Sociale media als horrorfilms, in Halloween-campagne Hootsuite #SocialNotScary

Ook Hootsuite, het bedrijf achter het platform waarmee sociale netwerken te beheren zijn, is een campagne gestart die inhaakt op Halloween. In de pers wordt regelmatig gewaarschuwd voor trollen, hackers en identiteitsdiefstal, waardoor sommige mensen sociale media eng vinden: “We so often hear about the negative side of social media that there’s now a culture of fear and uncertainty around social for many casual and non-users.” Een goede reden om te roepen dat het publiek niet bang hoeft te zijn, en bij Hootsuite kan aankloppen voor hulp.

Bekende horrorfilms (The Blair Witch Project, The Ring, The Birds, Hellraiser, American Psycho, The Shining) worden gekoppeld aan de grootste netwerken. Fraaie beelden, maar je kan je afvragen of deze aanpak het juiste effect heeft. Instagram, YouTube, Twitter, Pinterest, LinkedIn en Facebook worden immers nu juist wél met negatieve emoties omgeven…

socialnotscary 3

socialnotscary6

socialnotscary 1

socialnotscary 2

socialnotscary 5

socialnotscary

[Creatie door Hootsuite Design Team]

Hans Brinker Budget Hotel wil meest ‘likeable’ hotel ter wereld worden

Het Hans Brinker Budget Hotel in Amsterdam is tot in de verste uithoeken bekend/berucht, niet in de laatste plaats door zich al bijna 20 jaar te positioneren als jeugdhostel waar het niet heel veel slechter kan. Het indrukwekkende rijtje anti-reclamecampagnes werd begin deze maand uitgebreid met een schaamteloos verzoek om meer Facebook-likes te verzamelen. De teller staat nu op 24.249 vind-ik-leuks, en da’s natuurlijk niet genoeg. Inmiddels zijn ook andere sociale media ingeschakeld.

Bij het hotel hebben ze zich namelijk tot doel gesteld om het meest likeable hotel ter wereld te worden. Om dat doel te bereiken, wordt de oproep via Facebook, Twitter, Google+ en Instagram de wereld in geslingerd. Er zijn posters (‘Please like us if you have any complaints’), video’s, stickers, t-shirts, noem maar op. En nu maar hopen dat de doelgroep jongeren (en anderen) de knipoog vet genoeg vinden om de uitingen viraal te laten gaan en meer duimen omhoog te krijgen.

hbh-like

Hierboven enkele voorbeelden van posters, hieronder de filmpjes.

[vimeo 105341765 w=560 h=315]

[vimeo 105340887 w=560 h=315]

[vimeo 105342331 w=560 h=315]

“Everyone wants to be liked, even the Hans Brinker Hotel.”

[Creatie door KesselsKramer; via Creativity]

[Recensie] ‘It’s complicated’ van danah boyd -over het socialemedialeven van jongeren- in 10 oneliners

danah boyd (nee, geen hoofdletters) heeft begin dit jaar haar nieuwe boek It’s complicated gepubliceerd, gebaseerd op acht jaar onderzoek. De social media-expert/jongerenonderzoeker (Microsoft Research/New York University/Harvard Berkman Center) noemt het een poging om het netwerk-leven van tieners uit te leggen aan iedereen die zich zorgen maakt over hen — ouders, leerkrachten, beleidsmakers, journalisten en soms zelfs leeftijdsgenoten. Ze hoopt dat lezers hun veronderstellingen over de jeugd opzij zetten in een poging om het sociale leven van deze ‘digitale flâneurs’ echt te begrijpen.

In die opzet slaagt ze wonderwel. Ze maakt bijvoorbeeld duidelijk waarom het navigeren tussen verschillende sociale omgevingen weleens mis gaat, dat individuen verschillende grenzen hanteren, hoe het sociale proces van ‘impression management’ werkt, dat tieners zich aanpassen aan wat zij denken dat de normen van een bepaalde dienst zijn en voor welk doel Snapchat gebruikt wordt, waardoor het bijbehorende gedrag beter te herkennen/plaatsen is en we daar op een meer gepaste/effectieve manier op kunnen reageren. Fijn ook dat een aantal zaken eens door een autoriteit zwart op wit wordt gezet: technologie verandert niet alles, de context is enorm belangrijk, jongeren zijn meer ‘digital naives’ dan ‘digital natives’ en veel delen betekent niet dat privacy niet belangrijk gevonden wordt, om waar wat te noemen. Interessante materie. En zoals de titel treffend weergeeft: het is allemaal niet zo eenvoudig. Het leven in een netwerk-wereld is behoorlijk complex met de nodige uitdagingen, en alleen het begrip privacy al is voor meerdere definities vatbaar.

In acht hoofdstukken gaat het achtereenvolgens over identiteit, privacy, verslaving, gevaren, pesten, ongelijkheid, mediawijsheid en een eigen publiek, waarbij elk onderwerp rijkelijk onderbouwd wordt aan de hand van voorbeelden uit de media (denk aan de vader die kogels op zijn dochters laptop afvuurde nadat ze over hem geklaagd had op Facebook) en quotes uit de vele gesprekken die danah boyd afgelopen jaren met tieners voerde — opvallend: steevast wordt de etnische achtergrond van de respondent vermeld. Voor dit alles worden heel veel woorden gebruikt (ruim 200 pagina’s, plus een flinke bijlage met aanvullende opmerkingen, bronnen en een index), maar boeiend blijft het tot het einde. Nuance gaat vaak verloren in alle paniek in de media, hier is er alle ruimte voor. En hoewel de inhoud Amerika-georiënteerd is, geeft deze zoveel inzicht dat het eigenlijk verplicht leesvoer zou moeten zijn voor een ieder die iets met/voor jongeren doet.

