Vergeet je zoekbalk niet; kinderen van nu palm je in met een zoekfunctionaliteit van Google-kwaliteit

We proberen kinderen te verleiden met felle kleuren, leuke characters en mooie woorden om onze applicaties te gebruiken en naar onze website te komen. Maar wat blijkt? We pakken het helemaal verkeerd aan.

Een zoekbalk, dat is waar het kinderhart sneller van gaat kloppen. Het liefst wit en groot in beeld. Doet het je aan iets denken? Juist, Google. Deze kinderen zijn opgevoed door de multinational en dat heeft meer impact dan we denken.

Kijken en klikken
In het Playlab van IJsfontein testen we regelmatig hoe de doelgroep reageert op de sites, apps en games die we maken. Een aantal weken geleden observeerde ik een aantal kinderen terwijl ze rondkeken op de website van SamSam, een tijdschrift met informatie over andere landen en culturen. Ik observeerde hun zoekgedrag in het kader van een usability-test, waarbij gekeken wordt naar de gebruiksvriendelijkheid van een applicatie of website. Kernvraag van het onderzoek was of de kinderen de landkaart, bedoeld als ondersteunende speelse navigatie, zouden gebruiken om informatie te vinden. De landkaart had een enorme aantrekkingskracht op kinderen, maar er was iets op de site nog onweerstaanbaarder. De witte zoekbalk rechtsboven.

samsam

Zoeken
De zoekbalk was hun steun en toeverlaat, hun beste vriend, hun houvast. Om de site goed te kunnen testen had ik opdrachten geformuleerd. Bijvoorbeeld de volgende opdracht: “Ik ben pas geleden naar Argentinië op vakantie geweest. Kunnen jullie vinden wat ze daar eten?”. Ondanks dat er een knop in beeld was met de term ‘voedsel’ en een van de jongens het land Argentinië direct op de kaart aanwees, verkozen de kinderen toch de zoekbalk boven alle andere navigatiemogelijkheden om een antwoord op hun vraag te vinden. Het meisje die uiteindelijk als eerste het goede antwoord (barbecue) wist had gezocht op de term biefstuk. Ze zocht dus niet eens op de vraag, maar deed alvast een gok naar het antwoord.

Eerst het antwoord bedenken
Zouden kinderen tegenwoordig meer geneigd zijn om zelf een antwoord op een vraag te bedenken en vervolgens hun gok te verifiëren? Het is niet ondenkbaar dat de alom aanwezige technologische hulpmiddelen, die binnen 3 seconden kunnen vertellen of je gok correct is of niet, deze uitwerking hebben. Het is, zoals het bovenstaande voorbeeld illustreert, vaak efficiënter om met een gok te beginnen dan met een open vraag. Elke wetenschapper kan dit bevestigen. Maar het brengt ook een risico met zich mee. Het risico op tunnel-denken, omdat er vaak wel een bron te vinden is die jouw vermoeden bevestigt en je tegenstrijdige informatie misschien nooit te zien krijgt.

Informatie staat los
Ook viel het op dat deze kinderen anders met de structuur van informatie omgaan dan andere generaties. Ze hebben nooit geleerd om in hoofdstukken, onderwerpen en categorieën te denken zoals eerdere generaties dat wel leerden. De kinderen van nu denken in losse eenheden en zien informatie als iets dat op zichzelf staat. De samenhang en de context, die bepalen ze zelf wel. Het kind zelf en zijn of haar eigen denkbeelden zijn de lijm die alles verbindt. Misschien is dat ook wel bittere noodzaak als je opgroeit in een wereld met zo veel prikkels, zo veel informatie en zo veel verschillende structuren.

Mix & match
Bij deze manier van denken hoort ook het springen van de ene bron naar de andere. Naadloos, ogenschijnlijk zonder er bij na te denken, vliegen kids van een tekst die ze lezen naar een YouTube-filmpje waar ze denken het antwoord te kunnen vinden op hun vraag. Maar alleen als ze direct bij het intypen van hun vraag een geschikt filmpje vinden. Zo niet, dan zijn ze weer weg en proberen ze of ze op een andere manier bediend kunnen worden, bijvoorbeeld door Google. Wordt het te ingewikkeld, dan proberen ze een ander zoekwoord, bij voorkeur op een ander tabblad. Doorlezen, dieper zoeken en verder klikken, heb ik geen van de kinderen zien doen. Als dat wat je zoekt niet bij de eerste zoekresultaten zit, dan heb je blijkbaar verkeerd gezocht.

Zoeken is sneller dan navigeren
Ik dacht dat het toeval was. Misschien lag het aan het design of onderwerp van de site, dat de kinderen de zoekbalk zo liefkozen. De week na de test met SamSam testte ik nog een site. Op de website Museumkids.nl vertoonde de kinderen precies hetzelfde gedrag. Deze keer kregen ze de volgende opdracht: “Je kunt op deze site een prijs winnen door een foto en verslag van het museum waar je net geweest bent op te sturen. Waar kun je dat doen?”. De bedoeling was dat de kinderen op ‘Doe mee’ of op ‘Museum Inspecteren’ zouden klikken. Maar je raadt het al, dat deden ze niet. Wat dan wel? In de zoekbalk werden verschillende dingen ingetypt. Populair waren: prijs, winnen, wedstrijd en foto. Al deze woorden komen niet voor in navigatie of de banner. Het leek de kinderen beter om direct te zoeken dan het risico te nemen via de navigatie omweg te nemen of helemaal niet aan te komen bij het doel.

museumkids

Het Google-brein
Het brein van de basisschoolkinderen van nu lijkt fundamenteel anders in elkaar te zitten dan dat van eerdere generaties. Ze zijn opgegroeid met Google en gewend om alles wat ze zoeken, letterlijk binnen een seconde, te vinden. Dat heeft gevolgen. Niet alleen gevolgen voor de manier waarop ze online zoeken, maar mogelijk ook voor de manier waarop zij denken, wetenschap zullen bedrijven en de manier waarop zij de wereldproblemen van de toekomst op zullen lossen. Heeft het ook gevolgen voor ons als ontwerpers, marketeers, strategen en opvoeders? Ik deed een rondje langs mijn collega’s om te vragen wat mijn observatie voor hun betekent.

