Week van Het Nieuwe Werken: ‘Spitsuurstress aan kinderen niet besteed’

Het blijkt niet alleen de 'Week van het geld' te zijn, maar ook de 'Week van Het Nieuwe Werken'. En óók in dat kader is een onderzoek uitgevoerd, naar een herkenbaar onderwerp. Wie kinderen heeft, weet immers dat het niet altijd even makkelijk is om ´s ochtends op tijd met het hele gezin aangekleed, gegeten, de haren gekamd en de tanden gepoetst de school- en werkdag te beginnen. De meeste kinderen (76%) ervaren deze 'stressmomenten' heel anders: zij vinden hun ouders zelfs in de vroege ochtend en late middag (heel) gezellig.

Dit blijkt uit onderzoek (pdf) van TNS NIPO onder ruim 800 kinderen van 5 t/m 12 jaar, in opdracht van Kinderopvang Nederland en Natuur & Milieu. In het onderzoek is kinderen gevraagd wat zij vinden van de buitenschoolse opvang, hoe zij aankijken tegen thuiswerkende ouders, wat zij thuis en op de bso het liefst doen en hoe zij de stressmomenten van het gezin ervaren. Dit zijn de belangrijkste resultaten:

  • 1 op de 10 kinderen (9%) is weleens alleen thuis;
  • 2 op de 5 ouders (41%) werkt weleens thuis;
  • 71% van de kinderen gaat graag naar de buitenschoolse opvang, 15% vindt de bso 'stom'; op de bso spelen kinderen het liefst buiten (94%);
  • 1 op de 3 kinderen met thuiswerkende ouders (36%) speelt alleen als een ouder thuiswerkt; 
  • 1 op de 10 kinderen met thuiswerkende ouders (10%) mag dan niet tegen zijn/haar ouders praten.
  • thuis spelen kinderen het liefst met hun eigen speelgoed (96%), maar ook tv kijken (95%), met papa of mama spelen (94%), buitenspelen (94%) en computerspelletjes (90%) zijn populair;
  • 3 op de 4 kinderen (76%) vindt zijn/haar ouders (heel) gezellig na het opstaan en vóór het avondeten;
  • de helft van alle kinderen (49%) vindt het niet leuk als zijn/haar ouders thuiswerken.

Op de website van de campagne 'Het Nieuwe Werken doe je zelf!' worden vijf tips voor thuiswerkende ouders gedeeld. Bedenk wel dat Kinderopvang Nederland zich verbonden heeft aan de campagne, dus helemaal objectief zijn de adviezen niet:

  • Vertel je kind(eren) van te voren dat je die dag thuiswerkt;
  • Wees duidelijk over wat ze wel en niet mogen als je thuis aan het werk bent; 
  • Benut op een thuiswerkdag de pauzes om samen met je kind(eren) dingen te doen; 
  • Maak je niet druk tijdens de 'ochtend- en avondspits' van het gezin, dat doen je kinderen ook niet; 
  • Wil je in alle rust thuiswerken en je kinderen een plezier doen, kies dan voor buitenschoolse opvang.

PS  Onder de noemer 'Tem de Tijd' is nog een ander onderzoek gepresenteerd, waaruit blijkt dat werkende Nederlanders gaan in hoge mate gebukt onder werk- en tijdstress. Een hoge werkdruk, het ontbreken van flexibele werktijden en een te lange reistijd dragen in  belangrijke mate bij aan het stressgevoel. Bij de helft van de Nederlanders gaat de stress ten koste van gezin, vrienden en hobby's.

Week van het geld 2012: ‘Ouders tevreden over financieel gedrag kinderen’

Twee derde van de Nederlandse ouders is tevreden over de manier waarop hun kind met geld omgaat. Als het kind bijsturing nodig heeft, dan heeft dat veelal te maken met de drang om te snel en te veel geld uit te willen geven (aan onzinnige dingen). Dit blijkt uit onderzoek (pdf) van Wijzer in geldzaken onder ruim 500 ouders van kinderen in groep 7 en 8 in het kader van de Week van het geld*. Van 12 t/m 16 november organiseren 80+ organisaties door het hele land activiteiten om kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar te leren omgaan met geld.

Om ouders te helpen bij de financiële opvoeding van hun kinderen, heeft Wijzer in geldzaken tevens een ouderkrant over financiële opvoeding gelanceerd met tips, checklists en een zakgeldcontract.

