Couch of Holland: POM-BÄR sponsort The Voice Kids

Er is een nieuw seizoen van The Voice Kids van start gegaan, en daarvoor is een nieuwe sponsor gevonden. RTL is een samenwerking aangegaan met POM-BÄR, de knabbelsnack in berenvorm. Voor het chipsmerk van Intersnack werd het concept ‘Couch of Holland’ bedacht: de bekende jurystoelen van The Voice, maar dan in de vorm van een bank die symbool staat voor het familiegevoel van POM-BÄR. Wie de code van de actieverpakking invult, kan met een druk op de rode knop de drie stoelen laten draaien.

Zit er één beer in de stoelen, dan win de deelnemer een POM-BÄR-pakket, bij twee beren zijn dat vier kaarten voor de generale repetitie van de finale van het programma, en wie drie beren ziet mag die met het hele gezin bekijken vanaf de ‘Couch of Holland’ en daarnaast een kijkje achter de schermen nemen.

[vimeo 120095614 w=570 h=321]

Kan/mag een chipsfabrikant zich zomaar verbinden aan een tv-show die ook populair is bij kinderen? POM-BÄR heeft zich verbonden aan de belofte van de European Snacks Association (ESA), die de toezeggingen onderschrijft die de EU heeft gedaan om gezondere snackopties en een uitgebalanceerde levensstijl onder kinderen te bevorderen: “Met deze belofte van ESA verplichten we onszelf om geen reclames te maken op televisie, print en internet die direct zijn gericht op kinderen onder de 12 jaar, behalve voor producten die aan specifieke criteria voldoen. Verder zullen wij geen commerciële uitingen doen over zoute snackproducten op basisscholen, behalve als wij voor educatieve doeleinden een specifiek verzoek hiervoor krijgen of een overeenkomst met de schoolleiding sluiten.”

Ziggo en Academie voor Media en Maatschappij lanceren ‘Nationaal Media Paspoort’ voor basisscholen

Gebaseerd op hun gemeenschappelijke visie dat kinderen recht hebben op uitleg en educatie over de huidige gemedialiseerde en open samenleving zijn Ziggo en de Nationale Academie voor Media en Maatschappij gestart met de ontwikkeling van een ‘Nationaal Media Paspoort’ voor basisscholen. Hiermee leveren zij naar eigen zeggen een landelijke, duurzame en originele bijdrage aan de verbetering van de ‘mediapower’ van kinderen uit groep 7 en 8 van het basisonderwijs.

De twee partijen willen kinderen op een positieve, zelf ontdekkende manier leren om bewust, kritisch en actief om te gaan met media, aldus het persbericht. Naast het verbeteren van de mediawijsheid van kinderen is het doel hen te leren een meer gevoelsmatig media-instinct te ontwikkelen, een belangrijk onderdeel van ‘mediapower’. Daarbij komen alle actuele thema’s — privacy, sociale omgangsvormen, digitaal pesten, sexting, virtuele reclame, gamen en digitale identiteit — volop aan de orde, met als doel het ’empoweren’ van de jeugd.

Op 1 april moet de website Nationaalmediapaspoort.nl live gaan voor aanmeldingen, dus wellicht is dit een grap!? Zo niet, dan is het paspoort voor scholen vanaf september 2015 kosteloos te verkrijgen. Kinderen gaan tijdens een programma virtueel op reis en ontvangen ‘boarding passes’ voor nieuwe ‘fun ervaringen’ die zowel digitaal als klassikaal worden aangeboden: ‘Vol plezier en vol ervaring nieuwe grenzen verkennen’. In het Media Paspoort houden de kinderen zelf bij waar ze allemaal geweest zijn, aan de hand van de stempels die de leerkracht zet na het afronden van één van hun virtuele reizen.

Ziggo wil een actieve rol nemen in het aanjagen van het denken en doen over de open samenleving, gezien vanuit informatisering en digitalisering. En of deelname aan dit initiatief nu een grap is of niet, er klinkt kritiek. ‘Aap, noot, Ziggo’, kopte RTL Nieuws, wijzend op mogelijke belangenverstrengeling van het bedrijf. En bij The Post Online gaan ze nog een stapje verder, door het paspoort te omschrijven als ‘gevaarlijke kwakzalverij’. Dus.

[Afbeelding: ‘OMG LOL’-campagne van DDB voor Ziggo, 2014]

Update (19/9):
Inmiddels is de allereerste Nationaal Media Paspoort-les gegeven en werden de eerste paspoorten uitgereikt, waarmee het langverwachte Nationaal Media Paspoort-programma van start ging, voor elke basisschool in Nederland en Vlaanderen: een doorlopende medialeerlijn en -campagne voor zelfs de allerjongste basisschoolkinderen. Er hebben zich al meer dan 600 basisscholen aangemeld om met het Paspoort komend schooljaar aan de slag te gaan. Het programma biedt kinderen in groepen 1 tot en met 8 lessen over steeds zeven thema’s: online gedrag, identiteit, privacy en veiligheid, sociale omgangsvormen en leren kiezen voor geschikte mediacontent. “Na mediawijsheid is het nu tijd voor media-empowerment”, ronkt het persbericht. 

Onderzoek naar sociale media: geloven we Newcom of DDMM?

Het zal je niet ontgaan zijn dat Newcom Research & Consultancy afgelopen week het Nationale Social Media Onderzoek 2015 heeft gepubliceerd. Geconcludeerd wordt dat jongeren van 15-19 jaar afhaken op Facebook (-12% ten opzichte van 2014) en Twitter (-26%). Instagram blijkt bij deze groep juist te groeien en zou inmiddels door de helft gebruikt worden. Meer resultaten zijn elders al uitgebreid beschreven, dus dat ga ik hier niet nog eens doen (je kan het rapport gratis opvragen bij het onderzoeksbureau, en bij Marketingfacts vind je een goede samenvatting.