De publicatie bevat veel interessante en bruikbare learnings. Tieners zien elkaar het liefst face-to-face buiten hun hun woning, maar aangezien dat vaak niet kan/mag — een beperkte mobiliteit plus weinig vrijheid en tijd om IRL af te spreken in combinatie met een angstcultuur (het NBC-programma To Catch a Predator heeft indruk gemaakt) — richten ze zich op sociale media en andere communicatiemiddelen om toch in contact te blijven met leeftijdsgenoten. Veel ouders denken dat hun kinderen bezighouden ervoor zorgt dat ze uit de problemen blijven. Tieners die online het meeste risico lopen, hebben het ook op andere plekken moeilijk, en de meeste pesters zitten met zichzelf in de knoop. Moeders maken zich zorgen om hun kroost, maar andersom blijkt dat ook het geval te zijn. Wat niet wegneemt dat tieners een plek voor zichzelf willen, en als ouders of andere volwassenen daar binnenvallen, gaan ze weer op zoek naar andere sites of apps. Een belangrijke conclusie: technologie de schuld geven van problemen of denken dat conflicten verdwijnen als technologiegebruik geminimaliseerd of bepaalde content gecensureerd wordt, is naïef.

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest sterke, kenmerkende of opvallende oneliners:

  • “What the drive-in was to teens in the 1950s and the mall in the 1980s, Facebook, texting, Twitter, instant messaging, and other social media are to teens now” (pagina 20)
  • “Many teens post information on social media that they think is funny or intended to give a particular impression to a narrow audience without considering how this same content might be read out of context” (44)
  • “While my childhood included ‘Keep Out’ bedroom signs and battles over leather miniskirts and visible bras, the rise of the internet has turned fights over privacy and exposure into headline news for an entire cohort of youth” (55)
  • “There’s a big difference between being in public and being public” (57)
  • “Rather than finding privacy by controlling access to content, many teens are instead controlling access to meaning” (76)
  • “Most teens aren’t addicted to social media; if anything, they’re addicted to each other” (80)
  • “Fear is not the solution; empathy is” (127)
  • “Because sharing is a form of currency and experiencing a cultural artifact together enables bonding, teens look for content that they think those around them will find interesting” (145)
  • “Teens see gossip, drama, and attention games all around them, and not surprisingly, they mirror what they see” (148)
  • “In a technological era defined by social media, where information flows through networks and where people curate information for their peers, who you know shapes what you know” (172)

Je kan het boek o.a. hier bestellen, maar omdat danah boyd er naar eigen zeggen geen geld aan hoeft te verdienen, staat er ook een gratis pdf online! Aanrader!

PS  Zie ook deze keynote-presentatie (vanaf 6:55).

Zichtbaarheid via ‘nieuwe media’? Duim omhoog voor merken die ‘awesome’ zijn

Even aan een willekeurige 9-jarige gevraagd wat hij onder het begrip ‘nieuwe media’ verstaat. Als reactie volgde een lege blik, en na de aansporing om toch te antwoorden: ‘De film The Hobbit 2, want die is nog niet zo lang uit’. Een antwoord dat niet terugkomt in de gangbare definitie, wat de experts ongetwijfeld zullen verklaren met het gegeven dat die digitale media voor kinderen en jongeren een vanzelfsprekend onderdeel zijn van hun leven, opgroeiend met een scherm in de hand als raam op de wereld (voor sommigen reden om hen ‘digital natives’ te noemen, maar helaas zijn niet alle digitale vaardigheden met de paplepel ingegoten). Dat niemand meer verbaasd opkijkt als een peuter oma’s televisietoestel naar andere beelden probeert te swipen en zonder uitleg papa’s smartphone weet te bedienen, betekent niet dat de volledige basisschooljeugd apps aan het bouwen is of dat alle scholieren modeblogs volschrijven in HTML. Maar trendwatcher Herman Konings heeft hen niet voor niets bestempeld als generatie ADHD (‘any device head down’), want de wereld in 2014 lijkt in een aantal opzichten niet op die uit onze eigen jeugd. De jeugd van tegenwoordig is sterk beeldgevoelig, wil alles naar zijn hand kunnen zetten en is hongerig naar verandering, en het aanbod past daarbij.

De technologie staat natuurlijk niet stil. Overal ter wereld ontwikkelen creatieve ‘nerds’ op hun spreekwoordelijke zolderkamertjes toepassingen die we nooit voor mogelijk hadden gehouden. Een paar jaar geleden hadden we nog niet van WhatsApp, Snapchat, Tinder, We Heart It, Tumblr, Candy Crush SagaWeChat, Line, KakaoTalk, Kik, Vine, Pinterest en Minecraft (enzovoort!) gehoord, en nu tellen deze ‘nieuwe media’ miljoenen gebruikers (in deze vluchtige tijd waarin we van hype naar hoax rennen, kan wat het ene moment door iedereen omarmd wordt even later geschiedenis zijn, maar toch). Het is nog even zoeken of en hoe deze relatief nieuwe mogelijkheden in te zetten zijn door adverteerders, waarbij YouTube een andere gebruiksaanwijzing heeft dan Snapchat, om maar eens wat te noemen.

Al vóór de tijd van ‘oude media’ wilden degenen die producten aan de M/V wilden slijten zich dáár laten zien waar hun (potentiële) klanten zijn, en dat zou nog steeds zo moeten zijn. Vandaar dat de commercie overal is in onze consumptiemaatschappij. Merken willen begrijpelijkerwijs ook graag zichtbaar zijn in de websites, apps en games waar tegenwoordig zoveel oogballen op gericht zijn. Op RTV, in print en outdoor wordt reclame veelal gedoogd (hoewel er met enige regelmaat wordt opgeroepen tot een verbod (zeker als het ons kwetsbare kroost betreft), wordt er massaal gestemd als de beste commercial of advertentie gekozen mag worden, dus misschien vinden we het stiekem ook wel leuk), maar veel van die nieuwere applicaties zijn geen openbare ruimten maar privédomeinen. Daar wordt natuurlijk niet zomaar iedereen toegelaten, maar wellicht kunnen we iets leren van het verleden: denk aan de studenten die een bushokje sloopten om een H&M-poster aan hun slaapkamermuur te kunnen ophangen. Een supermodel in bikini, is het zo eenvoudig?