Zakgeld = leergeld
Bijna de helft van de ouders vindt het lastig om hun kind te leren omgaan met geld: 'Hoe leer je een kind de waarde van het geld?' Maar ook loslaten zorgt voor lastige situaties: het zakgeld is er om van te leren, maar ouders vinden het moeilijk toe te kijken hoe het kind verkeerde beslissingen neemt. Toch heeft bijna 80% van de ouders zijn/haar kind wel eens iets laten kopen waar het niet achter stond. Het advies om kinderen vanaf een bepaalde leeftijd zakgeld te geven zodat ze leren omgaan met eigen geld, wordt door negen op de tien ouders opgevolgd. Wel krijgt één op de tien kinderen dit zakgeld onregelmatig. Een kwart krijgt het maandelijks, de helft krijgt het wekelijks.

'Kinderen echte spaarders'
De Nederlandse spaarzin zit er al op jonge leeftijd in. Bijna de helft van de ouders typeert zijn/haar kind als 'zuinig, een echte spaarder'. Bij twee op de tien kinderen past de typering 'geeft gemakkelijk geld uit, het is vaak op'. Van alle lessen die ouders hun kinderen op het gebied van geld kunnen leren, wordt 'je kunt pas iets kopen als je genoeg gespaard hebt' het meest genoemd als belangrijke les (61%). Ook vindt 60% van de ouders het een van de belangrijkste lessen om hun kroost bij te brengen dat je niet meer kunt uitgeven dan er binnenkomt.

Praten over geld voor ouders geen taboe
Hoewel maar weinig kinderen weten wat de ouders verdienen, is praten over geld geen taboe. Zo praat een kleine meerderheid van de ouders met de kinderen over financiële tegenslagen en weet een zelfde kleine meerderheid ook in grote lijnen waaruit de vaste lasten bestaan. Twee derde van de ouders heeft met de kinderen over de economische crisis gesproken en de werking van reclame is door acht op de tien ouders uitgelegd.

'Als ik later groot ben' word ik rijk
Thema van de Week van het geld 2012 is 'Als ik later groot ben'. Zeven op de tien kinderen in groep 7 en 8 weten volgens de ouders nog niet wat ze willen worden. Beroepen die het meest genoemd worden zijn juf/meester, dierenarts, arts/dokter, architect en directeur/eigenaar/manager. Opvallend is dat maar liefst drie op de tien kinderen het over veel geld verdienen hebben als ze het hebben over 'groot' zijn…

Achmea geeft financiële les op basisscholen
Achmea is één van de bedrijven die de Week van het Geld ondersteunt. De verzekeraar neemt deel aan het gastlesprogramma 'Bank voor de Klas', waarin 3.300 gastlessen aan 100.000 kinderen worden gegeven (Achmea is lid van de Nederlandse Vereniging van Banken, vandaar). Om zo'n gastles over financiële educatie leuk en laagdrempelig te houden, hebben de banken het spel Cash Quiz laten ontwikkelen. Het spel brengt de dialoog op gang over omgaan met geld. Het spel wordt na afloop van de gastles geschonken aan de school zodat het later nogmaals gespeeld kan worden door de kinderen.

iPad-app helpt kinderen leren omgaan met geld
Annelou van Noort, schrijfster van het succesvolle zakgeldboek Tel je Geld, presenteert in deze week haar nieuwe iPad-app Kidz 'n Cash, waarmee kinderen van 6 tot 12 jaar spelenderwijs bekend raken met dingen als zakgeld, dingen kopen, geld sparen en geld opnemen met een pinpas. Het betreft een educatieve Nederlandstalige app waarmee kinderen niet alleen hun cash geld kunnen beheren (munten en biljetten), maar ook leren wat 'plastic geld' betekent (in de vorm van een virtueel banksaldo).

Andere organisaties die een bijdrage leveren zijn bijvoorbeeld Bart Smit (het Jumbo-zakgeldspel tegen gereduceerd tarief), Hi (kinderen meer leren over mobiel bellen en de kosten die daarbij komen kijken), Lidl (gastlessen 'Boodschappen doen met een lijstje'), NTR (aandacht aan het omgaan met geld in Schooltv-programma’s) en PostNL (een eigen persoonlijke ansichtkaart over 'als ik later groot ben').

*De derde editie van de Week van het geld is een initiatief van Wijzer in geldzaken en is er op gericht om kinderen in het basisonderwijs te leren omgaan met geld. Door kinderen al jong financieel bewust te maken, wordt de basis gelegd voor financiële zelfredzaamheid op volwassen leeftijd. Immers, jong geleerd is oud gedaan.

Interactieve GenYus-quiz met Joeri Van den Bergh (InSites): hoe goed ken jij generatie Y?

