Onderzoek Media Ukkie Dagen: ‘Digitale media geen structureel onderdeel van de kinderopvang’

Vier  van de tien Nederlandse kinderopvanginstellingen gebruiken geen digitale media (zoals radio, televisie, tablets of spelcomputers) bij de opvang van kinderen van 2 t/m 4 jaar. Zij doen dit of omdat zij deze media niet geschikt vinden voor kinderen (47%) of omdat zij daar de financiële middelen niet voor hebben (40%). Het merendeel van deze instellingen (80%) is ook niet van plan om digitale media in de nabije toekomst te gaan inzetten. Dat blijkt uit vandaag gepresenteerd onderzoek Media in de kinderopvang (pdf) onder 238 kinderopvanginstellingen.

Dit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Mediawijzer.net, Nederlands Jeugdinstituut en Sardes, is vandaag tijdens het symposium Ukkies, hun brein en media-opvoeding gepresenteerd. Dit symposium over de rol van digitale media bij de opvoeding van kinderen t/m 6 jaar, is gehouden in het kader van Media Ukkie Dagen die dit jaar lopen van 9 t/m 18 april.

Uit de studie komt naar voren dat zes op de tien kinderopvanginstellingen wel digitale media inzetten. Het merendeel daarvan (54%) heeft echter geen specifieke richtlijnen opgenomen in haar pedagogisch beleidsplan.  Dit percentage ligt bij voorleesboeken fors hoger: ruim 92% van de instellingen besteedt hier aandacht aan in het pedagogisch beleidsplan.

Als er in het pedagogisch beleidsplan aandacht aan digitale media wordt besteed, betreft dat vooral afspraken over de tijd die kinderen met media doorbrengen en criteria voor welke media wel of juist niet geschikt zijn voor kinderen. Bij ongeveer de helft van de pedagogische beleidsplannen hebben de ouders inspraak in hoe media door kinderen gebruikt mogen worden.

Luistermedia, zoals radio of cd-spelers zijn de meest gebruikte digitale media (94%), gevolgd door kijkmedia, zoals televisie en dvd (69%). Een derde (32%) van de locaties beschikt over interactiemedia, zoals computers, tablet of smartphone; 11% heeft speelmedia, zoals een spelcomputer of spelconsole. Eén op de vijf (18%) van de kinderopvanginstellingen geeft aan dat ze beschikken over alle typen media.

Televisie, tablets en spelcomputers worden vooral ingezet voor educatieve doeleinden, radio of cd’s daarnaast ook voor ontspanning. Van de kinderopvanginstellingen die digitale media hebben en gebruiken, geeft 68% aan dat zij geen ondersteuning nodig hebben bij het gebruik van deze media. Als er wel behoefte bestaat aan ondersteuning, betreft dat vooral aan advies over mediabeleid, de keuze van geschikte media-apparaten en mediaproducties en ondersteuning bij het inpassen van media in het dagritme.

[Media:Tijd] Geen enkele leeftijdsgroep besteedt zoveel tijd aan communiceren en gamen als jongeren

Nederlanders besteden meer dan de helft van de tijd die zij wakker zijn aan media: dagelijks 8 uur en 40 minuten (voor de duidelijkheid: daarvan wordt 5 uur en 15 minuten gecombineerd met andere activiteiten — multitasking). Jongeren zijn oververtegenwoordigd bij het gamen en communiceren, en ouderen besteden relatief veel tijd aan lezen, luisteren en kijken. Dit blijkt uit het onderzoek Media:Tijd*, dat de organisaties voor mediabereiksonderzoek (NLO, NOM en SKO) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vanmiddag presenteerden.

Een kleine drieduizend Nederlanders van 13 jaar en ouder hielden in het najaar van 2013 gedurende een week minutieus bij wat ze met hun tijd doen. Het grootste aandeel van de mediatijd bestaat uit kijken (tv, films, online video, foto’s, etc.; circa 3 uur), gevolgd door luisteren (radio, eigen muziek/audio, concert, etc.; 2 uur en 49 minuten) en communicatie (bellen, sms’en, e-mailen, sociale media, etc.; 1 uur en 6 minuten). Hierbij springen grote verschillen tussen jongeren en ouderen in het oog.

