Onderzoek Common Sense bewijst: kinderen groeien op met mobiel scherm in hun hand

In twee jaar tijd is het bezit van tablets in huishoudens met 0-8-jarige kinderen vervijfvoudigd, van 8% in 2011 tot 40% in 2013. Driekwart van de kinderen in de VS van deze leeftijd heeft thuis toegang tot een ‘smart mobile device’ als een smartphone of tablet-computer. Dat blijkt uit het onderzoek Zero to Eight: Children’s Media Use in America 2013 (pdf), de tweede editie* van deze grootschalige studie van Common Sense Media. De non-profit organisatie wil hiermee de mediaomgeving en het mediagedrag van de Amerikaanse jeugd in kaart brengen.

Omdat dezelfde vragen twee jaar geleden (pdf) ook gesteld zijn, wordt duidelijk hoe snel de wereld verandert. In vergelijking met 2011 hebben nu twee keer zoveel 0-8-jarigen mobiele media gebruikt. De tijd die ze aan mobiele apparaten besteden is verdrievoudigd. Dat heeft als gevolg dat jonge kinderen minder naar de ‘traditionele’ schermen (televisie, dvd’s, videospellen, computers) kijken, hoewel de tv nog steeds domineert.

Kinderen spenderen gemiddeld een uur en 55 minuten per dag aan schermmedia (waarvan een kwartier op mobiele apparaten). Bij 0-/1-jarigen is dat iets minder dan een uur, bij 2-4-jarigen bijna twee uur en bij 5-8-jarigen al 2 uur en 21 minuten. Van alle kinderen onder de twee jaar heeft meer dan een derde (38%) al eens met een mobiel apparaat gespeeld. Overigens is niet alles digitaal: 60% leest zelf dagelijks of wordt voorgelezen, een hoger percentage dan twee jaar geleden.

De belangrijkste resultaten uit de studie zijn weergegeven in onderstaande infographic.

0-8 infographic

“This is the true sign that the digital generation has arrived. We’re seeing a fundamental change in the way kids consume media. Kids that can’t even talk will walk up to a TV screen and try to swipe it like an iPad or an iPhone.” [Jim Steyer van Common Sense Media op Mashable.com]

*In mei/juni 2013 zijn 1.463 ouders met kinderen in de leeftijd van 0 t/m 8 jaar online ondervraagd door GfK. Klik hier voor een pdf van de rapportage. In 2011 werd een vergelijkbaar rapport gepubliceerd.

‘Sexting kan je beroemd maken’, waarschuwt Zwitserse bewustwordingscampagne

In Zwitserland is de  non-profit organisatie Pro Juventute een campagne gestart om jongeren en hun omgeving er bewust van te maken dat misbruik van ‘intieme foto’s’ ernstige gevolgen kan hebben, zowel voor de getroffenen als voor de verantwoordelijken. In folders vinden jongeren, ouders en leerkrachten informatie over hoe ze zich kunnen wapenen tegen cyberpesten en desgewenst wordt er voorlichting op scholen gegeven. Ook is er een ‘alarmnummer’ waar betrokkenen kunnen aankloppen voor hulp.

Onderstaande posters en tv-spot tonen de mogelijke gevolgen en met een Facebook-app kan de jeugd testen hoe risicovol hun mediagedrag is. Voor de meesten onder ons zal naakt-te-bewonderen-zijn-op-het-internet niet de gewenste manier zijn om beroemd te worden, waardoor dat schrikbeeld een aardige insteek is om over te brengen dat het niet zo verstandig is om al te blote selfies te versturen. Zes van de tien tieners worden daarom gevraagd, dus een waarschuwing is op z’n plaats. Zie de campagnewebsite voor meer info.

projuventute

“Sexting kann dich berühmt machen’. Auch wenn du es gar nicht willst.”

[Creatie door TBWA Switserland; via Osocio]

Met de ‘Los in het Bos’-app gaan kinderen gamen in de natuur

Vandaag is de applicatie ‘Los in ‘t Bos’ gelanceerd op het Cinekid-festival in Amsterdam: een game die buiten gespeeld wordt op een smartphone of een tablet-computer. Innovatief volgens de makers, omdat gebruik wordt gemaakt van de leefomgeving. Het gaat namelijk om een educatieve app die basisschoolkinderen van groep 6 t/m 8 stimuleert om te gamen én naar buiten te gaan. Een bijzondere combinatie van nieuwe media en bewegen in de natuur, iets dat tot nu toe meer dan tegenstrijdig leek.

De app is bedacht door Stichting Nationale Boomfeestdag, Staatsbosbeheer, Stichting NatuurWijs en Aglia, en ontwikkeld door PixelPixies, dankzij een fonds van Mediawijzer.net. De app maakt gebruik van augmented reality en zet een virtuele laag bovenop de werkelijkheid. Gebruikers zien op hun scherm waar ze buiten zijn en tegelijkertijd verschijnt ook een spannend spel met als doel Nederland bomenrijker te maken door het planten van virtuele bomen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van alle zintuigen.

boomfeestdag

De game kan overal buiten gespeeld worden: in het bos, het park, de tuin of op een schoolplein. Kinderen gaan dus van in-huis-spelen naar buiten gamen. Ze worden aangezet tot bewegen en ze leren op een speelse manier over het belang van bomen en dieren. Met deze app zorgen de initiatiefnemers er naar eigen zeggen voor om nieuwe media op een positieve wijze in te zetten, door de kinderen mediawijzer te maken en ze een platform te bieden om op een goede manier in deze behoeftes te voorzien.

