Onderzoek Week van de Mediawijsheid: ‘Kinderen hebben online sterk moreel kompas, behalve bij fact checking’

Kinderen willen zich online over het algemeen heel verantwoordelijk gedragen. Eerlijkheid en de privacy van anderen zijn belangrijke uitgangspunten bij hun gebruik van sociale media. Maar bij het controleren van feiten schiet die verantwoordelijkheid er nog wel eens bij in, zo blijkt uit het onderzoek Wat voor mediamaker ben jij? (pdf) naar de normen & waarden op sociale media, waaraan meer dan zesduizend kinderen tussen tien en twaalf jaar meededen. Het onderzoek werd gehouden in het kader van de Week van de Mediawijsheid.

Volgens Mary Berkhout, programmamanager van organisator Mediawijzer.net, ligt hier onder meer een taak voor professionele mediamakers weggelegd: “Zij moeten uiteindelijk het goede voorbeeld geven.”

De Week van de Mediawijsheid (20 t/m 27 november) stond dit jaar in het teken van ‘Media & Respect’. Om erachter te komen hoe respectvol kinderen zich online gedragen en wat hun overwegingen daarbij zijn, liet Mediawijzer.net onderzoek doen onder meer dan zesduizend basisschoolleerlingen. Kinderen uit groep 7 en 8 werden aan de hand van verschillende dilemma’s gevraagd welke keuzes ze zouden maken rond thema’s als commercie, privacy, blaming en shaming en fact checking. Op het laatste gebied is nog verbetering nodig, zo laat het onderzoek zien.

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat het met het morele kompas van de meeste kinderen wel goed zit, viel ook Berkhout op: “Of het nu gaat om eerlijk zijn over gesponsorde producten in vlogs of om toestemming vragen voordat je een filmpje van een ander online zet: dit onderzoek laat zien dat kinderen zich online vaak heel verantwoordelijk gedragen.” Zo is bijvoorbeeld aan kinderen gevraagd of ze op een vlog een gesponsord product zouden laten zien, ondanks dat ze het eigenlijk maar rommel vinden. Eerlijkheid blijkt hierbij het voornaamste uitgangspunt: zowel bij de kinderen die ervoor kiezen het product wel te laten zien en eerlijk hun mening te geven (meer dan 70%), als bij de kinderen die het niet tonen om zo eerlijk te kunnen blijven (meer dan 60%).

alles laten zien

Bij het controleren van een bericht voordat ze het delen op sociale media gaan kinderen minder voorzichtig te werk, zo komt uit het onderzoek naar voren. Meer dan een derde van de ondervraagde kinderen zou een gevoelig bericht doorsturen zonder te checken of de inhoud eigenlijk wel klopt. Bijvoorbeeld omdat ze vinden dat je de meeste berichten nu eenmaal niet zo serieus moet nemen (meer dan 50%), het niet als hun taak zien om berichten te checken (meer dan 30%) of niet weten hoe ze dat zouden moeten doen. Uit een Ofcom-studie bleek recentelijk al dat het in Engeland niet veel anders is dan in Nederland: ‘Te veel kinderen denken de werkelijkheid te vinden op Google en YouTube’, schreef ik vorige week.

Hier ligt een grote taak voor ouders, opvoeders én professionele mediamakers weggelegd, vindt Berkhout: “Kinderen bezitten alle basisvaardigheden om uit te groeien tot verantwoordelijke mediagebruikers én –makers, maar op het gebied van fact checking kan het nog beter. Ga als ouder of onderwijzer met kinderen in gesprek om duidelijk te maken hoe belangrijk het is om waar van onwaar te kunnen onderscheiden. En geef als professionele mediamaker het goede voorbeeld. Natuurlijk door eigen stukken goed te controleren, maar ook door heel duidelijk te melden wanneer berichtgeving niet klopt en waar dit dan uit blijkt. Zo kunnen we samen kinderen helpen om goede fact checkers te worden.”

Vanochtend overhandigt Mediawijzer.net de conclusies van dit onderzoek aan de Raad voor Cultuur, het adviesorgaan dat in het najaar van 2016 een nieuw advies over mediawijsheid uitbrengt.