Ja, echter een eend zonder broek werkt net zo goed. Op Twitter heeft Donald Duck ruim 170.000 followers, want de conversaties met de andere Duckstad-bewoners zorgen keer op keer voor een glimlach. Het weekblad is inmiddels ook op Instagram actief, waar dagelijks een tekening gepost wordt, die gemiddeld van een derde van de volgers een ‘hartje’ krijgt. Interactie, niet door met kortingen te smijten, maar simpelweg door het leven van de internetters wat leuker te maken met content die iets toevoegt. Zoals bijvoorbeeld Converse, Red Bull, Vans, Starbucks en Nike daar foto’s plaatsen om de band met een aantal van hun fans te onderhouden, en wat scholen, musea, bibliotheken, kerken en andere instellingen en bedrijven die trots zijn op hun activiteiten eveneens kunnen inzetten.

Nu zijn ‘awesome’ en ‘epic’ buzzwoorden die online teveel gebruikt worden — wie wel wil overdrijven maar niet in het Engels, gebruikt termen als ‘briljant’ en ‘hilarisch’ — om aan te geven dat wat gedeeld wordt ‘like’-waardig is, maar daar ligt wel de oplossing. Want met merken die ‘cool’ zijn, wil de doelgroep best bevriend zijn en dat aan anderen laten weten (al is het maar om zichzelf te profileren). In een handboek (en blog) geeft Instagram marketeers advies: wees trouw aan je merk, deel ervaringen en ken je publiek. Zaken als relevantie en authenticiteit zijn dus de bekende basisvoorwaarden, en als daar opwindende/verrassende ervaringen aan toegevoegd worden die de verwachtingen overtreffen, gaat de duim omhoog. Ook voor een film die net uit is.

[Dit artikel is ook verschenen in MarketingTribune nummer 03, 2014. Afbeelding uit advertentie van Rikushet: ‘Less screens, more outdoors’.]

Newcom Social Media Jongeren Onderzoek 2014: ‘Twitter kost teveel tijd’

Voor het vijfde jaar heeft Newcom Research & Consultancy het Nationale Social Media Onderzoek uitgevoerd. Binnen het onderzoek van 2014 zijn niet alleen volwassenen maar ook 1.116 Nederlandse jongeren van 15 t/m 19 jaar gevraagd naar hun gedrag op social media. Van deze groep is bijna iedereen actief op sociale media; 96% gebruikt vier of meer sociale platforms. De mate van het gebruik van de verschillende platforms blijkt zeer uiteenlopend te zijn, afhankelijk van het opleidingsniveau en de leeftijd van de jongeren.

Facebook en YouTube worden door vrijwel alle jongeren bezocht. Naarmate men ouder wordt, wordt LinkedIn steeds meer gebruikt en Twitter steeds minder, en neemt het dagelijks gebruik van Facebook toe. Meer dan de helft van de jongeren die vorig jaar Twitter het belangrijkst vond, vindt nu Facebook het belangrijkste platform.

Nieuwe platforms als Instagram (25,4% gebruikt het dagelijks) en Snapchat (18,5%) zijn in 2014 sterk in populariteit gestegen, maar overtreffen nog altijd Facebook (75%) en YouTube (31,0%) niet. Twitter (29,0%) heeft daarentegen veel gebruikers zien afhaken van het platform. Bijna een kwart (22%) van de tieners heeft Twitter wel gebruikt, maar doet dat nu niet meer. De belangrijkste redenen om ermee te stoppen:

  1. ‘Het kost me teveel tijd’ (53%);
  2. ‘Het biedt me geen ontspanning’ (42%);
  3. ‘Er zitten teveel mensen op waar ik niks mee heb’ (23%);
  4. ‘Het levert me te weinig op’ (18%);
  5. ‘Ik voel me er niet meer thuis’ (17%).

Onder jongeren zijn relatief veel overtuigend gebruikers van sociale media, toch is 13% sceptisch. Hoe jonger, hoe minder zorgen over het beheer en doorverkopen van gegevens door netwerken.

In onderstaande presentatie een preview met enkele resultaten uit de studie.

Het Nationale Social Media Onderzoek is vorige week uitgebreid belicht op Marketingfacts. Daar vind je ook meer meer info over het jongerendeel. Via newcom.nl is de rapportage gratis (in ruil voor je gegevens) aan te vragen.

[Infographic] InSites: ‘Meer dan 60% van de millennials volgt merken via sociale media’

Na een eerste deel over de wat, waar & waarom en een tweede deel over de kracht van conversaties, heeft InSites Consulting vandaag deel 3 van een ‘Millennials & Social Media infographicreeks’ gepubliceerd. Deze keer staan de sectoren centraal die het meest gevolgd worden door Generatie Y (media/entertainment, mode/luxe goederen, voeding/retail), wat hen ertoe brengt een merk te volgen (merkgebruik) en de verwachtingen van millennial-consumenten op social media (productinformatie, aanbiedingen).

Het onderzoek waarop de inhoud van onderstaande infographic op gebaseerd is, heeft ook aangetoond dat negen van de tien GenYers wereldwijd merken willen helpen om hun aanbod te verbeteren, via co-creatie en structurele samenwerking. Scrol om meer te leren:

millennials and social media

[Infographic] InSites: ‘7 van de 10 jongeren lezen, reageren op of posten zelf informatie op sociale media over merken’

Twee maanden geleden las je hier dat communicatie en tijdverdrijf voor millennials de belangrijkste redenen om sociale media te gebruiken. Dit resultaat staat niet op zich. Meer bewijsmateriaal op basis van onderzoek over de kracht van conversaties is gevat in een tweede deel van de ‘InSites Consulting infographic reeks: Millennials & Social Media’. Zo blijkt bijvoorbeeld dat zeven van de tien millennials informatie op sociale media over producten, merken en bedrijven lezen, erop reageren of er zelf posten, en dat reclame nog altijd een belangrijke conversatiestarter is.

Millennials weten meer over marketing en staan kritischer tegenover reclame dan om het even welke andere generatie ooit tevoren. Sociale media zijn onmisbaar voor deze generatie. Ze aanschouwen sociale media zelfs als hun belangrijkste kanaal, vermits deze kanalen het meest up-to-date en het meest aangepast zijn aan hun behoeften, vermits ze zelf kiezen wie ze volgen en bijgevolg ook welke informatie ze willen ontvangen.