Nu al gratis te downloaden in de Google Play Store. De App Store volgt later.

Onderzoek (en campagne) van Hi: ‘TV is passé, jongeren kijken liever naar online crap’

Dubbel liggen om de Lucky TV-filmpjes, plaatjes van Kakhiel of de video van een kat in haaienpak op een automatische stofzuiger. Het bekijken van ‘online crap’ – films, foto’s of gifjes met een humoristisch of onzinnig karakter – is razend populair onder jongeren. De helft van de Nederlandse 16-25-jarigen checkt dagelijks online crap, één op de vijf spendeert hier zelfs meer dan 30 minuten per dag aan. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van Hi door Direct Research in oktober 2013 onder 1.014 jongeren in de leeftijd van 16-25 jaar.

Vooral video’s, foto’s en plaatjes die maatschappijkritisch, sarcastisch en nieuwsgerelateerd zijn, worden graag bekeken. Hoewel veel crap zijn weg vindt via sociale media, bekijkt zo’n 46% doelgericht via vaste sites hun dagelijkse portie ‘online onzinnigheid’. YouTube (74%), 9GAG (55%), Dumpert (41%),  GeenStijl (24%)  en De Speld (21%) zijn daarvoor de populairste kanalen.

Online crap is een ideaal middel tegen verveling en om te ontspannen, maar bovenal biedt het jongeren hun dagelijkse portie lachen (65%). Jongens kijken vaker – 60% kijkt dagelijks – en langer dan 5 minuten naar online crap dan meisjes (40% kijkt, en gemiddeld korter dan 5 minuten per dag). Bijna een kwart van de jongens laat zich tegenwoordig zelfs liever vermaken door online crap dan door de ‘good old’ televisie. Van de keerzijde van online crap zijn jongeren zich ook bewust; het is verslavend en kost ze veel tijd. ‘Ik zou beter een boek kunnen lezen’, geeft 33% aan.

Ruim de helft van de jongeren deelt online crap via sociale media. Favoriete kanalen daarvoor zijn Facebook (36%) en WhatsApp (35%). Maar veel crap wordt juist ook ‘in real life’ gedeeld: 23% van de jongeren kijkt de meeste crap als ze samen met vrienden zijn. Het overgrote deel van de online crap (79%) – vooral video’s en muziek – wordt bekeken op de computer, gevolgd door de smartphone (67%). Zo’n 40% van de jongeren stelt het kijken van crap uit tot ze achter een PC zitten, dit uit angst dat het mobiel kijken naar crap teveel MB’s uit hun abonnement kost.

Dat is natuurlijk een inzicht waar ze bij Hi wel raad mee weten: “De Hi-abonnementen bieden giga veel data en geen buitenbundelkosten op internet. Wachten op wifi om je favoriete online crap te bekijken of delen is dus niet nodig.”

#morecrap from the web
Om jongeren te bewegen om zo’n abonnement af te sluiten, is Hi gestart met de #morecrap-videobannercampagne, met Uriah Arnhem (bekend uit eerdere Hi-reclame) in de hoofdrol. Gezien de insteek is het niet gek dat het grootste deel van het budget aan online wordt besteed. Marketing Online verklaart: “De strategie van Hi is immers altijd mee te bewegen met het mediagedrag van jongeren. En die bevinden zich online.” In samenwerking met Dumpert wordt de online serie Dumpert CRap TV gemaakt en met YouTube zijn pre-rolls ontwikkeld die kijkers niet willen skippen.

De campagne is begonnen met het verspreiden van unbranded content op sites als Reddit, 9GAG en Vine. Binnen een uur haalde Hi de nummer 2 positie van populairste GIF-jes bij Reddit, en werd op 9GAG meer dan 250.000 views behaald, aldus MarketingTribune. En zo overspoelt Hi het web met zelfgemaakte crap. Zie onderstaande campagnefilm.

Voor wie zin heeft in ‘more crap from the web’ verzamelt Hi een en ander op www.hi.nl/morecrap.

[Creatie door FHV BBDO]

Kruidnotenbakker Koopmans trotse sponsor van ‘Sinterklaas en de Pepernoten Chaos’

De makers van de Sinterklaasfilms Sinterklaas en het Pakjes Mysterie en Sinterklaas en het Raadsel van 5 December zijn terug met een nieuw bioscoopavontuur, dat dit jaar in het teken van de crisis staat. Sinds 2 oktober draait de nieuwe film Sinterklaas en de Pepernoten Chaos in de bioscopen, waarin naast Tony Neef, Willeke Alberti (als Hare Majesteit), Gerard Joling en Patty Brard nog veel meer bekende Nederlanders opdraven. Zoveel sterren als er in de nieuwe film meespelen, zo weinig sterren krijgt deze van recencenten.

Toch wekte de recensie in de Volkskrant de nieuwsgierigheid met de volgende omschrijving: “(…) als dieptepunt de schandalig opzichtige product placement van merken als Koopmans en Mattel. Dat Sinterklaas pepernoten bakt uit een pakje en alleen speelgoed van een bepaald merk koopt, zou eigenlijk als commerciële bezoedeling van cultureel erfgoed bestraft moeten worden.”

