Media, Onderzoek

iMinds-onderzoek: ‘Jonge Vlaamse kinderen gamen 40 minuten per dag’

In het kader van de ontwikkeling van Wanagogo, de digitale speel- en leerwereld van Studio 100, deed de iMinds-onderzoeksgroep voor Media en ICT van de UGent uitgebreid onderzoek naar het digitale gamegebruik bij jonge kinderen (tussen 3 en 10 jaar). Een enquête bij 9.815 ouders toont aan dat kinderen binnen die leeftijdscategorie alsmaar meer gamen – gemiddeld 40 minuten per dag. Ouders blijken bovendien nood te hebben aan een gameomgeving waarin ze hun kinderen kunnen ondersteunen.

Uit het jongste iMinds digiMeter-rapport dat recent werd gelanceerd, blijkt dat 32,5% van de Vlaamse families een vaste of mobiele gameconsole in huis hebben. En ook het aantal tablets (55,8% van de Vlaamse families heeft toegang tot tenminste één tablet) zit in de lift. Daardoor worden games vlotter toegankelijk, ook voor kleine kinderen.

“Desondanks ontbreekt – zelfs op internationaal vlak – diepgaand onderzoek rond het gamegebruik van jonge kinderen,” zegt Trees De Bruyne, projectleider van Wanagogo. “Vandaar dat het onderzoek van MICT in het kader van de ontwikkeling van Wanagogo zo interessant voor ons was.”

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat 82% van de kinderen tussen 3 en 10 jaar tenminste één keer per week gamet. Van de driejarigen gamet 24% dagelijks en 14% nooit. Het percentage kinderen dat dagelijks gamet, stijgt naarmate ze ouder worden – waarbij 63% van de 10-jarigen dagelijks gamet. Gemiddeld spelen kinderen zo’n 40 minuten per dag en dit neemt toe met de leeftijd, van 21 minuten per dag bij de jongste kinderen tot 74 minuten per dag bij de oudsten. Bovendien gamen jongens gemiddeld langer dan meisjes, net als kinderen van laagopgeleide ouders en die uit grote gezinnen.

Wat ouders doen om het gamegebruik van hun kinderen in goede banen te leiden, wordt ouderlijk mediëren genoemd. Ouders kunnen regels aan hun kind opleggen over de inhoud van games en de speelduur. Ze kunnen ook de inhoud van games met het kind bespreken en evalueren, of gewoonweg samenspelen met het kind en het bijstaan met raad en daad.

“Uit ons onderzoek blijkt dat ouders vooral bezig zijn met het in de gaten houden van welke games het kind speelt en of ze wel geschikt zijn,” legt Professor Jan Van Looy van iMinds – MICT – UGent uit. “Het actief bediscussiëren van games gebeurt minder. Daarnaast tonen de resultaten ook aan dat laagopgeleide ouders vaker samen gamen met hun kind dan hoogopgeleiden.”

Als ouders het gamegedrag van hun kinderen begeleiden, zij het door regels naar voren te schuiven of door actief te participeren, komt er minder problematisch gamegedrag voor. Bovendien is het erg belangrijk hoe de begeleiding gebeurt. Wanneer ouders hun kind straffen omdat het toch een niet-toegelaten game speelt, zal dit minder effectief zijn dan wanneer ze uitleggen waarom ze een game verbieden. De onderzoeksresultaten tonen immers aan dat een controlerende stijl samenhangt met een grotere kans op problematisch gamegebruik en verzet tegen de opgelegde regels. Bovendien zorgen ouders die eerder op een ondersteunende manier regels over games opleggen er ook voor dat hun kind meer geïnteresseerd blijft in interactie met andere kinderen zoals samen buiten spelen.

In tegenstelling tot sommige berichten blijken ouders games eerder onschadelijk en nuttig te vinden. “Uit deze studie kwam duidelijk naar voren dat ouders het educatieve aspect van games zeer belangrijk vinden,” geeft Trees De Bruyne aan. “Een onderzoeksresultaat waarmee we bij het ontwerpen van Wanagogo rekening hebben gehouden. Via WanagogoBoss, de ouderapp, kunnen ouders de vorderingen van hun kinderen in de 3D-wereld opvolgen en bekijken welke vaardigheden ze tijdens het spelen ontwikkelden.”

“Ouders die een negatievere houding hebben tegenover games zijn meer geneigd om op een controlerende manier op te treden. En dit is net wat zorgt voor negatieve effecten. Ouders die een positiever en genuanceerder beeld hebben over games, gebruiken eerder een ondersteunende stijl. Op die manier kunnen ze hun kind ook op een betere manier begeleiden bij het spelen van digitale games,” besluit Professor Van Looy.

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het iMinds Media ‘RAGASI-project’. De RAGASI-partners onderzochten hoe de kwaliteit van online 3D game-omgevingen voor kinderen gegarandeerd en verbeterd kan worden; er werd daarbij ook heel wat aandacht besteed aan gamegedrag en ouderlijke controle.

[Afbeelding: de verslavende game ‘aa’ van General Adaptive Apps]

Previous ArticleNext Article
Sinds 2000 schrijf ik over jongerenmarketing en aanverwante zaken, per september 2012 als hoofdredacteur van kidsenjongeren.nl. Gewoon omdat het kan en omdat dit de allerleukste doelgroep is. Onafhankelijk en zo objectief mogelijk, op persoonlijke titel. Ter informatie, ter inspiratie. Reacties kan je hieronder plaatsen, vragen en ideeën kan je mailen naar dennis@kidsenjongeren.nl, overige interesses kan je volgen via @dhoogervorst op Twitter, linken kan via LinkedIn en Last.fm.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019