Effectieve seksuele voorlichting: Vijf jaar “Can you fix it”

Jongeren zijn een kwetsbare groep op het gebied van seksuele ontwikkeling. Goede voorlichting laten aansluiten bij deze doelgroep is niet gemakkelijk. In opdracht van Sense, een initiatief van Rutgers, Soa Aids Nederland, GGD’en en het Ministerie van VWS ontwikkelde IJsfontein “Can you fix it?”. Deze game werd gelanceerd als onderdeel van een tijdelijke campagne, maar lijkt na 5 jaar en bijna een half miljoen bezoekers een blijvertje te zijn. In deze case study meer over het onderzoek, de ontwikkeling en de lancering van “Can you fix it?”.

In Can You Fix It? kijken jongeren naar korte filmpjes, waarin leeftijdsgenoten terecht komen in relatiesituaties met een seksueel karakter. Hoe het fragment afloopt bepaalt de speler met de Fix It knop. Het doel is om jongeren te leren de momenten te herkennen waardoor een situatie uit de hand kan lopen, en dan tijdig in te grijpen.

De campagne, gericht op jongeren tussen de 13 en 16 jaar had tot doel om seks bespreekbaar te maken en jongeren uit te dagen bewust na te denken over hun wensen en grenzen en die van anderen op seksueel gebied.

blog 11

Casus “Can You Fix It?”

Op de site staan inmiddels 14 filmpjes over seksueel getinte situaties die uit de hand dreigen te lopen. Komend jaar komen hier nog 8 nieuwe filmpjes bij. Opdracht aan de spelers is om in te grijpen en te sturen op een goede afloop: Can You Fix It? Aan het begin van iedere film kiest de speler met wie hij meekijkt: de jongen of het meisje. Je ziet als speler niet alleen de handeling, maar je hoort ook wat de hoofdpersoon denkt.

Wissel van perspectief

Deze mogelijkheid om te wisselen van perspectief en de gedachten te horen van de hoofdpersonen is een belangrijk mechanisme dat gebruikt is om de boodschap over te brengen. ‘Juist door te horen en te zien wat de ander denkt ontstaat begrip’, vertelt Jan Willem Huisman, creatief directeur van IJsfontein. ‘Uit de statistieken van de site blijkt dat het simpel aanbieden van een ander perspectief al nieuwsgierig maakt, ruim 90% van de spelers bekijkt de filmpjes vanuit beide perspectieven. Precies wat we wilden.’

Te laat

Betrekken van de doelgroep

De doelgroep is op verschillende momenten betrokken geweest bij de ontwikkeling van de tool. Zo zijn de situaties uit Can You Fix It? gebaseerd op kwalitatief onderzoek onder meer dan 68 hetero- en homoseksuele jongeren. Op verschillende onderwerpen (eerste indruk, de acteurs, taalgebruik, verhaallijn, instructies, ingrijpen, feedback, doel, speelplezier) werden focusgroep discussies gehouden. Aan de hand van de feedback is het spel tijdens de ontwikkeling aangepast.

Rolmodellen

De doelgroep van Can you fix it? is zeer divers. Dit maakte dat een flink aantal ‘standaard’ interventietechnieken niet bruikbaar bleek. Folders of ander schriftelijk materiaal wordt al snel te omvangrijk en is lastig bruikbaar voor de groep laagopgeleiden. Gebaseerd op Social cognitive theory en met gebruik van Modeling (McAlister, Perry & Parcel, 2008) kan door middel van het gebruik van rolmodellen op beeldmateriaal de verschillende gedragingen wel goed in beeld gebracht worden en blijft de informatie toegankelijk voor jongeren van allerlei opleidingsniveaus.

Uit het vooronderzoek kwamen 10 seksualiteitsprofielen voor jongeren voort. Voor meisjes: relatiegericht, weerbaar, afwachters, principiële maagden en aandachtzoekers. Voor jongens: relatiegericht, versierders, afwachters, principiële maagden en players. Op basis van deze profielen zijn de personages ontwikkeld die door de acteurs worden uitgebeeld in de fragmenten in het spel.

Spelprincipes

Om het middel modeling effectief in te zetten is om te beginnen aandacht van de ontvanger nodig. Om dit te bewerkstelligen is gekozen voor het gebruik van spelprincipes. Deze principes werken op drie niveaus: dynamics, mechanics, en components. In onderstaand figuur wordt duidelijk hoe dit bij Can you fix it? , is toegepast.

Gamifiction pyramide

Gamification Piramide o.b.v. Werbach & Hunter

Spelen is zo leuk omdat je als speler in je kracht wordt gezet. De ‘game’ geeft jou immers het volste vertrouwen. Fouten maken mag want je bevindt je in de magic circle. Hier gelden andere regels gelden dan in het echte leven en mag je vrijuit experimenteren en fouten maken. ‘Vertellen hoe je om moet gaan met dit soort situaties is vaak ongemakkelijk en uiteindelijk misschien wel saai. In Can you fix it? kan je wat doen!’, vertelt Filippo Zimbile, vanuit Soa Aids Nederland betrokken bij de game. ‘Je hebt invloed op de situatie en dat geeft de speler een gevoel van controle. Daarnaast biedt we in de game realistische situaties waarin je vrijuit veilig kan experimenteren.’

Seks verkoopt

Toen de game gelanceerd werd was er vanuit de campagne veel aandacht voor, maar ook op social media ging de game viral. Seks verkoopt, ook als het als voorlichting bedoeld is. ‘Jongeren aantrekken doe je niet door een truttig filmpje te laten zien’, vertelt Zimbile. Er is daarom bewust gekozen voor echte acteurs en voor realistische scenes. Ook is er niet geschuwd om de meer pikante scenes te laten zien. ‘In Can you fix it? hebben we in het ontwerp gespeeld met de nieuwsgierigheid van jongeren die, zeker op het gebied van seks, erg groot is’, vertelt Huisman. ‘Zo begint er als je op de site komt direct een korte trailer te spelen. Deze scene maakt de bezoeker nieuwsgierig naar de afloop en nodigt uit om verder te kijken en te spelen’.

Seks verkoopt

Conclusies uit de praktijk

Bereikt de game het beoogde effect? Het spel wordt vaak gespeeld (ruim 50.000 keer per jaar) en de gemiddelde speelduur is 11 minuten. Zo’n 25% van de bezoekers speelt het spel niet voor het eerst. Er zijn ook twee effectstudies gedaan naar de game. Helaas was de onderzoeksopzet incompleet waardoor het moeilijk is er duidelijke resultaten uit te halen. Zo maakte de eerste effectstudie geen gebruik van een voormeting. De tweede effectstudie vond weliswaar duidelijke verschillen tussen controle en experimentele groepen op intentie om grenzen aan te geven, maar ook effecten in de tegengestelde richting. ‘Het effectonderzoek had allerlei beperkingen: eerst een te jonge doelgroep en bij beide keren is een aantal vragen gebruikt waar zoveel sociaal wenselijke antwoorden op komen dat je met een interventie geen ‘winst’ kan behalen want er lijkt geen probleem te zijn (iedereen scoort al helemaal goed bij 0 meting). Daarnaast kun je je afvragen of Can you fix it? in schooltijd spelen ‘op commando’ hetzelfde effect heeft als jongeren die in vrije tijd zelf de game spelen’, vertelt Cense.

