Examenspannen

Scholieren lui en niet betrokken?

De huidige generatie middelbare scholieren wordt vaak verweten dat ze lui zijn en totaal niet betrokken. Uit het OESO onderzoek dat onlangs gepubliceerd werd, bungelden de Hollandse scholieren wederom onderaan bij het hoofdstuk ‘motivatie’. Als oplossing wordt vaak genoemd dat het onderwijs persoonlijker moet; ‘op maat’ of ‘gedifferentieerd’. Toch wil ik graag een voorbeeld geven van hoe juist zoiets als de centraal georganiseerde eindexamens bij scholieren kunnen zorgen voor een explosie aan motivatie, saamhorigheidsgevoel en strijdbaarheid.

Hoe toch te enthousiasmeren, enkele voorbeelden!

Stel je een online platform voor, waarop een grote groep scholieren dagelijks actief is. Waarop vrijwel alle scholieren bijdragen, elkaar helpen, elkaar steunen en elkaar vermaken. Klinkt als een droom voor veel digi-onderwijsprofessionals. Tijdens de eindexamens kwam deze droom uit, en wel op het door jongerenmarketeers vrijwel afgeschreven Facebook. Een registratie.

Ergens vlak na de eindexamens van 2015 lanceerde Jon, eigenaar van Scholieren.com, uit speelsheid alvast het Facebookevent Centraal Eindexamen 2016 VMBO – HAVO – VWO. “Voor iedereen die de goede verhalen gehoord heeft en niet kan wachten”. Dit event was gelinkt aan de door Scholieren.com beheerde pagina Eindexamens 2016. Gedurende het schooljaar druppelden de deelnemers aan het event binnen, tot uiteindelijk 45.000 van de 200.000 examenkandidaten op ‘aanwezig’ stonden.

De examenperiode brak aan. Tegelijk met de examens, ontstond twee-en-een-halve week lang een superactieve community zowel op de Facebookpagina als in het bijbehorende event. Een aantal statistieken om te illustreren hoe actief de eindexamenkandidaten zelf waren:

  • Het aantal likes op de pagina Eindexamens 2016 steeg tijdens de examens van een paar honderd tot 6.500 duizend.
  • Ruim 600.000 unieke personen werden bereikt met de pagina en het event
  • Ruim 380.000 acties werden uitgevoerd, wat betekent dat berichten zijn gepost, geliked of gedeeld.

Tijdens de eindexamens waren vooral de grappige Facebookpolletjes en meme’s uitermate populair. Daarmee reflecteerden de scholieren zelf op de toetsen door in de vragen en antwoordopties toespelingen te maken op de examens. Zo vermaakten en steunden de kandidaten elkaar en gebruikten ze het event als een uitlaatklep om even te ontspannen. Het ‘elkaar helpen’ gebeurde eerder, zo vanaf eind maart. Scholieren deelden hun samenvattingen, hielpen elkaar met handige sites en tips en er was een levendige handel in examenbundels. En dit allemaal zonder dat een docent, ouder, organisatie of instantie dit aanmoedigde.

Toetsweken centraliseren?

Het valt ons elk jaar weer op dat de examenperiode een periode is van extreme verbondenheid en strijdbaarheid onder scholieren onderling. Iedereen streeft immers naar hetzelfde doel: dat diploma binnenslepen. Je ziet het aan het enorme aantal klachten (samen klagen schept een band) en ook aan de bezoekersrecords die op Scholieren.com elk jaar weer gebroken worden (dit jaar hadden we voor het eerst meer dan een miljoen pageviews op de examenblogs).

Natuurlijk zien wij ook kansen in het motiveren van scholieren door ze gepersonaliseerde lessen aan te bieden die aansluiten bij hun talenten en interesses. Alleen als alles gepersonaliseerd wordt, verlies je ook dat mooie saamhorigheidsgevoel dat een gezamenlijk ‘strijd’ kan bieden. Het is zelfs bijna jammer dat dit hoogtepunt van motivatie slechts een keer per jaar plaatsvindt, tijdens die twee-en-een-halve week in mei. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar wat als we in plaats van het afschaffen van de centrale examens eens álle toetsweken zouden centraliseren?

roos smetsers_150

Roos Smetsers (26), algemeen directeur bij Scholieren.com. Ik heb communicatiewetenschappen gestudeerd, gevolgd door een master Jeugdstudies. Mijn baan bij Scholieren.com is een ideale combinatie van deze twee studies. Ik ben hier in 2011 begonnen met een bijbaan naast mijn studie. Inmiddels bepaal ik samen met eigenaar Jon Geerars de koers en stuur ik de techniek en redactie aan. Ik vind het vooral tof dat Scholieren.com zo middenin de doelgroep staat. Wekelijks werken er scholieren bij ons op kantoor en we hebben een creatieve groep jonge bloggers in dienst. Het is elke dag een feestje om te werken aan onze missie: scholieren in staat stellen elkaar te helpen. Samen ben je slimmer!”

 

Overheid geeft de voedingsindustrie opdracht maatregelen te treffen in kindermarketing

Goed nieuws: er is steeds meer aandacht voor het onderwerp kindermarketing van (ongezonde) voedingsmiddelen. Onlangs pleitte ik samen met mijn partners van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding bij de politiek voor strengere maatregelen, en met succes: De Tweede Kamer en staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid hebben zich weer (31 maart jl.) actief gemengd in de discussie wat wel of niet acceptabel is.

Zo deed staatssecretaris Van Rijn een oproep aan de voedingsindustrie om met de volgende maatregelen te komen:

  1. Verpakkingsmaatregelen rondom de inzet van kinderidolen
  2. De jaarlijkse monitoring naar kindermarketing van voedingsmiddelen door de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI) moet meer mediakanalen omvatten.

Kinderidolen: ieders kind beste vriend

Zoals iedereen weet zijn kinderen makkelijk te verleiden met verpakkingen voorzien van hun grote idool. Bijvoorbeeld, K3. Vaak worden kinderen op jonge leeftijd al beïnvloed, terwijl van alle productverpakkingen met een verkoopstrategie gericht op kinderen zo’n 90% voor ongezond eten en drinken is (Van Assema, 2011). Ik ben dan ook blij te horen dat Van Rijn de voedingsindustrie vraagt om met concrete maatregelen te komen om deze vorm van verleiding voor ongezonde voedingsmiddelen te beperken. Ik weet er wel raad mee: zet kinderidolen (dan wel getekende- en/of animatiefiguren) uitsluitend in voor gezonde voedingsmiddelen, zoals groente en fruit.

20160422-Blog-(2)-Foto_foodwatch-overgewicht-bij-kinderen-verpakkingen

Foto: foodwatch

Scope monitoring kindermarketing moet breder en onafhankelijker worden gedaan

Het idee dat we willen weten in welke mate de voedingsindustrie zich houdt aan de regels voor kindermarketing van (ongezonde) voedingsmiddelen juich ik van harte toe. Er zijn wel 35 vormen van marketing. Bijvoorbeeld: tv, radio, bioscoop, print, online (vloggers, websites, viral, online chat, filmpjes, sociale netwerken, (video/adver) games), mobiele telefoon (sms, games), apps, sponsorship, productplaatsing, peer-to-peer, sales promotie, email, direct marketing, kidsclubs, films, verpakking, point-of-sale-materiaal etc. Uitsluitend over een 3-tal verantwoording afleggen is dan erg summier.

