Onderzoek StudentenWerk: ’17-30-jarigen hebben geen last van technostress’

Eind 2012 wees FNV op de fysieke en psychische gevolgen van 'technostress' bij werknemers. Nieuw onderzoek van StudentenWerk onder 529 jongeren tussen de 17 en 30 jaar spreekt dit nu tegen. Het blijkt dat ruim driekwart van de jongeren/jongvolwassenen niet warm of koud wordt van de continue bereikbaarheid via telefoon, e-mail en/of social media. Hoewel vrienden, familie, docenten én werkgevers hen altijd en overal kunnen bereiken, leveren de belletjes, sms'jes, 'pokes' en statusupdates geen extra stress op.

Het onderzoek geeft aan dat bereikbaarheid een duidelijke keuze is: de helft van de respondenten raakt er niet gestrest van, omdat zij er bewust voor kiezen om offline te gaan wanneer dat zo uitkomt. Ruim een kwart ervaart helemaal geen stress en vindt altijd online en bereikbaar zijn juist handig.

"De nieuwe generatie zit constant online, zowel privé als voor hun werk. Ze zijn flexibel en pakken ontwikkelingen op het gebied van digitale communicatie razendsnel op. Zo kun je je bereikbaarheid op allerlei manieren aanpassen aan je eigen voorkeuren, elk social medium heeft daar opties voor. Juist jongeren hebben direct door hoe je deze instellingen slim kunt toepassen. Zij snappen ook wel dat je hardware gewoon kunt uitzetten als dat nodig is." [Hugo de Koning, StudentenWerk]

Toch zijn niet alle 17-30-jarigen technostressvrij, 16% raakt zelfs licht in paniek in geval van onbereikbaarheid. Tot deze groep behoren opvallend veel jongeren met een universitaire opleiding. En ook onder jongeren en jongvolwassenen bestaan ze: de geheelonthouders die bewust zonder smartphone of socialmediaprofiel door het leven gaan. Wel zijn zij met 7% in de minderheid; het grootste deel van deze groep (34%) zit nog op de middelbare school.

Mannen lijken beter te kunnen omgaan met alle prikkels van de moderne communicatiekanalen dan vrouwen. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat vooral mannen het praktisch vinden om continu met hun (sociale) netwerk in contact te staan (60% man tegenover 40% vrouw). Vrouwen kiezen er daarentegen weer wat vaker bewust voor om even offline te gaan, als zij niet bereikbaar willen zijn (53% vrouw tegenover 47% man). Opmerkelijk is dat in deze online-/offline-groep niet alleen de vrouwen, maar ook de hbo'ers bovengemiddeld scoren (38%).

JIM-onderzoek: ‘Eenderde van de Vlaamse jongeren heeft een levensmotto’ #YOLO

Naar jaarlijkse traditie heeft de Belgische jongerenzender JIM opnieuw een grootschalig jongerenonderzoek* uitgevoerd, deze week gepresenteerd tijdens de vijfde editie van het evenement JIM Youthlab. De eerste conclusie is dat negen van de tien Vlaamse jongeren gelukkig zijn, wat vorig jaar ook al uit het onderzoek kwam en nu des te meer bevestigd wordt, ondanks de toenemende crisis. Daarnaast – en dat is nieuw – blijkt één op de drie een levensmotto te hebben om uitdrukking te geven aan hun identiteit.

Een derde vaststelling is dat jongeren grotendeels via belevenissen hun levensmotto vormen, waarbij 'plezier, fun en het samen beleven' een belangrijke rol spelen. Reizen, een eerste liefde en de festivals vormen de top 3 van hun grootste beleving.

Jongeren zijn gelukkig
De huidige generatie Vlaamse jongeren staat, ondanks crisis en onheilspellend nieuws, nóg iets positiever in het leven in vergelijking met vorig jaar. Maar liefst 89% voelt zich gelukkig
en 88% kijkt optimistisch naar de toekomst. Ook de rol van vrienden (94%) en ouders (93%) wordt in 2013 als belangrijker beoordeeld.

YOLO
In het onderzoek geven jongeren aan dat de zoektocht naar hun identiteit meer dan ooit een uitdaging is geworden in 2013, door de toenemende onzekerheden en het wegvallen van geloofwaardige autoriteiten. Ze blijken zich hierdoor meer dan ooit vast te klampen aan een levensmotto, dat uitdrukking geeft aan de manier waarop ze in het leven staan. Maar liefst 34% heeft een levensmotto, bij meisjes loopt dit zelfs op naar 39%.

Meer dan de helft van de Vlaamse jongeren (52%) kent het motto ‘YOLO’ (you only live once). Ze interpreteren het vooral als een hedendaagse term voor ‘Carpe Diem’ (54%), wat hen toelaat om even alle zorgen te vergeten. Andere levensmotto’s die naar boven kwamen uit het onderzoek zijn bijvoorbeeld ‘Alles komt altijd goed’, ‘Never say never’ en ook ‘Never a failure, always a lesson’. De levensmotto’s komen vaak tot uiting op sociale media, maar sommigen willen het zelfs voor het leven op hun lichaam dragen via een tatoeage.

Jongeren willen beleven
Bij 58% blijken belevenissen, dingen die ze hebben meegemaakt, de belangrijkste inspiratiebron om een levensmotto te ontwikkelen. Jongeren vinden hun grootste beleving in reizen (89%), een nieuwe liefde (86%) en festivals (78%), waarbij plezier en fun (69%) het voornaamste zijn. Ook het samen beleven met anderen (62%) en een vorm van escapisme (61%) – het vergeten van het negatieve rondom hen – is belangrijk.

Wat maakt een belevenis voor hen onvergetelijk? De aanwezigheid van vrienden of familie om dit samen te beleven (46%), het feit dat de beleving de eerste keer is dat ze zoiets meemaken (40%) en als de jongere er een speciaal gevoel door heeft, een soort ‘I was part of it’-gedachte (39%). Jongeren vinden het daarnaast heel belangrijk om belevenissen te sharen: de helft deelt bewust belevenissen met elkaar. Dit doen ze vooral via foto’s (83%).

