Gastblogger

Onze gastbloggers zijn allemaal autoriteiten op het gebied van kids- en jongerenmarketing.

Bingo Battle! Herontdek het museum met 7 BN’ers: van rappers en vloggers tot acteurs!

Hoe krijg je jonge mensen enthousiast over musea? Het is een vraag die de instellingen al langer bezighoudt en ook voor de overheid is het een hot item. MuseumTV en CJP hebben daarom, met hulp van het Mondriaan Fonds, de Bingo Battle in het leven geroepen. Na onderzoek onder en interactie met de doelgroep is er voor een nieuwe aanpak gekozen: een ‘challenge’ in een street art huisstijl die goed past bij het kijkgedrag van deze jongeren. Doelgroepsrelevante BN’ers als Guido Spek, Sophie Milzink, Akwasi, Tabitha en Christina Curry nemen hen mee naar dit voor hen nog wat onontdekte terrein: het museum. 

Vanaf donderdag 6 september wordt er iedere week een nieuwe video gereleased, met video’s die zich onder andere afspelen in het Van Gogh Museum, het Eye Filmmuseum, het COMM Museum, het Stedelijk Museum Breda en Rijksmuseum Boerhaave. Bekijk nu de eerste video met Guido Spek in het Afrika Museum op www.bingo-battle.nl en kom er achter of hij… in het leembad moet!

Wat willen jongeren zien?

Musea zien in dat jongeren, voor wie kunst en cultuur misschien minder vanzelfsprekend is, absoluut te interesseren zijn voor dit onderwerp – mits het op een andere manier wordt aangepakt. Jonge mensen kijken namelijk op een andere, meer intuïtieve manier naar kunst, cultuur en wetenschap: ze willen dingen ontdekken vanuit hun eigen interesses. Ze blijken vooral geïnteresseerd in cultuur die aansluit bij hun jeugdcultuur en belevingswereld en het internet is voor hen een belangrijke bron voor cultuurparticipatie. Het is ook belangrijk dat de challenge niet een kwestie is van simpelweg wat plaatjes afvinken: deze jonge mensen willen ook dingen doen in het museum, interactieve activiteiten die hen stimuleren om anders naar het museum te kijken.

Met name ook jongeren uit het mbo willen daarnaast niet het gevoel krijgen dat ze bepaalde voorkennis missen. Het is voor musea dan ook van belang om deze jongeren elementen te laten zien waar ze zich in kunnen herkennen. Zo geven ze deze doelgroep het gevoel dat kunst, cultuur en wetenschap ook te relateren zijn aan hun dagelijkse leven. Yuki Kho, bekend van Kunst Kijken met Ko en Kho, presenteert de serie waarbij ze op een intuïtieve en pretentieloze manier kijkt naar kunst en cultuur. Het is een manier die mensen stimuleert om vooral zelf een mening te vormen. Het jonge team achter het project heeft bovendien verschillende focusgroepen ingeschakeld om ervoor te zorgen dat het eindresultaat goed aansluit op de jongeren. Deze interactie met de doelgroep is essentieel. Musea kunnen daarbij langdurig profiteren van de campagne omdat jongeren de bingokaart zelf kunnen downloaden of kunnen spelen in de MuseumTV app.

Het team achter de Bingo Battle: MuseumTV en CJP

Samen staan deze twee stichtingen sterk. MuseumTV heeft inmiddels 140 musea op haar video-on-demand platform geplaatst met als doel om kunst en cultuur voor iedereen gratis bereikbaar te maken. Er wordt daarbij ingezet op online marketing en bereik: tussen mei en augustus 2018 bereikte MuseumTV 2,2 miljoen mensen. MuseumTV werkt hiervoor ook samen met partners die buiten de culturele sector opereren, zoals KPN, NS en de HEMA. CJP voegt daar tientallen jaren ervaring in het cultureel interesseren van deze jonge doelgroep aan toe. Een perfecte match dus!

MuseumTV oprichter Marieke van der Donk wil “zo veel mogelijk mensen in contact brengen met kunst en cultuur. We zetten daarbij ook in op nieuwe doelgroepen en jongeren horen daar zeker bij! We hebben het concept ook niet alleen voor hen ontwikkeld, maar juist ook samen met hen.”

CJP directeur Walter Groenen voegt daaraan toe dat CJP “het belangrijk vindt dat het Bingo Battle concept is afgestemd op én met mbo-studenten. Het succes van de MBO Card, de opgedane expertise en gesprekken met de doelgroep hebben geleid tot een nieuwe aanpak. Met de YouTube-serie willen we musea aantrekkelijk maken voor iedereen.”

Maarten Jeukens, brand manager voor het Afrika Museum zegt dat hij hoopt “op meer van dit soort filmpjes, want ze laten zien dat musea alles behalve saai zijn!”.

Neem voor vragen over dit project gerust contact op via florentina@museumtv.nl!

Events organiseren om doelgroepen te enthousiasmeren en te binden

Als marketeer in een dierenpark zoals Burgers’ Zoo sta je voor veel uitdagingen: hoe blijven we de vaste bezoekers telkens weer prikkelen en tot een volgend bezoek verleiden? Hoe kunnen we zoveel mogelijk dagbezoekers dusdanig enthousiasmeren dat we hen in abonnementhouders kunnen converteren? En ten derde: hoe kunnen we nieuwe doelgroepen aanboren en tot een bezoek aan ons park verleiden?

Het organiseren van events als instrument

De marketingstrategie bestaat uit het plannen, uitvoeren, analyseren en telkens verder verfijnen van een gevarieerde verzameling aan instrumenten, campagnes en concepten die samen één op elkaar afgestemd geheel vormen. We lichten het organiseren van events er in dit artikel uit om nader toe te lichten. De vijf schoolvakantieperiodes in een jaar zijn voor Burgers’ Zoo extra interessant omdat mensen dan de vrije tijd en mogelijkheden hebben om een dierenpark te bezoeken en bovendien in de stemming zijn om gezamenlijk leuke dingen te ondernemen. Concreet gaat het dan om de voorjaarsvakantie, de meivakantie, de zomervakantie, de herfstvakantie en de kerstvakantie in Nederland. Met name om vaste bezoekers te blijven prikkelen, is het belangrijk om telkens extra activiteiten aan te bieden die het dierentuinbezoek verrijken ten opzichte van een regulier bezoek aan het park. Daarnaast is de missie van Burgers’ Zoo gestoeld op vier belangrijke pijlers, die we extra willen laden: conservatie, educatie, onderzoek en recreatie. Evenementen moeten op logische, natuurlijke wijze passen bij de positionering, missie, visie en kernwaarden van ons park. Bewondering en verwondering voor dieren en natuur staan daarbij centraal, net als het feit dat we zo natuurlijk mogelijk willen werken en dierenwelzijn essentieel is.

Voorbeelden uit de praktijk

Het evenement Dino’s in the Zoo in de herfstvakantie past uitstekend bij Burgers’ Zoo: de bewondering en verwondering voor deze reusachtige reptielen biedt interessante mogelijkheden voor een educatief verhaal over het ontstaan van de dinosauriërs, hun leefwijze, verschijningsvormen en ontwikkeling. Maar ook bijvoorbeeld hoe in het tijdperk van de dinosauriërs de eerste zoogdiersoorten ontstonden en de overeenkomsten tussen de dino’s en de vogels en reptielen uit de moderne tijd. Beleving staat centraal in de filosofie van Burgers’ Zoo en daarom passen de levensechte, meterslange en metershoge dinosauriërs die in veel gevallen brullen en bewegen goed in dit verhaal. De avontuurlijke verwondering en verrukking van de jonge en oudere bezoekers vormt een ideale voedingsbodem voor een interactief educatief verhaal, waarbij jong en oud spelenderwijs een hoop informatie tot zich nemen. Voor abonnementhouders die de events gratis mogen bezoeken, vormen de dinosauriërs een extra prikkel om weer eens naar Burgers’ Zoo te gaan, terwijl ook dagbezoekers nieuwsgierig een kijkje komen nemen vanwege de tijdelijke aanwezigheid van de dino’s.

Een tweede voorbeeld de kracht van events bij het versterken van de beleving en het uitdragen van de educatieve boodschap van Burgers’ Zoo. In de zomervakantie organiseren we jaarlijks in ons zakelijke congrescentrum, het Safari Meeting Centre, circa zes weken lang dagelijks een educatieve, avontuurlijk musical voor kinderen. Zoë en Silos zijn twee hoofdpersonen, die allebei een enorme passie voor dieren en natuur hebben en zeer avontuurlijk en leergierig zijn ingesteld. In de eerste musical sloten we qua thema aan bij Burgers’ Ocean en beleefde Zoë een spannend avontuur in de diepzee, waarbij ze heel veel over de daar levende wezens leert. In de tweede musical werd Burgers’ Mangrove geïntroduceerd en ervaarden de kijkers hoe bijzonder en belangrijk dit natuurgebied is, waar dieren als zeekoeien, krabben en vlinders leven. En in de derde musical stond Burgers’ Desert centraal om meer begrip en beleving voor de fascinerende flora en fauna van de rotswoestijn van Arizona te creëren bij de bezoekers. Niet alleen werden de musicals hoog gewaardeerd, zo bleek uit onderzoek, maar ook gaf ruim 85% van de respondenten aan ook daadwerkelijk wat geleerd te hebben.