Joeri Van den Bergh, auteur van het terecht bekroonde marketingboek How Cool Brands Stay Hot, test in zijn presentaties altijd de kennis over jongeren bij zijn publiek (overigens veelal met een dubieuze prijs voor de winnaar). Nu kan je ook veilig thuis zijn vragen beantwoorden, via deze interactieve quiz op YouTube. Altijd leuk. Weet jij welk werk de jeugd van tegenwoordig het liefste willen verrichten of wat hun favoriete stad is? De antwoorden zijn te vinden in een grootschalig, internationaal jongerenonderzoek van InSites Consulting.

Kijk en klik!

MTV-onderzoek: ‘Millennials zijn altijd en overal connected’

Traditionele media nemen nog steeds een belangrijke rol in voor jongeren in Nederland. Maar liefst 93% van de jongeren in de Millennial-doelgroep kijkt dagelijks televisie en ruim driekwart luistert dagelijks naar de radio. De televisie en computer zijn de belangrijkste media apparaten voor Nederlandse Millennials. Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek 'Me Public' (pdf) van Be Viacom (MTV, Comedy Central en Nickelodeon) naar het mediagebruik van Millennials (14-34 jaar) onder 5.172 respondenten in deze doelgroep uit tien landen.

Jongeren kijken niet of naar de televisie of gebruiken de computer, maar doen het allemaal tegelijkertijd: tv kijken, telefoon gebruiken, computeren. Meer dan de helft van de Millennials heeft er dan ook behoefte aan dat content, van bijvoorbeeld een favoriet programma, toegankelijk is voor meerdere devices. Het mediagebruik van deze doelgroep is dan ook intensief en zeer divers. De top vijf van het dagelijks mediagebruik van de Millennials ziet er volgens de onderzoekers als volgt uit: 1. internetten (97%); 2. televisie kijken (93%); 3. social media zoals Facebook gebruiken (80%); 4. radio luisteren (77%); 5. kranten lezen (41%).

Ondertussen wordt de mobiele telefoon steeds populairder:

Nederlandse Millennials hebben gemiddeld 180 vrienden op social media. Meer dan de helft van deze groep kijkt naar een programma op aanraden van een vriend, 46% vindt het leuk om met vrienden over een programma te praten tijdens de uitzending. Dit blijft niet alleen in de huiskamer: 27% post zijn mening over een programma op sociale netwerken of binnen een community en een kwart post zijn mening op Twitter. Ruim twee derde (69%) van deze doelgroep stuurt content over merken of programma’s door via chat of e-mail.

Bijna de helft van de Millennials raakt geïnspireerd door advertenties over producten of merken. De grootste bron van merkeninspiratie is televisie, gevolgd door het internet en directe verkooppunten. Televisiereclame wordt nog steeds gewaardeerd door 62% van de Millennials. Een ruime meerderheid zegt grappige advertenties te delen en 46% beveelt merken en bedrijven aan in gesprekken met vrienden en nog eens 29% doet dit ook online.

Gedurende het onderzoek ‘Me Public II’ heeft Be Viacom naar eigen zeggen een formule ontwikkeld waarmee bedrijven zelf een favoriet merk kunnen neerzetten: het toevoegen van emotie versterkt het merk, dit wordt vermenigvuldigd door het merk continu populair te houden onder jongen. Hoe je merk continu populair houdt, wordt niet duidelijk uit het persbericht…

Britse jongeren: 17 uur online, 17 uur voor de tv

Het gebruik van mobiel internet in Nederland is vooral onder jongeren van 12 tot 25 jaar sterk toegenomen; in 2012 gaat 86% van deze leeftijdsgroep regelmatig mobiel online, zo meldde het CBS deze week in een persbericht. Tegelijkertijd publiceerde het Engelse Ofcom het lijvige onderzoeksrapport 'Children and parents: media use and attitudes' (pdf). De Britse jeugd blijkt meer tijd dan ooit online te besteden. De leeftijdsgroep 12-15 jaar is zo'n 17 uur per week online. Ze kijken even lang naar de televisie.

Voor alle leeftijdsgroepen blijft televisie een belangrijk medium. Met name 5-11-jarigen zeggen niet zonder te kunnen. Het aantal kinderen dat een toestel in de eigen kamer heeft, neemt af. Een kwart van de 10-15-jarigen kijkt na negen uur 's avonds naar de tv.

Net als in Nederland gebruiken de Engelse 12-15-jarigen meer dan voorheen mobiel internet en is de kans groter dat hun mobiele telefoon het apparaat is dat ze het meest zouden missen. Bijna tweederde (62%) heeft nu een smartphone. Ze versturen wekelijks gemiddeld 193 tekstberichtjes. Inmiddels gebruikt 17% een tablet.