Tieners besteden minder tijd dan het gemiddelde aan luisteren (2:19 uur per dag), kijken (2:35) en lezen (boek, tijdschrift, krant, websites, etc.; 0:26). Aan communicatie (2:11) en gamen (online of offline games of spelletjes spelen (elektronisch); 0:46) gaat bij 13-19-jarigen echter véél meer tijd op dan bij alle andere leeftijdsgroepen. Op doordeweekse dagen besteden jongeren 25 minuten meer aan communiceren dan op zaterdag of zondag, terwijl de gametijd in het weekend verdubbelt ten opzichte van een gemiddelde doordeweekse dag.

weekend vs doordeweek

Ook voor wat betreft de mediadrager zijn er flinke verschillen tussen doelgroepen. Jongeren gebruiken naar verhouding meer mobiele apparaten en minder papieren media. Bij ouderen is dat beeld precies andersom.

Van alle kijktijd gemeten gaat 84% naar een tv-toestel, maar onder 13-19 jarigen is het aandeel lineair-tv een stuk lager: 72%. Een PC en laptop wordt door jongeren relatief meer gebruikt voor het bekijken van AV-content dan een tablet of smartphone.

*Media:Tijd betreft een samenwerking tussen het Nationaal Luister Onderzoek (NLO), het Nationaal Onderzoek Multimedia (NOM), Stichting KijkOnderzoek (SKO) en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). De vier partijen sloegen de handen ineen om twee projecten te realiseren: een tijdsbestedingsonderzoek en een fusie van mediabereikscijfers. Het tijdbestedingsonderzoek is gedurende vijf weken door onderzoeksbureau GfK uitgevoerd in de periode van 9 september t/m 13 oktober 2013. Maar liefst 2.989 respondenten van 13 jaar en ouder hebben vier of meer dagen nauwkeurig een dagboek over hun tijdbesteding ingevuld. De belangrijkste resultaten zijn in een boekje (pdf) gevat. Eind 2014 zal het SCP met een eigen, uitgebreider rapport komen over de uitkomsten.

Gedeelde selfie is meer dan een spiegelbeeld

En nóg een mediawijsheidscampagne om jongeren te waarschuwen voor al te blote selfies. Zag je hier eerder deze maand al hoe een digitaal zelfportretje een nachtmerrie kan worden, in onderstaande advertentie wordt verbeeld hoe snel zo’n foto zich kan verspreiden. Smartphones nemen ook de functie van de spiegel over, met als bijkomend voordeel/nadeel dat het spiegelbeeld desgewenst ook aan anderen getoond kan worden. Het betreft een uiting van SaferNet Brasil, met het advies om wat privé moet blijven niet online te delen.

Iets om ter harte te nemen, tenzij je Heleen van Royen heet of iets teveel zelfvertrouwen hebt, want dan zie je dit juist als aanmoediging.

selfie

“The internet can’t keep a secret. Keep your privacy offline.”

[Creatie door Propeg, Brazilië; via Ads of the World]

Tablet-app Snugger helpt ouders in jungle van kindermedia

Met de komst van tablets en het vele gebruik door kinderen hiervan, vragen veel ouders zich af hoe ze kunnen bepalen of de verschillende apps, spelletjes, films en boeken geschikt zijn voor hun kind. Inmiddels zijn miljoenen apps, spelletjes en films te downloaden. Om ouders te helpen de juiste media te vinden, heeft NBD Biblion de tablet-applicatie Snugger ontwikkeld. Deze gratis app geeft snel en makkelijk inzicht in media die veilig door kinderen gebruikt kunnen worden.

De app is bedoeld voor ouders en grootouders en hun (klein)kinderen tussen de twee en twaalf jaar, maar ook geschikt voor medewerkers van bibliotheken en docenten in het basisonderwijs.  Door in het profiel de leeftijd van het kind en andere voorkeuren aan te geven, selecteert de app de meest relevante media. Uiteraard kan in het aanbod ook handmatig gezocht worden.

