Jongerenmarketing is in de war: 4 opvallende tegenstrijdigheden

Jongerenmarketing in Nederland is in verwarring. Jongerenmarketing heeft een andere afslag genomen dan jongeren zelf. Dat is te zien op vier gebieden, die ik hieronder uitleg. Om deze verwarring te begrijpen, is het goed om te weten hoe jongerenmarketingbureaus naar jongeren kijken en dit beeld vervolgens te vergelijken met wat jongerenmarketeers daadwerkelijk doen.

Eerst de 4 tegenstrijdigheden die ik heb gezien. Ten eerste roepen jongerenmarketeers dat een verhaal verteld moet worden dat bij de doelgroep past, terwijl zij tegelijk claimen dat de doelgroep hopeloos versnipperd is en geen speciale toon nodig heeft. Ten tweede beweegt jongerenmarketing zich steeds meer in de richting van het aanspreken van maatschappelijke lange-termijn idealen van jongeren, terwijl deze jongeren zelf zich steeds verder terug trekken in hun eigen kleine, overzichtelijke wereld. Ten derde willen veel invloedrijke volwassenen van jongeren leren, terwijl jongeren vooral meebewegen met de grote trends en zich aanpassen aan een veeleisende wereld. Ten vierde wordt veel social media ingezet om jongeren te bereiken, terwijl jongeren tenminste net zo effectief aan te spreken zijn in de gewone werkelijkheid.

Als onderzoeker naar de huidige generatie jongeren ben ik altijd razend benieuwd naar de bevindingen van anderen. Daarom had ik hoge verwachtingen van de jongerenmarketeers en onderzoekers die op het recent gehouden congres Trends in Kids, Jongeren en Familie Marketing hun visie gaven op waar jongeren en jongerenmarketing in Nederland momenteel staan. Na elf presentaties, keynotes en workshops gehoord en bezocht te hebben, begreep ik dat jongerenmarketing in Nederland in verwarring is.

Het beeld van jongeren

Gaby Siera (Beautiful Lives) onderzocht jongeren van 16 tot 17 jaar. Zij noemt deze jongeren Generatie Swipe. Volgens haar hebben jongeren een zeer volwassen kijk op het leven. Zij groeien op in een gevaarlijke wereld (aanslagen, vluchtelingenmigraties) die hen voor grote, praktische problemen stelt (economische crisis, studieleningen in plaats van studiefinanciering, een alcoholverbod voor steeds jongere tieners, een internet dat niet alleen maar leuk is).

Hun antwoord is niet in opstand komen of proberen de wereld te verbeteren. Jongeren trekken zich terug in hun eigen, kleine, overzichtelijke wereld en plannen hun dagen vol met activiteiten die hen verder brengen in het leven zoals sporten om gezond te blijven en bijlessen. Hun enige vrije tijd is zaterdagavond – en dan wordt er afgesproken met vrienden en vriendinnen. Op zondag chillen zij met hun ouders of grootouders.

 

De jongeren van Generatie Swipe passen zich volgens Siera aan aan de wereld die zij om hen heen aantreffen. Zij zoeken hun eigen, kleine weg in de onprettige grote wereld en proberen verantwoordelijk om te gaan met hun tijd en geld. Zij moeten zichzelf kunnen verkopen om aan opleidingen mee te mogen doen of bijbaantjes te bemachtigen (“Wat trekt je aan in vakken vullen?”) en dekken zich in tegen risico’s door te sparen, gezond te leven en zich op te stellen als kritische en zelfs cynische consumenten. Als zij gevraagd wordt naar hun toekomstdromen, dromen zij van eigen kinderen die niet roken en geen drugs gebruiken.

Conformisme van jongeren

Rutger van den Berg (Youngworks) beschrijft het conformisme van jongeren als gevolg van hun biologische ontwikkeling. Volgens van den Berg zorgt het zich nog ontwikkelende brein van jongeren ervoor dat zij sterk reageren op externe impulsen. Zij hebben een grote angst om buiten gesloten te worden en daarom neigen jongeren er sterk naar zich voortdurend aan te passen. Groepsdruk van hun peers stuurt de experimenten die jongeren uitvoeren met hun identiteit.

Aan de ene kant zorgt de zogenaamde “no-likes fear” ervoor dat experimenten die geen likes krijgen van leeftijdsgenoten worden gestaakt en offline worden gehaald. Aan de andere kant zorgt de groepsdruk er tevens voor dat jongeren proberen status te verwerven door domme acties uit te voeren. Omdat het beloningssysteem in hun hersenen in ontwikkeling voorloopt op hun impulsonderdrukking, zijn zij in staat ondoordachte stunts uit te halen om daarmee populair te worden.

Jongeren referentiekaders

Volgens Siera dient marketing rekening te houden met de kenmerken van de huidige generatie jongeren. Jongeren willen als volwassenen aangesproken worden op een serieuze en realistische manier. Het best slagen jonge vloggers hierin: zij beïnvloeden jongeren en zijn veel belangrijker dan merken of volwassenen. Van den Berg sluit hier bij aan. Hij stelt dat jongeren op zoek zijn naar referentiekaders op grond van persoonlijke relevantie. Vlogs bieden volgens van den Berg een dergelijke persoonlijke relevantie omdat in de vlogs jongeren die net iets ouder zijn en succesvol zijn

transparant inzicht geven in hun dilemma’s en hun oplossingen.

Marketeers en succesvolle jongeren

Jongerenmarketeers zijn zich bewust van de aantrekkingskracht van vloggers en andere succesvolle jongeren zoals dj’s. Het succes van een jongere online is volgens filmproducent Harro van Staverden (Phanta Basta!) een belangrijke factor in de afweging of een jongere een dragende filmrol krijgt. Mitchel Bovenlander (4PM Entertainment) stelt dat personalities waaraan jongeren zich op kunnen trekken voor hen steeds belangrijker zijn geworden.

Bovenlander zet gaarne succesvolle vloggers met veel volgers op social media in om online awareness voor zijn producten (events) te creëren en te vergroten. Zijn ambassadeurs worden uitgenodigd voor co-creatie sessies en kunnen rekenen op een VIP-behandeling tijdens events. Bovenlander stelt dat in zijn bedrijf deze vorm van marketing de traditionele marketing in de vorm van flyers en posters vrijwel volledig heeft vervangen. De jonge socialmedia-sterren onderstrepen het gevoel voor jongeren dat ze op zijn feesten moeten zijn: als een populaire jongere naar een event gaat, wil iedereen.

 

bebrave

Jongeren op een YouTube-conventie. Bron: Flickr/ Gage Skidmore

Ronen Wolf (RTL Nederland en RTL MCN) gaat nog een stapje verder. Volgens hem zijn jongeren niet meer te bereiken met traditionele businessmodellen. YouTubekanalen geven aan in welke richting jongeren wel te bereiken zijn. Daarom experimenteert RTL met producties op YouTube zoals Concentrate.

Volgens Wolf toont een succesvolle YouTube-productie echte emoties. De productie mag gedeeltelijk scripted zijn maar moet als authentiek door jongeren worden ervaren. Belangrijker dan de contentstrategie is echter de distributiestrategie. Er moet een duidelijke call-to-action zijn – waarom zou een jongere dit kijken? En, het format moet strak en de titel en labels moeten helder zijn. Het moet voor jongeren duidelijk zijn wat de productie is en wat er te vinden is.

Marktwaarde

Succesvolle jongeren zijn zich zeer bewust van hun marktwaarde. Volgens Bovenlander hebben veel vloggers een manager, terwijl vloggers en DJs steeds vaker extra geld willen voor het genereren van aandacht op social media. Vlogster Yvonne Coldewijer (Life of Yvonne), volgens eigen zeggen een rolmodel voor meisjes, vertelt dat dit echter een groot spanningsveld met zich meebrengt: zij moet voortdurend balanceren tussen geld verdienen door producten of diensten aan te prijzen en hard werken om meiden aan zich te binden en een geloofwaardigheid in de doelgroep op te bouwen. Wolf geeft aan waar de grens ligt: reclame vinden jongeren ervaren storend terwijl sponsoring door hen als positief wordt ervaren, onder voorwaarde dat de sponsoring past bij de videoproductie.

