Ouders en jongeren geen ‘vrienden’ in sociale media, maar internetspel Digifamilie brengt hen weer samen

Van de jongeren onder de 18 jaar geeft 45% aan dat hun ouders niet weten wat ze allemaal posten en met wie ze bevriend zijn op Facebook, Hyves en Twitter. Een vergelijkbaar percentage (47%) is niet bevriend met of wordt niet gevolgd door hun ouders op sociale netwerken. Dit blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder 500 jongeren onder de 18 jaar en onder ruim 1.400 ouders met kinderen onder de 18 jaar. Zes op de tien (62%) jongeren vinden dat hun ouders ook niets te maken hebben met wat ze posten en met wie ze bevriend zijn.

Van de jongeren zouden vier op de tien het een probleem vinden als de ouders proberen online bevriend met ze te worden of ze te gaan volgen op Hyves, Twitter of Facebook, 14% zegt er zelfs bewust voor te zorgen dat hun ouders hen niet kunnen volgen.
 
Enkele verschillen tussen ouders en kinderen zijn opmerkelijk. Zo stellen zeven op de tien ouders (71%) dat ze afspraken hebben gemaakt met hun kinderen over wat ze wel of niet mogen posten. Dit terwijl slechts 18% van de jongeren aangeeft afspraken te hebben gemaakt met hun ouders. Ook de beleving van kennis is anders: jongeren zeggen (58%) dat hun ouders te weinig kennis hebben van social media om ze in de gaten te houden. Ouders denken hier anders over: slechts 13% stelt dat ze over te weinig kennis beschikt om hun kinderen goed te kunnen volgen.
 
Een op de vijf ouders (19%) zou meer informatie willen over hoe om te gaan met het online gedrag van hun kinderen; 43% zou niet weten waar ze terecht kan. Echt zorgen maken over wat hun kinderen doen, is niet aan de orde. Slechts 14% van de ouders zegt zich met regelmaat ongerust te maken over het online gedrag van hun kinderen op sociale media.

Digifamilie: ouders en jongeren weer in gesprek over sociale media
Tijdens het vijfde Nationale Mediawijsheid Congres wordt het nieuwe online gezinsspel Digifamilie gelanceerd door de Nationale Academie voor Media & Maatschappij. Ouders en kinderen spelen dit spel gezamenlijk ‘live’ in de sociale media en moeten daardoor met elkaar in gesprek raken over gewenst en minder gewenst gedrag. Zij leren als gezin alles over privacy, chatten, wachtwoorden en andere belangrijke internetdilemma’s.

Het spel wordt thuis gespeeld en bestaat uit allerlei opdrachten die nodig zijn om de hoofdpersonen Mike en Moniek weer thuis te brengen. Zij zijn namelijk verdwaald in de virtuele wereld en roepen de hulp in van Nederlandse 'digifamilies'. Voor het spel is gebruik gemaakt van allerlei technische middelen, zoals film, audio, websites en sociale media.

Digifamilie kwam tot stand in samenwerking met de NKO (Nederlandse Katholieke Oudervereniging) en Mediawijzer.net, de netwerkorganisatie van het Ministerie van OC&W.

Children of the Street Society waarschuwt dat een enkele foto niet bestaat

We zien een meisje dat in Subterranean Homesick Blues-stijl vertelt dat ze een privé foto online deelde met iemand die ze vertrouwde. In dit soort video's loopt dat niet goed af. De Children of the Street Society (Canada) wil hiermee bijdragen aan het bewustzijn dat nieuwe technologieën krachtig kunnen zijn in het verspreiden van mogelijk schadelijke beelden. Een waarschuwing om niet aan 'sexting' te doen, zonder expliciet te worden. Een enkele foto bestaat niet, en eenmaal gedeeld is dat lastig ongedaan te maken.

"There's no such thing as 'just one photo'. Protect yourself from sexual exploitation. Be safe online."

[Creatie door Cossette; via AdRants]

Vlaamse overheid onderzocht reclamewijsheid bij kinderen en jongeren (en moet daar nu mee aan de slag)

Op verzoek van Vlaams minister van Media Ingrid Lieten voerden de Universiteit Gent en de Universiteit Antwerpen in 2012 kwalitatief én kwantitatief onderzoek uit naar de reclamewijsheid van kinderen en jongeren. De nadruk ligt hierbij voornamelijk op het herkennen van nieuwe reclamevormen en het inzicht dat de jeugd heeft in de commerciële intenties hiervan. Het onderzoeksrapport 'Reclamewijsheid bij kinderen en jongeren' (pdf) bevat veel bruikbare informatie over media en reclame – 274 pagina's leesvoer!

In het onderzoek is gekeken naar reclamevormen in traditionele media (30-secondenspot, product placement, programmasponsoring, advertising funded programming, infomercials/advertorials en tv-spots die gebruik maken van SMS), in nieuwe media (internet, sociale media, digitale tv en mobiele media) en via alternatieve media (bijvoorbeeld guerrillamarketing), en naar toegepaste strategieën (het gebruik van brand characters en celebrity endorsement, crowd sourcing en co-creation, viral marketing en personalised advertising).

