[Boek] Eerste Europese initiatief positieve online content kinderen: ‘Positive Digital Content for Kids’

Lange tijd was het de insteek om kinderen weg te houden bij schadelijke inhoud, en initiatieven te ondersteunen die geweld en porno konden filteren. In het EU-beleid ‘A better internet for children’ is meer aandacht voor kwaliteit. Hoe meer goede inhoud er voor kinderen is, hoe kleiner de kans dat ze stuiten op schadelijk materiaal. Ouders hebben behoefte aan goede voorbeelden en producenten willen kwaliteit maken, wat een opgave is, zeker als je bijvoorbeeld in een overvolle app-winkel je product wilt laten opvallen.

Na twee jaar onderzoek in opdracht van de Europese Commissie presenteert een groep Europese experts op het gebied van kinderen en internet vandaag het boek ‘Positive Digital Content for Kids’, het eerste boek dat specifiek gaat over positieve online content voor kinderen. Het boek behandelt – in het Engels – het werk van de beste producenten uit Europa, waaronder autoriteit Ravensburger uit Duitsland, de BBC uit Engeland met hun format CBeebies en Toca Boca uit Zweden met 80 miljoen downloads. In de publicatie delen deze organisaties hun geheimen over hoe je goede, interactieve content voor kinderen maakt, van apps tot online video. Met het boek pleiten de makers voor meer aandacht voor kwaliteitscontent voor kinderen.

“Teveel nadruk ligt op de risico’s van wat jeugd doet met digitale media. Van cyberpesten tot sexting, het debat over jeugd en internet wordt te vaak in het criminele getrokken. Er is een Renaissance gaande, een opbloei van kwalitatieve inhoud voor kinderen, maar dan digitaal. De komende jaren zullen steeds meer prachtige contentproducties het licht zien. Vooral het onderwijs zal daar de vruchten van plukken.” [Remco Pijpers, initiatiefnemer van het boek, oprichter van Mijn Kind Online en een van de adviseurs van de Europese Commissie]

“We moeten ons bewust blijven van de gevaren, maar ons doel moet zijn om zoveel positieve content te produceren dat de negatieve inhoud steeds minder in het zicht is.” [Prof. Dr. Sonia Livingstone is een van de experts die in het boek aan het woord komt]

Het boek is een geslaagd initiatief van Mijn Kind Online (Nederlands expertisecentrum kinderen en digitale media; onderdeel van Kennisnet) in samenwerking met POSCON (netwerk van instituten, organisaties en bedrijven uit Europa, die ervaringen en expertise uitwisselen met als doel meer positieve digitale inhoud voor kinderen in Europa te creeren; initaitief van de Europese Commissie.). De uitgave is gratis te downloaden (en te verspreiden), maar ook in een beperkte oplage gedrukt en te koop.

Het gaat in de introductie over kinderen en media (visie van experts: Sonia Livingstone en Patti Valkenburg), en in de hoofdstukken daarna over testen & humor (showcase van BBC), gamen & educatie (Paxel123), wetenschap & gezin (Het Klokhuis), strategie & innovatie (Ravensburger) en over co-creatie & characters (Toca Boca). Interessante kost vol inzichten en tips, en dat alles in een bijzonder fraaie vormgeving (door Ontwerphaven, bekend van DUF). In alle opzichten een aanrader!

Bij wijze van samenvatting onderstaand het afsluitende lijstje uit het boek.

checkist poscon

Onderzoek Mijn Kind Online: ‘Tieners mediawijzer en bewuster van online privacy dan vaak gedacht’

Nederlandse tieners zijn mediawijzer en zich meer bewust van hun online privacy dan vaak wordt gedacht, zo blijkt uit het onderzoeksrapport Tieners en online privacy (pdf) dat Mijn Kind Online vandaag publiceerde. In opdracht van het kennis- en adviescentrum op het gebied van jeugd en (nieuwe) media werd door TNS Nipo een online enquête afgenomen bij 1.710 tieners van 12 t/m 17 jaar. Jongeren hebben de naam dat ze hun hele hebben en houwen gedachteloos op internet zetten, maar uit deze studie blijkt het tegendeel. Een effect van aandacht over privacy in de media en waarschuwingen door ouders?

