Ofcom-onderzoek: 1 op de 3 kinderen heeft eigen tablet, minder tv’s in kinderkamers

Kinderen verruilen smartphones voor tablets, zo las je hier een jaar geleden naar aanleiding van periodiek onderzoek van de Engelse toezichthouder Ofcom maar mediagebruik- en attitudes van kinderen en ouders. Twaalf maanden verder is er nu de 2014-editie van dit project, en wat blijkt: die ontwikkeling zet zich door. Inmiddels heeft een derde (34%) van de 5-15-jarigen in Engeland een eigen tablet — bijna een verdubbeling ten opzichte van 2013. Van de 3-/4-jarigen heeft 11% al een eigen tablet, dat was vorig jaar 3%.

Met deze trend hangt samen dat steeds meer kinderen (42%) een tablet gebruiken om te internetten en om filmpjes te kijken. Voor het eerst is er dan ook een daling van het aandeel kinderen dat daarvoor een PC of laptop gebruikt. Daarnaast staan er flink minder televisietoestellen in kinderkamers. Toch wordt de tv vaker als onmisbaar genoemd (34%) dan de mobiele telefoon (17%), de tablet (15%) of de spelcomputer (11%). Dat verschilt overigens per leeftijd; onder 12-15-jarigen is het percentage dat niet zonder mobieltje kan veel hoger. Ook tussen jongens en meisjes zijn verschillen in gedrag en voorkeuren te zien.

ofcom 2014 tablet rise

Het lijkt erop dat kinderen ‘mediawijzer’ zijn geworden; ze zijn zich meer bewust van de mate van betrouwbaarheid van online concent en hoe mensen zich kunnen voordoen. Om goede informatie te vinden, zijn Google, YouTube en sociale media favoriet. Meer kinderen vinden dat er teveel reclame op tv en op het internet is, maar reclameherkenning blijft achter.

Meer info in het rapport ‘Children and Parents: Media Use and Attitudes Report 2014’ (pdf). Ofcom geeft ouders met bepaalde zorgen over het mediagebruik van hun kroost advies, bijvoorbeeld via het informatieplatform ParentPort en via diverse gidsen.

Ofcom-onderzoek: ‘6-jarigen begrijpen communicatietechnologie net zo goed als 45-jarigen’

Voor de elfde keer heeft de Engelse toezichthouder Ofcom een rapport over de communicatiemarkt (pdf) gepubliceerd. In het onderliggende onderzoek onder 2.000 volwassenen en 800 kinderen werd het vertrouwen en de kennis van communicatietechnologie gemeten, om zo het ‘digitaal quotiënt’ (DQ) van individuen te berekenen. Wat blijkt: 14- en 15-jarigen zijn het meest technologiewijs; op hogere leeftijd neemt het digitale vertrouwen alleen maar af, zoals uit onderstaande grafiek duidelijk wordt.

Deze laat een piek zien halverwege de tienertijd en de lijn duikt onder het gemiddelde na 40-jarige leeftijd. Ook valt op dat zesjarigen een vergelijkbaar begrip van digitale communicatie en technologie hebben als 45-jarigen (jaja, ongetwijfeld scoor jij wél hoger; klik hier om zelf je DQ te testen ;-)).

DQ naar leeftijd

“Our research shows that a ‘millennium generation’ is shaping communications habits for the future. While children and teenagers are the most digitally-savvy, all age groups are benefitting from new technology.” [Ed Richards, Ofcom]

Jongeren ontwikkelen fundamenteel andere communicatiegewoonten dan oudere generaties. Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat 12-15-jarigen zich afkeren van praten via de telefoon; slechts 3% van hun communicatie wordt besteed aan telefoongesprekken, terwijl maar liefst 94% tekstgebaseerd is (instant messaging, sociale netwerken). Ter vergelijking: volwassenen verbellen nog 20% van hun communicatietijd. De meeste tijd, 33%, gaat naar e-mail (bij tieners is dat slechts 2%).

De gemiddelde volwassene in Engeland besteedt meer dan 11 uur aan media en communicatie, twee uur meer dan vier jaar geleden. Als gevolg van multitasking is dat ‘netto’ 8 uur en 41 minuten), langer dan dat er geslapen wordt. Jongvolwassenen scoren wat dat betreft het hoogst, zij gebruiken hun smartphone ook het meest intensief.

Tot slot vermeldenswaardig: mensen blijken nog altijd vast te houden aan fysieke media zoals boeken, cd’s en dvd’s. De gemiddelde collectie dvd- en Blu-ray-schijfjes is zelfs toegenomen. Het bezit van cd’s ligt bij jongvolwassenen (60%) op een flink lager niveau dan bij 45-54-jarigen (88%).

[Via The Guardian; zie ook het nieuwsbericht van Ofcom]

Jeugd weinig kritisch? Codename Future en Nieuws in de klas lanceren lespakket ‘Informatievaardigheden’

Het CBS publiceerde gisteren de bevinding dat Nederlanders tussen 2010 en 2013 weer vaardiger geworden in het gebruik van internet. Chauvinistisch als we zijn, laten we de subconclusie niet onvermeld: de internetvaardigheid van de Nederlandse bevolking is hoger dan gemiddeld in de Europese Unie. Interessante kost. De Volkskrant wist vanochtend tóch een zure draai aan dit positieve nieuws te geven, door te koppen dat de jeugd weinig kritisch is: “Bij de jongere gebruikers zie je geregeld dat ze de gevonden informatie klakkeloos aannemen.”