Snugger_iPad2

“Snugger is een soort TomTom in de app-wereld. Wij willen ouders helpen in hun zoektocht. Onze app is een wegwijzer die de gebruikers door de jungle van de kindermedia loodst.” [Mireille Boetje, NBD Biblion]

In feite doet NBD Biblion hiermee voor ouders en kinderen, wat het al jarenlang doet voor de Nederlandse openbare bibliotheken. Het levert jaarlijks miljoenen boeken, films, spelletjes en andere uitleenbare media aan bibliotheken en schoolmediatheken. De redactie beoordeelt deze media jaarlijks in 20.000 onafhankelijke recensies. Vanaf nu doen ze dat ook voor kindermedia in de winkels van Google en Apple.

De app is geschikt voor iOS- en Android-tablets en is gratis te downloaden via de App Store of Google Play. Daarnaast is het mogelijk om een abonnement af te sluiten voor maandelijkse updates.

Stichting Kikid wint Young Positive Media Award 2014

De Nationale Academie voor Media en Maatschappij reikt vandaag – tijdens het jaarlijkse Nationaal Mediawijsheid Congres – de ‘Young Positive Media Award’ uit. De prijs beloont creatieve initiatieven die zorgen voor nieuwe positieve, mediagenieke rolmodellen voor jeugd, ter bevordering van hun mediawijsheid. Dit jaar is de prijs toegekend aan stichting Kikid. Liesbeth Hop en Bamber Delver van de Academie hebben met eigen ogen gezien dat bij Kikid de jongeren centraal staan; het gaat om hen – en dus wordt er naar jongeren daadwerkelijk geluisterd en gehandeld.

De Academie waardeert deze professionele en inspirerende theatergroep die actuele en gevoelige thema’s, zoals digitaal pesten, seksualiteit en weerbaarheid binnen social media, letterlijk over het voetlicht brengt.

Uit het juryrapport: “Kikid is bijzonder in haar soort. De voorlichtingsprojecten zijn voor en door jongeren. Bij Kikid doen de jongeren niet voor spek en bonen mee. Nee, dit is peergroup-educatie bij uitstek. De jonge acteurs en actrices zijn dé rolmodellen voor de scholieren voor wie zij optreden. Het is zoals een van de vele scholieren die Kikid bereikt het onder woorden brengt. Talitha van 13 vertelt: ‘Ik durf nu voor mezelf op te komen.’ De Academie wenst Kikid vele Talitha’s toe, en de Talitha’s van Nederland allemaal een voorstelling namens stichting Kikid.”

Eerder las je hier over het lesprogramma Benzies & Batchies, dat Kikid ontwikkeled ter vergroting van het bewustzijn, zelfvertrouwen en de seksuele weerbaarheid van jongeren. Onderstaand de trailer van het meest recente project; de theatervoorstelling Like Me over internet en sociale media. Daarbij komen cyberpesten, seksualiteit en weerbaarheid nadrukkelijk aan bod.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=FvzWFsVfwE4]

‘Student heeft genoeg aan 700 MB dataverkeer per maand’

De Nederlandse student verbruikt via het mobiele netwerk (3G of 4G) gemiddeld 693 MB dataverkeer per maand. Dit blijkt uit een onderzoek* van SimOnlyRadar.nl, waar studenten gevraagd werden een MB-verbruikstool in te vullen. De grootste MB-consumptie betreft het versturen van foto’s en het bezoeken van webpagina’s. Verdere gegevens gaven aan dat berichtdiensten zoals Whatsapp en Facebook-chat het populairst waren onder de doelgroep. Zo stuurt en ontvangt de gemiddelde Nederlandse student zo’n 236 berichten per dag via deze diensten.

Uit de gegeven cijfers wordt onder meer duidelijk dat studenten per maand 42% meer mobiele data consumeren dan de gemiddelde Nederlander. Zo bleek uit een in augustus 2013 gepubliceerd onderzoek dat de gemiddelde Nederlander 488 MB per maand verbruikt.

In vergelijking met het gemiddelde in Nederland stuurt en ontvangt de doorsnede student meer dan twee keer zoveel Whatsapp- of Facebook-chatberichten: 80 tot 391 van deze berichten per dag. In aansluiting met de hoge populariteit van instant messaging scoort ook het aantal foto-uploads en -downloads erg hoog. Verder sturen en ontvangen studenten via mobiel internet gemiddeld 7 tot 15 e-mails per dag en worden er dagelijks rond de 26 webpagina’s opgevraagd.