Congresverslag #KJ18

Geen bamboe-etende panda’s dit keer, maar door de Bush van Burgers’ Zoo voor de nieuwe editie van het Kids en Jongeren Marketing Congres. Een dag met veel inspirerende keynotes en boeiende praktijkvoorbeelden, op een toplocatie.

Welke take-aways ik mee naar huis nam, behalve dat een hoektag toch écht minderwaardig is aan een oogtag? Dat lees je hieronder.

  1. Content is queen, algoritme is king

Dankzij technologie kan iedereen kan goede en betaalbare content maken en die online zetten. De strijd om de minuten op YouTube is in volle gang en de concurrentie hevig. Om de kijkers naar je YouTube-kanaal te trekken en ze daar te houden, is het belangrijk om je video de juiste tags en thumbnails mee te geven en te kijken welke titels goed scoren. Wordt er op een tag niet veel gezocht, dan vervang je hem door een andere tag die beter presteert.
Overigens hebben veel organisaties één kanaal op YouTube voor al hun video’s, maar daar wordt dat kanaal een vergaarbak van video’s mee.

  1. Generatie Z zijn géén millennials 2.0

Generatie Z, de kinderen en jongeren van nu, wordt al jong geconfronteerd met de wereld, wordt op jongere leeftijd al volwassen(er) en is daardoor realistisch. Als bedrijf doe je er dus goed aan om deze doelgroep te helpen met het maken van verantwoorde keuzes. Verder heeft deze generatie een ‘make it happen’-mentaliteit, ze geloven heilig in de maakbaarheid van hun eigen succes. Dit betekent dat je als bedrijf DIY-oplossingen moet bieden, zodat jongeren zelf op onderzoek uit kunnen gaan en kunnen gaan ontdekken. Tot slot omarmt Gen Z massaal diversiteit, is tolerant en heeft niets met stereotyperingen. Als merk doe je er dan ook goed aan deze diversiteit te omarmen en stereotyperingen overboord te gooien. Zo huurde Maybelline een mannelijke beauty vlogger in om mascara aan de man te brengen en introduceerde Barbie nieuwe modellen om af te stappen van de standaard blonde, überslanke pop.

  1. Onderscheid influencers die je betrekt in je campagne

Als je doelgroep op social zit, is het werken met influencers interessant. Allereerst kijk je dan natuurlijk welke influencers dezelfde waarden delen als jouw bedrijf. Daarnaast ga je op zoek naar een mix van bereik, geloofwaardigheid en interactie. Daar komen verschillende types influencers om de hoek kijken. Elke influencer begint als micro-influencer: Hij is gepassioneerd en heeft veel interactie met zijn followers. Zodra zijn schare volgers groter wordt en groeit tot tienduizenden fans, wordt hij influencer en gaat hij commerciële samenwerkingen aan. Top-influencers hebben een nog grotere fanbase, en dus een mega-bereik. Door de omvang neemt de interactie met het publiek wel af, net als de geloofwaardigheid omdat alle activiteiten op commerciële basis zijn. In je strategie kun je dus kiezen voor een micro-influencer die zorgt voor continue aandacht, geloofwaardigheid en interactie, en een top-influencer die je kunt inzetten als je een groot bereik wil behalen.

Besteed dus zeker aandacht aan je strategie en content, maar hou daarnaast in het achterhoofd dat kinderen en jongeren altijd op zoek zijn naar sociale bevestiging. Social media faciliteren dit en zijn daarom zo populair. Stel je zelf altijd de vraag wat je aan extra waarde brengt aan deze doelgroep om ze in de zoektocht naar bevestiging te helpen.

Deze take-aways nam ik mee uit de keynotes van Omar Kbiri (Maak), Aljan de Boer (Trendsactive), Rutger van den Berg (Youngworks) en Rocco Stallvord (First)

Auteur: Cathelijne van den Bosch. Gastblogger voor het Kids en Jongeren Marketing Congres.

XITE: de ideale cross-over tussen TV en online

Een zender met enkel muziekvideo’s. Dat is nou niet wat je direct vernieuwend noemt. En toch weet XITE een vernieuwend muziekvideoconcept neer te zetten. En met ongekend succes. Van een puur Nederlands merk is het uitgegroeid tot een zender van wereldklasse die door jongeren in landen als Duitsland, België, Canada, Qatar en sinds kort ook de VS wordt grijsgedraaid. En dat laatste kan geen enkele Nederlandse partij zeggen. Een echte pionier uit onze eigen polder dus.

Manon Fennis staat sinds twee jaar aan het roer van de marketingafdeling als Marketing Director. Voor het succes van de zender weet zij een aantal redenen te noemen. “Wij hebben een erg jong team, de gemiddelde leeftijd is 28. Je kunt dus zeggen dat we bijna allemaal nog echt de doelgroep zelf zijn (18-24). Stagiaires hebben bij ons ook heel veel inspraak omdat zij echt midden in onze doelgroep zitten. Vinden zij een video helemaal geweldig en leeft het ook bij hun vrienden heel erg, dan heb je kans dat we die video vaker gaan laten zien. Ook al vindt onze music director het misschien helemaal niks. Er wordt dus echt geluisterd naar wat er speelt in de doelgroep.”

De brug tussen TV en online

Daarnaast weet XITE een goede brug te slaan tussen TV en online. XITE is eigenlijk je gepersonaliseerde TV-zender. Fennis: “Natuurlijk start alles met een lineaire zender maar bij Ziggo kun je onze zender zelf bedienen. In de settopbox zit een soort app waarmee je XITE bedient. Dan bepaal je dus precies welke clip je wel of niet wilt zien. Daarnaast maakt onze muziekredactie playlists die je via verschillende themachannels te zien krijgt. Daar hoef je niks voor te doen. En die lijsten worden continu bijgewerkt.”

XITE Awards

Het grootste succes van de zender zijn toch wel de XITE Awards. De jaarlijkse award show in november is een perfecte afsluiter van een langer lopende campagne. Bij die campagne wordt de XITE-kijker echt betrokken. “We doen regelmatig onderzoek naar wat onze doelgroep wil, en daar kwam uit dat zij beleving willen en hoe krijg je dat beter dan met een event waar jij als kijker in charge bent. Onze kijkers bepalen wie er wint en daarnaast is de award show echt een feestje. Het is niet zo scripted als wat je gewend bent van andere zenders en formats”, vertelt Manon. “Wij richten ons op mainstream muziekvideo’s. Dus je ziet bij ons veel hits maar ook veel nieuw talent dat wij ook durven te draaien. En ook van hen krijgen we veel steun terug.”

In de aanloop naar de awards worden de XITE-kijkers aangemoedigd om met de zender in gesprek te gaan. Zij bepalen mee welke interviewvragen aan artiesten gesteld worden, zij bepalen wie er wint, wie de beste fans heeft enzovoorts. Door die interactie op te zoeken, wordt XITE een zender die niet alleen goed is op TV maar ook een die via de socials van de jongeren binnendringt in hun wereld. En jongeren laten XITE ook maar wat graag toe. Dat komt ook zeker door de kwaliteit van de content die door de zender wordt geproduceerd. Hun eigen productieteam maakt content voor de zender maar ook video’s in opdracht van merken. Op TV hanteert XITE de stelregel dat de content daar niet langer dan een muziekvideo mag duren. Wil je meer zien van de content die je op TV hebt gezien dan moet je door naar het YouTube-kanaal. En zo worden kijkers naadloos van het ene medium naar het andere gestuurd.

Twitter is helemaal niet populair

En dat kan soms een heel ander medium zijn dan je door de doelgroep of de hype zou verwachten. Fennis: “Als je de statistieken moet geloven dan is Twitter helemaal niet populair bij jongeren. En toch zitten wij daar fanatiek op. Weet je waarom? De grootste fanbases van artiesten vind je op Twitter. Voor hen is dat een makkelijk medium om met elkaar in contact te komen, content te liken, te delen, en te reageren. Wij zagen in de aanloop naar de XITE Awards bijvoorbeeld dat Twitter in Brazilië helemaal losging op de best fan award. Want de fanclub van Justin Bieber had gehoord dat hij genomineerd was. Dat is iets wat je gemakkelijk over het hoofd zou zien als je enkel luistert naar de hypes. Je moet als merk dus altijd kijken wat bij jou past en wat vooral bij je doelgroep past.”