Maar in hoeverre zijn de cijfers geloofwaardig? Bij Twitter zegt men deze ontwikkeling niet te herkennen en ik zag meerdere tweets van bekende namen langskomen waarin enige twijfel werd uitgesproken. Lastige bij het voorleggen van een vragenlijst is onder andere dat respondenten bepaalde vragen verschillend interpreteren, sociaal wenselijke antwoorden geven of hun eigen gedrag niet goed inschatten. De 19-jarige Andrew Watts omschreef het onlangs wel aardig: “Facebook is something we all got in middle school because it was cool but now is seen as an awkward family dinner party we can’t really leave” — Facebook is dood maar je kan niet zonder, wat vul je dan in als je aan een peiling meedoet?

Daarom is het registreren van gedrag vaak een betere graadmeter. Dit lijkt me een mooi moment voor een update van een blogpost die ik vier maanden geleden schreef nadat Piper Jaffray bekendmaakte dat tieners Facebook en in mindere mate ook Twitter verlaten. Niet dat ik enig belang bij heb om deze sociale netwerksites te verdedigen, in tegendeel, maar waarom zouden we niet naar meerdere bronnen kijken? Het Nederlandse, continue digitale bereiksonderzoek DDMM registreert binnen een panel van circa 9.000 personen het gebruik van websites en apps op laptops/PC’s, tablets en smartphones. Hoewel de voortgang van de meting ter discussie staat, zijn er gewoon nog data beschikbaar.

In onderstaande grafiek zie je het verloop van het bereik onder Nederlandse 13-19-jarigen van de belangrijkste sociale netwerken in 2014, op maandniveau. Een noemenswaardige daling is niet te zien. Wel komt die 50% van Instagram in de buurt.

DDMM social apr-dec 2014

Uit de twee verschillende onderzoeken komen twee totaal verschillende ontwikkelingen naar voren. De methodiek (vragen naar gebruik versus een ‘passieve’ registratie ervan), de leeftijdsgroep die het betreft (15-19 versus 13-19) en de periode (momentopname in januari 2015 versus continu meten in 2014) zijn anders, dus je kan niet verwachten dat percentages precies overeenkomen, maar toch. Ligt de waarheid in het midden of moeten we één van de twee geloven?

[Afbeelding: de Flashback Book Facebook App van Bouygues Telecom; met dank aan Marianne voor de cijfers!]

Update (12/2): Naar aanleiding van een post van Diep Onderzoek ook nog even naar Google+ gekeken. Het gemiddelde bereik per maand in de periode april-december 2014 binnen de leeftijdsgroep 13-19 jaar betrof 25,0% (bij de totale populatie van 13 jaar en ouder was dat 27,4%). Dit percentage lag in december op een vergelijkbaar niveau als in april, dus er is niet een duidelijk stijgende lijn waar te nemen.

Safer Internet Day 2015: ‘Let’s create a better internet together’

In meer dan honderd landen in de wereld vindt vandaag weer de Safer Internet Day* plaats. Vele activiteiten vragen aandacht voor een betere online omgeving voor met name kinderen en jongeren. ECP| Platform voor de Informatiesamenleving organiseert in Nederland de Safer Internet Day onder de vlag van Veiliginternetten.nl. Met activiteiten voor jongeren, ouders/opvoeders, en professionals wil ECP samen met diverse partners bijdragen aan het creëren van een betere online omgeving voor kinderen en jongeren.

Het thema van de Safer Internet Day is ‘Let’s create a better internet together’ en sluit aan bij de gedachte dat we allemaal een verantwoordelijkheid hebben in het verbeteren van onze online omgeving en speciaal die van kinderen. “Het gaat bovendien allang niet meer alleen om online veiligheid, de verantwoordelijkheid gaat veel verder. Het gaat bijvoorbeeld ook om het bieden van kwalitatief goede content, het met respect en open met elkaar omgaan online en het hebben van de juiste digitale vaardigheden om dit te doen en om bij te dragen aan die betere online omgeving,” zegt Marjolijn Bonthuis van ECP. Uit een studie van het Joint Research Centre van de Europese Commissie blijkt bijvoorbeeld dat kinderen maar tot op zekere hoogte ‘digital’ natives’ zijn en zich dus zelf lang niet altijd kunnen redden online.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=cSCjCGxsCgw]

DigiDuck
Op Safer Internet Day vindt een symposium voor professionals plaats over hoe kinderen omgaan met online media nu en in de toekomst, geleid door Jochem van Gelder. Ook kunnen ouders ‘s avonds een interactief theaterprogramma bijwonen over pesten en de invloed van sociale media. In aanloop naar het evenement is een speciale mini-editie van de Donald Duck verschenen die helemaal in het teken staat van veilig internet. Alle abonnees ontvangen de mini-Duck samen met de gewone uitgave van het blad en deze is ook verspreid op een groot aantal scholen in Nederland — klik hier om deze ‘DigiDuck’ online te lezen.