Ontwerpen voor de zoekbalk-generatie

Interactie ontwerp
Elke site voor kinderen moet een gebruiksvriendelijke zoekbalk hebben. Als kinderen een deel van een woord typen of een spelfout maken, moeten ze toch de goede resultaten krijgen. Ook moet je de gebruiker door de resultaten heen begeleiden. Met filters kunnen ze bijvoorbeeld snel relevante links selecteren. Zorg dat de menu-items en teksten op knoppen matchen met de belevingswereld en zoekwoorden van de doelgroep. Geen abstracte categorieën, maar zo concreet mogelijk (vergelijkbaar met een zoekwoord).

Marketing
Als je kinderen wil bereiken moet je echt op de eerste pagina van Google te vinden zijn. Onderzoek ook op welke woorden de kinderen zullen zoeken, want die moeten letterlijk terug komen in de pagina. En eigenlijk moet je ook een YouTube-filmpje hebben, maar die moet dan wel iets toevoegen ten opzichte van een site en niet hetzelfde verhaal vertellen. Dus bijvoorbeeld een hoe-moet-ik-filmpje dat hoort bij een onderwerp of een wedstrijd. Daar kun je dan ook expliciet vanaf de site naar verwijzen.

Content
Het is belangrijk dat alles wat op de site te vinden is een heldere beschrijving heeft voor de zoekfunctionaliteit. Een korte zin die duidelijk maakt waar het over gaat en wat iemand daar kan halen. Verder is het ook interessant om naar het gebruik te kijken en op basis daarvan voorspellingen te doen over wat relevant kan zijn voor iemand. Gebruikt de bezoeker de zoekbalk als hij op een fotopagina is, dan zijn resultaten met foto’s waarschijnlijk relevanter dan resultaten zonder foto’s. Of geef aanbevelingen voor gerelateerde artikelen op basis van gebruikersstatistiek zoals Bol, Spotify en Netflix doen.

Vormgeving
Als er een zoekfunctionaliteit op de website aanwezig is, moet deze heel herkenbaar zijn. Het liefst centraal op de site. Als de zoekbalk om wat voor reden dan ook toch in een perifeer gebied staat, moet deze in ieder geval wit zijn, zodat deze direct herkend wordt als zoekbalk. Ook is het belangrijk de zoekresultaten mee te ontwerpen. Je moet er vanuit gaan dat elke gebruiker in de eerste 30 seconden op de site een keertje langs de zoekresultaten komt. Daar moet je dus ook trots op zijn.

Techniek
Je moet voor elke site met zoekbalk zorgen dat deze echt goed werkt. De content moet de juiste tags meekrijgen en het moet snel en overzichtelijk gepresenteerd worden. Dat is deels een klus voor de mensen die de content invoeren, maar deels ook techniek. Mensen zijn verwend door Google en gewend om de meest ‘relevante’ resultaten bovenaan te krijgen. Een slimme site denkt ook mee in relevantie en geeft niet alleen een lijst met matchende resultaten, maar presenteert deze ook in een handige volgorde.

3D-game met figuren uit Donald Duck Weekblad: Duckstad komt tot leven in ‘DuckWorld Smart Adventures’

Donald Duck Weekblad lanceerde eerder deze maand in samenwerking met The Walt Disney Company de game DuckWorld Smart Adventures. Een wereldwijde primeur waarvoor de redactie van Donald Duck de handen ineen heeft geslagen met game- en educatiespecialisten. In deze PC-game komt Duckstad voor het eerst tot leven in 3D. Natuurlijk geheel in lijn met het vrolijke weekblad. De redactie van Donald Duck Weekblad is er naar eigen zeggen als eerste in geslaagd om een 3D-edutainment-kindergame van Nederlandse bodem te ontwikkelen.

“We krijgen regelmatig brieven van kinderen die vragen of ze een kijkje kunnen nemen in Duckstad. Dat verzoek hebben we heel serieus genomen en het is gelukt. We zijn er heel trots op dat we dit met ons Nederlandse team mogelijk hebben gemaakt. Donald Duck viel tot nu toe één keer per week bij lezers op de mat, nu kunnen ze ook dag en nacht bij Donald binnenvallen.” [Dimitri Heikamp, hoofdredacteur Donald Duck Weekblad]

Door het spelen van de game wordt lesstof van de basisschool spelenderwijs geoefend in Duckstad. Daarnaast komen ook ’21st century skills’ aan bod. De game is een interactieve, online wereld vol spannende, grappige en leerzame games met Donald Duck en andere bekende figuren uit Duckstad. Het geïntegreerde gameplatform omvat meer dan 20 mini-games, waarmee kinderen onbewust hun probleemoplossend vermogen oefenen, alsmede vaardigheden als samenwerken en ondernemerschap. Natuurlijk komt ook lesstof van de basisschool zoals rekenen, woordenschat, aardrijkskunde, spellen en Engels op een Duckse manier aan bod.

CijferVijver

“Donald Duck Weekblad wil graag op een vrolijke manier een bijdrage leveren aan de educatie van kinderen. Natuurlijk op onze unieke manier. Online educatie met een knipoog: avonturen beleven, ontdekken en plezier hebben. We zetten hiermee een nieuwe stap in online leren en bieden ouders en kinderen een avontuurlijke game waarvan kinderen vrolijk wijzer worden. Om dit te bereiken hebben we samen mogen werken met educatiespecialisten, zoals educatieve uitgeverij Malmberg.” [Suzan Schouten, Domain Director Kids en Teens Sanoma]

DuckWorld Smart Adventures is nu beschikbaar voor de PC, vanaf €1,25 per maand. Het spel richt zich op kinderen vanaf 6 jaar. Zie deze factsheet (pdf) voor meer informatie en onderstaande promotievideo voor een impressie.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=LM-SglZuSwQ]

In China waarschuwen ze met een knipoog voor online kinderlokkers‏

In China werden vorig jaar meer dan 260.000 tieners slachtoffer van vreemdelingen die online iets kwaads in de zin hadden. In een serie printadvertenties wordt getoond dat er achter vriendelijke smileys zomaar een duister persoon schuil kan gaan — sterk beeld. Gelukkig biedt de afzender van de uitingen, Baidu Security, ouders aan om te helpen bij het beschermen van hun kinderen tegen dergelijke risico’s. Hen wordt geadviseerd om een oogje in het zeil te houden, want niemand anders doet dat. En daarbij kan Baidu’s software van dienst zijn.

