Studeren in 2025: de sprong naar de toekomst in een kritisch ontvangen animatievideo van 3 minuten

Het hoger onderwijs krijgt er duizenden docenten bij, studenten krijgen meer ruimte om zelf hun studie vorm te geven en het accent bij universiteiten verschuift meer in de richting van het onderwijs. Dat schrijft minister Bussemaker (OCW) in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek (pdf) waarin zij de lijnen uitzet voor het hoger onderwijs in het komende decennium. Dat klinkt te mooi om waar te zijn. Om een wat beter beeld te geven van het onderwijs in 2025 worden we in een animatie van ruim 3 minuten helemaal bijgepraat.

In de video (hieronder te bekijken) stapt ene Martin de Vlieger in een tijdmachine, waarna hij in jip-en-janneketaal te horen krijgt wat de plannen uit de Strategische Agenda zijn. Martin gelooft zijn ogen niet. De kwaliteit van het hoger onderwijs wordt de komende jaren de onbetwiste prioriteit. Een aanzienlijk deel van de opbrengsten van het studievoorschot (60%) is dan ook beschikbaar om het aantal docenten te vergroten. Hiermee worden de groepen kleiner, is er meer aandacht voor de individuele student en kan hij meer worden uitgedaagd, zo is de gedachte.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=0h_i8_24Czs]

De eerste reacties op de animatie zijn… eh… niet louter positief. “Het laat zien dat het ministerie volledig los staat van de samenleving en geen enkel benul heeft in welke vorm te communiceren met huidige en toekomstige studenten.” “Doe je ogen eens dicht. En luister naar Nijntje en andere sprookjes van het vrolijke Ministerie van OC&W.” “Er is geen betere satire mogelijk dan dit serieus bedoelde filmpje. (…) Ik weet niet waar ik moet beginnen: de toon, de inhoud, de boodschap… alles.” “Doelgroep was 11-jarigen?” Om enkele voorbeelden te noemen.

De idee dat hoger onderwijs louter opleidt voor de arbeidsmarkt is niet meer van deze tijd, aldus Bussemaker. Hoger onderwijs bereidt jongeren voor op de toekomst. Een baan hoort daar bij maar ook maatschappelijke betrokkenheid, moreel besef en zelfontplooiing – kortom: Bildung. Kennis en vaardigheden blijven nodig maar het is even belangrijk dat studenten leren om te reflecteren en kritisch te denken. Wat dat betreft moeten we de kritische feedback op de video misschien maar als stap in de goede richting zien. 

Nibud-studentenonderzoek 2015: ‘1 op de 3 lenende studenten leent om spaarrekening te spekken’

Ruim een derde (36%) van de hbo- en wo-studenten leent bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). Van hen leent 33% onder andere om dit geld na de studie achter de hand te hebben, sommigen ook voor de aankoop van een eigen woning. Dit blijkt uit het Nibud Studentenonderzoek 2015* (pdf), uitgevoerd door het Nibud, met medewerking van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ING en Studenten.net. Een derde van de lenende studenten zegt dat ze best minder zou kunnen lenen. Ook geeft 1 op de 3 aan dat ze maximaal leent ‘omdat het kan’. 

Bijna alle studenten krijgen studiefinanciering (93%). De rentedragende lening maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. De studenten die een rentedragende lening hebben bij DUO lenen gemiddeld 484 euro per maand. Uit een bijbaan haalt 71% een deel van zijn inkomsten, gemiddeld 332 euro per maand. Van alle studenten krijgt 57% periodiek of op onregelmatige basis geld van de ouders, gemiddeld 179 euro per maand.

