Gezondheid

Overgewicht: “Pas als het een probleem is, ga ik mezelf straffen”

Overgewicht is ‘hot’. Met grote regelmaat verschijnen er berichten in de media die aangeven dat overgewicht en zelfs obesitas onder kinderen een groot en groeiend probleem is. Een heuse ‘welvaartsziekte’ die grote gevolgen kan hebben voor zowel het individu als de maatschappij.

Momenteel worden er vele initiatieven ontplooid om overgewicht onder kinderen aan te pakken. Voor het slagen van deze initiatieven is het van belang om inzicht te hebben in het hoe, wat en waarom van overgewicht. Dit om de juiste haakjes te kunnen vinden om zowel kinderen als hun ouders op de juiste manier aan te spreken. Onderstaande figuur biedt een overzicht van de belangrijkste actoren en factoren die van invloed zijn op de complexe problematiek van overgewicht en obesitas:

Overgewicht: een gevolg van conditionering
Bestrijding van overgewicht klinkt vaak simpel: ‘mensen moeten gewoon gezonder eten en meer bewegen’. Echter, overgewicht en dus ook obesitas is een complex probleem dat niet kan worden bestreden met enkel rationele argumenten.

Overgewicht is voor een groot deel het gevolg van conditionering. Ongezond gedrag wordt gedurende een lange periode herhaald en versterkt waardoor het uiteindelijk een gewoonte is geworden. Het aanpassen van gewoontes is extreem moeilijk en vergt grote inspanningen. Ons gedrag wordt immers grotendeels gestuurd door onbewuste impulsen waardoor we geneigd zijn automatisch ingesleten gedragspatronen te volgen.

Naast het inslijten van ongezonde gedragspatronen, leren kinderen al vanaf zeer jonge leeftijd (onbewust) ongezonde voeding te koppelen aan allerlei positieve associaties en emoties. Feestelijke gebeurtenissen zoals bijvoorbeeld verjaardagen en vakanties gaan immers vrijwel altijd gepaard met frietmaaltijden, snoep en andere ongezonde snacks. En een groot deel van de ouders zet diezelfde ongezonde voedingsmiddelen regelmatig in als beloning, troost of stimulans. Voeding zoals groente of fruit wordt daarentegen in de meeste gevallen aangeboden als iets dat gezond is en dat je ‘moet’ eten. Zo hoor je immers een ouder vrijwel nooit zeggen: “Als je alles netjes opruimt, krijg je van mij als beloning een appel”.

Integendeel, de meeste ouders zetten ongezonde voeding vaak in als stimulans om hun kind iets gezonds te laten eten: “Als je al je groentes hebt opgegeten, krijg je van mij een ijsje”. Deze conditionering van positieve associaties en emoties met ongezonde voeding maakt het des te moeilijker om het ongezonde gedrag aan te passen. Sterker nog, het laten staan van ongezonde voeding voelt hierdoor als extra straf omdat men hiermee ook nog eens afstand moet nemen van alle bijbehorende positieve emoties (inclusief de bestaande stimulerings- en beloningsmethoden).

Overgewicht wordt grotendeels bepaald door gedrag ouders
De mate waarin kinderen te kampen hebben met overgewicht of zelfs obesitas wordt grotendeels bepaald door het gedrag van ouders. Zo zien wij dat problemen met overgewicht met name voorkomen bij de ‘verwennende ouder’ en de ‘no nonsense en traditionele ouder’. Voor beide oudertypes geldt dat gezonde voeding een onbelangrijke en ondergeschikte rol speelt in hun leven.

De verwennende ouder:

  • Past zijn of haar gedrag aan de wensen van het kind aan.
  • Vertoont verwennend gedrag omdat de ouder zelf verwennend van aard is of ter compensatie van:
    – weinig tijd en aandacht omdat beide ouders bijvoorbeeld werken;
    – ziekte of (emotionele) problemen binnen het gezin;
    – hun eigen jeugd waardoor ze hun kind alles willen geven waaraan het henzelf heeft ontbroken.
  • Vindt het extreem moeilijk hun verwennende gedrag aan te passen. Het aanpassen van een verwennende opvoedstijl naar een meer verantwoorde stijl gaat vaak gepaard met strijd met zowel het kind als met zichzelf.