In ieder geval weten ze hierdoor dat informatie op internet moeilijk te verwijderen is en gaan ze zorgvuldig om met het delen van informatie. Ze hebben duidelijke, actieve strategieën over welke dingen ze op welke platforms posten, en wie wat mag zien. Ze zijn dus selectief in het weggeven van persoonlijke informatie en bij het bepalen wie toegang heeft tot hun informatie. Ook denken ze na over dingen die ze gepost hebben; de helft verwijdert wel eens iets (dingen die ze boos, verdrietig, of in een dronken bui hebben geplaatst, en negatieve opmerkingen, maar ook verouderde foto’s en spelfouten). De manier waarop tieners hun privacy beheren staat vooral in het teken van hun imago-management,  hoe ze overkomen op anderen. Ze weten bovendien dat het onverstandig is voor hun toekomst om bijvoorbeeld dronken foto’s te plaatsen.

Tieners vinden het overwegend normaal dat hun ouders weten wat ze online doen, slechts 17% maakt zich zorgen dat hun ouders informatie over hen krijgen waarvan ze dat niet willen. Maar liefst 84% heeft één of beide ouders als vriend op Facebook (ter vergelijking: 18% heeft een leraar als vriend, 12% heeft mensen die ze nog nooit in het echt gezien hebben als vriend). En tsja, 14% zegt dat hun ouders wel eens iets van hen online hebben gezet (zoals een foto) wat ze eigenlijk niet wilden.

Van de tieners vult 86% zijn/haar (echte) naam online in op sociale netwerk sites, 56% geboortedatum, 33% email-adres en 11% mobiele nummer. Bijna driekwart (72%) maakt zich zorgen dat vreemden ongewenste informatie over hen verkrijgen, 40% maakt zich zorgen over bedrijven en adverteerders, en 33% over buitenlandse overheidsinstanties zoals de NSA. Al te hongerige apps worden niet op prijs gesteld: 52% heeft wel eens een app niet geïnstalleerd of verwijderd omdat ze ontdekten dat ze persoonlijke informatie moesten geven om hem te kunnen gebruiken. Bedrijven wordt niet zoveel gegund, blijkt uit onderstaande grafiek.

wie mag wat doen

“Eventuele paniek over tieners en privacy lijkt onterecht’. Ze delen maar heel beperkt naaktfoto’s, zijn zich bewust van allerlei gevaren, en handelen daar ook naar. En hoewel veel ouders zich zorgen maken over ‘stranger danger’, zien we dat slechts een beperkt aantal jongeren Facebook-vrienden heeft die ze nog nooit hebben gezien.”

Tieners geven zichzelf gemiddeld een 7,2 voor verstandig gedrag op sociale media. Veel jongeren zeggen in het onderzoek dat ze nu voorzichtiger en bewuster met sociale media omgaan dan toen ze jonger waren. Ook zijn ze zich zeer bewust van het beheren en bewaken van hun online imago. Wel blijkt er bij tieners soms gebrek aan kennis over de privacy-instellingen op sociale media zoals Facebook. De onderzoekers roepen bedrijven daarom op hun instellingen toegankelijker te maken en de gebruiksvoorwaarden helderder te communiceren.

Pedro de Bruykere over invloed technologie op denken over jeugd: ‘Geen zorgen over paardenmeisjes’

Om het 10-jarig jubileum van Mijn Kind Online te vieren, organiseerde de stichting vorige week op Safer Internet Day samen met Kennisnet een symposium over jeugd en internet. Een geslaagde bijeenkomst. Misschien wel de best ontvangen bijdrage was die van pedagoog/onderzoeker Pedro de Bruykere, bekend van onder andere zijn blog X, Y of Einstein en boeken als Meisjes kijken en Jongens zijn slimmer dan meisjes. In zijn presentatie gaat hij in op drie ingrediënten die nodig zijn om een jeugdcultuur te laten ontstaan: vrije tijd, vrije ruimte en vergeten.