Naast de effectstudie is er in 2011 ook een procesevaluatie uitgevoerd naar ‘Can You Fix It?’ door middel van een online vragenlijst. De bezoekers van de site geven de game hier een gemiddeld cijfer van een ruime 7. Maar liefst 75% van de respondenten heeft 2 of meer filmpjes gekeken.

Ondanks de onduidelijke resultaten is de verwachting dat de game wel effect heeft. ‘De vele positieve reacties van gebruikers, jongeren en professionals uit het onderwijs geven hier aanleiding toe’, vertelt Marianne Cense, vanuit Rutgers betrokken bij Can you fix it?. ‘Ook hebben we gebruik gemaakt van werkzame elementen die op basis van de literatuur de verwachting geven effectief te zijn.’

Te oud

Ondanks het vooraf betrekken van de doelgroep, bleek uit de eerder genoemde procesevaluatie dat de oorspronkelijke doelgroep zich niet altijd in de karakters en de scenario’s kon herkennen. ‘Vanwege wetgeving waren we gedwongen oudere acteurs te gebruiken. Dat was niet op te lossen, maar het heeft ons laten zien hoe belangrijk het is dat de speler zich kan identificeren met de karakters om het op zichzelf te betrekken’, vertelt Zimbile. Hier is rekening mee gehouden bij het toevoegen van nieuwe films. Die gaan over situaties die de jonge doelgroep ook zal herkennen. Maar ook wanneer jongeren zich niet direct herkennen in de situatie gaven ze aan iets over het aangeven van grenzen en wensen geleerd te hebben. Bovendien denken ze (meisjes meer dan jongens) dat de situaties in de filmpjes hen wel kúnnen overkomen. Er lijkt dus enige bewustwording plaats gevonden te hebben.

Half oktober is de bijgewerkte versie van de site live gegaan en binnen nu en een half jaar staan de nieuwe scenario’s live. Deze gaan niet alleen over seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar ook over andere kwesties waar jongeren mee worstelen: anticonceptie, zwangerschap, sexting en homoseksualiteit. ‘Seks blijft actueel en relevant, dus ik verwacht dat we over vijf jaar kunnen proosten op het tweede lustrum’, aldus Cense.

Referenties

McAlister, A. L., Perry, C. L., & Parcel, G. S. (2008). How individuals, environments, and health behaviors interact: Social cognitive theory. In Glanz K, Rimer BK, Viswanath K, Eds. (4th ed). Health Behavior and Health Education: Theory, Research, and Practice. San Francisco: Jossey-Bass. pp167-188.
Massar, K. & Kok, G. ( 2011). Procesevaluatie ‘Can You Fix It?’.
Effectstudie 1: Massar, K. & Kok, G. (2011). Effectevaluatie ‘Can You Fix It?’
Effectstudie 2: Gruijters, S., Massar, K., Pletzers, J. & Kok, G. (2013).

Bron: Homo Ludens Magazine


 

 marieke.jpg kopieMarieke Roël studeerde communicatie in Utrecht. Sinds 3 jaar werkt zij bij IJsfontein waar zij verantwoordlijk is voor alle marketing en communicatie activiteiten. IJsfontein ontwerpt en ontwikkelt spelend (digitaal) leren. Denk aan een serious game of gamification traject voor de training van personeel, interactieve belevenissen voor musea of een crossplatform digitale methode voor het basisonderwijs.

 

Kids en jongeren bereiken? Gebruik Instagram advertenties!

Sinds eind vorig jaar is het ook in Nederland mogelijk om advertenties te plaatsen op Instagram. Met een community van meer dan 400 miljoen gebruikers is Instagram één van ‘s werelds grootste mobiele platformen om op te adverteren. Benieuwd naar meer feiten en de adverteermogelijkheden?

Feiten

Top apps

  • Instagram is uniek, want het begon als een mobiele app. Anders dan Facebook en YouTube, welke op desktop begonnen.
  • Instagram heeft maandelijks meer dan 400 miljoen actieve gebruikers en groeit 10x sneller dan Facebook en Twitter.
  • Nederland telt 2,1 miljoen Instagramgebruikers, waarvan er dagelijks 992.000 actief zijn.
  • Instagramposts krijgen 308% meer engagement dan op Facebook en 1313% meer dan op Twitter.
  • Instagram is hét socialmediakanaal voor mensen onder de 35 jaar, met name voor de doelgroep 15-19 jaar.

Gebruikers

Waarom Instagramadvertenties? [praktijk]

Kaal of KammenVoor het nieuwe programma Kaal of Kammen zijn wij een paar weken geleden een Instagramaccount begonnen: @kaalofkammentv. Omdat het een nieuw programma is met een relatief korte uitzendperiode, is het lastig om op Instagram veel mensen te bereiken. Om ons account een boost te geven én te zorgen dat kinderen weten wanneer het programma wordt uitgezonden, besloten we om elke week een Instagram- advertentie in te zetten. De afbeelding hiernaast is daar een voorbeeld van. In korte tijd hadden we 12.488 likes en veel nieuwe volgers.

Wat zo goed werkt is dat je je advertentie helemaal kunt afstemmen op jouw doelgroep: op geslacht, lee ftijd en interesses. Daarnaast kun je je maximale budget instellen, zodat je nooit meer betaalt dan jij wilt. Als de campagne is afgelopen kun je gemakkelijk de statistieken inzien om te kijken hoe succesvol de advertentie was.

Doelstellingen

Instagramadvertenties kunnen diverse doelstellingen hebben, deze kun je ook aangeven als je een campagne gaat samenstellen.

  • Websitetraffic
  • App installaties
  • Video views
  • Meer volgers
  • Naamsbekendheid
  • Merk- en productpromotie

Hoe maak je een advertentie?

Zoals je misschien wel weet is Facebook eigenaar van Instagram. Vandaar dat je voor het aanmaken van advertenties op Instagram een advertentieaccount bij Facebook nodig hebt. Dat kan via: https://business.facebook.com. Voor het plaatsen van advertenties op Instagram heb je zelf geen Instagramaccount nodig, maar ik zou het wel aanraden. Zo kun je goed bijhouden hoe je advertentie loopt en natuurlijk reageren als mensen vragen hebben! Voor een uitgebreide uitleg over het maken van Instagramadvertenties verwijs ik jullie door naar deze website: https://geheimvandesmith.nl/adverteren-op-instagram/

Advertentiemogelijkheden

  • Foto-advertenties: dit is de meest simpele advertentie, net als wat de meeste mensen doen op Instagram: het plaatsen van foto’s, maar dan met een call-to-action. Of je nu mensen wilt inspireren om je merk anders te zien of hen actie te laten ondernemen, het kan allemaal.
  • Video-advertenties: net als bij foto’s kun je een verhaal vertellen, maar dan met de kracht van beeld, geluid en beweging. Wat bijzonder is aan de video-advertentie is dat je 30 seconden video kunt laten zien, in plaats van de oorspronkelijke 15 seconden.
  • Carrouseladvertenties: Carrouseladvertenties brengen een extra laag van diepte. Mensen kunnen swipen om meer foto’s te zien en een call-to-action button brengt ze naar de website.