Er ontstaat als gevolg hiervan een steeds grotere tweedeling binnen de groep jongeren tussen zij die het gemaakt hebben en zij die alleen maar volgen. Dit sluit aan bij een algemeen effect van technologie: steeds minder mensen verdienen steeds meer geld met technologie en hebben steeds meer macht terwijl veel anderen hun baan en toekomstperspectief verliezen als gevolg van technologie.

Beeld van jongeren en jongerenmarketing – 4 tegenstrijdigheden

Het beeld dat jongerenmarketeers op grond van onderzoek schetsen van jongeren sluit niet aan bij de praktijk van jongerenmarketing in Nederland. Er bestaan vier gebieden waarop jongerenmarkering in tegenspraak is met het geschetste beeld.

1. Inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren

Het inzetten van vloggers en andere succesvolle jongeren is het laaghangend fruit voor de jongerenmarketeer. Echter, zelfs dit simpele instrument levert een reeks van tegenstrijdigheden op. Zo moeten merken volgens Wolf met behulp van video’s een verhaal vertellen dat bij de doelgroep past, maar moeten zij tegelijk geen andere boodschap uitdragen dan die zij sowieso hadden willen communiceren. Leendert-Jan de Ronde en Kim van Dongen (Youngworks) zijn het met Wolf eens en stellen dat een merk door videofilmpjes relevant moet zijn voor de doelgroep, maar dat een merk tegelijk dicht bij zichzelf moet blijven. En, zo voegen zij eraan toe, deze doelgroep is volkomen versnipperd.

Versnippering

Individuele jongeren combineren op een individuele manier de meest bizarre dingen met elkaar, zoals hardrock en breien, zodat er geen zuilen binnen de jongerendoelgroep meer bestaan. Tegelijkertijd claimen zij dat een merk geen jongerentaal hoeft te gebruiken om met jongeren te communiceren, maar normaal met hen kan praten omdat jongeren “net mensen zijn”.

Het is derhalve niet duidelijk wat het aansluiten bij de doelgroep betekent als er geen duidelijke doelgroep is en er geen speciale toon voor deze doelgroep nodig is. Tel hierbij op dat volgens Siera jongeren op een serieuze manier aangesproken moeten worden op hun volwassenheid, zoals we zagen, en de verwarring is compleet.

2. Co-creatie is populair

Het andere grote instrument van jongerenmarketing, co-creatie, is eveneens een vat van tegenstrijdigheden. Co-creatie met jongeren is populair. Talloze overheden, grote bedrijven en organisaties zetten een Raad van Kinderen in om mee te denken over hun beleid en hun innovatie. De homepage van de Raad voor Kinderen vraagt: “Is het niet logisch om naar de ideeën van kinderen te luisteren over vraagstukken die ook hun toekomst gaan bepalen?”

Good is the new cool

Het inzetten van kinderen bij het oplossen van maatschappelijke en commerciële vraagstukken sluit aan bij een grote trend in jongerenmarketing. Volgens Maartje van Osch (FamilyFactor) heeft jongerenmarketing zich ontwikkeld van het aanspreken van jongeren als consument met behulp van fun in de jaren negentig, via het aanspreken van kinderen en ouders samen met behulp van boodschappen die fun en verantwoord combineerden in de jaren tweeduizend, naar waar jongerenmarketing zich nu bevindt: lange-termijn boodschappen met de nadruk op gezond en goed voor de wereld (“good is the new cool”). De ontwikkeling van het kind dient momenteel positief gestimuleerd te worden op alle gebieden: intellectueel, emotioneel, fysiek, talent en spiritueel. Wolf sluit daar bij aan en stelt dat videoproducties een maatschappelijk belang moeten dienen.

opruimen-jongeren

Volgens Kirby Beckman (BrandDeli) is deze trend ook aan de eettafel in het gezin terug te vinden. Ouders vinden het belangrijk dat kinderen een eigen mening hebben en vragen graag naar deze mening. Hoewel de ouders eindverantwoordelijke blijven, is de invloed van kinderen op beslissingen in het gezin groot.

Ander referentiekader

Jongerenmarketing, in video en in co-creatie, is dus een volledig andere richting ingeslagen dan de jongeren zelf die het weliswaar fijn vinden als anderen de wereld verbeteren maar zichzelf hebben teruggetrokken in hun eigen, kleine wereld en die, in plaats van de wereld te verbeteren, knokken voor hun eigen plekje in de wereld. Bovenlander constateert bijvoorbeeld op zijn feesten dat jongeren veel meer bezig zijn met zichzelf en veel minder bezig zijn met wat er om hen hen gebeurt. Hun referentiekader is niet het welzijn van de wereld; succesvolle leeftijdsgenoten die worstelen met voor hen herkenbare dagelijkse problemen vormen hun referentiekader.

Jongeren zijn vooral geïnteresseerd in duidelijkheid, herkenbaarheid en een redelijke mate van authenticiteit, zoals Wolf al aangaf. Waar zij volgens de Ronde en van Dongen behoefte aan hebben, is een concreet handelingsperspectief: hoe te reageren op een bepaalde situatie. Dit handelingsperspectief moet wel leuk zijn.

Daarmee is niet gezegd dat jongeren niet graag meepraten over van alles en nog wat. Hoek, van Dijke en Spooren zien juist dat jongeren dat graag doen, onder voorwaarde dat zij een onderwerp belangrijk genoeg vinden om er ruimte voor te maken in hun drukke agenda. De vraag alleen is hoe relevant de mening van jongeren met een praktisch en naar binnen gericht referentiekader is binnen een co-creatie.

3. Jongeren zijn gemakkelijker te werven door relatief jonge mensen

Een ander probleem van co-creatie is dat jongeren gemakkelijker te werven zijn door relatief jonge mensen en zich ook gemakkelijker openen tegenover andere jongeren, zoals Hoek van Dijke en Spooren ontdekten. Bovenlander stelt zelfs dat jongeren steeds vaker naar zijn events komen om elkaar te ontmoeten en veel minder vanwege de beleving.

Jongeren zijn dus het liefst met jongeren en willen het liefst co-creeren met jongeren, en veel minder met volwassenen. Daarom zetten Hoek van Dijke en Spooren met name jongeren in om te co-creeren met jongeren en heeft Bovenlander jonge mensen in zijn bedrijf aangenomen. Dit staat op gespannen voet met het idee van co-creatie tussen generaties.

4. Inzetten van socialmediakanalen

Een ander belangrijk instrument van jongerenmarketing is het inzetten van socialmediakanalen. Hoek, van Dijke en Spooren laten een probleem van het gebruik van dit instrument zien. Zij werven jongeren voor hun co-creatiepanels het meest effectief in de werkelijkheid, gewoon op straat en soms, voor niet-commerciële projecten, op scholen. Social media worden vervolgens met name ingezet om contact te houden met jongeren zodat zij ook daadwerkelijk komen opdagen op co-creatiesessies. Dit contact houden gebeurt zowel door e-mail – die jongeren lezen maar waarop zij niet antwoorden – en met behulp van WhatsApp.

whatsapp

Ook offline

Als er al geworven wordt via social media, dan gebeurt dat door jongeren die al meedoen aan co-creatiesessies en hun vrienden uitnodigen om ook te komen. Ook voor van Staverden is social media slechts een van de vele kanalen om zijn jeugdfilms te promoten naast media, print, outdoor, onderwijs, retail en tijdelijke kanalen zoals een VVV of een museum. Waar socialmediakanalen worden gemarket als de toekomst, werken offline-kanalen voor jongeren blijkbaar minstens net zo effectief of zelfs effectiever.

Het grijze gebied van compromissen

Terwijl jongeren zelf niet veel antwoorden hebben en zich teruggetrokken hebben in hun eigen wereldje, worden zij door jongerenmarketeers benaderd alsof zij op de eerste plaats wereldverbeteraars zijn. Jongeren worden door volwassenen betrokken bij besluitvormingsprocessen met betrekking tot grote vraagstukken, terwijl jongeren zelf liever onder elkaar zijn, praktisch zijn en opkijken tegen net iets oudere jongeren die succesvol zijn door transparant te worstelen met herkenbare dagelijkse problemen.

Jongeren willen bevestiging en buigen mee met wat de wereld van hen vraagt, terwijl volwassenen van hen antwoorden willen horen. En daar waar jongeren helderheid, authenticiteit en praktisch nut verkiezen in hun degelijke levenshouding, verwachten volwassenen van hen inspiratie. Jongeren zijn echter geen onbevangen schepsels met een out-of-the-box-oplossing voor alles. Jongeren zijn vroeg-volwassenen die hun levenspad zorgvuldig plannen, mede omdat diezelfde volwassenen van hen verwachten dat jongeren concreet kunnen uitleggen waarom zij een specifiek baantje of een specifieke opleiding ambiëren en zij het leven van jongeren in praktische zin steeds lastiger maken.

