 gesprekken met 6-16-jarigen en 495 ingevulde vragenlijsten is onderzocht wanneer kinderen leren, hoe ze leren en wat hun ervaringen zijn op school.

Uit de onderzoekspublicatie Samen leren, het onderwijs volgens generatie Z (pdf) blijkt dat leerlingen de leraar als belangrijkste beïnvloeder zien in het onderwijs. De docent moet wel strenger worden opgeleid en hij moet zich kunnen verplaatsten in het individu met eigen wensen en doelen in plaats van één klas met één hoofddoel. Zij vragen dus om persoonlijke aandacht en daarmee om personalisering van het onderwijs. Kinderen hebben behoefte aan een context. Ze hebben behoefte aan antwoord op de vraag ‘waarom?’.

Leerlingen zien dat scholen worstelen met de inzet van technologie. Daarom zouden scholen een visie op technologie moeten ontwikkelen. Volgens generatie Z moet de school beter nadenken waarom, hoe en wanneer digitale leermiddelen worden ingezet. Het uitsluitend aanschaffen van digitale apparaten zet geen zoden aan de dijk. Een digibord heeft weinig meerwaarde als het wordt gebruikt als krijtbord, zoals nu op 80% van de scholen het geval is. Over de toepassing van technologie in het onderwijs moet zorgvuldig worden nagedacht. Er moet doorlopend worden getest en bijgeleerd.

Leerlingen verwachten dat docenten hen wegwijs maken met de principes van informatie op internet. Kinderen willen graag leren welke bronnen op internet wel en niet betrouwbaar zijn en hoe ze informatie moeten beoordelen. Ze willen mediawijs gemaakt worden. In interactie met de docent willen de leerlingen leren omgaan met de verleidingen van sociale media en de eindeloze mogelijkheden van het wereldwijde web. Doorgaans leggen scholen eenzijdig de nadruk op de gevaren van het internet. Maar het internet biedt ook veel kansen, maar die worden nauwelijks belicht.

Leerlingen snappen goed dat hun docenten geen digital natives zijn. Daarom helpen de leerlingen hen graag met ‘knoppenwijsheid’ en nieuwe toepassingen. Dit neemt niet weg dat leerlingen behoefte hebben aan meer ict-vaardigheden. Ze willen graag leren hoe ze de mogelijkheden die ict biedt kunnen inzetten om doelen in leven te bereiken.

De leraar is voor leerlingen heel belangrijk, maar op sociale media willen ze de docent absoluut niet tegenkomen. Wel vinden ze dat leraren moeten weten welke sociale media er zijn. Generatie Z leert veel uit papieren boeken, televisie, van ouders, broers en zussen en van de gesprekken die ze voeren via internet. Computers en laptops of tablets worden bij voorkeur gebruik voor ontspanning.

Leerlingen vinden school de fijnste plek om te leren en ze leren er ook het meest. Er is structuur, weinig afleiding, sociale druk en gezelligheid. Dus ondanks de mogelijkheden van ict is voor de leraar voor hen  onmisbaar en zal de school als plek om te leren niet verdwijnen. Maar het onderwijs mag wel wat praktischer en uitdagender. Generatie Z wil graag weten waarom ze bepaalde zaken moeten leren. Ze willen de wereld graag beter begrijpen daarom hebben ze behoefte aan meer actualiteit in het onderwijs en aan duiding bij de actualiteit. Generatie Z is zich ervan bewust dat ze die kennis nodig heeft voor een succesvolle toekomst in een wereld met veel onzekerheden.

Zie voor meer informatie het onderzoeksrapport (deze pdf bevat links naar filmpjes en geluidsfragmenten, zodat je de stem van kinderen ook kan bekijken en beluisteren).