Inderdaad voert Koopmans momenteel een Sinterklaasactie, gelinkt aan de Sinterklaasfilm. Bij aankoop van een actieverpakking Koopmans Kruidnoten maken consumenten kans op een set van vier gratis kaarten voor een speciale Koopmans voorstelling van de familiefilm Sinterklaas en de Pepernoten Chaos op zaterdag 30 november 2013 in meerdere steden. Er worden ruim 1.700 kaartjes weggegeven.

actiepak

Laten we eens kijken naar de motivatie voor de sponsoring, zoals deze op de website van de film omschreven staat: “Als oer-Hollands merk koestert Koopmans de Nederlandse Sinterklaastraditie: kruidnoten, speculaas, cadeautjes en natuurlijk de jaarlijkse Sinterklaasfilm. Daarom is Koopmans een samenwerking aangegaan met de nieuwe bioscoopfilm Sinterklaas en de Pepernoten Chaos. Koopmans is de trotse sponsor van deze familiefilm die garant staat voor een heerlijk bioscoopavondje. (…) Zoals de titel van de film al doet vermoeden spelen – naast heel veel BN’ers – ook pepernoten een belangrijke rol in de nieuwe Sinterklaasfilm. Om alle miljoenmiljard pepernoten op tijd klaar te hebben, moeten Piet Pollepel en Kokspiet stevig aan de bak. Koopmans helpt hen daarbij graag een handje met complete mix voor Kruidnoten, waaraan je alleen nog water hoeft toe te voegen.” Het onderscheid tussen kruidnoten en pepernoten wordt er zo niet duidelijker op, maar dat terzijde.

Branded content werkt voor de adverteerder, is financieel gezien noodzakelijk voor de filmproducent en wordt geaccepteerd door kijkers. Als het commerciële karakter er echter te dik bovenop ligt of als het merk te opvallend aanwezig is, kan het zomaar tot een nare nasmaak leiden. Kinderen zullen de verstopte reclame waarschijnlijk niet als zodanig herkennen, wat op zich al voer voor discussie is.

Hieronder de trailer van de film. Zeg het maar: slimme marketing of onacceptabele commercie?

Andere ‘partners’ in de film zijn onder andere Mattel (Barbie, Hot Wheels), Albert Heijn, Juliana Toren en Rijkswaterstaat.

Update (18/11): Er is nu ook een ‘Zet Je Schoentje’-app. Android-, iPhone- en iPad-bezitters kunnen tot 5 december iedere dag digitaal hun schoentje zetten. Wie dat voor 21:00 uur doet, kan de volgende ochtend een cadeautje uitpakken.

Ofcom-onderzoek toont mediatrends: kinderen verruilen smartphones voor tablets

Voor het eerst is het aantal 5-15-jarigen met een mobiele telefoon gedaald. Dat komt vooral doordat minder jongere kinderen van 8-11 jaar een eenvoudig mobieltje bezitten, dat was vorig jaar 28% en 15% in 2013. Binnen deze leeftijdsgroep heeft 18% nu zelf een smartphone, een percentage dat redelijk stabiel is. Hetzelfde aandeel bezit nu een eigen tablet, maar dat is een verviervoudiging ten opzichte van 2012. Dat blijkt uit periodiek onderzoek van de Engelse toezichthouder Ofcom maar mediagebruik- en attitudes van kinderen en ouders.

De studie toont aan dat jongere en oudere kinderen andere prioriteiten hebben als het gaat om  apparaten waarmee ze online kunnen zijn. Bij de 12-15-jarigen blijven smartphones meer gebruikt dan tablets; drie van de vijf jonge tieners (62%) zijn eigenaar van een smartphone (onveranderd sinds vorig jaar), 26% heeft nu zelf een tablet (dat was vorig jaar slechts 7%, dus het stijgt wel flink).

Tabletcomputers groeien snel in populariteit en worden een must-have device voor kinderen van alle leeftijden. Het gebruik van tablets door 5-15-jarigen is verdrievoudigd sinds 2012 (van 14% naar 42%). Ruim een kwart (28%) van de jonkies van 3-4 jaar maakt er thuis al gebruik van. Het tabletgebruik stijgt ook snel onder 5-7-jarigen (39% in 2013, 11% in 2012) en 8-11-jarigen (nu 44%, vorig jaar 13%).

ofcom tabletbezit

De meer traditionele apparaten (desktop, laptop) worden minder gebruikt voor internettoegang (een daling van 85% naar 68%); voor 13% van de kinderen is een tablet de populairste keuze, voor 11% een mobiele telefoon. Er zijn duidelijke verschillen in leeftijdscategorieën: jongere kinderen kiezen voor de tablet voor entertainment, met name voor het kijken naar audiovisuele content en het spelen van games, terwijl oudere kinderen voor smartphones kiezen om te communiceren. De 12-15-jarigen met een smartphone verzenden gemiddeld 255 tekstberichtjes per week.

Ook het mediagedrag in de kinderkamers veranderd. Minder 5-15-jarigen hebben een tv in hun slaapkamer (nog altijd 52%) en daarnaast is de kans kleiner dat er een game console staat (47%). Televisie blijft het medium dat deze groep het meest zou missen, maar er wordt steeds vaker via een ander apparaat dan het tv-toestel gekeken.

Tot slot nog een andere opmerkelijke bevinding uit het grootschalige onderzoek: voor het eerst is er een daling van het aantal kinderen met socialnetwerkprofielen, en er ontstaat een grotere diversiteit in de soorten van sociale media die gebruikt worden.