En met zoveel waarheid kunnen we het niet anders dan eens zijn. Dus wil je meer horen van Manon Fennis en haar ervaringen bij XITE, zorg dan dat je aansluit bij haar sessie op Kids en Jongerenmarketing.

Rabo’s zakgeld-app PinPin geeft kinderen weer een gevoel bij geld

Financieel zelfredzaam worden, daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Catelijn Schönfeld is lead marketeer Jonge Klanten bij Rabobank. Op het Kids en Jongeren Marketing-congres vertelt ze over Rabo PinPin, de succesvolle zakgeld-app van de bank rond een pinguïn-figuurtje dat kinderen weer een gevoel geeft bij geld.

Het begon met de constatering dat steeds meer ouders zakgeld voor hun kinderen digitaal overmaken. ‘Dat er überhaupt zakgeld wordt gegeven is supergoed, maar digitaal zakgeld levert ook een probleem op’, legt Catelijn Schönfeld uit. ‘Voorheen was zakgeld tastbaar en kreeg je het door je ouders in je hand gedrukt, misschien wel op een vast tijdstip. Bij overmaken zien kinderen het geld niet meer en is het transactiemoment weg. Ouders en kinderen praten er dus ook niet meer over. Hun besef en bewustzijn van wat geld is en waar het voor staat, wordt teniet gedaan.’ Niet bevorderend voor de financiële zelfredzaamheid dus, waar je volgens Schönfeld niet vroeg genoeg mee kunt beginnen. ‘Het missen van financiële educatie kan later weer problemen veroorzaken doordat ze minder goed met geld kunnen omgaan dan kinderen die deze financiële educatie wel hebben gehad.’

Uit het ei

Eisen dat ouders hun kinderen contant zakgeld geven zou een beetje vreemd zijn voor een bank die zelf ook steeds digitaler wordt. Schönfeld: ‘Dat gaan we natuurlijk niet doen. We zijn juist gaan kijken hoe we digitale techniek konden gebruiken om dit probleem tegen te gaan.’ Dat resulteerde in zakgeld-app Rabo PinPin, waarmee kinderen op een makkelijke manier, door middel van augmented reality, kunnen zien wat ze in hun spaarpot hebben zitten én wat ze op hun rekening hebben staan. Daarnaast kunnen ze aangeven waar ze voor sparen; ze krijgen een melding wanneer ze het bedrag bij elkaar hebben.

Centraal staat het pinguïnfiguurtje PinPin, dat bij de start van het gebruik van de app uit het ei komt. Net als tamagotchi’s vroeger, moeten de kids het diertje verzorgen, zodat het uiteindelijk een volwassen pinguïn wordt. Ondertussen kunnen er door middel van augmented reality spelletjes gedaan worden met PinPin waarmee de kennis over geld wordt vergroot. Ook kunnen ouders meekijken en acties uitvoeren via de app, bijvoorbeeld het geven van extra ‘pegels’, het virtuele geld waarmee gespeeld wordt in de app.

Relevant voor kinderen

PinPin is volledig bedacht en ontwikkeld vanuit de doelgroep: kinderen van 6 tot 12 jaar. Exemplarisch voor hoe Rabobank kids en jongeren benadert in zijn marketing. En een stijlbreuk met hoe het eerder ging. Schönfeld: ‘We hebben lang gedacht dat we producten gericht op kinderen via de ouders aan de man moesten brengen. Daar zijn we de afgelopen jaren echt van teruggekomen. Als je wilt dat kinderen zo’n app gebruiken, moet je zorgen dat de inhoud relevant is voor kínderen. De ouders gaan dan vanzelf mee. Zij zijn natuurlijk wel belangrijk, ze nemen uiteindelijk de beslissingen. Maar we kiezen scherp voor de doelgroep. Dat zagen we ook terug bij Passi, onze pinpas voor jongeren van 12 tot 18 jaar. Daarbij hoorden we van volwassenen terug: “Dit spreekt mij totaal niet aan.” Dat klopt, dacht ik dan, want het is ook niet voor jou bedoeld. We willen niet dat jongeren nog het idee hebben dat ze in het keurslijf van de ‘volwassen’ Rabobank moeten passen. Dat spreekt ze gewoon niet aan, kwam uit klantonderzoek naar voren. We hebben onze benadering dus echt omgegooid en gekozen voor segmentatie op jongeren. Kies en je wordt gekozen.’

Jongerenbank

Ook qua organisatie heeft de bank de daad bij het woord gevoegd; inmiddels leidt Schönfeld een team van gemiddeld zo’n tien mensen, afhankelijk van hoeveel projecten er lopen. ‘Wij doen als team alle marketing gericht op jonge klanten. Alle expertises zijn bij ons vertegenwoordigd: van content design tot graphics maken en van analyse tot meer praktisch marketing-communicatiewerk. Het is mooi dat de bank de jonge doelgroep zo extreem heeft omarmd en er het budget voor uit heeft getrokken. Niet vreemd ook, want we hebben 1,8 miljoen jongeren als klant in de boeken. Die positie en ons imago als jongerenbank willen we koesteren. Je moet in deze doelgroep ook voor de lange termijn investeren. Niet denken dat het genoeg is om op één moment in de tijd verbinding te leggen; daar moet je tijd en geld in blijven investeren, het is een doorgaand proces.’

Niet sexy

Factor van betekenis daarbij is ook dat kinderen en jongeren niet de makkelijkste doelgroep vormen voor een bank. Schönfeld: ‘Sowieso zit je met strenge wet- en regelgeving uit de hoek van de Reclame Code Commissie en zeker de vernieuwde privacywetgeving. Maar daarnaast ben je als bank ook niet echt “sexy”. Er ligt zeker een uitdaging om dat beeld te keren. Maar geld is voor elk kind interessant en belangrijk, dus dat gegeven grijpen we aan om te beginnen met de basis voor hun financiële zelfredzaamheid.

Schönfeld is tevreden met het resultaat van Rabo PinPin sinds de start afgelopen najaar. ‘We zijn er nog niet en ontwikkelen nog door met hulp van feedback van onze klanten. We willen nóg meer interactie tussen kinderen en ouders, en bijvoorbeeld een mogelijkheid om ook grootouders aan de app te koppelen. Voor ons was het vooral belangrijk om in het begin de juiste toon aan te slaan. En die hebben we zeker gevonden.’

Bij influencers gaat het niet langer om het aantal volgers

Enzo Knol en Anna Nooshin lijkt iedereen wel te kennen als het schoolvoorbeeld van influencers. Maar deze mensen gaan het wat moeilijker krijgen. Dat blijkt uit een onderzoek van Launchmetrics. Het bedrijf dat gespecialiseerd is in software voor data analyse heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar het gebruik van influencers door grote merken. En wat blijkt? De mega-influencers (met tussen de 500.000 en 1,5 miljoen volgers) vinden er steeds minder aftrek.

Content belangrijker dan aantal volgers

Merken geven aan liever te werken met infl uencers die tussen de 10.000 en 100.000 volgers hebben. Ook social goden die tussen de 101.000 en 500.000 volgers hebben, kunnen op meer steun rekenen dan de echt grote jongens. Hoe komt dat nou? Merken vinden dat influencers met minder volgers meer impact kunnen maken op de volgers die zij hebben omdat er een veel directere communicatie is. Daarnaast hechten ze veel waarde aan de content die wordt gemaakt. Daarbij gaat het dan niet eens om het aantal interacties op de content maar juist om de kwaliteit van de content. En met die content hopen merken juist millennials te bereiken.

ING wist dat al lang

Het grappige is dat tijdens Kids en Jongerenmarketing in 2017 Thijs Jaski van ING al over dezelfde inzichten berichtte. Ook zij kiezen bewust voor kleinere influencers omdat ze zien dat de impact daar vaak groter is en de volgers loyaler zijn.

Influencer database 

Eerder meldde SocialBrands dat zij een voor iedereen toegankelijke database hebben met influencers. Je kunt daarin precies zien welk bereik je krijgt tegen welke kosten. De influencers schrijven zich in op onderwerpen waar zij invloed op uit kunnen oefenen en als bureau of merk kun je vervolgens zelf met hen afspraken maken. Je krijgt, als je met elkaar in zee gaat, vervolgens real-time resultaten van je campagne zodat je kunt bijsturen waar nodig.

Kijkend naar de database zie je dat er allerlei soorten influencers staan met ook allerlei soorten bereik, van een paar honderd volgers tot tonnen volgers. Wellicht ook een mooie kans om hieruit al de nieuwe Anna Nooshin te scouten of de volgende Enzo Knol binnen te hengelen voor hij te groot wordt.

Onze verzorgers zijn onze journalisten, hún verhalen willen mensen horen

Marketingmanager Tim Lammers heeft er zin in: op 11 juni is hij host en geeft hij een presentatie op het Kids en Jongeren Marketing Congres in zijn thuisbasis Burgers’ Zoo. ‘Ik ben vooral trots op hóé we ons verhaal vertellen.’