De onderzoekers concluderen dat 4-6-jarigen zeer weinig kennis hebben van alle nieuwe reclamevormen. Kinderen tussen 7-12 jaar hebben een matige reclamekennis van de verzamelactie en de advergame; voor banners, infomercials en advertiser funded programmes scoren ze eerder laag. Product placement blijkt een problematisch format te zijn voor beide leeftijdsgroepen. Over het algemeen vinden oudere kinderen reclame minder leuk dan jongere kinderen. De oudere kinderen bleken kritischer te zijn met betrekking tot de inhoud en vorm van de reclame, terwijl de jongste kinderen steeds erg enthousiast reageren op elke reclamevorm.

In het algemeen slaagden de meeste 13-21-jarigen er goed in om de reclame te onderscheiden van de media-inhoud, behalve als het gaat om product placement. Wat betreft hun houding tegenover deze nieuwe reclamevormen zijn jongeren het meest kritisch voor reclame via Facebook en via banners. Het minst kritische staan ze tegenover reclame die geïntegreerd is in een programma (product placement). Jongeren onder de 16 jaar storen zich minder aan reclame dan jongeren boven de 16. De meeste jongeren geven aan niet vaak op banners te klikken, niet vaak mee te doen aan sms-en-win- wedstrijden, weinig of nooit boodschappen achter te laten op merkpagina’s op facebook en geen reclamefilmpjes op hun prikbord te plaatsen. Er zijn wel nogal wat jongeren die op de ‘like’-knop klikken van merken op Facebook.

Op basis van de studie zijn zeven adviezen opgesteld:

  1. Integreer reclame-educatie in het onderwijscurriculum;
  2. Ontwikkel een pakket voor reclame-educatie;
  3. Stimuleer reclame-educatie via bewustmakingscampagnes (media kunnen een voorname rol spelen ter bevordering van reclamewijsheid);
  4. Bereik ouders via gerichte voorlichtingscampagnes (ouders hebben een voorname rol met betrekking tot het opvoeden van hun kinderen tot kritische consumenten, zij moeten aandacht hebben voor deze verantwoordelijkheid en zelf ook op hoogte gebracht worden van nieuwe reclamevormen en de gebruikte strategieën en tactieken);
  5. Verstrek informatie aan de reclamesector (om de betrokkenheid van de reclamesector met de problematiek te verhogen en om de kennis met betrekking tot de bestaande wetgeving en codes te vergroten); .
  6. Geen geïntegreerde reclamevormen gericht aan kinderen jongeren dan 6 jaar;
  7. Duidelijkere herkenbaarheid van alle reclamevormen gericht naar kinderen jonger dan 12 jaar.

Hier is het laatste woord dus nog niet over gezegd…

Onderzoek in Week van de Mediawijsheid: ‘Jongeren overschatten zichzelf’

Kinderen en jongeren groeien op met tv, internet, social media, games en mobieltjes. Ze líjken mediawijs maar gebruiken niet altijd alle mogelijkheden en onderschatten hun mediagedrag. Daarom organiseert Mediawijzer.net voor de derde keer de 'Week van de Mediawijsheid'. Van 23 t/m 30 november staan mediawijsheid van 10-14-jarigen en de rol die ouders en school daarbij kunnen spelen centraal. Uit nieuw onderzoek blijkt dat 80% van de Nederlandse jongeren in het vmbo niet structureel de betrouwbaarheid van bronnen checkt.

Vmbo-jongeren zijn technisch en creatief vaardig met media, maar overschatten zichzelf soms en zijn te weinig bewust met hun mediagedrag bezig. Door het vele gebruik van media heeft een groot deel van de jongeren goede gebruiksvaardigheden en benutten jongeren de kansen die media bieden. Maar als het gaat om onder meer privacy, bronnen controleren, afleiding van schoolwerk of online zoekopdrachten uitvoeren blijkt dat de jongeren meer ondersteuning nodig hebben.

Het uitgebreide onderzoek 'Achter de schermen' (pdf) is uitgevoerd door Dialogic in opdracht van Mediawijzer.net onder ruim 500 vmbo-scholieren (12-16 jaar). De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat media een steeds prominentere plaats innemen in het leven van de jongeren, waardoor ze ook in grotere mate worden blootgesteld aan daarmee gepaard gaande risico’s. De mate waarin die risico’s voorkomen is vaak afhankelijk van bepaalde achtergrondkenmerken, zoals geslacht, leeftijd of het type internetgebruik.

Dit zijn enkele andere resultaten:

  • Zo’n 25% van de jongeren maakt meer dan 10 uur per dag gebruik van hun mobiele telefoon;
  • De jongeren internetten gemiddeld 2,8 uur per dag op de computer en 3,5 uur per dag op de mobiele telefoon;
  • YouTube en WhatsApp/Ping zijn de populairste applicaties onder jongeren, deze leiden tot veel sociale interactie;
  • 75% van de jongeren heeft wel eens inkomsten gegenereerd door slim mediagebruik.