Lees voor heel veel meer informatie -221 pagina’s!- het ‘Children and Parents: Media Use and Attitudes Report’ (pdf), interessante kost. Cijfers uit de UK, maar de trend zal hier niet heel anders zijn. Het veronderstelde fenomeen ‘wifi-generatie’ wordt steeds meer bewaarheid…

Jongeren willen vooral lotgevallen van leeftijdsgenoten zien, blijkt uit grootschalig Nederlands filmonderzoek

Bijna iedereen (94%) kijkt Nederlandse films. De grootste groep (81%) doet dit via de gratis tv-zenders en meer dan de helft (53%) van de Nederlanders betaalt ook voor Nederlandse films in de bioscoop, het filmtheater of om die thuis te zien. In vergelijking met tien jaar geleden spreekt de Nederlandse filmproductie tegenwoordig bredere groepen aan, zo wordt geconcludeerd op basis van het grootschalige onderzoek ‘Het publiek en de Nederlandse speelfilm – een verkenning van de Nationale markt’ (pdf)*.

Drie van de vijf landgenoten (60%) vinden Nederlandse films beter geworden. Vooral onder jongeren (16-23 jaar) is de waardering in tien jaar sterk toegenomen. De concurrentiekracht van Nederlandse films ten opzichte van het Amerikaanse aanbod is eveneens in de afgelopen tien jaar geleden groter geworden. Als het publiek blindelings zou moeten kiezen geeft 21% van de Nederlanders de voorkeur aan een Nederlandse film en 38% aan een Amerikaanse. De rest van het publiek heeft geen specifieke voorkeur. Tien jaar geleden zou nog maar 15% kiezen voor een Nederlandse film.

De taal en herkenbaarheid zijn belangrijk voor de uitgesproken voorkeur voor Nederlandse films. Dat is vooral de reden voor de populariteit van Nederlandse films bij jongeren, ouderen (55+), ouders met jonge kinderen, lager opgeleiden en het publiek dat niet in de grote steden woont. Ouderen geven om die reden zelfs eerder de voorkeur aan Nederlandse films dan aan Amerikaanse.

Jongeren van 10-15 jaar willen films met leeftijdsgenoten
Van de jongeren van 10 t/m 15 jaar kijkt 91% naar Nederlandse films; 34% kijkt alleen thuis naar Nederlandse films en 56% ziet ook Nederlandse films in de bioscoop. Een duidelijke voorkeur voor films van eigen bodem heeft deze groep niet: 43% kijkt graag naar Nederlandse films, maar 41% maakt het niets uit en 17% kijkt zelfs liever niet naar Nederlandse films. In de leeftijdsgroep 10 t/m 15 jaar lijken Nederlandse films alleen voor meisjes te worden gemaakt; jongens beginnen af te haken als ze 10 of 11 jaar zijn, want het huidige aanbod spreekt ze weinig aan — het is te kinderachtig en te meisjesachtig.

Ze kijken vooral graag naar Nederlandse films vanwege de taal. Ook herkenbaarheid (lotgevallen van leeftijdgenoten), bekende en leuke Nederlandse acteurs, en de humor spelen een belangrijke rol om Nederlandse films graag te zien. Als redenen om niet graag naar Nederlandse films te kijken noemen ze vooral dat de films slecht geacteerd zijn, langdradig of saai, met te weinig actie en niet spannend genoeg. Amerikaanse films worden meer gewaardeerd.

waardering nederlandse films

De voorkeurgenres van jonge tieners zijn komedies, familiefilms, spannende films, films met veel avonturen en actie, en films over jongeren van hun eigen leeftijd. Ze worden vooral gemotiveerd om een film te zien als ze weten dat het een spannende film is, dat er veel gelachen kan worden, dat er veel actie en spektakel in zit en omdat het een film is voor iemand van hun leeftijd. Hun ideale film gaat over alledaagse dingen, zoals het leven op school en wat leeftijdgenoten meemaken.  Daarnaast noemen ze als onderwerpen: spanning, fantasy en superhelden, verliefdheid, sport en dans, avonturen zoals schat zoeken, en ook pesten.

Hun favoriete Nederlandse films zijn Achtste-Groepers Huilen Niet, Mees Kees, Verliefd Op Ibiza en New Kids. De favoriete buitenlandse films zijn Skyfall, Harry Potter, Ice Age en The Twilight Saga. Nederlandse films die ze stom of niet leuk vinden zijn Flodder, Gooische Vrouwen en Alles Is Liefde.

Televisie en school en vrienden zijn de voornaamste informatiebronnen van tieners. Daarnaast zijn ook reclame in de bioscopen en spotjes en clips op internet, zoals op YouTube, belangrijke bronnen over film voor de jongeren. Wat betreft film spelen sociale media alleen een rol bij de meisjes vanaf 12 jaar en jongens van 14 en 15 jaar. Meisjes zijn veel meer bezig met sociale contacten en uitwisseling van informatie over film met hun vriendinnen, dan de jongens.

Breder aanbod kan zorgen voor meer betalend publiek
De Nederlandse filmproductie kan zijn marktpositie op afzienbare termijn uitbreiden met 1,5 miljoen filmconsumenten die nu nog niet betalen voor Nederlandse films, maar die dat wel zouden willen. Een belangrijke voorwaarde voor het bereiken van dat nieuwe publiek is de productie van een breder aanbod van genres en type films – voor een groot publiek, crossover en arthouse – en een groter productievolume dan nu het geval is. Daarmee zou de Nederlandse filmproductie beter kunnen inspelen op de wensen van de verschillende publieksgroepen. Ook de frequentie van het bioscoop- en filmtheaterbezoek aan Nederlandse films kan worden verhoogd. Dat kan onder meer worden gestimuleerd door een betere spreiding door het jaar van de uitbreng van nieuwe Nederlandse films. Het publiek krijgt dan de gelegenheid het hele jaar door uit een breed scala van Nederlandse films te kiezen.