Interessant werkterrein voor merken
Jongeren voelen zich onzeker over de toekomst maar gaan daar positief mee om door heel erg in het hier-en-nu te leven en daardoor op zoek gaan naar belevenissen. Merken kunnen jongeren een onvergetelijke beleving bezorgen en jongeren lijken hiervoor open te staan: 70% beweert een merk te kopen als die hem een onvergetelijke beleving bezorgt en 75% zou ook het merk aanbevelen.

Volgens jongeren moeten merken in de eerste plaats zorgen voor een unieke fun-beleving en een relevante, betekenisvolle merkbeleving, aansluitend bij hun leefwereld. In de praktijk doen merken vaak te hard hun best om centraal te staan in deze beleving, terwijl ze eigenlijk gewoon facilitator moeten zijn. Goede voorbeelden zijn Billabong (surfen) en Abercrombie & Fitch (shoppen), twee merken die jongeren spontaan opnoemen als ‘merken die reeds voor een onvergetelijke belevenis hebben gezorgd’. 

Merken kunnen nog een stap verdergaan door de doelgroep te inspireren. Jongeren zoeken immers ook naar een beleving die hen ‘maakt tot wie ze zijn’ en hen helpen bij hun levenskeuzes. Ze zijn op zoek naar life shaping experiences in plaats van life changing experiences.

[*JIM en de VMMa-researchafdeling werkten samen met merkenbouwer Herman Toch van Dreams & Fears, en met marktonderzoeksbureau Profacts om 527 Vlaamse jongeren tussen 16 en 23 jaar te bevragen. Foto via @research_vmmtv]

PS  Hieronder een terugblik op de studies uit 2012 en 2011.

Kind vermaakt zich het best op de camping, volgens vakantieonderzoek van Playmobil

Al op jonge leeftijd ontstaat een voorliefde voor kamperen en alles hieromheen. Ruim de helft van de kinderen vermaakt zich op een camping beter dan in een appartement of hotel. Dat blijkt uit een vakantieonderzoek* (pdf) van Playmobil onder 1.000 Nederlandse 6-12-jarigen. Kamperen heeft zijn populariteit te danken aan het onbeperkt buitenspelen (63%), snel vriendjes maken (40%) en slapen in een tent (35%). Jongens zijn de grootste kampeerfanaten: bijna driekwart vindt kamperen leuk, tegenover twee derde van de meisjes.

Kinderen hebben net als volwassenen een vakantieverlanglijst, waarop al hun wensen voor een perfecte vakantie staan. Bovenaan deze lijst staat de aanwezigheid van een zwembad (74%). Daarnaast moet er voldoende ruimte zijn om buiten te spelen (54%) en doen kinderen graag nieuwe vriendschappen op (37%). Op vakantie slapen kinderen het liefst in een tent (21%) – spannend – en hoewel het luchtbed minder comfortabel is, slaapt een kwart van de kinderen liever op een luchtbed dan op een matras.

Kinderen gaan het liefst op vakantie in Spanje, gevolgd door Frankrijk en Italië. Ook Nederland is met een vierde plaats een geliefd vakantieland. Niet zo gek dus dat twee derde van de Nederlandse gezinnen regelmatig in Nederland op vakantie gaat. Eén op de tien gezinnen kiest zelfs altijd voor een vakantie in eigen land. Oefenen voor een kampeervakantie kunnen kinderen in de meeste gevallen thuis, want 60% van de Nederlandse huishoudens heeft een (speelgoed)tent.

(Waarom Playmobil dit onderzoek uit heeft laten voeren? Bij de ontwikkeling van nieuwe speelsets kijken de marketeers van de speelgoedfabrikant altijd naar thema's die dichtbij kinderen staan. Een echte Hollandse camping mocht dus niet in het assortiment ontbreken. Vandaar dat Playmobil deze maand haar nieuwe camping-speelset lanceert. De 'Grote Camping' bestaat uit een campingwinkel met terras, een toiletgebouw en een tentje gemaakt van stof. Populaire losse sets zijn het 'Avonturenbad' met glijbaan en walvisfontijn, de 'Gezinscaravan' uitgerust met barbecue en de 'Kameervakantie' met tent en opvouwbare campingtafel met stoelen.)

*Het onderzoek (2013) is uitgevoerd door Direct Research in opdracht van Playmobil onder 1.000 Nederlandse kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar.

Onderzoek Iene Miene Media 2013: ‘Een derde van de 1-jarigen gebruikt een tablet’

Tijdens de Media Ukkie Dagen, van 8 t/m 17 april 2013, staat de mediaopvoeding van jonge kinderen (0-6 jaar) centraal. In deze jaarlijkse campagne van Mediawijzer.net krijgen ouders tien dagen lang tips hoe ze op een bewuste manier de kansen kunnen benutten die media bieden. Bij de start van de tweede editie van de Media Ukkie Dagen is het rapport 'Iene Miene Media 2013' (pdf) gepresenteerd, gebaseerd op onderzoek* onder 1.001 ouders met kinderen tussen 0 en 7 jaar, verricht door stichting Mijn Kind Online in opdracht van Mediawijzer.net.

Hieruit blijkt een derde van de één-jarige kinderen geregeld of vaak op een tablet te spelen (in 2012 was dit nog een achtste). Bij de driejarigen is dit zelfs al meer dan de helft van de kinderen. Het merendeel van de ouders is positief over mediagebruik van hun kinderen. Ze zeggen dat het goed is voor de ontwikkeling van hun kind en voor later op school. Vooral educatieve spelletjes, geheugenspelletjes en filmpjes zijn populair. Vaders vinden het zelf belangrijker dan moeders om samen met hun ukkies op digitale media te spelen.