Vier van de vijf 12-15-jarigen hebben een profiel op een sociale netwerksite, met gemiddeld 286 vrienden (waarvan ze een kwart nooit ontmoet hebben!). Een overgrote meerderheid van 93% zegt goed te weten hoe veilig online te verblijven.

“Children’s take-up and use of different media is growing at a rapid pace, with some areas such as texting and smartphone ownership fast outstripping the general population. However, children are not just using more media, they are also adopting some forms at a very young age. This highlights the challenge that some parents face in keeping up with their children when it comes to technology and in understanding what they can do to protect children.” [Claudio Pollack, Ofcom]

PS  Het bevorderen van mediawijsheid is één van de doelen van Ofcom. In de rapportage (pdf; 205 pagina's) zie je heel veel meer gegevens, ook voor andere leeftijdsgroepen (3 – 15 jaar) en andere media. Er staan maar liefst 172 grafieken in. Onderstaand een voorbeeld, waaruit blijkt dat de meeste jongeren zich niet storen aan de hoeveelheid reclame online.

[Via Mashable]

Cito: ‘Nederlandse leerlingen zijn sociaal competent’

Het gaat goed met het sociale functioneren van Nederlandse scholieren. Voor de meeste leerlingen lijkt het laatste leerjaar van het basisonderwijs in sociaal opzicht een probleemloze periode, zo blijkt uit het peilingsonderzoek sociale competenties (pdf) van Cito, uitgevoerd in 2011. Dit is het eerste onderzoek, waarbij het sociale functioneren van leerlingen zo breed in kaart is gebracht. De conclusie komt overeen met recent onderzoek van Unicef waaruit blijkt dat Nederlandse jongeren gelukkig zijn.

Wetenschappers inventariseerden het sociaal functioneren aan de hand van 66 kenmerken van de sociale en morele ontwikkeling. Daartoe behoren zelfbeeld, intrinsieke en extrinsieke motivatie, het verwerken van sociale informatie, sociaal gedrag en probleemgedrag, burgerschapsattituden en -vaardigheden, inlevingsvermogen, de neiging tot het maken van sociale denkfouten en het morele oordeelsvermogen. Ook de beleving van de school, de leerkracht en de klasgenoten en de mate waarin de leerling betrokken is bij agressief en onordelijk gedrag in de klas zijn onderzocht.

De overgrote meerderheid van de leerlingen blijkt een positief tot zeer positief beeld van zichzelf te hebben. Nagenoeg alle leerlingen zijn sterk gemotiveerd om het volgend schooljaar in het voortgezet onderwijs hun beste beentje voor te zetten. Volgens de leerkrachten gedragen de leerlingen zich in de klas op een pro-sociale manier en kunnen zij zich goed in anderen inleven. Vrijwel alle leerlingen vinden het leuk op school en denken zeer positief over hun leerkracht als persoon en vakdocent. Ze ervaren hun klasgenoten overwegend als aardig, behulpzaam en respectvol. Agressieve gebeurtenissen komen in de klassen zeer weinig voor. Op een enkele uitzondering na staan alle leerlingen sterk afwijzend tegenover materiële en fysieke agressie en vindt vrijwel iedereen het belangrijk om zich aan morele principes te houden. Leerlingen hebben over het algemeen weinig last van emotionele en depressieve symptomen.

Het positieve beeld van het sociale functioneren geldt niet voor alle leerlingen. Zo heeft volgens leerkrachten ruim 10% te kampen met concentratieproblemen, overactiviteit of impulsiviteit, 9% zegt een enkele keer of vaker slachtoffer te zijn geweest van agressief gedrag in de klas. Daarnaast is er een kleine groep leerlingen die normoverschrijdend gedrag goedpraat, de ernst ervan onderschat en zich niet of nauwelijks in een ander kan verplaatsen. Probleemloos sociaal functioneren is dus niet vanzelfsprekend. Aandacht ervoor is en blijft noodzakelijk, aldus Cito.

Scholier ziet baankansen in gezondheidszorg, techniek & ICT

De sectoren gezondheidzorg, techniek en ICT bieden volgens Nederlandse jongeren de beste kansen op werk. Bij overheid, toerisme en transport schatten zij de baankansen een stuk minder rooskleurig in. Bij beroepskeuze gaan meisjes vooral voor sfeer en jongens voor het geld. Dit blijkt uit een groot onderzoek op Habbo en Hyves naar het oriëntatiegedrag van scholieren bij studie- en beroepskeuze, uitgevoerd in opdracht van Scholieren.tv.