Voor het verhogen van het bereik bi j10-15-jarigen zouden er meer films gemaakt moeten worden met een ‘volwassen’ karakter. Dat wil zeggen écht spannend, met veel actie en spektakel, en met scherpe humor. Films die in hun ogen een flinke afstand nemen van de kinderwereld wat betreft verhaal, toonzetting en personages. Voor de jongens geen romantische komedies, maar films als New Kids, Oorlogswinter en Sint, en voor de oudere meisjes films als Verliefd Op Ibiza en Alles Is Liefde.

*Het onderzoek is uitgevoerd door de Stichting Filmonderzoek en Paul Verstraeten/Filmtest, in opdracht van EYE Film Instituut Nederland, de Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten (NVB) en de Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs (NVF). Het onderzoek bestaat uit deskresearch, een enquête onder filmmarketeers en een kwantitatief onderzoek (door Ruigrok-NetPanel); ruim 4.000 Nederlanders van 16 jaar en ouder beantwoordden vragen over hun voorkeuren en behoeften ten opzichte van Nederlandse speelfilms en daarnaast is een aanvullend onderzoek uitgezet onder ruim 600 10-15-jarigen.

Als jongeren carte blanche krijgen om televisie opnieuw uit te vinden…

“De VRT geeft jongeren de kans om televisie heruit te vinden” — met die uitdagende slogan kondigde de Vlaamse publieke omroep afgelopen zomer het nieuwe jongereninitiatief Carte Blanche aan. Geselecteerden krijgen hiermee de kans om -onder begeleiding van coaches en mediaspecialisten- televisie te maken die afgestemd is op het mediagebruik van de eigen YouTube-generatie. Bedoeling is dat jongeren een nieuw participatief en interactief jongerenaanbod gaan maken, dat zowel online als via kanaal OP12 zal lopen.

De VRT geeft letterlijk carte blanche aan de jongeren, om hun ideeën en hun visie op de media van morgen te leren kennen. Inmiddels is een zestal 18-24-jarigen aan een ‘bootcamp’ begonnen; ze moeten verschillende opdrachten tot een goed einde brengen, van marktonderzoek naar jongeren verrichten tot het maken van een live-uitzending. Hoe ze het er vanaf brengen, is vanaf september (tot december 2013) te volgen; twaalf afleveringen lang zullen ze experimenteren met alle vormen van media. Begin 2014 volgt dan een nieuw concept dat door de geselecteerde jongeren zelf ontwikkeld is.

Hieronder zie je de eerste drie afleveringen (van de ‘zoektocht’). Zien we hier de toekomst van tv of oude wijn in nieuwe zakken?

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=_S-P4vcrpq8]

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=bRlvSrbyW-s]

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=pJG9UsgCHe8]

Volg Carte Blanche op de sociale media: Facebook, Instagram, Twitter, YouTube.

Update (14/03/2014]: Klik hier voor het resultaat.

UM kraakt de sociale code: ‘Vijf fundamentele menselijke behoeften vormen de basis voor al het social media-gedrag’

UM’s bekende Wave-onderzoek* is inmiddels in de zevende editie. Het grootste onderzoek naar sociale media ter wereld (48.495 ondervraagden in 65 landen) komt met een opvallende boodschap: het is niet langer genoeg om de trends op social media gebied te volgen met je merk aangezien veel van deze juist afleiden van de daadwerkelijk motivatie van de consument. We moeten de motieven achter social media trends doorgronden aangezien zelfs de meest oppervlakkige interactie wordt veroorzaakt door een diepere behoefte.

Zeven jaar Wave-analyses van sociaal gedrag online heeft het mediabureau tot de conclusie gebracht dat de kernvraag niet is WAT mensen doen maar WAAROM zij dit doen. Daar heb je geen onderzoek voor nodig, zal je denken. Wel om te achterhalen welke vijf fundamentele menselijke behoeften de basis vormen voor al het sociale gedrag: ‘Verbinding’, ‘Verstrooiing’, ‘Vooruitgang’, ‘Erkenning’ en ‘Leren’.

5 behoeften

Uit het Wave-onderzoek blijkt ook dat als merken voorzien in de behoeften van consumenten dit een belangrijke bijdrage levert aan merkdoelstellingen:

  • Verstrooiing is de behoefte aan vermaak; 40% van alle mensen die aangeven vermaakt te willen worden door merken zeggen dat deze ervaringen merken meer begeerlijk maken.
  • Erkenning is de behoefte aan zelfexpressie en respect; 65% van de mensen die persoonlijk antwoord willen krijgen van merken en dat dan ook krijgen, geven aan dat dit hen gewaardeerd laat voelen.
  • Vooruitgang is de behoefte aan ontwikkelen en carrière maken; 37% van de mensen die aangeven geholpen te willen worden bij de ontwikkeling van hun vaardigheden en capaciteiten, geven aan als resultaat meer tijd met het merk te willen doorbrengen.
  • Verbinding is de behoefte om verbonden te zijn en ervaringen te delen met anderen; als een merk iemand faciliteert in het helpen van anderen, is men geneigd dit merk aan te bevelen.
  • Leren is de behoefte om nieuwe dingen te ontdekken en onderzoeken; merken die mensen meer leren over hun producten en/of diensten en tegelijkertijd goed luisteren en inspelen op hun behoeften, zorgen ervoor dat consumenten eerder kopen.