Opvallend is dat meer dan een derde (39%) van de ondervraagde ouders media in zet als rustmoment voor zichzelf of tegen verveling van het kind (37%), terwijl zowel moeders (46%) als vaders (40%) liever hebben dat hun kind met iets anders bezig is dan met digitale media. Vooral moeders geven de voorkeur aan gewoon speelgoed boven digitale media. Vaders hebben er minder problemen mee.

Ruim één op de drie kinderen speelt vaak met een smartphone als die in het gezin aanwezig is. Dit geldt zowel voor de jongste ukkies als voor de kleuters. Twee op de drie peuters weten al precies wat ze moeten doen om geluidjes of bewegingen op het scherm van de tablet te krijgen. En vier op de tien tweejarigen weten al hoe ze een computer moeten opstarten of afsluiten of hoe ze met een mobiele telefoon moeten bellen.

Het populairste is overigens nog steeds het voorleesboekje: 82% van alle kinderen tot 4 jaar leest of wordt regelmatig voorgelezen. Onder de 4 tot en met 7-jarigen is dat zelfs 95%.

“Ouders zijn betrokken mediaopvoeders, maar weten nog niet altijd hoe ze invulling moeten geven aan die mediaopvoeding van hun kind of wat geschikte media zijn.” [Remco Pijpers, MKO]

*De gegevens zijn in maart 2013 verzameld door het bureau No-Ties via een online enquête onder 495 moeders en 506 vaders met kinderen van 0 tot en met 7 jaar. Het onderzoek is een vervolg op het gelijknamige onderzoek uit 2012.

Tip: lees ook het artikel over 'The Touch-Screen Generation' in The Atlantic.

Hi-onderzoek naar populariteit social en messaging media: ’30 whatsappjes per dag’

'Jongeren doen het op de bank, in het OV en op de WC', zo kopt Hi in een persbericht gebaseerd op een onderzoek (pdf) door DirectResearch onder 760 personen in de leeftijd van 16 tot 28 jaar (we hebben het hier dus niet alleen over tieners, maar ook over jongvolwassenen). Berichten versturen beheerst hun dagelijks leven, zo blijkt uit de studie. Aan de lopende band tweeten, posten, whatsappen en sms’en zij, voornamelijk met de mobiel. Het meest vanaf de bank (62%) of in het openbaar vervoer (44%), en 1 op de 7 gaat door op het toilet.

Ze gebruiken verschillende vormen van messaging voor verschillende mensen. Zo sms’en de respondenten het meeste met hun ouders, met als doel het doorgeven van praktische berichten. Whatsappen is vooral een sociaal bindmiddel om contact te houden met hun vrienden (87%) en hun liefje (49%). Bijna eenderde stuurt meer dan 30 whatsappjes per dag.

WhatsApp en Facebook zijn de koplopers onder de social en messaging media; sms en Twitter blijken minder populair. Op Facebook is wekelijks tweederde van de 16-28-jarigen actief, terwijl via Twitter eenderde wekelijks van zich laat horen. Een veel geliked, gedeeld, gepord, gerespect of geretweet bericht geeft meer zelfvertrouwen (45%), geeft creativiteit weer (35%) en geeft een boost in het aanzien bij vrienden (17%). Jongens (20%) denken vaker dat een goede post hun aanzien een boost geeft onder vrienden, vergeleken met meisjes (14%).

De verschillende social en messaging diensten hebben elk een andere functie. Zo is sms’en bij uitstek een manier om praktische boodschappen zoals ‘Ik kom iets later’ door te geven. Met ouders wordt het meest ge-sms’t, gevolgd door vrienden en hun vriend of vriendin. Facebook wordt met name gebruikt om berichten van anderen te lezen en om contact te houden met vrienden. Meisjes (42%) gebruiken Facebook vaker om berichten van anderen te lezen, vergeleken met jongens (34%).

Het Twitter-account – 47% heeft er een – wordt het minst gebruikt; ruim 80% geeft aan zijn account eigenlijk nooit te gebruiken. Wie er wel mee bezig is, doet dat om berichten van anderen te lezen (5%) of contact te hebben met vrienden (5%). Van degenen met een Hyves-account (31%) gebruikt bijna een kwart dit nooit; eenderde geeft aan Hyves met name te gebruiken om berichten van anderen te lezen (34%).

WhatsApp – 90% stuurt berichten via deze messaging app – is meer een sociaal bindmiddel, dat hoofdzakelijk gebruikt wordt om contact te houden met vrienden. Het meeste whatsappen de ondervraagde 16-28-jarigen met hun vrienden (87%), gevolgd door hun vriend/vriendin (49%), en op een verrassende derde plaats – boven collega’s en studiegenoten – broers en zussen (37%). WhatsApp-groepen zijn hot and happening; bijna 94% van de WhatsApp-gebruikers heeft een of meerdere actieve WhatsApp-groepen. Hierbij zijn de groepen met vrienden, familie en studiegenoten het populairst.

Om zonder rem berichten te kunnen sturen, biedt Hi onbeperkt tweeten, posten en whatsappen zonder extra kosten. Om dit aanbod onder de aandacht te brengen, voert de mobiele provider momenteel de campagne 'All you can tweet, post en whatsapp'.

Amerikaanse jeugd verliest het van Nederlandse jongeren in smartphonegebruik

Vorige week las je hier dat de internetpenetratie onder jongeren in Nederland nagenoeg 100% is en dat tweederde van de tieners een smartphone gebruikt om op te internetten. PEW Internet heeft nu enigszins vergelijkbare gegevens over de Amerikaanse markt gepubliceerd in het rapport 'Teens and Technology 2013' (pdf). In de VS gebruikt 95% van de 12-17-jarigen het internet en bezit 78% een mobiele telefoon, waarvan bijna de helft een smartphone is. Dat betekent dat 37% van de Amerikaanse tieners een smartphone heeft.

Da's een flinke stijging ten opzichte van de 23% in 2011, maar een opvallend lager percentage dan het aandeel bij de Nederlandse jeugd. Hoewel de leeftijdscategorieën in beide onderzoeken niet precies gelijk zijn en de onderzoeksmethodiek ook verschilt, lijkt het er afgaande op de genoemde MSS-studie (en de IVO Monitor) op dat 'wij' vooroplopen.