Waar jongeren en jongerenmarketeers elkaar zouden kunnen vinden, is in het grijze gebied van compromissen. Marketeers gieten hun boodschap in een authentieker jasje terwijl jongeren sponsoring accepteren. Marketeers zetten succesvolle jongeren in om jongeren te bereiken en jongeren luisteren gaarne naar deze succesvolle jongeren. Maar waar het jongeren gaat om de celebrities, gaat het marketeers om de merkboodschap.

 


frank-watching

Nieuw Frankwatching-webinar: Starten met Snapchat & Instagram Stories

Hoe belangrijk is het om als organisatie op Snapchat & Instagram Stories te zitten? Vergroot je er echt je sociale bereik mee? Tijdens dit webinar ontdek je wat je zakelijk allemaal met Snapchat & Instagram Stories kunt doen en voor welke doeleinden je deze sociale media kunt inzetten. Ben jij erbij? Meer informatie

 

Kan marketing ook een positieve verandering teweeg brengen bij kinderen?

Laatst bezocht ik het congres De jonge consument, georganiseerd door Moniek Buijzen (hoogleraar Communicatiewetenschap, in het bijzonder strategische en persuasieve communicatie) en Esther Rozendaal (universitair docent Persuasieve Communicatie), beiden werkzaam aan de Radboud Universiteit. Samen zijn zij dé experts op het gebied van jongerencommunicatie die een positieve verandering bij kinderen en jongeren teweeg wil brengen. Ik vond het een leerzame dag, vooral om te zien hoe we marketing kunnen inzetten als middel om het leven van een jongere doelgroep (kinderen en jongeren) positief te beïnvloeden.

Belangrijke inzichten die ik heb meegenomen:

1: “Dé jonge consument bestaat niet”

Om je marketingmiddelen goed aan te laten sluiten bij de doelgroep is het van belang dat we de jonge doelgroep beter segmenteren. Volgens Rozendaal “bestaat dé jonge consument niet”. Kinderen en jongeren worden vaak gezien als één doelgroep, maar er zijn veel verschillen tussen leeftijdscategorieën, behoeftes en sekse. Je marketinginstrument is enkel succesvol als je je doelgroep op de juiste manier weet aan te spreken, rekening houdend met hun behoeftes. Alleen dan kan je een stap voorwaarts maken naar een bewuster en gezonder leven.

2: Werk met characters (kinder-/ jeugdidolen)fruit

Dat de inzet van characters werkt, is voor mij niet nieuw. Niet voor niets pleit ik, samen met mijn partners in de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding, voor een ban op het gebruik van (bekende) kinderidolen op de verpakking van ongezonde voedingsmiddelen. Want: A-merk fabrikanten doen dit veelvuldig om jonge kinderen (met name onder de 7 jaar) te verleiden.

Wel nieuw voor mij is dat wanneer een organisatie bijvoorbeeld een groente & fruit campagne wil richten op kinderen, het geen zin heeft om één en hetzelfde type character in te zetten richting kinderen in de leeftijd van 3 /m 12 jaar. Logisch, als je kijkt naar de inzet van bekende idolen: Waar bij een 3-jarige een bekende, getekende, animatie zoals Dora of Sponge Bob aanspreekt (die door Verkade worden ingezet om de verkoop van hun koekjes te stimuleren), verandert dat in echte mensen als we puber zijn (denk aan boyband B-Brave die McDonalds inzet voor de promotie van een hamburger).

Simone de Droog (onderzoeker en docent bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen aan de Radboud Universiteit) ziet kansen: charactermarketing kan ingezet worden voor het bevorderen van gezond gedrag. Daar hoop ik de komende tijd meer voorbeelden van te zien!

3: Nog meer inspiratie – publicatie Valkenburg en Buijzen/Rozendaal

Voor wie meer wil weten over de jonge consument, zijn de volgende 2 publicaties inspirerend om te lezen:

 

Voor mij was de bijeenkomst een bevestiging dat we (met de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding) op de goede weg zijn: we streven naar een ban op het gebruik van (bekende) kinderidolen op de verpakking van ongezond eten en drinken (= wat je niet elke dag nodig hebt). En dat we de kansen moeten benutten om kinderidolen in te zetten voor het bevorderen van gezond gedrag. Zo dragen we bij aan een positieve verandering in het leven van kinderen.

 

Carolien-Martens-hartstichting

Auteur: Carolien Martens, Relatiemanager Public Affairs, Hartstichting

De Hartstichting is initiatiefnemer en partner van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding; een actief samenwerkingsverband dat de strijd aangaat tegen op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen. Lees ons volledige standpunt op: www.stopkindermarketing.nl.

 

Het effect van de groei van internet: kids en jongeren makkelijker bereiken met je aanbod!

* Kids van 10 jaar geleden en nu: wat zijn de 3 opmerkelijkste verschillen?

Kinderen van 10 jaar geleden en nu hebben vaak nog steeds dezelfde drijfveren waarom ze voor UNICEF in actie willen komen. De omgeving om hen heen is dusdanig veranderd en het aanbod van de markt groter geworden waardoor het lastiger is geworden om op te vallen en het een creatievere inzet van je middelenmix vraagt. Kinderen helpen nog steeds graag leeftijdsgenoten, vinden in de leeftijd van 8 tot 12 jaar nog steeds dingen ‘vet erg’ en kunnen zich goed in de ander verplaatsen wanneer je het spiegelt aan hun eigen leefwereld. De drie grootste verschillen zijn:

  • dat het aanbod van de informatie groter is geworden. Vroeger kreeg een leerling via de leerkracht informatie over een bepaald thema, nu kunnen leerlingen makkelijker zelf informatie opzoeken op tijden wanneer zij dat willen.
  • De ouder of de leerkracht is niet langer meer de ‘allesweter’ maar youtube en google voeren de boventoon.
  • Vanwege alle toegang tot informatie zijn kinderen van nu wellicht iets wijzer en vroeger volwassen dan voorheen.

 * Hoe gebruiken kids social media?

Onze ervaring is dat kinderen en jongeren social media vooral gebruiken om onderling contact te hebben. Ze laten hun vrienden zien waar ze mee bezig zijn via insta en snapchat en whatsappen in groepschats en onderling. Daarnaast kijken ze veel naar youtube. Naar hun BN-ers en wereldsterren die hen vermaken met grappige filmpjes van dingen die in het dagelijks leven gebeuren. Down to earth, niet smooth gemaakt en met humor gebracht. De bloggers en vloggers die kinderen en jongeren volgen maken persoonlijke blogs en vlogs die een niet gekunsteld beeld van de werkelijkheid laten zien. Kinderen en jongeren kunnen zich identificeren met de vloggers, ze staan niet zo ver weg als bijvoorbeeld bekende wereldsterren.

* In hoeverre heeft internet de marketing omtrent kids veranderd?

Het internet maakt het voor ons makkelijker om ons aanbod (denk bijvoorbeeld aan spreekbeurtpakketten en filmpjes over ons werk) makkelijker direct bij de doelgroep onder de aandacht te brengen. In the good old days waren we afhankelijk van een leerkracht voor het uitdelen van een spreekbeurtboekje in de klas. Nu kunnen kinderen die interesse hebben zelf de informatie van onze website gebruiken, ons youtube kanaal bekijken, online vragen stellen en allerlei foto’s en filmpjes gebruiken voor bijvoorbeeld een werkstuk of spreekbeurt. Het maakt dat het werk van UNICEF dichterbij kan worden gebracht. Daarnaast geeft de digitale wereld de mogelijkheid om het werk van UNICEF makkelijker in de klas te krijgen, denk bijvoorbeeld aan digitale lessen over gevluchte kinderen of het maken van filmpjes over kinderrechten door kinderen zelf via een mini-movie-maker app waardoor ze nog eenvoudiger kunnen meedoen aan het UNICEF Kinderrechten Film Festival.

  * Op welke manier heeft Unicef ingespeeld op het medium ‘online’?

