Nieuwe stationsposters Bond tegen vloeken: ‘Grove taal maakt kapot, dus weet wat je zegt’

Omdat Nederland zoveel mooier is zonder vloeken en schelden, presenteert de Bond tegen vloeken een nieuwe reclamecampagne. Naar eigen zeggen is met een team communicatiemensen lang nagedacht over deze posters. Het inzicht: vloe­ken en schelden veroorzaakt een barst, het maakt iets kapot. Door de manier van fotograferen en een gebarsten glas wordt de impact van grove taal verbeeld. En bij wijze van uitleg zijn er korte, met onderzoek onderbouwde, teksten naast gezet. Posters waar niemand omheen kan, verwachten de makers.

“De missie van de Bond tegen vloeken is Nederland mooier maken. Goede taal doet mensen goed, grove taal breekt af en maakt kapot.”

Jarenlang krijgt de Bond veel reacties op de postercampagnes. Dat zal nu niet anders zijn. Hieronder de nieuwe posters (met extra aandacht voor de doelgroep jongeren), vanaf vandaag op stations in Nederland te zien. De boodschap die moet volgen op de bewustmaking: ‘Weet wat je zegt’.

barst5

“96% van de jongeren vindt grof taalgebruik regelmatig storend.”

barst4

“Gelukkig biedt 70% van de jongeren excuses aan als ze worden aangesproken op grof taalgebruik.”

barst3

“73% van de Nederlanders vindt schelden en vloeken door collega’s in functie niet kunnen.”

barst2

“70% van de Nederlanders ervaart vloeken als hinderlijk.”

barst1

“Voor 61% van de Nederlanders is schelden met ‘kanker’ pijnlijk.”

PS   Met het oog op de jeugd heeft de Bond tegen Vloeken KlasseTaal in het leven geroepen, een onderwijs ondersteunende organisatie die zich bezighoudt met het bewustmaken van taalgebruik bij kinderen en jongeren — geleid door christelijke normen en waarden.

Onderzoek Universiteit Antwerpen naar chattaal: tieners geven Engels graag een eigen tintje, olraajt

Communicatietechnologieën zoals chat en sms worden met enige regelmaat genoemd als een oorzaak van de zogenaamde ‘taalverloedering’. Omdat nog nooit op grote schaal onderzocht is hoe de chattaal van Vlaamse tieners er  precies uitziet, waagde Benny De Decker (Universiteit Antwerpen, Departement Taalkunde) zich aan zo’n studie. Voor zijn doctoraat bestudeerde hij spontane en informele chatconversaties van bijna 28.000 Vlaamse jongeren tussen 13 en 20 jaar oud, tussen 2007 en 2013 geproduceerd op MSN (intussen opgegaan in Skype), Facebook Chat en Netlog.

Uit de analyses blijkt dat de stereotiepe kenmerken van internettaal in chatgesprekken van Vlaamse tieners meestal niet erg frequent zijn. Zo komt Leetspeak, waarbij cijfers de plaats van lettertekens innemen (zoals in w8 of suc6), in niet meer dan 1 op de 2.000 woorden voor. Andere spellingswijzigingen, zoals het vervangen van ks door x of van ij door y, passen chatters doorgaans slechts toe op een beperkt aantal woorden: niks, wij en zijn worden soms nix, wy en zyn, maar dat gebeurt zeker niet systematisch.

De Decker noemt het opvallend dat het gebruik van dergelijke chatspeakvormen duidelijk afneemt met de leeftijd. Jongere tieners manipuleren hun spelling vaker dan oudere. Enkel het gebruik van afkortingen (zoals mss en idd) en acroniemen (zoals lol en wtf) blijft min of meer constant. Dat kan erop wijzen dat deze functioneler zijn en daardoor vaste waarden geworden zijn in chattaal, terwijl andere spellingsmanipulaties, zoals Leetspeak, eerder het resultaat van louter speelse taalcreativiteit zijn.

Uit het onderzoek blijkt verder dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, echte spel- en tikfouten relatief zeldzaam zijn. Gemiddeld wordt in een chatgesprek slechts één de vijftig woorden onbewust foutief gespeld of getypt. Daar staat wel tegenover dat Vlaamse tieners voor zowat een kwart van de woorden bewust van de standaardspelling afwijken, met de bedoeling spreektaal of regionaal taalgebruik in een geschreven vorm om te zetten.

Vlaamse tieners blijken in hun chattaal ook voortdurend verschillende variëteiten van het Nederlands door elkaar te gebruiken: voornamelijk Standaardnederlands en tussentaal (zoals de informele en spontane spreektaal van heel wat Vlamingen wordt genoemd), en in mindere mate dialect. Dé Vlaamse tussentaal in chatgesprekken bestaat echter niet. Spontaan en informeel online taalgebruik verschilt nog sterk per regio, en zelfs per individuele chatter. Slechts een handvol zogenaamd typische kenmerken worden door tieners uit heel Vlaanderen frequent gebruikt: gij, ge en u(w) in de plaats van jij en je, het weglaten van de eind-t in woordjes als dat, wat en niet, de vorming van het verkleinwoord op -ke (boekske in plaats van boekje) en de toevoeging van een redundant dat na onderschikkende voegwoorden, zoals in de zin ‘Ik weet wie dat er komt’.” Die kenmerken vormen volgens De Decker de homogene kern van Vlaamse tussentaal, maar verder is die variëteit dus (nog?) erg heterogeen: elke regio heeft zijn eigen tussentaal.