Erg fijn dat de scope van de monitoring dus (enigszins, want nog niet alle vormen worden meegenomen) wordt verbreed, maar eigenlijk zou het onafhankelijk moeten zijn, want:

  • Monitoring wordt op dit moment gedaan door de Afdeling Compliance van de Stichting Reclamecode, dit in opdracht van de voedingsmiddelenindustrie. Doordat de FNLI bepaalt wanneer de monitoring plaatsvindt, kan de situatie zich voordoen dat haar leden op voorhand worden gewaarschuwd over de aankomende monitoring. In welke mate worden dan de resultaten beïnvloed?
  • Ander punt is welk deel van het monitoringsrapport uiteindelijk openbaar wordt gemaakt. Zo heeft de FNLI bijvoorbeeld ervoor gekozen het rapport over 2014 in zijn geheel niet te openbaren.

 

Voorstel volgende oproep Van Rijn aan voedingsindustrie

Mijn suggestie voor de volgende oproep van Van Rijn aan de voedingsindustrie is het volgende: aanscherping van de voedingscriteria zodat kindermarketing van bijvoorbeeld frisdrank, chips, koekjes en ijs niet meer mogelijk is.

 

Carolien-Martens-hartstichtingAuteur: Carolien Martens, Relatiemanager Public Affairs, Hartstichting

De Hartstichting is initiatiefnemer en partner van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding; een actief samenwerkingsverband dat de strijd aangaat tegen op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen. Lees ons volledige standpunt op: www.stopkindermarketing.nl.

 

Meten is Weten!

Nederland is en blijft een fietsland, voor jong en oud. Er zijn zelfs meer fietsen in Nederland dan dat er mensen zijn. Op iedere hoek van de straat zit de bekende fietsenmaker die er al jaren zit en de zaak van zijn ouders of grootouders heeft overgenomen. Of de talloze online shops waarbij een kinderfiets al de volgende dag thuis bezorgd wordt.

‘Kunstjes’

We hebben het vroeger allemaal gedaan en ervaren; even een rondje fietsen op de fiets van jouw oudere broer of zus. Of op de fiets van jouw kleine buurmeisje, om te voelen ‘hoe dat ook al weer was’, terwijl je zelf net 8 jaar oud was.

Loekie meten is wetenIk kan me nog goed herinneren hoe ik op een eigenlijk veel te grote fiets stapte, nét niet bij het zadel kon en al staand een rondje door de straat reed. Waarbij ik de bochten zoveel mogelijk vermeed, omdat ik dan eigenlijk moest afstappen door te weinig balans en te weinig snelheid. Maar wat vond ik mezelf stoer!

Iets minder stoer vond ik mezelf toen ik op die kleine fiets van mijn buurmeisje, die nog met zijwieltjes fietste, in volle vaart onderuit ging. Nooit gedacht dat het zo moeilijk kon zijn om weer met zijwieltjes te fietsen.

Zoals iedereen vast weleens gekke stunts op de fiets uithaalde, heb ik dat ook volop gedaan met mijn zusje en vriendinnen. Met zijn drieën op één fiets, waarbij iemand op het zadel zat, iemand op de trappers stond en fietste en waarbij de derde het liefste op het achterrekje stónd. Allemaal niet volgens de voorschriften, zeker niet nu ik productmanager ben van kinderfietsen, maar wel onwijs leuk! Of achterop bij een vriendin waarbij je dan achterste voren op het achterrekje ging zitten, of nog gekker, de armen ging kruizen op je stuur. Linkerhand op je rechter handvat, en je rechterhand op het linker handvat. Dat heb ik helaas moeten bekopen met een traan.

Welke maat fiets kind

Maar de vraag als ouder blijft; wat is de juiste maat voor een kinderfiets? Je wilt niet binnen een jaar en een groeispurt verder wéér een nieuwe fiets voor jouw kind aanschaffen. Daarom een paar vuistregels en tips om de juiste maat kinderfiets te kopen.

  1. Kinderfietsen worden in inches weergegeven. De inchmaat is de doorsnede van de fietsband.
  2. Koop een fiets nooit op de groei. Een kind moet op het zadel kunnen zitten, bij de trappers kunnen, en met beide voeten bij de grond komen om het evenwicht te bewaren.
  3. De binnenbeenlengte geeft de juiste maat van de fiets weer. Als je de binnenbeenlengte weet van jouw kind, is het uitzoeken van een kinderfiets wat eenvoudiger. Zet de benen ongeveer 15 centimeter uit elkaar, en meet de lengte van het kruis loodrecht tot de grond. Dit is de minimale maat van de fiets die jouw kind nodig heeft, waarbij het zadel nog verder omhoog gezet kan worden naar mate jouw kind groeit.
  4. De kledingmaat geeft ook een goede indicatie om de juiste maat kinderfiets te kopen, maar is iets onnauwkeuriger dan de binnenbeenlengte. Bekijk de tabel om te zien welke inchmaat fiets bij jouw kind past.
  5. Wist je dat de lengte van jouw kind de kledingmaat weergeeft? Zo heb je dubbel voordeel van de tabel!
  6. Bepaal eerst welke maat jouw kind nodig heeft, alvorens de fiets uit te zoeken. Als een kind eenmaal een mooie fiets heeft gezien, die niet in de juiste maat leverbaar is, is de kans groot dat je toch met de verkeerde maat fiets naar huis gaat. Iets zoals die mooie schoenen toch maar kopen terwijl ze net een maatje te klein zijn…

Maattabel kinderfiets

Leeftijd (in jaren)

 

Kledingmaat/lengte

 

Binnenbeenlengte (in cm)

 

Inchmaat

 

3 – 4 92-104

 

43-53

 

12,5 inch

 

4 – 6 104-116

 

54-56

 

16 inch

 

4 – 8 110-122 57-59 18 inch

 

5 – 8

 

116-122

 

60-69

 

20 inch

 

5 – 9

 

122-128

 

63-73

 

22 inch

 

8-10

 

134-140

 

74-77

 

24 inch

 

9-12

 

146-158

 

78-81

 

26 inch

 

Auteur:

Sanne Weber, 25 jaar en werkzaam als Productmanager bij Loekie. Na mijn studie Communicatie in Utrecht en mijn Master of Business in Australië, ben ik aan de slag gegaan bij Sparta als Online Marketeer wat in eerste instantie een tijdelijke functie was. Gelukkig ben ik aan boord bij Sparta/Loekie gebleven. Ik heb een ontzettend leuke baan waarbij ik de marktbehoefte vertaal naar onze producten en deze dan weer in de markt positioneer. Een compleet plaatje waar ik mijn eigen draai kan geven aan de leukste kinderfietsen van Nederland!

Ruzies en leuke filmpjes in de groepsapp

‘Kijk eens wat een leuk filmpje, mama.’ Daar krijg ik inderdaad een grappig filmpje van mijn dochter en haar vriendinnen onder mijn neus geduwd. Hun armen versneld draaiend, hun gezichten vervormd met een grappig deuntje eronder. Ook de kat en de cavia hebben geregeld hoofdrollen in haar producties. Mijn 11-jarige heeft de app Musically ontdekt.