In het verleden hebben we enkele succesvolle online acties richting de jongerendoelgroep uitgevoerd. Zo claimden we in 2012 de #kutschool na de herfstvakantie op twitter en stuurden we live videos van bekende Nederlanders met daarin een boodschap over het recht op onderwijs en de strijd die Malala daarvoor leverde. Doel was bewustwording van het recht op onderwijs. Zie voorbeeld van Willie Wartaal: https://www.youtube.com/watch?v=raSZoF3V4CQ&list=PLrzPra9dMnJqJUE8Pvwye79klCIAQXpqW&index=52

In 2013 en 2014 werkten we samen met een aantal youtubers. Zo maakten zij bijvoorbeeld van onze corporate tv commercial een eigen variant. Deze commercial zetten zij belangeloos in als pre-rol voor hun eigen filmpjes. Zie https://www.youtube.com/watch?v=3ygInRAcKuU

In 2014 probeerden we met een eigen game in te spelen op het WK voetbal dat in Brazilië gehouden werd om ook de andere kant van Brazilie en de leefomstandigheden van kinderen aldaar te laten zien. Deze game mislukte omdat  het niet voldoende aansloot op de belevingswereld van de jongeren, het te moeilijk was om een eigen game relevant te maken in de doelgroep en er teveel handelingen in de game zaten. O.a. vanuit deze lessen zetten we online alleen nog in ter ondersteuning van onze projecten, maar zullen we niet zo snel meer alleen een online activatie doen. Zo kunnen kinderen en jongeren vanaf vorig jaar al hun vragen over UNICEF (en dat zijn er veel!) stellen via whatsapp.

Het is daarbij belangrijk om de “online” basis goed op orde te hebben:

  • Een goede responsive mobiele website met veel beeld (foto en video)
  • Een makkelijke, persoonlijke, manier van communiceren (WhatsApp) met snelle reacties
  • Op kanalen van influencers aanwezig zijn waar de doelgroep ook aanwezig is (een voorbeeld zijn de oproepjes van Klaas van Kruistum, onze UNICEF ambassadeur, op zijn instagram account + het meenemen van acties voor UNICEF in zijn vlogs)

Wanneer bovengenoemde niet op orde is (vooral punt 1 en 2) zijn jongeren snel weer weg. Online moet alles simpel, snel, overzichtelijk en makkelijk gaan.

 * Wat is het succes van UNICEF?

  • UNICEF is een bekende naam bij leerkrachten en ouders. We zien dat er elk jaar weer ontzettend veel kinderen hun spreekbeurt of werkstuk over UNICEF maken. Het zoekwoord ‘spreekbeurt’ staat op nummer 2 in onze analytics van alle zoekwoorden op de website.
  • Het thema ‘kinderen’ spreekt kinderen aan. UNICEF gaat over kinderen aan de andere kant van de wereld maar ook over kinderen hier, over hén zelf. Door vanuit het perspectief van de eigen rechten van kinderen te spreken komt het thema dichtbij. Voorbeelden zijn de kinderrechtenvideo https://www.youtube.com/watch?v=bif-0c-tlKE en een serie wist je datjes over kinderrechten: ‘wist je dat je ouders niet zomaar mee mogen lezen met je WhatsApp?’
  • We blijven vernieuwen, zetten bijvoorbeeld WhatsApp communicatie in, Youtube, Ambassadeurs die kinderen aanspreken. Máár blijven hierbij wel bij onze kerndoelen en ons eigen werk, zullen dus niet zélf games, strips etc. gaan produceren want daarvoor komen kinderen niet naar ons.

* Graag een ‘sneak peak’ over jouw bijdrage aan het event:

Wist je dat 1 op de 5 kinderen in Nederland nauwelijks beweegt? En dat 1 op de 7 kinderen in Nederland overgewicht of obesitas heeft? En dat slechte voeding en weinig beweging vaak de oorzaak zijn? En dat er aan de andere 165 miljoen kinderen leiden van chronische ondervoeding? Met UNICEF Kid Power slaan we een brug tussen het bevorderen van een gezonde leefstijl van kinderen in Nederland én het wereldwijd terugdringen van ondervoeding. Tessel in t Veld en Jacqueline Baljeu van UNICEF Nederland vertellen graag hoe ze deze twee doelen in een activatie richting Nederlandse kinderen samenbrengen en bereiken.

Jacqueline Baljeu, marketeer Jeugd, UNICEF Nederland en Tessel in ’t Veld, communicatieadviseur, UNICEF Nederland, spreken op het congres Trends in kids, jongeren en familie marketing, op 26 september a.s. in Apenheul, Apeldoorn.

Ouders en kindermarketing: wat is hun mening eigenlijk?

hartstichtingMijn zoon van 5 is binnenkort jarig. Op zijn verlanglijstje staat een boomhut en “dat ding met een netje waar je je vuile kleren in kunt gooien en dat het dan in een soort mand valt”. Hij bedoelt een basketbalnet met een wasmand eronder. Hij heeft het over een tv-reclame die hij maanden geleden één keer heeft gezien. Die reclame heeft duidelijk indruk op hem gemaakt, want hij heeft het er nog steeds over. Het laat zien hoe effectief reclame kan zijn. Vind ik dit erg? Niet bij dit product, maar wel als het gaat om ongezond eten en drinken. Hier sta ik niet alleen in als ouder.

Discussie over kindermarketing losgebarsten

De discussie over wat wij (= de maatschappij) acceptabel vinden als het gaat om kindermarketing van (ongezonde) voedingsmiddelen is weer losgebarsten.

  • “Alleen gezond” zegt de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding. Een samenwerkingsverband van gezondheids- en consumentenorganisaties, diëtisten, kinderartsen, jeugdartsen en wetenschappers, dat ik met veel plezier coördineer.
  • De voedingsindustrie (FNLI) vindt de bestaande regels streng genoeg.
  • De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) wenst: In de aanpak van overgewicht bij kinderen moeten regels ingevoerd worden om de marketing van ongezonde voedingsmiddelen terug te dringen.

Maar wat willen ouders eigenlijk? Dat wilde ik ook wel weten. Dus heeft de Hartstichting onderzoeksbureau GfK gevraagd ouders (n = 1000) met kinderen tussen de 3 en 13 jaar hierover te bevragen.

Wat vinden ouders van kindermarketing?

Ik vind het interessant om te zien dat ouders duidelijk onderscheid maken tussen kindermarketing voor gezond en ongezond eten en drinken:

  • Een meerderheid van ouders vindt dat kindermarketing voor gezond eten en drinken mag en ook een meerderheid vindt dat dit niet mag voor ongezond eten en drinken.
  • Wat mij opviel is dat het lijkt dat de omgeving bepalend is voor wat ouders acceptabel vinden. 74% van de ondervraagde ouders vindt dat bij sportverenigingen wel kinderreclame voor gezond eten en drinken gemaakt mag worden. Gevraagd of dit ook mag voor ongezond eten en drinken, antwoordt 71% van de ondervraagden: nee, dit mag niet voor ongezond.
  • 61% is van mening dat kinderidolen/tekenfilmfiguren niet op de verpakking mogen staan van ongezonde voedingsmiddelen. Als het gaat om het inzetten van kinderidolen/tekenfilmfiguren als reclamemiddel op de verpakking van gezond eten en drinken, vindt 72% dat prima.
  • Er is een substantiële groep ouders (39%) die denkt dat minder kinderen overgewicht zullen krijgen als er geen kindermarketing meer is voor ongezond eten en drinken.

De boodschap van ouders richting marketeers lijkt mij duidelijk: zet kindermarketing alleen in voor de promotie van gezonde voedingsmiddelen. Ik zie het zelf als een bevestiging van waar wij als Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding naartoe werken. In september ga ik naar het congres De jonge consument, waar ik hoop nog meer te leren over kinderen op een positieve manier te beïnvloeden. Het lijkt me leuk om je daar te zien.

Lees hier de onderzoeksresultaten naar de mening van ouders over kindermarketing.

Wat wil de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding?

kids

 Carolien Martens

Relatiemanager Public Affairs, Hartstichting

De Hartstichting is initiatiefnemer en partner van de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding; een actief samenwerkingsverband dat de strijd aangaat tegen op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen. Lees ons volledige standpunt op: www.stopkindermarketing.nl.

carolien martens

 

Viva la France! Voor wie juichen we eigenlijk?