baidu3

“Wil je een bijbaantje?”

baidu2

“Je ziet eruit als een model”

baidu4

“Zullen we vrienden worden?”

baidu1

“Raad eens wie ik ben”

[Creatie door Y&R, Shanghai, China; via AOTW]

[Docu] Welkom in de wereld van Generatie Z: ‘Minecraft & Modemeisjes’

Je ziet hier regelmatig onderzoeken langskomen met steeds weer nieuwe cijfers over het veranderende mediagebruik van kinderen en jongeren. Uit de Monitor Jeugd en Media 2015 bleek onlangs bijvoorbeeld dat 99% van de 13-18-jarigen een mobiele telefoon heeft (bij de 10-12 jarigen is dat 78%) en dat WhatsApp, Facebook en Instagram dé levensaders voor hen zijn. Wie opgroeiende kinderen thuis of in de omgeving heeft, ziet het dagelijks gebeuren en kijkt het vaak hoofdschuddend aan. Voor wie er wat verder vanaf staat is het helemaal moeilijk te bevatten.

Hoe goed is het dat Ivo Kleppe en Johan Zandbergen van het Nederlandse ‘full service digital agency’ Tam Tam besloten een korte documentaire te maken over het dagelijks (media)leven van de opgroeiende jeugd. Ze interviewden een aantal jongeren één op één bij hen thuis, tussen het gamen en vloggen door. Cijfers zijn interessant en belangrijk, maar de verhalen daarachter minstens zo boeiend. Kijk de video hieronder!

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=JP_vpBJUC5s]

“Stel je groeit op in een tijd waarin internet net zo normaal is als het hebben van gas, water en licht. Dat doet iets met je. Want dan volg je Enzo Knol via z’n dagelijkse vlog op YouTube. Stream je je middagje gamen via Twitch en deel je aan de lopende band gekkebekken foto’s van jezelf met je vrienden op Snapchat. Welkom in de wereld van Generatie Z.”

[Via Adformatie]

Stichting Media Rakkers presenteert Jeugd Reclame Wijzer: ‘Leidraad voor verantwoorde kinderreclame’

Vandaag wordt de nieuwe Jeugd Reclame Wijzer (pdf) aangeboden aan alle reclamemakers van Nederland. Dit document, gratis te downloaden via mediarakkers.nl, maakt de geldende regels voor kinderreclame uit de Nederlandse Reclamecode inzichtelijk en geeft adviezen aan reclamemakers voor het maken van verantwoorde kinderreclame. De informatie in de Jeugd Reclame Wijzer is te vinden per productcategorie, mediavorm of reclametechniek.

De Jeugd Reclame Wijzer kwam tot stand met medewerking van Stichting Reclame Code, de Radboud Universiteit Nijmegen en de Nationale Academie voor Media & Maatschappij. Met de publicatie wil Stichting Media Rakkers een bijdrage leveren aan de creatie van een veilige en verantwoorde commerciële omgeving voor kinderen. Het is daarbij namelijk van belang dat reclamemakers goed op de hoogte zijn van de zelfregulering en dat zij deze ook toepassen.

“Het is niet voldoende om alleen de aanbodzijde, de reclamemakers, te informeren over de kinderreclameregels, maar het is ook belangrijk om kinderen door educatie te helpen om slim met reclame om te gaan. Daarom hebben wij al eerder dit jaar, samen met de Radboud Universiteit Nijmegen, het nieuwe lesmateriaal ‘Reclame Masters’ voor basisscholen gelanceerd.” [Liesbeth Hop, directeur Stichting Media Rakkers]

Media- en reclamelessen zijn van groot belang in het basisonderwijs, zo schreef de Raad Voor Cultuur al in een advies van juli 2005. Via televisie maar ook via internet, smartphone en sociale media komen basisschoolleerlingen op steeds jongere leeftijd in aanraking met reclame. Reclame is overal aanwezig en niet meer zomaar makkelijk te herkennen. En dan is het handig dat er wat feiten en regels op een rijtje worden gezet…

PS  Media Rakkers ontwikkelt en verzorgt eigen mediawijsheidopleidingen voor professionals vanuit haar eigen opleidingsinstituut de Nationale Academie voor Media & Maatschappij. Vanuit dit instituut wordt in september 2015 het Nationaal Media Paspoort voor basisscholen gelanceerd.

[User generated content] MTV gaat van ‘I want my MTV’ naar ‘I am my MTV’ via MTV Bump

MTV, nog altijd te zien in meer dan 160 landen en te horen in meer dan 32 talen, heeft aangekondigd dat het vanaf vandaag het jongerenmerk verder zal ontwikkelen van ‘I want my MTV’ naar ‘I am my MTV’. De zender gaat het talent van kijkers gebruiken door hun social media-video’s onder de noemer MTV Bump uit te zenden tussen de programmering op tv en op alle andere MTV-platforms. MTV zal experimenteren met ‘visual storytelling’ en naar eigen zeggen zal alles korter, luidruchtiger en hypervisueel worden. 

Gebruikers kunnen video’s (‘bumps’) direct uploaden via de sociale netwerksites die ze gebruiken, of via MTVbump.com, waar ze ook de overige videos vanuit de rest van de wereld kunnen zien. Het gaat dus om ‘user generated content’, in lijn met een onderzoek (en campagne) rond ‘online crap’ van Hi van een tijdje terug. #MTVbump geeft ook artiesten de kans om op een nieuwe creatieve manier hun fans direct te bereiken, onder andere Martin Garrix, Rixton, Grumpy Cat, Shawn Mendes, Tori Kelly, Bros Being Basic hebben al meegedaan.

MTVbump

“MTV has always been committed to reinvention, and it’s time to shed our skin and reinvent again. Our audience expects MTV to push boundaries and take creative risks, and we truly believe that with this rebrand MTV’s international channels will look like nothing else.” [Kerry Taylor, Head of MTV International en Chief Marketing Officer Viacom International Media Networks UK]

MTV is een samenwerking aangegaan met B-Reel Creative om het internet direct aan te sluiten op MTV’s lineaire broadcastingsystem, waardoor social mediavideo’s van Instagram of Vine met de hashtag #MTVbump binnen twee uur on-air kunnen verschijnen. De oproep: “Make stuff. Get it on air. Take control of MTV.” Zie de website van B-Reel voor meer uitleg. 

