Dennis Hoogervorst

Sinds 2000 schrijf ik over jongerenmarketing en aanverwante zaken, per september 2012 als hoofdredacteur van kidsenjongeren.nl. Gewoon omdat het kan en omdat dit de allerleukste doelgroep is. Onafhankelijk en zo objectief mogelijk, op persoonlijke titel. Ter informatie, ter inspiratie. Reacties kan je hieronder plaatsen, vragen en ideeën kan je mailen naar dennis@kidsenjongeren.nl, overige interesses kan je volgen via @dhoogervorst op Twitter, linken kan via LinkedIn en Last.fm.

Hoe de mp3-generatie te bereiken: ‘Tweet The Blues’

De blues is niet het eerste muziekgenre waar de 'mp3-generatie' aan denkt. Om het 2012 Burnaby Blues and Roots Festival ook onder de aandacht van deze groep te brengen lanceerde het toerismebureau van Burnaby (Canada dat is) een interactieve campagne via Twitter. Wie zijn problemen daar deelde met de juiste hashtag, kon deze vervolgens zomaar terugzien, vertolkt door een plaatselijke blueslegende. De campagnewebsite tweettheblues.com en onderstaande video leggen uit hoe dat in z'n werk ging.

[Creatie door Spring Advertising, Vancouver; via I Believe in Adv]

Libelle en YoungWorks lanceren cursus ‘Omgaan Met Pubers’

Libelle Academy start de nieuwe online cursus ‘Omgaan met pubers’. Het is een cursus voor ouders met beginnende pubers. De cursus bevat interactieve opdrachten, waarbij alle kenmerken van de puberteit behandeld worden.

Het gedrag van pubers is grotendeels te verklaren door verandering in de hormoonhuishouding en de groei van de hersenen. Hoe dat precies in z’n werk gaat én hoe ouders daar het best mee kunnen omgaan, leren zij in deze online cursus.

In de cursus worden onder andere de volgende onderwerpen behandeld:
• Puber, gedrag en brein
• Waarom pubers doen zoals ze doen
• Welke veranderingen een puber doormaakt
• Het begeleiden van pubers
• Grenzen stellen en loslaten

“Als moeder van een lastige puber ben ik weer gaan zien dat we het samen ook leuk kunnen hebben en hoe ik dat voor elkaar krijg!” zegt Irma Zomerdijk (50 jaar, moeder van een dochter van 11) die de cursus heeft getest. De online cursus wordt aangeboden samen met het boek ‘Puberbrein binnenstebuiten’ voor € 55,95.

De online cursus is tot stand gekomen door een samenwerking met YoungWorks. Huub Nelis en Yvonne van Sark zijn de auteurs van het boek ‘Puberbrein binnenstebuiten’ en zijn lid van het managementteam van het bekende communicatie-, reclame- en adviesbureau voor jongeren.

Rap mee: ‘Teach Me How to Brushy’

De Amerikaanse tandartsorganisatie Oregon Dental Association zocht naar een niet-belerende manier om het belang van mondhygiëne onder de aandacht te brengen. Die werd gevonden in het creëren van een muziekvideo die ouders en kinderen graag zouden willen bekijken. Doelstelling geslaagd, gezien het gegeven dat het filmpje in de eerste week al bijna een half miljoen keer bekeken werd. De 'Teach Me How to Brushy'-campagne wordt voortgezet op Facebook, alwaar men ook een eigen video kan uploaden. Yo!

“There’s no better way to get kids interested in their health than to make it fun.” [Bill Zepp, ODA]

[Creatie door Grady Britton; via AdRants]

Langetermijndenken in vluchtige tijden

Duurzaamheid is een trend, een officieel erkende zelfs. Dat is mooi, natuurlijk. Maar hoe vreemd is het dat we tegelijkertijd leven in een tijd die vluchtiger is dan ooit. Denk aan producten die niet meer zo lang meegaan als vroeger, gesprekken die oppervlakkiger zijn dan voorheen en nieuws dat al oud nieuws is voordat het in de krant staat. Of aan blogposts en tweets die zijn weggezakt voordat ze de aandacht hebben gekregen die ze verdienen. Aan telefoons waarvan de abonneeduur nog lang niet is verlopen terwijl er wel nieuwe must-have types gelanceerd worden. Enzovoort.