Streamingdiensten als YouTube en Spotify worden weinig gebruikt volgens de MB-verbruikstool, aangezien deze applicaties veel dataverkeer kosten en dus vaker gebruikt zullen worden wanneer er een verbinding is met een WiFi-signaal.

De MB-verbruikstool geeft een aardige indicatie van het verwachte gemiddelde dataverbruik per maand. Tijdens het invullen kan er voor iedere categorie (internet, Whatsapp, e-mails etc.) aangegeven worden hoeveel het verwachte dagelijkse gebruik zal zijn. Er kan zowel een minimale als een maximale verbruiksschatting per dag gegeven worden. Uit de ingevulde data bleek dat de gemiddelde student per maand dus rond de 693 MB mobiel dataverkeer verbruikt.

*Voor het onderzoek zijn er in totaal 654 studenten ondervraagd in de periode januari tot aan half maart 2014. De ingevoerde gegevens hebben enkel betrekking op de gebruikte data via het mobiel netwerk (3G of 4G). Het gebruik van WiFi is dus bewust buiten het onderzoek gelaten. De respondenten van het onderzoek betreffen enkel mensen die een hbo- of universitaire studie volgen. Van de ondervraagden is 31% in het bezit van een smartphone jonger dan één jaar, 54% heeft een smartphone die tussen de één en de twee jaar oud is.

Nieuwe social media-app voor kinderen: Red Chocolate lanceert Momio

Online jongerencommunicatiebureau Red Chocolate heeft Momio gelanceerd in de Benelux, een social media-app voor kinderen van 7 tot 12 jaar. Deze is ontwikkeld door watAgame, een internationaal interactief media bedrijf uit Kopenhagen. Op Momio kunnen de gebruikers berichten plaatsen, foto’s en video’s uploaden en reageren op elkaars activiteiten. Vergelijkbaar met Facebook, maar dan in een zeer veilige en gecontroleerde omgeving. Momio is gratis en vanaf nu beschikbaar voor de iPad, iPhone, iPod Touch en geselecteerde Android-toestellen.

Momio is menselijk gemodereerd én het wordt gescand met vooruitstrevende veiligheidssystemen. Deze systemen zijn verder ontwikkeld op basis van de systemen die zijn gemaakt voor watAgame’s succesvolle en Noord-Europa’s grootste meidencommunity goSupermodel. Alle inhoud kan gerapporteerd worden en verdachte inhoud wordt automatisch verwijderd voor evaluatie. Daarnaast is de persoonlijke informatie van een gebruiker privé en niet zichtbaar voor andere gebruikers.

Ipad_one2one_nl

Direct na de lancering van Momio in de Deense markt stond de app in de top 5 meest gedownloade apps. Het bereik en het gebruik van de app neemt iedere dag toe. Op basis van deze eerste resultaten in Denemarken verwacht Joost Bazelmans van Red Chocolate dat Momio in 2015 de grootste social media-app wordt voor kinderen in de Benelux.

Hieronder zie je de Nederlanse tv-commercial.

“Kinderen willen graag sociale media gebruiken, maar hebben op dit moment geen eigen plek waar zij naartoe kunnen. Momio is speciaal ontwikkeld voor kinderen en biedt daarmee een social media-omgeving waar zij altijd in contact kunnen staan met hun leeftijdsgenoten.”

Momio’s businessmodel is voornamelijk gebaseerd op inkomsten van geselecteerde adverteerders. Adverteerders kunnen zich wenden tot Red Chocolate voor maatwerkcampagnes.

[TV] Carte Blanche-concept ‘Boost’ moet jongeren aanzetten om het beste uit hun jeugd te halen

Najaar 2013 schreef ik hier over Carte Blanche, een project waarbij de VRT zes jongeren de kans gaf om een eigen televisieprogramma te maken. In juni vorig jaar schreven 800 jongeren zich in met een idee, waaruit zes onervaren, jonge tv-talenten – Bert De Clercq, Thomas Verbruggen, Samir Korbi, Kevser Marasligil, Mourad Baaiz en Barbara Dzikanowice – werden geselecteerd, die vervolgens een bootcamp kregen in televisie maken. Daaruit moest een nieuw concept ontstaan, op maat geschreven voor de eigen YouTube-generatie.