Normaliter zou het reeds een gekte van jewelste zijn. Het Europees Kampioenschap voetbal begint bijna! Het toernooi dat onze helden in ’88 wonnen ten koste van de Sovjet-Unie. Dit jaar moeten we helaas overslaan. Dan rijst de vraag; voor wie juichen we dan wel? We zullen wel allemaal zo onze eigen favoriet hebben. Die van mij is Belgie. Een leuk en variërend spelend team met supersterren uit de Premier League.

Niet alleen vanuit sportief oogpunt is het spijtig, ook voor marketeers is het een gemist platform om op originele manier hun imago of marktaandeel te verbeteren.

Binnen de wereld van spaarprogramma’s is Nederland koploper op het gebied van voetbalacties gedurende een WK of EK. In de afgelopen jaren (2012 en 2014) waren er wereldwijd drieënvijftig voetbalpromoties bij foodretailers. 45% hiervan, vierentwintig acties vonden plaats op Nederlandse bodem. Het totaal aantal acties van bedrijven loopt in de honderden. Kortom, Nederland is voetbal(actie) gek.

Gelukkig hebben we tijd genoeg om een actie voor te bereiden die we hopelijk in kunnen zetten tijdens het WK 2018 in Rusland.

 

Welke elementen zijn belangrijk bij het opzetten van een spaaractie?

1. Formuleer je doel.

Waarom doe je wat je doet? Imagoverbetering? Nieuwe klanten? Verkennen van nieuwe markten? Hogere besteding van bestaande klanten? Verbeteren van prijsperceptie?

2. Wie is je eindgebruiker?

Pas je producten en communicatie aan op je eindgebruiker.

3. De kenner of verkenner?

Richt je je op de echte voetbalkenner met een branded voetbalpromotie (bv. voetbalplaatjes) of ga je voor de verkenner: de massa, de fans, het bredere publiek (bv. fan-items).

4. Welk verhaal wil je vertellen?

Wij zien een toenemende vraag naar campagnes. Een promotie met een verhaal. Wat is jouw verhaal? Wat wil je écht vertellen?

5. Heeft jouw actie de juiste mix?

Een actie is succesvol als het de juiste conceptelementen heeft. Dit is per actie verschillend en afhankelijk van je doel maar ik noem een aantal belangrijke: Aantrekkelijkheid: hoe graag wil je (potentiële) klant het product hebben?
Show-off factor: hoe graag wil je klant het product laten zien aan anderen en wat wil je dat hij/zij over jouw product vertelt?
Sexe: is het zowel voor mannen/jongens als vrouwen/meisjes?

6. Welk budget heb je beschikbaar voor executie en activatie van je actie?

Meevaren op de gekte van een EK of WK is fijn, maar ook een moment dat er veel vissen in dezelfde vijver zwemmen. Zonder gedegen plan voor executie en activatie wordt het moeilijk je beoogde doel te behalen.

7. Plan je actie.

Je actie plannen omvat meer dan (laten) voorbereiden en een moment uitkiezen. Zorg dat er tijdens de actie een gedegen projectplan ligt zodat je resources opgewassen zijn tegen een extra tijdsinvestering. Laat de actie niet je hoofdactiviteit worden, een actie moet bijdragen.

8. Evalueer.

Binnen onze acties onderscheiden we twee soorten impact: emotionele en transactionele impact. Hoe hebben deze factoren bijgedragen aan je geformuleerde doel?

BrandLoyalty verkocht dit jaar in negen landen twaalf spaaracties gericht op het EK. We hopen in 2018 ook weer in Nederland van de partij te zijn!

 

ThijsDoor: Thijs Driessen, Concept Development Manager, BrandLoyalty Special Promotions B.V.
Als Concept Development Manager bij BrandLoyalty Special Promotions B.V. houd ik mij bezig met de ontwikkeling van (kinder)spaaracties bij internationaal opererende foodretail organisaties. Dit kunnen vraaggestuurde concepten zijn welke aansluiten bij de marketingcampagne van een retailer, maar ook door ons zelf bedachte acties rondom bijvoorbeeld het EK voetbal.

Meten is Weten!

Nederland is en blijft een fietsland, voor jong en oud. Er zijn zelfs meer fietsen in Nederland dan dat er mensen zijn. Op iedere hoek van de straat zit de bekende fietsenmaker die er al jaren zit en de zaak van zijn ouders of grootouders heeft overgenomen. Of de talloze online shops waarbij een kinderfiets al de volgende dag thuis bezorgd wordt.

‘Kunstjes’

We hebben het vroeger allemaal gedaan en ervaren; even een rondje fietsen op de fiets van jouw oudere broer of zus. Of op de fiets van jouw kleine buurmeisje, om te voelen ‘hoe dat ook al weer was’, terwijl je zelf net 8 jaar oud was.

Loekie meten is wetenIk kan me nog goed herinneren hoe ik op een eigenlijk veel te grote fiets stapte, nét niet bij het zadel kon en al staand een rondje door de straat reed. Waarbij ik de bochten zoveel mogelijk vermeed, omdat ik dan eigenlijk moest afstappen door te weinig balans en te weinig snelheid. Maar wat vond ik mezelf stoer!

Iets minder stoer vond ik mezelf toen ik op die kleine fiets van mijn buurmeisje, die nog met zijwieltjes fietste, in volle vaart onderuit ging. Nooit gedacht dat het zo moeilijk kon zijn om weer met zijwieltjes te fietsen.

Zoals iedereen vast weleens gekke stunts op de fiets uithaalde, heb ik dat ook volop gedaan met mijn zusje en vriendinnen. Met zijn drieën op één fiets, waarbij iemand op het zadel zat, iemand op de trappers stond en fietste en waarbij de derde het liefste op het achterrekje stónd. Allemaal niet volgens de voorschriften, zeker niet nu ik productmanager ben van kinderfietsen, maar wel onwijs leuk! Of achterop bij een vriendin waarbij je dan achterste voren op het achterrekje ging zitten, of nog gekker, de armen ging kruizen op je stuur. Linkerhand op je rechter handvat, en je rechterhand op het linker handvat. Dat heb ik helaas moeten bekopen met een traan.

Welke maat fiets kind

Maar de vraag als ouder blijft; wat is de juiste maat voor een kinderfiets? Je wilt niet binnen een jaar en een groeispurt verder wéér een nieuwe fiets voor jouw kind aanschaffen. Daarom een paar vuistregels en tips om de juiste maat kinderfiets te kopen.

  1. Kinderfietsen worden in inches weergegeven. De inchmaat is de doorsnede van de fietsband.
  2. Koop een fiets nooit op de groei. Een kind moet op het zadel kunnen zitten, bij de trappers kunnen, en met beide voeten bij de grond komen om het evenwicht te bewaren.
  3. De binnenbeenlengte geeft de juiste maat van de fiets weer. Als je de binnenbeenlengte weet van jouw kind, is het uitzoeken van een kinderfiets wat eenvoudiger. Zet de benen ongeveer 15 centimeter uit elkaar, en meet de lengte van het kruis loodrecht tot de grond. Dit is de minimale maat van de fiets die jouw kind nodig heeft, waarbij het zadel nog verder omhoog gezet kan worden naar mate jouw kind groeit.
  4. De kledingmaat geeft ook een goede indicatie om de juiste maat kinderfiets te kopen, maar is iets onnauwkeuriger dan de binnenbeenlengte. Bekijk de tabel om te zien welke inchmaat fiets bij jouw kind past.
  5. Wist je dat de lengte van jouw kind de kledingmaat weergeeft? Zo heb je dubbel voordeel van de tabel!
  6. Bepaal eerst welke maat jouw kind nodig heeft, alvorens de fiets uit te zoeken. Als een kind eenmaal een mooie fiets heeft gezien, die niet in de juiste maat leverbaar is, is de kans groot dat je toch met de verkeerde maat fiets naar huis gaat. Iets zoals die mooie schoenen toch maar kopen terwijl ze net een maatje te klein zijn…

Maattabel kinderfiets

Leeftijd (in jaren)

 

Kledingmaat/lengte

 

Binnenbeenlengte (in cm)

 

Inchmaat

 

3 – 4 92-104

 

43-53

 

12,5 inch

 

4 – 6 104-116

 

54-56

 

16 inch

 

4 – 8 110-122 57-59 18 inch

 

5 – 8

 

116-122

 

60-69

 

20 inch

 

5 – 9

 

122-128

 

63-73

 

22 inch

 

8-10

 

134-140

 

74-77

 

24 inch

 

9-12

 

146-158

 

78-81

 

26 inch

 

Auteur:

Sanne Weber, 25 jaar en werkzaam als Productmanager bij Loekie. Na mijn studie Communicatie in Utrecht en mijn Master of Business in Australië, ben ik aan de slag gegaan bij Sparta als Online Marketeer wat in eerste instantie een tijdelijke functie was. Gelukkig ben ik aan boord bij Sparta/Loekie gebleven. Ik heb een ontzettend leuke baan waarbij ik de marktbehoefte vertaal naar onze producten en deze dan weer in de markt positioneer. Een compleet plaatje waar ik mijn eigen draai kan geven aan de leukste kinderfietsen van Nederland!