Kijk zelf hieronder. Dan hoor je meteen waarom ‘paardenmeisjes’ zo weinig aandacht krijgen.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=4WIpIzR_VR4]

“Jeugd is toch een uitvinding van de marketing? Hmm, nee.”

Klik hier voor de slides achter het verhaal.

Updates:

  • (24/2): op Frankwatching is inmiddels een uitgebreid verslag van de bijeenkomst te lezen.
  • (25/2): en nu ook op Mediawijzer.net een verslag, inclusief video’s van alle sprekers.
  • (25/2): klik hier voor de speech van Remco Pijpers over het 10-jarig bestaan van Mijn Kind Online.

‘Sociale media zijn populair, maar geen voorwaarde voor geslaagde kennisoverdracht’, aldus onderzoek Mijn Kind Online en Kennisnet

Leerlingen gebruiken sociale media op grote schaal om te leren voor school en voor hun hobby’s. Ze tippen elkaar over YouTube-filmpjes van andere docenten die beter kunnen uitleggen of geven elkaar advies. Ook ondersteunen ze elkaar actief bij het maken van huiswerk door het gebruik van bijvoorbeeld Whatsapp. Uitwisselen van kennis deden leerlingen voor de komst van sociale media ook al, maar met het gebruik van sociale media als Twitter, Whatsapp en Facebook  is de informatie-uitwisseling een stuk gemakkelijker en ‘rijker’ geworden. Nu kunnen ze bijvoorbeeld vanuit huis samenwerken aan werkstukken en gefotografeerde aantekeningen rondsturen met Whatsapp. Zulke samenwerking tussen leerlingen is intensiever naarmate het onderwijsniveau hoger is.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Samen leren – Tieners en sociale media’ (pdf) van Mijn Kind Online en Kennisnet, gehouden onder 1.500 scholieren van 10 t/m 17 jaar in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Eén van de belangrijkste cliché’s die in deze studie wordt doorgeprikt, is dat alle jongeren permanent online zouden zijn. Dat blijkt niet het geval te zijn. Niet alle tieners mogen bijvoorbeeld hun mobiel mee naar hun slaapkamer nemen, sommige ouders nemen hem in, of ze schakelen ‘s avonds de wifi uit. ‘Jeugdcultuur’ kan niet gelijk gesteld worden aan ‘digitale cultuur’. Leerlingen maken bijvoorbeeld nog massaal gebruik van papieren agenda’s.

Interessante kost! En fijn om weer actuele Nederlandse cijfers over het bezit van digitale middelen en het gebruik van sociale media te hebben. Vanaf 12 jaar hebben nagenoeg alle tieners een mobiele telefoon, in de meeste gevallen (76%) is dit een smartphone. Bij de jongste kinderen is dat wat minder vaak het geval.

mko - bezit smartphone

Van de 1.513 ondervraagde jongeren zijn er 15 die helemaal geen sociale media gebruiken. Facebook wordt door de meeste tieners gebruikt en ondanks dat tieners er eigenlijk pas vanaf hun dertiende jaar op mogen, zijn er ook al aardig wat 10- 11- en 12-jarigen te vinden.

mko - gebruik sociale media

Ondanks de populariteit van Whatsapp en Facebook, noemt driekwart van de tieners gewoon ‘face-to-face’-contact als hun favoriete manier om met vrienden te communiceren. Als voornaamste reden geven de jongeren dat je elkaars gezicht en gezichtsuitdrukking kunt zien. Als ze nog maar één sociaal medium mochten gebruiken, zou dat voor de meeste jongeren Whatsapp zijn (van de Whatsapp-gebruikers geeft ruim tweederde aan dat ze dit zouden kiezen; 11% kiest Facebook, 5% kiest YouTube en 5% Twitter). Twitter lijkt vooral een medium voor ‘erbij’ te zijn.