Tsja. Voor wie de ontwikkelingen een beetje volgt, is dit geen onbekend gegeven, maar blijkbaar was het aansprekend genoeg om veel gedeeld te worden.

Toeval of niet, tegelijkertijd met het CBS-bericht kwam een persbericht binnen dat perfect aansluit bij het voorgaande. Codename Future brengt namelijk in samenwerking met Nieuws in de klas het lespakket ‘Informatievaardigheden’ uit. Dit lespakket helpt leerlingen in het voortgezet onderwijs om effectief en efficiënt online informatie te zoeken, vinden, interpreteren en verwerken. Leerlingen maken met het lespakket kennis met nieuwsmedia als informatiebron. Zij maken daarvoor gebruik van de Nieuwsservice van Nieuws in de klas.

De leerlijn bestaat uit drie modules informatievaardigheden:

  • Informatievaardigheden 1 – Basislessen: Hierin worden de basisvaardigheden behandeld, zoals het onderscheid maken tussen feiten en meningen, objectiviteit en subjectiviteit en een stappenplan voor het beoordelen van informatie.
  • Informatievaardigheden 2 – Nieuwsbronnen: In deze module worden diverse bronnen onderzocht en vergeleken en maken de leerlingen kennis met nieuwsmedia als informatiebron.
  • Informatievaardigheden 3 – Check it out!: Via een stappenplan controleren de leerlingen een nieuwsfeit en komen zij tot een journalistieke productie

In de modules maken leerlingen gebruik van nieuwsmedia (want ja, Nieuws in de klas is immers het educatieplatform van NDP Nieuwsmedia). Docenten ontvangen kosteloos dag- en weekbladen via de Nieuwsservice van Nieuws in de klas. De leerlingen maken ook gebruik van de Nieuwsmediaportal, het online overzicht van aangesloten nieuwstitels met toegang tot de websites, apps en social media accounts.

De modules hebben een oplopende moeilijkheidsgraad, zodat ze gespreid over de eerste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs ingezet kunnen worden. Het lesmateriaal is geschikt voor het vak Nederlands in het vmbo, havo en vwo. De modules sluiten aan bij de thema’s mediawijsheid en burgerschap. Zie de docentenhandleiding (pdf) voor meer informatie over de aanpak.

Onderzoek Iene Miene Media 2014: ‘45% 0-jarigen en 59% 1-jarigen gebruikt al geregeld een tablet’

Nóg een onderzoek in het kader van de Media Ukkie Dagen: kleine kinderen (0 t/m 3 jaar) maken thuis steeds intensiever gebruik van digitale media zoals computers, tablets, televisie, radio, cd’s en dvd’s. Deze trend zet snel door, mede veroorzaakt door het toegenomen bezit van deze media in gezinnen met kinderen t/m 7 jaar. Vooral de populariteit van tablets stijgt snel (in 2012 nog in 33% van de huishoudens aanwezig, nu al in 77%). Gemiddeld wordt hier 22 minuten per dag aan besteed. Bijna de helft van de kinderen is hier zelfs al mee bezig voordat ze één jaar worden.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek Iene Miene Media 2014 (pdf), naar het gebruik van media door kinderen van 0 t/m 7 jaar, in opdracht van Mediawijzer.net. De studie is dit jaar voor de derde keer* uitgevoerd in kader van de campagne Media Ukkie Dagen 2014 en is afgelopen dinsdag besproken tijdens het symposium Ukkies: hun brein en mediaopvoeding (klik hier voor een terugblik).

Kinderen maken gebruik van alles wat er in huis is, vaak al vanaf hele jonge leeftijd. Het begint met voorleesboekjes. Daar komen kinderen het eerst mee in contact en ze besteden er gemiddeld bijna een half uur per dag aan. Maar ook televisie blijft een geliefd medium. Baby’s kijken vaak al een paar minuten televisie per dag en vanaf het tweede jaar zit bijna 90% regelmatig voor de televisie. Ook naar dvd’s of blu-ray kijken gebeurt al op jonge leeftijd. Bijna 80% kijkt vanaf het tweede jaar wel eens naar een dvd of blu-ray.

Dit zijn enkele andere resultaten uit het onderzoek:

  • Nog voor kinderen een jaar oud zijn, gebruikt 45% al een tablet als die in huis is (onder 1-jarigen is dat opgelopen tot 59%);
  • Van de 0-7-jarigen maakt 70% van de kinderen vaak gebruik van een tablet;
  • Gemiddeld wordt er door kinderen per dag 53 minuten televisie gekeken, de tablet is goed voor een gebruik van 22 minuten per dag;
  • Wat moeders vaker doen dan vaders samen met hun kind zijn bellen en sms’en, voorlezen en educatieve spelletjes;
  • Driekwart van de kinderen weet al snel wat ze moeten doen om geluid of beweging op het scherm te krijgen;
  • Ouders zeggen dat ze hun smartphone of tablet vaker aanbieden aan kinderen om ze iets te leren of om te voorkomen dat hun kind achterloopt in ontwikkeling, dan om ze zoet te houden bij verveling of om zelf even de handen vrij te hebben voor huishoudelijke taken;
  • Regels voor het gebruik van digitale media zijn volgens ouders erg belangrijk, die zijn er dan ook in de meeste huishoudens over de maximale tijd dat kinderen gebruik mogen maken van de media;
  • Driekwart van de ouders vindt dat zij over voldoende informatie beschikken om een juiste koers te bepalen in de mediaopvoeding van hun kind.