De ondervraagde jongeren gaven aan in welke sectoren zij de kans op werk het hoogst inschatten. Net als voorgaande jaren scoorden de sectoren gezondheidzorg (25%) en techniek (15%) het beste. Jongens zien vooral baankansen in de techniek en meisjes in de gezondheidzorg. Transport en logistiek wordt gezien als de sector met minst gunstige perspectieven op werk. Opvallend is dat de kans op een baan binnen de sectoren gezondheidzorg en ICT in de ogen van de jongeren is gestegen. De sector onderwijs is voor wat betreft verwachte baankansen juist flink gedaald, deze stond in 2010 nog op de tweede plek.

Zo'n 60% van de jongeren geeft aan een goed beeld te hebben van de keuzemogelijkheden, dat is flink minder dan een jaar geleden, toen lag dat nog op 78%. Het percentage jongeren dat een goed beeld heeft van de te kiezen beroepen stijgt van 50% op 10-jarige leeftijd naar 75% op 15-jarige leeftijd.

Voor de scholieren is de sfeer op het werk het belangrijkst. Voor 34% is het de doorslaggevende factor om voor een bepaalde beroepsgroep of werkgever te kiezen, 23% van de ondervraagden vindt salaris het belangrijkst. Jongens hechten de meeste waarde aan salaris en meisjes aan werksfeer. Gemiddeld neemt het belang van salaris af naarmate de jongeren ouder worden en neemt het belang van werksfeer juist toe. Baangarantie wordt steeds belangrijker voor jongeren in hun beroepskeuze, waadoor deze keuzefactor steeds vaker wordt meegenomen in studievoorlichting.

Uit het onderzoek bleek dat de scholieren zich vooral op school (45%) en thuis (35%) oriënteren. Ouders blijven erg belangrijk als studiekeuzeadviseurs, maar naarmate de scholieren ouder worden krijgt de school een grotere rol. Het maken van online studie- en beroepskeuzetesten blijft de voornaamste informatiebron, gevolgd door het bezoeken van open dagen. Ruim 4% geeft aan de Beroepenkrant te gebruiken als informatiebron tijdens hun oriëntatie op studie en beroep.

*Het onderzoek is uitgevoerd in juli en augustus 2012 door Scholieren.tv op Habbo Hotel en Hyves. In totaal hebben 4.405 scholieren op Habbo en 1.041 scholieren op Hyves in de leeftijd van 10 tot 17 jaar oud meegewerkt aan het online onderzoek.

[Foto: Peretz Partensky]

Van binnen naar buiten

"For children, play is life itself." [Maria Elander, IKEA Children’s School]

Wie nu geboren wordt, kan niet om beeldschermen heen. Bert & Ernie op de televisie, Nijntjes Tuin op de smartphone, Angry Birds op de tablet, Donald Duck op de laptop, Mario & Sonic op de spelcomputer, enzovoort. En dat is alleen nog maar thuis. Op school wordt lesgegeven met behulp van een smartboard, in winkels worden lonkende aanbiedingen getoond op flatscreens, in het plaatselijke zwembad hangen monitoren die sfeerbeelden vertonen, op weg naar de vakantiebestemming kan op de achterbank naar dvd’s worden gekeken, en ook hier geldt: enzovoort.

Als we focussen op het spelelement van dit onderwerp, zien we dat meer dan de helft van de Nederlands 6-12-jarigen (bijna) dagelijks computerspelletjes speelt. Dat blijkt uit het onderzoek Jongeren 2011 van Qrius. Kinderen gamen met name op een console (68%) en op het internet (67%). Daarnaast speelt een groot deel van deze leeftijdsgroep spelletjes op de computer (56%) en op een handheld (55%). Overige manieren, bijvoorbeeld op een mobiele telefoon, tablet of mp3-speler, zijn veel minder populair. Hetzelfde geldt voor jongeren in de middelbareschoolleeftijd.

Toch heeft de jeugd van tegenwoordig geen vierkante ogen. Niet iedereen zal het willen geloven, maar gebruiken uit een ver verleden zijn nog niet uit de tijd. Het bordspel Scrabble vliegt de winkels uit, opvallend genoeg dánkzij de smartphonevariant Wordfeud. De leden- en bezoekersaantallen aan de speeltuinen in Nederland nemen de laatste jaren toe. En ook in de lente van 2012 wordt er weer volop geknikkerd, met ballen gegooid, touwtje gesprongen en gehinkeld.