Socialemediagebruik

“Ik kan het allemaal niet bijhouden wat ze doen”, hoor ik ouders vaak verzuchten op ouderavonden over het socialemediagebruik van hun kinderen. “Er is iedere week wel iets nieuws.” Dus laten ze het maar gaan en moeten kinderen hun eigen weg op sociale media zien te vinden. Dat is jammer. Het is onmiskenbaar waar dat kinderen de techniek van nieuwe apparaten en apps beter beheersen dan veel ouders. Ook de lol zien zij er direct van in. Maar de inhoud, hoe je bijvoorbeeld met elkaar communiceert per app, is niet altijd meteen duidelijk. Zonder gezichtsuitdrukking en non-verbaal gedrag kun je woorden nogal eens verkeerd uitleggen. Wat zeg je wel en niet in een groepsapp? Wordt een geintje door de ontvanger ook zo ervaren? Welke foto’s van anderen zet je wel en niet in de groep? Wat doe je als je het niet meer zo leuk vindt? Daarin hebben ouders en docenten een belangrijke rol.

Tips en adviezen online

Socialbesitas-logo111Zeker omdat kinderen steeds vroeger een telefoon krijgen (vanaf groep zes). Waarom moet een kind van negen/tien jaar alles alleen uitvogelen? Dan doen we ook offline niet. Dan zitten de meeste ouders er bovenop; we willen weten met wie en waar onze kinderen spelen. Online zou dat ook niet gek zijn. Juist op die leeftijd zijn kinderen heel ontvankelijk voor tips en adviezen. Mits die gegeven worden door ouders/docenten die de lol van de kinderen proberen te snappen. Als je meekijkt, begrijp je ook beter wat wel en niet geschikt is, wordt het gemakkelijker om grenzen te stellen en komen kinderen eerder naar je toe als het misgaat op de appgroep.

En natuurlijk is dat niet eenvoudig. Mijn dochter werd een keer door een klasgenootje voor ‘monchol’ uitgemaakt in de huiswerkgroepsapp, nadat ze had opgemerkt dat het rondsturen van dertig regels aan emoij niet geschikt was voor deze app. Dochter was boos en wilde direct terug appen. Begrijpelijk maar niet echt handig. Na even stoom afgeblazen te hebben, was ze daarna ook wel blij dat ze niet had gereageerd. Hoe lastig is het om je schouders op te halen en je zelfbeheersing niet te verliezen als je gekwetst wordt? Niet alleen voor kinderen. Wij moeten onze kinderen niet het bos in sturen met de boodschap ‘zoek het maar zelf uit op sociale media’. Onze kinderen hebben ons daarbij nodig. Ook als publiek voor de leuke filmpjes en foto’s die ze maken.

Mayke Calis is journalist en tekstschrijver. Ze schreef samen met verslavingsdeskundige Herm Kisjes het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving. Naast haar schrijfwerk geeft ze ook ouderavonden op scholen (po en vo) over socialemediagebruik onder jongeren. www.maykecalis.nl en www.socialbesitas.nl.

Van Netflix tot de Gierige Gasten

Nieuwe cijfers over bewegend beeld & jongeren

Fascinerend, om te zien en te horen hoe allerlei deskundigen in de afgelopen maanden los gingen op de ondergang van V&D. Hoe verouderd de winkelformule wel niet was, hoe weinig lijn er in de strategie had gezeten, hoe het warenhuis zichzelf in de loop der jaren overbodig had gemaakt.

 

Maar toch had de V&D ook wel oog voor nieuwe ontwikkelingen. Vorig jaar liep ik bijvoorbeeld over de Schoolcampus en struikelde over de kartonnen borden van Teske de Schepper. Bijna full-size, lachend en met kaftpapier in haar armen moedigde ze scholieren aan om toch vooral hun schoolspullen bij de V&D te kopen. Er stond nog net niet onder: “Ze hebben het nodig!”

 

Ik had haar vlog over dit onderwerp natuurlijk gemist. Dat zou trouwens ook zo zijn geweest als ik nog een middelbare scholier was, want ik neig toch wat meer naar een ander soort content. Maar goed, anders had ik geweten dat Teske het helemáál niet leuk vond op de middelbare school, maar er wel altijd heel erg naar uit keek om schoolspullen te gaan kopen.

 

Het fenomeen ‘vloggers’ en ‘YouTubers’ neemt inmiddels een enorme vlucht. Een beetje middelbare scholier wil tegenwoordig YouTuber worden en is ook al vol optimisme begonnen. En ook adverteerders die jongeren willen bereiken hebben het over bijna niets anders. Iedereen lijkt het erover eens dat tv “dood” is onder jongeren. En dat Facebook er tegenwoordig alleen nog maar voor ouders is, “en wie wil er nou op hetzelfde netwerk zitten als zijn moeder.” Je moet toch wat als je jongeren wil bereiken: deze jonge influencers vormen een uitkomst.

 

Het is absoluut zo dat bewegend beeld steeds belangrijker wordt voor jongeren. In hun vrije tijd, op school, onderweg … Daarom besteden we in de nieuwe editie van ons Jongerenonderzoek, Jongeren 2015/2016, uitgebreid aandacht aan bewegend beeld.

 

Wat blijkt onder meer uit dit onderzoek? Ik beperk me even tot middelbare scholieren en studenten. Op de eerste plaats dat televisie nog niet zo dood is als vaak beweerd wordt. Meer dan 70% van alle scholieren en studenten kijkt nog steeds iedere dag ‘live’ televisie. Denk aan programma’s die ze meteen willen zien, zoals voetbalwedstrijden of Widm. Of aan het meekijken op verloren momenten met (delen van) programma’s die door andere gezinsleden bekeken worden.
Ook zien we dat het kijken naar betaalde zenders steeds belangrijker wordt. 35% van de scholieren en studenten kijkt iedere dag naar één of meer betaalde zenders. Netflix neemt op dit terrein een sterke positie in en zou nog veel meer bekeken worden als de zender gratis zou zijn.

Verder kijkt 56% iedere dag ook nog ‘uitgesteld’ televisie. Bijvoorbeeld naar GTST.
In het medium televisie zit dus nog steeds beweging.

Maar het wordt wel minder belangrijk. Het percentage jongeren dat iedere dag naar video’s op YouTube kijkt is inmiddels groter dan het % kijkers naar televisie: 85%. En daar draagt die steeds groter worden groep YouTubers natuurlijk actief aan bij.

Op een gemiddelde dag kijkt:
85% naar video’s op YouTube. Bijna 10% doet dit 2 uur of langer per dag.
71% ‘live’ televisie. Het grootste deel hiervan kijkt minder dan een uur.
56% ‘uitgesteld’ televisie. Ook in dit geval kijkt het grootste deel minder dan een uur.
35% naar een betaalde zender. Bijvoorbeeld naar Netflix.

Bron: Qrius; Jongeren 2015/2016; april 2016. De cijfers hebben betrekking op middelbare scholieren en studenten.