Hoe geweldig: dat is gelukt! Op 30 januari 2014 startten ze met hun eigen programma: Boost. Hiermee willen ze jongeren aanzetten om het beste uit hun jeugd te halen (ongetwijfeld is het begrip YOLO wel eens genoemd). De makers beseffen maar al te goed dat ‘jong zijn’ maar even duurt, en ze willen zelf ten volle van die periode genieten. En daarom hoppen ze van ‘boost’ naar ‘boost’, altijd met een gretige camera op zich gericht. Het gaat bijvoorbeeld om uitdagingen die de kijker ook bedacht en uitgevoerd (en meteen gedeeld) zou kunnen hebben. Niet baanbrekend, maar wel van deze tijd, ook omdat digitaal centraal staat in de aanpak.

Alle filmpjes zijn eerst online te bekijken, en pas later worden ze in een programma verzameld en via het kanaal OP12 uitgezonden op de Vlaamse televisie. Het platform boostnu.be is dus de motor van het hele gebeuren, waar naast de filmpjes ook extra content gedeeld wordt: liefhebbers kunnen zich inschrijven voor de community, meedoen aan wedstrijden, bepalen welke vraag Kevser de volgende keer stelt, Thomas uitdagen om andere mensen blij te maken, enzovoort.

Inmiddels staan er al enkele tientallen video’s op de website, verdeeld over verschillende thema’s. Zo trekt Bert naar inspirerende jongeren die volop bezig zijn om het maximum uit hun jeugd te halen, daagt Thomas andere jongeren uit om 1 minuut televisie te maken en doet Thomas de dingen die je al altijd eens wou doen maar nooit durfde. De filmpjes trekken een paar honderd tot een paar duizend kijkers, maar het zou me niet verbazen als er binnenkort eentje viraal gaat. Best bekeken tot nu toe is ‘Chatroulette met je oma’ (ruim 5.000 views).

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=IZSxLD88F5g]

Check boostnu.be voor meer.

IAB UK legt internetreclame uit aan kinderen in animatievideo: ‘What does the ad say?’

In het kader van Safer Internet Day vorige maand, heeft het Internet Advertising Bureau in Engeland (IAB UK) in samenwerking met Media Smart onderstaande animatievideo laten maken. Doel is om 8-13-jarigen en hun ouders/verzorgers meer duidelijkheid te geven op het gebied van digitale reclame, maar eigenlijk is het vooral een waarschuwing aangevuld met wat tips. Gehoopt wordt dat de vraag uit de titel van het filmpje – what does the ad say? – tot conversaties binnen gezinnen leidt. Voor meer mediawijsheid is een ‘Digital Adwise Parent Pack’ (pdf) beschikbaar.

Een goede vorm om de wondere wereld van het www uit te leggen. Wie maakt een Nederlandstalige versie?

[vimeo 87748773 w=570 h=321]

“When you do spot an ad, think about what you’re seeing, why you’re seeing it, and if it’s true.”

[Creatie door Dominic Owen en Will Samuel; via Fast Company]

PS  Check ook het vergelijkbare initiatief ‘de digitale wereld van uw kinderen’ in een handleiding en video van Telenet, Liberty Global en Insafe.

Van selfie naar nachtmerrie?

Je zag hier en hier eerder al creepy advertenties van de non-profit organisatie Innocence in Danger, waarschuwend voor kinderlokkers op het www, en nu is er een nieuwe video uit Duitsland die inhaakt op de selfie-rage. Uit nieuw onderzoek is net gebleken dat vooral millennials hun digitale zelfportretjes delen. Volgens Innocence in Danger heeft een kwart van de jongeren al naaktfoto’s van zichzelf verzonden. Helaas zijn er veel criminelen online die wel raad weten met sexy selfies (en met veel ergere zaken, als je kijkt naar het YouTube-kanaal van de organisatie).

Het filmpje hieronder, ‘a look back’ getiteld, laat zien dat een vergissing makkelijk gemaakt is. Het advies (pdf) is om op te passen: ‘Eén klik kan je imago ruïneren.’

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=qYogVqOiPsI]

“750.000 Pädokriminelle sind in jeder Sekunde online.”

