Onderzoek Kieskeurig.nl: ‘Aantrekkende economie geen invloed op bestedingspatroon Sintcadeaus’

Vier van de vijf Nederlanders (80%) kunnen niet wachten tot de feestdagen zich aandienen, blijkt uit de enquête over Sinterklaas die Kieskeurig.nl uitvoerde onder ruim 900 respondenten. Ondanks dat de crisis over z’n hoogtepunt is, is driekwart van de ondervraagden niet van plan meer uit te geven dan de afgelopen jaren. Meer dan de helft van de Nederlanders viert Sinterklaas dit jaar; 69%, viert de feestdag met Pakjesavond en bijna de helft doet aan de traditie schoen zetten.

Gemiddeld wordt er niet meer dan €100 uitgeven aan Sinterklaas, dat is inclusief pakjes en schoencadeaus. Een cadeau voor Pakjesavond kost tussen de €10 en €50 en aan schoencadeaus besteedt men bij voorkeur niet meer dan €5. De consument oriënteert zich voornamelijk op sinterklaascadeaus door speelgoedfolders en -boekjes en koopt bij voorkeur in fysieke winkels. 79% koopt sinterklaas cadeaus in winkels, de rest online. De cadeaus worden op tijd ingekocht. Driekwart van de Nederlanders die Sinterklaas vieren, koopt de cadeaus voor Pakjesavond minimaal 2 weken van tevoren.

Bouwspeelgoed (19%), games (17%) en knutselspullen (16%) zijn het populairste speelgoed op de verlanglijstjes van kinderen. Dit is op Kieskeurig.nl terug te zien in het zoekgedrag naar speelgoed (in de maand november wordt op de vergelijkingssite het meest gezocht naar games, bouwspeelgoed en elektronisch speelgoed). Zie onderstaande infographic voor een overzicht van alle bevindingen.

Infographic Sinterklaas 2015

De meeste Nederlanders weten niet waarom wij op 5 december Pakjesavond vieren; 32% zegt dat we het vieren vanwege de geboorte van Sint Nicolaas op 5 december, 26% zegt dit oprecht niet te weten. De overlevering vertelt ons dat Sinterklaas wordt gevierd omdat zijn sterfdag op 6 december is. De avond voorafgaand werden schoentjes gevuld met snoep en speelgoed. Wel weet 81% waar de Goedheiligman vandaan komt, dat is Turkije. Volgens 17% komt de Sint uit Spanje. 

PS  Het fotootje bovenaan dit bericht komt uit onderstaande Sinterklaas-commercial van V&D. De winkelketen wenst alle klanten ‘Prettige Geefdagen’. Sympathiek: “Nederland is steeds beter in geven. Want krijgen vinden we leuk, maar geven voelt nog veel beter! En daar weet Sint alles van. Dus verrast hij graag het hele stel met cadeaus van V&D of…nou ja, je snapt hem wel.” (En daar komt Kieskeurig om de hoek kijken, want daar kunnen consumenten prijzen vergelijken ;-)).

ABN AMRO laat moeder én vader van ‘Maartje’ aan het woord, in aparte commercials

We hebben allemaal onze eigen gedachten bij de toekomst van onze kinderen, en we willen allemaal het beste voor hen — dat is wat ABN AMRO in twee nieuwe commercials vertelt. Deze zijn onderdeel van de bredere campagne Wat is jouw verhaal? (die volgens Adformatie kritisch ontvangen is); de ambities van de klant worden centraal gesteld, wat natuurlijk eigenlijk altijd zou moeten gebeuren. Hoe dan ook, dat verschillende gezinsleden vaak verschillend over zaken denken (maar er samen wel uitkomen) is een feit dat in veel reclame voor het gemak over het hoofd wordt gezien.

Dat ABN AMRO nu de moeder en de vader van dochter ‘Maartje’ aan het woord laat, in twee aparte spotjes, is op z’n minst leuk gevonden, maar ook slim gedaan omdat op deze wijze die verschillende gezinsleden aangesproken worden en argumenten aangereikt krijgen. ‘Gezinspraak’ in optima forma dus.

Ter promotie van de KinderToekomst Spaarrekening voert ABN AMRO de campagne tevens online; in banners komt zowel de mening van de moeder als die van de vader langs. Dat de website van de bank aansluit bij de campagne (ook dat wordt nog wel eens vergeten door adverteerders) en ouders tips geeft over een mooie start voor later, maakt het alleen nog maar sterker.

[Creatie door N=5]

Nibud-studentenonderzoek 2015: ‘1 op de 3 lenende studenten leent om spaarrekening te spekken’

Ruim een derde (36%) van de hbo- en wo-studenten leent bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). Van hen leent 33% onder andere om dit geld na de studie achter de hand te hebben, sommigen ook voor de aankoop van een eigen woning. Dit blijkt uit het Nibud Studentenonderzoek 2015* (pdf), uitgevoerd door het Nibud, met medewerking van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ING en Studenten.net. Een derde van de lenende studenten zegt dat ze best minder zou kunnen lenen. Ook geeft 1 op de 3 aan dat ze maximaal leent ‘omdat het kan’. 

Bijna alle studenten krijgen studiefinanciering (93%). De rentedragende lening maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. De studenten die een rentedragende lening hebben bij DUO lenen gemiddeld 484 euro per maand. Uit een bijbaan haalt 71% een deel van zijn inkomsten, gemiddeld 332 euro per maand. Van alle studenten krijgt 57% periodiek of op onregelmatige basis geld van de ouders, gemiddeld 179 euro per maand.