Monitor Jeugd en Media 2015: ‘Grote verschillen in mediagebruik tussen jongeren’

De meeste jongeren maken bewust gebruik van digitale media, afhankelijk van het doel; vrije tijd, persoonlijke ontwikkeling of schoolwerk. Er zijn grote verschillen in mediagebruik tussen jongeren van verschillende leeftijden, onderwijsniveaus en geslacht. Dit blijkt uit de Monitor Jeugd en Media 2015* (pdf) die Kennisnet en Mediawijzer.net vandaag, tijdens de Mediawijzer.Netwerk Experience (MNX), presenteren. Het fraai vormgegeven én inhoudelijk interessante rapport brengt in beeld hoe jongeren media inzetten voor school en hobby’s, vooral digitale media als tablets, smartphones en laptops. 

Volgens de onderzoekers lijken jongeren van lagere onderwijsniveaus (vmbo basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerwegen) minder te profiteren van voordelen die media kunnen bieden voor schoolprestaties dan andere jongeren. Bij hogere onderwijsniveaus zetten jongeren media functioneler in maar ze laten zich er tegelijkertijd meer door afleiden. Meisjes gebruiken sociale media consequent meer om school- en huiswerk samen met klasgenoten te maken dan jongens.

Dit zijn de belangrijkste andere onderzoeksresultaten: 

  • 99% van de 13-18-jarigen heeft een mobiele telefoon (meestal een smartphone), bij de 10-12 jarigen is dat 78%;
  • De meeste jongeren gebruiken hun smartphone vooral voor het versturen van berichtjes, daarna worden bellen, foto’s maken, muziek luisteren, filmpjes kijken en spelletjes spelen het meest genoemd — meisjes gebruiken meer apps (gemiddeld 13,8) dan jongens (11,2);
  • Meisjes zijn geïnteresseerder in de sociale functies van media dan jongens en lijken meer last te hebben van de druk die deze media op kunnen leggen;
  • Jongeren van 13-18 jaar laten zich vaker bewust afleiden dan jongere kinderen (door berichtjes te sturen, filmpjes te kijken of sociale media te gebruiken);
  • Slechts 11% van de respondenten vindt school-apps net zo goed en mooi als de apps en games die ze privé gebruiken — school-apps zijn vaak niet meer dan ‘boeken achter glas’;
  • 26% van de jongeren zoekt via YouTube extra uitleg over de lesstof van school, 45% gebruikt internet om zichzelf te overhoren (bijvoorbeeld wrts.nl om woordjes te oefenen;
  • WhatsApp, Facebook en Instagram zijn dé levensaders voor jongeren, maar ze geven nog steeds de voorkeur aan face-to-face contact;
  • Hooguit een derde van de ouders doet volgens de respondenten aan actieve mediaopvoeding (regels afspreken, afspraken maken, commentaar geven op media-uitingen);
  • Áls ouders aan (actieve) mediaopvoeding doen, focussen ze vooral op de risico’s, en besteden ze minder aandacht aan de kansen en het plezier die media kunnen bieden;
  • Media worden gebruikt ter ondersteuning van hobby’s en interesses, vooral om informatie te vergaren

In onderstaande grafiek wordt het gebruik van beeldschermmedia weergegeven. De mobiele telefoon wordt verreweg het vaakst gebruikt, gevolgd door de televisie. De meeste jongeren gebruiken deze apparaten elke dag.

gebruik van beeldschermmedia

Jongeren maken nog maar weinig gebruik van gedrukte media (zie onderstaand figuur). Vooral kranten en huis-aan-huis bladen worden maar mondjesmaat gelezen. Stripboeken en fictie (romans), en in iets mindere mate tijdschriften en non-fictie boeken, worden door ongeveer 1 op de 3 jongeren maandelijks, wekelijks of dagelijks gebruikt.

gebruik van gedrukte media

De initiatiefnemers van het onderzoek leggen vooral de nadruk op de verschillen in mediagebruik:

Jongeren van lagere onderwijsniveaus gebruiken media wat minder voor hun schoolprestaties dan andere jongeren. Ze nemen ook wat meer gezondheidsrisico’s. Zo staan ze bijvoorbeeld minder stil bij mediagebruik in het verkeer, het volume van oortjes of hun houding bij langdurig computergebruik. Lager opgeleide jongeren lijken dus minder te profiteren van de mogelijkheden die media bieden voor schoolwerk.