Scrol en zie welke informatie ze lezen en delen, welke online bronnen ze het meest vertrouwen en welke conversaties hun aankoopgedrag beïnvloedt.

infographic insites millennials 2

PS  Ook Meredith’s Parents Network deed onderzoek naar deze doelgroep, met wat meer PR-gerichte stellingen: 30% van de millennial-moeders texten vaker met hun partner dan dat ze met elkaar praten.

UM kraakt de sociale code: ‘Vijf fundamentele menselijke behoeften vormen de basis voor al het social media-gedrag’

UM’s bekende Wave-onderzoek* is inmiddels in de zevende editie. Het grootste onderzoek naar sociale media ter wereld (48.495 ondervraagden in 65 landen) komt met een opvallende boodschap: het is niet langer genoeg om de trends op social media gebied te volgen met je merk aangezien veel van deze juist afleiden van de daadwerkelijk motivatie van de consument. We moeten de motieven achter social media trends doorgronden aangezien zelfs de meest oppervlakkige interactie wordt veroorzaakt door een diepere behoefte.

Zeven jaar Wave-analyses van sociaal gedrag online heeft het mediabureau tot de conclusie gebracht dat de kernvraag niet is WAT mensen doen maar WAAROM zij dit doen. Daar heb je geen onderzoek voor nodig, zal je denken. Wel om te achterhalen welke vijf fundamentele menselijke behoeften de basis vormen voor al het sociale gedrag: ‘Verbinding’, ‘Verstrooiing’, ‘Vooruitgang’, ‘Erkenning’ en ‘Leren’.

5 behoeften

Uit het Wave-onderzoek blijkt ook dat als merken voorzien in de behoeften van consumenten dit een belangrijke bijdrage levert aan merkdoelstellingen:

  • Verstrooiing is de behoefte aan vermaak; 40% van alle mensen die aangeven vermaakt te willen worden door merken zeggen dat deze ervaringen merken meer begeerlijk maken.
  • Erkenning is de behoefte aan zelfexpressie en respect; 65% van de mensen die persoonlijk antwoord willen krijgen van merken en dat dan ook krijgen, geven aan dat dit hen gewaardeerd laat voelen.
  • Vooruitgang is de behoefte aan ontwikkelen en carrière maken; 37% van de mensen die aangeven geholpen te willen worden bij de ontwikkeling van hun vaardigheden en capaciteiten, geven aan als resultaat meer tijd met het merk te willen doorbrengen.
  • Verbinding is de behoefte om verbonden te zijn en ervaringen te delen met anderen; als een merk iemand faciliteert in het helpen van anderen, is men geneigd dit merk aan te bevelen.
  • Leren is de behoefte om nieuwe dingen te ontdekken en onderzoeken; merken die mensen meer leren over hun producten en/of diensten en tegelijkertijd goed luisteren en inspelen op hun behoeften, zorgen ervoor dat consumenten eerder kopen.

Wanneer we dus willen dat consumenten een verbintenis aangaan met merken dan zullen we van deze behoeften en hetgeen ze leveren moeten uitgaan. De uitdaging ligt in het vinden van de plaats waar de consumentenbehoefte en de doelstelling van het merk bij elkaar komen. Alleen op deze manier kunnen merken een langdurige relatie met consumenten aangaan.

De sociale platforms zijn constant in ontwikkeling en de manier waarop mensen toegang hebben tot die platforms verandert. Wave 7 onthult volgens de onderzoekers waar de sweet spot zit voor de verschillende productcategorieën in combinatie met de gewenste devices, doelgroepen en merkdoelstellingen.

Naast bovenstaand kader voor merkstrategieën via sociale media biedt Wave 7 biedt tevens een update van alle laatste gebruikscijfers en ontwikkelingen omtrent sociale media. In de vorige Wave-studie werd het bezit en gebruik van devices toegevoegd aan het onderzoek. Ook in 2013 levert dat weer interessante inzichten op:

  • Inmiddels bezit 74% van de internettende Nederlanders een smart phone, versus 37% twee jaar geleden (Wave6). Ook tabletbezit is stormachtig toegenomen: van 12% naar 47%.

devices

  • Het aantal mensen met een smartphone is niet alleen toegenomen, men is ook veel actiever.

actiever

  • Mede door de toename van smartphonegebruik zijn simpele (Twitter) en contextuele social platforms (foto’s delen; Instagram, Pinterest) snel gegroeid. Daar zit de meeste potentie.

devicesFilms, muziek, reizen, voeding, restaurants, consumententechnologie, huishoudelijke producten en sport zijn de onderwerpen waar de social influencers het meest over praten. Het minst populair zijn onderwerpen over auto-onderhoud, kinderopvang, betaalkaarten, huishoudelijke schoonmaakproducten, verzekeringen, goede doelen en banken.

*In 2006 is UM begonnen met een project om de schaal en impact van social media wereldwijd te kunnen meten en de verandering in communicatie technologie te kunnen onderzoeken. Tot nu toe zijn meer dan 136.000 internetgebruikers (16-54 jaar) in 64 landen online ondervraagd. Steekproefomvang in Nederland: 1.008 respondenten.

  • Wave 1 (2006): liet zien dat social media de verwachtingen waarmaakte , er was een grote en actieve groep mensen online aan het communiceren.
  • Wave 2 (2007): liet zien hoe social media verschoof van een tekstueel medium van bloggers en posters naar een compleet audio-visueel medium vol met content makers en delers.
  • Wave 3 (2008): bracht de democratisering van beïnvloeding in beeld; hoe social media consumenten de mogelijkheid gaf om andere mensen te beïnvloeden.
  • Wave 4 (2009): onderzocht de redenen achter de enorme groei van social media door te begrijpen wat de motivaties zijn bij het gebruik van de verschillende platformen. Het liet zien dat consumenten zich verbinden met een platform omdat het specifieke behoeften goed invult.
  • Wave 5 (2010): heeft geleerd dat er een grote vraag was naar sociale interactie met merken. De vorm en de mate van interactie varieert van persoon tot persoon en van productcategorie tot productcategorie. Die merken die de juiste ervaring konden leveren hadden een enorm voordeel, in termen van merktrouw, aanbevelingen en sales.
  • Wave 6 (2012): heeft geholpen om te begrijpen welke rol social media kan spelen in het helpen van bedrijven om hun marketingdoelstellingen te behalen. Door de waarde van social media in kaart te brengen konden we ervaringen creëren die vanaf het begin al ontworpen waren om die doelstellingen te kunnen behalen. Het liet ook zien welke middelen en technieken consumenten het liefst gebruikten bij interacties met merken.