Instagram

Ik zeg doen!

KLM

Van alle socialmediakanalen is adverteren via Instagram veruit het voordeligst. Dit in combinatie met de hoeveelheid actieve gebruikers maakt Instagram zeer interessant om voordelige en doelgerichte campagnes te starten.

Ook als je een online community wilt opbouwen en je zit niet op Instagram, dan mis je heel veel. Als er één socialmediakanaal is dat je moet uitvinden in 2016, dan is het zeker Instagram!


 

ChantalDoor: Chantal Antonides webredacteur bij AVROTROS.
Ik werk met veel plezier voor de jeugdprogramma’s van de AVROTROS waaronder het Junior Songfestival en het nieuwe programma New Musical Star. Mijn passie voor online en kids is begonnen tijdens mijn stage bij MTV Networks voor Nickelodeon.nl. Sindsdien doe ik niets liever dan werken met en voor kinderen.

Onderzoek Week van de Mediawijsheid: ‘Kinderen hebben online sterk moreel kompas, behalve bij fact checking’

Kinderen willen zich online over het algemeen heel verantwoordelijk gedragen. Eerlijkheid en de privacy van anderen zijn belangrijke uitgangspunten bij hun gebruik van sociale media. Maar bij het controleren van feiten schiet die verantwoordelijkheid er nog wel eens bij in, zo blijkt uit het onderzoek Wat voor mediamaker ben jij? (pdf) naar de normen & waarden op sociale media, waaraan meer dan zesduizend kinderen tussen tien en twaalf jaar meededen. Het onderzoek werd gehouden in het kader van de Week van de Mediawijsheid.

Volgens Mary Berkhout, programmamanager van organisator Mediawijzer.net, ligt hier onder meer een taak voor professionele mediamakers weggelegd: “Zij moeten uiteindelijk het goede voorbeeld geven.”

De Week van de Mediawijsheid (20 t/m 27 november) stond dit jaar in het teken van ‘Media & Respect’. Om erachter te komen hoe respectvol kinderen zich online gedragen en wat hun overwegingen daarbij zijn, liet Mediawijzer.net onderzoek doen onder meer dan zesduizend basisschoolleerlingen. Kinderen uit groep 7 en 8 werden aan de hand van verschillende dilemma’s gevraagd welke keuzes ze zouden maken rond thema’s als commercie, privacy, blaming en shaming en fact checking. Op het laatste gebied is nog verbetering nodig, zo laat het onderzoek zien.

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat het met het morele kompas van de meeste kinderen wel goed zit, viel ook Berkhout op: “Of het nu gaat om eerlijk zijn over gesponsorde producten in vlogs of om toestemming vragen voordat je een filmpje van een ander online zet: dit onderzoek laat zien dat kinderen zich online vaak heel verantwoordelijk gedragen.” Zo is bijvoorbeeld aan kinderen gevraagd of ze op een vlog een gesponsord product zouden laten zien, ondanks dat ze het eigenlijk maar rommel vinden. Eerlijkheid blijkt hierbij het voornaamste uitgangspunt: zowel bij de kinderen die ervoor kiezen het product wel te laten zien en eerlijk hun mening te geven (meer dan 70%), als bij de kinderen die het niet tonen om zo eerlijk te kunnen blijven (meer dan 60%).

alles laten zien

Bij het controleren van een bericht voordat ze het delen op sociale media gaan kinderen minder voorzichtig te werk, zo komt uit het onderzoek naar voren. Meer dan een derde van de ondervraagde kinderen zou een gevoelig bericht doorsturen zonder te checken of de inhoud eigenlijk wel klopt. Bijvoorbeeld omdat ze vinden dat je de meeste berichten nu eenmaal niet zo serieus moet nemen (meer dan 50%), het niet als hun taak zien om berichten te checken (meer dan 30%) of niet weten hoe ze dat zouden moeten doen. Uit een Ofcom-studie bleek recentelijk al dat het in Engeland niet veel anders is dan in Nederland: ‘Te veel kinderen denken de werkelijkheid te vinden op Google en YouTube’, schreef ik vorige week.

Hier ligt een grote taak voor ouders, opvoeders én professionele mediamakers weggelegd, vindt Berkhout: “Kinderen bezitten alle basisvaardigheden om uit te groeien tot verantwoordelijke mediagebruikers én –makers, maar op het gebied van fact checking kan het nog beter. Ga als ouder of onderwijzer met kinderen in gesprek om duidelijk te maken hoe belangrijk het is om waar van onwaar te kunnen onderscheiden. En geef als professionele mediamaker het goede voorbeeld. Natuurlijk door eigen stukken goed te controleren, maar ook door heel duidelijk te melden wanneer berichtgeving niet klopt en waar dit dan uit blijkt. Zo kunnen we samen kinderen helpen om goede fact checkers te worden.”

Vanochtend overhandigt Mediawijzer.net de conclusies van dit onderzoek aan de Raad voor Cultuur, het adviesorgaan dat in het najaar van 2016 een nieuw advies over mediawijsheid uitbrengt.

Mediamonitor 2014-2015: ‘EnzoKnol, StukTV en KUD populairste YouTubers’

Het Commissariaat voor de Media heeft de Mediamonitor 2014-2015 (pdf) gepubliceerd. In 2015 heeft de toezichthouder stevig ingezet op onafhankelijkheid van de media en transparantie van media-instellingen, en deze twee toezichtthema’s komen dan ook nadrukkelijk naar voren in de publicatie. Belangrijk natuurlijk, maar leuker is het om naar de actuele trends te kijken. In de Mediamonitor wordt het toenemende belang van YouTube als een van de opvallendste trends benoemd. De videodienst groeit namelijk razendsnel

In 2013 werd wereldwijd per minuut 100 uur videocontent geüpload, in 2014 is die hoeveelheid verdrievoudigd. YouTube-kanalen zijn echte jongerendomeinen en er zijn inmiddels kanalen met honderdduizenden abonnees. Vooral de reclame-industrie speelt hier nadrukkelijk op in; via deze kanalen kunnen zij een jongere doelgroep interesseren die met lineair tv-kijken, dagbladen en tijdschriften nauwelijks meer te bereiken is. De toenemende interesse voor online video valt samen met een verschuiving in het gebruik van mobiele apparaten. Het Commissariaat constateert dat lineaire televisie nauwelijks nog een rol lijkt te spelen in het leven van de nieuwe generatie: “Zij volgen eerder hun favoriete ‘vloggers’.” 