Dit zijn de belangrijkste overige resultaten onder elkaar:

  • 85% van de ondervraagde 10 t/m 17-jarigen zoekt extra informatie over de leerstof op Google en 61% van de jongeren zoekt extra informatie over de leerstof op YouTube;
  • Bijna driekwart (73%) van de jongeren gebruikt internet om oefentoetsen te doen en ruim tweederde (68%) gebruikt internet om zichzelf te overhoren, 60% gebruikt sociale media om elkaar vragen te stellen over huiswerk of leerstof en 48% maakt en stuurt foto’s van aantekeningen of samenvattingen naar elkaar;
  • 11% heeft zelf wel eens een video gemaakt waarin hij of zij iets laat zien of uitlegt zodat iemand anders daarvan kan leren en bijna driekwart van deze groep heeft deze video ook online gedeeld;
  • 20% zegt zijn mobiele telefoon wel eens in de les te mogen gebruiken (om bijvoorbeeld iets op te zoeken, de agenda gebruiken telt hier niet mee);
  • Driekwart van de tieners zou meer gebruik van sociale media in de les leuk vinden en een kwart wil dat liever niet;
  • Een derde van de 10 t/m 17-jarigen is het eens met de stelling ‘Soms zet ik mijn telefoon uit, omdat ik rust wil of omdat ik mijn huiswerk moet maken’;
  • Bijna een kwart is het eens met de stelling ‘Soms kan ik lastig slapen omdat er steeds nieuwe berichtjes binnenkomen die ik dan wil lezen’;
  • Dat een leraar sociale media gebruikt vindt slechts 13% van de jongeren belangrijk, het belangrijkst is dat een leraar goed kan uitleggen (84%).

De initiatiefnemers van dit onderzoek hebben samen de ambitie om mediawijsheid in het onderwijs te stimuleren en willen zich daarbij vooral richten op het thema participatie: meedoen in de huidige samenleving waarin media een belangrijke rol innemen. Tegelijk met dit onderzoek verschijnt de brochure ‘Sociale media op school’, gratis te downloaden via kennisnet.nl/mediawijsheid.

Gouden @penstaart 2013: Zapp.nl en Lifesplash.nl verkozen tot beste kindersites van Nederland

Gisteren laat in de middag zijn in Beeld en Geluid in Hilversum de Gouden @penstaarten* en de Media Ukkie Award** uitgereikt. Dit zijn de Nederlandse publieksprijzen voor de beste kinderwebsites en -apps. Eerst koos een vakjury de genomineerden uit meer dan 200 ingezonden websites en apps en daarna hebben 10.000 mensen gestemd op hun favorieten. "Er wordt in Nederland veel digitaal vakwerk geleverd, door zowel professionals als door kinderen", aldus juryvoorzitter Marjolijn Bonthuis (ECP/Digibewust).

Check hieronder de winnaars van 2013 en lees het juryrapport (pdf) voor meer info.

  • Zapp.nl van NPO/Zapp won de Gouden @penstaart voor de beste kinderwebsite van Nederland:v“De vernieuwde site van Zapp is goed en overzichtelijk. De site heeft nu nog meer eigen content en de informatie voor ouders valt te prijzen.”
  • Lifesplash.nl van Jiami Jongejan (13 jaar) won de Gouden @penstaart voor beste website gemaakt door kinderen: “Deze site heeft alles in zich om een professionele site te worden. Jiami voelt feilloos aan wat meiden van haar leeftijd leuk vinden. Er een mooie toekomst in dit vak voor haar weggelegd!”
  • De app (te) Gekke Dierentuin van Fleur van der Weel, Studio Kloek en Querido won de Media Ukkie Award voor beste Nederlandse app voor peuters en kleuters: “Deze app is zeer fantasievol en prikkelt de creativiteit van ukkies op een goede manier.”
  • De app Twitquiz! van Nando Bennis, 14 jaar won de Gouden @penstaart voor beste app gemaakt door kinderen: “Een zeer goede, professionele app. En zo leuk dat het bijna verslavend is.”
  • De website Kidsweek.nl werd beloond met een Gouden Ster.