“Het is belangrijk dat we gelijke digitale kansen voor iedereen bevorderen. Niemand is gebaat bij een groeiende ongelijkheid in digitale vaardigheden.” aldus Remco Pijpers, coördinator van het onderzoek, expert jeugd en digitale media bij Kennisnet. Vooral lager opgeleide jongeren zeggen meer behoefte te hebben aan gedigitaliseerd onderwijs. “Media bieden jongeren nieuwe en andere manieren van leren” aldus Mary Berkhout, Programmamanager van Mediawijzer.net. “Uit het rapport blijkt ook dat jongeren van 13-18 en lager opgeleide jongeren meer mediawijsheid-onderwijs willen. Ze willen dus niet alleen meer mediagebruik in de les, maar ook leren er wijs mee om te kunnen gaan.”

Bij hogere schoolniveaus zijn jongeren actiever met media en ze gaan er ‘slimmer’ mee om dan de andere groep. Slim in de zin van zowel samenwerken als het uitwisselen van kennis en informatie via sociale media. Zij zijn ook eerder geneigd media functioneel toe te passen voor hun persoonlijke ontwikkeling, bijvoorbeeld door het bekijken van informatieve filmpjes.

[*Het onderzoek Monitor Jeugd en Media 2015 is een initiatief van stichting Kennisnet, in samenwerking met Mediawijzer.net, om de manier waarop kinderen (van 10 t/m 12 jaar) en jongeren (van 13 t/m 18 jaar) media gebruiken voor school en vrije tijd in kaart te brengen. Het veldwerk is uitgevoerd van 15 t/m 22 april 2015 door TNS Nipo; 1.741 kinderen en jongeren van 10 t/m 18 jaar vulden de vragenlijst in. De uitkomsten zijn representatief voor deze leeftijdsgroep.]

Onderzoek Iene Miene Media 2015: ‘Ouders in spagaat door toename mediagebruik van jonge kinderen’

Ouders komen steeds vaker in een spagaat door de toename van het mediagebruik van hun kinderen. Aan de ene kant staan ze hun kinderen steeds vaker en langer toe om met tablets en computers te spelen, zelfs tot in de slaapkamer. Aan de andere kant zijn ze er ook van overtuigd dat media geen ‘must’ voor hun kinderen zijn en vinden ze dat kinderen beter iets anders kunnen doen dan met media bezig te zijn. Dat blijkt uit het onderzoek Iene Miene Media 2015 (pdf) dat vandaag tijdens de aftrap van de Media Ukkie Dagen* is gepubliceerd. 

Het jaarlijkse onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut in opdracht van Mediawijzer.net is uitgevoerd onder ruim 1.000 ouders van kinderen van 1 t/m 8 jaar. Mediawijzer.net roept ouders tijdens de Media Ukkie Dagen op om bewust te kiezen voor zowel kwaliteit van media als voor voldoende ‘offline’ speeltijd.

Jonge kinderen besteden steeds meer tijd aan schermmedia als tablets en smartphones. Zo besteden kinderen van 1-4 jaar dagelijks tweeëneenhalf keer zo veel tijd (34 minuten) aan een tablet als in 2012 (12 minuten). Kinderen van 5-8 jaar maken met 15 minuten per dag tweeëneenhalf keer zo lang gebruik van een smartphone als in 2012 (6 minuten). De televisie neemt anno 2015 in de wereld van jonge kinderen nog steeds de meest prominente plaats in (1-4 jaar: 46 minuten per dag, 5-8 jaar: 53 minuten per dag).

De helft van de ouders (51%) vindt dat ‘gewoon speelgoed’ beter is voor kinderen (slechts 6% is het hier niet mee eens) en 48% vindt dat kinderen beter iets anders kunnen doen dan media gebruiken (slechts 8% is het hier niet mee eens).