Het rapport met de global insights van Wave 7, ‘Cracking the Social Code’ getiteld, is hieronder te lezen of daar te downloaden.

‘Sociale media zijn populair, maar geen voorwaarde voor geslaagde kennisoverdracht’, aldus onderzoek Mijn Kind Online en Kennisnet

Leerlingen gebruiken sociale media op grote schaal om te leren voor school en voor hun hobby’s. Ze tippen elkaar over YouTube-filmpjes van andere docenten die beter kunnen uitleggen of geven elkaar advies. Ook ondersteunen ze elkaar actief bij het maken van huiswerk door het gebruik van bijvoorbeeld Whatsapp. Uitwisselen van kennis deden leerlingen voor de komst van sociale media ook al, maar met het gebruik van sociale media als Twitter, Whatsapp en Facebook  is de informatie-uitwisseling een stuk gemakkelijker en ‘rijker’ geworden. Nu kunnen ze bijvoorbeeld vanuit huis samenwerken aan werkstukken en gefotografeerde aantekeningen rondsturen met Whatsapp. Zulke samenwerking tussen leerlingen is intensiever naarmate het onderwijsniveau hoger is.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Samen leren – Tieners en sociale media’ (pdf) van Mijn Kind Online en Kennisnet, gehouden onder 1.500 scholieren van 10 t/m 17 jaar in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Eén van de belangrijkste cliché’s die in deze studie wordt doorgeprikt, is dat alle jongeren permanent online zouden zijn. Dat blijkt niet het geval te zijn. Niet alle tieners mogen bijvoorbeeld hun mobiel mee naar hun slaapkamer nemen, sommige ouders nemen hem in, of ze schakelen ‘s avonds de wifi uit. ‘Jeugdcultuur’ kan niet gelijk gesteld worden aan ‘digitale cultuur’. Leerlingen maken bijvoorbeeld nog massaal gebruik van papieren agenda’s.

Interessante kost! En fijn om weer actuele Nederlandse cijfers over het bezit van digitale middelen en het gebruik van sociale media te hebben. Vanaf 12 jaar hebben nagenoeg alle tieners een mobiele telefoon, in de meeste gevallen (76%) is dit een smartphone. Bij de jongste kinderen is dat wat minder vaak het geval.

mko - bezit smartphone

Van de 1.513 ondervraagde jongeren zijn er 15 die helemaal geen sociale media gebruiken. Facebook wordt door de meeste tieners gebruikt en ondanks dat tieners er eigenlijk pas vanaf hun dertiende jaar op mogen, zijn er ook al aardig wat 10- 11- en 12-jarigen te vinden.

mko - gebruik sociale media

Ondanks de populariteit van Whatsapp en Facebook, noemt driekwart van de tieners gewoon ‘face-to-face’-contact als hun favoriete manier om met vrienden te communiceren. Als voornaamste reden geven de jongeren dat je elkaars gezicht en gezichtsuitdrukking kunt zien. Als ze nog maar één sociaal medium mochten gebruiken, zou dat voor de meeste jongeren Whatsapp zijn (van de Whatsapp-gebruikers geeft ruim tweederde aan dat ze dit zouden kiezen; 11% kiest Facebook, 5% kiest YouTube en 5% Twitter). Twitter lijkt vooral een medium voor ‘erbij’ te zijn.

Dit zijn de belangrijkste overige resultaten onder elkaar:

  • 85% van de ondervraagde 10 t/m 17-jarigen zoekt extra informatie over de leerstof op Google en 61% van de jongeren zoekt extra informatie over de leerstof op YouTube;
  • Bijna driekwart (73%) van de jongeren gebruikt internet om oefentoetsen te doen en ruim tweederde (68%) gebruikt internet om zichzelf te overhoren, 60% gebruikt sociale media om elkaar vragen te stellen over huiswerk of leerstof en 48% maakt en stuurt foto’s van aantekeningen of samenvattingen naar elkaar;
  • 11% heeft zelf wel eens een video gemaakt waarin hij of zij iets laat zien of uitlegt zodat iemand anders daarvan kan leren en bijna driekwart van deze groep heeft deze video ook online gedeeld;
  • 20% zegt zijn mobiele telefoon wel eens in de les te mogen gebruiken (om bijvoorbeeld iets op te zoeken, de agenda gebruiken telt hier niet mee);
  • Driekwart van de tieners zou meer gebruik van sociale media in de les leuk vinden en een kwart wil dat liever niet;
  • Een derde van de 10 t/m 17-jarigen is het eens met de stelling ‘Soms zet ik mijn telefoon uit, omdat ik rust wil of omdat ik mijn huiswerk moet maken’;
  • Bijna een kwart is het eens met de stelling ‘Soms kan ik lastig slapen omdat er steeds nieuwe berichtjes binnenkomen die ik dan wil lezen’;
  • Dat een leraar sociale media gebruikt vindt slechts 13% van de jongeren belangrijk, het belangrijkst is dat een leraar goed kan uitleggen (84%).

De initiatiefnemers van dit onderzoek hebben samen de ambitie om mediawijsheid in het onderwijs te stimuleren en willen zich daarbij vooral richten op het thema participatie: meedoen in de huidige samenleving waarin media een belangrijke rol innemen. Tegelijk met dit onderzoek verschijnt de brochure ‘Sociale media op school’, gratis te downloaden via kennisnet.nl/mediawijsheid.

Onderzoek Universiteit Antwerpen: ‘Actief op sociale media door behoefte aan contact met offline relaties’

Sociale media zijn niet meer weg te denken uit het leven van jongeren en dus wordt er veel onderzoek naar gedaan. Onlangs las je al gegevens uit de VS, nu uit België. De onderzoeksgroep MIOS (Media & ICT in Organisations & Society), verbonden aan het Departement Communicatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen, voerde een grootschalig onderzoek uit bij 1.743 Vlaamse jongeren tussen de 12 en 18 jaar. De belangrijkste resultaten zijn gevat in onderstaande tien vragen en antwoorden.