Wie als kijker niets wilt missen van een bepaald YouTube-kanaal, kan zich erop abonneren. Als abonnee wordt het kanaal, nadat je bent ingelogd, zichtbaar op de homepage van YouTube, en vervolgens is eenvoudig te zien of er nieuwe filmpjes zijn toegevoegd aan het kanaal. Het aantal abonnees is dan ook een indicatie voor de populariteit van een kanaal. Omdat met name de kanalen van jongeren die iets heel nieuws presenteren populair zijn, wil ik dat lijstje graag met je delen. Gerangschikt op het aantal abonnees ziet in 2015 de top-20 van YouTube-kanalen gericht op Nederland er als volgt uit:

topkanalen

Al deze kanalen zijn in korte tijd extreem snel gegroeid. Zes Nederlandstalige YouTube-kanalen hadden op de peildatum afgelopen zomer meer dan een half miljoen abonnees. Laat dat even op je inwerken: meer dan 500.000 abonnees! Koplopers zijn EnzoKnol en StukTV, die beide filmpjes bieden met belevenissen van de makers (‘creators’). Qua onderwerpen doen reality, humor en games het goed. Vreemde eend in de bijt is Eveline Maureen, die vorige jaar slim inhaakte op de loom-rage met tutorials en daarna haar focus verlegde naar het ‘unboxen en reviewen’ van speelgoed. Wanneer alleen gekeken wordt naar kanalen afkomstig uit Nederland zonder de eis van de Nederlandse taal, valt op dat de top-20 wordt gedomineerd door muziek. Op de peildatum had de Nederlandse dj Hardwell 2,6 miljoen abonnees en 410 miljoen views.

Steeds vaker wordt de zelfstandige kanaalaanbieder vertegenwoordigd door een zogenoemd multichannelnetwerk (MCN). MCN’s zorgen voor een groter bereik van kanalen, meer commerciële inkomsten uit bijvoorbeeld product placement of merchandising, ondersteuning van de videoproducties en samenwerking tussen kanalen.

De publieke omroep en commerciële zenders spelen nauwelijks een rol van betekenis spelen op YouTube, maar ook zij beginnen nu ook in te zien dat er iets moet gebeuren. Zo lanceerde SBS afgelopen week samen met MCN Social1nfluencers internetzender S1.tv: “Voor en door jongeren”.

Over het Commissariaat
Als het gaat om de pluriformiteit en onafhankelijkheid van de mediasector houdt het Commissariaat voor de Media als onafhankelijk toezichthouder al meer dan 25 jaar de vinger aan de pols. Dit gebeurt middels toezicht, maar met name ook door ontwikkelingen te registreren en te analyseren. Sinds 2001 worden de bevindingen jaarlijks gepubliceerd in de Mediamonitor-rapporten. Daarnaast is er de speciale Mediamonitor-website voor actuele informatie en een terugblik op eerder verschenen stukken.

Klik hier voor meer informatie over en resultaten uit de Mediamonitor 2014-2015: Trends, Mediabedrijven en Mediamarkten.

Kindvriendelijke zoekmachine bereikt drie maanden na lancering meer dan 80% van alle basisscholen

Deze week wordt de Week van de Mediawijsheid georganiseerd, waarbij op scholen en in bibliotheken extra aandacht wordt besteed aan het mediawijzer maken van kinderen. Kinderen zoeken al heel jong online en het wordt in het enorme aanbod steeds moeilijker om geschikte informatie te vinden op zoekvragen. Krap drie maanden na de lancering van JouwZoekmachine.nl blijkt hoeveel behoefte er is aan toegang tot een versimpeld en begrijpelijk internet.

Vanaf volgende week bieden duizenden basisscholen hun leerlingen de zoekmachine aan via de grootste online leerportalen. JouwZoekmachine.nl staat dan standaard op alle computers in zeker 8 van de 10 Nederlandse scholen.

Sinds de lancering van de eerste zoekmachine ter wereld die zoekresultaten geeft per leesniveau, hebben veel scholen JouwZoekmachine.nl spontaan omarmd. Een kind van 8 jaar krijgt meer plaatjes en een simpelere tekst te zien dan een kind van 12 jaar. Volgende week zullen ook de twee grootste Nederlandse onderwijsaanbieders (Heutink ICT en de Rolf Groep) de gratis zoekmachine actief aanbieden in hun online leer portalen. De Steve Jobsscholen van Maurice de Hondt waren meteen al aangehaakt. Deze drie onderwijsaanbieders willen dat kinderen veilig en op hun eigen leesniveau het internet op gaan.

Bedrijven kunnen ook van deze technologie gebruik maken. Zo lanceert KPN nog dit jaar een app die kinderen toegang geeft tot een geschikt internet. Elk bedrijf dat via een website wil communiceren met kinderen kan een eigen zoekbalk met niveaus opnemen. Zelfs partijen die laaggeletterden ondersteunen, contacteren WizeNoze. Hiermee wordt de behoefte om het internet simpeler te maken voor een grote groep mensen steeds duidelijker.

De maker van deze zoekmachine, de Amsterdamse startup WizeNoze is blij verrast met het brede gebruik van JouwZoekmachine.nl, zo zegt oprichter Diane Janknegt: “De resultaten zijn beter dan verwacht, de recensies zijn geweldig, en dat terwijl onze technologie nog volop in ontwikkeling is. Elke week zien we het gebruik van de JouwZoekmachine toenemen.”

Fashionista brengt eerste ‘Vlogazine’ van Nederland uit

Vloggen is het nieuwe bloggen, en dus lanceert Fashionista na de Blogazine-special nu het Vlogazine: een magazine vol tips van vloggers – dé nieuwe rolmodellen – en alle ins & outs over deze nieuwe trend. Fashionista is hiermee het eerste tijdschrift dat een special uitbrengt die volledig in het teken staat van vloggers & vloggen. 

Waar bloggen eerst de trend was, leggen jongeren nu hun leven al vloggend met een videocamera vast. Van een ‘gewoon’ kijkje in hun leven tot shopping hauls en van beauty tutorials tot fashion reports. Het Vlogazine inspireert de fans over hun favo it-girls uit de vlogwereld. Met als hoogtepunt de covershoot met Mascha Feoktistova, Sophie Milzink, Diana Leeflang en Teske de Schepper. Daarnaast kunnen meiden hun vlogstyle en de belangrijkste must-follows ontdekken en natuurlijk shoppen in de stijl van de hotste vloggers.

Vrouwelijke vloggers zijn dé it-girls van nu voor jonge meiden en daarmee de grootste influencers voor deze doelgroep (12-19 jaar). Jonge fashionista’s volgen binnen- en buitenlandse vloggers op de voet: wat dragen ze, wat zijn hun favoriete merken, waar shoppen ze, wat zijn hun beautyrituelen, wat zijn de populairste uitjes, wat eten ze en met wie gaan ze om? Een vlog is als reality-tv die dagelijks gevolgd moet worden.

COVER 2.inddWat als je zelf ook vlogger wilt worden: wat moet je weten en waar begin je? In het Vlogazine staan naast de beste tips ook de succesverhalen van de grootste influencers van Nederland. De covergirls delen hun beste adviezen in de exclusieve covershoot, maar ook internationale YouTubers als Blogilates (2,6 miljoen volgers), Shaaanxo (2,1 miljoen volgers), Samantha Maria (1,6 miljoen volgers) en Velvet Gh0st (760.00 volgers) komen aan het woord. 

In het Vlogazine maken lezeressen middels een contest kans om het nieuwe gezicht van het Fashionista’s YouTube-kanaal te worden. De beste inzendingen zullen daar ook te zien zijn. De winnaar wordt eind januari bekend gemaakt. Abonnees van Fashionista maken bovendien kans op een meet & greet met vloggers uit Vlogazine.