*De Gouden @penstaart is de prijs voor beste websites gemaakt voor kinderen (6-12 jaar) en door kinderen (tot 16 jaar), sinds 1999 jaarlijks uitgereikt (voor het eerst dingen nu ook door kinderen gemaakte apps mee). Doel is om digitaal vakmanschap te belonen. De prijs inspireert makers om content voor kinderen nog beter te maken.

**De Media Ukkie Award is de prijs voor beste app voor 0-6-jarigen, dit jaar voor de tweede keer uitgereikt, als afsluiting van de Media Ukkie Dagen (8-17 april 2013), een campagne van Mediawijzer.net gericht op de mediaopvoeding van peuters en kleuters. In dit kader kwam ook de brochure 104 leerzame apps en sites 104 leerzame apps en sites (pdf) uit.

De Gouden @penstaart en Media Ukkie Award worden georganiseerd door Stichting Mijn Kind Online, Digibewust en Mediawijzer.net, in samenwerking met Waag Society.

Onderzoek Iene Miene Media 2013: ‘Een derde van de 1-jarigen gebruikt een tablet’

Tijdens de Media Ukkie Dagen, van 8 t/m 17 april 2013, staat de mediaopvoeding van jonge kinderen (0-6 jaar) centraal. In deze jaarlijkse campagne van Mediawijzer.net krijgen ouders tien dagen lang tips hoe ze op een bewuste manier de kansen kunnen benutten die media bieden. Bij de start van de tweede editie van de Media Ukkie Dagen is het rapport 'Iene Miene Media 2013' (pdf) gepresenteerd, gebaseerd op onderzoek* onder 1.001 ouders met kinderen tussen 0 en 7 jaar, verricht door stichting Mijn Kind Online in opdracht van Mediawijzer.net.

Hieruit blijkt een derde van de één-jarige kinderen geregeld of vaak op een tablet te spelen (in 2012 was dit nog een achtste). Bij de driejarigen is dit zelfs al meer dan de helft van de kinderen. Het merendeel van de ouders is positief over mediagebruik van hun kinderen. Ze zeggen dat het goed is voor de ontwikkeling van hun kind en voor later op school. Vooral educatieve spelletjes, geheugenspelletjes en filmpjes zijn populair. Vaders vinden het zelf belangrijker dan moeders om samen met hun ukkies op digitale media te spelen.

Opvallend is dat meer dan een derde (39%) van de ondervraagde ouders media in zet als rustmoment voor zichzelf of tegen verveling van het kind (37%), terwijl zowel moeders (46%) als vaders (40%) liever hebben dat hun kind met iets anders bezig is dan met digitale media. Vooral moeders geven de voorkeur aan gewoon speelgoed boven digitale media. Vaders hebben er minder problemen mee.

Ruim één op de drie kinderen speelt vaak met een smartphone als die in het gezin aanwezig is. Dit geldt zowel voor de jongste ukkies als voor de kleuters. Twee op de drie peuters weten al precies wat ze moeten doen om geluidjes of bewegingen op het scherm van de tablet te krijgen. En vier op de tien tweejarigen weten al hoe ze een computer moeten opstarten of afsluiten of hoe ze met een mobiele telefoon moeten bellen.

Het populairste is overigens nog steeds het voorleesboekje: 82% van alle kinderen tot 4 jaar leest of wordt regelmatig voorgelezen. Onder de 4 tot en met 7-jarigen is dat zelfs 95%.

“Ouders zijn betrokken mediaopvoeders, maar weten nog niet altijd hoe ze invulling moeten geven aan die mediaopvoeding van hun kind of wat geschikte media zijn.” [Remco Pijpers, MKO]

*De gegevens zijn in maart 2013 verzameld door het bureau No-Ties via een online enquête onder 495 moeders en 506 vaders met kinderen van 0 tot en met 7 jaar. Het onderzoek is een vervolg op het gelijknamige onderzoek uit 2012.

Tip: lees ook het artikel over 'The Touch-Screen Generation' in The Atlantic.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2020