Digivaardig & Digiveilig
In Nederland werken overheid en bedrijfsleven binnen het programma Digivaardig & Digiveilig samen om de online omgeving voor kinderen te verbeteren. Zij maken initiatieven mogelijk als Meldknop.nl, de site waar jongeren sinds 2012 terecht kunnen voor informatie, advies en hulp bij online problemen als digitaal pesten, lastig gevallen worden, opgelicht worden, enzovoort. De site krijgt jaarlijks ruim 100.000 bezoekers. Maar ook ondersteunen zij activiteiten als Codeweek waarmee kinderen, jongeren, ouders en docenten uitgedaagd worden om te leren programmeren, het lezen en schrijven van de toekomst.

Studio100%Safe Dag
Naar aanleiding van Safer Internet Day roept Studio 100 10 februari uit tot ‘Studio100%Safe Dag’. Het digitale spelplatform Wanagogo zal de hele dag tips en adviezen van Childfocus delen die bijdragen tot de veiligheid van kinderen online. Met Wanagogo wil Studio 100 alvast zelf het goede voorbeeld geven: 100% reclamevrij voor abonnees, geen in-app aankopen, ouders die een oogje in het zeil kunnen houden, een beveiligde chat-functie (via canned of white-listed chat). Via de WanagogoBoss-app bepalen ouders met een abonnement mede de spelregels van Wanagogo voor hun kinderen — zie onderstaande video.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=foUi3uBPIJw]

*De Safer Internet Day is een initiatief van de Europese Commissie. Op deze dag wordt in ruim 100 landen over de wereld aandacht gevraagd voor een betere online omgeving voor kinderen. ECP | Platform voor de Informatiesamenleving is de initiatiefnemer van de Nederlandse Safer Internet Day. De Nederlandse Safer Internet Day wordt ondersteund door de Europese Commissie en het publiekprivate programma Digivaardig & Digiveilig van het ministerie van Economische Zaken, CA-ICT, Betaalvereniging Nederland, IBM, KPN, SIDN, T-Mobile, UPC, Vodafone en Ziggo. Het symposium en de mini-uitgave van de Donald Duck is in samenwerking met Sanoma. De interactieve theateravond wordt mede aangeboden door UPC.

[Recensie] Boek ‘Mediawijs Online – Jongeren en Sociale Media’ in 10 oneliners

Drie maanden geleden noemde ik het boek al in een artikel over een Vlaamse campagne rond online privacy in de klas, en inmiddels heb ik het dan eindelijk uitgelezen. Met Mediawijs Online (ondertitel: Jongeren en Sociale Media), geschreven door Michel Walrave en Joris van Ouytsel van de onderzoeksgroep MIOS van de Universiteit Antwerpen, wil het kenniscentrum voor mediawijsheid Mediawijs.be tegemoet komen aan de vraag van begeleiders naar houvast in hun aanpak van jongeren en sociale media.

Elk hoofdstuk behandelt uitgebreid de relevante onderwerpen, achtereenvolgens sociaalnetwerksites, cyberliefde, sexting, grooming, cyberpesten, delen van locatie, reclame via sociale media en games, en onlinereputatie. Heel veel wetenschappelijke kennis wordt gecombineerd met praktijkervaring, en rond elk thema worden concrete adviezen voor jongeren, ouders en scholen gegeven.De afsluitende bibliografie beslaat, ondanks de kleine lettertjes, 20 pagina’s; er worden honderden bronnen en onderzoeken opgevoerd. Het is dan ook een zeer degelijke publicatie, dat een goed (compleet?) overzicht van de feiten, toepassingen, begrippen en inzichten geeft.

Wie ook de tijd gaat nemen om het boek te lezen, zal soms het gevoel hebben dat er open deuren worden ingetrapt (dat kwaadwillende volwassenen jongeren makkelijker kunnen benaderen dankzij elektronische communicatie zal niemand verbazen), en het soms juist toejuichen dat begrippen zo uitgebreid worden toegelicht (niet iedereen zal weten wat bijvoorbeeld het disinhibitie-effect is). Het enorm informatieve karakter van het boek brengt met zich mee dat het minder makkelijk wegleest; zaken worden wat afstandelijk, klinisch en droog beschreven — gevoelsmatig is bijna elke zin feitelijk onderbouwd (ik telde een keer zelfs twaalf noten bij een regel).

Daarnaast zijn niet alle tips in de praktijk even realistisch (‘wees zelf geen pestkop’ — verzin het maar) en zijn enkele gegevens verouderd (Hyves en Netlog worden nog genoemd). Gezien het doel van de uitgave zijn dit echter overkomelijke bezwaren, want wie zijn kennisniveau over mediawijsheid wil opvijzelen, komt goed aan zijn trekken. Afhankelijk van de achtergrond van de lezer kan deze het als naslagwerk of als handleiding gebruiken. Hoe dan ook verdienen de auteurs respect voor de enorme hoeveelheid werk.

Om een betere indruk van de inhoud te geven, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest opvallende oneliners:

  • ‘De belangrijkste drijfveer om sociaalnetwerksites te gebruiken, lijkt het delen van, lezen van en interageren met informatie te zijn’ (pagina 15)
  • ‘Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat vele stellen ‘Facebook Official’ worden als een belangrijke stap in hun relatie beschouwen’ (43)
  • ‘In tegenstelling tot het lezen van iemands post of het doorbladeren van de agenda van de partner, wordt het routinematig bezoeken van iemands Facebookpagina, ook die van de eigen partner, als minder opdringerig ervaren’ (49)
  • ‘Het bezit van sextingbeelden fungeert als een symbolisch ‘kapitaal’ en de uitwisseling ervan met anderen is te vergelijken met het verhandelen van een symbolische ‘munt”
  • ‘Jammer genoeg was er ons op het moment van schrijven geen onderzoek bij jongeren bekend over de mogelijke kansen die sexting aan hen zou kunnen bieden’ (65)
  • ‘Cyberpestkoppen hebben in het algemeen een gebrek aan empathie‘ (116)
  • ‘Een van de meest logische logische stappen om online pesten tegen te gaan is om als volwassene zelf voorbeeldgedrag te stellen en zelf de gepaste privacyinstellingen te hanteren en anderen op het internet met respect te behandelen’ (125)
  • ‘Het eigenlijke product van sociaalnetwerksites is niet het communicatieplatform maar de advertentieruimte en de bijbehorende gegevens van de gebruikers’ (145)
  • ‘Kinderen en jongeren plukken ongetwijfeld de vruchten van het rijke, door adverteerders gesponsorde, media-aanbod dat hen voorziet van ruime mogelijkheden voor informatie, entertainment, communicatie en expressie’ (152)
  • ‘De aanwezigheid van foto’s van aantrekkelijke vrienden zorgt ervoor dat anderen je ook als mooier zullen beschouwen’ (184)

Het boek is hier te bestellen.

Viacom geeft ouders enge adviezen: hoe maak je een YouTube-ster van je kind

Velocity, de creatieve contentafdeling binnen mediabedrijf Viacom, heeft een vermakelijke eerste video op het eigen YouTube-kanaal gepost. Hierin geeft de fictieve dienst The Social Influence ouders advies hoe ze hun kinderen te gelde kunnen maken via de sociale netwerksites. Het is een parodie op de hype rond ‘social influencers’ in marketing (“a hilarious look at cultivating talent in the modern era”), maar ik vrees dat er behoorlijk wat vaders en moeders zijn die echt op een vergelijkbare manier actief bezig zijn om hun zoons en dochters een carrière te bezorgen als socialemediasterren.

Achter elke succesvolle ster op YouTube, Instagram, Facebook, Vine, Twitter, enz. staat een ouder die de mini-ik aanzet om nog meer invloed te krijgen. Het kost behoorlijk veel tijd (je moet die kleintjes al op jonge leeftijd mediatraining geven) en geld (je hebt videocamera’s en drones nodig om geen enkel moment te missen), maar dat zou een slimme investering zijn. Brrr… ;-)

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=n5BT0LSbt0c]

“With the help of trained professionals, parents can help their children build a social ecosystem that will effect millions and maybe billions of people—and hopefully make millions and maybe someday even billions of dollars.” [Jessi Smiles, Vine-superster]

[Via Adfreak]

Ook senioren hebben er moeite mee hun schermpje weg te leggen!?

“Delen is leuk, maar als je op het web geen maat kunt houden, raak je hopeloos verstrikt” — in Donald Duck Weekblad afgelopen week (nr. 4-2015) een lang verhaal over socialemediaverslaving. De bekende eend post voortdurend plaatjes op ‘Instagrap’, kijkt continu filmpjes op ‘Snoetboek’ en kwaakt steeds dingen op ‘Kwetter’. Zijn drie neefjes zijn verstandiger en proberen hem van die deeldrift af te helpen. Niet alleen leuk om te zien dat het 63-jarige magazine met z’n tijd meegaat, maar het deed me ook denken aan een recente observatie.

In een wachtkamer zat een stel dat blijkbaar al zo lang getrouwd was dat ze elkaar niets meer te vertellen hadden. Opa en oma zaten beiden driftig op een eigen iPad te tikken, zonder elkaar een blik waardig te gunnen. Toen de arts de man eindelijk bij zich riep en vroeg of ze ook via hun tablet met elkaar communiceerden, kon er geen glimlach af, en mevrouw ging fanatiek door met haar spelletje. Maar waarschijnlijk zie je iets dergelijks gebeuren bij een familie-uitje of verjaardag, waarbij de ouderen een foto plaatsen op Facebook en vervolgens continu naar hun smarthpone staren om te checken of er al reacties zijn en aan een ieder die het wil horen verkondigen wie deze ‘geliket’ heeft, terwijl de jeugd onderling face-to-face gesprekken voert.

Jongeren hebben de naam dat ze hun blik niet van hun schermpje af kunnen houden (en daar is veel aandacht voor), maar zijn ouderen niet even erg? Ik kan er weinig bewijsmateriaal over vinden. Nu senioren aan een flinke inhaalslag bezig zijn (65-plussers stappen massaal over naar tablets en smartphones, hoewel een behoorlijk aantal offline blijft), zou dit een leuke studie kunnen opleveren. Bekend is dat ouderen aardig wat tijd online besteden en gameverslaving vrezen. De term ‘zilveren surfers’ is al gevallen, critici stellen dat Facebook voor oude mensen is, en naar schatting is een derde van de hoogbejaarden internetverslaafd. Dat mag ook wel eens gezegd worden, toch?

veel te kwaken

Laat het weten als je onderzoek naar dit onderwerp kent!

Nederlandse avonturen-app ‘Storm & Skye’ verovert Amerika

Nog geen twee weken na de release van de door het Nederlandse bedrijf Digimoo Studios uit Leiden ontwikkelde app voor kinderen Storm & Skye en het Geheim van de Autowasstraat, is in de Verenigde Staten aan de app – bedoeld voor kinderen vanaf vijf jaar – al een eerste prijs voor beste kids-app toegekend en heeft Apple de app uitgelicht als beste nieuwe app voor kinderen in 23 landen. Het is de eerste aflevering van een serie kinderverhalen in de vorm van een app voor iOS- en Android-apparaten.