Trends volgen elkaar in onnavolgbaar tempo op. Heb je net gegoogled wat dat ‘planking’ is waar iedereen het over heeft, blijkt het al uit te zijn en vliegen foto’s van ‘owling’, ‘horsemaning’, ‘stocking’, ‘batmanning’, ‘razorbombing’ en ‘scarlettjohanssoning’ (of wat de creatieve internetgeneratie inmiddels nog meer verzonnen heeft) rond op het web. Spaaracties van de supermarkten zijn haast inwisselbaar; muntjes, vrachtwagentjes of constructiespeelgoed verzamelen is bijna net zo leuk als boodschappen doen (of bedelen) voor poppetjes. Wat is nog een echte trend?

Vandale.nl definieert een trend als 1) ontwikkelingslijn; neiging, richting of 2) mode. Het moge duidelijk zijn dat een ontwikkelingslijn (de verklaring van dát woord staat niet in het gratis online woordenboek) een geschikter aanknopingspunt is om bij aan te haken dan een kortstondige rage. Tegen de tijd dat een opvolger van planking in een advertentie is verwerkt, is de buzz al elders. De onderliggende gedachte – een creatieve pose fotograferen – kan al beter ter inspiratie dienen, maar het beste is om op een nog dieper (of hoger) niveau naar een meer gedegen verklaring te zoeken. Zoals zo vaak is het beantwoorden van de ‘waarom-vraag’ interessanter dan het vastleggen van het ‘wat’.

Op het Esomar-congres, waar onlangs ruim 1.000 marktonderzoekers van overal ter wereld samenkwamen, vergeleek een van de sprekers het uitvoeren van onderzoek met het maken van snapshots: “We werpen een blik op het verleden, zoals we kijken naar foto’s in een familiealbum.” Aangeraden werd om een serie plaatjes te vertalen naar een film en die vooruit te spoelen. Het gaat daarbij niet zozeer om het voorspellen van de toekomst, meer om het ontwikkelen van een visie op de rol van het eigen merk in de toekomst.

Wie beelden van jongeren op een rijtje zet, zal constateren dat er qua uiterlijk vertoon –  hoe ze zich kleden en hun lichaam customizen, de technologie waarmee ze communiceren, de muziek die ze beluisteren, et cetera –  een en ander veranderd is. Maar dat is ook weer niet zo héél anders; het belang van uiterlijk, zoeken naar identiteit, contact met leeftijdsgenoten en erbij horen is van alle tijden. Wie dat beseft verzint makkelijker een strategie voor de toekomst dan degenen die achter de hypes aanrennen.

Zelfs in deze vluchtige tijd mag de lange termijn niet vergeten worden. Verstandige marketeers weten dat, kijken terug én vooruit. Niet voor niets is duurzaamheid een trend.

Geluk. Mag het iets meer zijn?

Tevreden en genietend. Alles wat nodig is en weinig reden tot klagen. Een huis vol glimmende gadgets en een druk sociaal leven. Dat geldt voor ons en de meeste van onze landgenoten. En hoewel we allemaal gelijk zijn, zijn bepaalde groepen iets meer gelijk dan anderen. Waar bijvoorbeeld hulpbehoevende bejaarden door bezuinigingen niet de zorg krijgen die ze verdienen, worden kinderen en jongeren extra in de watten gelegd. De trots van ouders, oh zo gewenst. Bovendien onze toekomst. Daar gaan we niet op korten, nee, we beschermen ze, juichen ze toe en doen er alles aan om ze te laten genieten en te zorgen dat ze succesvol worden.

