Gemiddeld 4,4 schermen per gezin, aldus Viacom-onderzoek ‘My Media My Ads’

Televisie is met 83 minuten kijktijd per dag veruit het populairste medium onder kinderen. Maar kids hebben ook steeds vaker de beschikking over eigen mediadevices. Dit blijkt uit het onderzoek ‘My Media My Ads’ van Viacom International Media Networks (VIMN), eigenaar van Nickelodeon (en dus niet helemaal objectief). Andere uitkomsten zijn dat kinderen zich tv-reclame veel beter blijken te herinneren dan reclame via andere media en dat crossmediacampagnes een grotere impact hebben dan campagnes waarbij slechts één medium wordt ingezet.

Het onderzoek werd door Viacom uitgevoerd onder 2.800 kinderen van 6 t/m 13 jaar en hun ouders in zes Europese landen (inclusief Nederland) en biedt inzicht in het mediagebruik van kinderen en de reclame-effecten op deze doelgroep. De belangrijkste resultaten zijn in onderstaande infographic gevat.

Infographic my media my ads

“Kortom, kidscommunicatie is een krachtig middel om een plek te krijgen in de dagelijkse gesprekken binnen gezinnen.”

In de Nederlandse gezinnen met thuiswonende kinderen van 6 t/m 13 jaar zijn er gemiddeld 4,4 devices met scherm aanwezig. In bijna alle ondervraagde huishoudens zijn televisies en computers of laptops te vinden (97-99%), 9 van de 10 huishoudens bezit een smartphone en 78% bezit een tablet. Kids bepalen grotendeels zelf de content waarnaar ze kijken en hebben ook steeds vaker de beschikking over eigen mediadevices. Een jaar geleden had 23% van de kinderen een eigen tablet, vandaag heeft 37% een eigen tablet. Het smartphonebezit is gestegen van 26% naar 34%.

Door de beschikbaarheid van verschillende mediadevices besteden kinderen een groot deel van de dag aan media: op een doordeweekse dag gemiddeld 198 minuten en in het weekend bijna 4 uur. Televisie kijken is (nog steeds) de favoriete bezigheid van kinderen en neemt met een gemiddelde van 83 minuten per dag het grootste deel van de tijd in beslag. Gevolgd door een tablet (48 minuten), computer / laptop (46 minuten), en de smartphone (30 minuten).

Reclame is een onderdeel van de dagelijkse routine van de jeugd. De boodschappen waarmee kids worden geconfronteerd beïnvloeden uiteindelijk het aankoopgedrag van het gezin. Dat komt doordat kinderen vaak praten over producten of diensten die ze zien in reclames en ouders veel waarde hechten aan de mening en wensen van hun kind.

Het medium met de hoogste reclameherinnering is tv: ruim 70% van de Nederlandse kinderen herinnert zich tv-commercials. Voor de overige mediumtypet is dit beduidend lager: 27% herinnert zich buitenreclame, 26% online advertenties, 23% bioscoopreclame en 22% advertenties in magazines. Slechts 18% van de kinderen zegt dat hij of zij zich reclame herinnert op hun tablet en 12% op de smartphone.

De studie toont aan dat crossmediacampagnes een veel grotere impact hebben op kinderen dan campagnes waarbij een enkel medium wordt ingezet. Het reclame-effect is uitgebreid getest op 120 kinderen in Duitsland met behulp van eyetracking, gezichtscodering en interviews. Resultaat: de stijging gemeten door crossmediale campagnes is aanzienlijk hoger dan de som van de individuele effecten. De analyse van eyetrackingdata en gezichtscodering geeft bovendien een interessant inzicht in het positieve effect van crossmedia: na het zien van een tv-spot besteden kinderen meer tijd aan het bekijken van online advertising formats (+5% voor displayadvertenties, +12% voor online video-advertenties) en er worden aanzienlijk meer positieve emoties gemeten (+ 40%). De verhoogde attentiewaarde en positieve emotie zorgen ervoor dat de reclameboodschap beter wordt herinnerd. Ook is een positief effect op het imago van het merk te zien.