[Creatie door glow, Berlijn; via Ads of the World]

MSS 2013: 77% tieners surft op smartphone, 41% op tablet

De organisaties voor de Nederlandse mediabereiksonderzoeken (NLO, NOM en SKO) hebben voor de derde keer een rapportage (pdf) over mediagebruik en -gedrag uit de Media Standaard Survey (MSS)* uitgebracht. Niet zomaar een onderzoek, want veel hoger kan de lat om tot betrouwbare basiscijfers te komen niet liggen. Van alle Nederlanders van 13 jaar of ouder blijkt 93% thuis toegang tot internet te hebben. De internettoegang onderweg is de afgelopen drie jaar fors gestegen, van 20% in 2011 naar 37% in 2013.

Het aantal mensen dat daadwerkelijk gebruik maakt van internet nam in vergelijking met 2011 significant toe met 3% naar 12,7 miljoen. Deze stijging komt vooral voor rekening van vrouwen, ouderen en laag opgeleiden, die duidelijk met een inhaalslag bezig zijn. De penetratie onder jongeren is nagenoeg 100%. Van alle leeftijdsgroepen brengen jong-volwassenen van 18-24 jaar de meeste tijd surfend door (21,2 uren per week), gevolgd door tieners van 13-17 jaar (18,2 uren).

mss13 internettoegang

Het gebruik van mobiele apparaten om te internetten steeg verder in 2013. Van alle personen van 13 jaar of ouder gaf 49% aan weleens een smartphone te gebruiken om op te internetten en 35% gebruikt hiervoor een tablet (dit gaat onder meer ten koste van het gebruik van de personal computer en van spelcomputers). Onder jongeren liggen deze percentages flink hoger (77% van de 13-19-jarigen gebruikt internet op de smartphone, 41% op de tablet). Daarnaast zijn er relatief veel jongeren die hun smartphone gebruiken om naar de radio te luisteren (37%), om TV te kijken (24%) en om een tijdschrift te lezen (14%).

mss13 apparaten

TV kijken doen jongeren sowieso bovengemiddeld digitaal: 35% op hun laptop, 26% op de desktop, 24% dus op de smartphone en 20% op de tablet.

Wellicht vallen bovenstaande percentages een stuk lager uit dan verwacht? Goed om weer even met beide benen op de grond te gaan staan!

*De Media Standaard Survey (MSS) wordt sinds 2011 uitgevoerd door TNS NIPO, in opdracht van de Nederlandse JIC’s. Deze gezamenlijke ‘Establishment Survey’ levert normcijfers op die in de afzonderlijke bereiksonderzoeken worden gebruikt voor weging en werving. Het levert ook de definities van doelgroepen, zodat iedereen dezelfde uitgangspunten hanteert. Verder werpt de MSS een blik op nieuwe trends in mediagebruik. De uitkomsten zijn representatief voor alle huishoudens in Nederland en alle individuen van 13 jaar en ouder. In 2013 zijn 6.326 huishoudens en 5.422 personen van 13 jaar en ouder ondervraagd.

[Infographic] InSites: ‘Apps voor gaming, weer en muziek favoriet op smartphones millennials’

Onderzoeksbureau InSites Consulting heeft een nieuwe ‘Millennials & Social Media Infographic’ gepubliceerd, de vierde in een serie: na sociale netwerken, conversaties en merken, staat nu het gebruik van mobiele telefoons centraal. Wereldwijd blijken drie van de vijf GenYers een smartphone te bezitten. De andere 40% zegt vooral dat hun huidige telefoon het nog prima doet, dat een smartphone kopen te duur is of dat ze er eenvoudigweg geen nodig hebben. De populairste mobiele diensten zijn gerelateerd aan gemak, contact en entertainment.

Zie hieronder. Scrol en ontdek in welke landen dagelijks het meest gesurft wordt op het internet via een smartphone of welke de favoriete mobiele diensten en apps zijn van de millennials.

deel 4

Donald Duck’s edutainmentlabel ‘Duckwise’ van start met lancering Duck Quiz-app

Als je educatie schrijft als ‘educkatie’ wordt leren een stuk leuker? Donald Duck Weekblad lanceert in samenwerking met The Walt Disney Company en onderwijsspecialisten een edutainmentlabel, Duckwise genaamd. Binnen het label ontwikkelt Donald Duck de komende jaren diverse digitale en printproducten. Het eerste initiatief van Duckwise is vandaag gelanceerd: de Duck Quiz-app voor iPad. Binnen vijf verschillende categorieën – aardrijkskunde, geschiedenis, dieren, Disney en Donald Duck – zijn er verschillende levels te spelen met een Duckstadfiguur naar keuze.