In onderstaande tabel zie je hoe geregeld of (heel) vaak kinderen gebruik maken van verschillende media wanneer deze in huis zijn:

tabel iene miene media 2014

Driekwart van de ouders geeft te kennen dat hun kinderen vooral veel plezier beleven aan digitale media. Ze zien het vooral als iets dat goed is voor later op school, voor de algemene ontwikkeling later en om alvast bekend te worden met de Engelse taal. Daarnaast zien ouders wel het risico dat kinderen dingen zien of doen die niet geschikt zijn voor ze, of dat ze in contact komen met de verkeerde mensen. Iets meer dan de helft van de ouders is dan ook van mening dat gewoon speelgoed beter is dan digitale media. Moeders lijken iets huiveriger voor het gebruik van digitale media dan vaders. Maar ‘parental control’ instellen of achteraf controleren wat een kind heeft gedaan, gebeurt nauwelijks. Dit kan zijn omdat ouders dus al eerder volgen wat hun kind doet of al veel samen met hun kind doen.

Vanuit Mediawijzer.net wordt een appèl gedaan op mediamakers om bij ontwikkeling van nieuwe digitale media en apps het kind en zijn breinontwikkeling als uitgangspunt te nemen.

“Veel ouders menen dat digitale media een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van hun kind en dat ze er iets van leren. Experts geven echter aan dat een te intensief gebruik ten koste kan gaan van hun breinontwikkeling, simpelweg omdat kinderen minder tijd kunnen besteden aan het ontdekken en ervaren van de echte wereld om hen heen. Wel kunnen nieuwe media zoals apps de fantasie van kinderen prikkelen, ze nieuwsgierig maken en aanzetten tot spel en naspelen en zo weer ‘echte’ ervaringen creëren voor het kind. Bij voorkeur samen met de ouders. Digitale media zijn op dit moment dus een aanvulling en geen vervanging.” [Mary Berkhout van Mediawijzer.net]

*De dataverzameling van het onderzoek was in handen van Direct Research. In totaal deden 1.021 ouders mee aan een online enquête, waarvan ongeveer evenveel moeders (513) als vaders (508). Het onderzoek is het vervolg op de gelijknamige onderzoeken uit 2012 en 2013.

Eerder deze week publiceerde Mediawijzer.net (samen met NJi en Sardes) ook al het onderzoek Media in de kinderopvang.

Gedeelde selfie is meer dan een spiegelbeeld

En nóg een mediawijsheidscampagne om jongeren te waarschuwen voor al te blote selfies. Zag je hier eerder deze maand al hoe een digitaal zelfportretje een nachtmerrie kan worden, in onderstaande advertentie wordt verbeeld hoe snel zo’n foto zich kan verspreiden. Smartphones nemen ook de functie van de spiegel over, met als bijkomend voordeel/nadeel dat het spiegelbeeld desgewenst ook aan anderen getoond kan worden. Het betreft een uiting van SaferNet Brasil, met het advies om wat privé moet blijven niet online te delen.

Iets om ter harte te nemen, tenzij je Heleen van Royen heet of iets teveel zelfvertrouwen hebt, want dan zie je dit juist als aanmoediging.

selfie

“The internet can’t keep a secret. Keep your privacy offline.”

[Creatie door Propeg, Brazilië; via Ads of the World]

IAB UK legt internetreclame uit aan kinderen in animatievideo: ‘What does the ad say?’

In het kader van Safer Internet Day vorige maand, heeft het Internet Advertising Bureau in Engeland (IAB UK) in samenwerking met Media Smart onderstaande animatievideo laten maken. Doel is om 8-13-jarigen en hun ouders/verzorgers meer duidelijkheid te geven op het gebied van digitale reclame, maar eigenlijk is het vooral een waarschuwing aangevuld met wat tips. Gehoopt wordt dat de vraag uit de titel van het filmpje – what does the ad say? – tot conversaties binnen gezinnen leidt. Voor meer mediawijsheid is een ‘Digital Adwise Parent Pack’ (pdf) beschikbaar.

Een goede vorm om de wondere wereld van het www uit te leggen. Wie maakt een Nederlandstalige versie?

[vimeo 87748773 w=570 h=321]

“When you do spot an ad, think about what you’re seeing, why you’re seeing it, and if it’s true.”

[Creatie door Dominic Owen en Will Samuel; via Fast Company]

PS  Check ook het vergelijkbare initiatief ‘de digitale wereld van uw kinderen’ in een handleiding en video van Telenet, Liberty Global en Insafe.

Van selfie naar nachtmerrie?

Je zag hier en hier eerder al creepy advertenties van de non-profit organisatie Innocence in Danger, waarschuwend voor kinderlokkers op het www, en nu is er een nieuwe video uit Duitsland die inhaakt op de selfie-rage. Uit nieuw onderzoek is net gebleken dat vooral millennials hun digitale zelfportretjes delen. Volgens Innocence in Danger heeft een kwart van de jongeren al naaktfoto’s van zichzelf verzonden. Helaas zijn er veel criminelen online die wel raad weten met sexy selfies (en met veel ergere zaken, als je kijkt naar het YouTube-kanaal van de organisatie).

Het filmpje hieronder, ‘a look back’ getiteld, laat zien dat een vergissing makkelijk gemaakt is. Het advies (pdf) is om op te passen: ‘Eén klik kan je imago ruïneren.’

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=qYogVqOiPsI]

“750.000 Pädokriminelle sind in jeder Sekunde online.”