Je staat op het punt om te vertrekken naar Belize, in Midden-Amerika. Wat ga je daar doen?

‘Ik ga een marketingplan schrijven om het ecotoerisme in ons natuurgebied daar te bevorderen. Dat gebied is al 29 jaar in ons beheer, en inmiddels is het zes keer zo groot als de Hoge Veluwe. Op een luchtfoto herken je het zo, omdat alles wat eromheen ligt is weggekapt. We hebben vorig jaar een nieuw deel van het park geopend: de mangrove. Dat is gebaseerd op dat natuurgebied.’

Een nieuw ecosysteem dus, na de bush, de desert en de ocean.

‘Precies, en ook deze past in onze doelstelling om ‘ecodisplays’ te laten zien. We staan voor bewustwording, dus we willen mensen het hele systeem, de hele omgeving laten zien waar een dier in voorkomt. Je ziet het ook in onze huisstijl en ons logo: daar staan de dieren ook niet los in, maar maken ze deel uit van hun omgeving, van hun habitat. Wat we ook niet doen: het vermenselijken van dieren. Ze krijgen bij ons geen namen en hebben geen vaste voedertijden. We willen gewoonweg geen geconditioneerd gedrag.’

Je werkt nu ruim vijf jaar als marketingmanager voor Burgers’. Is er veel veranderd in de tussentijd?

‘Ik was de eerste die de functie ‘marketeer’ op z’n visitekaartje had staan. Natuurlijk werd er wel aan marketing gedaan, anders blijf je als ongesubsidieerd familiebedrijf niet honderd jaar gezond. Maar marketinggericht denken was tot een paar jaar terug niet de gewoonte in de dierentuinsector; daar zag iedereen elkaar meer als collega’s die samen populaties en bloedlijnen in stand moesten houden. Dat is ondertussen wel een beetje veranderd. Bij Burgers’ Zoo zijn we ons gaan richten op het vertellen van verhalen en het uitdragen van ons ‘why’: waarom zijn we er en doen we wat we doen? Belangrijkste middel om dat doel te bereiken is dat we de rol van uitgever hebben aangenomen. Onze strategie is onze bladformule, die hebben we uitgebouwd tot een consistent verhaal. Je ziet het ook in de bezetting van ons team. We doen het met z’n drieën: iemand zorgt dat we genoeg ‘lezers’ hebben, iemand is hoofd- en eindredacteur, ik ben uitgever en daarnaast hebben we een groot aantal freelance journalisten: dat zijn onze dierverzorgers. Want hun verhalen willen mensen uiteindelijk horen.’

Op welke doelgroep richten jullie je?

Qua leeftijd gemiddeld een stukje hoger dan veel concurrenten. Jonge ouders zijn bijvoorbeeld ook een belangrijke doelgroep, en grootouders ook. Maar een serie als Zoë en Silos (kinder- en liedjesserie op YouTube en RTL’s Telekids, red.) maken we weer specifiek voor kinderen. En we zijn een paar jaar geleden als een van de eerste merken in Nederland gaan vloggen. Dat is natuurlijk ook gericht op een bepaalde leeftijdscategorie.’

Waar zijn jullie op dit moment mee bezig?

‘We proberen onze content steeds meer 1-op-1 aan te laten sluiten op onze bezoekers. Bijvoorbeeld door het meten van klikgedrag vanuit de nieuwsbrief en data uit de website en onze social kanalen. Uiteindelijke doel is: ben je gek van aardvarkens, dan krijg je nieuws over aardvarkens. Binnen onze content is video steeds belangrijker geworden. We doen heel veel op YouTube; we bieden livestreams, 360 graden-video’s, vlogs. We gaan nu ook een videoproducer aannemen. Met video kunnen we laten zien waarin we ons onderscheiden van andere parken: onze omgeving, onze ecodisplays. En we zijn voor de derde keer bezig met het ontwikkelen van een musical, die weer zes weken gaat draaien. Iets extra’s voor bezoekers, mét een educatieve laag.’

Bij welke Burgers’ Zoo-content bekruipt je een gevoel van trots?

‘Ik ben vooral trots op hóé we het doen. We brengen niet alleen goed nieuws, maar we proberen te laten zien hoe de natuur in elkaar zit en willen daar transparant en eerlijk in zijn. Zo beet afgelopen december een mannetjesleeuw een vrouwtjesleeuw dood voor de ogen van de bezoekers. Dat was een heftig moment. Je kunt vervolgens twee dagen de pers goed te woord staan en het daarbij laten, maar wij kiezen er juist voor om een week later nog met een verhaal te komen over die leeuwen: waarom deden ze dat nou? Ook gebeurd: tijdens een livestream waar duizenden mensen naar keken werd een neushoorntje dood geboren. We laten op die manier zien dat de wereld niet maakbaar is.’

Burgers’ Zoo opende vorig jaar de mangrove. Jullie waren niet de enige die met zo’n groot project op de proppen kwam. Ouwehands had de panda’s en in Emmen werd een compleet nieuwe dierentuin geopend: Wildlands Adventure Zoo. Merkten jullie daar veel van?

‘We hebben een fantastisch jaar gedraaid; we hadden 113.000 bezoekers meer dan in 2016, op een totaal aantal van meer dan een miljoen. Ik hou me eigenlijk ook niet zo bezig met de concurrentie. Ik kijk wel naar de branche als geheel, want je bent zo goed als je slechtste concurrent. Gelukkig hebben we in Nederland fantastisch mooie dierenparken, daar mogen we echt trots op zijn. We doen zelf ook steeds meer om onze inkomsten te verbreden. Neem bijvoorbeeld ons Safari Meeting Center. In de drukke periodes gebruiken we het voor events voor dagbezoekers, bijvoorbeeld musicals. En in de minder drukke periodes kunnen bedrijven en instellingen er terecht voor congressen en bijeenkomsten. Het is uitgevoerd in Oost-Afrikaanse stijl, met lodges met zicht op bush. Net als ons park is het helemaal doorgethematiseerd, met een prachtig auditorium en foyer waar je mensen kunt ontvangen. En de catering is echt verbazingwekkend goed.’

Wat ga je vertellen tijdens je presentatie?

‘Ik ga het hebben over video. En wat ongetwijfeld ook aan de orde komt is de contentgedachte. Marketeers denken nog vaak vanuit een ‘probleem’ dat er ligt. Hoe verkoop ik een X-aantal kaartjes? Nou, in ieder geval niet door te zeggen dat mensen je kaartjes moeten kopen. Kijk naar Linda.: daar weten ze precies op elk platform het gewenste publiek te bereiken. Omdat de mensen erachter weten wat het publiek op die plek wil horen, zien of lezen. Dat is ook hoe wij werken: vanuit een uitgeefgedachte: 99 van de 100 keer zit er geen commerciële boodschap in onze uitingen. Vertel waaróm je er bent op deze wereld, zo simpel is het! En uiteindelijk zijn wij op de wereld om mensen bewuster te maken van de schoonheid van de natuur.’

Lees alles over het Kids en Jongeren Marketing Congres – 11 juni: Burgers’ Zoo

Congresverslag: minder tjappie, meer emotie

Het Kids en Jongeren Marketing Congres bood ook dit jaar weer een mooie verzameling inspirerende sprekers en cases, met als extraatje: twee panda’s die vrolijk wat kilootjes bamboeblad naar binnen werkten. Locatie was namelijk Ouwehands Dierenpark. Drie lessen over (marketing)communicatie met jongere doelgroepen die ik in mijn goody bag kon stoppen.

  1. Niks tjappie

Pubers en jongvolwassenen waarderen het veel meer als je gewoon op je eigen manier met ze praat en ze niet aanspreekt met – bijvoorbeeld – ‘tjappie’. In plaats van je taalgebruik krampachtig aan te passen, is het zaak om te weten welke vragen er bij hen spelen rond jouw product of dienst. Hou het op de inhoud dus. Wil je jongeren activeren om vrijwilligerswerk te gaan doen? Vraag je dan af waarom ze dat nu niet doen en welke zaken ze onduidelijk vinden. Steek energie in het informeren van de twijfelaar. Zij vormen meestal het grootste deel van je doelgroep. In de praktijk richten marketeers zich vaak op lovers (maar zij zijn al geïnteresseerd) en haters (maar die blijven toch wel haten). Kies een taal en kanalen die bij jou passen. Dumb Ways To Die op YouTube: vet*. Een SWTD-imitatie door de provincie Zeeland? Niet.

*dat woord werd al gebruikt toen deze flat aged blogger zelf ooit jongere was, dus mag het.