1. Hoeveel jongeren zijn actief op sociale media?
Negen jongeren op tien hebben minstens één account op een online profielpagina. Met 90% is Facebook de absolute marktleider, voor Twitter (24%),  Netlog (9%), Hyves (3%) en Myspace (2%).

2. Waarom zijn ze actief op sociale media?
De behoefte aan contact met anderen die men uit het offline leven kent, is het hoofdmotief om actief te zijn op sociale netwerksites; 92% houdt zo contact met vrienden die ze zelden zien, 81% met familieleden, en 89% gebruikt Facebook en co om afspraken te plannen met vrienden die ze vaak zien. Zo’n zes op de tien jongeren (58%) zijn bevriend met hun ouder(s), meer meisjes dan jongens. Iets minder dan de helft (47%) denkt online nieuwe contacten te kunnen leggen, 13% gebruikt de sites wel eens om te flirten, 8% om een romantische relatie te starten. Opvallend: 72% van de jongeren geeft toe dat ze soms op hun profielpagina actief zijn uit verveling.

3. Hoe vaak zijn ze actief?
Een op de tien jongeren post dagelijks een statusupdate (11%), terwijl een vierde (26%) dit wekelijks doet en een derde maandelijks (33%). De studie onthult enkele verschillen in postgedrag op basis van gender en studieniveau. Meisjes posten frequenter een statusupdate dan jongens.

4. Leggen ze contact met onbekenden?
Vier op de tien tieners (38%) stellen nooit te surfen naar profielen van gebruikers die niet op hun vriendenlijst staan, 36% doet dit maandelijks, 19% wekelijks en 6% dagelijks. Oudere tieners gaan actiever en frequenter op zoek naar profielen van andere profielgebruikers. Voor een meerderheid van jongeren bieden sociale netwerksites ook mogelijkheden om buiten hun vriendenkring op zoek te gaan naar anderen waarmee ze iets gemeenschappelijk hebben.

5. Met wie delen ze welke informatie?
Wat het delen van persoonlijke gegevens betreft, stellen we vast dat negen op de tien jongeren (95%) zeggen dat ze hun echte identiteitsgegevens meedelen (bv. voornaam, familienaam). Ongeveer de helft (46%) deelt het gsm-nummer mee en iets meer dan zes op tien (64%) hun woonplaats. Een meerderheid van de jongeren beperken de toegang tot deze profielinformatie tot hun vrienden. Meisjes springen duidelijk voorzichtiger om dan jongens met het vrijgeven en toegankelijk maken van persoonlijke informatie.

6. Hoeveel vrienden hebben ze?
Ongeveer één op acht jongeren (12%) stelt dat ze minder dan 100 vrienden hebben op de sociale netwerksite die ze het meest gebruiken. Voor een derde (34%) schommelt de grootte van het vriendennetwerk tussen de 100 en de 300 vrienden. Een vierde (27%) heeft tussen de 300 en 500 contacten op hun vriendenlijst. Zo’n 21% claimt meer dan 500 contacten te hebben. Het onderzoek toont aan dat het aantal contacten toeneemt met de leeftijd van tieners. 

7. Kennen ze hun vrienden ook in de echte wereld?
Een derde van de jongeren stelt dat ze alle contacten op hun vriendenlijst al eens ontmoet hebben (35%). Dit resultaat impliceert dat 65% van de jongeren contactpersonen heeft in hun vriendenlijst die ze nog nooit ontmoet hebben. Ongeveer een op drie (37%) schat dat maximaal 10% van hun vriendenlijst bestaat uit personen die ze nooit ontmoet hebben. Dit daalt tot bijna één tiende (13%) van de jongeren die schatten dat 10 tot 20% van hun profielvrienden onbekenden zijn. Ongeveer een tiende (10%) van de ondervraagde jongeren beweren dat 20 tot 40% van hun profielvrienden onbekenden zijn. Een kleine 4% stelt dat meer dan 40% van hun vriendenlijst bestaat uit personen die ze nog nooit ontmoet hebben. Meer meisjes dan jongens vinden het geen goed idee om vriendschapsverzoeken te aanvaarden van personen die ze nog nooit ontmoet hebben.

8. Doen Vlaamse jongeren aan cyperpesten?
Van de jongeren die actief zijn op sociale netwerksites geeft 10% toe dat ze al een profielsite hebben gebruikt om iemand te pesten. Significant meer jongens (13%) dan meisjes (8%) geven toe dat ze ooit al gecyberpest hebben via een profielpagina. Daderschap stijgt met de leeftijd tot 16 jaar, om daarna te dalen (8% van de twaalfjarigen, 13% van de zestienjarigen, 10% van de achttienjarigen).

9. Hoeveel jongeren werden al eens het slachtoffer van pestgedrag op sociale netwerksites?
Eén op de zes jongeren (16%) is al het slachtoffer geweest van cyberpesten op profielsites. Meisjes (19%) stellen meer het slachtoffer geweest te zijn van cyberpesten dan jongens (13%). Zo’n 51% van de jongeren meent al een vorm van cyberpesten gezien te hebben op een sociale netwerksite. Slachtoffers van cyberpesten hebben significant meer dan niet-slachtoffers vriendschapsverzoeken van vreemden aanvaard. Gepeste jongeren communiceren ook frequenter met online contacten die ze nooit zelf ontmoet hebben.

10. Wie doet aan ‘ontvrienden’ of werd al ‘ontvriend’?
Zo’n acht op de tien jongeren (77%) hebben al iemand geschrapt uit hun vriendenlijst. Voor vier op de tien (44%), beperkt zich dit tot maximaal tien personen. Ongeveer 15% schat dat ze al tussen de tien en twintig personen verwijderd hebben uit hun vriendenlijst. Voor minder dan een op de tien (6%) schommelt dit tussen de twintig en dertig. Ten slotte heeft één op de tien (12%) al meer dan dertig personen uit de vriendenlijst geschrapt. Wat betreft het zelf ontvriend worden door iemand anders, komt uit deze studie naar voor dat zo’n een op vier jongeren (24%) niet weet of zij al ‘ontvriend’ werden. Vier op de tien (42%) is ervan overtuigd dat dit niet gebeurde. Zo’n derde denkt dat dit minstens één of meermaals gebeurde (33%).