[Bron: BrandDeli. Via Mediaonderzoek.nl.]

Nibud schrikt: ‘Eén op de vijf jongvolwassenen heeft betalingsachterstand’

Openstaande rekeningen bij de zorgverzekeraar, onbetaalde boetes of achterstanden bij de Belastingdienst: bijna 20% van de 18- t/m 24-jarigen heeft hiermee te maken. Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is ervan geschrokken dat zo’n grote groep jongeren op zo’n jonge leeftijd zijn geldzaken niet op orde heeft en al schulden maakt. Het gaat bij 20% van die jongeren om bedragen van 2.500 euro of meer, zo blijkt uit het onderzoeksrapport Jongeren & Geld* (pdf) dat het Nibud uitvoerde en mogelijk werd gemaakt door Rabobank Nederland.

Van alle jongeren (12 t/m 24 jaar) komt 11% frequent geld te kort. De reactie hierop bij veel jongeren is niks doen, want op=op. Als jongeren onder de 18 lenen, gaat dat om kleine bedragen. Het doorsneebedrag dat geleend wordt is zo’n 3 euro. Achttienplussers hebben vaak een studieschuld (23%), maar ook heeft 19% van de 18-plussers al een betalingsachterstand. Dat zijn bijvoorbeeld openstaande rekeningen voor de zorgverzekeraar, onbetaalde boetes en betalingsachterstanden bij de Belastingdienst. Bij 41% van hen gaat het daarbij om een bedrag van minder dan 100 euro, maar bij 20% om een bedrag van 2.500 euro of meer. Ook leent 17% bij familie, vrienden of zijn bank. Daarbij is het opvallend dat betalingsachterstanden of geleend geld door de meeste jongeren die daarmee te maken hebben, niet als schuld gezien wordt. De uitdaging is om jongeren bewuster te maken van wat lenen is en wat het maken van schulden voor gevolgen kan hebben.

nibud 18plussers en schulden

Bijna iedereen tussen 12 en 18 jaar kan goed rondkomen, spaart iedere maand en leent, als er geleend wordt, slechts kleine bedragen. Toch komt er bij de 18- t/m 24-jarigen een omslag: jongeren komen minder goed rond, krijgen betalingsachterstanden, lenen bij anderen en sommigen staan zelfs frequent rood. Het Nibud denkt dat veel hiervan is te voorkomen als jongeren tussen de 15 en 17 jaar goed worden voorgelicht over hun geldzaken — dat is een cruciale leeftijdsfase. Uitleg over de financiële verantwoordelijkheden vanaf je 18de, het betalen van rekeningen of de meerwaarde van internetbankieren of een mobiel bankieren app kan leiden tot meer grip op hun geld en zo tot minder schulden. Ook is het te zien dat de jongeren die hun rekeningen controleren, minder vaak betalingsachterstanden hebben.

Voor alle jongeren zijn ouders de belangrijkste leerbron; 89% van alle jongeren leert van ouders over geldzaken en 47% van vrienden. Dit geldt niet alleen voor scholieren, maar ook voor jongeren van 18 jaar en ouder. Ook na hun 18e blijven ouders voor jongeren nog steeds hun belangrijkste gesprekspartner. Van de 18-plussers praat 63% minstens één keer per maand met zijn ouders over geldzaken; 52% doet dat met vrienden. Het blijkt dat jongeren hun vrienden vooral raadplegen om geldzaken mee te vergelijken, en dat ouders degenen zijn die hen van informatie voorzien. Zelfs uitwonende jongeren geven aan dat hun ouders het belangrijkst zijn als informatiebron. Gesprekken over geld vinden wel minder frequent plaats dan bij thuiswonende jongeren.

Van alle jongeren heeft 73% wel eens vragen over geldzaken of behoefte aan informatie. Het percentage jongeren dat vragen heeft neemt toe met de leeftijd. Ook de vragen veranderen naarmate jongeren ouder worden. Het Nibud ziet hier een grote rol voor ouders, het onderwijs en het bankwezen. Zij kunnen inspringen op de informatiebehoefte van jongeren en hen begeleiden in hun weg naar financiële zelfstandigheid.