NJi lanceert Toolbox Mediaopvoeding: ‘Wát kind met media doet belangrijker dan tijd die het eraan besteedt’

Kinderen besteden steeds meer tijd aan media, op steeds jongere leeftijd, en dit roept bij ouders veel vragen op. Daarom presenteert het Nederlands Jeugdinstituut vandaag de Toolbox Mediaopvoeding: Media? Gewoon opvoeden!. Een reeks factsheets biedt professionals betrouwbare informatie en adviezen waarmee zij ouders, met vragen over mediagebruik van kinderen van 0 tot en met 18 jaar, kunnen begeleiden. De nadruk ligt daarbij op de kansen die media bieden en het kiezen van geschikte inhoud.

Ouders, docenten en andere mede-opvoeders hebben veel vragen over media. Kijkt mijn kind niet te lang televisie? Met wie heeft mijn kind contact via de sociale media en wat gebeurt daar dan? En wat zijn geschikte en leerzame apps of spelletjes? Lastige opvoedvragen, waarbij ouders niet weten waar ze goede antwoorden kunnen vinden. Ook veel professionals zijn op zoek naar goede informatie en adviezen over mediagebruik en mediaopvoeding.

mediaopvoedproblemen

“Onderzoek laat zien dat professionals willen weten hoe kinderen zich ontwikkelen in relatie tot mediagebruik en hoe je geschikte media kunt beoordelen en risico’s kunt inschatten. Professionals willen ouders informatie en achtergronden kunnen geven, waarmee ouders zelf hun grenzen kunnen bepalen.” [Peter Nikken van het Nederlands Jeugdinstituut en hoogleraar mediaopvoeding bij de Erasmus Universiteit Rotterdam]

De Toolbox Mediaopvoeding biedt professionals in de opvoedingsondersteuning en het onderwijs een totaaloverzicht met factsheets, tips en adviezen, gebaseerd op actuele wetenschappelijke kennis. Deze is volgens de initiatiefnemers vernieuwend omdat deze gevalideerde en gebundelde informatie geeft, opgedeeld is in leeftijdsgroepen, vooral ingaat op de positieve kanten van mediagebruik en kiezen van geschikte inhoud en aandacht besteedt aan media en kinderen met een LVB en het voorkomen van risico’s van internetgebruik zoals sexting, grooming, cyberpesten en financiële problemen.

Uit onderzoek blijkt dat veel ouders denken dat gewoon speelgoed beter is dan media. Opvoeders richten zich vaak op de hoeveelheid tijd die hun kind aan media besteedt, en minder op de inhoud ervan. Een gemiste kans, want media kunnen het kind stimuleren en een positieve invloed hebben op de ontwikkeling. Via games en apps leren ze bijvoorbeeld samenwerken, problemen oplossen en informatie opnemen.

“Media zijn onontkoombaar voor kinderen. Ze gebruiken ze constant. Veel volwassenen denken dat het enkel voor vermaak is, maar kinderen gebruiken media juist om zich te ontwikkelen. Het is daarom belangrijk dat ouders hun kinderen daarin goed begeleiden. En daarvoor is het belangrijk dat beroepskrachten goede informatie hebben om ouders en kinderen te kunnen ondersteunen.” [nogmaals Peter Nikken]

Een op de drie ouders heeft ook moeite met ongewenste invloeden van media op hun kind. Media kunnen risico’s met zich meebrengen als cyberpesten, online misbruik en virtuele diefstal. Wanneer ouders hier bewust mee omgaan, de (online) grenzen bepalen en het gesprek hierover aangaan met hun kind, kunnen deze zoveel mogelijk worden voorkomen.

“Bij het aanpakken van cyberpesten kun je veel van dezelfde strategieën inzetten als bij ‘gewoon’ pesten. Bij sexting en grooming (online kinderlokken) is het vooral belangrijk om je kind weerbaar te maken, en goed met geld leren omgaan helpt je kind ook om online aankopen en reclames te weerstaan. Het gaat vaak over gewoon opvoeden, waarbij de toolbox extra handvatten geeft voor als het specifiek om media gaat. Ofwel: Media? Gewoon opvoeden!” [Krista Okma van het Nederlands Jeugdinstituut en expert opvoeden en opgroeien]

De Toolbox Mediaopvoeding is vanaf vandaag online te bestellen of per sheet kosteloos te downloaden via nji.nl/ToolboxMediaopvoeding. Voor beroepskrachten zijn factsheets en tipsheets beschikbaar voor verschillende leeftijdscategorieën, en daarnaast vinden ouders een aantal documenten waarmee ze aan de slag kunnen.

YoungWorks laat jongeren nadenken over hun gedrag op sociale media: ‘Hou je duim onder controle met de duimkorf’

Jongeren tussen de 12 en 15 zijn de hele dag druk met appen, snappen, grammen, liken en sharen. Dit gebeurt niet altijd weloverwogen en daarom vroeg het Ministerie van OCW aan YoungWorks om iets te bedenken om jongeren beter te laten nadenken over hun gedrag op sociale netwerksites. Het bureau voor jongerencommunicatie trok de conclusie dat tieners eigenlijk continu met hun duimen in de weer zijn: “Een heel simpel probleem, waar we ook een hele simpele oplossing voor hebben bedacht: de duimkorf.”

Met onderstaande video, advertenties en een printbare duimkorf (pdf) is de campagne op Facebook verspreid. Daarnaast hebben negen social influencers op Instagram op hun eigen manier over de campagne gepost naar hun (in totaal) 500.000 volgers.

[vimeo 130198869 w=570 h=321]

Jongeren herkennen zichzelf en vrienden in de film, praten erover op Facebook en Instagram en delen de campagne met elkaar, zo was de bedoeling. Op die manier zijn volgens de makers bijna één op de vier jongeren (150.000-200.000) in de leeftijd 12-15 jaar bereikt. Maar of ze daarmee van D.A.D.H.D. (Duimen Alle Dagen Heel Druk) ‘genezen’ zullen zijn? 