Als belangrijkste redenen om te lenen, geven de studenten aan:
1. De gunstige leenvoorwaarden bij DUO (63%)
2. Ouders raden het aan (58%)
3. Ouders niet willen belasten (57%)

Bij het Nibud hadden ze niet verwacht dat één op de drie lenende studenten leent om dat geld voor later of voor de aankoop van een woning te sparen, hoewel ze wel begrijpen dat de huidige lage rente studenten kan motiveren om maximaal te lenen en het geleende geld op een spaarrekening te zetten. Lenen om te sparen kan financieel slim lijken, maar het is risicovol als er onzorgvuldig met dit geleende geld omgegaan wordt. Een studieschuld is immers een langlopende financiële verplichting; gedurende deze periode kan er veel veranderen. Daarnaast heeft het invloed bij het aangaan van een hypotheek. Luxe is ook een reden om te lenen bij DUO: 15% van de studenten geeft dit als reden op.

hoeveel studenten lenen

Het Nibud verwacht dat studenten meer zullen lenen in het nieuwe studiefinancieringsstelsel. Door de afschaffing van de basisbeurs ontstaat er namelijk een gat in de begroting van ruim 100 euro voor thuiswonenden en ruim 286 euro voor uitwonenden. Hoe hoog het leenbedrag zal worden, kan het Nibud niet voorspellen, maar op dit moment lenen studenten die geen basisbeurs meer krijgen, gemiddeld 632 euro per maand. Het Nibud adviseert studenten nadrukkelijk om niet meer te lenen dan noodzakelijk is voor de maandelijkse uitgaven. Nu geeft 32% van de lenende studenten aan best minder te kunnen lenen om toch rond te kunnen komen.

Gemiddeld hebben studenten 768 euro per maand te besteden. De inkomsten van uitwonenden zijn beduidend hoger dan die van thuiswonenden: 894 euro tegen 541 euro per maand. Thuiswonende studenten kunnen met deze inkomsten hun maandelijkse uitgaven net betalen. Zij geven maandelijks gemiddeld 535 euro uit. Uitwonende studenten komen niet rond: hun uitgaven zijn gemiddeld 980 euro per maand.

Als studenten gevraagd wordt wat een gemiddelde student per maand uitgeeft, onderschatten zij wat studenten daadwerkelijk gemiddeld uitgeven. Bij thuiswonende studenten worden de gemiddelde uitgaven geschat op 343 euro per maand, 192 euro te laag. Bij uitwonende studenten worden de gemiddelde uitgaven geschat op 771 euro per maand, dat is 209 euro te laag.

Dit zijn de gemiddelde uitgaven per maand in euro’s:

uitgaven studenten per maand

Het Nibud adviseert studenten hun leenbedrag vast te stellen door hun eigen inkomsten en uitgaven op een rij te zetten. Zo kan worden voorkomen dat ze te veel of te weinig lenen. Op dit moment heeft één op de drie studenten zijn leenbedrag bepaald door te kijken naar wat er bij DUO maximaal mogelijk is. Dit heeft als grote valkuil dat zij hierdoor mogelijk meer lenen dan nodig is. Aan de andere kant kan het dat studenten die op basis van een globale inschatting de uitgaven te laag inschatten, juist minder lenen dan zij nodig hebben voor hun noodzakelijke uitgaven. Het risico bestaat dat zij dit tekort opvullen door rood te staan: een veel duurdere vorm van lenen.

Van de studenten komt 45% zelden of nooit geld tekort, tegelijkertijd geeft 18% aan vaak of altijd geld tekort te komen. Uit het Studentenonderzoek 2015 blijkt dat studenten die rood staan, vaker een financieel probleem ervaren: 17% van alle studenten geeft aan een financieel probleem te hebben, onder studenten die rood staan is dit 54%. Het Nibud adviseert studenten die zonder lenen niet rondkomen, te lenen bij DUO, om zo gebruik te maken van de meest voordelige vorm van lenen. Goed budgetteren blijft echter van groot belang en voorkomt mogelijke financiële problemen later. De onlangs verschenen Geldwijzer Studenten helpt studenten hierbij. Het Nibud heeft op basis van dit Studentenonderzoek de Handreiking Student & Financiën ontwikkeld, bedoeld voor professionals die voorlichting en advies geven aan (aankomende) studenten en hun ouders. De handreiking, gratis te downloaden, geeft een actueel beeld van de financiële situatie van hbo- en wo-studenten. 

ING heeft naar aanleiding van het onderzoek onderstaande infographic gemaakt.

