Rabo’s zakgeld-app PinPin geeft kinderen weer een gevoel bij geld

Financieel zelfredzaam worden, daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Catelijn Schönfeld is lead marketeer Jonge Klanten bij Rabobank. Op het Kids en Jongeren Marketing-congres vertelt ze over Rabo PinPin, de succesvolle zakgeld-app van de bank rond een pinguïn-figuurtje dat kinderen weer een gevoel geeft bij geld.

Het begon met de constatering dat steeds meer ouders zakgeld voor hun kinderen digitaal overmaken. ‘Dat er überhaupt zakgeld wordt gegeven is supergoed, maar digitaal zakgeld levert ook een probleem op’, legt Catelijn Schönfeld uit. ‘Voorheen was zakgeld tastbaar en kreeg je het door je ouders in je hand gedrukt, misschien wel op een vast tijdstip. Bij overmaken zien kinderen het geld niet meer en is het transactiemoment weg. Ouders en kinderen praten er dus ook niet meer over. Hun besef en bewustzijn van wat geld is en waar het voor staat, wordt teniet gedaan.’ Niet bevorderend voor de financiële zelfredzaamheid dus, waar je volgens Schönfeld niet vroeg genoeg mee kunt beginnen. ‘Het missen van financiële educatie kan later weer problemen veroorzaken doordat ze minder goed met geld kunnen omgaan dan kinderen die deze financiële educatie wel hebben gehad.’

Uit het ei

Eisen dat ouders hun kinderen contant zakgeld geven zou een beetje vreemd zijn voor een bank die zelf ook steeds digitaler wordt. Schönfeld: ‘Dat gaan we natuurlijk niet doen. We zijn juist gaan kijken hoe we digitale techniek konden gebruiken om dit probleem tegen te gaan.’ Dat resulteerde in zakgeld-app Rabo PinPin, waarmee kinderen op een makkelijke manier, door middel van augmented reality, kunnen zien wat ze in hun spaarpot hebben zitten én wat ze op hun rekening hebben staan. Daarnaast kunnen ze aangeven waar ze voor sparen; ze krijgen een melding wanneer ze het bedrag bij elkaar hebben.

Centraal staat het pinguïnfiguurtje PinPin, dat bij de start van het gebruik van de app uit het ei komt. Net als tamagotchi’s vroeger, moeten de kids het diertje verzorgen, zodat het uiteindelijk een volwassen pinguïn wordt. Ondertussen kunnen er door middel van augmented reality spelletjes gedaan worden met PinPin waarmee de kennis over geld wordt vergroot. Ook kunnen ouders meekijken en acties uitvoeren via de app, bijvoorbeeld het geven van extra ‘pegels’, het virtuele geld waarmee gespeeld wordt in de app.

Relevant voor kinderen

PinPin is volledig bedacht en ontwikkeld vanuit de doelgroep: kinderen van 6 tot 12 jaar. Exemplarisch voor hoe Rabobank kids en jongeren benadert in zijn marketing. En een stijlbreuk met hoe het eerder ging. Schönfeld: ‘We hebben lang gedacht dat we producten gericht op kinderen via de ouders aan de man moesten brengen. Daar zijn we de afgelopen jaren echt van teruggekomen. Als je wilt dat kinderen zo’n app gebruiken, moet je zorgen dat de inhoud relevant is voor kínderen. De ouders gaan dan vanzelf mee. Zij zijn natuurlijk wel belangrijk, ze nemen uiteindelijk de beslissingen. Maar we kiezen scherp voor de doelgroep. Dat zagen we ook terug bij Passi, onze pinpas voor jongeren van 12 tot 18 jaar. Daarbij hoorden we van volwassenen terug: “Dit spreekt mij totaal niet aan.” Dat klopt, dacht ik dan, want het is ook niet voor jou bedoeld. We willen niet dat jongeren nog het idee hebben dat ze in het keurslijf van de ‘volwassen’ Rabobank moeten passen. Dat spreekt ze gewoon niet aan, kwam uit klantonderzoek naar voren. We hebben onze benadering dus echt omgegooid en gekozen voor segmentatie op jongeren. Kies en je wordt gekozen.’