Kinderen vanaf vijf jaar en ouder beleven de avonturen van Storm & Skye, twee kinderen die in een autowasstraat een magische doorgang vinden naar een mysterieuze wereld. Volgens de makers is het een spannend, grappig en ontroerend verhaal over moed, vriendschap en de grenzeloze wereld van onze verbeelding. De app bestaat uit meer dan 45 minuten geïllustreerd en geanimeerd materiaal, en meer dan 40 interactieve elementen. De app is beschikbaar in het Nederlands en het Engels. De Nederlandse versie is ingesproken door Bram van der Vlugt.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=4njWp9TN7hQ]

“We zijn twee jaar bezig geweest met het ontwikkelen van het format voor de app-serie Storm & Skye. In die periode hebben we de verhalen meerdere keren voorgelegd aan een testpanel, bestaande uit kinderen in verschillende leeftijdscategorieën. Daar werd steeds positief op gereageerd. We hadden het succes stiekem dus wel een beetje verwacht, maar de massale enthousiaste reacties van ouders en kinderen die wij de afgelopen dagen hebben ontvangen, verrassen ons toch. Geheel tegen onze verwachting in is de app zelfs in Zweden en Denemarken een groot succes. En we ontvingen een hartverwarmend bericht van een jongetje uit Hong Kong, dat de app zo leuk vindt dat hij de geheime rode deur uit het verhaal op de muur van zijn kamer heeft geschilderd.” [Barnier Geerling, bedenker en regisseur van de app]

Aan de Engelse versie werd afgelopen week door de Best Mobile App Awards de prestigieuze nominatie toegekend van ‘Best App for Children and Toddlers’. Daarnaast wordt de app sinds vorige week door Apple in 23 landen – waaronder de Verenigde Staten, Groot Brittannië, Canada en Australië – uitgelicht als Beste Nieuwe App voor Kinderen. Met deze toekenningen schaart de ontwikkelaar/uitgever van de app zich als klein bedrijf naar eigen zeggen als bij toverslag in de gelederen van het toenemende aantal internationaal succesvolle Nederlandse media- en entertainmentbedrijven.

Vanaf de lancering van Storm & Skye mag de app zich wereldwijd verheugen in een enthousiaste ontvangst door toonaangevende pedagogen en didactici. Zo wordt de app in vele invloedrijke blogs voor kinderapps omschreven als zeer innovatief en een prachtig alternatief voor animatiefilms en games. Zo schrijft de website Teachers With Apps ondermeer: “Stunningly beautiful, magical, and filled with the wonders of imagination, Digimoo Studios has accomplished what few others can achieve in an audio-visual storybook. Storm and Skye and the Secret of the Car Wash has the feel of a high production movie, all contained within a narrated picture book format.” Ook het televisieprogramma EditieNL van RTL4 besteedde al uitgebreid aandacht aan de app.

De app is wereldwijd beschikbaar in de Apple App Store voor iOS-apparaten en op Google Play voor Android-apparaten, voor EUR 2,69. Storm & Skye en het Geheim van de Autowasstraat is opgedeeld in negen hoofdstukken van ongeveer vijf minuten in lengte per hoofdstuk. De hoofdstukken worden levendig verteld door verhalenverteller Bram van der Vlugt en zijn voorzien van filmmuziek. Tijdens het afspelen kunnen kinderen reageren op de scènes op het scherm door ‘hot spots’ aan te raken, die bij aanraking resulteren in grappige of spannende geluidseffecten. Elk hoofdstuk eindigt met een interactieve scène, waarbij met elementen uit het verhaal kan worden gespeeld.

“Alle kinderen houden van het luisteren naar een geweldig verhaal dat de fantasie prikkelt. Bijkomend voordeel is dat het hun liefde voor lezen vergroot, hen betere luisteraars maakt en ze leert om hun fantasie creatief te gebruiken. Het leven is een verhaal en er is geen betere manier voor kinderen om te leren omgaan met de uitdagingen van dit verhaal, dan het beschikken over de creatieve vaardigheden om uitdagingen te benaderen met een open en vindingrijke mindset. Ouders hebben tegenwoordig helaas steeds minder tijd om hun kinderen voor te lezen. Wij zien het als onze verantwoordelijkheid om de vertelkunst weer op de kaart te zetten als onderdeel van de opvoeding van kinderen.” [nogmaals Barnier Geerling]

NSPCC spoort ouders aan online deelbewust te worden, met aansprekend voorbeeld: ‘I Saw Your Willy’

Sociale media spelen een behoorlijk belangrijke rol in het leven van de jeugd, maar er zijn ook wat nare bijwerkingen voor wie er niet verstandig mee omgaat. De National Society for the Prevention of Cruelty to Children (NSPCC), een Engelse liefdadigheidsorganisatie die zich inzet tegen kindermishandeling, is daarom een nieuwe campagne gestart over veiligheid online, gericht op ouders van 8-12-jarigen. In twee animaties wordt bij wijze van waarschuwing getoond hoe snel het verkeerd kan aflopen als je een zaakje (sic) deelt dat je digitaal beter niet kan delen.

“We tell our children to share but online it’s different. In fact sometimes sharing online can be dangerous. That’s why we’re asking parents to be Share Aware and keep children safe online.”

Hieronder zie je de video die vanwege de titel I saw your Willy het vaakst bekeken zal worden.

[vimeo 115647556 w=570 h=321]

En kijk ook het andere filmpje uit de campagne: Lucy and The Boy.

[vimeo 115646648 w=570 h=321]

“We know some parents feel confused by the internet – out of their depth, and out of control. Share Aware – our campaign for parents of children aged 8-12 – will help to reassure you, and give you everything you need to keep your children safe. We’ve got straightforward, no-nonsense advice that will untangle the web, and show you how you can be just as great a parent online, as you are the rest of the time. The internet is a great place for children to be. Being Share Aware makes it safer.”