[Creatie door glow, Berlijn; via Ads of the World]

‘Reclame in kindertijd heeft op volwassen leeftijd nog altijd effect’

Het klinkt als een open deur, maar ik vind het tóch nieuwswaardig dat het nu (wetenschappelijk) aangetoond is: blootstelling van kinderen aan reclame kan leiden tot een bevooroordeelde productevaluatie die aanhoudt in de volwassenheid. Dit blijkt uit een viertal experimentele studies van Paul M. Connell, Melanie Brucks en Jesper H. Nielsen, gepubliceerd onder de titel How Childhood Advertising Exposure Can Create Biased Product Evaluations That Persist into Adulthood in de Journal of Consumer Research. De conclusie is goed nieuws, of juist niet?

Merkenbouwen
Goede marketeers bouwen gedurende een lange periode aan hun merk, zodat (potentiële) klanten daar bepaalde waarden en emoties mee associëren. Vanuit de gedachte ‘jong geleerd is oud gedaan’ proberen ze kinderen al vroeg voor zich te winnen, in de hoop dat het merk daar later nog steeds van profiteert. Niet alleen in de fmcg-hoek (‘Calvé Pindakaas, wie is er niet groot mee geworden?’), maar ook door bijvoorbeeld banken en autofabrikanten. Die inspanningen zijn dus niet voor niets, is nu bewezen, maar het besef dat reclame op deze manier werkt zal door de gebruikelijke critici ongetwijfeld weer worden aangegrepen om tot een reclameverbod op te roepen. Dr. Connell adviseert ouders om erover na te denken hoeveel reclame hun kroost mag zien. Daarnaast zei hij tegen The Independent: “People should check the labels the products they’ve loved since childhood. It’s possible that affectionate feelings for brand characters mean they are overlooking relevant nutritional information.”

Literatuur
Hoe kinderen omgaan met reclame is veel onderzocht, maar over de invloed daarvan in hun volwassenheid was nog weinig bekend. Geen onbelangrijk onderwerp echter, omdat volwassenen, zowel voor zichzelf als voor hun kinderen, actief blijven als boodschapper.

Enkele eerdere bevindingen uit de literatuur, zoals die in de publicatie genoemd worden:

  • De aanwezigheid van een reclamefiguur kan ervoor zorgen dat kinderen voeding als lekkerder beoordelen;
  • Reclame beïnvloedt kinderen meer dan volwassenen omdat ze minder mediawijs zijn, kinderen zijn ook minder kritisch;
  • Kinderen komer sneller tot een oordeel en stellen kortetermijnbeloningen boven langetermijngevolgen;
  • In reclame gericht op kinderen gaat het in de meeste gevallen om plezier en geluk;
  • Wat vroeg geleerd wordt, wordt goed geleerd.

Uitgangspunten onderzoek
Voortbouwend op deze kennis, is de volgende hypothese/voorspelling opgesteld door de genoemde Amerikaanse wetenschappers:

hypothese

In het onderzoek richtte men zich op de gezondheidsevaluaties van voedingsmiddelen zoals gezoete ontbijtgranen, frisdrank, snacks en fastfood, omdat ze bijna de helft van alle mediabestedingen gericht op kinderen betreffen en omdat het eten hiervan mogelijk invloed heeft op hun gezondheid. Daarnaast zijn deze producten ambigu, omdat ze bijvoorbeeld veel vet of suiker bevatten, maar ook voedingsstoffen leveren. Characters voor deze minder gezonde voedingsmiddelen (bijvoorbeeld Tony the Tiger van Kellogg’s) stonden centraal in de studies. Dit soort figuren is vaak promiment aanwezig in de reclame voor kinderen, en mensen ontwikkelen een sterke affectie voor hen.

Het onderzoek is een retrospectieve benadering met algemeen erkende real-life stimuli die zeer waarschijnlijk herhaaldelijk gedurende meerdere jaren zijn bekeken door de deelnemers aan de studie. Deze aanpak heeft als voordeel dat de experimenten worden uitgevoerd in een gecontroleerde setting, die de veronderstelde oorzaak-en-gevolg-relaties in kaart brengen zonder dat ongecontroleerde externe invloeden meespelen zoals dat het geval zou zijn in een longitudinale studie.

Wie de precieze aanpak van de vier experimenten wil weten, adviseer ik de originele publicatie aan te schaffen. Dit is een korte samenvatting van de resultaten:

samenvatting

Opgroeien
Het geeft maar weer eens aan hoe belangrijk de periode van opgroeien is. Er is minder kans op leesproblemen en dyslexie als ouders hun jonge kinderen voorlezen, kinderen die nu al leren om gezonde keuzes te maken zullen later ook gezonder eten, etc. Niet gek dus dat de producten, merken en reclame waarmee je in je jeugd veel te maken hebt, ook een indruk achterlaten, en dat je omdat je zelf ook groot geworden bent met Calvé Pindakaas dat ook je kinderen voorzet. De richting die we opgaan van meer aandacht voor onder andere duurzaamheid en gezondheid is dus een goede, omdat die hoogstwaarschijnlijk langer doorwerkt.

implications

[Via Peter Nikken. Met dank aan Tim Smits. Afbeelding uit een Kellogg’s-commercial uit 1971.]

PS  Laat het weten als je goede gerelateerde studies kent!