Spelenderwijs wordt in deze applicatie de algemene kennis én de kennis over de Duckstadbewoners getest. De vragen – gericht op jonge én oude spelers – zijn ontwikkeld door redacteuren in samenwerking met leerkrachten.

De belangrijkste pijlers van Duckwise zijn educatie en fun. De juiste combinatie van deze twee pijlers is het meest krachtig en effectief blijkt uit diverse onderzoeken uitgevoerd door Sanoma. Spelenderwijs leren – waarbij goed wordt gekeken naar de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor kinderen in de 21ste eeuw – leidt tot het beste resultaat.

De Duck Quiz-app is nu voor € 3,59 te downloaden in de iTunes Store. Hieronder zie je een video met korte uitleg.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=ip4LDambvbE]

“Met Duckwise willen we het leren in Nederland vrolijker maken en tegelijkertijd willen we met Donald Duck op een aansprekende manier kennis en belangrijke vaardigheden bij kinderen onder de aandacht brengen. Met als doel: de vrolijkste zijn in het educatieve segment.” [Suzan Schouten, uitgever Kids & Teens bij Sanoma]

“Disney Learning is een belangrijke pijler binnen Disney Publishing. Dit veelbelovende initiatief om het merk Donald Duck te gebruiken om kinderen op een leuke manier aan te zetten tot het vergaren van kennis, vergroot de kansen van de Nederlandse kinderen in de toekomst.” [Inge Martens, Licensing Director The Walt Disney Company Benelux]

dwDuckwise is een samenwerking tussen Sanoma Media Netherlands B.V., Sanoma Learning en The Walt Disney Company.

Sanoma Learning, met in Nederland Uitgeverij Malmberg, is een toonaangevende Europese aanbieder van zowel gedrukte als digitale leeroplossingen. Het realiseren van betere leerresultaten van leerlingen en het ondersteunen van docenten is het doel. Daarnaast exploreert Sanoma Learning voortdurend nieuwe initiatieven om te kunnen inspelen op veranderende media- en onderwijsbehoeften.


Update
(4 maart): Donald Duck weekblad heeft in samenwerking met Store for Brands de allereerste ‘pop-app store’ in Amsterdam geopend. Aan de Kalverstraat 101 kan kan jong en oud van 3 t/m 9 maart 2014 de Duck Quiz app live spelen, ervaren en testen. Het is voor het eerst dat een app op dergelijke wijze live getest kan worden door de consument zelf.

Zichtbaarheid via ‘nieuwe media’? Duim omhoog voor merken die ‘awesome’ zijn

Even aan een willekeurige 9-jarige gevraagd wat hij onder het begrip ‘nieuwe media’ verstaat. Als reactie volgde een lege blik, en na de aansporing om toch te antwoorden: ‘De film The Hobbit 2, want die is nog niet zo lang uit’. Een antwoord dat niet terugkomt in de gangbare definitie, wat de experts ongetwijfeld zullen verklaren met het gegeven dat die digitale media voor kinderen en jongeren een vanzelfsprekend onderdeel zijn van hun leven, opgroeiend met een scherm in de hand als raam op de wereld (voor sommigen reden om hen ‘digital natives’ te noemen, maar helaas zijn niet alle digitale vaardigheden met de paplepel ingegoten). Dat niemand meer verbaasd opkijkt als een peuter oma’s televisietoestel naar andere beelden probeert te swipen en zonder uitleg papa’s smartphone weet te bedienen, betekent niet dat de volledige basisschooljeugd apps aan het bouwen is of dat alle scholieren modeblogs volschrijven in HTML. Maar trendwatcher Herman Konings heeft hen niet voor niets bestempeld als generatie ADHD (‘any device head down’), want de wereld in 2014 lijkt in een aantal opzichten niet op die uit onze eigen jeugd. De jeugd van tegenwoordig is sterk beeldgevoelig, wil alles naar zijn hand kunnen zetten en is hongerig naar verandering, en het aanbod past daarbij.