Monitor Jeugd en Media 2015: ‘Grote verschillen in mediagebruik tussen jongeren’

De meeste jongeren maken bewust gebruik van digitale media, afhankelijk van het doel; vrije tijd, persoonlijke ontwikkeling of schoolwerk. Er zijn grote verschillen in mediagebruik tussen jongeren van verschillende leeftijden, onderwijsniveaus en geslacht. Dit blijkt uit de Monitor Jeugd en Media 2015* (pdf) die Kennisnet en Mediawijzer.net vandaag, tijdens de Mediawijzer.Netwerk Experience (MNX), presenteren. Het fraai vormgegeven én inhoudelijk interessante rapport brengt in beeld hoe jongeren media inzetten voor school en hobby’s, vooral digitale media als tablets, smartphones en laptops. 

Volgens de onderzoekers lijken jongeren van lagere onderwijsniveaus (vmbo basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerwegen) minder te profiteren van voordelen die media kunnen bieden voor schoolprestaties dan andere jongeren. Bij hogere onderwijsniveaus zetten jongeren media functioneler in maar ze laten zich er tegelijkertijd meer door afleiden. Meisjes gebruiken sociale media consequent meer om school- en huiswerk samen met klasgenoten te maken dan jongens.

Dit zijn de belangrijkste andere onderzoeksresultaten: 

  • 99% van de 13-18-jarigen heeft een mobiele telefoon (meestal een smartphone), bij de 10-12 jarigen is dat 78%;
  • De meeste jongeren gebruiken hun smartphone vooral voor het versturen van berichtjes, daarna worden bellen, foto’s maken, muziek luisteren, filmpjes kijken en spelletjes spelen het meest genoemd — meisjes gebruiken meer apps (gemiddeld 13,8) dan jongens (11,2);
  • Meisjes zijn geïnteresseerder in de sociale functies van media dan jongens en lijken meer last te hebben van de druk die deze media op kunnen leggen;
  • Jongeren van 13-18 jaar laten zich vaker bewust afleiden dan jongere kinderen (door berichtjes te sturen, filmpjes te kijken of sociale media te gebruiken);
  • Slechts 11% van de respondenten vindt school-apps net zo goed en mooi als de apps en games die ze privé gebruiken — school-apps zijn vaak niet meer dan ‘boeken achter glas’;
  • 26% van de jongeren zoekt via YouTube extra uitleg over de lesstof van school, 45% gebruikt internet om zichzelf te overhoren (bijvoorbeeld wrts.nl om woordjes te oefenen;
  • WhatsApp, Facebook en Instagram zijn dé levensaders voor jongeren, maar ze geven nog steeds de voorkeur aan face-to-face contact;
  • Hooguit een derde van de ouders doet volgens de respondenten aan actieve mediaopvoeding (regels afspreken, afspraken maken, commentaar geven op media-uitingen);
  • Áls ouders aan (actieve) mediaopvoeding doen, focussen ze vooral op de risico’s, en besteden ze minder aandacht aan de kansen en het plezier die media kunnen bieden;
  • Media worden gebruikt ter ondersteuning van hobby’s en interesses, vooral om informatie te vergaren

In onderstaande grafiek wordt het gebruik van beeldschermmedia weergegeven. De mobiele telefoon wordt verreweg het vaakst gebruikt, gevolgd door de televisie. De meeste jongeren gebruiken deze apparaten elke dag.

gebruik van beeldschermmedia

Jongeren maken nog maar weinig gebruik van gedrukte media (zie onderstaand figuur). Vooral kranten en huis-aan-huis bladen worden maar mondjesmaat gelezen. Stripboeken en fictie (romans), en in iets mindere mate tijdschriften en non-fictie boeken, worden door ongeveer 1 op de 3 jongeren maandelijks, wekelijks of dagelijks gebruikt.

gebruik van gedrukte media

De initiatiefnemers van het onderzoek leggen vooral de nadruk op de verschillen in mediagebruik:

Jongeren van lagere onderwijsniveaus gebruiken media wat minder voor hun schoolprestaties dan andere jongeren. Ze nemen ook wat meer gezondheidsrisico’s. Zo staan ze bijvoorbeeld minder stil bij mediagebruik in het verkeer, het volume van oortjes of hun houding bij langdurig computergebruik. Lager opgeleide jongeren lijken dus minder te profiteren van de mogelijkheden die media bieden voor schoolwerk.

“Het is belangrijk dat we gelijke digitale kansen voor iedereen bevorderen. Niemand is gebaat bij een groeiende ongelijkheid in digitale vaardigheden.” aldus Remco Pijpers, coördinator van het onderzoek, expert jeugd en digitale media bij Kennisnet. Vooral lager opgeleide jongeren zeggen meer behoefte te hebben aan gedigitaliseerd onderwijs. “Media bieden jongeren nieuwe en andere manieren van leren” aldus Mary Berkhout, Programmamanager van Mediawijzer.net. “Uit het rapport blijkt ook dat jongeren van 13-18 en lager opgeleide jongeren meer mediawijsheid-onderwijs willen. Ze willen dus niet alleen meer mediagebruik in de les, maar ook leren er wijs mee om te kunnen gaan.”

Bij hogere schoolniveaus zijn jongeren actiever met media en ze gaan er ‘slimmer’ mee om dan de andere groep. Slim in de zin van zowel samenwerken als het uitwisselen van kennis en informatie via sociale media. Zij zijn ook eerder geneigd media functioneel toe te passen voor hun persoonlijke ontwikkeling, bijvoorbeeld door het bekijken van informatieve filmpjes.

[*Het onderzoek Monitor Jeugd en Media 2015 is een initiatief van stichting Kennisnet, in samenwerking met Mediawijzer.net, om de manier waarop kinderen (van 10 t/m 12 jaar) en jongeren (van 13 t/m 18 jaar) media gebruiken voor school en vrije tijd in kaart te brengen. Het veldwerk is uitgevoerd van 15 t/m 22 april 2015 door TNS Nipo; 1.741 kinderen en jongeren van 10 t/m 18 jaar vulden de vragenlijst in. De uitkomsten zijn representatief voor deze leeftijdsgroep.]