Bij het begrip ‘de jeugd van tegenwoordig’ denken we tegenwoordig aan een taalvaardige rapformatie en niet aan opgeschoten tuig dat alleen maar in de weg loopt (de veelgebruikte quote van Aristoteles over een opvliegende, tiranniserende jeugd met slechte manieren heeft na honderden jaren eindelijk z'n beste tijd gehad). Wat niet betekent dat jongeren allemaal enorm gemotiveerde ‘Einsteins’ zijn. Sowieso heeft het woord ‘allemaal’ weinig betekenis, omdat dé jongere niet bestaat. Wie een stagiaire in dienst had die niet aan de hoge verwachtingen voldeed of wie een zoon/dochter heeft die niet op wedstrijdniveau aan vijf hobby’s en sporten tegelijkertijd doet, hoeft zich geen zorgen te maken. Uitzonderingen zíjn de regel.

Over het algemeen doen jongeren het goed en hebben ze het goed. Uit een grootschalig onderzoek dat InSites Consulting recentelijk uitvoerde voor Sanoma Media blijkt dat jongeren het positiefst in het leven staan en hun leven het hoogste rapportcijfer geven. Een 7,5 voor geluk is niet mis, maar als we ons best doen moeten we er een 8 van kunnen maken. Marketeers krijgen het advies om positieve emoties op te roepen.

In hun nieuwe boek Love Youth Marketing – binnenkort verkrijgbaar – stellen Jeroen Boschma en Inez Groen dat onze jongeren zich bevinden in de vijfde laag van de behoeftehiërarchie van Maslow. In de comfortabele top van deze piramide zijn ze volop bezig zichzelf te ontplooien en actualiseren, zonder te hoeven rennen voor nog meer bezit en status. Voor marketing betekent dit volgens de auteurs dat het niet meer gaat om de spullen pur sang, maar voor dat wat die voor hen doen: “Producten die helpen om jezelf te vinden, of helpen met elkaar te communiceren of die simpelweg een goed gevoel geven, heel mooi zijn, creatief, heel handig zijn en misschien de wereld leuker maken – die maken een goede kans.”

Meer – van wat dan ook – lijkt nauwelijks een optie, beter (lees: gelukkiger) des te meer. Zijn onze producten, diensten of merken relevant, fraai en duurzaam? Hoe kunnen we het leven nog net een beetje leuker, betekenisvoller of makkelijker maken? Dat zijn vragen die marketeers steeds vaker (moeten) gaan stellen. Als ze de antwoorden gevonden hebben, moeten ze òòk nog gaan bedenken hoe een en ander onder de aandacht te brengen. Maar dat is weer een andere uitdaging. 

Aandacht is niet verzekerd

Dom is ‘Generatie Einstein’ niet, maar dat wil niet zeggen dat ze over alles goed nadenkt. Jongeren nemen relatief veel risico’s, veelal onbewust, simpelweg omdat op dat moment de kick belangrijker is en/of ze zich niet beseffen welke gevolgen hun acties zouden kunnen hebben. Consument en Veiligheid bestempelt riskant gedrag niet noodzakelijkerwijs als negatief: “Het gaat ook over het ontwikkelen van een eigen identiteit en het verkennen van grenzen.” Daarom pleit de organisatie er niet voor om risicogedrag te vermijden, maar om jongeren te leren zelf risico’s beter in te schatten. Daarvoor zijn diverse initiatieven ontwikkeld, zoals het lespakket Split The Risk en de DVD Brein & Branie, jongeren en ongelukken. Ondanks alle goede bedoelingen gaat het toch nog regelmatig mis.

Een 16-jarig meisje uit Nieuwegein dat een bevroren lantaarnpaal een tongzoen gaf en door agenten bevrijd moest worden; een 17-jarige scholiere uit Amersfoort die op Twitter meldde dat zij een bomaanslag zou plegen op haar school; een 13-jarige jongen uit Veldhoven die voor ruim een ton schade aanrichtte in meerdere bussen door apparatuur en meubilair met verf te bekladden; een 15-jarige jongen uit Sint Willebrord die met de auto van zijn moeder door de gevel van een pizzeria ramde; een 15-jarige meisje uit Grootegast die een politiemountainbike stal van een agent die even niet oplette; een 14-jarig meisje uit Den Haag dat 522 keer onnodig het alarmnummer 112 belde; een 17-jarige jongen uit Boxmeer die het nodig vond om in een winkel over een rek met zonnebrillen heen te plassen – zomaar een aantal redelijk recente nieuwsberichtjes waaruit blijkt dat jongeren zich niet altijd even verstandig gedragen.