Jongerenbank

Ook qua organisatie heeft de bank de daad bij het woord gevoegd; inmiddels leidt Schönfeld een team van gemiddeld zo’n tien mensen, afhankelijk van hoeveel projecten er lopen. ‘Wij doen als team alle marketing gericht op jonge klanten. Alle expertises zijn bij ons vertegenwoordigd: van content design tot graphics maken en van analyse tot meer praktisch marketing-communicatiewerk. Het is mooi dat de bank de jonge doelgroep zo extreem heeft omarmd en er het budget voor uit heeft getrokken. Niet vreemd ook, want we hebben 1,8 miljoen jongeren als klant in de boeken. Die positie en ons imago als jongerenbank willen we koesteren. Je moet in deze doelgroep ook voor de lange termijn investeren. Niet denken dat het genoeg is om op één moment in de tijd verbinding te leggen; daar moet je tijd en geld in blijven investeren, het is een doorgaand proces.’

Niet sexy

Factor van betekenis daarbij is ook dat kinderen en jongeren niet de makkelijkste doelgroep vormen voor een bank. Schönfeld: ‘Sowieso zit je met strenge wet- en regelgeving uit de hoek van de Reclame Code Commissie en zeker de vernieuwde privacywetgeving. Maar daarnaast ben je als bank ook niet echt “sexy”. Er ligt zeker een uitdaging om dat beeld te keren. Maar geld is voor elk kind interessant en belangrijk, dus dat gegeven grijpen we aan om te beginnen met de basis voor hun financiële zelfredzaamheid.

Schönfeld is tevreden met het resultaat van Rabo PinPin sinds de start afgelopen najaar. ‘We zijn er nog niet en ontwikkelen nog door met hulp van feedback van onze klanten. We willen nóg meer interactie tussen kinderen en ouders, en bijvoorbeeld een mogelijkheid om ook grootouders aan de app te koppelen. Voor ons was het vooral belangrijk om in het begin de juiste toon aan te slaan. En die hebben we zeker gevonden.’

Nibud: ‘Ouders geven kind 5 euro voor rapport, en 50 euro aan cadeaus voor verjaardag’

Drie van de vijf basisschoolleerlingen krijgen rapportgeld, doorgaans rond de € 5 per rapport. Het inkomen van de ouders of de leeftijd van het kind speelt hierbij geen rol. Dit blijkt uit onderzoek* (pdf) van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) naar het ‘geldgeefgedrag’ van ouders en de invloed van kinderen en andere ouders hierop. Aan verjaardagscadeaus besteden ouders doorgaans € 50 per kind. Bij het vaststellen van de hoogte van het rapportgeld, zakgeld en geld voor cadeaus kijken ouders vooral naar wat ze willen en kunnen betalen en niet naar wat de omgeving doet. Wel hebben kinderen veel invloed op het geefgedrag van de ouders.

Uit het Nibud-onderzoek blijkt dat 14% van de ouders op geen enkele manier een beloning geeft voor het rapport. Een kwart van de ouders geeft een cadeau in plaats van geld. En 63% geeft doorgaans € 5 voor het rapport. De meeste ouders doen dit om hun kind te belonen voor de prestaties en een kwart van de ouders doet dit om hun kind te stimuleren en te motiveren. Ouders bepalen zelf of ze wel of geen geld voor het rapport geven en laten zich daarbij niet door hun omgeving beïnvloeden.

Een kind krijgt doorgaans voor € 50 aan verjaardagscadeaus van de ouders. De leeftijd speelt hierbij geen rol, wel het inkomen van de ouders. Huishoudens die meer dan € 3.000 netto per maand te besteden hebben, geven doorgaans € 65 uit. Bij het bepalen van het bedrag kijken de ouders naar wat ze maximaal willen uitgeven, wat het cadeau kost dat hun kind wil hebben en naar wat ze kunnen uitgeven.