 

 

Het onderzoek laat ook zien hoe enorm de diversiteit aan influencers is die door jongeren gevolgd worden. Het zijn er duizenden, met vaak aansprekende namen, van Croco Jill tot Danisnotonfire en van Gekke Markie tot Gierige Gasten. Dat maakt het lastig voor een adverteerder om te bepalen wie hij het beste uit kan kiezen en welke ‘mix’ aan vloggers en/of YouTubers de meeste kans biedt op succes.

 

Tot slot nog even terug naar Teske. Helaas heeft haar sympathieke steun de V&D en de Schoolcampus niet kunnen redden, evenmin als de steun van Mert en Lifesplash. Nu ben ik benieuwd welke leveranciers van schoolspullen, vloggers en YouTubers gaan proberen om dit gat succesvol op te vullen. Ik heb al wel een vermoeden …

Paul Sikkema is directeur van Qrius (van het Engelse ‘curious’; gespecialiseerd in onderzoek onder kinderen en jongeren) en medeoprichter van Nowsy (communicatie gericht op jonge doelgroepen).

De gegevens zijn afkomstig uit de nieuwe editie van ons Jongerenonderzoek, Jongeren 2015/2016, die in april verschijnt.

 

Paul Sikkema1

 

 

 

 

 

Paul Sikkema2

Emoji-marketing: beelden zeggen meer dan 1000 woorden

Chat apps, zoals WhatsApp, worden steeds populairder onder jongeren. Zo heeft WhatsApp met 9,8 miljoen gebruikers in Nederland inmiddels Facebook (9,6 miljoen gebruikers) verslagen. Deze verschuiving naar chat apps is een trend die vooral bij jongeren wordt waargenomen en is te verklaren doordat ze niet meer hun hele leven publiekelijk met alles en iedereen willen delen. Dus stappen jongeren massaal over naar chat apps waar ze in kleine, hechte groepjes met elkaar communiceren. Wie vandaag de dag jongeren wil bereiken doet er dus slim aan om mogelijkheden via chat apps te overwegen. Maar hoe? Want hoewel chat apps marketeers een enorme kans biedt om hun doelgroep te bereiken, zijn de advertentiemogelijkheden via deze apps op dit moment beperkt. Maar kansen zijn er om niet onbenut te laten, en dus ontwikkelt emoji-marketing zich op dit moment in rap tempo.

Emoji is een taal die bestaat uit de bekende kleine afbeeldingen die je mee kan sturen met berichten. Een taal die wereldwijd geaccepteerd wordt (zeker door jongeren) en ook nog eens universeel bruikbaar is. Emoji bestond in eerste instantie uit slechts een paar afbeeldingen die bedoeld waren om emoties toe te voegen aan een tekstbericht. Maar inmiddels bestaat de standaardlijst (Unicode Standard) uit honderden afbeeldingen die jaarlijks steeds verder wordt uitgebreid. Voor 2016 zijn 57 potentiële nieuwe emoji’s geselecteerd, waaronder de selfie. Dat emoji’s steeds populairder worden zie je bijvoorbeeld ook doordat winkels als CoolCat shirtjes verkopen met afbeeldingen van populaire emoji’s. Maar het gaat veel verder. Want wat dacht je van een boek compleet vertaald met emoji’s? Peter Pan en de bijbel kan je al in deze nieuwe taal ‘lezen’.

 

Dagelijks worden er wereldwijd miljarden berichten via chat apps verstuurd die gedeeltelijk en soms zelfs volledig uit emoji’s bestaan. Emoji’s worden vooral door jongeren gebruikt om zich te onderscheiden en gevoelens uit te drukken. Maar de standaard emoji’s kennen de jongeren nu wel. En echt onderscheidend zijn ze hier niet meer mee. Dus zijn jongeren op zoek naar nieuwe emoji’s. Bijvoorbeeld door zelf emoji’s te maken. Of door gebruik te maken van branded emoji’s. En omdat branded emoji’s vaak subtiel naar een merk verwijzen, zullen jongeren dit niet zo zeer als reclame bestempelen en dus veel eerder accepteren dan reguliere online marketinguitingen. Coca Cola was een van de eerste bedrijven die met hun EmotiCoke insprong op deze nieuwste vorm van marketing. Maar ook bedrijven als Ikea, Vodafone en Unicef ontwikkelden al hun eigen emoji’s. Of neem het voorbeeld van Unilever die ontdekte dat er geen emoji’s met krullend haar waren. Hier koppelde ze een shampoo-merk aan en voilà hun emoji-marketingcampagne was een feit.

 

Dat emoji’s niet meer weg te denken zijn uit online communicatie bij jongeren is nu wel duidelijk. Maar wat vinden jullie van het idee om emoji’s te integreren in jullie marketingstrategie? Zien jullie hier potentie in? Of laten jullie deze hype links liggen?

 

Ingelien Poutsma is afgestudeerd in de richting Youth & Media en werkt nu als marketingmanager bij MEIS & MAAS. Een jeugduitgeverij die werkt met merken als LEGO®, Star Wars en Minecraft. ‘Ik ben van mening dat het cruciaal is om kids en jongeren te betrekken bij de ontwikkeling van producten en campagnes. Met hun eigen ideeën, idealen en motivaties weten ze mij keer op keer te verrassen. Ik ga dan ook graag en vaak met de doelgroep in gesprek’.

 

Voelen is onthouden

Elke dag zijn wij bij Blink bezig kinderen en jongeren uit te dagen om zichzelf en hun talenten te ontwikkelen en de wereld te ontdekken. Dat doen we met concepten voor thuis en op school zoals tijdschriften, websites, apps en digitale lesmethoden.

Als je kinderen en jongeren echt wilt prikkelen of stimuleren in hun ontwikkeling dan is het belangrijk de juiste snaar te raken. Want als je iets eenmaal echt hebt gevoeld of ervaren dan onthoud je het ook. Dit wordt de laatste jaren ook nog eens ondersteund door hersenonderzoek – bij een emotie blijkt er in onze hersenen een stof vrij te komen die maakt dat we dingen beter onthouden. We hebben o.a. veel gesproken met Jelle Jolles van de Vrije universiteit van Amsterdam: “Emoties zijn de motoren van de herinnering”. En ook met Erik Scherder over de effecten van muziek op het brein.

Maar hoe zorg je ervoor dat je, met deze wetenschap in je achterhoofd, een kind echt raakt? Dat is nog niet zo eenvoudig en begint al ver voor een product idee, door op zoek te gaan naar de wezenlijke drijfveren van kinderen. Wij doen dat door elke dag weer met een frisse nieuwsgierige blik te kijken naar wat kinderen bezighoudt en waarom. Niet achter een bureau maar in co-creatie met kinderen, ouders, leerkrachten, experts en creatieven.

Er zijn een aantal factoren die er mede voor zorgen dat je ook echt achter blijft op “de harde schijf” van een kind. Dan & Chip Heat hebben hier veel interessants over te melden in hun boek Made to stick, Why some ideas survive and others don’t.

Je hebt de plakfactor als je een verhaal of een boodschap hebt gebracht die goed te begrijpen is, die onthouden wordt en die effectief is in het veranderen van gedachten of gedrag.

Deze zes principes helpen om dit voor elkaar te krijgen:

  • Houd het simpel: Wat is de kern van de boodschap die je over wilt brengen? Hanteer de kunst van het weglaten. Maar let op, een boodschap moet niet alleen kort zijn, maar vooral ook ‘diep’, dus echt betekenis hebben. Niet perse eenvoudig, maar de essentie rakend.