Fashionista’s Vlogazine ligt vanaf vandaag in de winkel voor € 4,95.

Ofcom-onderzoek: ‘Te veel kinderen denken de werkelijkheid te vinden op Google en YouTube’

Kijk, daar is de Britse communicatie-autoriteit Ofcom weer met een nieuw onderzoek. Uit het rapport Children and Parents: Media and Attitudes 2015 (pdf) komt naar voren dat Engelse kinderen van 8-15 jaar anno 2015 ruim 15 uur per week online zijn, meer dan twee keer zo lang als een decennium geleden. Hoewel deze groep is opgegroeid met internet, is er volop ruimte voor verbetering van hun digitale kennis en begrip. Zo denkt 8% van de 8-15-jarigen dat alle informatie van sociale netwerksites of apps waar is.

Eén op de vijf 12-15-jarigen in Engeland gelooft zonder meer de informatie die zoekmachines als Google of Bing presenteren en slechts één op de drie is in staat om betaalde advertenties in de zoekresultaten te identificeren. Kinderen richten zich steeds vaker tot YouTube voor ‘ware en accurate’ informatie over wat er gaande is in de wereld; de videosite is voor 8% van de jeugd de beste keuze voor dit soort informatie. 

MLA Research Sources for Select Committee evidence

“The internet allows children to learn, discover different points of view and stay connected with friends and family. But these digital natives still need help to develop the know-how they need to navigate the online world.” [James Thickett, Ofcom]

Aangezien het onderzoek al sinds 2005 uitgevoerd wordt, is de ontwikkeling (pdf) in de tijd mooi zichtbaar. Tien jaar geleden lag het mediagebruik van kinderen op een hoger niveau dan we ons waarschijnlijk herinneren, en niet eens zo heel verschillend van vandaag. Er is nu echter een veel rijkere en uitgebreidere online ervaring dan destijds het geval was. In de afgelopen jaren zijn tablets opgekomen als een standaard entertainmentscherm, met name onder jonge kinderen (meer dan de helft van de 3-/4-jarigen en driekwart van de 12-15-jarigen gebruiken nu een tablet, en voor alle leeftijdsgroepen (met uitzondering van 12-15 jaar) is dit het apparaat dat het meest gebruikt wordt om online te gaan). Daarnaast is er een kleine maar belangrijke daling van het tv-kijken via een tv (inmiddels besteden 12-15-jarigen bijna 3,5 uur per week langer online dan dat ze naar een televisietoestel kijken). De content die kinderen consumeren wordt steeds vaker samengesteld door digitale tussenpersonen, met inbegrip van aanbieders als YouTube en Google, die als betrouwbare bronnen worden gezien. De beweging richting kleinere schermen maakt het lastiger voor ouders om het mediagebruik te monitoren.

MLA Research Sources for Select Committee evidence

Dit zijn enkele andere conclusies uit de 2015-editie van deze grootschalige studie:

  • Het aantal 8-15-jarigen met een mobiele telefoon is gedaald sinds 2005, maar een kwart van de 8-11-jarigen en zeven op de tien 12-15-jarigen bezit nu een smartphone;
  • De mobiele telefoon is het apparaat dat 12-15-jarigen het meest zouden missen;
  • Tieners die zowel naar de tv als naar YouTube-content kijken, geven de voorkeur aan YouTube-video’s boven tv-programma’s;
  • Minder 12-15-jarigen noemen Facebook als belangrijkste sociale netwerk, ten gunste van Snapchat;
  • Bijna driekwart (72%) van de 12-15-jarigen denken dat de meeste mensen zich anders gedragen als ze online zijn;
  • Tweederde (67%) van de meisjes met een socialemedia-account zegt dat er dingen zijn die ze niet leuk vinden aan sociale media, ze maken zich met name zorgen om roddels (30%) en onvriendelijkheid (23%);
  • Bijna een derde (31%) van de 12-15-jarigen geeft toe soms te veel tijd te besteden aan sociale media;
  • Minder dan de helft van de 12-15-jarigen zijn zich bewust van betaalde promoties door vloggers of van gepersonaliseerde reclame;
  • Negen van de tien ouders (92%) managen het internetgebruik van hun kroost op een of andere manier, bijna alle kinderen (97%) herinneren zich advies te hebben gekregen over veiligheid online;
  • Het overgrote merendeel (84%) van de kinderen van 8-15 jaar zegt dat ze het hun ouders, medegezinsleden of leraren vertellen als ze iets vervelends online zien, maar 6% zegt dit tegen niemand te vertellen.

Klik hier voor meer, veel meer informatie (en alle rapportages). Interessante kost!

CBS-onderzoek: ‘Een op de zes jongeren zegt verslaafd te zijn aan sociale media, vooral meisjes’

“Ik ben verslaafd aan sociale media” — dit zegt 17% van de jongeren in Nederland. Bovendien kunnen sociale media volgens jongeren een negatieve invloed hebben op hun concentratievermogen, nachtrust en schoolprestaties. Dit blijkt uit het onderzoek Belevingen van CBS. Meisjes zijn vaker verslaafd dan jongens. Van de meisjes tussen 12 en 18 jaar zegt 22% verslaafd te zijn aan sociale media, zoals Facebook, Whatsapp, Instagram, Skype of Youtube. Onder jongens van deze leeftijd is dit met 13% een stuk lager.

Meisjes besteden ook meer tijd op sociale media; 14% is elke dag 5 uur of langer actief. Onder jongens is dit 6%. De meeste jongeren zitten 1 tot 3 uur per dag op sociale media. Slechts 1% zegt geen sociale media te gebruiken. Onderstaand een grafiek van het aantal uren per dag dat 12-18-jarigen aan sociale media besteden.

verslaafd1

Dat meisjes vaker zeggen dat ze verslaafd zijn, kan te maken hebben met hun betrokkenheid bij sociale media. Meisjes geven vaker dan jongens aan dat ze het fijn vinden als anderen hun berichten liken, retweeten of delen. Meisjes voelen zich ook vaker onrustig als er een bericht binnenkomt dat ze niet direct kunnen bekijken en zijn vaker bang om dingen te missen als ze niet online zijn. Hieronder is het belang dat jongeren aan sociale media hechten grafisch weergegeven.

verslaafd2

Volgens 47% van de jongeren heeft sociale media een negatieve invloed op een of meerdere onderdelen van hun leven. De grafiek hieronder maakt duidelijk dat ze zich door sociale media bijvoorbeeld minder goed kunnen concentreren, slechter slapen of slechter presteren op school. Meisjes hebben hier vaker last van dan jongens. Nagenoeg alle jongeren geven de voorkeur aan persoonlijke ontmoetingen boven contact via sociale media. Toch vindt bijna de helft van de 12- tot 18-jarigen dat sociale media een positieve uitwerking hebben op hun contact met familie en vrienden. Het vergemakkelijkt volgens hen het contact met familie en vrienden die verder weg wonen en ze hebben meer, vaker of sneller contact met mensen.

verslaafd3

Ondanks het feit dat jongeren een aantal uren per dag actief zijn op sociale media, ze gevoelig zijn voor reacties en regelmatig negatieve gevolgen ervaren, vinden jongeren niet dat sociale media een zeer belangrijke plek innemen in hun leven. Als aan jongeren gevraagd wordt om door middel van een cijfer van één tot en met tien aan te geven hoe belangrijk sociale media voor hen zijn, geven zij gemiddeld een 6,4. Jongeren die zeggen dat ze verslaafd zijn aan sociale media geven een 7,7.