  1. Meer emo dan ratio

Sluit aan op de levensfases van jongeren en het gedrag dat daarbij hoort.
Pubers en jongvolwassenen zijn geen aliens, maar eerlijk is eerlijk: ze zijn soms lastig te interpreteren. Een dag geen woede-aanval is een dag niet geleefd. Allemaal heel logisch te verklaren: hun emotionele ontwikkeling is nog in volle gang, en de remmen die bepaald gedrag beteugelen, zijn nog niet aanwezig in het puberbrein. Communiceer wat je te vertellen hebt dus niet alleen op een rationele manier; dat komt amper binnen. Speel in op hun gevoelswereld en maak het hyper-persoonlijk. Duidelijk maken waarom een studie in technische richting een goede keus kan zijn? Laat dan zien hoe groot de impact van techniek is op hun leven nu en biedt ze een instant prikkel. Ooit gehoord van de lifestyle scan?

  1. Laat jongeren jouw influencers zijn

Pubers en jongvolwassenen zijn gewend om snel hun mening te geven, en die geven ze maar wat graag. Zijn ze niet blij met je service, dan laat 70 procent van de Nederlandse jongeren dat aan vrienden weten. Dat werkt ook de andere kant op: je doelgroep denkt zeer waarschijnlijk graag mee over hoe je je product kunt verbeteren. Kijk bijvoorbeeld naar RTL, dat de online community Welovevideo gebruikt als platform om feedback te verzamelen over zijn on- en offline content. Van speeddates met programmamakers tot polls over sponsoracties: de doelgroep denkt mee. Belangrijk bij het inschakelen van de doelgroep als influencer: zie jongeren niet als heilige graal waaruit je je kunt laven aan de bron van de Eeuwige Jeugdmarketing. Ze vormen een versplinterde groep, zowel qua leeftijd als leefstijl. Een groot deel keert zich in deze tijd met veel veranderingen ook nog eens meer in zichzelf: het eigen leven op orde hebben is belangrijk in een veeleisende wereld met ook nog eens de nodige bedreigingen.

Kortom: pas je bij kids- en jongerenmarketing aan op wat er speelt en laat je daarbij inspireren door de doelgroep, maar vertel vooral je eigen verhaal in je eigen taal.

Inspiratie voor deze blog haalde ik uit de presentaties van: Joeri Van Den Bergh (InSites Consulting), André Merlijn (Bureau Coen), Kelly Batist (RTL), Rutger van den Berg (Youngworks), Thijs Jaski (ING).

Congresverslag: Hoe val je op bij jongeren?

Jongeren zijn ook maar mensen

Als je het over jongerenmarketing hebt, lijken we er altijd van uit te gaan dat het een apart soort doelgroep is die met de hoogst mogelijke voorzichtigheid benaderd moet worden. Geen jongerentaal, want boven de 18 kun je dat niet meer. Geen hippe afbeeldingen want dan pak je ook net het verkeerde plaatje. Maar wat dan wel? Ik toog naar Kids en Jongeren Marketing Congres in Ouwehands Dierenpark in Rhenen en weet je wat? Jongeren (en kids) zijn gewoon mensen. Die we ook nog eens als mensen moeten benaderen. Je zou bijna gaan denken dat dat best te doen is.

Informatie overload en agility

Maar goed, kinderen en jongeren van nu leven in een heel andere wereld dan toen wij jong waren. Joeri van den Bergh, NextGen Expert van InSites Consulting, wist de nieuwe generatie goed te duiden. Kinderen van nu hebben continu toegang tot informatie en weten daardoor ook vaak meer dan wij op die leeftijd. Die overload aan informatie zorgt dat ze een agile mindset hebben. Op micro-niveau gaat het hen enkel om henzelf. Ze willen uniek zijn. Ze willen het zelf doen en dan kom je al gauw uit op hyper personalisatie. Producten moeten helemaal aansluiten bij de wensen en leefwereld van de gebruiker. Kijken jongeren naar de wereld om hen heen dan gaan ze voor de lange termijn levenscyclus. Ze kijken dan naar wat zij voor de wereld kunnen doen. Bio-afbreekbare producten zodat we straks ook nog natuur hebben, bijvoorbeeld. Door al die informatie en al die zenders is het dringen voor de aandacht van jongeren. En daarbij zoekt Gen Z niet naar merken. Ben je gek, joh. Merkentrouw is verleden tijd. De jongere van nu wil een oplossing voor zijn probleem. Het maakt daarbij niet uit wie met die oplossing komt. Als diegene maar de snelste en de eerste is met die oplossing.

De ideale reality show

Om dat voor elkaar te krijgen, zullen bedrijven precies moeten weten wie hun klant is. Zo kunnen ze al anticiperen op de wens van de consument en zijn hartje veroveren. En wanneer staan ze daar het meest voor open? Juist, als ze lekker aan het chillen zijn. Ontspanning voor Gen Z is reality. Vloggers, Instagrammers en bloggers zijn voor hen de ideale reality show. Het zijn echte mensen, zoals zij, die dingen meemaken. Influencers zijn daardoor aspirationeel. Wat ze daarvan bij ING merkten was juist dat de ‘kleinere’ influencers betere resultaten leveren dan de ‘grote’ jongens. Bij de influencers met heul veul volgers zie je dat het heel veel mensen zijn die volgen omdat iedereen bijvoorbeeld Enzo Knol volgt. De kleinere volgtroepen zijn loyaler en kijken ook echt naar wat hun influencer doet en laten zich daardoor beïnvloeden en overhalen. Daarbij wist Thijs Jaski van de bank wel te melden dat influencers grillig zijn en het soms lastig is om harde afspraken te maken. En dan kun je vaak je rigide content kalender weer het raam uit kieperen. Geen probleem natuurlijk maar dat moet je je wel van tevoren beseffen.

Niet alleen focussen op het eindproduct

Voor jongeren is natuurlijk je eindproduct leuk. Maar laat vooral ook zien welke weg er naartoe is afgelegd. Ook dat is iets wat jongeren leuk vinden. Doordat ze visueel ingesteld zijn, kun je dus denken aan ‘making of filmpjes’, interviews met de betrokkenen, of zoals ze bij Kinderen voor Kinderen doen: filmpjes van de repetities. De populariteit van die filmpjes en de stemmen van fans bepalen uiteindelijk welke nummers in de uiteindelijke TV show te zien zijn. De doelgroep van Kinderen voor Kinderen begint bij kinderen van zo’n vier jaar. En zelfs hierbij zie je al dat zij geïnteresseerd zijn in alles wat ook achter de schermen gebeurt. Hetzelfde geldt voor PSV. Ook zij proberen fans van jongsaf te kweken. Eerst natuurlijk via de ouders maar later gericht op het kind zelf. Heeft iemand een voorkeur voor een bepaalde voetbalclub ontwikkeld, dan switchen ze niet gauw meer. Natuurlijk ligt het anders bij alledaagse gebruiksvoorwerpen maar als je kijkt naar een merk als PSV zullen ook zij steeds moeten zorgen dat hun fans loyaal blijven. En dat doen zij door alomtegenwoordig te zijn. Zowel offline als online en ook zo dicht mogelijk op de belevingswereld van de supporter.

Leve het puberbrein!

Youngworks keek nog eens goed naar pubers en deed dat vanuit drie invalshoeken; biologie, sociaal emotioneel en omgeving. Jongeren zijn relatief emotionele wezens met een nog niet zo goed ontwikkelde rem. Ze kunnen hun emoties nog niet zo goed reguleren. Door die emoties voelen zij zich ook aangesproken door boodschappen die juist op die emoties inspelen. Daarnaast zijn ze ook impulsief en experimenteel. Ze doen de gekste dingen om goedkeurig te krijgen van hun leeftijdsgenoten. Met je boodschap moet je dus ook op dat beloningsdeel inspelen.

Sociaal emotioneel gezien willen jongeren erbij horen. Houd dus rekening met onderlinge verbinding van jongeren. Zijn het beginnende pubers dan willen ze juist graag bij de groep horen. Pas vanaf een jaar of 15 gaan ze zich afzetten. Als je dan als merk geen authentiek verhaal hebt, kun je het vergeten. Begin twintig lijken de jongeren volwassen en zijn ze een individu maar nog steeds kunnen ze onvolwassen reageren. Houd daar ook nog steeds rekening mee. Ook hun omgeving blijft belangrijk. Slechte ervaringen worden zo snel en zo breed mogelijk gedeeld. Bedrijven als Facebook zijn daarnaast eng voor de privacy maar omdat ze er op zekere manier afhankelijk van zijn, delen ze toch hun gegevens. Ze begrijpen dan ook prima dat bedrijven uiteindelijk iets met die gegevens gaan doen.

Samengevat kun je dus zeggen dat jongeren niet gek zijn. Ze zijn hartstikke mediasavvy en weten ook prima dat bedrijven ze willen overhalen voor hen te kiezen. Wil je dat ze voor jou kiezen dan zul je dus je best moeten doen. Een goed verhaal helpt je, maar hun belevingswereld begrijpen en hen helpen waar ze hulp nodig hebben maakt je als merk des te toegankelijker. En wil je het hart van de jongere voor je winnen dan is dat in ieder geval stap 1. De rest volgt dan vanzelf.