GfK-onderzoek naar trends in digitale media & entertainment: ‘Bijna alle jongeren bezitten een smartphone’

Het aantal bezitters van tablets en smartphones blijft jaarlijks met enkele procenten groeien. Inmiddels heeft 65% van de Nederlanders van 13 jaar en ouder een tablet in bezit (8,6 miljoen personen). Door het stabiele aantal bezitters van een vaste computer (60%), zijn er nu meer tabletbezitters (65%) dan desktopbezitters. Van de Nederlanders heeft 80% (10,6 miljoen) een smartphone. Jongeren zonder smartphone bestaan echter nauwelijks nog; 96% van hen is in het bezit van een dergelijk toestel. Er zijn meer jongeren die appen (84%) dan bellen (76%) met hun smartphone.

Het aantal Nederlanders met een actief Facebook- (74%) en Twitter-account (30%) blijft stabiel, ook onder de jongeren (13-19 jaar), respectievelijk 89% en 52%. Instagram, Pinterest en Snapchat groeien, met name onder jongeren. Dit blijkt uit de resultaten van het onderzoek GfK Trends in Digitale Media & Entertainment* die vandaag bekend zijn gemaakt. Dit onderzoek verschaft inzicht in bezit en gebruik van mobiele apparaten en digitale media.

Het bezit van tablets blijft licht groeien, van 61% (december 2014) naar 65% (juni 2015). Met name het tabletbezit onder jongeren stijgt behoorlijk. In december 2014 was nog 50% van de jongeren in het bezit van een tablet. In juni 2015 zijn er 57% tabletbezitters onder deze doelgroep. Nog steeds lopen de jongeren hiermee iets achter op totaal Nederland (65%). Ook het aantal Nederlanders met een smartphone blijft met enkele procenten groeien, van 76% naar 80%. Onder de jongeren is slechts 4% niet in het bezit van een smartphone. 

Zowel het aantal jongeren met een Facebook-account als met een Twitter-account blijft stabiel. Nog steeds 89% van de jongeren heeft een Facebook-account (versus 74% van het totaal aantal Nederlanders). Meer dan de helft van de jongeren (52%) heeft een actief Twitter-account (versus 30% totaal Nederlanders). Van een daling van het aantal jongeren met Facebook-accounts is dus geen sprake in Nederland. Onder alle Nederlanders groeit Instagram (13% in december 2014 naar 18% juni 2015), Pinterest (van 10% naar 17%) en Snapchat (van 6% naar 9%). Op zowel Snapchat als Instagram is zelfs meer dan de helft van de jongeren actief.

Tot slot nog wat andere resultaten uit het periodieke onderzoek van GfK:

  • Slechts 1,5% van de Nederlanders zegt een smartwatch te hebben. Ten opzichte van dec. 2014 neemt de aanschafintentie af van 17% naar 11%.
  • 38% van de Nederlanders maakt gebruik van betaalde Video on Demand-diensten (36% in december 2014). De jongeren zijn vaker bereid om te betalen voor het kijken naar films en series. Onder 13-19 jarigen is het gebruik van betaalde VODdiensten 53%. Op welke devices er gekeken wordt, verschilt niet veel: 51% kijkt via TV, 49% via een mobiel apparaat.
  • Sociale media zijn nog steeds onder jongeren het meest populair. De 13-19 jarigen hebben zowel meer Facebook- en Twitter-accounts alsook Instagram, Pinterest en Snapchat.

*Het onderzoek is uitgevoerd door GfK en bevat twee modules. Trends in Digitale Media is uitgevoerd door GfK in samenwerking met PMA. De steekproef bestaat uit 1.258 Nederlanders van 13 jaar of ouder die gebruik maken van internet en is representatief voor 13.250.000 internetters. Dit onderzoek wordt twee keer per jaar uitgevoerd en gaat in op het gebruik van mobiele devices in het algemeen, en specifiek voor het gebruik van media. Trends in Digitaal Entertainment is uitgevoerd onder een extra steekproef van 1.010 gebruikers van video on demand en/of streaming muziek. Het onderzoek linkt het bezit en gebruik van connected devices aan digitale entertainment content zoals, VoD, streaming muziek en games. Het onderzoek verschijnt twee keer per jaar. Beide rapporten zijn tegen betaling te verkrijgen bij het onderzoeksbureau.

[Afbeelding: Samsung Galaxy S6]

Spannende paardenfilm ‘The Legend of Longwood’ te zien in openluchtbioscoop CHIO

Meisjes en paarden, het blijft een succesformule. Dubbelleuk voor de doelgroep: een spannende paardenfilm kijken met op de achtergrond het gebries en hoefgetrappel van echte viervoeters. Dat kan dit jaar tijdens CHIO Rotterdam. Speciaal voor kinderen vertoont het Concours Hippique International Officiel in een openluchtbioscoop The Legend of Longwood. Maar het zijn niet alleen de bezoekertjes van CHIO die de avonturenfilm bekijken, ook hoofdrolspeelster Lucy Morton en actrice Thekla Reuten zijn aanwezig en beantwoorden achteraf vragen van het publiek.

Voor kinderen worden tijdens CHIO verschillende activiteiten georganiseerd in het Indofin Kinderdorp, dat vier dagen lang geopend is. De openluchtbioscoop is onderdeel van de jeugdochtend komende zondag, die om 10:00 uur van start gaat. Het CHIO vindt van donderdag 18 t/m zondag 21 juni 2015 plaats in het Rotterdamse Kralingse Bos. Drie bedrijven slaan de handen ineen om van het Kinderdorp een succes te maken: het Hofplein Theater, Indofin en NautaDutilh.

The Legend of Longwood is een avonturenfilm met paarden in de hoofdrol. De 12 jarige Micky Miller (Lucy Morton) verhuist met haar moeder Lisa (Thekla Reuten) en broertje van New York naar het dorpje Longwood in Ierland. Haar komst valt samen met de onheilspellende terugkeer van de Zwarte Ridder, die volgens de overlevering nooit rust heeft kunnen vinden omdat zijn dochtertje hem ontnomen is. Micky ontdekt dat zij voorbestemd is om een driehonderd jaar oude vloek te verbreken. Maar eerst moet ze een kudde witte paarden redden en het mysterie van de Zwarte Ridder ontrafelen. Onderstaand de trailer.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=BS3wKHcniQk]

The Legend of Longwood is een Engels gesproken film die geproduceerd is door het Rotterdamse productiebedrijf HollandHarbour. De film werd in ruim twintig landen op kinderfilmfestivals vertoond en won een Silver Griffin op het Giffoni Festival in Italië. De rollen in de film worden grotendeels door Britse en Ierse acteurs gespeeld, maar er is ook een rol weggelegd voor de bekende Nederlandse actrice Thekla Reuten.