De drang tot uitproberen, impulsief gedrag, stoer doen – misschien herinneren we het ons nog van ‘vroeger’. Zoveel jaar later schudden we ons hoofd – ongeloof, afschuw en/of leedvermaak – en gaan verder met ons volwassen, serieuze leven. Maar het roept ook de vraag op hoe verzekeringsmaatschappijen hiermee omgaan. Kan de jeugd even Apeldoorn whatsapp’en? Pas vanaf hun 18de – als ze al wat wijzer zijn – hebben jongeren in Nederland een éigen zorgverzekering nodig, maar is hun gedrag (meer risico’s = meer ongelukken = meer uitkeren) een reden om hen als klant te willen of juist niet? Laten we eens kijken of we tot een antwoord kunnen komen door ‘’jongerenverzekering’’ in te tikken in een willekeurige zoekmachine.

Doorklikkend op de eerste resultaten valt op hoe algemeen de informatie op de websites van de diverse aanbieders is. Veel tekst over wat wettelijk verplicht is en over het samenstellen van allerlei aanvullende verzekeringen. Emotie is ver te zoeken, maar ook overtuigende argumentatie om voor de betreffende verzekeraar te kiezen ontbreekt veelal (hooguit springt het woord ‘voordelig’ eruit). Als het doel is om potentiële klanten af te schrikken: goed bezig. Wie jongvolwassenen wel wil verleiden, zou op z’n minst kunnen overwegen om de aanspreekvorm ‘u’ te wijzigen en iets meer te bieden dan 50 gratis condooms. Wie een relevant aanbod weet aan te bieden en daar emotie aan toevoegt, is al snel van meer aandacht verzekerd.

Van binnen naar buiten

"For children, play is life itself." [Maria Elander, IKEA Children’s School]

Wie nu geboren wordt, kan niet om beeldschermen heen. Bert & Ernie op de televisie, Nijntjes Tuin op de smartphone, Angry Birds op de tablet, Donald Duck op de laptop, Mario & Sonic op de spelcomputer, enzovoort. En dat is alleen nog maar thuis. Op school wordt lesgegeven met behulp van een smartboard, in winkels worden lonkende aanbiedingen getoond op flatscreens, in het plaatselijke zwembad hangen monitoren die sfeerbeelden vertonen, op weg naar de vakantiebestemming kan op de achterbank naar dvd’s worden gekeken, en ook hier geldt: enzovoort.

Als we focussen op het spelelement van dit onderwerp, zien we dat meer dan de helft van de Nederlands 6-12-jarigen (bijna) dagelijks computerspelletjes speelt. Dat blijkt uit het onderzoek Jongeren 2011 van Qrius. Kinderen gamen met name op een console (68%) en op het internet (67%). Daarnaast speelt een groot deel van deze leeftijdsgroep spelletjes op de computer (56%) en op een handheld (55%). Overige manieren, bijvoorbeeld op een mobiele telefoon, tablet of mp3-speler, zijn veel minder populair. Hetzelfde geldt voor jongeren in de middelbareschoolleeftijd.

Toch heeft de jeugd van tegenwoordig geen vierkante ogen. Niet iedereen zal het willen geloven, maar gebruiken uit een ver verleden zijn nog niet uit de tijd. Het bordspel Scrabble vliegt de winkels uit, opvallend genoeg dánkzij de smartphonevariant Wordfeud. De leden- en bezoekersaantallen aan de speeltuinen in Nederland nemen de laatste jaren toe. En ook in de lente van 2012 wordt er weer volop geknikkerd, met ballen gegooid, touwtje gesprongen en gehinkeld.

Driekwart van de kinderen van 6 t/m 12 jaar speelt meerdere keren per week buiten, volgens onderzoek dat TNS NIPO in opdracht van Jantje Beton uitvoerde. Ze spelen het liefst op het schoolplein, een grasveld en in de natuur. Maar liefst 80% van de ondervraagde kinderen heeft gezegd van buitenspelen vrolijk en blij te worden, een derde voelt zich na het buitenspelen sterk en gezond. Diverse organisaties proberen dat te promoten; in Engeland stelde National Trust een fraai overzicht op van de 50 coolste buitendingen die je gedaan moet hebben voor je 11¾ wordt (van een steen over het water ketsen tot een slakkenrace houden).