De no-nonsense en traditionele ouder:

  • Volgt een opvoedstijl waarin de wensen van het kind ondergeschikt zijn. De opvoeding is vaak gebaseerd op de manier waarop hij/zij zelf is opgevoed: “Mijn ouders waren ook niet overdreven met gezondheid bezig en ik ben ook goed terechtgekomen.”
  • Kookt vaak op dezelfde manier als zijn/haar ouders vroeger kookten wat vaak gepaard gaat met veel vlees en vet.
  • Probeert in enkele gevallen de eigen jeugd te compenseren door zijn/haar kind alles te geven waaraan het hem/haar heeft ontbroken.
  • Vindt het moeilijk om zijn/haar opvoedgedrag aan te passen. Hij/zij kan immers niet meer terugvallen op de eigen intuïtie of hetgeen van de eigen ouders geleerd is, maar moet omschakelen naar een meer bewuste en verantwoorde opvoedstijl wat vaak veel onzekerheid en weerstand met zich meebrengt.

‘Sense of urgency’ om te veranderen ontbreekt vaak: triggers zijn fysieke of mentale ongemakken
Ondanks het feit dat men zich op een gegeven moment bewust wordt van overgewicht, blijkt de ‘sense of urgency’ om het huidige gedrag te veranderen vaak te ontbreken. Men is pas bereid om het comfortabele gedragspatroon te wijzigen wanneer de problemen die men door overgewicht ondervindt, groot genoeg zijn om de benodigde offers te aanvaarden. Dit heeft voor een deel te maken met het feit dat overgewicht niet van het één op het andere moment bestaat maar zich langzaam manifesteert. Hierbij zien we dat in het geval van kinderen vaak ook wordt aangenomen dat “kinderen eerst in de breedte groeien en dan in de hoogte”.

De ‘sense of urgency’ om het huidige gedrag te veranderen kan worden getriggerd door:

  • Lichamelijke ongemakken en ziekte. In veel gevallen blijkt een arts een grote rol te spelen wanneer deze duidelijk en zonder omwegen de risico’s van overgewicht duidelijk maakt en een sterk advies geeft tot afvallen.
  • Mentale en emotionele problemen als kinderen:
    – ‘Niet lekker in hun vel zitten’ door hun overgewicht;
    – Niet meer mee kunnen komen met hun leeftijdsgenoten of erger nog wanneer ze worden gepest. Dit kan voor een deel van de kinderen en ouders een belangrijke trigger zijn om het gedrag aan te passen. Dit is met name het geval bij kinderen die de overstap naar de middelbare school zien als een nieuw begin.

Alhoewel mentale en emotionele problemen een trigger kunnen zijn om het gedrag aan te passen, kan het tevens een aanleiding zijn om juist ongezond gedrag te blijven vertonen. Immers door het eten van ongezonde voeding of snacks voel je weer even goed en sporten is niet leuk als je dik bent.

Onbewust van consequenties eigen gedrag
Zelfs als ouders en kinderen bereid zijn iets aan het overgewicht te doen, is men zich in de meeste gevallen echter niet bewust van de consequenties van hun eigen gedrag en de mogelijkheden om dit te veranderen:

  • Kinderen jonger dan 6 jaar zijn simpelweg nog niet in staat om de consequenties van hun eigen gedrag op de lange termijn te overzien. Zij denken en handelen nog impulsief vanuit het ‘nu’ en zijn op zoek naar ‘instant fulfilment’. Ze kunnen nog niet bevatten dat nu ongezond eten en te weinig bewegen op de langere termijn kan leiden tot overgewicht.
  • Ouders zijn zich vaak niet bewust van de invloed van hun eigen gedrag op het overgewicht van hun kind. De meeste ouders hebben het gevoel dat ze echt hun best doen en weten simpelweg niet wat ze (nog meer) zouden moeten veranderen. Dit omdat ze niet weten dat ze ‘verwennend gedrag’ vertonen of ongezond en vet koken. Ook zijn er ouders die hun gedrag al enigszins hebben aangepast maar zich niet bewust zijn dat er echt radicale aanpassingen nodig zijn. Zo hebben we (het team van TwinQ) ouders gesproken die hun kind niet meer onbeperkt laten snoepen maar dit beperken tot slechts één portie snoep en één portie chips per dag, zien we kinderen die aangespoord worden om te ontbijten (met cola en een eierkoek) en moeders die meer groentes zijn gaan gebruiken in de maaltijden (maar nog steeds een vol pakje boter gebruiken bij de bereiding ervan).

Doorbreken gedragspatronen: jezelf nu straffen voor een lange termijn doel
Zoals reeds aangegeven is het erg moeilijk om ingesleten gedragspatronen te doorbreken. Kortetermijnbehoeftes dienen plaats te maken voor een langetermijndoel. En dit is juist bij kinderen uitermate moeilijk omdat zij hun behoeftes nog niet kunnen uitstellen. Hierbij voelt de omschakeling van een ongezonde naar een gezonde leefstijl vaak als straf:

  • Gezonde voeding wordt immers vaak ervaren als:
    – Minder lekker of als iets dat ‘moet’;
    – Een hoop gedoe om klaar te maken;
    – Duur (ongeacht of dit daadwerkelijk zo is).
  • Minder eten zorgt er voor dat je je hongerig voelt.
  • Sporten:
    – Is niet leuk als je dik bent;
    – Zorgt er voor dat je moe wordt;
    – Veroorzaakt spierpijn.

Daarnaast is het resultaat van je ‘opofferingen’ pas na lange tijd te merken en… “waarom vandaag beginnen, morgen is er weer een dag?”. De behoefte aan instant fulfilment lijkt in de meeste gevallen groter dan het behalen van een langetermijndoel.

Zoals het tv-programma ‘Obese’ duidelijk laat zien is het rigoureus doorbreken van gedragspatronen de meest effectieve manier om overgewicht te bestrijden. Echter, hiervoor is veel motivatie, wilskracht, uithoudingsvermogen en steun nodig. In het gevecht tegen overgewicht zijn de volgende aspecten van groot belang:

Duidelijk omschreven actieplan: wat, wanneer en hoe?

  • Zoals reeds genoemd zijn ouders en kinderen zich niet bewust van de gevolgen van hun eigen gedrag en de mogelijkheden om dit te veranderen. Om deze reden is een duidelijk omschreven actieplan van groot belang. Hierbij is het belangrijk dat ouders en kinderen handvatten krijgen over wat ze wanneer en hoe kunnen doen.
  • Als goed voorbeeld wordt door enkele ouders Sonja Bakker genoemd. Zij geeft in haar boeken hele concrete en duidelijke acties en regels die gevolgd dienen te worden waardoor ouders zelf niet meer hoeven na te denken. Nadeel is echter dat de voorgestelde maaltijden vaak geheel anders zijn dan de meeste gezinnen gewend zijn en niet inspelen op de wensen van de diverse gezinsleden. 
  • In een aantal gevallen is het mogelijk om groepsbijeenkomsten te volgen. Genoemde voordelen hiervan zijn:
    – Het leren en direct kunnen toepassen van nieuwe kennis;
    – Het leren van en ondersteuning krijgen van andere ouders die in dezelfde situatie zitten. Zij weten immers precies hoe je je voelt en je wordt niet veroordeeld. En ”als zij het kunnen dan kan ik het ook”.