Onderzoek van Pew Internet brengt in beeld wat tieners delen op sociale media (steeds meer, zo blijkt)

In het kader van het Pew Research Center’s Internet & American Life Project zijn in de zomer van 2012 ruim 800 ouders én hun 12-17-jarige kinderen (in de VS) telefonisch ondervraagd over sociale media en privacy. Dit kwantitatieve onderzoek werd aangevuld met een aantal focusgroepen. Deze week zijn dan eindelijk de resultaten bekendgemaakt. Dit wereldje verandert eigenlijk te snel om daar zo lang mee te kunnen wachten en de Nederlandse situatie is anders, toch zijn de gegevens te interessant om niet naar te verwijzen.

In vergelijking met 2006 delen Amerikaanse tieners nu veel meer informatie over zichzelf via hun socialemediaprofielen. Bijna iedereen gebruikt zijn/haar echte naam (92%) en een foto van zichzelf (91%), en zelfs het vermelden van een e-mailadres (53%) of een mobiel telefoonnummer (20%) is niet ongewoon.

Het enthousiasme voor Facebook neemt af, wat veroorzaakt wordt door het toenemende aantal volwassenen, het overmatige delen en het 'stressvolle drama' – toch blijven ze het vooralsnog gebruiken, omdat participatie belangrijk is in de omgang met elkaar. Een kwart van de online tieners is inmiddels ook actief op Twitter (Instagram, Tumblr en Google Plus bleven daar ten tijde van het onderzoek met respectievelijk 11%, 5% en 3% ver achter). De gemiddelde Facebook-gebruiker heeft 300 vrienden, de gemiddelde Twitter-gebruiker heeft 79 volgers.

Dit zijn enkele andere conclusies uit de studie:

  • Van de ondervraagde tieners is 70% op Facebook bevriend met zijn/haar ouders, 30% met onderwijzers, 30% met beroemdheden;
  • Bij drie van de vijf jongeren staat het Facebook-profiel op 'privé', bij meisjes vaker dan bij jongens;
  • Een kwart (26%) post fake informatie om zijn/haar privacy te beschermen;
  • Tieners zijn actief bezig met het managen van hun online reputatie; met name het aantal likes is een sterke indicator voor sociale status, en dus wordt de tijdlijn ingericht om zoveel mogelijk duimen omhoog te krijgen en worden bijvoorbeeld foto's verwijderd die niet goed scoren;
  • Driekwart (74%) van de socialemediagebruikers heeft mensen uit zijn/haar netwerk of vriendelijst verwijderd;
  • Jongeren rapporteren meer postitieve online ervaringen dan negatieve;
  • Minder dan eenderde (30%) van de tieners zegt online reclame ontvangen te hebben die duidelijk ongeschikt is voor zijn/haar leeftijd.

Onderstaande infographic vat de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek keurig samen.

Lees het onderzoeksrapport 'Teens, Social Media, and Privacy' (pdf) voor meer informatie. Een aanrader, al is het maar voor de quotes van de doelgroep!

Jongeren rapporteren meer postitieve online ervaringen dan negatieve;
Minder dan eenderde (30%) van de tieners zegt online reclame ontvangen te hebben die duidelijk ongeschikt is voor zijn/haar leeftijd;

 

 

Ouders en jongeren geen ‘vrienden’ in sociale media, maar internetspel Digifamilie brengt hen weer samen

Van de jongeren onder de 18 jaar geeft 45% aan dat hun ouders niet weten wat ze allemaal posten en met wie ze bevriend zijn op Facebook, Hyves en Twitter. Een vergelijkbaar percentage (47%) is niet bevriend met of wordt niet gevolgd door hun ouders op sociale netwerken. Dit blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder 500 jongeren onder de 18 jaar en onder ruim 1.400 ouders met kinderen onder de 18 jaar. Zes op de tien (62%) jongeren vinden dat hun ouders ook niets te maken hebben met wat ze posten en met wie ze bevriend zijn.

Van de jongeren zouden vier op de tien het een probleem vinden als de ouders proberen online bevriend met ze te worden of ze te gaan volgen op Hyves, Twitter of Facebook, 14% zegt er zelfs bewust voor te zorgen dat hun ouders hen niet kunnen volgen.
 
Enkele verschillen tussen ouders en kinderen zijn opmerkelijk. Zo stellen zeven op de tien ouders (71%) dat ze afspraken hebben gemaakt met hun kinderen over wat ze wel of niet mogen posten. Dit terwijl slechts 18% van de jongeren aangeeft afspraken te hebben gemaakt met hun ouders. Ook de beleving van kennis is anders: jongeren zeggen (58%) dat hun ouders te weinig kennis hebben van social media om ze in de gaten te houden. Ouders denken hier anders over: slechts 13% stelt dat ze over te weinig kennis beschikt om hun kinderen goed te kunnen volgen.
 
Een op de vijf ouders (19%) zou meer informatie willen over hoe om te gaan met het online gedrag van hun kinderen; 43% zou niet weten waar ze terecht kan. Echt zorgen maken over wat hun kinderen doen, is niet aan de orde. Slechts 14% van de ouders zegt zich met regelmaat ongerust te maken over het online gedrag van hun kinderen op sociale media.

Digifamilie: ouders en jongeren weer in gesprek over sociale media
Tijdens het vijfde Nationale Mediawijsheid Congres wordt het nieuwe online gezinsspel Digifamilie gelanceerd door de Nationale Academie voor Media & Maatschappij. Ouders en kinderen spelen dit spel gezamenlijk ‘live’ in de sociale media en moeten daardoor met elkaar in gesprek raken over gewenst en minder gewenst gedrag. Zij leren als gezin alles over privacy, chatten, wachtwoorden en andere belangrijke internetdilemma’s.