 

 

5 tips om het meeste uit het congres te halen

  1. Bereid je voor: als je naar een congres gaat, bekijk dan van tevoren welke sprekers er zijn en lees de beschrijving van hun verhaal. Een mooie bedrijfsnaam betekent niet altijd automatisch ook een mooi verhaal. Kijk echt welke onderwerpen bij jouw belevingsmoment van dat moment passen om zo te zorgen dat je informatie krijgt die nuttig voor je is.
  2. Probeer van iedere spreker concreet iets mee te nemen: soms hoor je niet direct iets nieuws. De kunst is dan toch om je te laten verrassen. Zoek actief naar een haakje. Dat kan zijn een website die ze noemen, die je toch eens wilt gaan bekijken maar het kan ook zijn dat je gaat bedenken wat jij anders zou hebben gedaan in hun situatie. Of dat je juist het verhaal van hen op je eigen situatie betrekt. Op die manier kun je op meerdere manieren naar een spreker kijken. Het kan ook gewoon zijn dat je denkt ‘wat een leuk mens, die wil ik leren kennen’. Stap er op af en haal er zo ook iets moois uit namelijk een nieuw contact. En dan komen we meteen bij punt 3.
  3. Netwerk: naast de sprekers lopen er vaak nog tientallen andere mensen rond met hele interessante verhalen. Soms lijkt het zo moeilijk om op iemand af te stappen maar op een congres kom je juist vaak makkelijker met mensen in contact. Ze staan er in ieder geval meer voor open. Zorg dus dat je in de zaal altijd naast iemand gaat zitten, dat maakt het eerste contact makkelijker. Sluit bij iemand aan voor de lunch en vraag wat zij van de dag vinden. Stel jezelf daarbij gerust een doel. Vijf nieuwe contacten op een dag levert je altijd iets moois op.
  4. Maak een verslag: Voor jezelf maar ook voor je collega’s is het interessant om te zien wat je belangrijkste bevindingen van de dag zijn. Voor jezelf is het handig omdat je je gedachten goed kunt ordenen. Voor je collega’s is het mooi omdat ze zo ook zien wat jij een hele dag gedaan hebt. En wellicht kunnen zij er ook nog inspiratie uit halen.
  5. Laat je verrassen: ga met een open blik naar een congres. Misschien zijn het niet alleen de sprekers die je verrassen maar is het juist de locatie. Ook je medecongresbezoekers hebben misschien wel de mooiste ervaringen en verhalen. Wees dus nieuwsgierig op zo’n dag en sta voor alles open. Zo eet je misschien een broodje dat je daarvoor nooit gegeten zou hebben of kom je zelf tot een nieuw actiepunt wat jouw hele carrière op zijn kop gaat zetten. Maar door verveeld te zitten twitteren op een stoel achterin de zaal is nog nooit iemand geïnspireerd terug gekomen van een congres. Beperk dus je online socials en treed naar buiten met een open blik.

De omgekeerde wereld; leren van je kids!

Vroeger leerde je van je oma gehaktballen draaien. Je vader liet je zien hoe je een gat in de muur boort en je moeder gaf je schoonmaaktips. En nu? Nu zit oma met haar smartphone te wachten tot kleinkind langs komt zodat hij/zij Facebook uit kan leggen. Moeder ziet hoe behendig dochterlief de leukste knutselprojecten op Youtube vindt en vader leert de cheats in zijn favoriete games van zijn zoon. We leven in een omgekeerde wereld. De jongste generatie gaat bepalen hoe de oudere generaties zich verder ontwikkelen.  

In de TedTalk van Jason Dorsey van The Center for Generational Kinetics gaat hij in op de misverstanden die er bestaan over de generaties. En dan met name over de generatie na de millennials. Dat begint al bij het feit dat het definiëren van een generatie lastig is. Je kunt niet uitgaan van twee ronde

jaartallen en iedereen die daarbinnen valt, vangen in een generatie. Dat is een. Ook het gedrag en de belevingswereld van een groep leeftijdsgenoten bepaald of zij tot de ene of juist de andere generatie behoren. Daarnaast ‘duren’ generaties ook steeds korter. Door nieuwe ontwikkelingen wordt het tijdvak waarbinnen je een generatie kunt vangen, korter. We gaan de komende jaren dus veel sneller een generatiewissel krijgen.  

Het wereldbeeld van iGen uitgelegd 

Dorsey weet een aantal treffende zaken te benoemen die bepalen hoe de jongste generatie naar de wereld kijkt en hoe het hun wereldbeeld vormt. Zonder teveel te verpesten, hij gaat in op drie trends. Diversiteit (kinderen van nu weten niet beter dan dat hun leven en de wereld om hen heen divers is), technologie (we zijn er van afhankelijk, maar weten niet hoe het werkt) en de nieuwe manieren van opvoeden.  

Bekijk deze TedTalk om meer te weten over de generaties die er aan gaan komen. En ook om te weten hoe zij ons (gaan) beïnvloeden.  

Het belang van genderneutraal vermarkten

Meisje speelt met graafmachine

Wil je iets aan meisjes verkopen, dan hoef je niet langer je advertenties op te leuken met glitters en roze. In nieuwsberichten zie je het steeds vaker gaan over genderneutraliteit. En de jongste generatie groeit dus ook op met het idee dat gender stereotypen er niet zijn. Voor hen is het de normaalste zaak van de wereld dat jongens ook in een Elsa jurk kunnen lopen en dan meisjes superhelden kunnen zijn. Maar is dat voor merken ook het geval? En moet je er als merk aan mee doen?

Merken en genderneutraal zijn

Recent nog kreeg schoenenmerk Clarks er in de UK flink van langs omdat hun kinderschoenen voor jongens ‘Leader’ heten en de meisjes een ‘Dolly Babe’ aan hun voetjes mogen steken. Voor veel ouders een doorn in het oog en ook kinderen waren er niet blij mee. Voor Clarks een reden om wederom goed te bekijken hoe zij hun schoenen vermarkten en hoe ze kunnen zorgen dat ze iedereen blij houden.

Gender neutraal

Ook voor andere merken wordt het steeds belangrijker om genderneutraal te zijn. Mensen willen niet meer in hokje gestopt worden en dat uiten ze. Als merk zul je daar op in moeten spelen. Maar makkelijk om het goed te doen, is het nog steeds niet. Dat merkte ook SuitSupply met hun meest recente campagne voor Suistudio.

Tips voor merken

Voor merken die aan de gang willen met genderneutraal vermarkten, hebben we dus wat tips verzameld van het Centre for Generational Kinetics. Zo kun je voorzichtig je eerste schreden op het genderneutrale marketingpad zetten.

  • Bied de mogelijkheid om je eigen gender identiteit te kiezen bij het aanmaken van een profiel
  • Wissel mannelijke en vrouwelijke kleding af en categoriseer op basis van merk en maat
  • Beschrijf kleding en accessoires als ‘unisex’

 

Tieners begrijpen reclamewerking prima

“Dit programma wordt gesponsord door….” Probeer het maar eens te zien of te horen zonder met je ogen te willen rollen. Uit onderzoek blijkt namelijk  dat volwassen consumenten een negatieve connotatie hebben bij sponsorvermeldingen. Zien ze die, dan is hun merkassociatie meteen een stuk lager. Ze herinneren zich het merk wel beter. Maar goed, is dat ook positief voor je merk?

Kijken we naar tieners dan ligt het heel anders. Een vervolgonderzoek gedaan door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit toont dat tieners minder negatief beïnvloed worden door sponsorvermeldingen. Voor het onderzoek gebruikten zij tieners tussen de 13 en 17 jaar oud, die ze drie en zes seconden durende sponsorvermeldingen lieten zien. En wat bleek?

Tieners begrepen beter dan volwassenen dat er reclame werd gemaakt in het programma dat zij zagen. Dat kwam onder andere door de sponsorvermelding. Drie seconden was daarbij voldoende. Diezelfde sponsorvermelding zorgde bij tieners niet voor gerol met hun ogen. Integendeel, voor hen had het merk nog steeds dezelfde waarde en ze herinnerden het zich beter.

Wat betekent dit voor adverteerders?

Onderhandse beïnvloeding hoeft dus helemaal niet. Tieners begrijpen best dat er brood op de plank moet komen bij bedrijven. Ze begrijpen dus ook best dat ze daarvoor sponsormeldingen zien. En dat is prima. Ze vinden je merk er in ieder geval niet minder leuk door. Ze herinneren zich je merk wel beter. En dat is natuurlijk alleen maar mooi.