Als belangrijkste redenen om te lenen, geven de studenten aan:
1. De gunstige leenvoorwaarden bij DUO (63%)
2. Ouders raden het aan (58%)
3. Ouders niet willen belasten (57%)

Bij het Nibud hadden ze niet verwacht dat één op de drie lenende studenten leent om dat geld voor later of voor de aankoop van een woning te sparen, hoewel ze wel begrijpen dat de huidige lage rente studenten kan motiveren om maximaal te lenen en het geleende geld op een spaarrekening te zetten. Lenen om te sparen kan financieel slim lijken, maar het is risicovol als er onzorgvuldig met dit geleende geld omgegaan wordt. Een studieschuld is immers een langlopende financiële verplichting; gedurende deze periode kan er veel veranderen. Daarnaast heeft het invloed bij het aangaan van een hypotheek. Luxe is ook een reden om te lenen bij DUO: 15% van de studenten geeft dit als reden op.

hoeveel studenten lenen

Het Nibud verwacht dat studenten meer zullen lenen in het nieuwe studiefinancieringsstelsel. Door de afschaffing van de basisbeurs ontstaat er namelijk een gat in de begroting van ruim 100 euro voor thuiswonenden en ruim 286 euro voor uitwonenden. Hoe hoog het leenbedrag zal worden, kan het Nibud niet voorspellen, maar op dit moment lenen studenten die geen basisbeurs meer krijgen, gemiddeld 632 euro per maand. Het Nibud adviseert studenten nadrukkelijk om niet meer te lenen dan noodzakelijk is voor de maandelijkse uitgaven. Nu geeft 32% van de lenende studenten aan best minder te kunnen lenen om toch rond te kunnen komen.

Gemiddeld hebben studenten 768 euro per maand te besteden. De inkomsten van uitwonenden zijn beduidend hoger dan die van thuiswonenden: 894 euro tegen 541 euro per maand. Thuiswonende studenten kunnen met deze inkomsten hun maandelijkse uitgaven net betalen. Zij geven maandelijks gemiddeld 535 euro uit. Uitwonende studenten komen niet rond: hun uitgaven zijn gemiddeld 980 euro per maand.

Als studenten gevraagd wordt wat een gemiddelde student per maand uitgeeft, onderschatten zij wat studenten daadwerkelijk gemiddeld uitgeven. Bij thuiswonende studenten worden de gemiddelde uitgaven geschat op 343 euro per maand, 192 euro te laag. Bij uitwonende studenten worden de gemiddelde uitgaven geschat op 771 euro per maand, dat is 209 euro te laag.

Dit zijn de gemiddelde uitgaven per maand in euro’s:

uitgaven studenten per maand

Het Nibud adviseert studenten hun leenbedrag vast te stellen door hun eigen inkomsten en uitgaven op een rij te zetten. Zo kan worden voorkomen dat ze te veel of te weinig lenen. Op dit moment heeft één op de drie studenten zijn leenbedrag bepaald door te kijken naar wat er bij DUO maximaal mogelijk is. Dit heeft als grote valkuil dat zij hierdoor mogelijk meer lenen dan nodig is. Aan de andere kant kan het dat studenten die op basis van een globale inschatting de uitgaven te laag inschatten, juist minder lenen dan zij nodig hebben voor hun noodzakelijke uitgaven. Het risico bestaat dat zij dit tekort opvullen door rood te staan: een veel duurdere vorm van lenen.

Van de studenten komt 45% zelden of nooit geld tekort, tegelijkertijd geeft 18% aan vaak of altijd geld tekort te komen. Uit het Studentenonderzoek 2015 blijkt dat studenten die rood staan, vaker een financieel probleem ervaren: 17% van alle studenten geeft aan een financieel probleem te hebben, onder studenten die rood staan is dit 54%. Het Nibud adviseert studenten die zonder lenen niet rondkomen, te lenen bij DUO, om zo gebruik te maken van de meest voordelige vorm van lenen. Goed budgetteren blijft echter van groot belang en voorkomt mogelijke financiële problemen later. De onlangs verschenen Geldwijzer Studenten helpt studenten hierbij. Het Nibud heeft op basis van dit Studentenonderzoek de Handreiking Student & Financiën ontwikkeld, bedoeld voor professionals die voorlichting en advies geven aan (aankomende) studenten en hun ouders. De handreiking, gratis te downloaden, geeft een actueel beeld van de financiële situatie van hbo- en wo-studenten. 

ING heeft naar aanleiding van het onderzoek onderstaande infographic gemaakt.

ING-Infographic-Financieel-Fit-2015

*Het onderzoek is uitgevoerd onder studenten in het hoger onderwijs (hbo en wo), in de leeftijd tot 30 jaar. Van 2 tot en met 20 april 2015 konden de respondenten de vragenlijst online invullen. De respondenten die hebben deelgenomen zijn afkomstig van het studentenpanel van Studenten.net. Daarnaast zijn ongeveer 300 respondenten afkomstig van het panel van Opinieland van SSI. Dit resulteerde uiteindelijk in 2.723 compleet ingevulde vragenlijsten. De resultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd en opleidingsniveau. Een aantal resultaten is gebaseerd op de data van de Studentenmonitor Hoger Onderwijs 2014 van ResearchNed.

Jebroer rapt ‘Goud’ voor Stichting Weet Wat Je Besteedt, want met geld koop je geen vrienden en geluk

Rapper Jebroer, bekend van hits als Nooit Meer Slapen, Gaan Met Die Banaan en Brommer, voegt met zijn speciaal voor jongeren geschreven nummer Goud een persoonlijk hoofdstuk toe aan zijn oeuvre. Hij wil jongeren leren hun eigen pad te kiezen, mede door zijn eigen ervaringen met financiële problemen. Het nummer dat geschreven is voor Stichting Weet Wat Je Besteedt (WWJB) staat in deze Week van het geld centraal in de Budget Challenge Workshop, een initiatief om met mbo-studenten in gesprek te gaan over schulden en vooral hoe deze voorkomen kunnen worden.