De ‘Share Aware’-campagne beperkt zich niet alleen uit de twee spotjes, maar via de NSPCC-website vinden ouders ook informatie over sociale netwerken, alsmede tips hoe ze ‘deelbewust’ kunnen worden en hoe ze hierover met hun kinderen het gesprek kunnen aangaan.

[Creatie door Leo Burnett Change; via The Drum]

Onderzoek Facebook naar opgroeien met schermen: ‘FOBO is het nieuwe FOMO’

Facebook heeft eind 2014 het onderzoeksrapport Coming of Age on Screens (pdf) gepubliceerd, om de zakelijke klanten van het sociale netwerk beter te laten begrijpen hoe jongeren opgroeien met een mobiele telefoon in de hand, een laptop voor het grijpen en de mogelijk om continu verbonden te zijn met familie en vrienden, dichtbij en ver weg. In samenwerking met cultuurexperts van Crowd DNA werden 11.000 jongeren (13-24 jaar) in 13 landen (Australië, Brazilië, Canada, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, India, Indonesië, Italië, Noorwegen, Zweden, Engeland en de VS) ondervraagd.

De uitkomsten zijn interessant genoeg om alsnog te delen. Dit zijn de belangrijkste of meest opvallende conclusies:

  • Er zijn drie fasen van opgroeien te onderscheiden: 13-15-jarigen zijn optimisten (positief en gelukkig in hun sociale leven), 16-19-jarigen zijn onderzoekers (vooruitkijkend en nieuwsgierig) en 20-24-jarigen zijn realisten (gefocust binnen hun tijd);
  • 72% van de 13-24-jarigen zeggen niet op pad te kunnen gaan zonder hun mobiele telefoon, 60% zou liever de televisie de deur uit doen dan het mobieltje;
  • Sociale contacten vinden vooral plaats bij vrienden thuis (70%) of online (54%), het winkelcentrum (50%) heeft die rol dus enigszins verloren;
  • FOBO is the new FOMO’, jongeren lijden aan de ‘Fear of Being Offline’; 70% wil altijd en overal verbonden met het internet zijn en 46% voelt zich verloren zonder toegang tot sociale media;
  • De eerste plaats om een geweldige dag te delen is sociale media (30%), gevolgd door face-to-face (22%) en tekstberichten (11%);
  • Een meerderheid (53%) wil dat merken van zich laten horen binnen de sociale merken, maar hun bijdragen moeten dan wel vermakelijk zijn (72%);
  • 58% omschrijft zichzelf als optimistisch, 72% probeert overal de positieve zijde van te zien, 84% wil hard werken om de beoogde doelen in het leven te behalen.

Facebook IQ, de insights-afdeling achter het sociale netwerk, heeft ook een aantal (helaas wat clichématige) adviezen voor marketeers opgesteld. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat merken zouden moeten overwegen om content en campagnes te ontwikkelen om zich te positioneren als een bron van informatie, inspiratie of validatie. Daarnaast moeten ze hun boodschappen zo persoonlijk mogelijk maken, nadenken hoe ze het optimisme van hun doelgroep kunnen aanmoedigen, ‘mobile-first’ strategieën nastreven en tegelijkertijd op een consistente en herkenbare manier ook in andere media zichtbaar zijn, en een aansprekende (visuele) taal gebruiken.

Klik hier voor de pdf met meer info. Zie ook onderstaande video.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=ez0JZzp3z5o]

“What we found was that the universal truths of growing up are the same, but the process of coming of age has changed. To come of age today is to be constantly connected, to move seamlessly across platforms and devices.”

[Via Dazeinfo]

Coca-Cola wil dat we meer van het leven offline genieten: ‘Stop phubbing around’

Blijkbaar drinken consumenten in Dubai te weinig Coca-Cola en besteden ze te veel tijd aan het internet. Eerder lanceerde de frisdrankfabrikant daar al een ‘Social Media Guard’ (‘it takes the social out of media and puts it back into life’) om de wereld te helpen herinneren hoe mooi momenten zonder afleiding samen met familie en vrienden zijn. En half december is een nieuwe film op YouTube geplaatst, gericht op mensen die te vaak te lang online zijn. Blijkbaar voelen velen zich aangesproken, want de video is in drie weken al meer dan 22 miljoen keer bekeken.

Check ‘m hieronder. We zien de bekende digitale begrippen (liken, volgen, inchecken, posten, pinnen) toegepast op gezamenlijke offline momenten. De boodschap: ‘Stop phubbing around’. Ofwel: geniet nu, delen kan later nog. Het valt te betwijfelen of deze oproep gehoor zal vinden, hoewel de noodzaak er is, want maar liefst 70% van de jongeren schijnt te lijden aan ‘FOBO’.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=8LLQIbr2-k0]

“Every moment in your life is unique and precious. Enjoy it! Live it to the fullest! Let nothing distract you from drinking every last drop of this sweet nectar called life.”

[Creatie door Memac Ogilvy, Dubai; via Ads of the World]

PS  Wat ‘phubbing’ is? De verbastering ‘phubben’ was genomineerd als Woord van het jaar 2013 in de categorie jongerentaal: het onbeschoft behandelen van anderen door in gezelschap, met name tijdens een gesprek, geregeld op de smartphone te kijken, berichten te versturen en dergelijke. Maar er wordt ook voor ‘muuskeren’ gepleit als vertaling. Hoe dan ook, protesten tegen dit fenomeen zijn er al langer.