De overgrote meerderheid van de jongeren spaart: 81%van de 12- tot en met 14-jarigen, 89% van de 15- tot en met 17-jarigen en 93% van de 18- tot en met 24-jarigen. Het spaarbedrag per maand neemt beduidend toe met de leeftijd, het gemiddelde loopt op van 23 euro bij de 12- tot en met 14-jarigen tot 200 euro bij de 18-plussers. Wel sparen jongeren naarmate ze ouder worden meer wat er over blijft, in plaats van een vast bedrag per maand. Dit laatste komt wellicht mede door de afnemende invloed van de ouders: van de jongeren tussen de 12 en 14 jaar wordt 40% door de ouders verplicht een deel van de inkomsten te sparen. Bij de 15- tot en met 17-jarigen is dit 29% en bij de (thuiswonende) 18- tot en met 24-jarigen 18%.

nibud sparen

*Het onderzoek is uitgevoerd met medewerking van Rabobank Nederland. Er is gebruik gemaakt van een online vragenlijst via het StemPunt-panel van Motivaction en het panel van Opinieland van SSI. In totaal hebben 1.511 personen in de leeftijd van 12 t/m 24 jaar de complete vragenlijst beantwoord. De netto steekproef is representatief voor jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 24 jaar in Nederland qua leeftijd, opleiding, geslacht en dagbesteding (school, studie, werkend). Het veldwerk is uitgevoerd in de periode 20 juni t/m 1 juli 2014.

Nibud: ‘Ouders geven kind 5 euro voor rapport, en 50 euro aan cadeaus voor verjaardag’

Drie van de vijf basisschoolleerlingen krijgen rapportgeld, doorgaans rond de € 5 per rapport. Het inkomen van de ouders of de leeftijd van het kind speelt hierbij geen rol. Dit blijkt uit onderzoek* (pdf) van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) naar het ‘geldgeefgedrag’ van ouders en de invloed van kinderen en andere ouders hierop. Aan verjaardagscadeaus besteden ouders doorgaans € 50 per kind. Bij het vaststellen van de hoogte van het rapportgeld, zakgeld en geld voor cadeaus kijken ouders vooral naar wat ze willen en kunnen betalen en niet naar wat de omgeving doet. Wel hebben kinderen veel invloed op het geefgedrag van de ouders.

Uit het Nibud-onderzoek blijkt dat 14% van de ouders op geen enkele manier een beloning geeft voor het rapport. Een kwart van de ouders geeft een cadeau in plaats van geld. En 63% geeft doorgaans € 5 voor het rapport. De meeste ouders doen dit om hun kind te belonen voor de prestaties en een kwart van de ouders doet dit om hun kind te stimuleren en te motiveren. Ouders bepalen zelf of ze wel of geen geld voor het rapport geven en laten zich daarbij niet door hun omgeving beïnvloeden.

Een kind krijgt doorgaans voor € 50 aan verjaardagscadeaus van de ouders. De leeftijd speelt hierbij geen rol, wel het inkomen van de ouders. Huishoudens die meer dan € 3.000 netto per maand te besteden hebben, geven doorgaans € 65 uit. Bij het bepalen van het bedrag kijken de ouders naar wat ze maximaal willen uitgeven, wat het cadeau kost dat hun kind wil hebben en naar wat ze kunnen uitgeven.

De meeste ouders bepalen zelf het bedrag dat ze willen geven:

  • Eerst kijken ouders naar wat ze willen en kunnen betalen
  • Bij cadeaus speelt ook mee wat het kind wil hebben
  • Bij rapportgeld speelt mee wat de ouder vroeger zelf als kind kreeg
  • Bij zakgeld speelt mee hoeveel andere ouders geven

Ouders bepalen zelf of en hoeveel ze geven aan hun kinderen. Wel wordt in de gaten gehouden wat andere ouders geven. Het merendeel van de ouders denkt dat zij evenveel zakgeld en geld aan verjaardagscadeaus besteden als andere ouders. Ouders willen niet graag afwijken van wat ‘normaal’ is. Een vijfde (20%) van de ouders baseert het bedrag dat ze aan zakgeld geven op wat ze denken dat andere ouders geven. Het Nibud ziet dat hoe meer ouders verdienen, hoe meer er naar andere ouders wordt gekeken. Het lijkt erop dat als er geen harde financiële grens is, en de ouder in principe alles zou kunnen betalen, ouders een andere grens zoeken bij het bepalen van een geschikt bedrag.