Jebroer, die in 2013 nog werd uitgeroepen als ‘Serious Talent’ door muziekzender 3FM, heeft zelf ervaring met het feit dat het moeilijk is om als jongere om te gaan met geld en hoefde daarom niet lang na te denken toen hij door WWJB werd gevraagd een nummer te schrijven: “Ik vind het tof dat ik op mijn manier kan laten zien dat je wel degelijk je financiële problemen kunt oplossen. Als ik dat kan, dan kunnen andere jongeren dat ook en dat moet zelfvertrouwen geven.” De videoclip van Goud (een samenwerking met Anouk Hendriks) zie je hieronder. Het nummer is ook via Soundcloud te beluisteren.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=fdVXJBkUpiA]

“Geld en eventuele schulden zijn lastige onderwerpen voor jongeren om te bespreken. Je loopt daar niet graag mee te koop. Vandaar dat wij aan Jebroer hebben gevraagd hier op een eigentijdse manier mee om te gaan. Ik ben heel tevreden met het resultaat en hoop stiekem eigenlijk dat dit een echte hit gaat worden. En het is mooie toevoeging aan de Budget Challenge Workshop. De zinnen ‘Ik heb een hart van goud, hoef niet met al mijn geld te gooien… om te weten wat ik waard ben’ zijn mij uit het hart gegrepen. Ik hoop dat ze jongeren inspireren om eigen keuzes te maken.” [Thea Hazel-Stals, directeur van WWJB]

Veel mbo’ers hebben moeite om rond te komen en een deel van hen maakt daardoor schulden. Reden voor WWJB om de Budget Challenge Workshop te lanceren, in samenwerking met de NVVK (brancheorganisatie voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) en de KBvG (beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders). Voor deze workshop heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een subsidie verleend aan WWJB. Doel van de workshop is om schulden bespreekbaar te maken en studenten te leren minder geld uit te geven. Schulden beknellen je vrijheid, dus is het belangrijk dat jongeren leren om te gaan met geld, zo is de gedachte.

[Week van het geld 2015] Spaarpot is en blijft favoriete plek om geld te bewaren

De oude vertrouwde spaarpot staat met stip op nummer één in de top drie van plekken waar kinderen hun geld het liefst bewaren: in de spaarpot (76%), op de bank (55%) en in de portemonnee (35%). Opvallend is dat meisjes hun geld vaker in hun portemonnee bewaren en jongens daarentegen vaker op een speciaal plekje. Dit blijkt uit een peiling (pdf) van platform Wijzer in geldzaken onder ruim 500 kinderen uit groep 5 t/m 8 van de basisschool in het kader van de Week van het geld 2015*, die van 9 tot en met 13 maart wordt georganiseerd.

Kinderen hebben de afgelopen jaren beter inzicht gekregen in hoeveel geld zij hebben; 50% weet dit altijd, in 2011 was dit 44%. Van de ondervraagde kinderen vindt 71% zelf dat hij/zij goed met geld om kan gaan. Vier op de vijf kinderen vinden het belangrijk om te sparen en een kwart denkt best vaak aan geld. Volgens 77% van de kinderen zijn hun ouders ook tevreden over de manier waarop de kinderen met geld omgaan. Jongens geven het merendeel van hun geld uit aan computerspellen en speelgoed , meisjes aan speelgoed en spullen om zich mooi te maken.

Hoe ouder kinderen worden, hoe vaker ze een mobiele telefoon/smartphone bezitten; in groep 5 heeft ongeveer één op de vijf kinderen een mobiele telefoon, in groep 8 geldt dit voor 86% van de kinderen. In 2011 had nog maar 70% van de kinderen uit groep 8 een eigen telefoon. De kosten voor de mobiele telefoon worden overigens meestal niet door de kinderen zelf betaald, maar door de ouders.

Bijna alle kinderen (90%) praten wel eens met hun ouders over geld. Bijvoorbeeld over zakgeld, wie wat betaalt en wat een kind zelf mag kopen. Ouders hebben dus een belangrijke rol bij het leren verstandig om te gaan met geld. Dit blijkt ook uit een recent ander onderzoek (pdf), onder kinderen in groep 7 en 8 door Wijzer in geldzaken-partner de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Maar veel ouders zijn volgens dit onderzoek niet altijd consequent: als kinderen echt graag iets willen hebben, krijgt twee derde van hen het meestal toch van hun ouders zonder dat ze daar zakgeld voor bij hoeven te leggen.

*Vandaag startte de vijfde editie van de nationale Week van het geld. Basisschoolleerlingen leren van 9 t/m 13 maart 2015 omgaan met geld als opmaat naar een structurele plek in het onderwijscurriculum. Met meer dan 5.000 gastlessen (door medewerkers van onder meer banken, verzekeraars en gemeenten) op school en vele andere activiteiten in de klas of thuis, leren kinderen in het basisonderwijs een week lang alles over omgaan met geld. Tijdens de Week van het geld, een initiatief van platform Wijzer in geldzaken (dat weer een initiatief is van de Rijksoverheid in samenwerking met meerdere partners), zetten ruim 90 organisaties zich hiervoor door het hele land in. Iemand van de Rabobank legt bijvoorbeeld met hulp van animatiefiguren Bas Bankpas en Kees Krediet uit dat het belangrijk is om je pincode geheim te houden.

Kinderen verzinnen beste ‘Geld Idee’ van Nederland: een geldautomaat met irisscanner

Via de website van Eurowijs Kids hebben de afgelopen drie weken meer dan 1.000 kinderen meegedaan aan de wedstrijd Het Beste Geld Idee van Nederland. Via de kinderzender Nickelodeon werd deze wedstrijd aangekondigd, waar kinderen tot en met 13 jaar aan mochten meedoen. De regels waren eenvoudig: verzin het beste geld-idee. Hiermee konden zij laten zien hoe zij Nederland op geldgebied willen veranderen. Onder andere een pinpas met gps-functie en een speciale zakgeldrekening vielen in de prijzen. Maar het beste idee was een geldautomaat met irisscanner.