Ook IKEA deed onderzoek naar speelgedrag, naar eigen zeggen vanuit de overtuiging dat kinderen de belangrijkste mensen in de wereld zijn en thuis de belangrijkste speelplaats is. In 25 landen werden meer dan 10.000 interviews afgenomen, en daaruit kwam naar voren dat kinderen veel liever spelen met vrienden (89%) en ouders (73%), dan dat ze tv kijken (11%) – het sociale aspect gaat boven alles. Voor marketeers kwam een bruikbaar inzicht naar voren uit de studie; veel kinderen geven er de voorkeur aan om hun eigen activiteiten te verzinnen. Ze willen niet dat zaken vóór hen verbeeld worden, ze willen zelf creatief zijn. Voor LEGO is dat een vanzelfsprekend gegeven (onder het campagnemotto ‘imagine’ zijn enkele gekleurde blokjes voldoende om ieders fantasie aan het werk te zetten), maar ook andere merken kunnen het belang van verbeelding ter inspiratie gebruiken. Zou McDonald’s -‘s werelds grootste speelgoeddistributeur; jaarlijks ruim anderhalf miljard speeltjes in de bekende doosjes van de Happy Meals – iets met die aanbeveling kunnen?

3,4 keer zichzelf op internet

Iedereen weet dat jongeren veel van hun vrije tijd aan media besteden. Zoals dat gold voor ons toen we zelf nog onder de 20 waren, zo geldt dat voor de jeugd-van-tegenwoordig. Aangezien er door de jaren heen behoorlijke verschuivingen plaatsvinden, jagen de betere marketeers continu op recente gegevens om hun plannen op af te stemmen. Daarom, op veler (echt waar) verzoek: cijfers!

Onlangs is Jongeren 2011 gepubliceerd, de 13de editie uit 25 jaar vergelijkbaar onderzoek. Nederlandse 15-19-jarigen blijken anno nu dagelijks bijna vijf-en-een-half uur bewust en aandachtig met media bezig te zijn. Het grootste aantal minuten gaat naar internet (124), dat is inclusief mobiel; 46% gebruikt een mobiele telefoon en 11% een tablet voor toegang tot internet. Populaire sites zijn onder andere Wikipedia, Scholieren.com. NU.nl, Google Maps en YouTube. De definitie van televisie kijken is ook niet meer wat het geweest is; de kijktijd bedraagt 78 minuten – inclusief Uitzending Gemist en YouTube. Gemiddeld speelt de genoemde leeftijdsgroep 47 minuten games per dag, iets langer dan dat naar de radio geluisterd wordt (38) of dat ouderwetsch gebeld/ge-sms’t wordt (22). Tijdschriften (opgeteld bijna een uur per week) winnen het van dagbladen (een kleine drie kwartier), zo hebben de onderzoekers van Qrius berekend.

De hier uitgelichte groep van 15 t/m 19 jaar is actiever binnen de ‘sociale media’ op internet dan andere groepen; 85% onderhoudt op deze wijze contact met vrienden en anderen, via gemiddeld 3,4 profielen. Het lijstje met de meest gebruikte netwerksites zal velen verrassen, want Facebook (56% gebruikt het platform minimaal één keer per week) en Twitter (44%) komen weliswaar sterk op, maar zijn niet de grootsten. De ondervraagde jongeren verwachten dat met name de populariteit van Twitter verder zal toenemen; de specifieke expertise uit het eigen netwerk zou het zomaar kunnen winnen van de overvloed aan mogelijkheden die Google voorschotelt. Op dit moment staat MSN echter bovenaan (72%), gevolgd door Hyves (71%). Het mag niet onvermeld blijven dat deze rangorde er op andere leeftijden totaal anders uitziet. “De wijze waarop de netwerken gebruikt worden, verschilt van levensfase tot levensfase”, concludeert Qrius-opperhoofd Paul Sikkema in de publicatie bij het onderzoek.