Ruzies en leuke filmpjes in de groepsapp

‘Kijk eens wat een leuk filmpje, mama.’ Daar krijg ik inderdaad een grappig filmpje van mijn dochter en haar vriendinnen onder mijn neus geduwd. Hun armen versneld draaiend, hun gezichten vervormd met een grappig deuntje eronder. Ook de kat en de cavia hebben geregeld hoofdrollen in haar producties. Mijn 11-jarige heeft de app Musically ontdekt.

Socialemediagebruik

“Ik kan het allemaal niet bijhouden wat ze doen”, hoor ik ouders vaak verzuchten op ouderavonden over het socialemediagebruik van hun kinderen. “Er is iedere week wel iets nieuws.” Dus laten ze het maar gaan en moeten kinderen hun eigen weg op sociale media zien te vinden. Dat is jammer. Het is onmiskenbaar waar dat kinderen de techniek van nieuwe apparaten en apps beter beheersen dan veel ouders. Ook de lol zien zij er direct van in. Maar de inhoud, hoe je bijvoorbeeld met elkaar communiceert per app, is niet altijd meteen duidelijk. Zonder gezichtsuitdrukking en non-verbaal gedrag kun je woorden nogal eens verkeerd uitleggen. Wat zeg je wel en niet in een groepsapp? Wordt een geintje door de ontvanger ook zo ervaren? Welke foto’s van anderen zet je wel en niet in de groep? Wat doe je als je het niet meer zo leuk vindt? Daarin hebben ouders en docenten een belangrijke rol.

Tips en adviezen online

Socialbesitas-logo111Zeker omdat kinderen steeds vroeger een telefoon krijgen (vanaf groep zes). Waarom moet een kind van negen/tien jaar alles alleen uitvogelen? Dan doen we ook offline niet. Dan zitten de meeste ouders er bovenop; we willen weten met wie en waar onze kinderen spelen. Online zou dat ook niet gek zijn. Juist op die leeftijd zijn kinderen heel ontvankelijk voor tips en adviezen. Mits die gegeven worden door ouders/docenten die de lol van de kinderen proberen te snappen. Als je meekijkt, begrijp je ook beter wat wel en niet geschikt is, wordt het gemakkelijker om grenzen te stellen en komen kinderen eerder naar je toe als het misgaat op de appgroep.

En natuurlijk is dat niet eenvoudig. Mijn dochter werd een keer door een klasgenootje voor ‘monchol’ uitgemaakt in de huiswerkgroepsapp, nadat ze had opgemerkt dat het rondsturen van dertig regels aan emoij niet geschikt was voor deze app. Dochter was boos en wilde direct terug appen. Begrijpelijk maar niet echt handig. Na even stoom afgeblazen te hebben, was ze daarna ook wel blij dat ze niet had gereageerd. Hoe lastig is het om je schouders op te halen en je zelfbeheersing niet te verliezen als je gekwetst wordt? Niet alleen voor kinderen. Wij moeten onze kinderen niet het bos in sturen met de boodschap ‘zoek het maar zelf uit op sociale media’. Onze kinderen hebben ons daarbij nodig. Ook als publiek voor de leuke filmpjes en foto’s die ze maken.

Mayke Calis is journalist en tekstschrijver. Ze schreef samen met verslavingsdeskundige Herm Kisjes het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving. Naast haar schrijfwerk geeft ze ook ouderavonden op scholen (po en vo) over socialemediagebruik onder jongeren. www.maykecalis.nl en www.socialbesitas.nl.

Voelen is onthouden

Elke dag zijn wij bij Blink bezig kinderen en jongeren uit te dagen om zichzelf en hun talenten te ontwikkelen en de wereld te ontdekken. Dat doen we met concepten voor thuis en op school zoals tijdschriften, websites, apps en digitale lesmethoden.

Als je kinderen en jongeren echt wilt prikkelen of stimuleren in hun ontwikkeling dan is het belangrijk de juiste snaar te raken. Want als je iets eenmaal echt hebt gevoeld of ervaren dan onthoud je het ook. Dit wordt de laatste jaren ook nog eens ondersteund door hersenonderzoek – bij een emotie blijkt er in onze hersenen een stof vrij te komen die maakt dat we dingen beter onthouden. We hebben o.a. veel gesproken met Jelle Jolles van de Vrije universiteit van Amsterdam: “Emoties zijn de motoren van de herinnering”. En ook met Erik Scherder over de effecten van muziek op het brein.

Maar hoe zorg je ervoor dat je, met deze wetenschap in je achterhoofd, een kind echt raakt? Dat is nog niet zo eenvoudig en begint al ver voor een product idee, door op zoek te gaan naar de wezenlijke drijfveren van kinderen. Wij doen dat door elke dag weer met een frisse nieuwsgierige blik te kijken naar wat kinderen bezighoudt en waarom. Niet achter een bureau maar in co-creatie met kinderen, ouders, leerkrachten, experts en creatieven.

Er zijn een aantal factoren die er mede voor zorgen dat je ook echt achter blijft op “de harde schijf” van een kind. Dan & Chip Heat hebben hier veel interessants over te melden in hun boek Made to stick, Why some ideas survive and others don’t.

Je hebt de plakfactor als je een verhaal of een boodschap hebt gebracht die goed te begrijpen is, die onthouden wordt en die effectief is in het veranderen van gedachten of gedrag.

Deze zes principes helpen om dit voor elkaar te krijgen:

  • Houd het simpel: Wat is de kern van de boodschap die je over wilt brengen? Hanteer de kunst van het weglaten. Maar let op, een boodschap moet niet alleen kort zijn, maar vooral ook ‘diep’, dus echt betekenis hebben. Niet perse eenvoudig, maar de essentie rakend.

Dus niet: Zonnen, de voorzorgsmaatregelen en gevaren. Maar bijvoorbeeld: Zonnen, hoe vroegtijdig oud te worden.

  • Onverwachts: Hoe trek je de aandacht? Probeer tegen de verwachtingen in te gaan. Het gaat niet alleen om verrassen, maar ook om interesse en nieuwsgierigheid opwekken. Zo ging warenhuis Nordstorm, het overhemd strijken voor een klant die het meteen aan moest.
  • Ben concreet: Hoe maak je je ideeën duidelijk? Niet door vage woorden, wel door concrete voorbeelden en krachtige beelden. Niet voor niks is er het spreekwoord ‘een beeld zegt meer dan duizend woorden’.
  • Geloofwaardigheid is belangrijk: Hoe zorg je dat mensen je ideeën of je boodschap ook geloven? Het helpt als de boodschap ‘in zichzelf geloofwaardig’ is en als mensen dat ook voor zichzelf kunnen nagaan.
  • Emotioneel: We zitten zo in elkaar dat we iets voelen voor mensen en niet voor statistieken. Indrukwekkende cijfers over hongersnood hebben minder effect dan het verhaal over het leven van een arm zevenjarig meisje.
  • Story-telling. Hoe zorg je dat mensen ook het gewenste egdrag gaan vertonen? Verhalen helpen daar bij en zijn een soort blauwdruk “hoe je te gedragen”

Hoe wezenlijk deze principes ook zijn, uiteindelijk geven de gebruikers van je product of dienst je antwoord op de vraag hoe goed je product of dienst is. Daarom gaat er geen dag voorbij of wij zijn op wat voor manier dan ook in co-creatie met kinderen en hun omgeving. Om echt het verschil te maken.

[Auteur] Yvonne Keasberry, directeur Blink media. Blink ondersteunt ouders, leerkrachten en andere partners met concepten voor kinderen voor thuis en op school zoals tijdschriften, websites, apps en digitale lesmethodes.