De top-3 vragen waar ouders mee zitten in de mediaopvoeding zijn:

  • Hoe garandeer ik de veiligheid van mijn kind online?
  • Hoe kan ik bepalen of een website, app of spelletje goed is voor mijn kind?
  • Wat is voor mijn kind een normale tijd om per dag gebruiken te maken van digitale media?

Uit het onderzoek blijkt verder dat media steeds verder doordringen in de slaapkamers van jonge kinderen. De televisie (12%), de tablet (6%) en de spelcomputer (6%) zijn met een opmars bezig in vergelijking met afgelopen jaren. ‘Gewone’ kinderboekjes zijn nog altijd dominant aanwezig in de slaapkamer (87% heeft minstens een boekje op de slaapkamer).

apparaten in slaapkamer

De toename van smart-media lijkt vooral toe te schrijven aan de groep jonge kinderen van 1-4 jaar. Onderzoeker prof. dr. Peter Nikken van het NJI zegt hierover: “Veel ouders maken zelf regelmatig gebruik van schermen: op het werk, thuis en onderweg. Kinderen krijgen daardoor een belangrijk voorbeeld over hoe belangrijk media zijn. Voor hen is het dus steeds gewoner dat ze zelf ook media gebruiken op allerlei momenten van de dag en op allerlei plekken. Het is goed om ouders erop te wijzen dat zij voor een goede balans van activiteiten moeten zorgen: naast media moet er ook voldoende tijd zijn voor slapen, vrij spelen en met elkaar praten en lachen.”

Mary Berkhout van Mediawijzer.net wijst ouders op tegenstelling uit het onderzoek. Berkhout: “De toename van media in de wereld van jonge kinderen kun je goed begeleiden door bewust te kiezen voor kwaliteit van media. Dat betekent voldoende balans in het mediagebruik en kiezen voor kwalitatief goede content als games, apps en YouTube-filmpjes.” Bovendien zijn schermmedia niet zonder meer voor de allerjongsten geschikt. Berkhout: “De laatste wetenschappelijke inzichten duiden erop dat schermgebruik door kinderen onder 2 jaar meestal niet bijdraagt aan hun ontwikkeling. Een blokkendoos is hiervoor veel waardevoller.

*Het onderzoek Iene Miene Media is vandaag tijdens de aftrap van de Media Ukkie Dagen gepubliceerd. Deze jaarlijkse campagne ondersteunt opvoeders en professionals bij de mediaopvoeding van kinderen van 0 t/m 6 jaar. Van 26 maart t/m 2 april organiseren bibliotheken, Centra voor Jeugd & Gezin en vele partners van Mediawijzer.net activiteiten voor ouders en opvoeders rondom mediaopvoeding. Centraal staat de vraag hoe opvoeders een bewuste keuze maken voor kwaliteit van media. Op 2 april aanstaande reikt Mediawijzer.net de Media Ukkie Award uit aan de beste Nederlandse app voor peuters en kleuters. 

Onderzoek Iene Miene Media 2014: ‘45% 0-jarigen en 59% 1-jarigen gebruikt al geregeld een tablet’

Nóg een onderzoek in het kader van de Media Ukkie Dagen: kleine kinderen (0 t/m 3 jaar) maken thuis steeds intensiever gebruik van digitale media zoals computers, tablets, televisie, radio, cd’s en dvd’s. Deze trend zet snel door, mede veroorzaakt door het toegenomen bezit van deze media in gezinnen met kinderen t/m 7 jaar. Vooral de populariteit van tablets stijgt snel (in 2012 nog in 33% van de huishoudens aanwezig, nu al in 77%). Gemiddeld wordt hier 22 minuten per dag aan besteed. Bijna de helft van de kinderen is hier zelfs al mee bezig voordat ze één jaar worden.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek Iene Miene Media 2014 (pdf), naar het gebruik van media door kinderen van 0 t/m 7 jaar, in opdracht van Mediawijzer.net. De studie is dit jaar voor de derde keer* uitgevoerd in kader van de campagne Media Ukkie Dagen 2014 en is afgelopen dinsdag besproken tijdens het symposium Ukkies: hun brein en mediaopvoeding (klik hier voor een terugblik).