Kinderombudsman: ‘Ouders moeten in gesprek met hun kinderen over internetgevaren’

De nieuwe omvangrijke zedenzaak, waarbij 400 kinderen door een man via de webcam zouden zijn aangezet tot seksuele handelingen, laat wederom zien dat het gebruik van internet voor kinderen niet zonder gevaren is. Kinderombudsman Marc Dullaert doet een oproep aan ouders om nauw betrokken te blijven bij wat hun kind op internet doet: “Ouders hebben vaak geen idee wat hun zoon of dochter online beleeft. Soms steken zij zelfs hun kop in het zand. Ouders hebben de verantwoordelijkheid om met hun kinderen in gesprek gaan en om ze op internetgevaren te wijzen.”

Het verleiden of onder druk zetten van kinderen om voor de webcam seksuele handelingen te verrichten wordt ‘grooming’ genoemd. Het onderwerp was de afgelopen maanden vaker in het nieuws. Niet alleen online misbruik, ook cyberpesten, identiteitsdiefstal, afpersing en agressieve online marketing gericht op kinderen, zijn uitwassen die het internet met zich meebrengt. Marc Dullaert vindt het belangrijk dat zowel ouders als kinderen veel meer ‘internetwijs’ worden: “We leren kinderen om goed te kijken bij het oversteken, en om niet met vreemden mee te gaan als ze buitenspelen. Maar voor ‘online buitenspelen’ blijft zo’n goed gesprek vaak achterwege.” Als ouders zelf alerter worden op internetgevaren, kan schade mogelijk voorkomen worden, volgens de Kinderombudsman.

De Franse non-profit organisatie Innocence en Danger is net een campagne (pdf) gestart die in het verlengde ligt van deze oproep. In een serie advertenties wordt getoond wie er werkelijk zou kunnen zitten achter de emoticons in de chatboxen van kinderen. Brrrr….

emoticon1

Ook in Nederland worden al enige tijd diverse activiteiten ontplooid die de mediawijsheid/-voorzichtigheid moeten bevorderen, maar daarmee winnen we de oorlog nog niet.

Internetbedrijven
De kwetsbaarheid van kinderen online blijkt ook uit de zaak van de 13-jarige Freek, van wie kwaadwillenden een nep-profiel aanmaakten en uit zijn naam nare dingen op internet zetten. Freeks foto werd gebruikt in filmpjes en belachelijk gemaakt. De filmpjes gingen ‘viral’, ze werden vele malen online gedeeld door gebruikers van sociale media. Freek en zijn ouders waren wanhopig. Hoewel de ouders van Freek wel degelijk alert waren en ingrepen zodra ze het pesten bemerkten, kwamen zij er bij de sociale media-bedrijven niet doorheen.

De Kinderombudsman vindt dat ook internetbedrijven hun verantwoordelijkheid moeten nemen, en voor kinderen schadelijk materiaal sneller off-line halen. Binnenkort spreekt hij daarover met vertegenwoordigers van bedrijven. Dullaert: “Overigens, ouders kunnen niet alleen slachtofferschap voorkomen, maar ook daderschap. De pestkop van Freek bleek een minderjarige jongen. Waren de ouders van die jongen voldoende op de hoogte van het online leven van hun zoon?”

Overheid
Ook de overheid heeft een belangrijke verantwoordelijkheid, vooral op het vlak van preventie, en natuurlijk in de vervolging van strafbare feiten. De impact van moderne technologische ontwikkelingen op kinderen moet volgens de Kinderombudsman over een langere termijn worden gemonitord, zodat beleid en regelgeving kan worden bijgesteld als zich nieuwe risico’s voor kinderen voordoen. Recent nam het Kabinet al een aantal goede initiatieven zoals de website Meldknop.nl, waarop kinderen en ouders die nare dingen meemaken op internet terecht kunnen. En Minister Opstelten maakte in oktober bekend een wetswijziging te willen voorleggen om veroordeling van online misbruikers makkelijker te maken door het inzetten van ‘lokpubers’. Of dat juridisch mogelijk is wordt nu beoordeeld door de Raad van State.

Marc Dullaert: “De belevingswereld van kinderen is tegenwoordig voor een goed deel een digitale wereld. Dat vraagt van ons allemaal alertheid, om naast de grote kansen en vrijheid die het internet biedt, ons meer bewust te zijn van de mogelijke gevaren.”

McAfee-onderzoek: ‘Ouders onvoldoende op de hoogte van online activiteiten kinderen’

Een Europees onderzoek*, onder meer in Nederland, door onderzoeksbureau Atomik Research in opdracht van McAfee, legt de discrepantie bloot tussen wat tieners online uitspoken en wat hun ouders dénken dat hun kroost doet. Veel Nederlandse tieners bekijken -bewust of onbewust- content die voor hen ongeschikt is, terwijl ouders er het volste vertrouwen in hebben dat hun kind geen ongepaste websites bezoekt en hun kinderen daarom volkomen vrij laten op internet. Uiteraard zet de afzender van de studie daar vraagtekens bij.