Dit zijn enkele andere resultaten uit het PEW-onderzoek, waarvoor zo'n achthonderd 12-17-jarigen en hun ouders ondervraagd zijn, representatief voor de VS:

  • 23% van de tieners heeft een tablet, een vergelijkbaar niveau als bij volwassenen; 
  • 93% heeft thuis een computer (of toegang daartoe), van hen zegt 71% dat ze de laptop/desktop die ze het vaakst gebruiken met andere gezinsleden moeten delen;
  • 74% zegt wel eens te internetten op een smartphone, tablet of ander mobiel apparaat;
  • een kwart van de jongeren stelt vooral mobiel online te gaan, en niet via een desktop/laptop. 

“The nature of teens’ internet use has transformed dramatically — from stationary connections tied to shared desktops in the home to always-on connections that move with them throughout the day. In many ways, teens represent the leading edge of mobile connectivity, and the patterns of their technology use often signal future changes in the adult population.” [Mary Madden, Pew Research Center]

PS  Eind 2012 bracht dezelfde organisatie (sowieso een bron om in de gaten te houden!) ook al het rapport 'Parents Teens, Parents and Online Privacy' (pdf). Hieruit bleek dat flink wat ouders bezorgd zijn over dit onderwerp.

Jongeren vinden Facebook-pagina van merken niet geloofwaardig, aldus InSites-onderzoek

Slechts 2% van de 15- tot 25-jarige Nederlanders vindt de pagina van een merk op Facebook een geloofwaardige bron van informatie over het product. Even laag scoren reclame of wat een concurrent over het merk zou vertellen. Wat gewone consumenten op online fora en blogs schrijven, is dan wel weer voor 28% van de Nederlandse jongeren geloofwaardig; ook wat vrienden hen vertellen over een merk of product (13%) behoort net als de mening van andere merkgebruikers (18%) tot de top drie van meest betrouwbare bronnen.

Dit blijkt uit een internationale studie* van InSites Consulting. De meeste bedrijven over-investeren dus in hun aanwezigheid op sociale media? “Dat denk ik niet”, zegt Joeri Van den Bergh, generatie Y-expert bij InSites en auteur van het bekroonde boek How Cool Brands Stay Hot. "Het is vooral een goede illustratie van hoe deze generatie zich erg bewust is van de marketingstrategie van een bedrijf. Aangezien jongeren vooral veel belang hechten aan de mening van hun vrienden en andere gebruikers van een product of merk, moeten bedrijven net het woord laten aan deze groepen."

"Wanneer merken hun sociale media écht sociaal gebruiken door feedback en conversaties van gewone consumenten op hun pagina’s toe te laten in plaats van ze zelf te vullen, dan zijn het wel degelijke nuttige marketinginstrumenten. Het is het enige medium dat op een betaalbare manier die open dialoog mogelijk maakt, maar veel bedrijven gebruiken hun pagina’s nog te commercieel en hopen dan dat jongeren hun merk zo cool vinden dat ze alles ‘liken’ wat ze op hun pagina’s zetten. Zo werkt het echter niet. Het komt er op neer om samen met hen boeiende content te creëren die ze de moeite vinden om te delen met hun vrienden”, aldus Van den Bergh.
 
Maar liefst 85% van de Nederlandse jongeren vindt zichzelf eerlijk en betrouwbaar. Dat is zowat overal op de wereld het geval. Uitschieters zijn Roemenië (95%) en Brazilië (94%), terwijl Indiase jongeren zichzelf relatief het minst betrouwbaar en eerlijk noemen. Toch vindt nog steeds driekwart in India zich wel eerlijk en betrouwbaar. Los daarvan doet ruim een op zes Nederlandse jongeren zich wel eens voor als iemand anders. Dat gebeurt vooral wanneer ze in het gezelschap zijn van mensen met een hogere status dan henzelf (17%), wanneer ze flirten (16%), op een party (16%) of tegenover hun schoonouders (14%). Bij hun leraar of baas durft zo’n 12% wel eens wat minder eerlijk te zijn. Dat laatste cijfer is opvallend hoog bij Duitse jongeren waar liefst eenderde zegt zich anders voor te doen tegenover baas of leraar. Eén op de zes Nederlandse jongeren geeft ook toe zich beter voor te stellen dan de werkelijkheid wanneer ze op zoek gaan naar een nieuwe baan.
 
Al bij al valt het dus nog wel mee met de eerlijkheid van onze jeugd. “Ook dat is een kenmerk van de Millennial generatie”, weet Joeri Van den Bergh. “Trouw blijven aan jezelf is hun definitie van authenticiteit. Ze verlangen diezelfde oprechtheid ook van de merken die ze cool vinden en kopen. Voor een vijfde is authenticiteit één van de belangrijkste karakteristieken van een merk."

Zie onderstaande presentatie voor meer resultaten.

*InSites Consulting heeft 4.065 respondenten tussen de 15 en 25 jaar (Generatie Y) uit 16 landen ondervraagd: de Verenigde Staten, Brazilië, Rusland, Indië, China, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Zweden, Denemarken, Polen, Roemenië, Italië, Spanje, Nederland en België.

IVO Monitor Internet en Jongeren 2010-2012: ‘Liever twitteren dan roken’

Het IVO heeft afgelopen week het Center for Behavioral Internet Science gelanceerd; op Internetscience.nl deelt het wetenschappelijk bureau vanaf heden de nieuwste cijfers over normaal en problematisch gebruik van social media en internet. Tijdens een seminar over dit onderwerp liet Laura van Duin zien hoe internetverslaving eruitziet (pdf) en presenteerde Tony van Rooij resultaten van onderzoek naar internet- en smartphonegebruik onder Nederlandse jongeren (pdf) – interessante gegevens die het delen waard zijn!