Wanneer we dus willen dat consumenten een verbintenis aangaan met merken dan zullen we van deze behoeften en hetgeen ze leveren moeten uitgaan. De uitdaging ligt in het vinden van de plaats waar de consumentenbehoefte en de doelstelling van het merk bij elkaar komen. Alleen op deze manier kunnen merken een langdurige relatie met consumenten aangaan.

De sociale platforms zijn constant in ontwikkeling en de manier waarop mensen toegang hebben tot die platforms verandert. Wave 7 onthult volgens de onderzoekers waar de sweet spot zit voor de verschillende productcategorieën in combinatie met de gewenste devices, doelgroepen en merkdoelstellingen.

Naast bovenstaand kader voor merkstrategieën via sociale media biedt Wave 7 biedt tevens een update van alle laatste gebruikscijfers en ontwikkelingen omtrent sociale media. In de vorige Wave-studie werd het bezit en gebruik van devices toegevoegd aan het onderzoek. Ook in 2013 levert dat weer interessante inzichten op:

  • Inmiddels bezit 74% van de internettende Nederlanders een smart phone, versus 37% twee jaar geleden (Wave6). Ook tabletbezit is stormachtig toegenomen: van 12% naar 47%.

devices

  • Het aantal mensen met een smartphone is niet alleen toegenomen, men is ook veel actiever.

actiever

  • Mede door de toename van smartphonegebruik zijn simpele (Twitter) en contextuele social platforms (foto’s delen; Instagram, Pinterest) snel gegroeid. Daar zit de meeste potentie.

devicesFilms, muziek, reizen, voeding, restaurants, consumententechnologie, huishoudelijke producten en sport zijn de onderwerpen waar de social influencers het meest over praten. Het minst populair zijn onderwerpen over auto-onderhoud, kinderopvang, betaalkaarten, huishoudelijke schoonmaakproducten, verzekeringen, goede doelen en banken.

*In 2006 is UM begonnen met een project om de schaal en impact van social media wereldwijd te kunnen meten en de verandering in communicatie technologie te kunnen onderzoeken. Tot nu toe zijn meer dan 136.000 internetgebruikers (16-54 jaar) in 64 landen online ondervraagd. Steekproefomvang in Nederland: 1.008 respondenten.

  • Wave 1 (2006): liet zien dat social media de verwachtingen waarmaakte , er was een grote en actieve groep mensen online aan het communiceren.
  • Wave 2 (2007): liet zien hoe social media verschoof van een tekstueel medium van bloggers en posters naar een compleet audio-visueel medium vol met content makers en delers.
  • Wave 3 (2008): bracht de democratisering van beïnvloeding in beeld; hoe social media consumenten de mogelijkheid gaf om andere mensen te beïnvloeden.
  • Wave 4 (2009): onderzocht de redenen achter de enorme groei van social media door te begrijpen wat de motivaties zijn bij het gebruik van de verschillende platformen. Het liet zien dat consumenten zich verbinden met een platform omdat het specifieke behoeften goed invult.
  • Wave 5 (2010): heeft geleerd dat er een grote vraag was naar sociale interactie met merken. De vorm en de mate van interactie varieert van persoon tot persoon en van productcategorie tot productcategorie. Die merken die de juiste ervaring konden leveren hadden een enorm voordeel, in termen van merktrouw, aanbevelingen en sales.
  • Wave 6 (2012): heeft geholpen om te begrijpen welke rol social media kan spelen in het helpen van bedrijven om hun marketingdoelstellingen te behalen. Door de waarde van social media in kaart te brengen konden we ervaringen creëren die vanaf het begin al ontworpen waren om die doelstellingen te kunnen behalen. Het liet ook zien welke middelen en technieken consumenten het liefst gebruikten bij interacties met merken.

Het rapport met de global insights van Wave 7, ‘Cracking the Social Code’ getiteld, is hieronder te lezen of daar te downloaden.

[Infographic] InSites: ‘Communicatie en tijdverdrijf belangrijkste redenen voor gebruik sociale media door Millennials’

Millennials weten meer over marketing en staan kritischer tegenover reclame dan om het even welke andere generatie ooit tevoren. Sociale media zijn onmisbaar voor deze generatie. Wist je dat een doorsnee GenYer een profiel aanmaakt bij 2,5 sociale netwerken of dat zo’n 80% van de GenYers echt elke dag inloggen op sociale media? Dat soort feitjes over Millennials en hun gebruik van sociale media zijn door InSites Consulting gevat in onderstaande, nieuwe infographic.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat Millennials sociale media zelfs aanschouwen als hun belangrijkste kanaal, vermits deze kanalen het meest up-to-date en het meest aangepast zijn aan hun behoeften, vermits ze zelf kiezen wie ze zullen volgen en bijgevolg ook welke informatie ze willen ontvangen.

Scrol en lees over hun belangrijkste redenen om sociale media te gebruiken en over de locaties waar ze dat het meest doen.

Millennials en Social Media

Cybersmile wil online pesten aanpakken met pijnlijke video

The Cybersmile Foundation is een Engelse organisatie die cyberpesten en haatcampagnes probeert aan te pakken. Om bewustwording te creëren, wordt het middel shockeren niet geschuwd. Onder de titel #DONTRETALIATE is onderstaande video de wereld in gestuurd, waarin de boodschap verkondigd wordt dat wraak niet de oplossing is voor pesten. Er komen teveel zelfmoorden voor die gerelateerd zijn aan dit gedrag. Het advies om niet terug te slaan wordt gezien als potentieel levensreddend. Geen makkelijk advies.