 

Bril met ketchup

Bril met ketchup

 

We zullen ze vaker zien dit jaar in campagnes naar kids & families: met logo’s en reclame bedrukte kartonnen VR-brillen (al dan niet de Google Cardboard) en bijbehorende apps. Voor het bredere publiek zagen we al acties van o.a. Coca-Cola en The New York Times.

 

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=bnYg752URcE&w=520&h=315]

Video: McDonald’s

Naar de kids-markt toe bijt McDonald’s de spits af in Zweden (en binnenkort allicht ook in andere landen) met zijn ‘Happy Goggles’. Om de dertigste verjaardag van het iconische ‘Happy Meal’ te vieren creëerden ze een als VR-bril recycleerbare Happy Meal Box. Hervouw de maaltijdbox, stop er je smartphone in, en je hebt een 3D ski-game.

McDonald’s haalde er kinderpsychologen Karl Eder en Fadi Lahdo bij om uit te leggen hoe de ‘Goggles’ best kunnen worden gebruikt: “De VR goggles geven toegang tot opwindende virtuele werelden. Voor kinderen is dit een kleinere stap dan voor volwassenen. Zo wordt een opportuniteit gecreëerd voor ouders om te leren van de kennis en ervaring van kinderen. Het spel is leuk om samen te doen, en maakt het makkelijk om op gelijke voet samen tijd door te brengen.” Verder ziet McDonalds het als een educatief gadget, want het ski-spel moet naar verluidt kinderen leren om veilig te skiën door op de pistes te blijven. Daarom heeft McDonald’s het game ook laten goedkeuren door het Zweedse nationale skiteam.

Maar willen we een doos waarin frietjes met ketchup gezeten hebben op de neus zetten? Dat blijft de hamvraag (he, wat een woordspeling)….

Meer op www.happygoggles.se/en/. De campagne werd bedacht door het agency DDB.

Waarom mogen we meer van dit moois verwachten?

Kinderen zijn bijzonder aangetrokken tot digitale hebbedingen en immersieve digitale spellen. De hoge prijs en het – niet te onderschatten – zware gewicht van de meeste VR-brillen was tot nog toe echter een filter van formaat (letterlijk) om deze technologie bij kinderen te laten doordringen. Twee dingen brengen hier verandering in.

Eerst is er de prijs. Met een kartonnen Google Cardboard oplossing, voor een appel en een ei te koop, liggen de kaarten anders. De Google Cardboard technologie (die trouwens ook aan de basis van de nieuwe View-Master van Mattel ligt) maakt het mogelijk om, zoals McDonalds het in Zweden doet, de VR-brillen op grote schaal te verspreiden en zelfs om ze als een gratis marketing-goodie in te zetten.

Een tweede factor is het gewicht. Doordat in de kartonnen bril een ingebrachte smartphone voor het beeld moet zorgen blijft het gewicht voor kinderen een rol spelen, maar toch al veel minder dan bij de Oculus (470g) en andere devices.

Merken die deze kaart willen trekken en zelf brillen willen weggeven mogen rekenen op behoorlijk wat zichtbaarheid: de technologie is nog niet erg verspreid, en door een voorlopig tekort aan kids-apps kunnen ze met een relatief beperkte investering rekenen op aandacht voor hun app. Testen uitgevoerd met kinderen door het Britse agency Dubit bewezen ook dat kinderen het erg leuk vinden om met deze technologie te experimenteren. Ze ondervinden weinig hinder van mogelijke problemen als duizeligheid, vermoeidheid of complexere ergonomie.

Nu wordt het dus wachten op leuke gebruikscases voor kids na deze McDonalds kick-off case. Who’s next?

 

blog gerda van damma foto2

Gerda Van Damme

Gerda Van Damme is manager van Dreammachine Kids, een Belgisch Kids & Family Marketing agency dat werkt voor klanten als Danone, Henkel, Woeffies (Bristol) en andere. Ze is ook organisator van het Kids & Family Marketing Congress en gastspreker in internationale conferenties over kids marketing.

 

Het Mariniers Museum wordt levensgrote kijkdoos

Ontwerpbureau dog design en Van Straaten, specialist op het gebied van innovatieve visuele communicatie, hebben het Netherlands Marine Corps Museum (ook wel: het Mariniers Museum) in Rotterdam omgetoverd tot een levensechte kijkdoos. In de familietentoonstelling Expeditie Speurneus 2.0 kruipen kinderen in de huid van ‘combat trackers’, de spoorzoekers van het Korps Mariniers. Met hulp van een creatief design en hoogwaardige prints en materialen wanen de jonge bezoekers zich middenin de natuur, waar zij sporen zoeken en mysteriën ontrafelen.

Net als de mariniers gaan jong en oud op wereldreis door bos, jungle en ijzige vlakten waar zij sporen verzamelen. Aan het eind worden mysteriën ontrafeld in het sporenlab.

In het Netherlands Marine Corps Museum wordt 350 jaar geschiedenis van het Korps Mariniers verteld. De organisatie had behoefte aan een nieuwe, creatieve invulling van dit museumconcept en schakelde daarom de genoemde bureaus in. De verschillende omgevingen komen in het museum tot leven dankzij gedetailleerde prints van dieren en natuur, verborgen achter kijkgaten in de muur. 2D-visuals worden gecombineerd met 3D-elementen, wat een verrassend realistisch effect geeft. Dit tovert het museum om tot een grote kijkdoos. Met een beetje fantasie, en dat hebben kinderen, sta je in de schoenen van een marinier en verken je nieuwe werelden, zo is het idee.

Mariniersmuseum 4

Mariniersmuseum 1

Mariniersmuseum 2

LOI stelt groei centraal: ‘Als leren zo fantastisch is, waarom zou je er dan ooit mee stoppen?‏’

‘Nederland wordt steeds slimmer.’ Dat was het motto van LOI afgelopen jaren, gevat in vermakelijke commercials met een twist (een verademing na die verschrikkelijke Merel & Wouter). Je herinnert je vast de korte verhaaltjes nog wel rond bijvoorbeeld de doktersroman in de de oliebollenkraam, de fans van Wolter Kroes, mannenavond in het klaslokaal, de aanrijding van Bram Moszkowicz, de bijdehante obers in een Italiaans restaurant en de te vaak uitgezonden conference call (met de conciërge uit het afgelopen seizoen van SpangaS in een Tempo Team-achtige rol).

Maar nu is het blijkbaar tijd voor een nieuw, wat persoonlijker thema (en een bijbehorende campagne): ‘Groei door.’ De LOI wil mensen met haar nieuwe campagne aansporen te blijven leren. “Niet omdat het makkelijk is, maar omdat het je zoveel voldoening geeft en kansen biedt als je iets geleerd hebt”, stellen de verantwoordelijke creatieven. In de nieuwe tv-commercial zien we hoe trots mensen zijn, als ze iets geleerd hebben. De vraag luidt waarom we ooit met leren zouden stoppen, als het zo fantastisch is. Dat is ook precies waar de LOI met haar vormen van onderwijs een belangrijke rol in speelt: je kunt altijd blijven leren. En daar zit natuurlijk een commerciële gedachte achter, want als mensen maar cursussen blijven volgen, levert dat meer omzet op. Maar laten we niet overdrijven: voor de meesten van ons is leren helemaal niet leuk. De bestemming is mooier dan de reis, het diploma belangrijker dan de studie-uren. 

Hoe dan ook, het is een fraai filmpje. Beelden van opgroeiende kinderen, werkt altijd. Passende titel, mooi woord ook: ‘triomf.’

[Creatie door N=5; via @popthecampaign]

Kinderen ontdekken museumschatten tijdens Rabo Museumkidsweek

In deze veranderende wereld zijn musea misschien wel belangrijker dan ooit. Het zijn onze plekken van bezinning en herkenning. Van verwondering, verbazing en ontroering. En ze bieden jong en oud een ideale omgeving om informeel te leren. Want musea verbinden ons met het verleden, met het nu, met het grote verhaal over wie we werkelijk zijn. Tijdens de herfstvakantie van 17 oktober tot 1 november 2015 organiseren de Nederlandse musea veel leuke en leerzame activiteiten speciaal voor kinderen van 6 tot en met 12 jaar tijdens de Rabo Museumkidsweek.