“Met bijna 10.000 unieke bezoekers op de website van Eurowijs Kids, zijn we enorm blij. Het was een hele klus om alle ideeën te bekijken en te sorteren. Uiteindelijk zijn er drie winnaars uitgekozen die door de Eurowijs Kids-reporters zijn verrast met een iPad.” [Hilde Krens, Eurowijs Kids]

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=2Dmonrc9bbE]

Eurowijs Kids is een initiatief van de merken van SNS Bank (ASN Bank, BLG Wonen, RegioBank en SNS), naar eigen zeggen de eerste banken in Nederland die een uitgebreide informatieve website voor kinderen aanbieden naast de eigen websites. Dit platform bevat informatie en filmpjes over pinnen, banken, sparen en betalen en er wordt niet naar producten of diensten verwezen. Kinderen van 7-14 jaar oud worden opgeroepen om Eurowijs Kids Adviseur te worden, en mee te denken over deze onderwerpen. Met Eurowijs Kids willen de banken kinderen leren om verstandig met geld om te gaan voor financiële zelfredzaamheid op latere leeftijd. Onder de naam Eurowijs werd al langer financiële educatie voor de basisschool aangeboden.

Onderzoek SNS: ‘Ouders sparen massaal voor studiekosten kinderen, zijn bang voor hoge schuld’

Sparen voor de toekomst van je kinderen is voor het grootste deel van de ouders heel normaal (86%). Daarbij is een studie of opleiding het belangrijkste spaardoel (49%). Twee derde van de Nederlandse ouders maakt zich echter zorgen dat hun kind later toch met een hoge studieschuld wordt opgezadeld; 34% van de ouders die sparen, verwacht  niet dat ze voldoende geld hebben hun kind onbezorgd te kunnen laten studeren. En dat gevoel wordt natuurlijk versterkt nu de kans bestaat dat de studiebeurs wordt afgeschaft.

Dit blijkt uit onderzoek dat SNS in december 2014 liet uitvoeren onder 1.087 Nederlandse ouders met (een) kind(eren) tussen de 0 en 6 jaar.

Bijna alle ouders (93%) vinden het belangrijk dat hun kinderen straks een opleiding kunnen volgen of kunnen studeren. Voor een volledige financiering van een kind dat op kamers gaat en een 4-jarige studie volgt, adviseert het Nibud een spaarpot van ruim 50.000 euro. Uit het onderzoek blijkt dat slechts 1% van de ouders verwacht dit bedrag op de 18de verjaardag van hun kind volledig bij elkaar te hebben. Daarnaast verwacht bijna 80% van de ouders dat de studiekosten verder zullen stijgen voordat hun kind 18 jaar is. De helft van de ouders maakt zich nu meer zorgen over het kunnen financieren van een studie voor hun kind dan een jaar geleden.

“De huidige ontwikkelingen, waaronder de mogelijke invoering van het leenstelsel en daarmee het afschaffen van de studiebeurs als gift, baren jonge ouders zorgen. Sparen blijkt onder jonge ouders een veel gekozen manier om een eventuele studieschuld terug te brengen.” [Patrick Kuijsters, SNS]

Kwart van ouders houdt zichzelf verantwoordelijk bij geldtekort

Gemiddeld sparen ouders 44 euro per maand per kind. Driekwart van de sparende ouders doet dat met een gewone spaarrekening. Als blijkt dat er onvoldoende geld is om een studie te kunnen bekostigen, vindt meer dan een kwart van de ouders (27%) dat zij hier verantwoordelijk voor zijn en willen daarvoor een lening aangaan. Ouders zijn ook bereid om stappen terug te doen om hun kinderen financieel te kunnen steunen. Zo zegt 57% van de ouders te gaan besparen op kleding en schoenen voor zichzelf. En 40% is bereid om minder vaak op vakantie te gaan.

In onderstaande infographic zijn de onderzoeksresultaten samengevat.

infographic_sns_kindsparen

Sinds 2012 heeft SNS het Zilvervloot Sparen, de spaarrekening speciaal voor kinderen of kleinkinderen, nieuw leven ingeblazen. Spaarders ontvangen naast een jaarlijkse variabele rente een premie van maximaal 10% over de inleg als het kind 18 jaar wordt. Zilvervloot Sparen was vanaf 1958 enorm populair tot de overheid in 1992 de regeling stopte.

ABN AMRO ontwikkelt Trotskoffers: “Omdat ieder kind de kans verdient talent te ontwikkelen”

Vandaag heeft ABN AMRO de allereerste Trotskoffers overhandigd aan leerlingen van Openbare Basisschool De Koekoek in Utrecht. De Trotskoffer is het eerste onderdeel van een (pilot) talentenprogramma voor groep 1 tot en met 8 van de basisschool. De start van dit programma is ontwikkeld door de scholen, in nauwe samenwerking met onderwijsspecialisten, onderzoekers en wetenschappers, en wordt gefinancierd door ABN AMRO. Het traject wordt begeleid door Blink Educatie, uitgever van lesmethodes.

De Trotskoffer is het eerste tastbare hulpmiddel waar de groepen mee gaan werken. In de koffer kunnen kinderen dingen waar ze trots op zijn bewaren. Dit kan een tekening zijn, een moeilijke rekenopdracht, maar ook een foto van de hond van de buurman waar ze eerst bang voor waren maar die ze nu hebben geaaid. Bij de Trotskoffer horen activiteiten en instrumenten voor leerkrachten om talenten bij kinderen te ontdekken en bespreekbaar te maken.