De beelden van een meisje met de strop zullen ongetwijfeld leiden tot aandacht en discussie. Maar dat is niet genoeg voor de stichting. Als de film een leven redt, is het allemaal de moeite waard geweest. Meer activiteiten volgen.

“Do not retaliate is the single most important piece of advice that we can give any victim of cyberbullying. If followed, this advice can help reduce anxieties and allows for clearer thinking at a time when somebody is making a very real, life or death level decision.”

[Creatie door Rattling Stick; via Sp!ts]

Online lesmateriaal ondersteunt ‘De Mooiste Chick van het Web’

Op YouTube wordt de voorlichtingsfilm De Mooiste Chick van het Web over de ‘loverboy 2.0’ goed bekeken. De video heeft als doel om jongeren in het voortgezet onderwijs voor te lichten over de risico’s van het gebruik van sociale media – die door loverboys steeds meer als werkterrein gebruikt worden. Daarnaast is de voorlichtingsfilm bedoeld voor de omgeving van de kwetsbare groep slachtoffers; vriendinnen, ouders en leraren. Want hoe merk je nou aan je dochter, vriendin of leerling dat er iets aan de hand is?

De ruim 240.000 kijkers geven luid en duidelijk commentaar. Hier en daar is zelfs een reactie verwijderd, zo meldt Codename Future met enige trots in een persbericht. De kijkers zijn van mening dat loverboys geen mensen zijn. Ze vinden de hoofdrolspeler gemeen. Het geeft meisjes stof tot nadenken. Je kunt niemand vertrouwen, al helemaal niet via internet. Kort samengevat valt er nog veel te leren over het onderwerp. Afgelopen week is daarom ook online lesmateriaal bij de voorlichtingsfilm gelanceerd.

Met een thuisopdracht proberen de makers het gesprek tussen jongeren en hun ouders op gang te brengen. Het thema biedt ook ruimte om over andere onderwerpen in gesprek te gaan met de klas: wat laat je van jezelf zien in de sociale media? hoe gaan we met elkaar om? wat is een gezonde relatie? De docentenhandleiding biedt handreikingen hoe om te gaan met deze problematiek binnen de school, en geeft informatie waar de school terecht kan voor ondersteuning en deskundig advies.

Het lespakket is kosteloos beschikbaar. Hieronder nog even de video.

De film is door IDTV geproduceerd in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en wordt sinds vorig jaar ingezet als voorlichtingsfilm op scholen door het hele land. Codename Future heeft in opdracht van het ministerie De Mooiste Chick van het Web nu dus ook geïntegreerd in digitaal lesmateriaal voor het voortgezet onderwijs.

‘Sociale media zijn populair, maar geen voorwaarde voor geslaagde kennisoverdracht’, aldus onderzoek Mijn Kind Online en Kennisnet

Leerlingen gebruiken sociale media op grote schaal om te leren voor school en voor hun hobby’s. Ze tippen elkaar over YouTube-filmpjes van andere docenten die beter kunnen uitleggen of geven elkaar advies. Ook ondersteunen ze elkaar actief bij het maken van huiswerk door het gebruik van bijvoorbeeld Whatsapp. Uitwisselen van kennis deden leerlingen voor de komst van sociale media ook al, maar met het gebruik van sociale media als Twitter, Whatsapp en Facebook  is de informatie-uitwisseling een stuk gemakkelijker en ‘rijker’ geworden. Nu kunnen ze bijvoorbeeld vanuit huis samenwerken aan werkstukken en gefotografeerde aantekeningen rondsturen met Whatsapp. Zulke samenwerking tussen leerlingen is intensiever naarmate het onderwijsniveau hoger is.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Samen leren – Tieners en sociale media’ (pdf) van Mijn Kind Online en Kennisnet, gehouden onder 1.500 scholieren van 10 t/m 17 jaar in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Eén van de belangrijkste cliché’s die in deze studie wordt doorgeprikt, is dat alle jongeren permanent online zouden zijn. Dat blijkt niet het geval te zijn. Niet alle tieners mogen bijvoorbeeld hun mobiel mee naar hun slaapkamer nemen, sommige ouders nemen hem in, of ze schakelen ‘s avonds de wifi uit. ‘Jeugdcultuur’ kan niet gelijk gesteld worden aan ‘digitale cultuur’. Leerlingen maken bijvoorbeeld nog massaal gebruik van papieren agenda’s.

Interessante kost! En fijn om weer actuele Nederlandse cijfers over het bezit van digitale middelen en het gebruik van sociale media te hebben. Vanaf 12 jaar hebben nagenoeg alle tieners een mobiele telefoon, in de meeste gevallen (76%) is dit een smartphone. Bij de jongste kinderen is dat wat minder vaak het geval.

mko - bezit smartphone

Van de 1.513 ondervraagde jongeren zijn er 15 die helemaal geen sociale media gebruiken. Facebook wordt door de meeste tieners gebruikt en ondanks dat tieners er eigenlijk pas vanaf hun dertiende jaar op mogen, zijn er ook al aardig wat 10- 11- en 12-jarigen te vinden.

mko - gebruik sociale media

Ondanks de populariteit van Whatsapp en Facebook, noemt driekwart van de tieners gewoon ‘face-to-face’-contact als hun favoriete manier om met vrienden te communiceren. Als voornaamste reden geven de jongeren dat je elkaars gezicht en gezichtsuitdrukking kunt zien. Als ze nog maar één sociaal medium mochten gebruiken, zou dat voor de meeste jongeren Whatsapp zijn (van de Whatsapp-gebruikers geeft ruim tweederde aan dat ze dit zouden kiezen; 11% kiest Facebook, 5% kiest YouTube en 5% Twitter). Twitter lijkt vooral een medium voor ‘erbij’ te zijn.