De meeste ouders bepalen zelf het bedrag dat ze willen geven:

  • Eerst kijken ouders naar wat ze willen en kunnen betalen
  • Bij cadeaus speelt ook mee wat het kind wil hebben
  • Bij rapportgeld speelt mee wat de ouder vroeger zelf als kind kreeg
  • Bij zakgeld speelt mee hoeveel andere ouders geven

Ouders bepalen zelf of en hoeveel ze geven aan hun kinderen. Wel wordt in de gaten gehouden wat andere ouders geven. Het merendeel van de ouders denkt dat zij evenveel zakgeld en geld aan verjaardagscadeaus besteden als andere ouders. Ouders willen niet graag afwijken van wat ‘normaal’ is. Een vijfde (20%) van de ouders baseert het bedrag dat ze aan zakgeld geven op wat ze denken dat andere ouders geven. Het Nibud ziet dat hoe meer ouders verdienen, hoe meer er naar andere ouders wordt gekeken. Het lijkt erop dat als er geen harde financiële grens is, en de ouder in principe alles zou kunnen betalen, ouders een andere grens zoeken bij het bepalen van een geschikt bedrag.

geen sociale druk

De helft van de ouders zwicht wel eens als hun kind ze vraagt iets te kopen wat anderen hebben. Zeker in de supermarkt worden ouders flink beïnvloed door hun kinderen: 17% van de ouders koopt vaak iets wat het kind wil en 70% soms. Ook hier ziet het Nibud: hoe hoger het inkomen hoe sneller ouders tegemoet komen aan de wensen van hun kinderen. Deze ouders geven vaker hun kinderen spullen die het kind wil hebben omdat leeftijdsgenoten het ook hebben (13% van de ouders met een inkomen hoger dan € 3.000 versus 4% van de ouders met een inkomen lager dan € 2.000 netto per maand).

als ze iets willen hebben

Het Nibud raadt ouders aan vooral standvastig te zijn en niet te snel te zwichten voor de wensen van hun kinderen. Voor de financiële opvoeding is het belangrijk dat kinderen leren dat er grenzen aan hun wensen zitten, ook al hebben ouders financieel gezien de middelen om mee te gaan in de wensen van het kind.

Voor de financiële opvoeding van kinderen is rapportgeld niet nodig. Zakgeld is wel echt leergeld en het Nibud vindt het belangrijk dat kinderen dat vanaf 6 jaar structureel krijgen. Hoeveel zakgeld ouders geven zou moeten afhangen van wat de ouders kunnen betalen en wat ze vinden dat het kind ervan moet kopen. Ook bij verjaardagscadeaus raadt het Nibud aan vooral te kijken naar wat ouders kunnen betalen. Het Nibud vindt het belangrijk dat kinderen leren dat niet alles financieel gezien mogelijk is.

*Voor dit onderzoek hebben 990 ouders met kinderen tussen de 5 en 11 jaar een online vragenlijst ingevuld. De ouders zijn geworven via het panel Opinieland Survey Sampling International. De veldwerkperiode vond plaats van 9 – 12 december 2013. Het onderzoek is representatief voor alle ouders met kinderen in deze leeftijdscategorie.

Nibud-onderzoek: ‘70% van de kinderen op de basisschool krijgt zakgeld’

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) vindt dat in principe ieder kind zakgeld nodig heeft, omdat het daarmee leert omgaan met geld. Het instituut adviseert om rond zes jaar met zakgeld te beginnen. Uit het Nibud Kinderonderzoek 2013* (pdf) blijkt zo’n 45% van alle vijfjarigen al zakgeld te krijgen. Het Nibud is verrast over dit hoge percentage en had niet verwacht dat zoveel ouders al aan hun vijfjarigen zakgeld geven. In totaal krijgt 70% van de kinderen op de basisschool zakgeld.

Het Nibud is verbaasd over het hoge percentage tienjarigen dat nog geen zakgeld krijgt: 19%. De belangrijkste reden voor deze ouders om geen zakgeld te geven is dat zij vinden dat hun kind geen zakgeld nodig heeft, omdat zij alles voor hun kind betalen.

Eén op de zes tienplussers is nog op geen enkele manier met geld bezig. Ze spelen niet met geld, tellen hun geld niet en vinden het niet leuk om zelf iets te kopen. Dit gebeurt met name bij kinderen die geen zakgeld krijgen. Maar liefst 13% van de tienplussers denkt dat geld onbeperkt uit de geldautomaat komt. Het Nibud vindt ouders die geen zakgeld geven  onverstandig. Kinderen met zakgeld kunnen de waarde van geld en producten beter inschatten, kopen vaker zelf dingen van hun eigen geld en maken vaker een spaarplan. Zo leren ze keuzes maken en planmatig met geld om gaan. De twee belangrijkste redenen van ouders om geen zakgeld te geven zijn: het kind is nog niet met geld bezig (25%) en zakgeld is overbodig omdat de ouder alles betaalt (20%).