Dus niet: Zonnen, de voorzorgsmaatregelen en gevaren. Maar bijvoorbeeld: Zonnen, hoe vroegtijdig oud te worden.

  • Onverwachts: Hoe trek je de aandacht? Probeer tegen de verwachtingen in te gaan. Het gaat niet alleen om verrassen, maar ook om interesse en nieuwsgierigheid opwekken. Zo ging warenhuis Nordstorm, het overhemd strijken voor een klant die het meteen aan moest.
  • Ben concreet: Hoe maak je je ideeën duidelijk? Niet door vage woorden, wel door concrete voorbeelden en krachtige beelden. Niet voor niks is er het spreekwoord ‘een beeld zegt meer dan duizend woorden’.
  • Geloofwaardigheid is belangrijk: Hoe zorg je dat mensen je ideeën of je boodschap ook geloven? Het helpt als de boodschap ‘in zichzelf geloofwaardig’ is en als mensen dat ook voor zichzelf kunnen nagaan.
  • Emotioneel: We zitten zo in elkaar dat we iets voelen voor mensen en niet voor statistieken. Indrukwekkende cijfers over hongersnood hebben minder effect dan het verhaal over het leven van een arm zevenjarig meisje.
  • Story-telling. Hoe zorg je dat mensen ook het gewenste egdrag gaan vertonen? Verhalen helpen daar bij en zijn een soort blauwdruk “hoe je te gedragen”

Hoe wezenlijk deze principes ook zijn, uiteindelijk geven de gebruikers van je product of dienst je antwoord op de vraag hoe goed je product of dienst is. Daarom gaat er geen dag voorbij of wij zijn op wat voor manier dan ook in co-creatie met kinderen en hun omgeving. Om echt het verschil te maken.

[Auteur] Yvonne Keasberry, directeur Blink media. Blink ondersteunt ouders, leerkrachten en andere partners met concepten voor kinderen voor thuis en op school zoals tijdschriften, websites, apps en digitale lesmethodes.

 

Wordt mijn zoon ooit weer een buitenkind?

Ik had een typisch buitenkind. Tenminste, dat vond de pedagogisch medewerkster van het in de bossen gelegen kinderdagverblijf. Zelf opgeroeid als buitenmeisje wist ik niet beter. In mijn ogen is elk kind een buitenkind. Als je hem maar de gelegenheid biedt om op avontuur te gaan.
Dus gingen wij samen op expeditie met de boswachter, klimmen in het klimbos, uitwaaien op de Waddeneilanden, in het donker speuren naar vleermuizen, zwemmen in de rivier, wildkamperen en vuurtjes stoken. Hij vond het heerlijk en ontwikkelde zich tot een kind vol zelfvertrouwen en met een levendige belangstelling in alles om hem heen. Het liefst was hij met zand, water en stenen in de weer. En hij droomde ervan om stratenmaker te worden.

Nu is hij 13 en een brugklasser. Bouwen doet hij nu op Minecraft. Op zijn eigen server chat hij met andere gamers en kijkt onafgebroken naar Minecraft idolen op YouTube. Het boeit hem mateloos. Hij wordt er ingezogen en als niemand buiten het scherm iets van hem vraagt blijft hij in die wereld. Mee naar buiten, nee liever niet!

 

OERRR

natuurmonumentenEn dan roep ik, samen met mijn collega’s van Natuurmonumenten: ‘Alle kinderen naar buiten!’ OERRR is buiten, overal en altijd. Kinderen op jonge leeftijd betrekken bij de natuur is investeren in de natuurbeschermers van de toekomst. Helemaal waar, maar wat doen we met mijn tot binnenkind getransformeerde buitenkind? Juist op deze leeftijd heeft hij zoveel te bieden. Hij staat zelfstandiger in het leven en is zich meer bewust van de wereld. Hij bruist van de creativiteit, kan nog volop vrij denken en opkomen voor de natuur en voor de dieren.

Ik wil hem en andere OERRR kinderen graag betrokken houden, maar de vraag is hoe?

Binnenkort starten we met een kwalitatief onderzoek. We gaan jongeren én hun ouders vragen wat hun interesse heeft. Wat sluit aan bij hun belevingswereld? Welke mogelijkheden biedt online voor deze leeftijdsgroep en hoe kunnen we ze het beste bereiken?

Een natuurbewuste volwassene

Eerlijk gezegd, vraag ik me soms vertwijfeld af of ik het maar los moet laten. En erop vertrouwen, dat in zijn kindertijd de basis voldoende is gelegd. Onderzoek beweert namelijk dat ‘een magisch natuurmoment in je jonge leven voldoende is om later een natuurbewuste volwassene te worden’. Laatst vond ik een stukje ijs van een bevroren plas water in het vriesvak. Had mijn Minecrafter meegenomen. Op mijn vraag waarom, kreeg ik als antwoord: “gewoon omdat het zo mooi is.” Mijn brugklasser van 13 jaar, een coole gast in de gamewereld maar ook nog gewoon een kind die gefascineerd blijft door de natuur. Is er dan toch nog hoop?

Wat vind jij? Deze leeftijdsgroep laten gaan? Of kunnen we ze er bij betrekken? Ik hoor graag wat jij er van vindt.

 

Wat is OERRR

In bomen klimmen, buiten ravotten of op ontdekkingsreis in de tuin. Daar worden kinderen blij van. Dat is OERRR. OERRR is het jeugdprogramma van Natuurmonumenten dat alle kinderen van 0 tot 12 jaar zelf de natuur laat ontdekken. www.OERRR.NL

 

Door: Ine Kelderman
natuurmonumenten1
Ine Kelderman, 52 jaar, is sinds 2013 verantwoordelijk voor de landelijke communicatie en marketing voor OERRR. Zij begon in 1998 als educatief medewerker bij bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek waar ze gezinnen, kinderen en schoolklassen begeleidde bij het ontdekken en beleven van de natuur. Vanaf 2008 ontwikkelde zij belevingsactiviteiten, speurtochten en tentoonstellingen, organiseerde Wilde Buiten Dagen en diverse jeugdactiviteiten in de regio Noord-Holland en Utrecht.

Ine is moeder van een 13 jarige zoon, houd van fietsen, kanoën, kamperen, moestuinen, koken op een houtvuur en natuurspeelplekken.

Hoe leren jongeren in 2016?

 

Zijn jongeren voldoende voorbereid op de toekomst? Nee, zegt professor Geert ten Dam, nieuw SER-kroonlid in een interview met ScienceGuide.

Stedelijk museum en Snapchat

Jongeren in 2016 willen wel leren maar het moet voor hen vooral relevant zijn en betekenisvol. Een van hun grootste klachten is dat ze geen verbinding kunnen maken met de wereld buiten de school of instelling. En dat terwijl technologie zulke mooie kansen biedt voor het verbinden met die wereld, fysiek en virtueel. Een recent voorbeeld hiervan laat het Stedelijk museum zien dat via Snapchat de moeilijk te bereiken jongeren tussen 12 en 20 jaar prikkelt tot een bezoek aan het museum. Voor het hele artikel over inzet Snapchat voor doelgroep jongeren zie Adformatie.