Kinderen maken gebruik van alles wat er in huis is, vaak al vanaf hele jonge leeftijd. Het begint met voorleesboekjes. Daar komen kinderen het eerst mee in contact en ze besteden er gemiddeld bijna een half uur per dag aan. Maar ook televisie blijft een geliefd medium. Baby’s kijken vaak al een paar minuten televisie per dag en vanaf het tweede jaar zit bijna 90% regelmatig voor de televisie. Ook naar dvd’s of blu-ray kijken gebeurt al op jonge leeftijd. Bijna 80% kijkt vanaf het tweede jaar wel eens naar een dvd of blu-ray.

Dit zijn enkele andere resultaten uit het onderzoek:

  • Nog voor kinderen een jaar oud zijn, gebruikt 45% al een tablet als die in huis is (onder 1-jarigen is dat opgelopen tot 59%);
  • Van de 0-7-jarigen maakt 70% van de kinderen vaak gebruik van een tablet;
  • Gemiddeld wordt er door kinderen per dag 53 minuten televisie gekeken, de tablet is goed voor een gebruik van 22 minuten per dag;
  • Wat moeders vaker doen dan vaders samen met hun kind zijn bellen en sms’en, voorlezen en educatieve spelletjes;
  • Driekwart van de kinderen weet al snel wat ze moeten doen om geluid of beweging op het scherm te krijgen;
  • Ouders zeggen dat ze hun smartphone of tablet vaker aanbieden aan kinderen om ze iets te leren of om te voorkomen dat hun kind achterloopt in ontwikkeling, dan om ze zoet te houden bij verveling of om zelf even de handen vrij te hebben voor huishoudelijke taken;
  • Regels voor het gebruik van digitale media zijn volgens ouders erg belangrijk, die zijn er dan ook in de meeste huishoudens over de maximale tijd dat kinderen gebruik mogen maken van de media;
  • Driekwart van de ouders vindt dat zij over voldoende informatie beschikken om een juiste koers te bepalen in de mediaopvoeding van hun kind.

In onderstaande tabel zie je hoe geregeld of (heel) vaak kinderen gebruik maken van verschillende media wanneer deze in huis zijn:

tabel iene miene media 2014

Driekwart van de ouders geeft te kennen dat hun kinderen vooral veel plezier beleven aan digitale media. Ze zien het vooral als iets dat goed is voor later op school, voor de algemene ontwikkeling later en om alvast bekend te worden met de Engelse taal. Daarnaast zien ouders wel het risico dat kinderen dingen zien of doen die niet geschikt zijn voor ze, of dat ze in contact komen met de verkeerde mensen. Iets meer dan de helft van de ouders is dan ook van mening dat gewoon speelgoed beter is dan digitale media. Moeders lijken iets huiveriger voor het gebruik van digitale media dan vaders. Maar ‘parental control’ instellen of achteraf controleren wat een kind heeft gedaan, gebeurt nauwelijks. Dit kan zijn omdat ouders dus al eerder volgen wat hun kind doet of al veel samen met hun kind doen.

Vanuit Mediawijzer.net wordt een appèl gedaan op mediamakers om bij ontwikkeling van nieuwe digitale media en apps het kind en zijn breinontwikkeling als uitgangspunt te nemen.

“Veel ouders menen dat digitale media een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van hun kind en dat ze er iets van leren. Experts geven echter aan dat een te intensief gebruik ten koste kan gaan van hun breinontwikkeling, simpelweg omdat kinderen minder tijd kunnen besteden aan het ontdekken en ervaren van de echte wereld om hen heen. Wel kunnen nieuwe media zoals apps de fantasie van kinderen prikkelen, ze nieuwsgierig maken en aanzetten tot spel en naspelen en zo weer ‘echte’ ervaringen creëren voor het kind. Bij voorkeur samen met de ouders. Digitale media zijn op dit moment dus een aanvulling en geen vervanging.” [Mary Berkhout van Mediawijzer.net]

*De dataverzameling van het onderzoek was in handen van Direct Research. In totaal deden 1.021 ouders mee aan een online enquête, waarvan ongeveer evenveel moeders (513) als vaders (508). Het onderzoek is het vervolg op de gelijknamige onderzoeken uit 2012 en 2013.