TwinQ-onderzoek (4): top 10 websites van kinderen en jongeren in 2014 — YouTube, Facebook en Google domineren

Marketingonderzoek en –adviesbureau TwinQ heeft een grootschalig en diepgaand kwalitatief en kwantitatief onderzoek* uitgevoerd naar de belevingswereld van kinderen en jongeren anno nu, en ik mag hier exclusief de resultaten uit het deel over media met je delen. Eerder zag je al overzichten van de populairste games, de meest geliefde apps en de favoriete tv-programma’s en als laatste in deze serie staan hieronder websites centraal. Grofweg kan gesteld worden dat bij kinderen spelletjessites favoriet zijn en bij jongeren sociale media en nieuwssites meer aanspreken.

Hieronder zie je de top 10 per leeftijdsgroep van de antwoorden op de open vraag naar de websites die favoriet zijn of regelmatig bezocht worden.

twinq sites 5-12

twinq sites 13-18

twinq sites 19-25

Bij alle leeftijden staan YouTube, Facebook en Google hoog in het lijstje. Angela Weghorst van TwinQ legt uit waarom: “YouTube wordt gebruikt om leuke filmpjes te bekijken, muziek te luisteren of informatie op te zoeken. Met name bij jongens rond de 12 jaar zijn vloggers als Enzo Knol (foto) favoriet die grappige filmpjes opnemen rondom hun dagelijkse activiteiten.”

“Bij meisjes rond deze leeftijd hebben we gezien dat ASMR-filmpjes populair zijn. ASMR staat voor Autonomous Sensory Meridian Response. Het zijn filmpjes waarbij men met name door het zachte fluisteren de stem van vaak meisjes en de activiteiten die getoond worden een tinteling in het hoofd krijgt waardoor je ontspannen wordt. Een leuk voorbeeld hiervan is de ‘relaxing make up artist’ waarbij je het gevoel krijgt dat je zelf opgemaakt wordt.” Zie de video hieronder. “Pas op….. Je kunt erbij in slaap vallen.”

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=WHSYJXVN0_U]

Ook spelletjes, sport en nieuws scoren. Ook noemenswaardig volgens Angela Weghorst: “Opvallend in de top 10 favoriete websites bij 19-25 jarigen is Marktplaats. Een mooi voorbeeld dat aangeeft dat jongeren bewust met geld omgaan en op zoek zijn naar koopjes.”

*De nieuwe studie van TwinQ is het grootste onderzoek onder 5-25-jarigen dat de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden:

  • Deskresearch
  • Kwalitatief onderzoek waarbij circa 60 diepgaande interviews zijn gehouden van elk 1,5-3 uur met kinderen, jongeren en hun ouders in hun eigen omgeving; vaak ontroerende, zeer open en inspirerende gesprekken
  • Kwantitatief onderzoek, in samenwerking met No Ties, onder circa 4.000 5-25-jarigen

TwinQ-onderzoek (3): top 10 tv-programma’s van kinderen en jongeren in 2014 — van Spongebob naar Game of Thrones

Marketingonderzoek en –adviesbureau TwinQ heeft een grootschalig en diepgaand kwalitatief en kwantitatief onderzoek* uitgevoerd naar de belevingswereld van kinderen en jongeren anno nu, en ik mag hier exclusief de resultaten uit het deel over media met je delen. Eerder zag je al overzichten van de populairste games en de meest geliefde apps en hieronder zetten we de favoriete tv-programma’s onder elkaar. Naast het tv-kijken blijkt dat de jeugd graag ook zelf wil bepalen wat gekeken wordt en wanneer.

Angela Weghorst van TwinQ licht toe: “Bij de jongere kinderen zien we dat ouders vaak hun kinderen laten kijken naar een DVD of filmpjes online. Dit om controle te kunnen uitoefenen over wat hun kinderen kijken en hoe lang ze kijken. Bij tv hebben ouders het gevoel dat er vaak dingen worden uitgezonden die ze minder geschikt vinden voor hun kinderen en daarnaast volgt na elk programma weer een volgend leuk programma wat het moeilijker maakt om te stoppen. Met name series zijn tegenwoordig eenvoudiger online (via Netflix) te bekijken waardoor je niet meer hoeft te wachten tot de volgende aflevering wordt uitgezonden. We zien dan ook dat veel jongeren series online kijken. Naast Netflix wordt ook regelmatig YouTube genoemd.”

Hieronder zie je de top 10 per leeftijdsgroep van de antwoorden op de open vraag naar de televisieprogramma’s die favoriet zijn of regelmatig bekeken worden.

twinq tv 5-12

twinq tv 13

twinq tv 19

Mooi om te zien dat het programma’s met verhalen zijn die de bovenste posities innemen; Spongebob op de basisschool, en op latere leeftijd GTST, films en Game of Thrones. Overall zijn jongens meer geïnteresseerd in sport en humoristische programma’s en meisjes in soaps en (reality)series voorzien van sociale intriges. Beide worden aangetrokken tot avontuur, crime en programma’s als Wie is de Mol?. Bij 5-12-jarigen bleek dat ook informatieve programma’s als het Jeugdjournaal en het Klokhuis populair zijn. Dit sluit aan bij hun behoefte om de wereld om zich heen te begrijpen en te ontdekken.