In een factsheet (pdf), gebaseerd op langlopend IVO-monitoronderzoek naar internet en jongeren, wordt op heldere wijze het (mobiele) gebruik van sociale media en games inzichtelijk gemaakt. De percentages zijn representatief voor alle Nederlandse jongeren in de eerste twee klassen van het voortgezet onderwijs (leeftijd 12 tot en met 15). Dit zijn de belangrijkste bevindingen:

  • Twitter is de populairste nieuwe internetapplicatie; het percentage jonge gebruikers nam toe van 7% in 2010 naar 57% in 2012.
  • Jongeren besteden de meeste tijd op het internet aan Twitter, online gamen, YouTube, instant messenger en sociale netwerken.
  • Meisjes besteden meer tijd dan jongens aan Twitter, instant messenging en sociale netwerken, jongens winnen het op het gebied van gamen en downloaden. 
  • In 2012 heeft 56% van de jongeren een smartphone, terwijl bijna 33% een tablet-computer heeft (zoals een iPad).
  • De meest populaire applicaties op de smartphone zijn YouTube, chatdiensten (Google Talk, MSN, Whatsapp) en sociale netwerken zoals Facebook, Hyves en Twitter.
  • Problematisch (‘verslavend’) internet- en gamegebruik is tussen 2010 en 2012 toegenomen; het gebruik van sociale media via de mobiele telefoon wordt door 5% van de jongeren (meer meisjes dan jongens) als problematisch ervaren.

'Social media-junk op komst', kopte Metro onlangs. Niet een heel onrealistische verwachting,  als je kijkt naar onderstaand overzicht van de ontwikkeling van het percentage jongeren dat een bepaalde applicatie gebruikt. Maar liever twitteren dan roken, is de gedachte…

Zie Internetscience.nl voor veel meer info.

Onderzoek van De Ambrassade naar digitalisering: “E-mail is belangrijk omdat bedrijven dat nog gebruiken”

Onder de noemer 'KLETS! on Tour' polste De Ambrassade* bij 317 Vlaamse 6-16-jarigen naar hun mening over de digitale wereld waarin ze opgroeien. Maar liefst 80% heeft een eigen gsm of smartphone, het eerste exemplaar krijgen ze het liefst op hun twaalfde. Verder willen ze meer digitaal klasmateriaal en meer vrije tijd in de klas voor projecten en opzoekwerk op de computer. De meningen van jongeren over hun digitale omgeving verschillen flink. Maar wat ze op internet doen, doen ze allemaal wel heel bewust, zo blijkt uit het onderzoek (pdf).

Tijdens de informatica- of computerles lijken de jongeren echte plantrekkers. Ze leren de nieuwste dingen door tutorials op internet te bekijken, of ze vragen uitleg aan elkaar. En als dat niet lukt, vragen ze hulp aan ouders of leerkrachten. De meerderheid van de ondervraagde jongeren wil wel meer digitaal materiaal in de klas, als ondersteuning en aanvulling en dus niet ter vervanging van de klassieke lessen. Ook willen ze meer vrije tijd in de klas voor projecten en opzoekwerk op de computer.
 
De meeste jongeren willen graag tablets in de klas, al zijn de meningen verdeeld. Wel zijn ze allemaal heel goed op de hoogte van wat de voor-en nadelen van zo’n tablets zijn en kunnen ze heel creatieve oplossingen bedenken opdat iedereen een tablet zou kunnen betalen of gebruiken.

Hoewel het onderzoek, gezien de gehanteerde methodiek, niet al te zwaar moet worden genomen, is het wel degelijk interessant. Al was het maar om de vermakelijke quotes in het onderzoeksrapport (pdf). En kijk ook even naar het overzicht van de meningen over diensten en media:

  • E-mail is volgens kinderen en jongeren vooral voor serieuze zaken zoals school, registratie op websites, het regelen van een baantje, wedstrijden, contact met mensen die niet op sociale media zitten, etc. Er wordt ook gezegd dat e-mail belangrijk is omdat bedrijven dat nog gebruiken. De jongeren die de tijd voor Facebook hebben gekend zeggen dat Facebook en sms’en de functie van email heeft overgenomen.
  • Zoekmachines worden vooral gebruikt om huiswerk te maken en om op websites te geraken. Dingen opzoeken is niet altijd even simpel, sommigen
    schakelen dan ook bijvoorbeeld Twitter in om het vraag te stellen.
  • Facebook wordt vooral gebruikt om te communiceren met vrienden, om het sociaal leven in stand te houden, mensen te leren kennen. Veel kinderen gaven aan verslaafd te zijn aan Facebook, dat ook als veel simpeler gezien wordt dan bijvoorbeeld Twitter.
  • Twitter wordt niet veel gebruikt, maar als het gebruikt wordt is het om in contact te blijven met vrienden, om bekende mensen te volgen, vragen te stellen of gamesupdates sneller te weten te komen.
  • Velen luisteren muziek, kinderen en jongeren doen dit vooral op YouTube. Daarnaast wordt YouTube gebruikt voor tutorials, walkthrough, grappige filmpjes, series en films. Het gaat vooral om bekijken, weinig mensen uploaden zelf ook iets.

Er zit veel nuance in de meningen die kinderen en jongeren hebben over het digitale in hun leven, en da's precies wat De Ambrassade hoopt duidelijk te maken.

*De Ambrassade ('bureau voor jonge zaken'), gevestigd in Brussel, is een samensmelting van drie bestaande jeugdwerkorganisaties: Steunpunt Jeugd, VIP Jeugd en de Vlaamse Jeugdraad. Een team van 34 medewerkers zet zich in voor jeugd, jeugdwerk, jeugdinformatie en jeugdbeleid.

[Via X, Y of Einstein]

Vlaamse overheid onderzocht reclamewijsheid bij kinderen en jongeren (en moet daar nu mee aan de slag)

Op verzoek van Vlaams minister van Media Ingrid Lieten voerden de Universiteit Gent en de Universiteit Antwerpen in 2012 kwalitatief én kwantitatief onderzoek uit naar de reclamewijsheid van kinderen en jongeren. De nadruk ligt hierbij voornamelijk op het herkennen van nieuwe reclamevormen en het inzicht dat de jeugd heeft in de commerciële intenties hiervan. Het onderzoeksrapport 'Reclamewijsheid bij kinderen en jongeren' (pdf) bevat veel bruikbare informatie over media en reclame – 274 pagina's leesvoer!