 

Blurred learning

malmbergBovenstaand thema is wat ons elke dag in ons werk drijft als business developers bij Malmberg. Wij zien dat leren al lang niet meer beperkt is tot de formele situatie van de school, grenzen vervagen op zo veel manieren. In onze eerste blog willen we jullie laten proeven van een aantal uitingen van wat wij ‘blurred learning’ noemen.

 

Een populair karakter als Donald Duck beleeft in Duckstad vele avonturen, maar ook daar wordt spelenderwijs geleerd. Zo staat deze week het getal Pi centraal en inspireert Donald Duck jongeren om wiskunde vanuit een andere wereld te ontdekken. School en thuis lopen zo naadloos in elkaar over. We weten ook uit recent Europees onderzoek over de dynamische identiteit van jongeren dat zij leren door te ervaren en dat ze alles wat ze interessant vinden zonder poespas en vanzelfsprekend toevoegen aan de wereld die ze kennen. Voor een korte samenvatting verwijzen we naar Frankwatching.

 

Fysieke en virtuele wereld

Een derde grens die vervaagt heeft alles te maken met nieuwe technologieën en vaardigheden die kinderen hiermee kunnen ontwikkelen om goed voorbereid te zijn op hun toekomst: creativiteit, probleemoplossend vermogen, dingen met elkaar in verbinding brengen, kritisch denken, zelfstandig werken, samenwerken.

 

Hieronder een aantal voorbeelden van hoe de fysieke en virtuele wereld steeds vaker in elkaar overlopen en jongeren de kans bieden om persoonlijk ervaringen op te doen.

3D kidsprinter

malmberg2Mattel lanceert binnenkort de ThingMaker, een 3D kids printer   waarmee kinderen hun eigen speelgoed kunnen maken.

DE trend voor 2016 Virtual reality: Google expedition biedt een prachtige ingang voor het onderwijs. En hier transformeert McDonald’s de Happy Meal dozen naar Happy Goggles (aka virtual reality brillen).

 

malmberg3En hoe vaak hoor je ouders niet klagen over het feit dat hun kinderen alleen nog maar een swipe beweging kunnen maken en de resultaten van hun ‘werk’ niet tastbaar kunnen delen met ouders en omgeving. Daar heeft het bedrijf Osmo een eenvoudige oplossing voor gevonden met een eenvoudige reflector die de 2 werelden op en buiten het scherm met elkaar verbindt..

 

Twee werelden verbinden

Deze voorbeelden laten zien dat informeel en formeel leren ondersteund door de technologie, steeds meer door elkaar lopen en jongeren de kans biedt de verschillende werelden waarin ze leven wel zinvol met elkaar te verbinden.

En om terug te keren bij Donald Duck en zijn vrienden in de Duckstad wereld: als je werelden verbindt, vervagen ook grenzen tussen hoe partijen kunnen samenwerken

https://www.supportervanschoon.nl/campagnes/donald-duck-actie/

 

Door: Natasja Corver en Hans Prins

 

malmberg4Natasja Corver werkt als senior business developer bij Malmberg en zoekt in haar werk de verbinding tussen leren, jongeren en de snel veranderende wereld om ons heen.
natasja.corver@malmberg.nl
@natasjacorver

https://nl.linkedin.com/in/natasjacorver

 

 

malmberg5Hans Prins werkt als senior business developer bij Malmberg aan de implementatie van adaptief leren. Samen met scholen uitvinden hoe het leren leuker en efficiënter kan zijn is zijn drijfveer.

Hans.prins@malmberg.nl

https://nl.linkedin.com/in/hans-prins-5308627

 

 

De ondergang van (kinder)reclame op TV

Nee, ik wil het niet hebben over de vele regels of het zoveelste debat over wat etisch kan, gewoon wat harde feiten.

Vorige maand kwam de Econopolis met ontstellende cijfers over de leeftijd van de gemiddelde TV – kijker (http://deredactie.be/permalink/1.2583278). Nu is gemiddeld altijd heel relatief – zo trekt een 90-jarige kijker dat gemiddelde flink omhoog – maar de uitkomst was toch op zijn zachts gezegd schokkend : 53,3 jaar en bij de openbare omroep zelf loopt dit zelfs op tot boven de 57 jaar. Ik mag veronderstellen dat de cijfers in Nederland gelijklopend zijn.

Wat wellicht nog verrassender is als de gemiddelde leeftijd, is het gedrag van de gemiddelde adverteerder. Hoewel je uit de cijfers mag afleiden dat kinderen en jongeren nooit minder liniear gekeken hebben dan vandaag, pompen adverteerders jaarlijks miljoenen in wat ze zelf zo mooi omschrijven als VVA 18 – 35.
Gek, als je bedenkt dat de gemiddelde kijker dus ouder is dan 53 jaar … Tijd voor verandering zou je denken.

Maar blijkbaar weten veel mediabedrijven niet goed hoe ze voor hun klanten kunnen inspelen op deze online veranderingen – of ze willen het niet weten uit angst voor hun businessmodel, dat laat ik even in het midden. Voor velen is YouTube een soort van groot zwart beest : veel onzin en meer dan 300 uur aan videouploads per minuut. Hoe kan je daar ooit tussenkomen ?

Bedrijven negeren de 2de grootste zoekmachien te wereld

Feit : YouTube is de tweede grootste zoekmachine ter wereld (na eigenaar Google dus), de tweede – TWEEDE – ik zet het maar even in drukletters want typ de naam van een willekeurige grote multinational in Google en ze staan gegarandeerd bovenaan met een advertentie, herhaal dezelfde handeling in YouTube … en kom tot een verrasende ontdekking.

Veel van die bedrijven zien YouTube als een speeltuin voor videofreaks, een rariteitenkabinet zeg maar. Ze laten zich adviseren en spenderen vaak veel geld om een afgelikte videocampagne viraal te krijgen…. Om er vervolgens niets mee te doen. Als je er niet in slaagt om je virale kijkers om te zetten in loyale kijkers van je kanaal heeft het geen zin gehad. Je hoeft het niet te geloven, bekijk gerust de statistieken van je laatste virale campagne (zo je die al gehad hebt) of bekijk even de statistieken van YouTube zelf – https://www.youtube.com/yt/press/nl/statistics.html

Het huidige landschap laat toe dat elk bedrijf, groot en klein, zijn eigen TV – station start. 100 % prime – time, de volle aandacht van de kijker voor het eigen merk. Kortom : de natte droom van elke brandmanager ! En Toch … Ik stamp wellicht in open doel als ik zeg dat ‘nieuwe’ bedrijven als Redbull & GoPro die boodschap goed begrepen hebben.

Wordt het is niet tijd om je eigen strategie onder de loep te nemen ? Of word je straks het slachtoffer van de volgende über … misschien in jouw sector of zal de reclamesector tout-court het volgende ‘slachtoffer’ zijn ?

Door: Geert Torfs, Geert Torfs is producent van het grootste pop- en dancefestival voor kinderen in België: Your’in

Foto Geert Torfs 1

Bril met ketchup

Bril met ketchup

 

We zullen ze vaker zien dit jaar in campagnes naar kids & families: met logo’s en reclame bedrukte kartonnen VR-brillen (al dan niet de Google Cardboard) en bijbehorende apps. Voor het bredere publiek zagen we al acties van o.a. Coca-Cola en The New York Times.