Een deel van de kinderen en jongeren geeft aan niet per se een favoriet programma te hebben, maar een favoriete zender die vele leuke programma’s uitzendt (respondenten in het onderzoek gaven aan bijvoorbeeld alles van Disney, Zapp, Nickelodeon, National Geographic, MTV of Discovery Channel leuk te vinden) of geïnteresseerd te zijn in een soort programma (zoals sport, muziek, crime of detectives, koken of diverse documentaires).

*De nieuwe studie van TwinQ is het grootste onderzoek onder 5-25-jarigen dat de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden:

  • Deskresearch
  • Kwalitatief onderzoek waarbij circa 60 diepgaande interviews zijn gehouden van elk 1,5-3 uur met kinderen, jongeren en hun ouders in hun eigen omgeving; vaak ontroerende, zeer open en inspirerende gesprekken
  • Kwantitatief onderzoek, in samenwerking met No Ties, onder circa 4.000 5-25-jarigen

TwinQ-onderzoek (2): top 10 apps van kinderen en jongeren in 2014 — WhatsApp favoriet

Marketingonderzoek en –adviesbureau TwinQ heeft een grootschalig en diepgaand kwalitatief en kwantitatief onderzoek* uitgevoerd naar de belevingswereld van kinderen en jongeren anno nu, en ik mag hier exclusief de resultaten uit het deel over media met je delen. Vorige week zag je al een overzicht van de populairste games en in deze tweede post volgen de meest geliefde apps. Grofweg kan gesteld worden dat bij kinderen spelletjesapps favoriet zijn en naarmate men ouder wordt dit verschuift naar sociale media, nieuws en praktische info zoals bijvoorbeeld de reisplanner en Buienradar.

“De meerderheid van de respondenten heeft de beschikking over minimaal één device waarmee ze toegang tot apps etc. hebben, bijvoorbeeld een smartphone, iPod Touch of een tablet”, zo weet Angela Weghorst van TwinQ. Het aandeel van de kinderen en jongeren dat apps gebruikt is 54% van de 5-12-jarigen, 76% van de 13-18-jarigen en 81% van de 19-25-jarigen.

Hieronder zie je de top 10 per leeftijdsgroep van de antwoorden op de open vraag naar de favoriete apps of apps die regelmatig gebruikt worden.

twinq apps 5plus

twinq apps 13plus

twinq apps 19plus

Bij alle leeftijden is WhatsApp favoriet; genoemd door 8% van de 5-12-jarigen, 42% van de 13-18-jarigen en 45% van de 19-25-jarigen. Absoluut voordeel is dat het gratis is en dat je gesprekken kunt voeren met meerdere mensen tegelijk. Zo kwam naar voren dat er allerlei WhatsApp-groepjes zijn,  met familie, vrienden, klasgenoten, sportclubs, et cetera. Ook YouTube scoort goed, gebruikt om leuke (grappige) filmpjes te bekijken, muziek te luisteren of informatie op te zoeken

Ondanks het algemene gevoel dat Facebook populariteit verliest aan SnapChat en Instagram blijkt dat Facebook nog de absolute top is (na WhatsApp). Alhoewel Facebook nog steeds een belangrijke rol speelt, wordt in de gesprekken aangegeven dat men daar alleen maar belangrijke informatie plaatst of Facebook bezoekt om te kijken. Bij met name meisjes van 12-15 jaar is het aantal volgers/vrienden en het aantal likes dat men krijgt op een post een belangrijke graadmeter voor de populariteit. Zo zien we dat er hele campagnes gevoerd worden om meer volgers te krijgen en dat men elkaar (als wederdienst) promoot. Marketing en zelfpromotie worden op deze manier al op vroege leeftijd aangeleerd! ;-)

In de media is overigens regelmatig te lezen dat jongeren anno nu narcistisch zijn. Dit omdat ze meer dan vorige generaties foto’s en filmpjes van zichzelf maken en delen met de wereld. Maar waarom doen ze dit? Zelf geven ze aan bescheiden te zijn… Angela Weghorst van TwinQ licht toe: “Daarom is het belangrijk om dieper te kijken, écht te kijken wie ze zijn. Wat houdt ze bezig en waarom? Hierbij is het tevens belangrijk te kijken naar de tijdsgeest. De huidige technologie maakt het onder andere mogelijk om informatie instant met al je vrienden te delen en de rest van de wereld… Iets wat vroeger onmogelijk was.”

“Als je alleen al kijkt naar leeftijd zie je dat het bij 12-15-jarigen erg belangrijk is om bij de groep te horen. Daarnaast vind iedereen het belangrijk om gezien en erkend te worden. Dat is iets menselijks en natuurlijks (denk hierbij ook maar aan experimenten die gedaan zijn met dieren die geen aandacht krijgen…). Het posten van ‘selfies’ is onder andere een manier om dit voor elkaar te krijgen. Veel volgers en likes geven het gevoel dat je erbij hoort en eventueel populair bent: je wordt gezien en erkend. Voor sommigen is het zelfs een kans om ontdekt en beroemd te worden… Ook hebben we tijdens het onderzoek een aantal schrijnende verhalen gehoord waarbij jongeren aangeven dat negatieve aandacht ook aandacht is omdat je dan toch gezien wordt (ook al is het op een negatieve manier)…”

*De nieuwe studie van TwinQ is het grootste onderzoek onder 5-25-jarigen dat de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden:

  • Deskresearch
  • Kwalitatief onderzoek waarbij circa 60 diepgaande interviews zijn gehouden van elk 1,5-3 uur met kinderen, jongeren en hun ouders in hun eigen omgeving; vaak ontroerende, zeer open en inspirerende gesprekken
  • Kwantitatief onderzoek, in samenwerking met No Ties, onder circa 4.000 5-25-jarigen
Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019