[Recensie] ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes’ in 10 oneliners

Zo'n vier jaar geleden leerde ik Pedro de Bruyckere 'kennen' via zijn boek Is het nu Generatie X, Y of Einstein? (samen met Bert Smits geschreven) en het bijbehorende, gelijknamige weblog. In een onnavolgbaar en jaloersmakend tempo zijn er inmiddels véél meer blogposts (nu ook in het Engels), presentaties en tweets online verschenen. Meest recente boek is Jongens zijn slimmer dan meisjes en andere mythes over leren en onderwijs, dat de Vlaamse pedagoog/onderzoeker samen met de Nederlandse psycholoog/docent Casper Hulshof schreef.

In circa 140 pagina's nemen de auteurs een groot aantal indianenverhalen over onderwijs onder de loep en weerleggen of nuanceren deze op basis van onderzoek. Behoorlijk theoretisch met veel literatuurverwijzingen, maar naar mijn mening zeker interessant én belangrijk voor onderwijsbestuurders en opleidingsverantwoordelijken (en wellicht ook voor andere betrokkenen bij het onderwijs, mits ze écht betrokken zijn), maar minder relevant voor de meeste marketeers.

De noodzaak van het boek is duidelijk: veel leerkrachten doen goed werk, maar te vaak werken ze op basis van foutieve theorieën (da's natuurlijk niet de bedoeling, want een verkeerd uitgangspunt leidt tot een verkeerd vervolg). De auteurs willen bestaande mythes ontkrachten, en dat doen ze vol overgave. Uit alles blijkt dat ze goed thuis zijn in de materie en heel veel bronnen geraadpleegd hebben. Hoewel de meeste bronnen in eindnoten vermeld zijn om de leesbaarheid niet te verstoren, wordt nog altijd (te) veelvuldig naar namen en theorieën verwezen. Soms lijkt het of bij het schrijven het zoeken naar mythes een doel op zich was ('Is zelfontdekkend leren een mythe? De jury is er nog niet uit.'), maar als één ding duidelijk wordt, is dat veel modellen, heersende gedachten of ezelsbruggetjes te kort door de bocht zijn.

Zowel de titel van de publicatie als de koppen van de hoofdstuktitels zijn slim gekozen, want nieuwsgierigmakend. 'Als je alles kunt opzoeken is kennis onbelangrijk' of 'we kunnen leren tijdens het slapen' bijvoorbeeld – je wilt tóch weten of dit al dan niet waar is. Wel degelijk leerzame en interessante stof dus!

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik zoals gebruikelijk zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  1. 'Dat wetenschappers voorzichtig formuleren is niet abnormaal' (pagina 32)
  2. 'Vertrouw je herinneringen niet, ze zijn nooit 100% correct' (48)
  3. 'Brainstormen is wellicht een van de minst effectieve methodes om tot een originele, creatieve oplossing te komen' (50)
  4. 'Net die leerkrachten die extra geïnteresseerd zijn in het toepassen van neurowetenschap in de klas zijn ook extra gevoelig voor neuromythes' (64)
  5. 'Bijna niemand kan multitasken, of je nu vrouw bent, generatie Y, of allebei' (66)
  6. 'Het kan soms lijken alsof sommige mensen slechts 10% van hun hersenen gebruiken, maar sorry, zelfs bij hen is dat niet het geval' (69)
  7. 'In de praktijk zijn er vaak meer verschillen binnen geslachten dan tussen geslachten' (76)
  8. 'Het medium beïnvloedt zelden het lesgeven, laat staan dat één medium voor alle situaties het beste zou zijn' (87)
  9. 'Digital natives zijn op zichzelf al een mythe' (91)
  10. 'Op een enkele uitzondering na zijn intelligente mensen lichamelijk vaak gezonder dan andere mensen' (131)

Het boek is o.a. hier te bestellen.

PS  In september 2013 kunnen we nóg een boek verwachten van Pedro De Bruyckere. Hierin scheidt hij samen met Linda Duits de waarheid van fictie in het beeld dat de media schetsen van opgroeiende meisjes.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019