Ouders zijn vaak in de veronderstelling dat hun tiener de waarheid spreekt over diens online-activiteiten. Dit blijkt echter niet altijd terecht:

  • Van alle Europese tieners komen de Nederlandse tieners het vaakst in aanraking met ongewenste seksueel expliciete content (43%), terwijl ze het laagst scoren bij het gericht op zoek gaan van dergelijke content (9%).
  • 40% van de Nederlandse jongeren heeft weleens een video bekeken die hun ouders niet zouden goedkeuren.
  • 37% van de Nederlandse tieners geeft toe websites te bezoeken die hun ouders zouden afkeuren.
  • 21% van de Nederlandse schoolgaande jeugd speurt het net af naar toets-antwoorden; 14%van de ouders vermoedt dat hun kind zoiets doet.
  • Met 34% zijn de Nederlandse jongeren het actiefst in het online opzoeken van antwoorden/oplossingen voor school-gerelateerde taken.
  • 19% van de Nederlandse tieners zoekt actief naar naaktfoto’s en pornografie, terwijl 14% van de ouders dit van hun kind vermoedt. Van de betreffende tieners doet 55% dit een paar keer per jaar en 40% een paar keer per maand.
  • 42% van de Nederlandse jongeren stuit per óngeluk op naaktfoto’s en pornografie. Hiervan belandde 36% op de betreffende website door op een advertentie te klikken.
  • 19% van de Nederlandse jongeren heeft weleens gewelddadige content gezocht op internet, 10% van de ouders vermoedt dit.
  • Meer dan de helft van de Nederlandse jongeren (51%) heeft de naam van hun school online gezet.
  • 10% heeft weleens zeer persoonlijke informatie over zichzelf op internet gepost.
  • 9% zegt weleens op sociale media te hebben gepost wáár ze iemand zouden ontmoeten.
  • 20% van de Nederlandse jongeren zegt dat ze hun online-gedrag voor hun ouders kunnen verbergen.

Het onderzoek laat zien dat de meeste Nederlandse tieners diverse maatregelen nemen om hun activiteiten op internet van hun ouders af te schermen:

  • 37% minimaliseert de browser zodra er een ouder binnenkomt
  • 24% wist de browsergeschiedenis
  • 23% bekijkt de ongepaste content op een smartphone of tablet.

Liesbeth Hop, directeur van de Academie voor Media en Maatschappij, bracht de resultaten onder de aandacht: “Wij onderschrijven het belang van dit onderzoek dat wederom aantoont hoe belangrijk het is dat ouders hun kinderen begeleiden in de virtuele wereld. Daarbij is de eerste stap dat ouders op de hoogte zijn van de online activiteiten van hun kinderen en daar kom je bij deze technisch vaardige generatie alleen achter door open en in vertrouwen met hen in gesprek te gaan. In de opvoeding van nu is mediawijsheid een cruciale factor omdat het leven van kinderen zich tegenwoordig voor een groot deel afspeelt via de media. Zij zijn overal en altijd online, vaak buiten het blikveld van de ouders.”  

Van de Nederlandse ouders geeft 61% aan weleens een gesprek met hun tiener te hebben gehad over veiligheid op internet, wat betekent dat 39% dat blijkbaar nog nooit heeft gedaan. De virtuele wereld wordt door 37% als net zo ‘gevaarlijk’ gezien als de échte wereld. De ouders die betrokken zijn bij de veiligheid van hun kind op internet, hebben de volgende acties ondernomen:

  • 37% maakt gebruik van ouderlijk toezicht op de thuiscomputer.
  • 26% weet de wachtwoorden van e-mailadressen en sociale media-accounts van hun kind
  • 24% heeft apps voor ouderlijk toezicht geïnstalleerd op alle op internet aangesloten apparaten die hun kind gebruikt.

Een aanzienlijk deel van de jeugdige Nederlandse respondenten zegt ooit te maken te hebben gehad met cyberpesten of er getuige van te zijn geweest:

  • 26% is er getuige van geweest dat een vriend of klasgenoot online werd gepest.
  • 8% geeft toe zélf het slachtoffer te zijn geweest van cyberpesten, met verschillende emoties tot gevolg, variërend van angst voor hun veiligheid via niet meer naar school willen tot suïcidale gedachten.
  • De meeste getuigen (62%) van cyberpesten stappen ermee naar een ouder, een leraar of een andere volwassene.

*Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van McAfee door Atomik Research in vijf Europese landen: Frankrijk, Duitsland, Spanje, Nederland en Italië. In elk van deze landen werden in oktober 2013 200 ouders en 200 jongeren van 13 tot 17 jaar ondervraagd, behalve in Duitsland, waar 500 ouders en 500 jongeren werden ondervraagd.

Week van de Mediawijsheid 2013: tienduizenden kinderen aan de slag met mediawijsheid

Vanochtend is de Week van de Mediawijsheid officieel afgetrapt, de jaarlijkse publiekscampagne van Mediawijzer.net. Een recordaantal van 70.000 kinderen gaat van 22 t/m 29 november 2013 in de klas, thuis en in de bibliotheek met mediawijsheid aan de slag. Zij spelen het mediawijsheidservaringsspel MediaMasters in de klas, er is nieuw onderzoek gepresenteerd (het blijkt dat acht op de tien ouders hun kind volgen op sociale media) en er worden op bijna 200 plaatsen door heel Nederland activiteiten georganiseerd voor kinderen en ouders.

Mediaontwikkelingen vragen om nieuwe kennis en vaardigheden van kinderen en hun omgeving. Tegelijk bieden al die media ook veel kansen om hun persoonlijke doelen te bereiken. Daarom is het thema van de Week van de Mediawijsheid 2013: ‘Media verrijken je leven!’