“Het klinkt heel logisch dat je op school aandacht besteedt aan de individuele talenten van leerlingen. Het is alleen in de praktijk behoorlijk ingewikkeld. Bijzondere, excellente talenten zijn vaak wel bekend (bijvoorbeeld heel goed kunnen rekenen of pianospelen). Maar hoe neem je in een vol lesprogramma de tijd om de latente talenten van kinderen te ontdekken en hoe prikkel je vervolgens een kind effectief om zijn individuele talenten verder te ontwikkelen samen met de ouders en de omgeving? De Trotskoffer gaat daarbij helpen.” [John Jansen, directeur OBS De Koekoek]

“Ieder kind verdient het om uitgedaagd te worden op school, om te ontdekken waarin het goed is. Vanuit Den Haag helpen we scholen daarom om werk te maken van talentontwikkeling. Dat is een goed begin, maar voor een echte brede cultuuromslag is meer nodig. Scholen kunnen het niet alleen. Daarom vind ik het zo belangrijk dat ook een bedrijf als ABN AMRO zich sterk maakt voor onderwijs dat kinderen uitdaagt om alles eruit te halen dat ze in zich hebben.” [Sander Dekker, staatssecretaris van OCW]

“Er blijkt onder leerkrachten breed draagvlak te zijn voor talentontwikkeling, een van de nieuwe speerpunten in het overheidsbeleid.” [Jorien Castelein, directeur Blink Educatie]

“Elk mens heeft iets om trots op te zijn. Met het programma van de Trotskoffer streven we ernaar dat kinderen zich op jonge leeftijd bewust worden van hun talenten en deze verder ontwikkelen.” [Ernst Boekhorst, directeur ABN AMRO Foundation]

Het programma is onderdeel van een meer maatschappelijke sponsorrichting van ABN AMRO: ‘Partner van de Toekomst’.

ING introduceert nieuwe ING Fame Game om jongeren te stimuleren hun talent te ontwikkelen

ING heeft een nieuwe versie van de ING Fame Game beschikbaar gemaakt — een mobiele app voor jongeren tussen de 10 en 15 jaar, gericht op financiële educatie. De game helpt jongeren spelenderwijs bij het leren omgaan met geld. Met de eerste versie van de ING Fame Game, die in januari 2013 gelanceerd werd, kon de doelgroep uitgroeien tot een muzikale beroemdheid. De nieuwe versie is gericht op de verschillende talenten van jongeren. In de game worden zij gestimuleerd om hun talenten verder te ontwikkelen, korte filmpjes van hun skills op te nemen en financiële keuzes te maken.

“Iedereen heeft zijn eigen talent. In de game krijgen jongeren opdrachten en werken ze stap voor stap aan een zelfgekozen vaardigheid. De één is goed in sport, de ander in dans en weer een ander heeft bijzondere kookkunsten. In deze nieuwe game worden jongeren gestimuleerd dit talent verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd helpt de app jongeren bewustzijn te creëren over geldzaken op een manier die bij hen past. Wij vinden het belangrijk dat jongeren goed leren omgaan met geld. Jongeren die vroeg leren omgaan met geld, hebben in de toekomst minder financiële problemen en zijn meer Financieel fit.” [Heidi van Eijk, ING]

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=19-k9SHJKKQ]

Met de app kunnen jongeren een videoclip van hun eigen talent maken, die ze via de ING Fame Game-afspeellijst op YouTube kunnen delen met hun vrienden. De bekende videoartist Eboman, wereldwijd een pionier op het gebied van videosampling en realtime videobewerking, heeft speciaal voor deze ING Fame Game mash-ups gemaakt waarmee jongeren hun zelfgemaakte filmpjes tot een videoclip kunnen pimpen.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=8tzPFArhMBk]

“De vernieuwde app sluit aan bij de ambitie van ING: heel Nederland Financieel fit. ING vindt het belangrijk dat Nederlanders hun geldzaken op orde hebben en houden, ook met het oog op de toekomst. Dit geldt niet alleen voor volwassenen maar ook voor de jongere generatie. Met de ING Fame Game proberen we ze op een leuke en verantwoorde wijze hierbij te helpen. Immers jong geleerd is oud gedaan.” [nogmaals Heidi van Eijk]

De game is in samenwerking met zes jongeren bedacht en vormgegeven om de game optimaal te laten aansluiten bij hun belevingswereld. De app is vooralsnog alleen geschikt voor de iPhone, maar naar verwachting zal begin 2015 ook een Android versie worden uitgebracht.

[Creatie door Fonk Mobile, met medewerking van YoungWorks]

Nibud schrikt: ‘Eén op de vijf jongvolwassenen heeft betalingsachterstand’

Openstaande rekeningen bij de zorgverzekeraar, onbetaalde boetes of achterstanden bij de Belastingdienst: bijna 20% van de 18- t/m 24-jarigen heeft hiermee te maken. Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is ervan geschrokken dat zo’n grote groep jongeren op zo’n jonge leeftijd zijn geldzaken niet op orde heeft en al schulden maakt. Het gaat bij 20% van die jongeren om bedragen van 2.500 euro of meer, zo blijkt uit het onderzoeksrapport Jongeren & Geld* (pdf) dat het Nibud uitvoerde en mogelijk werd gemaakt door Rabobank Nederland.

Van alle jongeren (12 t/m 24 jaar) komt 11% frequent geld te kort. De reactie hierop bij veel jongeren is niks doen, want op=op. Als jongeren onder de 18 lenen, gaat dat om kleine bedragen. Het doorsneebedrag dat geleend wordt is zo’n 3 euro. Achttienplussers hebben vaak een studieschuld (23%), maar ook heeft 19% van de 18-plussers al een betalingsachterstand. Dat zijn bijvoorbeeld openstaande rekeningen voor de zorgverzekeraar, onbetaalde boetes en betalingsachterstanden bij de Belastingdienst. Bij 41% van hen gaat het daarbij om een bedrag van minder dan 100 euro, maar bij 20% om een bedrag van 2.500 euro of meer. Ook leent 17% bij familie, vrienden of zijn bank. Daarbij is het opvallend dat betalingsachterstanden of geleend geld door de meeste jongeren die daarmee te maken hebben, niet als schuld gezien wordt. De uitdaging is om jongeren bewuster te maken van wat lenen is en wat het maken van schulden voor gevolgen kan hebben.

nibud 18plussers en schulden

Bijna iedereen tussen 12 en 18 jaar kan goed rondkomen, spaart iedere maand en leent, als er geleend wordt, slechts kleine bedragen. Toch komt er bij de 18- t/m 24-jarigen een omslag: jongeren komen minder goed rond, krijgen betalingsachterstanden, lenen bij anderen en sommigen staan zelfs frequent rood. Het Nibud denkt dat veel hiervan is te voorkomen als jongeren tussen de 15 en 17 jaar goed worden voorgelicht over hun geldzaken — dat is een cruciale leeftijdsfase. Uitleg over de financiële verantwoordelijkheden vanaf je 18de, het betalen van rekeningen of de meerwaarde van internetbankieren of een mobiel bankieren app kan leiden tot meer grip op hun geld en zo tot minder schulden. Ook is het te zien dat de jongeren die hun rekeningen controleren, minder vaak betalingsachterstanden hebben.