Ten slotte bestudeerde De Decker de invloed van het Engels op de chattaal van Vlaamse tieners. Zoals verwacht is die aanzienlijk groot: in één op de acht berichten is ten minste één woord van Engelse oorsprong te vinden. Vlaamse tieners ontlenen nice het vaakst, en ook sucken en dude zijn erg populair. Vaak gaat het ook om terminologie uit de wereld van ICT, games en muziek, waarvoor geen Nederlands equivalent bestaat. Chatters vernederlandsen die Engelse ontleningen soms, bijvoorbeeld door de spelling aan te passen: clean en alright kunnen klien en olraajt worden. Dergelijke speelse innovaties blijven minder frequent dan de originele vormen, maar demonstreren wel dat tieners dat Engels graag een eigen tintje geven.

Samengevat laat Vlaamse tienerchattaal zich het best omschrijven als een genre op zich, maar wel een inherent variabele variëteit, waarin elementen uit standaardtaal, tussentaal, chatspeak en Engels vloeiend gecombineerd worden. De aantrekkingskracht bestaat er vooral in dat jongeren naar hartenlust van de schools aandoende taalnormen kunnen afwijken, kunnen experimenteren met creatief en innovatief taalgebruik en zo het geschreven Nederlands sterk kunnen personaliseren. Chatten heeft dus absoluut een schrijftaalrevolutie teweeggebracht, aldus De Decker.

[Bron: persbericht, gevonden dankzij HLN; afbeelding via Adeevee]

[Modetaal] Creepers? Statement nail? Megging? Jongens hebben geen idee waar meisjes over praten

Leuke straatvraag in de nieuwe editie van Fashionista Magazine. Het tijdschrift vroeg aan vier jongens waar zij aan denken bij creepers, pailletten, de statement nail en meer. De verwachting dat jonge mannen wat minder bekend zijn met modetermen dan jonge vrouwen werd bevestigd. Hoewel het voor hen bedoeld is, weten ze bijvoorbeeld niet wat een megging is (het blijkt een legging voor mannen te zijn). Guleed (24 jaar) na het zien van de foto: “Oh, hell no! Verschrikkelijk, never dat je mij daarin ziet lopen.”

En over creepers zegt hij: “Ooooh, dat zijn van die hipsterdingen. Waarom noem je dat creepers? Dat maakt de schoenen eng!” Wesley (18) over de skort: “Als ik zo’n broekje zou zien, dan zeg ik niet ‘Yo, daar heb je een skort’, haha!.” Justin (22) over de statement nail: “Een watte? Sorry, dat weet ik echt niet.” Ber (26) over de haardonut: “Wow, dat is wel een heel groot apparaat.” Tsja, het valt niet mee om het nadere geslacht te volgen.

modetaal1amodetaal2

[Fashionista nummer 9/2013, met meer reacties, ligt vanaf vandaag in de winkel. Ook interessant dus voor jongens die hun kennis willen bijspijkeren.]

Amsterdams bureau in Rotterdam: ‘Jouw taal is niet zijn taal’

Duizenden jongeren in Rotterdam hebben een taalachterstand. Met straattaal hebben ze geen moeite, maar een keurige sollicitatiebrief gaat ze minder goed af, net als het begrijpen van de lesstof op school. Deze jongeren realiseren zich vaak niet hoe nadelig dit uitpakt voor hun verdere loopbaan. Met de campagne ‘Jouw taal, Zijn taal’ wil de gemeente Rotterdam jongeren ervan bewust maken dat ze er met ‘fa waka’en ‘hé kil’ alleen niet komen.
 
Om er achter te komen of hun kennis van de Nederlandse taal voldoende is, kunnen jongeren terecht op de website jouwtaalzijntaal.nl. Hier kunnen ze testen of ze de *kuch* Nederlandse taal goed kennen (aanrader!), en vinden ze een overzicht van allerlei manieren om aan hun taal te werken. Dat kan via bijlessen op school en meedoen aan de Zomerschool, maar ook via allerlei apps, spelletjes (Wordfeud wordt genoemd!) en websites.

De eerste twee weken van oktober hangen op diverse (v)mbo-scholen en in de metro posters om jongeren over hun taalniveau aan het denken te zetten. Op televisieschermen in metrostation Beurs is een animatie te zien. De campagne bereikt de doelgroep buiten, daarom is ook een mobiele versie van de website ontwikkeld zodat jongeren overal op hun smartphone de test kunnen doen.

De boodschap die moet blijven hangen: zorg dat je de Nederlandse taal goed kent, want daarmee maak je het jezelf een stuk makkelijker.

[Creatie door YoungWorks, een bureau dat zetelt in hartje Amsterdam, maar niet te beroerd is om Rotterdam taalles te geven.]

PS  GroenLinks is geschokt dat de gemeente Rotterdam bijna een ton uitgeeft aan de campagne'' voor raadslid Nourdin el Ouali is dit 'eens, maar nooit meer'.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2020