Onderzoek: ouders zijn heel positief over sociale media
Ouders zijn positief over het gebruik van sociale media door hun kinderen en zien nauwelijks negatieve effecten. Ze vinden dat het een positief effect kan hebben op de Engelse taalvaardigheid (56%) en op de communicatievaardigheden (48%) van hun kinderen. Ook zien ouders kansen in het delen van informatie (71%) en in het maken en delen van huiswerk (62%). Ondanks deze positieve waardering houdt 80% van de ouders het gedrag van hun kinderen op sociale media wel nauwlettend in de gaten. Ouders willen zien waar hun kind mee bezig is (74%) en met wie hij/zij omgaat (49%). De meeste kinderen weten dat hun ouders hen volgen op sociale media (71%).  Dat blijkt uit kwantitatief online onderzoek (pdf) uitgevoerd door Direct Research in opdracht van Mediawijzer.net bij een representatieve steekproef van 600 Nederlandse ouders met kinderen in de leeftijd van 10-14 jaar

Kinderen vinden vooral het plezier dat ze aan sociale media hebben belangrijk. Ze spelen spelletjes (71%) en delen grappige berichten (66%). Vooral YouTube (72%) wordt gebruikt, op de voet gevolgd door WhatsApp (67%). Kinderen gebruiken WhatsApp vooral omdat ze het belangrijk vinden voortdurend in contact te staan met hun vrienden en familie. Een op de vier kinderen besteedt hier minimaal 2 uur per dag aan. Opvallend is wel dat ze persoonlijk contact met hun ouders en vrienden veel belangrijker blijven vinden dan het contact via sociale media.

MediaMasters 2013: ‘Mediawijs? Bewijs het maar!’
Vandaag zijn meer dan 70.000 leerlingen van groep 7 & 8 begonnen aan MediaMasters 2013. Deze game wordt een week lang, een uur per dag op het digibord in de klas gespeeld. In MediaMasters gaan de kinderen aan de slag met media. Ze kijken kritisch naar nieuwsberichten, gaan online op zoek naar informatie en denken na over hoe ze overkomen op sociale media. Daarnaast ervaren ze hoe reclame werkt en maken ze zelf een webpagina. Voor scholen is dit een mooie manier om een start te maken met mediawijsheid in de klas. Onderstaande trailer geeft een beeld.

Dit jaar meldde een recordaantal van 2.850 basisschoolklassen zich aan. Alle deelnemers aan MediaMasters krijgen op 29 november een diploma uitgereikt en de drie beste klassen en provinciale winnaars winnen bovendien een prijs.

Wat er verder gebeurt in de Week van de Mediawijsheid?
Vodafone, Stichting Mijn Kind Online, Digibewust en Mediawijzer.net brengen het magazine WIJS! De online wereld in uit. Gratis te verkrijgen bij alle Vodafone- en Belcompanywinkels en te downloaden via mediawijsheid.nl/ouders. Daarnaast krijgen kinderen een kijkje achter de schermen bij de media door middel van een mediastage en gaan ouders met hun kinderen in gesprek over media tijdens een ‘Keukentafelgesprek’. Zie weekvandemediawijsheid.nl voor meer info.

Infoscan-onderzoek: ‘Ouders wijzen kinderen de weg, jongeren kiezen eerst voor Google’

Kinderen tussen 8 en 11 jaar doen in eerste instantie beroep op hun ouders als ze informatie nodig hebben. Vanaf 12 jaar is Google over het algemeen de eerste plaats waar ze hun zoektocht aanvatten én waar ze de beste informatie denken te vinden. Toch blijven ook de ouders als informatiebron voor jongeren vanaf 12 een sterke tweede plaats innemen. Dat zijn de belangrijkste conclusies van het Infoscan-onderzoek (pdf) naar informatiezoekgedrag dat de Hogeschool Gent in opdracht van De Ambrassade uitvoerde in België.

Aan vraagstukken geen gebrek bij de jeugd: welke studierichting wil ik kiezen? wat moet ik doen als ik gepest word? op welke politieke partij kan ik het beste stemmen? hoe ga ik om met mijn verliefdheid? enzovoort. Anno 2013 is informatie in overvloed aanwezig en toegankelijk, maar hoe gaan kinderen en jongeren met deze informatiestromen om? Deze Infoscan-studie brengt het informatienetwerk en de zoekstrategieën van kinderen (8-11), tieners (12-15) en jongeren (16+) in kaart.

Het onderzoek wijst uit dat hoe ouder men wordt, hoe meer informatiebronnen men rond een specifiek onderwerp raadpleegt. Terwijl kinderen vooral exploreren en uitproberen, weten jongeren veel beter welke infobronnen ze rond specifieke thema’s moeten aanspreken. Opvallend is ook dat het verifiëren van de informatie bij jongeren vanaf 16 jaar zes keer zo hoog is als bij 8-11-jarigen, en dubbel zo hoog als bij de 12-15-jarigen. Er is dus sprake van een leerproces. Kinderen en jongeren ontwikkelen zoekstrategieën door de tijd. Informatiezoekpatronen blijven echter wel complexe trajecten, waarbij het aftoetsen en combineren van verschillende bronnen, ook met de eigen voorkennis centraal staat.

Kinderen en jongeren starten hun zoektocht naar informatie binnen hun onmiddellijke omgeving. Ouders, vrienden en leerkrachten zijn belangrijke referentiepunten. Vaak gaan ze op zoek naar een expert in hun omgeving. Papa weet bijvoorbeeld veel over politiek, terwijl vriend Nicholas veel kennis heeft over fietsen en oudere zus Anna meer ervaren is op het vlak van relaties. Ook het internet is tegenwoordig heel nabij. Organisaties die zich verder van de alledaagse realiteit bevinden, scoren merkelijk lager.

informatiebronnen

Kinderen tussen 8 en 11 jaar gaan over het algemeen in eerste instantie bij hun ouders op zoek naar informatie. Daarnaast vinden ze de info die ze van papa of mama krijgen doorgaans het meest betrouwbaar. Voor tieners en jongeren blijven ouders de tweede belangrijkste informatiebron, na de digitale infobronnen. Ouders hebben dus een niet te onderschatten invloed als het gaat om informatie.