Voor alle jongeren zijn ouders de belangrijkste leerbron; 89% van alle jongeren leert van ouders over geldzaken en 47% van vrienden. Dit geldt niet alleen voor scholieren, maar ook voor jongeren van 18 jaar en ouder. Ook na hun 18e blijven ouders voor jongeren nog steeds hun belangrijkste gesprekspartner. Van de 18-plussers praat 63% minstens één keer per maand met zijn ouders over geldzaken; 52% doet dat met vrienden. Het blijkt dat jongeren hun vrienden vooral raadplegen om geldzaken mee te vergelijken, en dat ouders degenen zijn die hen van informatie voorzien. Zelfs uitwonende jongeren geven aan dat hun ouders het belangrijkst zijn als informatiebron. Gesprekken over geld vinden wel minder frequent plaats dan bij thuiswonende jongeren.

Van alle jongeren heeft 73% wel eens vragen over geldzaken of behoefte aan informatie. Het percentage jongeren dat vragen heeft neemt toe met de leeftijd. Ook de vragen veranderen naarmate jongeren ouder worden. Het Nibud ziet hier een grote rol voor ouders, het onderwijs en het bankwezen. Zij kunnen inspringen op de informatiebehoefte van jongeren en hen begeleiden in hun weg naar financiële zelfstandigheid.

De overgrote meerderheid van de jongeren spaart: 81%van de 12- tot en met 14-jarigen, 89% van de 15- tot en met 17-jarigen en 93% van de 18- tot en met 24-jarigen. Het spaarbedrag per maand neemt beduidend toe met de leeftijd, het gemiddelde loopt op van 23 euro bij de 12- tot en met 14-jarigen tot 200 euro bij de 18-plussers. Wel sparen jongeren naarmate ze ouder worden meer wat er over blijft, in plaats van een vast bedrag per maand. Dit laatste komt wellicht mede door de afnemende invloed van de ouders: van de jongeren tussen de 12 en 14 jaar wordt 40% door de ouders verplicht een deel van de inkomsten te sparen. Bij de 15- tot en met 17-jarigen is dit 29% en bij de (thuiswonende) 18- tot en met 24-jarigen 18%.

nibud sparen

*Het onderzoek is uitgevoerd met medewerking van Rabobank Nederland. Er is gebruik gemaakt van een online vragenlijst via het StemPunt-panel van Motivaction en het panel van Opinieland van SSI. In totaal hebben 1.511 personen in de leeftijd van 12 t/m 24 jaar de complete vragenlijst beantwoord. De netto steekproef is representatief voor jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 24 jaar in Nederland qua leeftijd, opleiding, geslacht en dagbesteding (school, studie, werkend). Het veldwerk is uitgevoerd in de periode 20 juni t/m 1 juli 2014.

Nibud: ‘Ouders geven kind 5 euro voor rapport, en 50 euro aan cadeaus voor verjaardag’

Drie van de vijf basisschoolleerlingen krijgen rapportgeld, doorgaans rond de € 5 per rapport. Het inkomen van de ouders of de leeftijd van het kind speelt hierbij geen rol. Dit blijkt uit onderzoek* (pdf) van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) naar het ‘geldgeefgedrag’ van ouders en de invloed van kinderen en andere ouders hierop. Aan verjaardagscadeaus besteden ouders doorgaans € 50 per kind. Bij het vaststellen van de hoogte van het rapportgeld, zakgeld en geld voor cadeaus kijken ouders vooral naar wat ze willen en kunnen betalen en niet naar wat de omgeving doet. Wel hebben kinderen veel invloed op het geefgedrag van de ouders.

Uit het Nibud-onderzoek blijkt dat 14% van de ouders op geen enkele manier een beloning geeft voor het rapport. Een kwart van de ouders geeft een cadeau in plaats van geld. En 63% geeft doorgaans € 5 voor het rapport. De meeste ouders doen dit om hun kind te belonen voor de prestaties en een kwart van de ouders doet dit om hun kind te stimuleren en te motiveren. Ouders bepalen zelf of ze wel of geen geld voor het rapport geven en laten zich daarbij niet door hun omgeving beïnvloeden.

Een kind krijgt doorgaans voor € 50 aan verjaardagscadeaus van de ouders. De leeftijd speelt hierbij geen rol, wel het inkomen van de ouders. Huishoudens die meer dan € 3.000 netto per maand te besteden hebben, geven doorgaans € 65 uit. Bij het bepalen van het bedrag kijken de ouders naar wat ze maximaal willen uitgeven, wat het cadeau kost dat hun kind wil hebben en naar wat ze kunnen uitgeven.

De meeste ouders bepalen zelf het bedrag dat ze willen geven:

  • Eerst kijken ouders naar wat ze willen en kunnen betalen
  • Bij cadeaus speelt ook mee wat het kind wil hebben
  • Bij rapportgeld speelt mee wat de ouder vroeger zelf als kind kreeg
  • Bij zakgeld speelt mee hoeveel andere ouders geven

Ouders bepalen zelf of en hoeveel ze geven aan hun kinderen. Wel wordt in de gaten gehouden wat andere ouders geven. Het merendeel van de ouders denkt dat zij evenveel zakgeld en geld aan verjaardagscadeaus besteden als andere ouders. Ouders willen niet graag afwijken van wat ‘normaal’ is. Een vijfde (20%) van de ouders baseert het bedrag dat ze aan zakgeld geven op wat ze denken dat andere ouders geven. Het Nibud ziet dat hoe meer ouders verdienen, hoe meer er naar andere ouders wordt gekeken. Het lijkt erop dat als er geen harde financiële grens is, en de ouder in principe alles zou kunnen betalen, ouders een andere grens zoeken bij het bepalen van een geschikt bedrag.