Eerder deze week publiceerde Mediawijzer.net (samen met NJi en Sardes) ook al het onderzoek Media in de kinderopvang.

Onderzoek Media Ukkie Dagen: ‘Digitale media geen structureel onderdeel van de kinderopvang’

Vier  van de tien Nederlandse kinderopvanginstellingen gebruiken geen digitale media (zoals radio, televisie, tablets of spelcomputers) bij de opvang van kinderen van 2 t/m 4 jaar. Zij doen dit of omdat zij deze media niet geschikt vinden voor kinderen (47%) of omdat zij daar de financiële middelen niet voor hebben (40%). Het merendeel van deze instellingen (80%) is ook niet van plan om digitale media in de nabije toekomst te gaan inzetten. Dat blijkt uit vandaag gepresenteerd onderzoek Media in de kinderopvang (pdf) onder 238 kinderopvanginstellingen.

Dit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Mediawijzer.net, Nederlands Jeugdinstituut en Sardes, is vandaag tijdens het symposium Ukkies, hun brein en media-opvoeding gepresenteerd. Dit symposium over de rol van digitale media bij de opvoeding van kinderen t/m 6 jaar, is gehouden in het kader van Media Ukkie Dagen die dit jaar lopen van 9 t/m 18 april.

Uit de studie komt naar voren dat zes op de tien kinderopvanginstellingen wel digitale media inzetten. Het merendeel daarvan (54%) heeft echter geen specifieke richtlijnen opgenomen in haar pedagogisch beleidsplan.  Dit percentage ligt bij voorleesboeken fors hoger: ruim 92% van de instellingen besteedt hier aandacht aan in het pedagogisch beleidsplan.

Als er in het pedagogisch beleidsplan aandacht aan digitale media wordt besteed, betreft dat vooral afspraken over de tijd die kinderen met media doorbrengen en criteria voor welke media wel of juist niet geschikt zijn voor kinderen. Bij ongeveer de helft van de pedagogische beleidsplannen hebben de ouders inspraak in hoe media door kinderen gebruikt mogen worden.

Luistermedia, zoals radio of cd-spelers zijn de meest gebruikte digitale media (94%), gevolgd door kijkmedia, zoals televisie en dvd (69%). Een derde (32%) van de locaties beschikt over interactiemedia, zoals computers, tablet of smartphone; 11% heeft speelmedia, zoals een spelcomputer of spelconsole. Eén op de vijf (18%) van de kinderopvanginstellingen geeft aan dat ze beschikken over alle typen media.

Televisie, tablets en spelcomputers worden vooral ingezet voor educatieve doeleinden, radio of cd’s daarnaast ook voor ontspanning. Van de kinderopvanginstellingen die digitale media hebben en gebruiken, geeft 68% aan dat zij geen ondersteuning nodig hebben bij het gebruik van deze media. Als er wel behoefte bestaat aan ondersteuning, betreft dat vooral aan advies over mediabeleid, de keuze van geschikte media-apparaten en mediaproducties en ondersteuning bij het inpassen van media in het dagritme.

Week van de Mediawijsheid 2013: tienduizenden kinderen aan de slag met mediawijsheid

Vanochtend is de Week van de Mediawijsheid officieel afgetrapt, de jaarlijkse publiekscampagne van Mediawijzer.net. Een recordaantal van 70.000 kinderen gaat van 22 t/m 29 november 2013 in de klas, thuis en in de bibliotheek met mediawijsheid aan de slag. Zij spelen het mediawijsheidservaringsspel MediaMasters in de klas, er is nieuw onderzoek gepresenteerd (het blijkt dat acht op de tien ouders hun kind volgen op sociale media) en er worden op bijna 200 plaatsen door heel Nederland activiteiten georganiseerd voor kinderen en ouders.