 

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=bnYg752URcE&w=520&h=315]

Video: McDonald’s

Naar de kids-markt toe bijt McDonald’s de spits af in Zweden (en binnenkort allicht ook in andere landen) met zijn ‘Happy Goggles’. Om de dertigste verjaardag van het iconische ‘Happy Meal’ te vieren creëerden ze een als VR-bril recycleerbare Happy Meal Box. Hervouw de maaltijdbox, stop er je smartphone in, en je hebt een 3D ski-game.

McDonald’s haalde er kinderpsychologen Karl Eder en Fadi Lahdo bij om uit te leggen hoe de ‘Goggles’ best kunnen worden gebruikt: “De VR goggles geven toegang tot opwindende virtuele werelden. Voor kinderen is dit een kleinere stap dan voor volwassenen. Zo wordt een opportuniteit gecreëerd voor ouders om te leren van de kennis en ervaring van kinderen. Het spel is leuk om samen te doen, en maakt het makkelijk om op gelijke voet samen tijd door te brengen.” Verder ziet McDonalds het als een educatief gadget, want het ski-spel moet naar verluidt kinderen leren om veilig te skiën door op de pistes te blijven. Daarom heeft McDonald’s het game ook laten goedkeuren door het Zweedse nationale skiteam.

Maar willen we een doos waarin frietjes met ketchup gezeten hebben op de neus zetten? Dat blijft de hamvraag (he, wat een woordspeling)….

Meer op www.happygoggles.se/en/. De campagne werd bedacht door het agency DDB.

Waarom mogen we meer van dit moois verwachten?

Kinderen zijn bijzonder aangetrokken tot digitale hebbedingen en immersieve digitale spellen. De hoge prijs en het – niet te onderschatten – zware gewicht van de meeste VR-brillen was tot nog toe echter een filter van formaat (letterlijk) om deze technologie bij kinderen te laten doordringen. Twee dingen brengen hier verandering in.

Eerst is er de prijs. Met een kartonnen Google Cardboard oplossing, voor een appel en een ei te koop, liggen de kaarten anders. De Google Cardboard technologie (die trouwens ook aan de basis van de nieuwe View-Master van Mattel ligt) maakt het mogelijk om, zoals McDonalds het in Zweden doet, de VR-brillen op grote schaal te verspreiden en zelfs om ze als een gratis marketing-goodie in te zetten.

Een tweede factor is het gewicht. Doordat in de kartonnen bril een ingebrachte smartphone voor het beeld moet zorgen blijft het gewicht voor kinderen een rol spelen, maar toch al veel minder dan bij de Oculus (470g) en andere devices.

Merken die deze kaart willen trekken en zelf brillen willen weggeven mogen rekenen op behoorlijk wat zichtbaarheid: de technologie is nog niet erg verspreid, en door een voorlopig tekort aan kids-apps kunnen ze met een relatief beperkte investering rekenen op aandacht voor hun app. Testen uitgevoerd met kinderen door het Britse agency Dubit bewezen ook dat kinderen het erg leuk vinden om met deze technologie te experimenteren. Ze ondervinden weinig hinder van mogelijke problemen als duizeligheid, vermoeidheid of complexere ergonomie.

Nu wordt het dus wachten op leuke gebruikscases voor kids na deze McDonalds kick-off case. Who’s next?

 

blog gerda van damma foto2

Gerda Van Damme

Gerda Van Damme is manager van Dreammachine Kids, een Belgisch Kids & Family Marketing agency dat werkt voor klanten als Danone, Henkel, Woeffies (Bristol) en andere. Ze is ook organisator van het Kids & Family Marketing Congress en gastspreker in internationale conferenties over kids marketing.

 

Een nieuwe generatie ouders vraagt om een andere aanpak

Bij voorgaande generaties betekende het starten van een gezin het einde van een tijdperk. Bye bye youth, hello responsabilities! Als ouder werd je letterlijk ouder en kon je bij wijze van spreken al je jeugd-lidkaarten inleveren. Conformeren zou je doen en je jeugdigheid zou wegebben bij iedere luier die je zou verversen. Is dat ook het geval bij Generation Y? Amélie Rombauts, researcher bij Trendwolves (trendwolves.com) licht toe.

Generation Y

Generation Y is een fascinerende groep jonge mensen geboren in een bepaalde periode. In welk periode dat precies is, daarover lopen de meningen uiteen. Volgens de Amerikaanse onderzoekers William Strauss en Neil Howe gaat het om het tijdvak van 1982 tot 2001. Anderen definiëren dat van 1974 tot 1994, of van 1985 tot 2000.

Wie niet graag leeftijdsgrenzen gebruikt om Generation Y af te bakenen, doet dat met typerende kenmerken of een mind-set. Wie Gen Y zegt, ziet een generatie van jonge mensen die zich uniek voelen. Het zijn meesters in het uitbouwen van een digitaal netwerk, het zijn ervarings- en technologiejunkies. Ze streven naar een grote mate van efficiëntie en hebben weinig geduld. Ze willen snel en accuraat geholpen worden. Ze stellen zich flexibel op en verwachten dat ook van hun omgeving. Ze worden ook omschreven als creatief en gemiddeld ook beter geïnformeerd, hoger opgeleid, ondernemender en kritischer dan de voorgaande generaties.

Kanariepieten

Om die redenen en nog vele andere wordt Gen Y vaak onder de loep genomen door marketeers. Deze generatie staat immers voor jeugd, vernieuwing en verandering, waardoor zowel oudere als jongere generaties naar hen opkijken. De Gen Y’ers zijn de kanariepieten van onze samenleving, die als eersten innovatie aanvoelen en teweegbrengen. Belangrijk dus om hen te blijven boeien…

Bedrijven en marketeers blijven echter Gen Y beschouwen als de hippe eeuwig kinderloze generatie, terwijl een groot deel van Gen Y’ers zich intussen mama of papa kan noemen. En zoals ze veel veranderingen met zich meebrachten op vlak van HR toen ze de werkvloer beklommen, hangt er ook verandering in de lucht wat betreft het gezin.

Millennial ouders

Dat merk je bijvoorbeeld in beeldtaal en woordgebruik. Vandaag zien jonge gezinnen er niet meer uit zoals het klassiek kerngezin dat ons wordt ingelepeld in media en roze marketing. Kijk maar eens op de social media feed van Millennial ouders. En dat ze hun kinderen kleine fuckers of terroriserende eikels noemen is onderling perfect aanvaardbaar. Ze creëren ook een framily om zich heen, een netwerk van vrienden en bloedverwanten, die hen onder andere toelaat hun kinderloze levensstijl in grote mate te behouden en tot een work-life blend te komen.

Spiegel

trendwolvesssEr is echter meer aan de hand. Trendwolves deed een uitgebreid onderzoek naar deze marketingwijze consumenten en bundelde haar bevindingen in het boek. ‘Framily – Hoe Millennials het gezin hertekenen’. Het is een spiegel voor de ouders zelf en een blik op de interne keuken van deze boeiende doelgroep, die je maar beter goed begrijpt als je hen wil benaderen.