geen sociale druk

De helft van de ouders zwicht wel eens als hun kind ze vraagt iets te kopen wat anderen hebben. Zeker in de supermarkt worden ouders flink beïnvloed door hun kinderen: 17% van de ouders koopt vaak iets wat het kind wil en 70% soms. Ook hier ziet het Nibud: hoe hoger het inkomen hoe sneller ouders tegemoet komen aan de wensen van hun kinderen. Deze ouders geven vaker hun kinderen spullen die het kind wil hebben omdat leeftijdsgenoten het ook hebben (13% van de ouders met een inkomen hoger dan € 3.000 versus 4% van de ouders met een inkomen lager dan € 2.000 netto per maand).

als ze iets willen hebben

Het Nibud raadt ouders aan vooral standvastig te zijn en niet te snel te zwichten voor de wensen van hun kinderen. Voor de financiële opvoeding is het belangrijk dat kinderen leren dat er grenzen aan hun wensen zitten, ook al hebben ouders financieel gezien de middelen om mee te gaan in de wensen van het kind.

Voor de financiële opvoeding van kinderen is rapportgeld niet nodig. Zakgeld is wel echt leergeld en het Nibud vindt het belangrijk dat kinderen dat vanaf 6 jaar structureel krijgen. Hoeveel zakgeld ouders geven zou moeten afhangen van wat de ouders kunnen betalen en wat ze vinden dat het kind ervan moet kopen. Ook bij verjaardagscadeaus raadt het Nibud aan vooral te kijken naar wat ouders kunnen betalen. Het Nibud vindt het belangrijk dat kinderen leren dat niet alles financieel gezien mogelijk is.

*Voor dit onderzoek hebben 990 ouders met kinderen tussen de 5 en 11 jaar een online vragenlijst ingevuld. De ouders zijn geworven via het panel Opinieland Survey Sampling International. De veldwerkperiode vond plaats van 9 – 12 december 2013. Het onderzoek is representatief voor alle ouders met kinderen in deze leeftijdscategorie.

Onderzoek Stichting Weet Wat Je Besteedt: ‘40% jongeren overschrijdt bundel van mobieltje’

Twee vijfde van de jongeren overschrijdt wel eens de maandelijkse bundel van zijn of haar mobieltje, blijkt uit het onderzoek Jongeren en telefoonkosten (pdf) dat Stichting Weet Wat Je Besteedt (WWJB) samen met Vodafone heeft laten uitvoeren (door YoungWorks) onder 1.500 jongeren tussen 12 en 24 jaar. Daarnaast kwam naar voren dat 49% van de risicogroep (jongeren die maandelijks of bijna maandelijks hun belbundel overschrijden) denkt goed met zijn of haar telefoonkosten om te gaan. Ze lijken zich niet bewust van het probleem.

Het is naar eigen zeggen voor het eerst dat er grootschalig onderzoek is uitgevoerd naar het gedrag van jongeren en hun telefoonkosten. WWJB pleit ervoor dat ouders niet meer direct bijspringen om de te hoge telefoonrekening te betalen, zodat jongeren ook daadwerkelijk van hun gedrag leren. Daarnaast is zij er voorstander van dat de telecomoperators hulpmiddelen bieden om jongeren nog eenvoudiger inzicht in hun belgedrag en controle over hun kosten te bieden. In het verlengde van het onderzoek organiseren WWJB en Vodafone co-creatiesessies om samen met jongeren dergelijke hulpmiddelen te ontwikkelen.

Uit kwalitatieve gesprekken met jongeren die maandelijks of bijna maandelijks hun bundel overschrijden, blijkt dat de ouders in de meeste gevallen bijspringen. De jongeren ervaren hierdoor geen geldproblemen door hoge telefoonkosten. Leeftijd speelt in de betaling van de telefoonkosten echter een belangrijke rol. In de jonge leeftijdsgroep (12 tot en met 17 jaar) zegt 76% dat ouders (deels) de telefoonrekening betalen, terwijl 84% van de oudere leeftijdsgroep (18 tot en met 24 jaar) zelf de rekening betaalt.

Jongeren hebben een onverzadigbare behoefte om met vrienden te communiceren. Het is een primaire levensbehoefte, waar ze alles voor over hebben. Dus ook financiële uitschieters of een preek van hun ouders. In de dagelijkse praktijk blijkt dat jongeren, door hun puberbrein, weinig urgentie voelen om hun belkostenprobleem aan te pakken. Een hoge telefoonrekening is vervelend, maar ook zo vergeten. Het schuldgevoel na confrontatie met de rekening (‘mini-stress-momentjes’), ebt snel weg.

Bovenstaande is ook samengevat in onderstaande ‘infocomic’:

Infocomic_JongerenTelefoonkosten-DEF1

“Wij willen niet op de stoel van de ouders zitten. Maar het zou wel verstandig zijn als ouders hun kinderen leren met vallen en opstaan de gevolgen van hun gedrag zelf op te lossen. Dat voorkomt dat het overschrijden van de belkosten als geaccepteerd gedrag wordt gezien door jongeren. Uit gesprekken met jongeren blijkt dat de meesten zichzelf niet in staat achten om hun belkosten te verminderen. Wat we zien is dat het tussentijds monitoren daarom zo gemakkelijk mogelijk gemaakt moet worden. Vandaar dat wij met de partijen in de telecomsector in gesprek willen gaan over mogelijke oplossingen. Om zo in co-creatie met jongeren hulpmiddelen te ontwikkelen die hen op een simpele en overzichtelijke manier inzicht geven in bel-en datagebruik.” [Marijke Vos, WWJB]

Tweederde ouders betalen kosten mobiele telefoon voor hun kind

De overgang van basisschool naar middelbare school leidt vaak tot meer financiële zelfstandigheid voor kinderen. Kinderen krijgen meer te besteden en gaan meer uitgeven. Maar wie betaalt wat? Ouders van 10 tot 14 jarigen blijken nog altijd ‘gulle gevers’ als het om hun eigen kroost gaat. Zaken als kleding (94%), uitjes (82%) en cadeautjes (79%) worden nog vaak (deels) betaald door de ouders, zo blijkt uit een nieuw onderzoek (pdf) van Wijzer in geldzaken onder ruim 500 ouders van kinderen uit groep 8, klas 1 en 2 van de middelbare school.