Jongerenmarketing is in de war: 4 opvallende tegenstrijdigheden

Jongerenmarketing in Nederland is in verwarring. Jongerenmarketing heeft een andere afslag genomen dan jongeren zelf. Dat is te zien op vier gebieden, die ik hieronder uitleg. Om deze verwarring te begrijpen, is het goed om te weten hoe jongerenmarketingbureaus naar jongeren kijken en dit beeld vervolgens te vergelijken met wat jongerenmarketeers daadwerkelijk doen.

Eerst de 4 tegenstrijdigheden die ik heb gezien. Ten eerste roepen jongerenmarketeers dat een verhaal verteld moet worden dat bij de doelgroep past, terwijl zij tegelijk claimen dat de doelgroep hopeloos versnipperd is en geen speciale toon nodig heeft. Ten tweede beweegt jongerenmarketing zich steeds meer in de richting van het aanspreken van maatschappelijke lange-termijn idealen van jongeren, terwijl deze jongeren zelf zich steeds verder terug trekken in hun eigen kleine, overzichtelijke wereld. Ten derde willen veel invloedrijke volwassenen van jongeren leren, terwijl jongeren vooral meebewegen met de grote trends en zich aanpassen aan een veeleisende wereld. Ten vierde wordt veel social media ingezet om jongeren te bereiken, terwijl jongeren tenminste net zo effectief aan te spreken zijn in de gewone werkelijkheid.

Als onderzoeker naar de huidige generatie jongeren ben ik altijd razend benieuwd naar de bevindingen van anderen. Daarom had ik hoge verwachtingen van de jongerenmarketeers en onderzoekers die op het recent gehouden congres Trends in Kids, Jongeren en Familie Marketing hun visie gaven op waar jongeren en jongerenmarketing in Nederland momenteel staan. Na elf presentaties, keynotes en workshops gehoord en bezocht te hebben, begreep ik dat jongerenmarketing in Nederland in verwarring is.

Het beeld van jongeren

Gaby Siera (Beautiful Lives) onderzocht jongeren van 16 tot 17 jaar. Zij noemt deze jongeren Generatie Swipe. Volgens haar hebben jongeren een zeer volwassen kijk op het leven. Zij groeien op in een gevaarlijke wereld (aanslagen, vluchtelingenmigraties) die hen voor grote, praktische problemen stelt (economische crisis, studieleningen in plaats van studiefinanciering, een alcoholverbod voor steeds jongere tieners, een internet dat niet alleen maar leuk is).

Hun antwoord is niet in opstand komen of proberen de wereld te verbeteren. Jongeren trekken zich terug in hun eigen, kleine, overzichtelijke wereld en plannen hun dagen vol met activiteiten die hen verder brengen in het leven zoals sporten om gezond te blijven en bijlessen. Hun enige vrije tijd is zaterdagavond – en dan wordt er afgesproken met vrienden en vriendinnen. Op zondag chillen zij met hun ouders of grootouders.

 

De jongeren van Generatie Swipe passen zich volgens Siera aan aan de wereld die zij om hen heen aantreffen. Zij zoeken hun eigen, kleine weg in de onprettige grote wereld en proberen verantwoordelijk om te gaan met hun tijd en geld. Zij moeten zichzelf kunnen verkopen om aan opleidingen mee te mogen doen of bijbaantjes te bemachtigen (“Wat trekt je aan in vakken vullen?”) en dekken zich in tegen risico’s door te sparen, gezond te leven en zich op te stellen als kritische en zelfs cynische consumenten. Als zij gevraagd wordt naar hun toekomstdromen, dromen zij van eigen kinderen die niet roken en geen drugs gebruiken.

Conformisme van jongeren

Rutger van den Berg (Youngworks) beschrijft het conformisme van jongeren als gevolg van hun biologische ontwikkeling. Volgens van den Berg zorgt het zich nog ontwikkelende brein van jongeren ervoor dat zij sterk reageren op externe impulsen. Zij hebben een grote angst om buiten gesloten te worden en daarom neigen jongeren er sterk naar zich voortdurend aan te passen. Groepsdruk van hun peers stuurt de experimenten die jongeren uitvoeren met hun identiteit.

Aan de ene kant zorgt de zogenaamde “no-likes fear” ervoor dat experimenten die geen likes krijgen van leeftijdsgenoten worden gestaakt en offline worden gehaald. Aan de andere kant zorgt de groepsdruk er tevens voor dat jongeren proberen status te verwerven door domme acties uit te voeren. Omdat het beloningssysteem in hun hersenen in ontwikkeling voorloopt op hun impulsonderdrukking, zijn zij in staat ondoordachte stunts uit te halen om daarmee populair te worden.

Jongeren referentiekaders

Volgens Siera dient marketing rekening te houden met de kenmerken van de huidige generatie jongeren. Jongeren willen als volwassenen aangesproken worden op een serieuze en realistische manier. Het best slagen jonge vloggers hierin: zij beïnvloeden jongeren en zijn veel belangrijker dan merken of volwassenen. Van den Berg sluit hier bij aan. Hij stelt dat jongeren op zoek zijn naar referentiekaders op grond van persoonlijke relevantie. Vlogs bieden volgens van den Berg een dergelijke persoonlijke relevantie omdat in de vlogs jongeren die net iets ouder zijn en succesvol zijn

transparant inzicht geven in hun dilemma’s en hun oplossingen.

Marketeers en succesvolle jongeren

Jongerenmarketeers zijn zich bewust van de aantrekkingskracht van vloggers en andere succesvolle jongeren zoals dj’s. Het succes van een jongere online is volgens filmproducent Harro van Staverden (Phanta Basta!) een belangrijke factor in de afweging of een jongere een dragende filmrol krijgt. Mitchel Bovenlander (4PM Entertainment) stelt dat personalities waaraan jongeren zich op kunnen trekken voor hen steeds belangrijker zijn geworden.

Bovenlander zet gaarne succesvolle vloggers met veel volgers op social media in om online awareness voor zijn producten (events) te creëren en te vergroten. Zijn ambassadeurs worden uitgenodigd voor co-creatie sessies en kunnen rekenen op een VIP-behandeling tijdens events. Bovenlander stelt dat in zijn bedrijf deze vorm van marketing de traditionele marketing in de vorm van flyers en posters vrijwel volledig heeft vervangen. De jonge socialmedia-sterren onderstrepen het gevoel voor jongeren dat ze op zijn feesten moeten zijn: als een populaire jongere naar een event gaat, wil iedereen.

 

bebrave

Jongeren op een YouTube-conventie. Bron: Flickr/ Gage Skidmore

Ronen Wolf (RTL Nederland en RTL MCN) gaat nog een stapje verder. Volgens hem zijn jongeren niet meer te bereiken met traditionele businessmodellen. YouTubekanalen geven aan in welke richting jongeren wel te bereiken zijn. Daarom experimenteert RTL met producties op YouTube zoals Concentrate.

Volgens Wolf toont een succesvolle YouTube-productie echte emoties. De productie mag gedeeltelijk scripted zijn maar moet als authentiek door jongeren worden ervaren. Belangrijker dan de contentstrategie is echter de distributiestrategie. Er moet een duidelijke call-to-action zijn – waarom zou een jongere dit kijken? En, het format moet strak en de titel en labels moeten helder zijn. Het moet voor jongeren duidelijk zijn wat de productie is en wat er te vinden is.

Marktwaarde

Succesvolle jongeren zijn zich zeer bewust van hun marktwaarde. Volgens Bovenlander hebben veel vloggers een manager, terwijl vloggers en DJs steeds vaker extra geld willen voor het genereren van aandacht op social media. Vlogster Yvonne Coldewijer (Life of Yvonne), volgens eigen zeggen een rolmodel voor meisjes, vertelt dat dit echter een groot spanningsveld met zich meebrengt: zij moet voortdurend balanceren tussen geld verdienen door producten of diensten aan te prijzen en hard werken om meiden aan zich te binden en een geloofwaardigheid in de doelgroep op te bouwen. Wolf geeft aan waar de grens ligt: reclame vinden jongeren ervaren storend terwijl sponsoring door hen als positief wordt ervaren, onder voorwaarde dat de sponsoring past bij de videoproductie.

Er ontstaat als gevolg hiervan een steeds grotere tweedeling binnen de groep jongeren tussen zij die het gemaakt hebben en zij die alleen maar volgen. Dit sluit aan bij een algemeen effect van technologie: steeds minder mensen verdienen steeds meer geld met technologie en hebben steeds meer macht terwijl veel anderen hun baan en toekomstperspectief verliezen als gevolg van technologie.

Beeld van jongeren en jongerenmarketing – 4 tegenstrijdigheden

Het beeld dat jongerenmarketeers op grond van onderzoek schetsen van jongeren sluit niet aan bij de praktijk van jongerenmarketing in Nederland. Er bestaan vier gebieden waarop jongerenmarkering in tegenspraak is met het geschetste beeld.

1. Inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren

Het inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren is het laaghangend fruit voor de jongerenmarketeer. Echter, zelfs dit simpele instrument levert een reeks van tegenstrijdigheden op. Zo moeten merken volgens Wolf met behulp van video’s een verhaal vertellen dat bij de doelgroep past, maar moeten zij tegelijk geen andere boodschap uitdragen dan die zij sowieso hadden willen communiceren. Leendert-Jan de Ronde en Kim van Dongen (Youngworks) zijn het met Wolf eens en stellen dat een merk door videofilmpjes relevant moet zijn voor de doelgroep, maar dat een merk tegelijk dicht bij zichzelf moet blijven. En, zo voegen zij eraan toe, deze doelgroep is volkomen versnipperd.

Versnippering

Individuele jongeren combineren op een individuele manier de meest bizarre dingen met elkaar, zoals hardrock en breien, zodat er geen zuilen binnen de jongerendoelgroep meer bestaan. Tegelijkertijd claimen zij dat een merk geen jongerentaal hoeft te gebruiken om met jongeren te communiceren, maar normaal met hen kan praten omdat jongeren “net mensen zijn”.

Het is derhalve niet duidelijk wat het aansluiten bij de doelgroep betekent als er geen duidelijke doelgroep is en er geen speciale toon voor deze doelgroep nodig is. Tel hierbij op dat volgens Siera jongeren op een serieuze manier aangesproken moeten worden op hun volwassenheid, zoals we zagen, en de verwarring is compleet.

2. Co-creatie is populair

Het andere grote instrument van jongerenmarketing, co-creatie, is eveneens een vat van tegenstrijdigheden. Co-creatie met jongeren is populair. Talloze overheden, grote bedrijven en organisaties zetten een Raad van Kinderen in om mee te denken over hun beleid en hun innovatie. De homepage van de Raad voor Kinderen vraagt: “Is het niet logisch om naar de ideeën van kinderen te luisteren over vraagstukken die ook hun toekomst gaan bepalen?”

Good is the new cool

Het inzetten van kinderen bij het oplossen van maatschappelijke en commerciële vraagstukken sluit aan bij een grote trend in jongerenmarketing. Volgens Maartje van Osch (FamilyFactor) heeft jongerenmarketing zich ontwikkeld van het aanspreken van jongeren als consument met behulp van fun in de jaren negentig, via het aanspreken van kinderen en ouders samen met behulp van boodschappen die fun en verantwoord combineerden in de jaren tweeduizend, naar waar jongerenmarketing zich nu bevindt: lange-termijn boodschappen met de nadruk op gezond en goed voor de wereld (“good is the new cool”). De ontwikkeling van het kind dient momenteel positief gestimuleerd te worden op alle gebieden: intellectueel, emotioneel, fysiek, talent en spiritueel. Wolf sluit daar bij aan en stelt dat videoproducties een maatschappelijk belang moeten dienen.

opruimen-jongeren

Volgens Kirby Beckman (BrandDeli) is deze trend ook aan de eettafel in het gezin terug te vinden. Ouders vinden het belangrijk dat kinderen een eigen mening hebben en vragen graag naar deze mening. Hoewel de ouders eindverantwoordelijke blijven, is de invloed van kinderen op beslissingen in het gezin groot.

Ander referentiekader

Jongerenmarketing, in video en in co-creatie, is dus een volledig andere richting ingeslagen dan de jongeren zelf die het weliswaar fijn vinden als anderen de wereld verbeteren maar zichzelf hebben teruggetrokken in hun eigen, kleine wereld en die, in plaats van de wereld te verbeteren, knokken voor hun eigen plekje in de wereld. Bovenlander constateert bijvoorbeeld op zijn feesten dat jongeren veel meer bezig zijn met zichzelf en veel minder bezig zijn met wat er om hen hen gebeurt. Hun referentiekader is niet het welzijn van de wereld; succesvolle leeftijdsgenoten die worstelen met voor hen herkenbare dagelijkse problemen vormen hun referentiekader.

Jongeren zijn vooral geïnteresseerd in duidelijkheid, herkenbaarheid en een redelijke mate van authenticiteit, zoals Wolf al aangaf. Waar zij volgens de Ronde en van Dongen behoefte aan hebben, is een concreet handelingsperspectief: hoe te reageren op een bepaalde situatie. Dit handelingsperspectief moet wel leuk zijn.

Daarmee is niet gezegd dat jongeren niet graag meepraten over van alles en nog wat. Hoek, van Dijke en Spooren zien juist dat jongeren dat graag doen, onder voorwaarde dat zij een onderwerp belangrijk genoeg vinden om er ruimte voor te maken in hun drukke agenda. De vraag alleen is hoe relevant de mening van jongeren met een praktisch en naar binnen gericht referentiekader is binnen een co-creatie.

3. Jongeren zijn gemakkelijker te werven door relatief jonge mensen

Een ander probleem van co-creatie is dat jongeren gemakkelijker te werven zijn door relatief jonge mensen en zich ook gemakkelijker openen tegenover andere jongeren, zoals Hoek van Dijke en Spooren ontdekten. Bovenlander stelt zelfs dat jongeren steeds vaker naar zijn events komen om elkaar te ontmoeten en veel minder vanwege de beleving.

Jongeren zijn dus het liefst met jongeren en willen het liefst co-creeren met jongeren, en veel minder met volwassenen. Daarom zetten Hoek van Dijke en Spooren met name jongeren in om te co-creeren met jongeren en heeft Bovenlander jonge mensen in zijn bedrijf aangenomen. Dit staat op gespannen voet met het idee van co-creatie tussen generaties.

4. Inzetten van socialmediakanalen

Een ander belangrijk instrument van jongerenmarketing is het inzetten van socialmediakanalen. Hoek, van Dijke en Spooren laten een probleem van het gebruik van dit instrument zien. Zij werven jongeren voor hun co-creatiepanels het meest effectief in de werkelijkheid, gewoon op straat en soms, voor niet-commerciële projecten, op scholen. Social media worden vervolgens met name ingezet om contact te houden met jongeren zodat zij ook daadwerkelijk komen opdagen op co-creatiesessies. Dit contact houden gebeurt zowel door e-mail – die jongeren lezen maar waarop zij niet antwoorden – en met behulp van WhatsApp.

whatsapp

Ook offline

Als er al geworven wordt via social media, dan gebeurt dat door jongeren die al meedoen aan co-creatiesessies en hun vrienden uitnodigen om ook te komen. Ook voor van Staverden is social media slechts een van de vele kanalen om zijn jeugdfilms te promoten naast media, print, outdoor, onderwijs, retail en tijdelijke kanalen zoals een VVV of een museum. Waar socialmediakanalen worden gemarket als de toekomst, werken offline-kanalen voor jongeren blijkbaar minstens net zo effectief of zelfs effectiever.

Het grijze gebied van compromissen

Terwijl jongeren zelf niet veel antwoorden hebben en zich teruggetrokken hebben in hun eigen wereldje, worden zij door jongerenmarketeers benaderd alsof zij op de eerste plaats wereldverbeteraars zijn. Jongeren worden door volwassenen betrokken bij besluitvormingsprocessen met betrekking tot grote vraagstukken, terwijl jongeren zelf liever onder elkaar zijn, praktisch zijn en opkijken tegen net iets oudere jongeren die succesvol zijn door transparant te worstelen met herkenbare dagelijkse problemen.

Jongeren willen bevestiging en buigen mee met wat de wereld van hen vraagt, terwijl volwassenen van hen antwoorden willen horen. En daar waar jongeren helderheid, authenticiteit en praktisch nut verkiezen in hun degelijke levenshouding, verwachten volwassenen van hen inspiratie. Jongeren zijn echter geen onbevangen schepsels met een out-of-the-box-oplossing voor alles. Jongeren zijn vroeg-volwassenen die hun levenspad zorgvuldig plannen, mede omdat diezelfde volwassenen van hen verwachten dat jongeren concreet kunnen uitleggen waarom zij een specifiek baantje of een specifieke opleiding ambiëren en zij het leven van jongeren in praktische zin steeds lastiger maken.

Waar jongeren en jongerenmarketeers elkaar zouden kunnen vinden, is in het grijze gebied van compromissen. Marketeers gieten hun boodschap in een authentieker jasje terwijl jongeren sponsoring accepteren. Marketeers zetten succesvolle jongeren in om jongeren te bereiken en jongeren luisteren gaarne naar deze succesvolle jongeren. Maar waar het jongeren gaat om de celebrities, gaat het marketeers om de merkboodschap.

 


frank-watching

Nieuw Frankwatching-webinar: Starten met Snapchat & Instagram Stories

Hoe belangrijk is het om als organisatie op Snapchat & Instagram Stories te zitten? Vergroot je er echt je sociale bereik mee? Tijdens dit webinar ontdek je wat je zakelijk allemaal met Snapchat & Instagram Stories kunt doen en voor welke doeleinden je deze sociale media kunt inzetten. Ben jij erbij? Meer informatie

 

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2018