Deze actie daagt kinderen uit zelf creatief te zijn. Kinderen bezoeken een museum, kiezen een eigen museumschat en verzinnen daar een beeldverhaal bij. Ieder kind dat een filmpje of verhaal instuurt ontvangt het Gouden Boekje van illustrator Harmen van Straaten. Een jury kiest uit alle inzendingen twaalf winnaars, één per provincie. De hoofdprijs is een vlucht in een Dakota vliegtuig.

Kinderen worden in musea uitgedaagd om kritisch te kijken. Ze leren er door met eigen ogen te zien en doordat ze het verhaal horen dat bij een museumschat verteld wordt. Ze worden aangemoedigd om zelf vorm te geven aan hun emoties en opinie. Ze ervaren aldus wat een museumschat voor hen betekent.

KinderenzoekenmuseumschattijdenspresentatieRaboMuseumkidsweekONLINE

Rabo Museumkidsweek is een initiatief van Museumvereniging en Rabobank om landelijke aandacht te creëren voor het museale aanbod gericht op kinderen van 6 tot en met 12 jaar. Nederland telt honderden prachtige musea met bijzondere collecties over geschiedenis, beeldende kunst, natuurhistorie, economie, wetenschap, techniek en volkenkunde. Elk museum is een schatkamer waar kinderen vele juweeltjes kunnen ontdekken.

p-018915_logo Museumkids_Jorike Grooters_v3

Meer informatie en het volledige aanbod van musea voor kinderen tijdens de herfstvakantie is te vinden op www.museumkids.nl.

Leuke samenwerking PostNL en NEMO: kinderen ontdekken wetenschap via postzegels

Je zou het bijna vergeten, maar ook postzegels zijn nog steeds een medium waarmee je een boodschap kunt overbrengen. PostNL brengt in samenwerking met Science Center NEMO het postzegelvel ‘Ontdek de wetenschap’ uit, zo melden de twee partijen in een gezamenlijk persbericht. Op de vrolijk gekleurde postzegels staan vijf natuurkundige experimenten die kinderen thuis eenvoudig kunnen uitvoeren. Tijdens de presentatie van de postzegels bij NEMO voerden een aantal kinderen de proefjes zelf uit (zie onderstaande foto).

De natuurkundige proefjes gingen over elektriciteit, lichtbreking, statische lading, vacuüm en geleiding. Dit zijn ook de vijf onderwerpen die op de postzegels staan afgebeeld. Bij het maken van de illustraties voor de postzegelsheeft ontwerper Jorn Dal van ontwerpbureau SILO uit Den Haag
het idee van ‘tegenovergestelde ervaringen’ in de postzegels verwerkt. NEMO presenteert namelijk proefjes waarmee bezoekers interactief aan de slag kunnen en die vaak een ander effect hebben dan eigenlijk verwacht. Een bijzondere toevoeging is dat geïnteresseerden de proefjes na het scannen met de Cee-App, een scanapplicatie, stap voor stap thuis kunnen uitvoeren.

postzegelproefjes

Op de tien postzegels staat ‘Nederland 1’, bedoeld voor post tot 20 gram met een bestemming binnen Nederland (hieronder een impressie van het ontwerp; klik hier voor een grotere versie). De postzegels zijn vanaf 20 juli te koop bij alle Bruna-winkels en via Collect Club. Ook zijn de postzegels te koop bij de NEMO Shop in het populaire wetenschapsmuseum en online via e-nemo.nl/shop. De geldigheidstermijn van de postzegels is onbepaald. 

NEMO postzegelvel

“De nieuwe postzegels bieden de mogelijkheid om wetenschap en techniek thuis te ontdekken. Daarnaast laten de postzegels op een mooie manier zien waar NEMO voor staat, namelijk op speelse wijze met de wetenschap bezig zijn. En o ja…, je kan de postzegels natuurlijk ook gewoon gebruiken om je post mee te frankeren. ” [NEMO adjunct-directeur Amito Haarhuis]

Grote familietentoonstelling in Centraal Museum, Utrecht: ‘Feest! Nijntje 60 jaar’

Het is niet te missen dat dit jaar in het teken staat van de zestigste verjaardag van een van ’s werelds beroemdste kinderhelden: Dick Bruna’s nijntje. Het jubileum wordt heel 2015 uitgebreid gevierd met onder meer een kunstproject, postzegels, een theaterconcert en nieuwe boekjes. Het Centraal Museum in Utrecht wijdt van 20 juni t/m 20 september de grootste tentoonstellingsruimte aan het jarige figuurtje met de familietentoonstelling Feest! Nijntje 60 jaarDe expositie is speciaal ontwikkeld voor families met jonge kinderen (2 t/m 6 jaar) en biedt maar liefst 1.000 m2 speelplezier.

Peuters en kleuters kunnen binnenstappen in de levensgrote, vrolijke wereld van nijntje, waar ze samen met nijntje en haar vriendjes haar verjaardagsfeest vieren. Spelenderwijs verkennen de jonge bezoekers het culturele fenomeen ‘verjaardag vieren’, zoals we dat in Nederland kennen en door Dick Bruna in verschillende kinderboekjes is verbeeld. Mooie kleren aantrekken, cadeautjes kopen, feestversiering maken en taart eten: via elf herkenbare verjaardagsthema’s wordt het bezoek letterlijk een feest. Raad wat er in de cadeautjes zit door te ruiken, te voelen en te luisteren. Wandel nijntjes kledingkast binnen en versier haar feestjurk. Zing een verjaardagslied, of speel mee op de trommel of op de tamboerijn. Of kruip in de reusachtige taart, die zelfs ruikt naar vers gebak. 

‘zij zocht een heel mooi jurkje uit / het mooiste uit de kast / en weet je waarom nijn dat deed / omdat zij jarig was’ [uit Dick Bruna’s het feest van nijntje (1970)]

Dick Bruna wil met zijn kinderboekjes kinderen een veilige omgeving bieden van waaruit zij zelfstandig op onderzoek en avontuur kunnen gaan. De familietentoonstelling sluit daarop aan: vanuit hun eigen spel en creativiteit gaan kinderen aan de slag met de basisbeginselen van beeldende kunst, theater, muziek en dans. De illustraties van Dick Bruna vormen telkens het vertrekpunt.

Via dezelfde elf thema’s voor kinderen, ontvouwt zich aan de volwassen bezoekers een retrospectief van zestig jaar nijntje, van 1955 tot nu. Hoe is nijntje ontstaan en hoe heeft ze zich door de jaren heen ontwikkeld? Zo’n 100 originele tekeningen en illustraties geven bezoekers een overzicht van Dick Bruna’s werkwijze en gedachtegoed. (NB Ik had hier een video willen laten zien, maar de mogelijkheid tot embedden van filmpjes van het YouTube-kanaal van nijntje zijn uitgeschakeld; ondanks dat is een clipje met een liedje als nijn is jarig al meer dan 5 miljoen keer bekeken). 

Miffy_60YLogo_NED_Colour

Anno 2015 kent het witte konijntje vele gedaanten: een knuffel, een spelletje, een dvd, een broodje, nijntje op het bioscoopscherm of in het theater. Nijntje werd ‘geboren’ in 1955 als bedtijdverhaaltje, maar is uitgegroeid tot een icoon met commerciële mogelijkheden.

Behalve de tentoonstelling Feest! Nijntje 60 jaar gebeurt er in 2015 nog meer rond het character en de schepper ervan. Begin september krijgt Dick Bruna’s originele atelier een permanente plaats in het Centraal Museum. Bij het atelier wordt een ruime selectie getoond uit de Bruna-collectie die het Centraal Museum in langdurig bruikleen heeft. Van 6 juli tot medio december wordt het dick bruna huis omgebouwd tot nijntje museum, een kindermuseum waar peuters en kleuters samen met nijntje spelenderwijs hun wereld ontdekken.

Alsof dit nog niet genoeg is, hebben zestig kunstenaars evenveel beelden van nijntje gedecoreerd, momenteel te bewonderen tijdens de Nijntje Art Parade — misschien wel het leukste onderdeel van de festiviteiten. Daarnaast worden dit jaar twaalf series nijntje-postzegels uitgegeven, komt de hele konijnenfamilie naar het theater, is een Tour de France-nijntje ontwikkeld en werd de nijntje-tulp gedoopt in de Keukenhof. Dat had zestig jaar niemand durven vermoeden, dat een basale tekening tot zoiets groots zou uitgroeien.

nijntje postzegels

Zie nijntje.nl/60-jaar-nijntje voor meer info over alle activiteiten.