De technologie staat natuurlijk niet stil. Overal ter wereld ontwikkelen creatieve ‘nerds’ op hun spreekwoordelijke zolderkamertjes toepassingen die we nooit voor mogelijk hadden gehouden. Een paar jaar geleden hadden we nog niet van WhatsApp, Snapchat, Tinder, We Heart It, Tumblr, Candy Crush SagaWeChat, Line, KakaoTalk, Kik, Vine, Pinterest en Minecraft (enzovoort!) gehoord, en nu tellen deze ‘nieuwe media’ miljoenen gebruikers (in deze vluchtige tijd waarin we van hype naar hoax rennen, kan wat het ene moment door iedereen omarmd wordt even later geschiedenis zijn, maar toch). Het is nog even zoeken of en hoe deze relatief nieuwe mogelijkheden in te zetten zijn door adverteerders, waarbij YouTube een andere gebruiksaanwijzing heeft dan Snapchat, om maar eens wat te noemen.

Al vóór de tijd van ‘oude media’ wilden degenen die producten aan de M/V wilden slijten zich dáár laten zien waar hun (potentiële) klanten zijn, en dat zou nog steeds zo moeten zijn. Vandaar dat de commercie overal is in onze consumptiemaatschappij. Merken willen begrijpelijkerwijs ook graag zichtbaar zijn in de websites, apps en games waar tegenwoordig zoveel oogballen op gericht zijn. Op RTV, in print en outdoor wordt reclame veelal gedoogd (hoewel er met enige regelmaat wordt opgeroepen tot een verbod (zeker als het ons kwetsbare kroost betreft), wordt er massaal gestemd als de beste commercial of advertentie gekozen mag worden, dus misschien vinden we het stiekem ook wel leuk), maar veel van die nieuwere applicaties zijn geen openbare ruimten maar privédomeinen. Daar wordt natuurlijk niet zomaar iedereen toegelaten, maar wellicht kunnen we iets leren van het verleden: denk aan de studenten die een bushokje sloopten om een H&M-poster aan hun slaapkamermuur te kunnen ophangen. Een supermodel in bikini, is het zo eenvoudig?

Ja, echter een eend zonder broek werkt net zo goed. Op Twitter heeft Donald Duck ruim 170.000 followers, want de conversaties met de andere Duckstad-bewoners zorgen keer op keer voor een glimlach. Het weekblad is inmiddels ook op Instagram actief, waar dagelijks een tekening gepost wordt, die gemiddeld van een derde van de volgers een ‘hartje’ krijgt. Interactie, niet door met kortingen te smijten, maar simpelweg door het leven van de internetters wat leuker te maken met content die iets toevoegt. Zoals bijvoorbeeld Converse, Red Bull, Vans, Starbucks en Nike daar foto’s plaatsen om de band met een aantal van hun fans te onderhouden, en wat scholen, musea, bibliotheken, kerken en andere instellingen en bedrijven die trots zijn op hun activiteiten eveneens kunnen inzetten.

Nu zijn ‘awesome’ en ‘epic’ buzzwoorden die online teveel gebruikt worden — wie wel wil overdrijven maar niet in het Engels, gebruikt termen als ‘briljant’ en ‘hilarisch’ — om aan te geven dat wat gedeeld wordt ‘like’-waardig is, maar daar ligt wel de oplossing. Want met merken die ‘cool’ zijn, wil de doelgroep best bevriend zijn en dat aan anderen laten weten (al is het maar om zichzelf te profileren). In een handboek (en blog) geeft Instagram marketeers advies: wees trouw aan je merk, deel ervaringen en ken je publiek. Zaken als relevantie en authenticiteit zijn dus de bekende basisvoorwaarden, en als daar opwindende/verrassende ervaringen aan toegevoegd worden die de verwachtingen overtreffen, gaat de duim omhoog. Ook voor een film die net uit is.

[Dit artikel is ook verschenen in MarketingTribune nummer 03, 2014. Afbeelding uit advertentie van Rikushet: ‘Less screens, more outdoors’.]

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019