Het spel wordt thuis gespeeld en bestaat uit allerlei opdrachten die nodig zijn om de hoofdpersonen Mike en Moniek weer thuis te brengen. Zij zijn namelijk verdwaald in de virtuele wereld en roepen de hulp in van Nederlandse 'digifamilies'. Voor het spel is gebruik gemaakt van allerlei technische middelen, zoals film, audio, websites en sociale media.

Digifamilie kwam tot stand in samenwerking met de NKO (Nederlandse Katholieke Oudervereniging) en Mediawijzer.net, de netwerkorganisatie van het Ministerie van OC&W.

Hi-onderzoek naar populariteit social en messaging media: ’30 whatsappjes per dag’

'Jongeren doen het op de bank, in het OV en op de WC', zo kopt Hi in een persbericht gebaseerd op een onderzoek (pdf) door DirectResearch onder 760 personen in de leeftijd van 16 tot 28 jaar (we hebben het hier dus niet alleen over tieners, maar ook over jongvolwassenen). Berichten versturen beheerst hun dagelijks leven, zo blijkt uit de studie. Aan de lopende band tweeten, posten, whatsappen en sms’en zij, voornamelijk met de mobiel. Het meest vanaf de bank (62%) of in het openbaar vervoer (44%), en 1 op de 7 gaat door op het toilet.

Ze gebruiken verschillende vormen van messaging voor verschillende mensen. Zo sms’en de respondenten het meeste met hun ouders, met als doel het doorgeven van praktische berichten. Whatsappen is vooral een sociaal bindmiddel om contact te houden met hun vrienden (87%) en hun liefje (49%). Bijna eenderde stuurt meer dan 30 whatsappjes per dag.

WhatsApp en Facebook zijn de koplopers onder de social en messaging media; sms en Twitter blijken minder populair. Op Facebook is wekelijks tweederde van de 16-28-jarigen actief, terwijl via Twitter eenderde wekelijks van zich laat horen. Een veel geliked, gedeeld, gepord, gerespect of geretweet bericht geeft meer zelfvertrouwen (45%), geeft creativiteit weer (35%) en geeft een boost in het aanzien bij vrienden (17%). Jongens (20%) denken vaker dat een goede post hun aanzien een boost geeft onder vrienden, vergeleken met meisjes (14%).

De verschillende social en messaging diensten hebben elk een andere functie. Zo is sms’en bij uitstek een manier om praktische boodschappen zoals ‘Ik kom iets later’ door te geven. Met ouders wordt het meest ge-sms’t, gevolgd door vrienden en hun vriend of vriendin. Facebook wordt met name gebruikt om berichten van anderen te lezen en om contact te houden met vrienden. Meisjes (42%) gebruiken Facebook vaker om berichten van anderen te lezen, vergeleken met jongens (34%).

Het Twitter-account – 47% heeft er een – wordt het minst gebruikt; ruim 80% geeft aan zijn account eigenlijk nooit te gebruiken. Wie er wel mee bezig is, doet dat om berichten van anderen te lezen (5%) of contact te hebben met vrienden (5%). Van degenen met een Hyves-account (31%) gebruikt bijna een kwart dit nooit; eenderde geeft aan Hyves met name te gebruiken om berichten van anderen te lezen (34%).

WhatsApp – 90% stuurt berichten via deze messaging app – is meer een sociaal bindmiddel, dat hoofdzakelijk gebruikt wordt om contact te houden met vrienden. Het meeste whatsappen de ondervraagde 16-28-jarigen met hun vrienden (87%), gevolgd door hun vriend/vriendin (49%), en op een verrassende derde plaats – boven collega’s en studiegenoten – broers en zussen (37%). WhatsApp-groepen zijn hot and happening; bijna 94% van de WhatsApp-gebruikers heeft een of meerdere actieve WhatsApp-groepen. Hierbij zijn de groepen met vrienden, familie en studiegenoten het populairst.

Om zonder rem berichten te kunnen sturen, biedt Hi onbeperkt tweeten, posten en whatsappen zonder extra kosten. Om dit aanbod onder de aandacht te brengen, voert de mobiele provider momenteel de campagne 'All you can tweet, post en whatsapp'.

‘IkBenOffline.nl Ganzenbord’ roept jongeren op om een socialemediapauze in te lassen

De Nationale Academie voor Media en Maatschappij nam het initiatief tot de ontwikkeling van een nieuw IkBenOffline.nl Ganzenbord voor 12-18-jarigen, omdat uit eerder onderzoek van de organisatie naar 'socialemediastress' bleek dat veel jongeren moeite hebben met de druk vanuit de sociale media. Het aloude ganzenbordspel krijgt op deze manier een nieuw doel: jongeren krijgen allerlei opdrachten, om hen bewust te maken van hun gebruik van sociale media en meteen de mogelijkheden en voordelen van samen offline zijn verkennen.

De opdrachten en valkuilen van de ganzenbordvariant moeten stof tot nadenken geven enspelenderwijs de gezamenlijke discussie over het socialemediagebruik door jongeren stimuleren (om een voorbeeld te noemen: 'Hoezo huiswerk? Morgen heb je een flinke toets. Maar je hebt net verkering en die stuurt de hele tijd berichten. Geef tips om hier uit te komen: hoe houd je je verkering én haal je morgen een voldoende?').

Naar aanleiding van de genoemde stressstudie ontstond in Nederland een maatschappelijke discussie en verschenen tegelijkertijd wereldwijd diverse initiatieven die gericht waren op het creëren van bewustzijn over het socialemediagebruik door jongeren. Zo ruimde Britse winkel Selfridges een offline zaal in voor klanten, werd discussie gevoerd over etiquette van (geen) mobieltjesgebruik in restaurants, publiceerde Newsweek het artikel iCrazy – Is the Web Driving Us Mad? (pdf), organiseerde Stichting Swoeng het project Living Unplugged Together, zond de VPRO de documentaire Nooit Meer Slapen uit en gaf Kit Kat recentelijk het motto 'Have a Break' een nieuwe invulling met een 'No Wifi Zone'.

PS  Actueel nieuws van het Pew Research Center (VS): drie van de vijf Facebookgebruikers namen de gewenste pauzes al!

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019