Driekwart van de kinderen van 6 t/m 12 jaar speelt meerdere keren per week buiten, volgens onderzoek dat TNS NIPO in opdracht van Jantje Beton uitvoerde. Ze spelen het liefst op het schoolplein, een grasveld en in de natuur. Maar liefst 80% van de ondervraagde kinderen heeft gezegd van buitenspelen vrolijk en blij te worden, een derde voelt zich na het buitenspelen sterk en gezond. Diverse organisaties proberen dat te promoten; in Engeland stelde National Trust een fraai overzicht op van de 50 coolste buitendingen die je gedaan moet hebben voor je 11¾ wordt (van een steen over het water ketsen tot een slakkenrace houden).

Ook IKEA deed onderzoek naar speelgedrag, naar eigen zeggen vanuit de overtuiging dat kinderen de belangrijkste mensen in de wereld zijn en thuis de belangrijkste speelplaats is. In 25 landen werden meer dan 10.000 interviews afgenomen, en daaruit kwam naar voren dat kinderen veel liever spelen met vrienden (89%) en ouders (73%), dan dat ze tv kijken (11%) – het sociale aspect gaat boven alles. Voor marketeers kwam een bruikbaar inzicht naar voren uit de studie; veel kinderen geven er de voorkeur aan om hun eigen activiteiten te verzinnen. Ze willen niet dat zaken vóór hen verbeeld worden, ze willen zelf creatief zijn. Voor LEGO is dat een vanzelfsprekend gegeven (onder het campagnemotto ‘imagine’ zijn enkele gekleurde blokjes voldoende om ieders fantasie aan het werk te zetten), maar ook andere merken kunnen het belang van verbeelding ter inspiratie gebruiken. Zou McDonald’s -‘s werelds grootste speelgoeddistributeur; jaarlijks ruim anderhalf miljard speeltjes in de bekende doosjes van de Happy Meals – iets met die aanbeveling kunnen?

Maak kennis met de klas van 2015

"Today’s incoming college freshmen represent a generation of highly-connected, tech and marketing-savvy youth who expect brands to work harder than ever. Knowing who they are and how they use technology and social media is critical to your brand’s success."

Het Amerikaanse socialemarketingbureau Mr Youth heeft onderzoek (pdf) naar de nieuwe lichting studenten verricht. De 'Class of 2015' definieert zichzelf met de woorden 'technologie' en 'lui', staat positief in het leven en verwacht transparantie van merken.

Enkele aardige feitjes: de helft heeft meer dan 300 Facebook-vrienden (de top 10% meer dan 1.000), vier op de tien hebben aangegeven meer dan 20 merken op Facebook leuk te vinden, driekwart stuurt meer dan 20 tekstberichtjes per dag, viervijfde gebruikt twee of meer andere apparaten tijdens het tv-kijken en bijna zes op de tien gebruiken Twitter continu.

"Your brand is complimentary to their own."

Wie vrienden wil worden met deze generatie doet er goed aan om de volgende adviezen op te volgen:

  1. Help them express their personal brand;
  2. Integrate organically into their world;
  3. Get in good with their friends;
  4. Become an on-demand brand;
  5. Get to know them before assuming what they want.

Lees de whitepaper (pdf) voor meer. [Via Forbes via Ypulse]

Presentatie: ‘How Cool Brands Stay Hot’

"Gen Y has 146 brand related conversations/week = 2x amount of adults"

Vorige week werd het boek How Cool Brands Stay Hot gelanceerd in België. Voor wie niet bij het evenement aanwezig was (en ook over twee weken niet bij de Nederlandse presentatie kan zijn), hieronder de Slideshare-versie. Interessante kost, met fijne inzichten als 'friends are the cool filter' en 'happiness is the new rebellion'.

Generatie Y schreeuwt om meer aandacht, aldus boek/onderzoek over coole merken

"Ze zijn de generatie van consumenten met de meeste macht ooit." [Joeri Van den Bergh]

Generatie Y, ook wel bekend als de Millenniumgeneratie (jongens en meisjes tussen 14 en 30 jaar), doet meer en meer zijn intrede op de arbeidsmarkt. Aangezien ze een grotere groep vormen dan hun voorgangers (Generatie X), zal hun invloed op de maatschappij, de politiek en het bedrijfsleven de komende decennia groter zijn en vergelijkbaar met de invloed die de babyboomers eerder al hadden.

Deze nieuwe actieve generatie heeft echter het gevoel dat ze op dit moment niet serieus genomen wordt, niet alleen door de politici en de overheid maar ook door bedrijven en merken. Nadat ze meer dan 25.000 Gen Y’ers betrokken in hun onderzoeksactiviteiten om contact te houden met 'de nieuwe consument', schreven MTV Networks en InSites Consulting een managementboek over wat de millennials echt bezig houdt. De lancering van het boek deze maand wordt ondersteund door een nieuwe studie in 16 landen naar de emoties en behoeftes van de jonge en toekomstige generatie.