Heldere, haalbare korte en lange termijn doelen en korte termijn beloningen:

  • Afvallen en een gezond gewicht bereiken is voor veel gezinnen een abstract doel. Het resultaat is een ideaalbeeld waarvan je niet weet wanneer en of je het kunt bereiken. Het voor ogen hebben van een concreet beeld van het eindresultaat is voor enkele (oudere) kinderen een belangrijke stimulans om hun pogingen om af te vallen vol te houden. Enkele voorbeelden hiervan zijn: het normaal kunnen dragen van een bikini in de zomer of het maken van een nieuwe start op de middelbare school.
  • Het doorbreken van ongezonde gedragspatronen levert in veel gevallen strijd op. Ouders en kinderen geven dan ook vaak toe aan kortetermijnvoldoening in plaats van het vasthouden aan het langetermijndoel. Om deze reden zijn heldere kortetermijndoelen en beloningen van groot belang. Een kortetermijn- en haalbaar doel is een goede stimulans om vol te houden aangezien dit het langetermijndoel ‘behapbaar’ maakt. Dit wordt versterkt wanneer het bereiken van kortetermijndoelen telkens beloond wordt.

Steun van sociale omgeving:

  • Om een langetermijndoel vol te kunnen houden blijkt steun van de sociale omgeving van essentieel belang te zijn.
  • Dit geldt met name voor steun vanuit het eigen gezin. Aangezien in veel gezinnen moeders nog verantwoordelijk zijn voor het bereiden van de maaltijden, zien we dat zij sterk in hun schoenen moeten staan om het gezeur en gemopper over de nieuwe regels en manier van koken te kunnen doorstaan. Dit wordt versterkt in ‘traditionele gezinnen’ waar de vader de opvoeding van de kinderen nog vaak beschouwt als een taak van de moeder. Een vader die na het werk met een biertje en een snack even op de bank tot rust komt, vertoont ondermijnend gedrag door het verkeerde voorbeeld te geven. 
  • Ook de invloed van familie en vrienden die af en toe de zorgtaak voor de kinderen overnemen, blijkt enorm te zijn. Het is immers moeilijk om het gedrag van de kinderen te controleren en te beïnvloeden wanneer ze bij iemand anders thuis zijn. En daarbij blijkt het vaak moeilijk voor ouders om anderen te overtuigen dat hun kinderen geen snoep of snacks meer mogen hebben. Men is vaak bang om uitgelachen te worden of voor een conflict. Dit geldt met name bij grootouders die over het algemeen meer verwennend gedrag vertonen. Argumenten dat het kind te dik wordt als men het teveel verwent met ongezonde voeding, worden vaak niet gehoord en ondermijnd door opmerkingen als: “Grootouders zijn er nu eenmaal om hun kleinkind te verwennen”.

Mogelijke kansen om succesvolle initiatieven te ontwikkelen
Ook al worden overgewicht en obesitas gezien als een bedreiging voor onze maatschappij, wij zijn van mening dat ook deze bedreiging vele kansen met zich mee brengt. Bovenstaande inzichten leveren naar onze mening voldoende handvatten om succesvolle initiatieven te ontplooien om een gezonde leefstijl te stimuleren. Belangrijk hierbij is dat de focus meer ligt op empowerment en ondersteuning van gezinnen die een gezondere leefstijl willen (of moeten) dan het benadrukken van de problemen ervan: een gezonde leefstijl is geen straf maar is leuk! De belangrijkste uitdaging zit hem er wat ons betreft dan ook in om positieve gevoelens en associaties te koppelen aan een gezonde leefstijl. Daarnaast zijn wij ervan overtuigd dat direct ingrijpen in het gedrag het meeste effect heeft.

Voor wat betreft de mogelijke kansen voor de overheid, het bedrijfsleven, het onderwijs en de media volgt hier een aantal suggesties:

Ingrijpen huidig gedrag

  • Hier zien wij een belangrijke rol voor scholen weggelegd. Zo zien we dat het verbod op ongezonde tussendoortjes al veel effect heeft gehad. Daarnaast zouden scholen kinderen kunnen stimuleren om tijdens de pauzes buiten meer actieve spelletjes te spelen.
  • Het bedrijfsleven zou bijvoorbeeld de ontwikkeling van ‘groene speelplekken’ in de buurt kunnen sponsoren of leuke activiteiten kunnen organiseren waar kinderen aan kunnen deelnemen. Hierbij valt te denken aan zowel actieve activiteiten (zoals destijds de ‘Ola waterspelen’) als activiteiten gericht op voeding (bijvoorbeeld kookwedstrijden, etc.).
  • Voor diëtisten, schoolartsen, consultatiebureaus etc. zien we kansen om een leuk en stimulerend programma te ontwikkelen ter bevordering van gezond gedrag.