Dit zijn de belangrijkste overige resultaten onder elkaar:

  • 85% van de ondervraagde 10 t/m 17-jarigen zoekt extra informatie over de leerstof op Google en 61% van de jongeren zoekt extra informatie over de leerstof op YouTube;
  • Bijna driekwart (73%) van de jongeren gebruikt internet om oefentoetsen te doen en ruim tweederde (68%) gebruikt internet om zichzelf te overhoren, 60% gebruikt sociale media om elkaar vragen te stellen over huiswerk of leerstof en 48% maakt en stuurt foto’s van aantekeningen of samenvattingen naar elkaar;
  • 11% heeft zelf wel eens een video gemaakt waarin hij of zij iets laat zien of uitlegt zodat iemand anders daarvan kan leren en bijna driekwart van deze groep heeft deze video ook online gedeeld;
  • 20% zegt zijn mobiele telefoon wel eens in de les te mogen gebruiken (om bijvoorbeeld iets op te zoeken, de agenda gebruiken telt hier niet mee);
  • Driekwart van de tieners zou meer gebruik van sociale media in de les leuk vinden en een kwart wil dat liever niet;
  • Een derde van de 10 t/m 17-jarigen is het eens met de stelling ‘Soms zet ik mijn telefoon uit, omdat ik rust wil of omdat ik mijn huiswerk moet maken’;
  • Bijna een kwart is het eens met de stelling ‘Soms kan ik lastig slapen omdat er steeds nieuwe berichtjes binnenkomen die ik dan wil lezen’;
  • Dat een leraar sociale media gebruikt vindt slechts 13% van de jongeren belangrijk, het belangrijkst is dat een leraar goed kan uitleggen (84%).

De initiatiefnemers van dit onderzoek hebben samen de ambitie om mediawijsheid in het onderwijs te stimuleren en willen zich daarbij vooral richten op het thema participatie: meedoen in de huidige samenleving waarin media een belangrijke rol innemen. Tegelijk met dit onderzoek verschijnt de brochure ‘Sociale media op school’, gratis te downloaden via kennisnet.nl/mediawijsheid.

Marktscan toezichthouder ACM: ‘Meer aandacht nodig voor risico’s online games voor kinderen’

De markt voor online games groeit snel en kent een vaak jonge doelgroep. Dit, in combinatie met een vage grens tussen echt en virtueel geld, lage betaaldrempels en het delen van persoonsgegevens, maakt dat Autoriteit Consument & Markt (ACM) in deze markt risico’s ziet en het belang van voorlichting hierover aan ouders en kinderen benadrukt. Uit een marktscan (pdf) die de organisatie heeft uitgevoerd, blijkt dat ouders meer kunnen doen om problemen te voorkomen. maar de mogelijkheden vaak onvoldoende kennen.

In de analyse wordt geconcludeerd dat het aantal spelers dat mobiel spellen speelt in een jaar tijd is gestegen van 3,2 naar 4,4 miljoen. Het aantal spelers dat hieraan geld besteedt bedraagt 20% (900.000). In 2012 besteedden Nederlandse consumenten ongeveer 139 miljoen euro aan online games. Jongeren tussen 7 en 17 jaar spelen gemiddeld 2 à 3 uur per dag online games, een kwart speelt zelfs meer dan 4 uur per dag.

ACM concludeert dat er sprake is van risico’s, omdat:

  • de gebruikers vaak (jonge) kinderen zijn die veel en vaak online games spelen;
  • de grens tussen echt en virtueel geld in de spellen vaag is;
  • de drempel om te betalen voor extra mogelijkheden laag is (in-game aankopen);
  • persoonlijke gegevens worden gevraagd van de gebruikers zonder dat duidelijk is wat daarmee gebeurt;
  • ouders en kinderen vaak niet weten hoe ze de beveiligingsinstellingen van hun mobiel, tablet of computer kunnen aanpassen om bijvoorbeeld de betaalmogelijkheid te blokkeren.

Om te voorkomen dat deze risico’s uitgroeien tot problemen heeft ACM haar conclusies gedeeld met de betrokken bedrijven en organisaties. Ook heeft zij gesproken met andere toezichthouders om te bezien welke rol zij hierbij kunnen spelen. De verschillende betrokkenen kunnen een belangrijke rol spelen in het verlagen van de potentiële risico’s door:

  • gebruikers van de spellen tijdig en correct te informeren over de belangrijkste voorwaarden van het spel;
  • kinderen meer bewust te maken van de verschillen tussen echte euro’s en virtueel geld (credits);
  • ouders te wijzen op hun verantwoordelijkheid en de mogelijkheid om instellingen aan te passen.

ACM is de toezichthouder die kan optreden tegen bedrijven die de regels van het consumentenrecht overtreden.  Via haar consumentenloket ConsuWijzer geeft ACM tips aan ouders over wat zij zelf kunnen doen om de risico’s te verkleinen. Ook wordt gewezen op online games die beschikbaar zijn bij andere organisaties.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019