Zie voor meer informatie de CBS-paper Jongeren over sociale media (pdf).

[Foto uit project Sur-Fake van Antoine Geiger]

Lees ook:

Mediawijsheid in Vlaanderen: “Ouders weten nauwelijks wat hun kinderen online doen”

Mediawijs.be, het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid, onderzocht samen met het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie hoe jonge kinderen en hun ouders omgaan met (digitale) media. Ze koppelde dit aan de recentste data van verschillende Vlaamse, nationale en internationale monitors naar (digitaal) mediagebruik. De onderzoeksresultaten (pdf) werden vandaag gepresenteerd op het Vlaams Mediawijs Congres. Daar werd ook aangekondigd dat er een nieuwe website over mediaopvoeding op komst is. 

De meeste ouders zien het stijgend mediagebruik van hun kinderen als positief, maar vooral ook als een uitdaging. Veel ouders zijn zich nauwelijks bewust van wat hun kinderen online doen. Mediawijs.be lanceert daarom volgend jaar een website samen met heel wat partners om ouders te ondersteunen bij hun mediaopvoeding.

Vlaams minister cultuur, media, jeugd en Brussel Sven Gatz: “Met dit project biedt het kenniscentrum mediawijsheid een goede ondersteuning aan ouders om samen met hun kinderen op een wijze manier te leren omgaan met media. Kinderen worden vandaag op jonge leeftijd geconfronteerd met nieuwe technologieën en communicatiekanalen en dat brengt heel wat uitdagingen met zich mee. Zowel voor ouders als voor kinderen. Mediawijsheid is een belangrijke klemtoon binnen mijn mediabeleid. Het kenniscentrum mediawijsheid wil iedereen stimuleren om slim en bewust om te gaan met media door risico’s goed te leren inschatten maar ook de opportuniteiten te benutten.”

Kinderen (-12) kunnen vrij goed aan de slag met digitale media. “Ik verschiet er van hoe handig ze is met de tablet, vooral met dat touchscreen. Terwijl ze bij de TV niet op pauze of stop kan drukken”, aldus een moeder over haar 3-jarige dochter in het onderzoek. Zo weten de meeste kinderen welke knop ze moeten indrukken om hun favoriete spelletje te spelen. Ze leren dat via andere gezinsleden, door te kijken en door hulp, of door zelf te experimenteren. Dat kinderen filmpjes kunnen bekijken en spelletjes spelen, wil echter niet zeggen dat ze weten wat er allemaal ‘online’ gebeurt. Het merendeel kent dan ook de bijhorende risico’s en opportuniteiten niet.

Jongeren (+12) gebruiken het internet om zich te informeren, te communiceren en zichzelf te entertainen. Ze doen dat vaker en vlotter dan volwassenen, zeker wat betreft het online delen van foto’s. Maar in tegenstelling tot wat we vaak denken, maken onze digital natives niet noodzakelijk meer gebruik van alle online mogelijkheden. Zo zullen ze, net zoals volwassenen, in beperkte mate online participeren, zoals een blogpost maken of een tweet posten. Ook niet alle jongeren gebruiken digitale media op dezelfde wijze, er zijn zelfs heel grote verschillen merkbaar. Zowel bij kinderen, als jongeren is er daarom nog veel ruimte voor begeleiding in hun digitaal mediagebruik en mediawijsheid.

De meeste ouders zien digitale media als positief, maar tegelijk ook als een uitdaging. Bij jongere kinderen (-8) zijn ze vooral bezorgd over een vorm van mediaverslaving. Heel veel ouders geven aan dat kinderen lijken ‘vast te plakken’ aan hun digitale media en soms zelfs moeilijkheden hebben om een verschil te maken tussen de realiteit en het spel/video.

De kans dat hun kinderen via digitale media ongewenste contacten hebben of geconfronteerd worden met ongepaste inhoud (geweld, bloot, seks en/of taalgebruik), schatten ouders als laag in. Ze denken dat hun kinderen niet vaardig genoeg zijn om dit tegen te komen of ernaar op zoek te gaan. Het merendeel van de ouders vertrouwt er dus op dat hun kinderen niet overdreven in de problemen zullen komen door het gebruik van digitale media. Pas wanneer hun kinderen wat ouder zijn, en sociale media gebruiken, worden ze meer bezorgd.

Ouders trachten het mediagebruik van hun kinderen wel te controleren met regels om de toegang tot en het gebruik ervan te beperken. “Ouders praten weinig over media met hun kinderen om ze te begeleiden. Voor de meeste ouders staat dit gelijk met ‘de kat bij de melk zetten.’ Praten en communiceren met je kinderen over digitale media blijkt uit onderzoek net juist een betere manier om zowel het gebruiken zelf, als het kritisch omgaan met die media te versterken,” zegt Hadewijch Vanwynsberghe. “Door er niet over te praten weten heel wat ouders niet altijd wat hun kinderen nu allemaal op digitale media doen en dat ze, soms bewust, soms onbewust, de regels van hun ouders omzeilen.”

De belangrijkste resultaten uit het genoemde onderzoek zie je in onderstaande infographic (klik hier voor een grotere versie; pdf).

MediaWijsCongres_Infographic_Website2

‘Ongezonde afbeelding laat tiener naar snack grijpen’, volgens onderzoek UvA en UL

Tieners kiezen eerder een ongezonde snack wanneer ze daarvoor een afbeelding van bijvoorbeeld chips of chocola hebben gezien. Dat blijkt uit onderzoek onder Amsterdamse scholieren uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en Universiteit Leiden (UL). Deze conclusie bevestigt opnieuw het negatieve effect dat reclames hebben op ongezond keuzegedrag van kinderen. Binnenkort worden de resultaten (pdf) gepubliceerd in het vakblad Appetite, onder de titel ‘An associative account of how the obesogenic environment biases adolescents’ food choices’.

Hoewel er steeds meer Amsterdamse kinderen met ondergewicht zijn, is de verwachting dat overgewicht onder Nederlandse kinderen de komende jaren zal toenemen. Op dit moment heeft één op de zeven Nederlandse kinderen onder de 13 jaar last van overgewicht. Toch zijn zij juist de doelgroep bij advertenties en reclames voor ongezond eten zoals snoep en chips. De onderzoekers bekeken daarom het mogelijke onderliggende mechanisme dat ten grondslag ligt aan het effect van reclames en de blootstelling aan eten bij de voedselkeuze van tieners.

Voor het onderzoek werd een groep Amsterdamse tieners tussen 12 en 16 jaar gevraagd om een computertaak uit te voeren waarmee ze een beloning konden verdienen. Tijdens de taak hadden de testpersonen twee knoppen voor zich. Een knop leidde bijvoorbeeld tot een plaatje van chips, een andere tot een plaatje van komkommer. Terwijl de tieners op de knoppen drukten, verschenen er af en toe cartoonplaatjes van monstertjes op het scherm die middels Pavloviaanse conditionering geassocieerd waren met ongezonde snacks (chips en chocola) en gezonde alternatieven (komkommer en tomaatjes).