In het onderzoek is gekeken naar reclamevormen in traditionele media (30-secondenspot, product placement, programmasponsoring, advertising funded programming, infomercials/advertorials en tv-spots die gebruik maken van SMS), in nieuwe media (internet, sociale media, digitale tv en mobiele media) en via alternatieve media (bijvoorbeeld guerrillamarketing), en naar toegepaste strategieën (het gebruik van brand characters en celebrity endorsement, crowd sourcing en co-creation, viral marketing en personalised advertising).

De onderzoekers concluderen dat 4-6-jarigen zeer weinig kennis hebben van alle nieuwe reclamevormen. Kinderen tussen 7-12 jaar hebben een matige reclamekennis van de verzamelactie en de advergame; voor banners, infomercials en advertiser funded programmes scoren ze eerder laag. Product placement blijkt een problematisch format te zijn voor beide leeftijdsgroepen. Over het algemeen vinden oudere kinderen reclame minder leuk dan jongere kinderen. De oudere kinderen bleken kritischer te zijn met betrekking tot de inhoud en vorm van de reclame, terwijl de jongste kinderen steeds erg enthousiast reageren op elke reclamevorm.

In het algemeen slaagden de meeste 13-21-jarigen er goed in om de reclame te onderscheiden van de media-inhoud, behalve als het gaat om product placement. Wat betreft hun houding tegenover deze nieuwe reclamevormen zijn jongeren het meest kritisch voor reclame via Facebook en via banners. Het minst kritische staan ze tegenover reclame die geïntegreerd is in een programma (product placement). Jongeren onder de 16 jaar storen zich minder aan reclame dan jongeren boven de 16. De meeste jongeren geven aan niet vaak op banners te klikken, niet vaak mee te doen aan sms-en-win- wedstrijden, weinig of nooit boodschappen achter te laten op merkpagina’s op facebook en geen reclamefilmpjes op hun prikbord te plaatsen. Er zijn wel nogal wat jongeren die op de ‘like’-knop klikken van merken op Facebook.

Op basis van de studie zijn zeven adviezen opgesteld:

  1. Integreer reclame-educatie in het onderwijscurriculum;
  2. Ontwikkel een pakket voor reclame-educatie;
  3. Stimuleer reclame-educatie via bewustmakingscampagnes (media kunnen een voorname rol spelen ter bevordering van reclamewijsheid);
  4. Bereik ouders via gerichte voorlichtingscampagnes (ouders hebben een voorname rol met betrekking tot het opvoeden van hun kinderen tot kritische consumenten, zij moeten aandacht hebben voor deze verantwoordelijkheid en zelf ook op hoogte gebracht worden van nieuwe reclamevormen en de gebruikte strategieën en tactieken);
  5. Verstrek informatie aan de reclamesector (om de betrokkenheid van de reclamesector met de problematiek te verhogen en om de kennis met betrekking tot de bestaande wetgeving en codes te vergroten); .
  6. Geen geïntegreerde reclamevormen gericht aan kinderen jongeren dan 6 jaar;
  7. Duidelijkere herkenbaarheid van alle reclamevormen gericht naar kinderen jonger dan 12 jaar.

Hier is het laatste woord dus nog niet over gezegd…

Edelman’s 8095-onderzoek levert 7 adviezen op voor benadering Millennials

PR-bureau Edelman presenteerde deze week het tweede 8095®-onderzoek dat inzicht geeft in de ambities en meningen van de Millennial-generatie. Millennials zijn geboren tussen 1980 en 1995 en met 1,8 miljard personen de grootste levende generatie. Zij zijn de eersten die digitaal opgroeiden met internet en smartphones binnen handbereik. Uit het onderzoek, gebaseerd op interviews met 4.000 Millennials in 11 landen (Nederland zit daar niet bij), blijkt dat zij veel invloed uitoefenen op de aankoopbeslissingen van hun ouders en leeftijdsgenoten.

Slechts 3% van de Millennials vindt dat alle reclame vervelend is. De doelgroep staat open voor merkboodschappen, zeker als deze verrassend zijn.

Onderstaande video geeft een beeld van deze generatie.

"8095® laat zien dat we de invloed van de Millennial-generatie niet langer kunnen negeren. In 2013 zal de oudste Millennial 33 jaar zijn. Dit betekent dat velen van hen nu ouders zijn, carrière maken, een ongelofelijke koopkracht hebben en invloed uitoefenen op de wereld van vandaag. Voor marketingprofessionals is het dus belangrijk hun strategieën af te stemmen op deze invloedrijke generatie. Engagement, authenticiteit en meerwaarde moeten hierin centraal staan.” [Eveline Bouman, Edelman Nederland]

Edelman heeft de volgende zeven adviezen opgesteld voor een succesvolle benadering van Millennials:

  1. Millennials zijn geen kinderen meer, maar top beïnvloeders – De oudste Millennials zijn 33 jaar, de jongste 18. Zij zijn dus niet langer een aanstormende generatie, maar volwassenen met koopkracht, carrières en gezinnen. Bedrijven moeten inzien dat Millennials anderen sterk beïnvloeden bij de aanschaf van producten of diensten.
  2. Verschuiving van traditionele man/vrouw segmentatie – De samenleving is meer divers dan ooit. De traditionele grenzen tussen man en vrouw zijn vervaagd. Mannen nemen meer traditionele ‘vrouwentaken’ op zich en vice versa. Merken moeten zich veel minder richten op de klassieke segmentatie en campagnes ontwikkelen die inspelen op de pluriformiteit van het publiek.
  3. Benader Millennials met een '360-aanpak' – Hoewel Millennials digitaal zijn opgegroeid, hunkeren ze naar face-to-face contact en in-real-life (IRL) ervaringen. Om Millennials succesvol te betrekken, moeten bedrijven hen met een 360-aanpak benaderen. Merken moeten hun verhaal vertellen in de vele on- en offline informatiebronnen die Millennials gebruiken om aankoopbeslissingen te nemen.
  4. Het is niet langer jóuw merk – Een merk behoort niet meer volledig tot het bedrijf dat het merk voert. Marketeers moeten bereid zijn een bepaalde mate van controle over hun merk uit handen te geven. Millennials willen co-creëren en een dialoog hebben, 24/7/365. Bedrijven moeten flexibel zijn en open staan voor samenwerking met consumenten die hun merk promoten.
  5. Ervaringen boven spullen – ‘Hoe draagt het product of dienst bij aan mijn levenservaringen?’ Millennials staan open voor nieuwe ideeën en ervaringen en zullen die delen met vrienden en familie. Merken dienen dan ook sociaal te zijn en sociale ervaringen te creëren.
  6. Help Millennials experts te worden van jouw merk en verhaal – Millennials hebben een sterk verlangen om te delen en van elkaar te leren. Ze willen dat merken hen entertainen. Organisaties moeten open en eerlijk zijn over hun achtergrond, geschiedenis en de redenen waarom zij juist deze producten of diensten leveren. Merken moeten niet alleen zelf goede storytellers zijn, maar ook consumenten in staat stellen krachtige verhalenvertellers te zijn namens hun merk. Authenticiteit, transparantie en de meerwaarde ('purpose') zijn hierbij van cruciaal belang.
  7. Lachen is gezond – Deze oer-Hollandse uitdrukking moeten marketeers ter harte nemen. Op de vraag wat merken moeten doen om hun aandacht te vangen, gaven Millennials unaniem als antwoord: gebruik humor. Hoewel het bedrijfsleven vaak serieus is, hoeft de boodschap dat niet altijd te zijn. Merken moeten op zoek gaan naar manieren om geestig en nederig te zijn.

Meer informatie in onderstaande presentatie.

'8095® Refreshed' is een vervolg van een vergelijkbaar 8095-onderzoek uit 2010.

Onderzoek in Week van de Mediawijsheid: ‘Jongeren overschatten zichzelf’

Kinderen en jongeren groeien op met tv, internet, social media, games en mobieltjes. Ze líjken mediawijs maar gebruiken niet altijd alle mogelijkheden en onderschatten hun mediagedrag. Daarom organiseert Mediawijzer.net voor de derde keer de 'Week van de Mediawijsheid'. Van 23 t/m 30 november staan mediawijsheid van 10-14-jarigen en de rol die ouders en school daarbij kunnen spelen centraal. Uit nieuw onderzoek blijkt dat 80% van de Nederlandse jongeren in het vmbo niet structureel de betrouwbaarheid van bronnen checkt.

Vmbo-jongeren zijn technisch en creatief vaardig met media, maar overschatten zichzelf soms en zijn te weinig bewust met hun mediagedrag bezig. Door het vele gebruik van media heeft een groot deel van de jongeren goede gebruiksvaardigheden en benutten jongeren de kansen die media bieden. Maar als het gaat om onder meer privacy, bronnen controleren, afleiding van schoolwerk of online zoekopdrachten uitvoeren blijkt dat de jongeren meer ondersteuning nodig hebben.

Het uitgebreide onderzoek 'Achter de schermen' (pdf) is uitgevoerd door Dialogic in opdracht van Mediawijzer.net onder ruim 500 vmbo-scholieren (12-16 jaar). De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat media een steeds prominentere plaats innemen in het leven van de jongeren, waardoor ze ook in grotere mate worden blootgesteld aan daarmee gepaard gaande risico’s. De mate waarin die risico’s voorkomen is vaak afhankelijk van bepaalde achtergrondkenmerken, zoals geslacht, leeftijd of het type internetgebruik.

Dit zijn enkele andere resultaten:

  • Zo’n 25% van de jongeren maakt meer dan 10 uur per dag gebruik van hun mobiele telefoon;
  • De jongeren internetten gemiddeld 2,8 uur per dag op de computer en 3,5 uur per dag op de mobiele telefoon;
  • YouTube en WhatsApp/Ping zijn de populairste applicaties onder jongeren, deze leiden tot veel sociale interactie;
  • 75% van de jongeren heeft wel eens inkomsten gegenereerd door slim mediagebruik.

Jongeren gaan echter op veel fronten niet bewust genoeg met media om:

  • 80% van de vmbo-jongeren checkt niet structureel de betrouwbaarheid van gebruikte bronnen;
  • 24% is snel afgeleid door divers mediagebruik;
  • 12,5% heeft wel eens online gepest.

En daar is het advies weer: scholen en ouders kunnen een belangrijk rol spelen in het verbeteren van bewust omgaan met media.

 

Amerikaans onderzoek: ‘Meisjes worden fan van jongensmerken’

Natuurlijk, meisjes houden nog steeds van roze, popsterren en pony's, maar ondertussen kan je de snelst groeiende merken als jongensachtig zien. Dat is de meest opvallende conclusie uit 'Young Love', een grootschalig* merkenonderzoek onder 6-12-jarige kinderen in de VS. Het in deze doelgroep gespecialiseerde onderzoeksbureau Smarty Pants zet jaarlijks de affiniteit van kinderen en moeders met 250 merken op een rijtje. In 2012 kiezen meisjes veel vaker voor bijvoorbeeld constructiespeelgoed, superhelden en sportkleding.

“Today, girls comfortably hang an Under Armour shirt in their closet next to a Monster High tee without seeing contrast between the two, and they are quick to point out that LEGOs are just as much fun for girls as boys. They are drawn to the likes of Catwoman in the Batman franchise, and they see Best Buy as an invaluable tech hub as much as their male peers.” [Wynne Tyree, Smarty Pants]

Er zijn maar weinig ouders die het hun dochters afraden om jongensmerken te adopteren, zoals ze dat andersom wel zouden doen. Jongere meisjes zien oudere meiden negeren dat bij hun geslacht een bepaald gedrag hoort, maar juist een houding hanteren dat ze alles kunnen wat jongens kunnen. Ze schamen zich er niet voor om hun waardering te laten zien voor de hobby's, producten en merken die favoriet zijn bij jongens.