Acht van de tien Millennials over de hele wereld hebben het gevoel dat ze genoeg aandacht krijgen van hun ouders, familie en vrienden. Politici, overheden en bedrijven moeten zich echter meer bewust worden van de wensen en behoeftes van deze opkomende generatie; 61% van de Gen Y’ers vindt dat politici helemaal geen aandacht aan hen besteden en volgens 55% zou de overheid zich meer moeten concentreren op de eisen van jongeren. Een derde vindt dat de privésector, en meer in het bijzonder de werkgevers, hun generatie aandachtiger moeten volgen.

Het is niet alleen de arbeidsmarkt die te weinig interesse toont. In tegenstelling tot de populaire overtuiging dat jongeren als consumenten de belangrijkste doelgroep vormen voor bedrijven, vindt één op vier Gen Y’ers wereldwijd dat ze meer aandacht van merken verdienen. Ze vinden dat niet alleen omdat ze zelf geld uitgeven maar ook omdat ze een grote invloed hebben op de uitgaven van hun ouders. "

Voor vele ouders is het ongelooflijk belangrijk om de goedkeuring van hun tieners en twintigers te krijgen. Ze behandelen hun kinderen eerder als vrienden dan als ondergeschikten. De reden hierachter is dat het gemiddelde aantal kinderen per vrouw drastisch gedaald is, terwijl het aantal scheidingen gestegen is." [Joeri Van den Bergh, InSites]

"Hun ouders stapten af van de traditionele disciplinaire rol als reactie op hun relatie met hun eigen ouders. De meesten onder hen vragen de mening van hun kinderen voor ze aankoopbeslissingen maken. Deze openheid is de lijm die het gezin samenhoudt." [Mattias Behrer, MTV]

De grootste invloed die Millennials van over de hele wereld melden, is hun invloed op de technologieën die hun ouders beginnen te gebruiken (52%) en de producten die ze kopen (44%). Maar ze beïnvloeden ook de programma’s waarnaar babyboomers kijken (36%) en zelfs de vakantiebestemmingen (36%) en winkels (34%) die ze bezoeken. Top 10 'Ik heb een sterke invloed op de beslissingen van mijn ouders wat betreft…':

  1. De technologieën die ze beginnen te gebruiken (52%)
  2. De producten die ze kopen (44%)
  3. De tv-programma’s die ze bekijken (36%)
  4. De vakantiebestemmingen die ze bezoeken (36%)
  5. De winkels die ze bezoeken (34%)
  6. Hun gedrag ten opzichte van het milieu (34%)
  7. De bars en restaurants die ze bezoeken (32%)
  8. De steden die ze bezoeken (32%)
  9. De kleding die ze dragen (30%)
  10. De merken die ze verkiezen (29%)

"Iedereen had verwacht dat deze digitale natives de sterkste invloed zouden hebben in de technologiecategorieën. De invloed van deze generatie op consumentenmarkten is echter veel groter dan louter de gekende invloed op mobiele apparaten of sociale media. Ouders en volwassenen willen eeuwig jong blijven en wenden zich dus tot jongeren om te beslissen welke kleding ze dragen, welke merken ze gebruiken of welke plaatsen ze bezoeken." [Joeri Van den Bergh]

Volgens de auteurs van 'How Cool Brands Stay Hot' zouden bedrijven en merken dan ook meer aandacht moeten besteden aan de waarden en eigenschappen die hoog op het verlanglijstje van jongeren prijken.

"Om relevant te blijven voor deze opkomende generatie consumenten moeten merken begrijpen hoe ze opnieuw in contact kunnen komen met de Gen Y’ers. Zodra je een Millennial vertelt dat je cool bent, mag je zeker zijn dat je het niet bent. Zij beslissen zelf wat cool is. Het is geen eigenschap die je bewust kunt plannen of nastreven. Je moet het respect verdienen van deze kritische generatie die maar al te goed weet hoe de marketingvork in de steel zit." [Mattias Behrer]

Uit de lange lijst van 33 verschillende eigenschappen die aan producten en merken toegeschreven kunnen worden, kozen de 15- tot 25-jarigen niet gewoon 'cool zijn' voor hun top 10. Om in de armen van de nieuwe generatie consumenten gesloten te worden, moeten merken hun eigen stijl hebben (35%), positieve emotionele ervaringen bieden (31%) en tegelijkertijd up-to-date blijven (28 %).