Google is als toegangspoort naar informatie ontzettend populair. In zes van de tien gevallen waarbij kinderen op zoek gaan naar informatie, gaan ze ondermeer via zoekgigant te rade. Bij jongeren stijgt dit tot acht op de tien keer.

Toch melden de ondervraagde respondenten dat het niet altijd eenvoudig is om iets te vinden in het enorme digitale aanbod. Sommige jongeren ervaren een virtuele overload. Dat verklaart misschien ook hun waardering van folders. Daarnaast geven kinderen, tieners en jongeren aan dat de informatie op sommige websites niet op hun maat is geschreven. Als het gaat om betrouwbaarheid van bronnen, vinden kinderen hun sociaal netwerk vaak geloofwaardiger dan het internet. Digitale bronnen worden niet alleen kritischer bekeken, maar ook als minder betrouwbaar beoordeeld dan gedrukte media.

Het versterken van informatiezoekvaardigheden wordt steeds belangrijker in deze informatiemaatschappij. Het is geen garantie dat kinderen en jongeren die opgroeien met allerhande informatietechnologie, ook begrijpen hoe je ermee om moet gaan. Het is dan ook van groot belang om er binnen het onderwijs en de thuisopvoeding aandacht aan te besteden, adviseren de onderzoekers.

Krachtig verbeelde waarschuwing: kindermisbruikers zijn ook smartphonemisbruikers

Innocence En Danger is een internationale non-profit organisatie die seksueel misbruik van kinderen probeert te bestrijden. Met onderstaande twee printadvertenties wordt duidelijk gemaakt dat het gevaar zich ook in smartphones schuilhoudt. Nu steeds meer kinderen en jongeren met een dergelijk mobiel apparaat rondlopen, uit het zicht van hun opvoeders, wordt ook de kans groter dat ze met ongewenste beelden en contacten geconfronteerd worden. Die boodschap komt over, simpel en subtiel, maar indrukwekkend.

Angst oproepen is één ding, maar waar is de bijdrage aan een oplossing?

"Sexual predators can hide in your child’s smartphone."

[Creatie door Herezie, Frankrijk; via Ads of the World]

Onderzoek Iene Miene Media 2013: ‘Een derde van de 1-jarigen gebruikt een tablet’

Tijdens de Media Ukkie Dagen, van 8 t/m 17 april 2013, staat de mediaopvoeding van jonge kinderen (0-6 jaar) centraal. In deze jaarlijkse campagne van Mediawijzer.net krijgen ouders tien dagen lang tips hoe ze op een bewuste manier de kansen kunnen benutten die media bieden. Bij de start van de tweede editie van de Media Ukkie Dagen is het rapport 'Iene Miene Media 2013' (pdf) gepresenteerd, gebaseerd op onderzoek* onder 1.001 ouders met kinderen tussen 0 en 7 jaar, verricht door stichting Mijn Kind Online in opdracht van Mediawijzer.net.

Hieruit blijkt een derde van de één-jarige kinderen geregeld of vaak op een tablet te spelen (in 2012 was dit nog een achtste). Bij de driejarigen is dit zelfs al meer dan de helft van de kinderen. Het merendeel van de ouders is positief over mediagebruik van hun kinderen. Ze zeggen dat het goed is voor de ontwikkeling van hun kind en voor later op school. Vooral educatieve spelletjes, geheugenspelletjes en filmpjes zijn populair. Vaders vinden het zelf belangrijker dan moeders om samen met hun ukkies op digitale media te spelen.

Opvallend is dat meer dan een derde (39%) van de ondervraagde ouders media in zet als rustmoment voor zichzelf of tegen verveling van het kind (37%), terwijl zowel moeders (46%) als vaders (40%) liever hebben dat hun kind met iets anders bezig is dan met digitale media. Vooral moeders geven de voorkeur aan gewoon speelgoed boven digitale media. Vaders hebben er minder problemen mee.

Ruim één op de drie kinderen speelt vaak met een smartphone als die in het gezin aanwezig is. Dit geldt zowel voor de jongste ukkies als voor de kleuters. Twee op de drie peuters weten al precies wat ze moeten doen om geluidjes of bewegingen op het scherm van de tablet te krijgen. En vier op de tien tweejarigen weten al hoe ze een computer moeten opstarten of afsluiten of hoe ze met een mobiele telefoon moeten bellen.

Het populairste is overigens nog steeds het voorleesboekje: 82% van alle kinderen tot 4 jaar leest of wordt regelmatig voorgelezen. Onder de 4 tot en met 7-jarigen is dat zelfs 95%.

“Ouders zijn betrokken mediaopvoeders, maar weten nog niet altijd hoe ze invulling moeten geven aan die mediaopvoeding van hun kind of wat geschikte media zijn.” [Remco Pijpers, MKO]

*De gegevens zijn in maart 2013 verzameld door het bureau No-Ties via een online enquête onder 495 moeders en 506 vaders met kinderen van 0 tot en met 7 jaar. Het onderzoek is een vervolg op het gelijknamige onderzoek uit 2012.

Tip: lees ook het artikel over 'The Touch-Screen Generation' in The Atlantic.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright © 2021