Mediaontwikkelingen vragen om nieuwe kennis en vaardigheden van kinderen en hun omgeving. Tegelijk bieden al die media ook veel kansen om hun persoonlijke doelen te bereiken. Daarom is het thema van de Week van de Mediawijsheid 2013: ‘Media verrijken je leven!’

Onderzoek: ouders zijn heel positief over sociale media
Ouders zijn positief over het gebruik van sociale media door hun kinderen en zien nauwelijks negatieve effecten. Ze vinden dat het een positief effect kan hebben op de Engelse taalvaardigheid (56%) en op de communicatievaardigheden (48%) van hun kinderen. Ook zien ouders kansen in het delen van informatie (71%) en in het maken en delen van huiswerk (62%). Ondanks deze positieve waardering houdt 80% van de ouders het gedrag van hun kinderen op sociale media wel nauwlettend in de gaten. Ouders willen zien waar hun kind mee bezig is (74%) en met wie hij/zij omgaat (49%). De meeste kinderen weten dat hun ouders hen volgen op sociale media (71%).  Dat blijkt uit kwantitatief online onderzoek (pdf) uitgevoerd door Direct Research in opdracht van Mediawijzer.net bij een representatieve steekproef van 600 Nederlandse ouders met kinderen in de leeftijd van 10-14 jaar

Kinderen vinden vooral het plezier dat ze aan sociale media hebben belangrijk. Ze spelen spelletjes (71%) en delen grappige berichten (66%). Vooral YouTube (72%) wordt gebruikt, op de voet gevolgd door WhatsApp (67%). Kinderen gebruiken WhatsApp vooral omdat ze het belangrijk vinden voortdurend in contact te staan met hun vrienden en familie. Een op de vier kinderen besteedt hier minimaal 2 uur per dag aan. Opvallend is wel dat ze persoonlijk contact met hun ouders en vrienden veel belangrijker blijven vinden dan het contact via sociale media.

MediaMasters 2013: ‘Mediawijs? Bewijs het maar!’
Vandaag zijn meer dan 70.000 leerlingen van groep 7 & 8 begonnen aan MediaMasters 2013. Deze game wordt een week lang, een uur per dag op het digibord in de klas gespeeld. In MediaMasters gaan de kinderen aan de slag met media. Ze kijken kritisch naar nieuwsberichten, gaan online op zoek naar informatie en denken na over hoe ze overkomen op sociale media. Daarnaast ervaren ze hoe reclame werkt en maken ze zelf een webpagina. Voor scholen is dit een mooie manier om een start te maken met mediawijsheid in de klas. Onderstaande trailer geeft een beeld.

Dit jaar meldde een recordaantal van 2.850 basisschoolklassen zich aan. Alle deelnemers aan MediaMasters krijgen op 29 november een diploma uitgereikt en de drie beste klassen en provinciale winnaars winnen bovendien een prijs.

Wat er verder gebeurt in de Week van de Mediawijsheid?
Vodafone, Stichting Mijn Kind Online, Digibewust en Mediawijzer.net brengen het magazine WIJS! De online wereld in uit. Gratis te verkrijgen bij alle Vodafone- en Belcompanywinkels en te downloaden via mediawijsheid.nl/ouders. Daarnaast krijgen kinderen een kijkje achter de schermen bij de media door middel van een mediastage en gaan ouders met hun kinderen in gesprek over media tijdens een ‘Keukentafelgesprek’. Zie weekvandemediawijsheid.nl voor meer info.

Met de ‘Los in het Bos’-app gaan kinderen gamen in de natuur

Vandaag is de applicatie ‘Los in ‘t Bos’ gelanceerd op het Cinekid-festival in Amsterdam: een game die buiten gespeeld wordt op een smartphone of een tablet-computer. Innovatief volgens de makers, omdat gebruik wordt gemaakt van de leefomgeving. Het gaat namelijk om een educatieve app die basisschoolkinderen van groep 6 t/m 8 stimuleert om te gamen én naar buiten te gaan. Een bijzondere combinatie van nieuwe media en bewegen in de natuur, iets dat tot nu toe meer dan tegenstrijdig leek.