Een andere quote die het onthouden waard is: “Voor jongeren is het onderhouden van contacten met hun vrienden van levensbelang.” Dat is in de praktijk minder eenvoudig dan dat het klinkt, door de diversiteit aan apparaten en applicaties, maar toch. Als de omgeving even niet interessant is, wordt de aandacht snel verplaatst naar de telefoon. Dat is misschien wel de belangrijkste les voor die marketeers die verder kijken dan cijfers: “Een gesprek en gesprekspartners moeten altijd boeiend zijn.” De tijdsbesteding aan media maakt duidelijk dat er mogelijkheden te over zijn, maar wie niet weet te boeien in communicatie-waar-dan-ook, verliest het van die vriend in dat schermpje.

Frisdrank favoriet, maar niet onbeperkt

 

 

Tijdens het uitgaan drinkt 61% van de tieners frisdrank. Cola is daarbij het meest populair (43%), gevolgd door cola light (20%) en ijsthee (9%). Sinas (7%) en cassis (5%) staan op plaats 4 en 5. Dit blijkt uit het eerste Nationaal Frisdrankenonderzoek* (pdf) van de Nederlandse Vereniging van Frisdranken, Water, Sappen (FWS).

 

Slechts twee vijfde (38%) van de ondervraagde 12-17-jarigen drinkt wel eens frisdrank op school. De helft (48%) neemt dat mee van huis, een kwart (23%) haalt het uit de frisdrankenautomaat en een vijfde (21%) koopt het bij een winkel in de buurt van school.

 

Aan de doelgroep jongeren is ook gevraagd met welke beroemdheid zij graag eens frisdrank zouden willen drinken. Jongens zouden het liefst fris drinken met Doutzen Kroes, gevolgd door de acteurs van de hitfilm New Kids en topvoetballer Wesley Sneijder. Bij de meiden is Beyoncé meest favoriet, gevolgd door zanger Bruno Mars en het populaire Volendamse duo Nick & Simon.

Aan alle moeders met kinderen onder de 12 jaar is gevraagd hoe zij denken over het drinken van frisdrank door kinderen. Slechts een klein deel van de moeders (7%) geeft aan dat hun kind(eren) geen frisdrank mogen drinken, maar het merendeel beperkt de hoeveelheid.

Een kwart (25%) van de moeders laat hun kind(eren) 1 of 2 dagen in de week frisdrank drinken. Bij iets meer dan een kwart (28%) van de moeders mogen de kinderen vaker frisdrank drinken. Bij drie vijfde (60%) van de moeders die hun kind(eren) frisdrank laten drinken, mogen de kinderen 1 glas per dag. Bij drie op de tien (29%) mogen kinderen twee glazen frisdrank per dag.

Bij speciale gelegenheden, zoals op vakantie (93%), in het weekend (92%), tijdens een (kinder)feestje (86%) of bij opa en oma (84%) laten moeders hun kinderen eerder frisdrank drinken dan doordeweeks thuis (45%). Een vijfde (20%) van de moeders vindt het goed als hun kinderen op school frisdrank drinken.

*Het Nationaal Frisdrankenonderzoek is de barometer om jaarlijks trends in frisdrankconsumptie in kaart te brengen. Het onderzoek, uitgevoerd door Ruigrok NetPanel, is dit jaar voor het eerst gehouden onder frisdrankdrinkers in Nederland. Het gaat om een online onderzoek uitgevoerd onder 1.139 Nederlanders tussen de 12 en 65 jaar. Hieronder zijn 209 tieners tussen de 12 t/m 17 jaar ondervraagd.

Unox helpt kinderen aan stoepkrijt

"Zo hebben de kinderen iets lekkers voor binnen en iets leuks voor buiten."

Unox vond het -na de opkomst van spelcomputers- weer eens tijd voor een oer-Hollandse rage; deze zomer moeten kinderen massaal gaan stoepkrijten.

Bij twee blikjes Unox Knaks wordt in de maanden juli en augustus een doosje stoepkrijt cadeau gedaan in een aantal supermarkten. Ook leuk voor oma, aldus de printadvertentie. 