Uit het onderzoek blijkt dat de ongezonde stimuli, in dit geval afbeeldingen, een sterke invloed hebben op keuzegedrag. Bij het zien van een monstertje dat indirect geassocieerd was met chips, drukten de adolescenten ook daadwerkelijk meer voor chips. Datzelfde effect werd bereikt wanneer er direct een plaatje van chips werd getoond. Bij gezonde stimuli gebeurde hetzelfde, alleen was dat effect over het algemeen een stuk minder sterk.

pavlovtraining

Sanne de Wit, een van de onderzoekers: “Ons onderzoek bevestigt nog eens het negatieve effect dat ongezonde voedselreclame heeft op het keuzegedrag van kinderen. Het bestrijden van overgewicht en obesitas vereist een omgeving die de aandacht juist richt op gezonde alternatieven.” Naar het mogelijke mechanisme achter het keuzegedrag moet nog verder onderzoek worden gedaan. De onderzoekers denken dat de responsen bij de proefpersonen automatisch worden getriggerd door externe stimuli zoals afbeeldingen.

Deze studie werd uitgevoerd door Poppy Watson van de UvA in het kader van haar promotieonderzoek. Ze deed dit met prof. dr. Reinout Wiers, prof. dr. Richard Ridderinkhof en dr. Sanne de Wit van de UvA, en met prof. dr. Bernhard Hommel van de UL. Het onderzoek is gefinancierd door het NWO regieorgaan voor hersen- en cognitieonderzoek (NIHC).

[Afbeelding: advertentie voor Willifood Apple Chips, via AOTW]

Gerelateerd leesvoer:

Onderzoek Common Sense Media: ‘Jongeren consumeren oude media op nieuwe manieren’

Amerikaanse tieners (13-18 jaar) besteden gemiddeld negen uur per dag aan entertainmentmedia, onder tweens (8-12 jaar) is dat zes uur — exclusief mediagebruik voor school of huiswerk. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Common Sense Census: Media Use by Tweens and Teens dat Common Sense Media vandaag publiceerde. De non-profitorganisatie, die als doel heeft om gezinnen en opvoeders wegwijs te maken in een wereld van media en technologie, constateert dat er een digitale kloof is tussen arme en rijke kinderen uit families.

Kinderen uit families met een lager inkomen hebben minder toegang tot computers, tablets en smartphones dan hun meer welstandige leeftijdsgenoten. Sowieso zijn tussen jongeren onderling flinke verschillen te zien, en daar spelen ras, klasse en geslacht een rol bij. Zo besteden jongens bijvoorbeeld veel meer tijd aan videogames dan meisjes en is dit voor wat betreft sociale media juist andersom.

Hoewel relatief nieuwe entertainmentvormen zoals online video, mobiele games en sociale netwerksites behoorlijk populair zijn geworden, zijn televisie kijken en muziek luisteren nog steeds de media-activiteiten die tweens en tieners het vaakst en liefst doen. In veel gevallen echter worden ‘oude’ media op ‘nieuwe’ manieren geconsumeerd. Zo gaat 41% van de schermtijd van tweens en 46% van die van tieners naar mobiele apparaten.

De belangrijkste resultaten uit het onderzoek, door GfK uitgevoerd onder 2.658 Amerikaanse 8-18-jarigen, zijn gevat in onderstaande infographic (of klik hier voor een filmpje met de highlights).

cs_mediacensusinfo

“The diversity of media use patterns among youth is astounding, but it’s interesting to see that through it all TV and music continue to be the media of choice – and that social networking lags significantly behind.” [Vicky Rideout, Common Sense Media]

De video hieronder geeft een beeld van een dag in het digitale leven van tieners.

“As a parent and an educator, there’s clearly more work to be done around the issue of multi-tasking. Nearly two-thirds of teens today tell us they don’t think watching TV or texting while doing homework makes any difference to their ability to study and learn, even though there’s more and more research to the contrary.” [James P. Steyer, Common Sense Media]

Nederlandse striphelden uit Don Lawrence Collection gaan digitaal

Na een voorbereidingstijd van ruim twee jaar heeft een aantal helden van de Nederlandse strip de stap gemaakt naar de digitale wereld. De avonturen van onder andere Storm, Elsje, January Jones en Douwe Dabbert zijn vanaf nu te lezen op tablets met een iOS- of Android-besturingssysteem. De lay-out van alle albums is door uitgeverij Don Lawrence Collection volledig aangepast aan de nieuwe platforms. Iedereen met een Bliyoo-abonnement op boeken of op de combi van boeken en tijdschriften kan de strips lezen op een tablet of de onlangs gelanceerde PC Reader.

“Een normaal stripalbum leest niet prettig op een tablet doordat de tekeningen en teksten te klein zijn weergegeven. Daarom hebben we alle pagina’s van onze stripboeken aangepast aan het liggende formaat, zodat een optimale leeservaring ontstaat.” [Rob van Bavel, uitgever van Don Lawrence Collection en Eppo]

In plaats van klakkeloos de gedrukte boeken te kopiëren naar het digitale scherm zijn de albums dus speciaal vormgegeven voor tablets. Zo kan de lezer niet alleen genieten van de heldere kleuren en scherpe beelden, maar is ook de mogelijkheid tot in- en uitzoomen een verrijking voor de strip. Er is bewust voor gekozen om geen geluiden en andere effecten aan de boeken toe te voegen, want leesbaarheid en goede navigatie staan voorop. De e-strips zijn te lezen via Bliyoo, het abonnement op onbeperkt lezen van Bruna. Ook koop via de app is een optie.

“Een prachtige aanvulling op ons assortiment. Bliyoo komt voort uit een bedrijf met diepe wortels in Nederland en de strips van Don Lawrence Collection zijn juist vanwege de Nederlandse makelij uniek. Het kan bijna niet mooier. We hebben wel al meer dan 4.500 boeken en zo’n 150 tijdschriften om uit te kiezen, maar de e-strips bieden daar een mooie variatie op voor onze abonnees of andere geïnteresseerden.” [Fred Zeegers, Algemeen Directeur van Bruna]

Jongeren juist socialer door internetgebruik: ‘Meer verbonden met netwerken, meer participatie in samenleving’

Het is een bekend beeld: jongeren die alleen nog aandacht hebben voor hun beeldscherm. Maar mediaonderzoeker Marjon Schols ontkracht waarschuwingen dat ze hierdoor minder sociaal zouden worden. Uit haar promotieonderzoek onder jongeren blijkt dat alledaagse online activiteiten juist positief zijn voor de sociale cohesie. Jongeren die veel tijd besteden aan online sociale contacten zijn sterker verbonden met hun sociale netwerken. Ook participeren ze meer in de samenleving. Schols promoveert deze week aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De negatieve gevolgen van het internetgebruik onder jongeren krijgen veel aandacht; jongeren die op afstand en met hun ogen gericht op schermen zouden leven. Voor haar onderzoek naar de invloed van internet op jongeren en sociale cohesie ondervroeg mediaonderzoek Marjon Schols middels surveys duizenden jongeren. Zo wilde ze antwoord krijgen op de vraag hoe het alledaagse internetgebruik van jongeren samenhangt met de belangrijkste dimensies van sociale cohesie voor jongeren: de relatie met hun ouders, de insluiting in vriendengroepen en hun participatie in de samenleving.