“From Cartoon Network to Beyblade to Under Armour, the trend is clear. As girls are saying yes to ‘boy brands,’ companies are getting serious about girls’ buying power, and developing new products and lines that meet their unique needs. It’s an exciting time.” [Wynne Tyree]

Top 100 merken
Gekeken naar alle 6-12-jarigen – jongens én meisjes – staan McDonald's, M&M's, Oreo, Doritos en Wii in 2012 bovenaan de lijst (pdf; zie hieronder) met meest geliefde merken. Moeders (pdf) kiezen voor Crayola, M&M's, Hershey's, Disney en Scholastic.

[*Het jaarlijkse Young Love-onderzoek is uitgevoerd onder een representatieve steekproef van Amerikaanse huishoudens met kinderen van 6 t/m 12 jaar. Er zijn 250 merken uit 20 categorieën voorgelegd aan ruim 4.600 kinderen en hun ouders.]

Nieuw Viacom-onderzoek: ‘Millennials bezorgd om de crisis maar nog steeds gelukkig’

Viacom International Media Networks (VIMN) heeft de resultaten bekendgemaakt van een nieuwe studie: ’The Next Normal: An Unprecedented look at Millennials Worldwide’. Dit onderzoek schetst naar eigen zeggen het eerste globale portret over deze belangrijke en invloedrijke demografische doelgroep. Het onderzoek moet inzicht geven in houdingen, waarden, aspiraties en perspectieven van jonge mensen (leeftijd 9-30 jaar) uit 24 verschillende landen, verdeeld over alle continenten: Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, China, Egypte, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, India, Italië, Japan, Mexico, Nederland, Polen, Rusland, Saudi-Arabië, Singapore, Zuid-Afrika, Spanje, Zweden, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Op de Tumblr-pagina van VIMN worden steeds nieuwe insights toegevoegd. Hieronder lees je het basisverhaal, met de belangrijkste resultaten.

De economie is hun eerste en belangrijkste zorg…
De studie achterhaalde dat de globale economische crisis als nummer 1 het meeste effect heeft op de Millennial-generatie.

  • 68% voelt zich er persoonlijk door geraakt (dit percentage is nog hoger in Spanje, Italie en Griekenland waar de cijfers naar respectievelijk 86%, 85%, 80% stijgen);
  • het geeft een gevoel van angst over hun toekomstige baangarantie: 49% gelooft dat de zekerheid van het krijgen van een baan verder zal afnemen;
  • er is een grote daling sinds 2006 in de zekerheid dat de jeugd vandaag de dag meer zal verdienen dan hun ouders (slechts een kwart is het hier mee eens).

 …en toch zijn ze nog steeds gelukkig
Ondanks deze onzekere economische tijden beschrijft een hoog percentage (76%) van de Millenials zichzelf als erg gelukkig. Dit is twee maal zoveel als de 33% van de Millenials die zichzelf als gestressed beschrijft.

Technologie geeft geen definitie aan wie ze zijn
Technologie definieert de Millennial-generatie niet. Het schept mogelijkheden, het vormt een basis van relaties en het speelt een belangrijke rol in de tot standkoming van hun positieve kijk.

  • Slechts de helft van de Millennials voelt dat de introductie van social media en de smartphone erg belangrijk voor ze is.
  • Ondanks dit gelooft driekwart van de Millennials dat sociale media een positief effect op hun relatie met vrienden hebben.

Trots en tolerantie
Het  gevoel van nationale trots onder Millennials neemt toe, maar ze zijn ook in toenemende mate open en tolerant tegenover mensen uit andere landen. Dit is een sleutelfactor voor VIMN in het aanbieden van ‘glocal’ content voor deze doelgroep, programmering die de juiste balans heeft tussen wereldwijde en lokale thema’s. Bevindingen van ‘The Next Normal’ geven een erg positieve indruk van ‘glocalisatie’ onder Millennials.

  • 83% is het eens met ‘Ik ben trots om een […] te zijn’ (was nog 77% in 2006);
  • 76% is het eens met ‘het is belangrijk om de tradities van mijn land te behouden’ (was nog 68% in 2006);
  • 73% vind het geweldig dat mensen uit andere landen hier komen wonen (was nog  51% in 2006);
  • 84% is het eens met ‘mijn leeftijdsgroep kan de wereld positief veranderen’;
  • 73% is het eens met ‘toegang hebben tot het internet verandert de manier waarop ik over de wereld denk’.

Veel meer ‘wij’, niet ‘wij’
Sleutelfactoren voor deze generatie zijn flexibiliteit, nieuwsgierigheid over de wereld en de wil om te delen en met elkaar verbonden te zijn. Het gaat Millennials niet om ‘ik’ (ze zijn niet erg egocentrisch, zoals sommigen ze wilden beschrijven), maar op het wereldwijde niveau gaan ze veel meer over het ‘wij’ (jezelf openstellen en omarmen van een wijdere wereld en het laten zien van een constante positieve instelling).

  • 87% is actief nieuwsgierig over de wereld;
  • 87% past de zin “delen en verbinden” op zichzelf toe;
  • 86% beschrijft zichzelf als tolerant;
  • 85% beschrijft zichzelf als snel aan veranderingen aan te kunnen passen;
  • 93% gelooft op een global niveau dat het onze verantwoordelijk is om alle mensen met respect te behandelen; het maakt niet uit wat het ras, geslacht, religie, politieke kijk of de seksuele voorkeur is.

“Wij zullen deze inzichten gebruiken om onze programmering te perfectioneren en onze verbinding met de Millenials over de hele wereld verder te versterken.’’ [Christian Kurz, VIMN]

Zie ook onderstaande toelichting:

Gerelateerd:

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019