Jongeren gaan echter op veel fronten niet bewust genoeg met media om:

  • 80% van de vmbo-jongeren checkt niet structureel de betrouwbaarheid van gebruikte bronnen;
  • 24% is snel afgeleid door divers mediagebruik;
  • 12,5% heeft wel eens online gepest.

En daar is het advies weer: scholen en ouders kunnen een belangrijk rol spelen in het verbeteren van bewust omgaan met media.

 

Britse jongeren: 17 uur online, 17 uur voor de tv

Het gebruik van mobiel internet in Nederland is vooral onder jongeren van 12 tot 25 jaar sterk toegenomen; in 2012 gaat 86% van deze leeftijdsgroep regelmatig mobiel online, zo meldde het CBS deze week in een persbericht. Tegelijkertijd publiceerde het Engelse Ofcom het lijvige onderzoeksrapport 'Children and parents: media use and attitudes' (pdf). De Britse jeugd blijkt meer tijd dan ooit online te besteden. De leeftijdsgroep 12-15 jaar is zo'n 17 uur per week online. Ze kijken even lang naar de televisie.

Voor alle leeftijdsgroepen blijft televisie een belangrijk medium. Met name 5-11-jarigen zeggen niet zonder te kunnen. Het aantal kinderen dat een toestel in de eigen kamer heeft, neemt af. Een kwart van de 10-15-jarigen kijkt na negen uur 's avonds naar de tv.

Net als in Nederland gebruiken de Engelse 12-15-jarigen meer dan voorheen mobiel internet en is de kans groter dat hun mobiele telefoon het apparaat is dat ze het meest zouden missen. Bijna tweederde (62%) heeft nu een smartphone. Ze versturen wekelijks gemiddeld 193 tekstberichtjes. Inmiddels gebruikt 17% een tablet.

Vier van de vijf 12-15-jarigen hebben een profiel op een sociale netwerksite, met gemiddeld 286 vrienden (waarvan ze een kwart nooit ontmoet hebben!). Een overgrote meerderheid van 93% zegt goed te weten hoe veilig online te verblijven.

“Children’s take-up and use of different media is growing at a rapid pace, with some areas such as texting and smartphone ownership fast outstripping the general population. However, children are not just using more media, they are also adopting some forms at a very young age. This highlights the challenge that some parents face in keeping up with their children when it comes to technology and in understanding what they can do to protect children.” [Claudio Pollack, Ofcom]

PS  Het bevorderen van mediawijsheid is één van de doelen van Ofcom. In de rapportage (pdf; 205 pagina's) zie je heel veel meer gegevens, ook voor andere leeftijdsgroepen (3 – 15 jaar) en andere media. Er staan maar liefst 172 grafieken in. Onderstaand een voorbeeld, waaruit blijkt dat de meeste jongeren zich niet storen aan de hoeveelheid reclame online.

[Via Mashable]

Mediawijzer.net lanceert Mediawijsheid.nl

Mediawijzer.net* heeft vandaag, tijdens de start van de 'Week van de Opvoeding', de nieuwe site Mediawijsheid.nl gelanceerd. Deze biedt een online overzicht van de actualiteiten rondom mediawijsheid. Denk bijvoorbeeld aan Project X in Haren, online pesten, dreigtweets, mediaopvoeding en privacy. Mediawijsheid.nl is bedoeld voor iedereen die snel een overzicht wil hebben van actuele mediawijsheidthema’s, het laatste nieuws en organisaties en initiatieven die zich met dat onderwerp bezig houden.

Mediawijzer.net komt met dit initiatief omdat de dagelijkse invloed van media en de maatschappelijke impact steeds groter wordt: "Kansen benutten, maar ook kritisch en bewust met media omgaan is belangrijk, en weten wat de betekenis is van een mediawijsheidthema en wie zich met dat onderwerp bezig houden helpt daarbij."
 
Mediawijsheid.nl is het online loket dat actuele onderwerpen verzamelt en iedereen op weg moet helpen in de wereld van mediawijsheid. Van ouders tot professionals. Op de website worden actuele thema’s nader toegelicht en gekoppeld aan relevante informatie. Van nieuws tot interessante initiatieven en expertorganisaties. Het is de bedoeling dat deze databank steeds completer wordt dankzij de input van de bezoekers. Bezoekers kunnen relevante missende onderwerpen of organisaties en initiatieven doorgeven aan Mediawijzer.net via de suggestieknop op de website.

Voor wie zijn eigen 'mediawijsheid' wil testen, is de MQ-test ontwikkeld. 

*Mediawijzer.net is in 2008 op initiatief van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Jeugd en Gezin opgezet als mediawijsheid expertisecentrum, om Nederlandse burgers en organisaties mediawijs te maken. Het is een netwerkorganisatie die wordt bestuurd door NTR, Kennisnet, SIOB, Beeld en Geluid en ECP-EPN.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright © 2021