ING-Infographic-Financieel-Fit-2015

*Het onderzoek is uitgevoerd onder studenten in het hoger onderwijs (hbo en wo), in de leeftijd tot 30 jaar. Van 2 tot en met 20 april 2015 konden de respondenten de vragenlijst online invullen. De respondenten die hebben deelgenomen zijn afkomstig van het studentenpanel van Studenten.net. Daarnaast zijn ongeveer 300 respondenten afkomstig van het panel van Opinieland van SSI. Dit resulteerde uiteindelijk in 2.723 compleet ingevulde vragenlijsten. De resultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd en opleidingsniveau. Een aantal resultaten is gebaseerd op de data van de Studentenmonitor Hoger Onderwijs 2014 van ResearchNed.

OCW publiceert spelregels sponsoring op scholen: ‘Geen reclame in lesmaterialen’

Het is belangrijk goede afspraken te maken als een school in zee gaat met een sponsor, vindt men bij de Rijksoverheid. Om schoolleiders, schoolbesturen, ouders en leerlingen houvast te bieden bij het nadenken over een verantwoord sponsorbeleid, zijn de spelregels vastgelegd in het convenant Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring (pdf). Dit convenant is ondertekend door de staatssecretaris van OCW en tien belangenorganisaties uit onderwijs en bedrijfsleven: “Een krachtig middel tot zelfregulering.”

De afspraken in het convenant gelden tot en met 2018 en dienen als basis voor het sponsorbeleid. Om aan alle betrokkenen duidelijk te maken welke speelruimte er is, heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de brochure Spelregels sponsoring op scholen (pdf) gepubliceerd. Samenvattend komt het op het volgende neer:

  • Sponsoring mag het onderwijsproces niet beïnvloeden en de belangen van leerlingen niet schaden.
  • Een sponsor mag geen misbruik maken van onwetendheid of goedgelovigheid van leerlingen. 
  • Reclame in lesmaterialen en leermiddelen is niet toegestaan (de school beslist zelf of er sprake is van reclame of functioneel gebruik van productafbeeldingen, en bestaande producten mogen alleen worden afgebeeld als dat functioneel is en er niet eenzijdig naar één merk wordt verwezen). Voor klachten over reclame-uitingen moet men naar de Reclame Code Commissie.
  • Sponsoring kan alleen met instemming van de medezeggenschapsraad (MR).
  • Het sponsorbeleid wordt door de school toegelicht in het schoolplan en de schoolgids.

Gezien de aanvullende voorwaarden die genoemd worden in het document lijkt het erop dat sponsors buiten de lesmaterialen om – als ‘tegenprestratie’ – wel reclame mogen maken: “Reclame van sponsors mag de leerlingen niet verleiden tot een ongezonde leefstijl en/of gevaarlijke activiteiten, dit onder meer om overgewicht en blessures te vermijden. (…) De reclame mag leerlingen niet aanmoedigen om hun ouders over te halen om producten of diensten van de sponsor af te nemen.” Dat biedt dus ruimte voor adverteerders…

YoungWorks laat jongeren nadenken over hun gedrag op sociale media: ‘Hou je duim onder controle met de duimkorf’

Jongeren tussen de 12 en 15 zijn de hele dag druk met appen, snappen, grammen, liken en sharen. Dit gebeurt niet altijd weloverwogen en daarom vroeg het Ministerie van OCW aan YoungWorks om iets te bedenken om jongeren beter te laten nadenken over hun gedrag op sociale netwerksites. Het bureau voor jongerencommunicatie trok de conclusie dat tieners eigenlijk continu met hun duimen in de weer zijn: “Een heel simpel probleem, waar we ook een hele simpele oplossing voor hebben bedacht: de duimkorf.”

Met onderstaande video, advertenties en een printbare duimkorf (pdf) is de campagne op Facebook verspreid. Daarnaast hebben negen social influencers op Instagram op hun eigen manier over de campagne gepost naar hun (in totaal) 500.000 volgers.

[vimeo 130198869 w=570 h=321]

Jongeren herkennen zichzelf en vrienden in de film, praten erover op Facebook en Instagram en delen de campagne met elkaar, zo was de bedoeling. Op die manier zijn volgens de makers bijna één op de vier jongeren (150.000-200.000) in de leeftijd 12-15 jaar bereikt. Maar of ze daarmee van D.A.D.H.D. (Duimen Alle Dagen Heel Druk) ‘genezen’ zullen zijn? 

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2020