Daarnaast kwam naar voren dat 73% van de kinderen in groep 8 en 98% van de brugklassers beschikt over een eigen mobiele telefoon. Tweederde van de ouders nemen de kosten hiervan voor hun rekening.

betalen pannenkoek

Zowel veel kinderen uit groep 8 als brugklassers op de middelbare school hebben een bankrekening: 77% van de basisschoolleerlingen en 87% van de middelbare scholieren. Van de kinderen met een bankrekening hebben de brugklassers  wel veel vaker een pinpas: 85%, tegen 52%. Van degenen met een pinpas, mogen middelbare scholieren vaker zelfstandig pinnen (30% tegen 8% van de basisschoolleerlingen). Kinderen uit groep 8 pinnen veel vaker samen met de ouders (41% tegen 20% van de middelbare scholieren).

De opdrachtgever van het onderzoek –Wijzeringeldzaken.nl omschrijft zichzelf als de wegwijzer naar betrouwbare informatie over geldzaken– stelt de vraag of het verstandig is dat ouders zo makkelijk kosten op zich nemen. Het belang van leren omgaan met geld wordt gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid van ouders en het onderwijs. Veel ouders worstelen met vragen over de financiële opvoeding. Zij kunnen hier terecht voor tips en een checklist over de financiële opvoeding.

Nibud: ‘Meer uitgaven op de middelbare school, maar minder afspraken’

De overgang van basisschool naar middelbare school leidt vaak tot meer financiële zelfstandigheid voor kinderen. Ze krijgen meer te besteden en gaan meer uitgeven. Toch heeft 42% van de jonge tieners niet gesproken over wie wat betaalt. Een gemiste kans, want praten over geldzaken is een goede manier om kinderen al vanaf jonge leeftijd financieel bewust te maken, zo blijkt uit onderzoek (pdf)* van platform Wijzer in geldzaken en het Nibud in het kader van de Week van het geld. Het doel van deze week is om basisschoolleerlingen te leren omgaan met geld.

Scholieren krijgen meer geld te besteden na de overgang naar de middelbare school. Zo krijgen acht van de tien kinderen meer zakgeld. Tegenover deze inkomstengroei staat ook een toename van de uitgaven. Eten en drinken, schoolspullen, de mobiele telefoon, leuke dingen doen, kleding, bijna alle uitgaven van jongeren nemen op de middelbare school toe. Van de middelbare scholieren koopt 33% bijvoorbeeld minstens 1x per week iets te eten of drinken tijdens of na schooltijd, tegen 8% van de kinderen op de basisschool. De toename van de uitgaven leidt er echter niet toe dat de scholieren slechter of beter met hun geld omgaan.

Middelbare scholieren maken daarnaast minder vaak afspraken met hun ouders over de besteding van hun eigen geld (zakgeld, bijverdiensten, rapportgeld) dan basisschoolleerlingen. Op de middelbare school heeft 28% hierover geen afspraken gemaakt, tegen 19% op de basisschool. Daarnaast verandert ook het karakter van de afspraken. Op de basisschool is de belangrijkste afspraak dat alle aankopen vooraf worden overlegd. Op de middelbare school zijn afspraken meer gericht op het scheppen van kaders: wat moet worden gekocht en wat mag wel en niet worden gekocht?

Een groot deel van de basisschoolleerlingen verwacht nog in gesprek te gaan over wie wat betaalt zodra ze naar de middelbare school gaan. Een groot deel van de middelbare scholieren geeft aan dat ze dit gesprek nooit hebben gevoerd. Een groter deel van de ouders geeft aan dat dit gesprek wel gevoerd is. Dit is blijkbaar niet voldoende overgekomen. Praten over geldzaken vormt een belangrijk onderdeel van de financiële opvoeding. Kinderen zien hun ouders als belangrijkste informatiebron als het gaat om geldzaken, zo blijkt uit eerder onderzoek van het Nibud.

Op de weg naar zelfstandigheid vormt de overgang naar de middelbare school een goed moment om het gesprek aan te gaan. Uitgaven nemen toe en de controle van ouders neemt af. Kinderen krijgen meestal niet direct geldproblemen als ze naar de middelbare school gaan, maar kunnen (zo blijkt uit eerder onderzoek) als ze ouder worden onverantwoord financieel gedrag gaan vertonen. Met behulp van zakgeld, maar juist ook door te praten over geldzaken kunnen ouders hun kinderen al vanaf jonge leeftijd leren met geld om te gaan.

Met bijna 5.000 gastlessen op school en vele andere activiteiten in de klas of thuis, leren kinderen in het basisonderwijs tijdens de Week van het geld een week lang alles over omgaan met geld. De vierde editie van deze actie vindt plaats van 10 tot en met 14 maart 2014. Door kinderen al jong financieel bewust te maken, wordt de basis gelegd voor financiële zelfredzaamheid op volwassen leeftijd, zo is de gedachte: jong geleerd is oud gedaan.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=tWMegoQlegY]

*Platform Wijzer in geldzaken en het Nibud deden onderzoek onder ruim 500 kinderen (uit groep 8, of de 1e, of 2e klas) en één van hun ouders naar de overgang van basisschool naar middelbare school. Het onderzoek vond plaats in het kader van de Week van het geld. Wijzer in geldzaken is een initiatief van het ministerie van Financiën, waarin partners uit de financiële sector, de wetenschap, de overheid en onderwijs-, voorlichtings- en consumentenorganisaties hun krachten bundelen om verantwoord financieel gedrag in Nederland te bevorderen.