De film wordt tijdens de jeugdochtend van het CHIO vertoond in een speciale openluchtbioscoop. Bijzonder is dat de jonge hoofdrolspeelster Lucy Morton en haar filmmoeder Thekla Reuten de voorstelling bijwonen. Het publiek mag ze daarna een half uur lang vragen stellen over de film en natuurlijk over paarden.

Tijdens het evenement wordt ook aandacht besteed aan de kleinere bezoekers. Het Indofin Kinderdorp staat dit jaar in het teken van Robin Hood. Het verhaal van Robin Hood wordt op verschillende manieren verteld. Tijdens de speciale kinderochtend op zondag zal er zelfs een boogschiettoernooi in de Rotterdamse piste plaatsvinden waarbij Robin tegen koning Jan Zonder Land strijdt om de hand van de prinses. En daar zijn natuurlijk ook paarden bij. Verder wordt er in het dorp geschminkt en geknutseld, wordt er met hoefijzers gegooid, kunnen kinderen kastelen bouwen en kunnen kinderen met knuffelpaard Chico op de foto. Het Indofin Kinderdorp is vier dagen lang geopend.

KPCB Internet Trends 2015: ‘Jongeren lopen voorop, visuele zaken centraal’

Mary Meeker van Kleiner Perkins Caufield & Byers heeft de 2015-editie (pdf) toegevoegd aan de serie befaamde Internet Trends-rapporten. Interessant en behoorlijk populair (de presentatie is binnen 2 weken ruim 1,8 miljoen keer bekeken op Slideshare), fijn om weer actuele feiten & cijfers op een rijtje te hebben. Zo wordt de enorme groei van ‘mobile’ inzichtelijk gemaakt (+69% aan mobiel dataverkeer in 2014), wat met zich meebrengt dat het ‘verticaal kijken’ ook toeneemt. De combinatie van berichten uitwisselen en meldingen zijn de succesfactoren van elke belangrijke mobiele applicatie.

Als het gaat om veranderingen in internetgebruik blijven jongeren de trendsetters. Voor 12-24-jarigen staan visuele zaken centraal. Instagram, Snapchat en Pinterest worden dan ook steeds populairder, en hoewel Facebook nog steeds de meest gebruikte sociale netwerksite is, worden andere netwerken inmiddels belangrijker gevonden.

“Re-Imagining Presence = All Visual…All the Time”

Onderstaande grafiek geeft het gebruik van sociale media door Amerikaanse jongeren (12-24 jaar) weer, waaruit blijkt dat er ten opzichte van vorig jaar toch wel wat veranderingen te zien zijn.

it15 smgebruik

Kijken we niet naar de meest gebruikte maar naar de belangrijkste netwerken voor deze groep, ziet het plaatje er behoorlijk ander uit.

it15 belangrijkstesm

Millennials houden van hun smartphone. Negen van de tien 18-34-jarigen (87%) zeggen dat ze deze altijd bij zich hebben, dag en nacht, en vier van de vijf (80%) is dit het eerste waar ze (letterlijk) naar uitkijken als ze wakker worden.

it15 smartphoneliefde

Maar liefst 87% van de millennials gebruikt wekelijks de camera-/videofunctie van zijn/haar smartphone, 44% zelfs dagelijks. De camera wordt vooral gebruikt om foto’s of video’s te plaatsen op sociale media (76%) en om dingen vast te leggen die ze later willen doen (66%).

Check de KPCB-website voor veel meer gegevens.

[Gevonden via TIME; foto uit introductiefilmpje iPhone 6]

UGent wil jongeren reclamewijzer maken met een gameplatform

In september 2014 startte de UGent de ontwikkeling van een gameplatform om de reclamewijsheid van jongeren te verhogen. De doelgroep zelf en enkele stakeholders uit de pedagogische, academische en reclamewereld namen deel aan een brainstorm voor het concept en voorzagen de ontwikkelaars van feedback op hun scenario’s. Vanuit de Vlaamse universiteit wordt vandaag het resultaat gelanceerd: het online platform reclamewijs.ugent.be, met vier verschillende mini-games. Hiermee leren jongeren meer over online reclame, en met een quiz kunnen ze hun reclamewijsheid testen.

De games moeten jongeren leren reclame te herkennen en er kritisch mee om te gaan. Zo is het in ‘Count the Ads’ de bedoeling om zo veel mogelijk reclamevormen als zodanig te markeren: de game bevat een uitdagende mix van opvallende formats zoals banners, maar ook moeilijkere reclamevormen zoals native advertising en gesponsorde blogs. In ‘Profile Crush’ worden de persoonsgegevens die jongeren vrijgeven via Facebook verwerkt in het spel, om hen te confronteren met de grote hoeveelheid persoonsgegevens die ze online soms onbewust prijsgeven.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=cVfzjtPsbJc]

Meer inzicht is nodig, want reclame beperkt zich al lang niet meer tot radio- of tv-spotjes of billboards in het straatbeeld. Ook de online wereld staat bol van de reclameboodschappen. Bovendien wordt het steeds moeilijker om reclame te herkennen. Denk maar aan advergames, gepersonaliseerde reclame op sociale netwerksites of gesponsorde blogs en video channels. Hierbij worden reclameboodschappen niet enkel verweven in de (interactieve) mediacontent, maar worden vaak ook nieuwe doelstellingen nagestreefd zoals het verzamelen van persoonlijke gegevens en het ‘sharen’ van reclame. Bovendien blijkt dat het huidige juridische kader niet langer toereikend is met betrekking tot de manier waarop kinderen en jongeren bereikt mogen/kunnen worden in het huidige digitale medialandschap.