In haar proefschrift Young, Online and Connected. The impact of everyday Internet of Dutch adolescents on social cohesion ontkracht Schols de waarschuwingen van a-sociaal wordende jongeren. Integendeel, de resultaten van haar onderzoek laten zien dat jongeren niet alleen sterk met internet, maar daardoor ook met hun sociale netwerk verbonden zijn. Ook participeren ze meer in de samenleving. Hoe meer jongeren participeren in online sociale activiteiten als Facebook, hoe meer ze bijvoorbeeld offline opgenomen worden in vriendengroepen. 

Online sociale activiteiten blijken vooral bij te dragen aan een betere maatschappelijke ‘insluiting’ van jongeren van niet-Westerse origine. Dat is een groep die offline minder participeert in vriendengroepen en in georganiseerde vormen van vrijetijdsbesteding, zoals hobbyclubs en sporten.

Een sociaal netwerk als Facebook is volgens Schols niet alleen een dimensie van sociale cohesie, het is ook een middel om die cohesie te versterken. Zo mobiliseert een netwerk jongeren om deel te nemen aan online en offline politieke activiteiten.

Schols tempert wel de verwachtingen over de positieve bijdragen van het internetgebruik op participatie in de samenleving. Ze ontdekte namelijk duidelijke verschillen in de mate waarin jongeren om kunnen gaan met digitale media, online content kunnen zoeken en de waarde er van kunnen bepalen. Online culturele en politieke activiteiten zijn vooral aantrekkelijk en toegankelijk voor hoger opgeleide en digitaal vaardige jongeren. Laagopgeleide jongeren zijn vaak niet alleen minder vaardig online, ze zijn ook minder cultureel en politiek geïnteresseerd. De interesses van jongeren zijn het meest bepalend voor hun online gedrag en voor de uitkomsten van hun internetgebruik. De verschillen in digitale vaardigheden dragen zo bij aan een grotere ongelijkheid in de participatie in de samenleving, stelt Schols.

[Afbeelding uit commercial voor iPhone 6s]

Het belang van bereik is het belang van effect

In een sessie onlangs van Move Jongerenmarketing Consultancy kregen de jongeren uit de Raad van Advies van het bureau enkele lopende campagnes voorgelegd die voor hen bedoeld waren. Ze konden daar prima een oordeel over vellen, maar hadden de uitingen niet ‘in het wild’ gezien. Echt, ze hadden de uitingen niet gezien, en er niets over gehoord. Tja, dan houdt het op natuurlijk. Als dit clubje representatief is voor de rest van de doelgroep, hebben we voor de betreffende adverteerders de helft van het reclamebudget dat weggegooid geld is gevonden.

Nieuwe toepassingen zijn sexy 
Ik heb het hier al eerder geschreven: wie niet zichtbaar is, wordt niet gevonden. Reclame die niet gezien wordt, kan geen boodschap overbrengen. Aan effect gaat bereik vooraf. Het is een open deur, maar toch wordt in dit tijdperk van ‘big data’ en ‘social’ het belang van bereik al enige tijd ter discussie gesteld. Dan gaat het meestal om bereiksonderzoek dat volgens de critici onvoldoende de veranderende mediawereld weet te vangen (ondanks dat dit complexe materie is, worden hierin flinke stappen voorwaarts gezet, maar dat terzijde). Tevens lijkt een ontwikkeling gaande dat de media-inzet steeds vaker zo versnipperd of specifiek is dat deze aan ‘de massa’ voorbijgaat. Het is ook niet eenvoudig, want het aanbod van mogelijkheden is enorm. Nu zijn in 2015 een campagne op Snapchat, een virtual realilty-film of andere relatief nieuwe toepassingen natuurlijk meer ‘sexy’ dan wéér een serie tv-commercials. En het kiezen voor bijvoorbeeld aanwezigheid op een evenement, het inschakelen van vloggers of product placement in een game is ook goed te onderbouwen; daar besteedt de doelgroep veel tijd, is er volledige aandacht en mogelijk zelfs interactie — allemaal zaken die de band met het merk kunnen verhogen. Maar weegt de grotere veronderstelde impact op tegen het lagere aantal bezoekers, kijkers of gebruikers? De sexy richting hoeft niet per se de slimme richting te zijn, hoewel de drager en het Umfeld van een uiting ook zullen bijdragen aan het imago van het merk, en influencers en sociale netwerksites een olievlekeffect kunnen bewerkstelligen. 

Het geheugen verdient aandacht
Op congressen wordt al gesproken over ‘nieuwe marketing’ versus ‘oude marketing’, waarbij op laatstgenoemde met een enigszins zuur gezicht wordt neergekeken. We weten echter dat die als oud omschreven marketing werkt en reclame zowel de kennis, houding en gedrag ten opzichte van merken kan beïnvloeden (in campage-effectonderzoek wordt dat keer op keer bewezen). Marketingprofessor Byron ‘How Brands Grow’ Sharp vatte tijdens zijn recente bezoek aan Nederland nog maar eens samen wat reclame effectief maakt: bereik, continuïteit en consistentie. Het gaat erom opgemerkt te worden door zoveel mogelijk kopers binnen de categorie. Het geheugen is de link tussen een advertentie en de merkkeuze, en dus moeten adverteerders blijven werken aan onderscheidende (zintuiglijke) signalen/associaties die het merk in herinnering roepen. De kracht van herhaling mag daarbij niet onderschat worden: mensen geven de voorkeur aan zaken waar ze vaker aan blootgesteld zijn. Dergelijke wetmatigheden gaan nog altijd op (daarom zijn het wetmatigheden ;-)) en er is een mooi checklistje van te maken, dat zou moeten helpen bij het maken van afwegingen tussen media en middelen. Budgetten laten immers niet toe om alles te doen (het goede nieuws voor kleinere merken: volgens Sharp geldt dat hoe groter het merk is, hoe hoger het benodigde budget moet zijn). Neemt niet weg dat een combinatie de voorkeur verdient, omdat elk medium nu eenmaal zijn eigen functies, krachten en gebruikers kent en het geheel meer is dan de som der delen. 

Groei is vooral te danken aan het werven van nieuwe kopers. Als je dat letterlijk neemt, denk je aan kinderen en jongeren, de kopers van de toekomst. Er is veel te winnen als je bij hen goed ‘tussen de oren’ komt. Daar is ruimte genoeg voor. Maar dan moeten ze op z’n minst wel je uitingen met enige regelmaat gaan zien. Massabereik, herhaling, aandacht — wie daar onvoldoende rekening mee houdt, hoeft geen effect te verwachten. 

[Dit artikel is ook verschenen in MarketingTribune nummer 18, 2015; afbeelding uit Wrigley’s-advertentie via AOTW]

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019