Naar aanloop van het volgende Kids-, Jongeren- en Familie-marketingcongres, zullen we een aantal inzichten uit dit boek delen. Hou deze pagina met andere woorden in het oog. Het zal jullie kijk op traditionele family-marketing ongetwijfeld veranderen.

 

amelieDoor: Amélie Rombauts
Amélie is trendonderzoeker bij Trendwolves. Haar interesse voor moderne gezinnen en wat hen bezighoudt leidde tot een blog (daronsdaronnes.com) en een boek dat ze samen met collega Filip Lemaitre schreef: ‘Framily. Hoe Millennials het gezin hertekenen.’ (Lannoo) Het boek kan je ondertussen hier bestellen.

 

FRAMILY. Hoe Millenials het gezin hertekenen – lannoo – www.myframily.eu
BLOG – daronsdaronnes.com
LINKEDIN – https://be.linkedin.com/in/arombauts
IG – https://instagram.com/__amelie__
TWITTER – @AmelieRombauts

Wat doen tieners (13-18jr) het liefst als ze op vakantie gaan?

In juni 2015 heeft Center Parcs een onderzoek laten doen naar de vakantievoorkeuren van tieners. Dit is gedaan vanwege een campagne voor tieners om de perceptie van Center Parcs onder tieners te verbeteren en als coole vakantiebestemming in overweging te nemen.
In de campagne hebben we Center Parcs laten zien door de ogen van dé vloggers van het moment: Enzo en Milan Knol.

 

Om een goed onderzoek te kunnen doen, moesten we uiteraard eerst wat meer van de voorkeuren van de tieners. Wat facts op een rijtje:

 

  • 46% van de tieners heeft de voorkeur om naar een bestemming buiten de Benelux, Duitsland en Frankrijk te gaan.
  • 38% van de tieners gaat 1x per jaar op vakantie
  • Activiteiten die tieners het liefste doen zijn: zwemmen, ijs eten, doen wat ze zelf willen, uit eten gaan, naar het strand gaan, rondstruinen met hun ouders
  • Meestal worden tieners niet betrokken bij de keuze voor de vakantiebestemming
  • Als de tieners het voor het zeggen hadden, gingen ze liever minder naar bungalowparken op vakantie (46% gaat nu naar een bungalowpark, dit zou 36% zijn als het aan de tieners zou liggen). Hotels hebben de voorkeur bij tieners.
  • Tieners vinden het contact met andere jongeren, er veel te doen is, het subtropisch zwemparadijs en de vrijheid hebben, positieve drivers voor een vakantie in een bungalowpark.
  • Ze verblijven minder graag in een bungalowpark doordat de leeftijd te jong of te oud is, dat ze het erg druk vinden, omdat ze eens wat anders willen en ze graag meer luxe willen.
  • 54% van de 12-17 jarige is de afgelopen 2 jaar minimaal 1 keer op een bungalowpark geweest.

En de campagne? Die was erg succesvol met meer dan 2 mln views en een daadwerkelijke wijziging in perceptie. Doelstellingen behaald!

Door: Liesbeth Gouda, Senior Brand & Media Manager bij Center Parcs.

liesbethLiesbeth is sinds oktober 2014 verantwoordelijk voor de marketing communicatie bij Center Parcs in België, Nederland en Duitsland. Daarvoor was zij marketing manager bij PostNL. Naast haar werk is zij actief in het marketingvak bij de SAN, eerder bij VMC & NIMA, en is zij publiekswinnaar Marketing Talent of the Year 2012.

Pap, mam mag ik ook mee?

Urenlang moppen aan elkaar vertellen, nieuwe vriendjes maken en steeds als de reisleider de trap op loopt doen als of je slaapt. Ik weet nog wel mijn eerste keer op kamp (met dezelfde organisatie waar ik nu 20 jaar later voor werk). Helaas lukte tijdens mijn eerste keer kamp door heimwee niet om de hele week vol te maken. Gelukkig was de herkansing een paar jaar later een groot succes!

 

Dat kinderen het geweldig vinden om nachten lang niet te slapen , kilo’s snoep te eten en dingen doen die ze eigenlijk thuis niet mogen, is niet zo gek. De uitdaging voor ons als reisorganisatie van jeugdreizen is dat óók de ouders het geweldig moeten vinden.

Vertrouwen

Een zoon of dochter alleen op kamp laten gaan, betekent voor ongeveer de helft van de ouders vooral eindelijk rust. Voor de andere helft is het echter een van de spannendste ervaringen in een ouderloopbaan. ‘Je geeft toch even je waardevolste bezit eventjes weg’. 65 jaar ervaring en vele marktonderzoeken verder weten we dat het vertrouwen dat ouders in onze organisatie hebben ongelofelijk belangrijk is voor ons succes.

Dit moest ik natuurlijk gelijk nog even checken bij mijn vader, want ik mocht immers gewoon in de herkansing: ‘zolang ik er maar op kon vertrouwen dat de veiligheidsafspraken die worden beloofd, ook werden nagekomen’.

Onze ideeën om vertrouwen bij ouders te creëren?

  • Laat duidelijk zien dat je aan elk detail hebt gedacht en neem elke drempel weg (de eerste keer op kamp, alleen of samen gaan of wat gebeurt er als..). Net dat éne detail kan mama overtuigen.
  • Wees transparant in wie je bent, waar je mee bezig bent en met wie je samenwerkt. Geef gerust een kijkje in je eigen keuken door bijvoorbeeld een opendag (ook al komt er niemand). Wees kritisch in je partners en doe niet geheimzinnig over wie ze zijn, want alles is google-baar.
  • Keurmerken en nog eens keurmerken. Vooral als ze over financiële garanties bij bijvoorbeeld faillissementen gaan.
  • Reviews op onafhankelijke websites. Zowel de goede als de minder goede.
  • Zorg voor de juiste nadruk in je uitingen. De ouder van een 8-jarige heeft nou eenmaal hele andere zorgen dan die van een 13-jarige. Wees kritisch: Staat er echt wat er moet staan? En staat het er met de juiste tone of voice?
  • Elke contactmoment is een kans om een ‘persoonlijke’ band van vertrouwen te creëren. Pak die kans.
  • Neem elke opmerking serieus en laat weten/zien wat je met die opmerkingen doet. Geef eerlijk (gewoon op je website) toe als iets niet helemaal was zoals het had moeten zijn. En wat je er aan hebt gedaan.

Wellicht dat onze ideeën een bevestiging zijn van jouw inspanningen of juist een herinnering om het stukje ‘gevoel’ weer eens onder de aandacht te brengen. Ouders vertrouwd maken door verhalen van hun eigen kind of een event waar ouders ‘in-person’ aanwezig zijn geweest, zijn voor mij persoonlijk misschien minder spannend. Maar voor de ouders en kinderen des te meer! Juist nu glasvezelkabels online dienstverlening optimaal faciliteren, is de gelegenheid van een ‘echt persoonlijke’ ervaring alleen maar belangrijker geworden om het vertrouwen van onze klanten te winnen.

marcDoor: Marc Taverne
Marc is product manager bij Vinea Vakanties
Mijn Vinea-verslaving is begonnen als 7-jarige deelnemer, later verergerd als reisleider met als gevolg dat ik mij nu elke dag bezig houd met de organisatie van onze vakanties op ‘het kantoor’.