geen sociale druk

De helft van de ouders zwicht wel eens als hun kind ze vraagt iets te kopen wat anderen hebben. Zeker in de supermarkt worden ouders flink beïnvloed door hun kinderen: 17% van de ouders koopt vaak iets wat het kind wil en 70% soms. Ook hier ziet het Nibud: hoe hoger het inkomen hoe sneller ouders tegemoet komen aan de wensen van hun kinderen. Deze ouders geven vaker hun kinderen spullen die het kind wil hebben omdat leeftijdsgenoten het ook hebben (13% van de ouders met een inkomen hoger dan € 3.000 versus 4% van de ouders met een inkomen lager dan € 2.000 netto per maand).

als ze iets willen hebben

Het Nibud raadt ouders aan vooral standvastig te zijn en niet te snel te zwichten voor de wensen van hun kinderen. Voor de financiële opvoeding is het belangrijk dat kinderen leren dat er grenzen aan hun wensen zitten, ook al hebben ouders financieel gezien de middelen om mee te gaan in de wensen van het kind.

Voor de financiële opvoeding van kinderen is rapportgeld niet nodig. Zakgeld is wel echt leergeld en het Nibud vindt het belangrijk dat kinderen dat vanaf 6 jaar structureel krijgen. Hoeveel zakgeld ouders geven zou moeten afhangen van wat de ouders kunnen betalen en wat ze vinden dat het kind ervan moet kopen. Ook bij verjaardagscadeaus raadt het Nibud aan vooral te kijken naar wat ouders kunnen betalen. Het Nibud vindt het belangrijk dat kinderen leren dat niet alles financieel gezien mogelijk is.

*Voor dit onderzoek hebben 990 ouders met kinderen tussen de 5 en 11 jaar een online vragenlijst ingevuld. De ouders zijn geworven via het panel Opinieland Survey Sampling International. De veldwerkperiode vond plaats van 9 – 12 december 2013. Het onderzoek is representatief voor alle ouders met kinderen in deze leeftijdscategorie.

Helpt Specsavers jongeren die zich schamen voor hun brildragende vader?

Opticienketen Specsavers heeft een mediageniek onderwerp – het uiterlijk en gedrag van vaders – gevonden voor een PR-onderzoekje. Wat blijkt? Ruim 70% van de 16-20-jarigen zegt zich wel eens voor zijn/haar vader te schamen, vooral als er vrienden bij zijn. Als jongeren gevraagd wordt wat zij het liefst aan hun vader zouden willen veranderen, zegt bijna een kwart dat zijn kleding en modeaccessoires hiervoor in aanmerking komen. Daarnaast vindt 41% dat vaderlief echt iets aan zijn gewicht moet doen en 28% zou hem liefst vandaag nog naar de kapper sturen. Daarnaast schamen de ondervraagde jongeren zich ook voor de indruk die hij probeert te maken (35%) en zijn humor (41%). Maar gelukkig, daar komt de aap uit de mouw: Specsavers biedt jongeren de helpende hand onder het motto ‘Pimp je Pa’.

Jongeren die vinden dat hun vader wel wat hulp op modegebied kan gebruiken, kunnen hun (brildragende!) vader opgeven tussen 17 oktober en 9 november voor de ‘Pimp je Pa’-wedstrijd. Op de actiesite kunnen zij een foto plaatsen van hun vader. De hoofdprijs is een complete styling-dag voor vader en ‘kind’ ter waarde van 1.000 euro. De actie moet benadrukken dat Specsavers en fashion bij elkaar horen. Kijk even naar de inzendingen tot nu toe en oordeel zelf hoe serieus je dit moet nemen.

Update (10/02/2014): Begin 2014 gaat de actie op herhaling.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright © 2021