De app is bedacht door Stichting Nationale Boomfeestdag, Staatsbosbeheer, Stichting NatuurWijs en Aglia, en ontwikkeld door PixelPixies, dankzij een fonds van Mediawijzer.net. De app maakt gebruik van augmented reality en zet een virtuele laag bovenop de werkelijkheid. Gebruikers zien op hun scherm waar ze buiten zijn en tegelijkertijd verschijnt ook een spannend spel met als doel Nederland bomenrijker te maken door het planten van virtuele bomen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van alle zintuigen.

boomfeestdag

De game kan overal buiten gespeeld worden: in het bos, het park, de tuin of op een schoolplein. Kinderen gaan dus van in-huis-spelen naar buiten gamen. Ze worden aangezet tot bewegen en ze leren op een speelse manier over het belang van bomen en dieren. Met deze app zorgen de initiatiefnemers er naar eigen zeggen voor om nieuwe media op een positieve wijze in te zetten, door de kinderen mediawijzer te maken en ze een platform te bieden om op een goede manier in deze behoeftes te voorzien.

Nu al gratis te downloaden in de Google Play Store. De App Store volgt later.

Onderzoek Iene Miene Media 2013: ‘Een derde van de 1-jarigen gebruikt een tablet’

Tijdens de Media Ukkie Dagen, van 8 t/m 17 april 2013, staat de mediaopvoeding van jonge kinderen (0-6 jaar) centraal. In deze jaarlijkse campagne van Mediawijzer.net krijgen ouders tien dagen lang tips hoe ze op een bewuste manier de kansen kunnen benutten die media bieden. Bij de start van de tweede editie van de Media Ukkie Dagen is het rapport 'Iene Miene Media 2013' (pdf) gepresenteerd, gebaseerd op onderzoek* onder 1.001 ouders met kinderen tussen 0 en 7 jaar, verricht door stichting Mijn Kind Online in opdracht van Mediawijzer.net.

Hieruit blijkt een derde van de één-jarige kinderen geregeld of vaak op een tablet te spelen (in 2012 was dit nog een achtste). Bij de driejarigen is dit zelfs al meer dan de helft van de kinderen. Het merendeel van de ouders is positief over mediagebruik van hun kinderen. Ze zeggen dat het goed is voor de ontwikkeling van hun kind en voor later op school. Vooral educatieve spelletjes, geheugenspelletjes en filmpjes zijn populair. Vaders vinden het zelf belangrijker dan moeders om samen met hun ukkies op digitale media te spelen.

Opvallend is dat meer dan een derde (39%) van de ondervraagde ouders media in zet als rustmoment voor zichzelf of tegen verveling van het kind (37%), terwijl zowel moeders (46%) als vaders (40%) liever hebben dat hun kind met iets anders bezig is dan met digitale media. Vooral moeders geven de voorkeur aan gewoon speelgoed boven digitale media. Vaders hebben er minder problemen mee.

Ruim één op de drie kinderen speelt vaak met een smartphone als die in het gezin aanwezig is. Dit geldt zowel voor de jongste ukkies als voor de kleuters. Twee op de drie peuters weten al precies wat ze moeten doen om geluidjes of bewegingen op het scherm van de tablet te krijgen. En vier op de tien tweejarigen weten al hoe ze een computer moeten opstarten of afsluiten of hoe ze met een mobiele telefoon moeten bellen.

Het populairste is overigens nog steeds het voorleesboekje: 82% van alle kinderen tot 4 jaar leest of wordt regelmatig voorgelezen. Onder de 4 tot en met 7-jarigen is dat zelfs 95%.

“Ouders zijn betrokken mediaopvoeders, maar weten nog niet altijd hoe ze invulling moeten geven aan die mediaopvoeding van hun kind of wat geschikte media zijn.” [Remco Pijpers, MKO]

*De gegevens zijn in maart 2013 verzameld door het bureau No-Ties via een online enquête onder 495 moeders en 506 vaders met kinderen van 0 tot en met 7 jaar. Het onderzoek is een vervolg op het gelijknamige onderzoek uit 2012.

Tip: lees ook het artikel over 'The Touch-Screen Generation' in The Atlantic.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019