De UGent benadrukt dat reclame niet negatief is, omdat reclameboodschappen jongeren kunnen helpen om geïnformeerde keuzes te maken. Hiervoor moeten ze echter over de capaciteit en mogelijkheid beschikken om de reclameboodschappen te herkennen en de commerciële intentie van de reclamemakers te begrijpen. Met andere woorden: om reclame in hun voordeel te gebruiken, moeten jongeren voldoende reclamewijs zijn. Onderzoek wijst er echter op dat deze reclamewijsheid meestal zeer laag is voor de nieuwe reclamevormen. Het is dus hoog tijd om jongeren reclamevaardigheden aan te leren, aldus het persbericht van de universiteit. (Deze nood wordt ook duidelijk aangevoeld in Nederland, waar toevallig ook vandaag het Reclame Masters-lesmateriaal beschikbaar kwam)

Naast het lanceren van de games, coördineert UGent ook het AdLit-project, een vierjarig interdisciplinair onderzoeksproject om kinderen en jongeren te leren omgaan met reclame. In dit project werken vier universiteiten (Universiteit Gent, KU Leuven, Universiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel) en heel wat stakeholders samen om na te gaan hoe ze de reclamewijsheid van minderjarigen kunnen verhogen. Dit gebeurt onder andere door het ontwikkelen van educatieve pakketten, het uitvoeren van een risicoanalyse, het opzetten van bewustwordingscampagnes en het ontwikkelen en implementeren van reclamecues waardoor kinderen en jongeren reclame sneller gaan herkennen. Tot slot formuleert AdLit ook aanbevelingen voor beleid en zelfregulering.

En alsof alle meer locale initiatieven onvoldoende zijn, zet ook de EU in op bescherming van jongeren. De Europese Commissie lanceerde in 2012 de ‘Europese Strategie voor een beter internet voor kinderen’ waarin aandacht werd gevraagd voor beschermingsstandaarden met betrekking tot online reclame waarmee kinderen worden geconfronteerd. Deze strategie benadrukt ook sterk het belang van mediawijsheid en het aanleren van digitale vaardigheden. Eerder deze maand, op 7 mei 2015, werd de Digital Single Market strategie voorgesteld. De Europese Commissie kondigt daarin aan dat de huidige regels in verband met reclame en de bescherming van minderjarigen in audiovisuele mediadiensten in de komende jaren zullen worden herzien. Wordt vervolgd dus. Maar nu eerst: ‘Game jezelf reclamewijs!’

[De serious game is bedacht en ontwikkeld door Bazookas, in samenwerking met het team van UGent]

Bekende sterren krijgen gastrol -als zichzelf- in nieuwe Nickelodeon-serie ‘Spotlight’

Vandaag is Spotlight van start gegaan op Nickelodeon. Het is een nieuwe Nederlandse ‘scripted reality’-serie die zich afspeelt op theaterschool ’t Podium, een school die naast regulier onderwijs gespecialiseerd is in de ontwikkeling van artistiek talent in de entertainmentbranche. Op deze manier krijgen jonge kijkers een kijkje in het leven van vijf jonge talentvolle scholieren op een bijzondere middelbare school waar leerlingen worden klaargestoomd voor een carrière in de spotlights.

Spotlight start in het begin van het schooljaar op ‘t Podium. De leerlingen kennen elkaar nog maar een paar weken en moeten nog steeds wennen aan hun nieuwe omgeving — de grote stad, toetsen, strenge docenten, te weinig zakgeld, hormonen, verliefdheid, teleurstellingen en…. geweldige vrienden. Sanne, Lynn, Fem, Kess en Joris krijgen les in zingen, dansen, acteren, presenteren en cabaret, van klassiek tot modern.

In onderstaande video stelt ‘Sanne’ zichzelf even voor.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=jDN30uby8lo]

 Spotlight stimuleert, confronteert, inspireert en is bovenal leuk om naar te kijken. De variëteit van herkenbare en opwindende verhalen met zang, dans, muziek en cabaret en de talentvolle cast maken de serie interessant en aantrekkelijk voor jong en oud.”

Verschillende bekende Nederlanders krijgen een gastrol in de serie. De populaire vlogger Enzo Knol (680.000 abonnees op zijn YouTube-kanaal), choreograaf en danser Shaker (van programma’s als So You Think You Can Dance en The Ultimate Dance Battle) en zangeres en Edison-winnares Krystl zijn in de serie te zien als zichzelf. Enzo leert de scholieren hoe ze een succesvol vlog kunnen maken, Shaker geeft een les choreografie en helpt hoofdrolspeelster Fem met een verrassing voor haar stiefvader en tevens directeur van de school, meneer Claesse. Krystl geeft geeft een gastcollege zang. Ook Ferry Doedens, de succesvolle acteur uit GTST, en Kenny B., bekend van  nummer 1- hit Parijs, zijn in de serie te zien. Ferry geeft een workshop acteren en Kenny geeft een gastcollege zang.

Spotlight is vanaf deze week elke schooldag om 19:30 uur op Nickelodeon te zien. Het gaat in eerste instantie om 31 afleveringen van 11 minuten. De aflevering met Shaker wordt in week 23 uitgezonden, Enzo Knol is in week 24 te gast, Krystl in week 25, Kenny B. in week 26 en Ferry Doedens in week 27.

Updates:

(4 juli): De laatste aflevering van het eerste seizoen van Spotlight is uitgezonden, maar om de fans toch in de stemming te houden, is vanaf heden de muziek van Spotlight overal te beluisteren. Liedjes uit de serie als Drop de Beat (zie hieronder) en het liefdesnummer van Sanne Gek op jou zijn nu te beluisteren op onder andere Spotify, iTunes en Shazam. Al de bijbehorende video’s zijn te bekijken op Nickelodeons YouTube-pagina.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=LR5rJemqOho]

(9 september): Nickelodeon heeft bekendgemaakt dat er een nieuw, tweede seizoen komt van de succesvolle dagelijkse tv-serie Spotlight. Ruud Feltkamp, Fred van Leer, Lil’ Kleine, Nils Käller (MainStreet), Kay Nambiar, Sarah & Julia en de jongens van Stuk TV zijn de Bekende Nederlanders die een gastrol hebben in het nieuwe seizoen, vanaf maandag 19 oktober elke schooldag om 19:30 uur op Nickelodeon te zien. 

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019