Concrete handvatten voor gezond gedrag

  • Het bieden van concrete informatie en inspiratie voor gezond gedrag. Denk hierbij aan bijvoorbeeld apps met dagelijkse tips, tijdschriften met ervaringen en concrete tips voor activiteiten en recepten (hier zouden supermarkten goed op kunnen inspelen door hiervoor een speciale plek in hun magazine te reserveren), websites en tv-programma’s.
  • Voedingsmiddelenfabrikanten kunnen op hun verpakkingen suggesties plaatsen voor een gezonde bereiding van de producten.
  • Het verder ontwikkelen en uitbreiden van het assortiment gezonde producten. Hierbij valt te denken aan:
    – Het vergroten van gebruiksmomenten voor groente en fruit. Denk hierbij aan de diverse snackgroenten waarvoor een nieuw gebruiksmoment is gecreëerd: namelijk als een tussendoortje;
    – Nieuwe, leuke en lekkere producten waarmee je op eenvoudige wijze gezonde voeding kunt bereiden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Maggi Braadzakken waarmee met minder vet kip op een lekkere manier bereid kan worden.

Feedback huidig gedrag

  • Hierbij zien wij mogelijkheden om op een speelse manier feedback te geven op het huidige gedrag. Een goed voorbeeld hiervan is de Wii die je voortgang en gewicht aangeeft. Het effect ervan kan worden vergroot als er tevens inzicht wordt gegeven in zowel het behalen van de lange- en kortetermijndoelstellingen waarbij positieve feedback wordt gegeven.

Toevoegen van positieve associaties aan gezonde voeding

  • Voor met name de groente- en fruitsector valt veel te leren van de manier waarop commerciële snackfabrikanten hun producten promoten. Zo ligt hier een kans om groente en fruit te promoten als echte verwen- en pleasureproducten waarvoor nieuwe gebruiksmomenten gecreëerd kunnen worden.
  • Het positioneren van groente en fruit als (ook) een echt kinderproduct. Een goed voorbeeld hiervan is Chiquita Kids waarbij gebruik wordt gemaakt van een character en de bananen verpakt worden in een plastic zak voorzien van een leuke premium voor kinderen.

Last but not least: alles met mate
Gezien de complexiteit van overgewicht en obesitas, zijn we van mening dat het initiatief van een reclameverbod voor kinderen tot 12 jaar onvoldoende recht doet aan de problematiek. Een alternatief zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat reclame voor ongezonde voeding gericht op kinderen wordt voorzien van de boodschap: “Snoepen is leuk maar met mate”.

Daarnaast zijn we van mening dat we met z’n allen het probleem van overgewicht niet zwaarder moeten maken dan het is. We zien namelijk door alle aandacht voor overgewicht ook al een tegenbeweging ontstaan: kinderen die te ver doorschieten en obsessief lijnen.

Dus net als bij een gezonde leefstijl geldt ook in de aanpak en aandacht voor overgewicht en obesitas: ‘alles met mate’.

Previous ArticleNext Article
Angela Weghorst is eigenaar van TwinQ: insights & inspiration. TwinQ achterhaalt wat er diep in de harten van jong en oud speelt. Wij vertalen dit naar concreet inzicht, advies & inspiratie op het gebied van positionering, conceptontwikkeling en kinder- & jongerenmarketing. Dit doen we door o.a. door marktonderzoek, lezingen & workshops, consultancy, positionerings- en conceptontwikkelingstrajecten. Zie www.twinq.nu voor meer informatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019