De meeste kinderen krijgen iedere week zakgeld. Een kind van vijf krijgt doorgaans € 0,50 per week. Een kind van elf jaar € 2,-. De hoogte van het inkomen van de ouders blijkt niet van invloed op de hoogte van het zakgeld. Wel denkt een kwart van de ouders met een inkomen beneden modaal minder zakgeld te geven dan gemiddeld. Het onderzoek van het Nibud wijst echter uit dat deze gedachte ongegrond is. Het Nibud benadrukt in het onderzoek dat je niet te weinig zakgeld kunt geven. Belangrijker is dat het zakgeld op een vast moment wordt gegeven en dat er afspraken zijn gemaakt over wat het kind wel en niet mag doen met het geld. Zo leert een kind keuzes maken met een vast budget. Nu krijgt driekwart van de kinderen op een vast moment zakgeld. Eén op drie kinderen is volledig vrij in het besteden van het geld. Dit laatste vindt het Nibud een gemiste kans. Kinderen moeten juist leren dat een bepaald gedeelte van het geld is bedoeld voor bijvoorbeeld cadeautjes of om mee te sparen, daardoor leren kinderen planmatig met geld om te gaan.

hoogte zakgeld

Bijna tweederde (64%) van de tienplussers heeft een mobiele telefoon. Meestal betalen de ouders alle kosten, tenzij er een overschrijding van het afgesproken bedrag plaats vindt. De meeste 10- en 11- jarigen zijn zo’n vijf euro per maand kwijt aan telefoonkosten. Driekwart van de ouders hebben met hun kind afgesproken wat het wel en niet met de telefoon mag doen. Een minderheid (45%) heeft afspraken gemaakt over wie de telefoon betaalt als deze kapot gaat of kwijtraakt. Het Nibud raadt ouders aan ook daar afspraken over te maken, omdat kinderen op die manier leren dat je geld moet reserveren voor het vervangen van spullen als ze kapot gaan of aan vervanging toe zijn.

Ouders spelen door hun eigen (financiële) opvoeding, houding en gedrag een belangrijke rol bij het geldgedrag van hun kinderen. Uit het Nibud-kinderonderzoek blijkt dat ouders die meer op de korte termijn zijn gericht, minder vaak zakgeld geven en dat hun kinderen minder vaak sparen dan kinderen van ouders die meer op de lange termijn zijn gericht. (64% versus 71% ). Het Nibud vindt het positief om te zien dat de meeste ouders altijd aanwezig zijn als hun kind een aankoop doet en het begeleiden bij het pinnen. De meeste ouders geven hun kind stapsgewijs meer vrijheid bij het omgaan met geld.

De populairste uitgavenpost van kinderen is kleine ‘speeltjes’ (accessoires/gadgets), dit geldt voor alle leeftijden. De helft van de kinderen wil graag spullen hebben die zij op de televisie zien.

uitgaven

invloed reclame

Uit het Nibud-kinderonderzoek blijkt ook dat 47% van basisschoolleerlingen een eigen bankrekening heeft. Hoe ouder hoe vaker ze dat hebben. Van de kinderen van 10 jaar en ouder heeft 63% een eigen bankrekening, een kwart heeft een pinpas en 15% pint weleens. Het Nibud stelt dat kinderen vanaf hun twaalfde in staat moeten zijn te leren pinnen. Wel vindt het Nibud belangrijk dat kinderen al eerder leren omgaan met digitaal geld en zou het Nibud graag zien dat meer kinderen van tien jaar en ouder een eigen bankrekening hebben. Bovendien zou het leerzaam zijn als kinderen ook zelf hun bankrekening en afschrijvingen  (leren) bekijken, nu doet 60% van de kinderen met een bankrekening dat niet.

*Het Nibud-kinderonderzoek 2013 is representatief voor alle kinderen op de basisschool. Voor dit onderzoek zijn 1.622 ouders van kinderen tussen 5 en 12 jaar die op de basisschool zitten ondervraagd. De ouders zijn geworven via het Opinieland panel van Survey Sampling International (SSI). De veldwerkperiode liep van 31 mei tot en met 10 juni 2013. Het onderzoek tot stand gekomen met hulp van de ING.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019