[Creatie door Being There; via Adformatie]

Stomme films voor Bicky Burger

"Bewaar je mond voor Bicky."

Na de ophef over de 'schattigste baby ooooooooooittt' en eerdere 'ongevoelige reclame' komt Bicky nu met nieuwe, softere tv-spots, waarin geen woord wordt gesproken. Deze keer wordt de aandacht getrokken door pratende oren. Yep, je leest het goed. 

In de commercial hierboven komen de mannen aan het woord, hieronder zie je het gezichtsveld van de vrouwen in de snackbar.

En eh… goed om te weten: de oren spreken geen Frans.

[Creatie door Openhere]

Piraten en prinsessen op Chiquita’s bananen

"Om gezond snoepen te stimuleren,
willen we de 'pester power' positief benutten." [Michelle den Boer, Chiquita]

Chiquita Kids wil een bondgenoot zijn voor moeders* om gezond snoepen ook leuk te maken. Eten toegankelijk maken door het op een leuke manier aan te bieden beïnvloedt immers het eetgedrag van kinderen op een positieve manier.

Na de introductie van de kidslijn eerder dit jaar is het nu tijd voor een stickercampagne, waarin creativiteit en samen spelen centraal staan. Chiquita Kids nodigt moeders en kinderen uit bananen om te toveren tot piraten, rocksterren, prinsessen en andere karakters en hun eigen bananentheater te openen.

Chiquita Kids wil fruit eten leuk maken en speelt hier op in met de nieuwe stickercampagne, waarin ouders worden gestimuleerd om samen met hun kinderen op een positieve manier met fruit bezig te zijn.

Met stickers in de vorm van ogen, neuzen en mondjes kunnen kinderen -en ouders- bananen een eigen karakter geven. De fantasie wordt aangesproken en kinderen kunnen hun eigen verhalen creëren met favoriete helden, prinsessen en monsters. Zo moet een gezonde snack ook een leuke snack voor kinderen worden.

KeyVisual "Om antwoord te geven op de vraag hoe we op een leuke en gemakkelijke manier kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van gezonde eetgewoontes van kinderen, hebben we de bekende Chiquita-stickers als uitgangspunt genomen. Stickers zijn altijd al belangrijk voor Chiquita; de stickertjes op onze bananen worden bijvoorbeeld over de hele wereld uitgewisseld door verzamelaars. Daarnaast blijkt dat de doelgroep fan is van stickers en stickers verzamelen." [Michelle den Boer]

Kinderen vinden snacks met brand characters -bekend of onbekend- leuk, met als logisch gevolg dat ze actief vragen, zelfs zeuren ('pester power'), om deze veelal ongezonde snacks. Omdat fruit de concurrentiestrijd met andere snacks op aantrekkelijkheid nog regelmatig verliest, biedt Chiquita ouders een leuk gezond alternatief waarmee zij weerstand kunnen bieden aan de vraag van kinderen om ongezonde snacks met aansprekende figuurtjes.

Er valt nog wat te winnen. Bijna alle Nederlandse kinderen missen 40 gram fruit per dag in hun voeding; 15% eet zelfs nooit fruit. Het meest bepalend in de consumptie van fruit door kinderen is het gedrag van hun ouders: goed voorbeeld doet goed volgen, jong geleerd blijkt oud gedaan. Een gezaghebbende stijl van ouders met betrekking tot eten heeft een relatie tot meer fruitconsumptie door kinderen.

*Nee, over vaders wordt niet gerept in het persbericht.

2x Ja = SiSi

“Lekker? Suiker goed? Ja ja, da’s SiSi.”

Voor kinderen moet frisdrank vooral lekker zijn, terwijl ouders (zouden moeten) opletten dat er niet teveel suiker in zit. In bovenstaand filmpje verbeelden een Spaanse professor en zijn zoontje die strijd, concluderend dat SiSi 30 tot 50% minder suiker bevat. Enigszins surrealistisch, maar daardoor een stuk vermakelijker dan de commercial van vorig jaar.

Meer muziek (geïnspireerd door Jody Bernal?) in onderstaande tag-on.

[Creatie door Doom&Dickson]

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019