"Niet dat cool zijn niet belangrijk voor hen is. Dat een merk al dan niet cool is, is eerder het resultaat van een complexe mix van kenmerken dan iets wat ze aan de kassa kopen. De favoriete jeugdmerken verschillen van regio tot regio; op het gebied van kleding heb je bijvoorbeeld Top Shop in het VK, Zara in Spanje of G-Star Raw in Nederland. Toch delen Gen Y’ers overal dezelfde kenmerken wanneer ze het over hun geliefde merken hebben." [Joeri Van den Bergh]

Top 5 van de belangrijkste merkeigenschappen voor Generatie Y:

  1. Een eigen stijl hebben (35%)
  2. Mij gelukkig maken (31%)
  3. Up-to-date zijn (28%)
  4. Een vlekkeloze reputatie hebben (27%) Echt/authentiek zijn (27%) Uniek zijn (27%) Iets zijn waarmee ik me kan identificeren (27%)
  5. Duidelijk en eenvoudig zijn (24 %)

Sommige eigenschappen zijn belangrijker in bepaalde delen van de wereld, maar de hoogst genoteerde items blijven overal dezelfde. Up-to-date zijn is van groter belang in Rusland en de VS. Een vlekkeloze reputatie scoorde hoger in Rusland en meer Chinese jongeren hechten veel belang aan authentieke en spirituele merken. In Brazilië en India moeten merken ook een veilig gevoel geven en in dat eerste land vindt men betrokkenheid bij het milieu ook heel belangrijk.

De auteurs hebben hun bevindingen over de belangrijkste universele merkkenmerken voor Millennials samengevat in een nieuw, wetenschappelijk getest model. Ze kwamen daarbij op de proppen met het 'CRUSH'-acroniem. Deze fundamentele bouwstenen voor succesvolle Generatie Y-merken worden in hun boek één voor één uitgebreid uitgelegd en toegelicht.

Als Gen Y’ers een merk een hoge score geven op elk van de CRUSH-elementen, krijgt het merk een beter imago en zal er over het merk gepraat worden. Zowel het imago van het merk als de gesprekken over het merk zullen een aanzienlijk positief effect hebben op de sterkte van het merk (brand leverage), waardoor coole merken zelfs bij deze wispelturige generatie consumenten gegarandeerd hot zullen blijven.

Om jongeren iets terug te kunnen geven, gaat 25% van de royalty’s van het boek naar de Staying Alive Foundation, een wereldwijde liefdadigheidsinstelling tegen hiv en aids die jongeren meer macht wil geven.

Update: klik hier voor de presentatie van de boeklancering en hier voor een recensie van het boek.

Schokkend onderzoek: mediagebruik jonge gezinnen

"Parents have a tough job, and they rely on TV in particular to help make their lives more manageable. Parents use media to help them keep their kids occupied, calm them down, avoid family squabbles, and teach their kids the things parents are afraid they don't have time to teach themselves." [Vicky Rideout, KFF]

De Kaiser Family Foundation, bekend van het veelgeprezen/-beschreven rapport over 'Generation M', heeft nieuwe onderzoeksresultaten gepubliceerd. Ditmaal werden ruim 1.000 ouders met kinderen van zes maanden tot zes jaar ondervraagd. Met interessante resultaten, waarbij we in het achterhoofd moeten houden dat dit Amerikaanse huishoudens betreft.

"Media makes life easier. We're all happier. He isn't throwing tantrums. I can get some work done."

Electronische media staan centraal in het leven van veel jonge gezinnen. De media helpen om om de vrede in het huishouden te bewaren, om met drukte te kunnen omspringen en om zaken als eten, ontspannen of in slaap vallen te vergemakkelijken. Op een gewone dag kijken acht van de tien kinderen onder de zes naar een beeldscherm, gemiddeld bijna twee uur. Het mediagebruik stijgt met de leeftijd, van 61% van de baby's (1:20 uur) tot 90% van de 4-6-jarigen (2:03 uur).

"My daughter knows her letters from Sesame Street. I haven't had to work with her on them at all."

In veel huishoudens is overal een televisie aanwezig. Eenderde van de kinderen heeft een tv in de eigen slaapkamer (van 19% van de baby's(!) tot 43% van de 4-6-jarigen). Ouders hebben hier goede redenen voor: zo kunnen ze zelf naar andere programma's kijken (55%) of houden ze het kind bezig zodat ze zelf dingen in of om het huis kunnen doen (39%).

"The TV is on all the time. We have five TVs. At least three of those are usually on – her bedroom, the living room, and my bedroom."

[Klik hier voor het onderzoeksrapport (pdf) en hier voor de presentatie (pdf)]

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019