Safer Internet Day 2014: ‘de digitale wereld van uw kinderen’ in een handleiding en video

Telenet, Liberty Global en Insafe werkten samen aan een educatief handboek voor jongeren van 13 tot 16 jaar. De handleiding Het Web dat Wij Willen (pdf) stimuleert de dialoog tussen opvoeders en jongeren over veilig en verantwoord gebruik van het internet; het daagt hen uit om hun vaardigheden te testen en meer te leren over hun rechten en plichten in de online wereld, online identiteit, bedrog en cyberpesten. Deze nieuwe brochure heeft als doel jongeren te informeren zodat ze online weloverwogen beslissingen kunnen nemen.

Ook voor leerkrachten kan het handboek een handige tool zijn om jongeren te begeleiden in de ICT-wereld, want zes van de tien kregen hierover nooit een specifieke opleiding.

Telenet steunt jaarlijks de Safer Internet Day in de vorm van drie brochures (in samenwerking met Insafe, Liberty Global/UPC Nederland en de Europese Unie) om het onderwerp verder onder de aandacht te brengen. Voor kinderen en jongeren zijn er ‘Spelend leren: Online zijn’, een boekje bestemd voor de 4- tot 8-jarigen, en de ‘e-Safety Kit’ (6 tot 12 jaar). Met deze brochures komen kinderen op een speelse manier in contact met allerlei veiligheidsaspecten van het internet. Klik hier om de boekjes te downloaden.

Daarnaast introduceerde European Schoolnet en Telenet samen De digitale wereld van uw kinderen. Deze interactieve video geeft tips voor ouders en kinderen over hoe je veilig kan surfen op het internet. Hieronder te bekijken.

“Met de handleiding willen we jongeren tussen 13 en 16 jaar ‘webwijs’ maken. Deze leeftijdsgroep heeft uiteraard al lang hun eerste stappen op het net gezet maar blijft toch zeer kwetsbaar: tieners maken een Facebookprofiel aan, sturen ‘selfies’ naar elkaar en ‘sharen’ er op los. Dat is leuk, maar ze vergeten soms dat anderen meevolgen. Het beheren van een online reputatie wordt steeds belangrijker voor de jongere generaties, in het bijzonder bij de voorbereiding naar het bedrijfsleven. Deze nieuwe educatieve hulpbron moedigt jonge mensen aan om na te denken over hun digitale identiteit en hoe zij hun online reputatie in de toekomst kunnen bepalen.” [Jan de Grave, Telenet]

Apps maken voor kinderen: 5 tips uit de praktijk

Als rechtgeaarde mini-homo ludens weet een kind intuïtief hoe een smartphone of tablet te unlocken is. Logisch, want achter één swipe zit een wereld van plezier verborgen. Een interessante markt om apps voor te maken, maar een plek veroveren op het beginscherm van de smartphone of tablet is zo makkelijk nog niet. En àls je besluit om een app voor kinderen te maken, hoe zorg je dan dat deze aansluit bij hun verwachtingen?

1. Kies je platform zorgvuldig
Een spel op de smartphone heeft een andere dynamiek dan op de tablet. De smartphone is voor kinderen vanaf grofweg 9 jaar een logisch verlengstuk van zichzelf en hun persoonlijkheid. De smartphone gaat makkelijk overal mee naartoe en is echt van jou. De tablet is groter, is vaak ook van je broertje of zusje en gebruik je sneller op de bank of als second screen.

Met deze verschillen in gedachten is een keuze voor het platform belangrijk. Dit gaat verder dan budget, deze keuze heeft namelijk ook gevolgen voor de slagingskans van een app.

De app die wij aan het ontwikkelen zijn over seksuele gezondheid voor tieners zou bijvoorbeeld niet slagen op de iPad: seks is privé en dus voor je smartphone.

De Andy Warhol-app die we voor Bugaboo hebben gemaakt is daarentegen exclusief voor de iPad. De app is bedoeld voor kleine kinderen van 2 tot 4 jaar en hun ouders. Een smartphone-app is hierbij niet nodig, juist de tablet geeft ouders de kans samen met hun kind de app te spelen. Daarnaast bleek uit bezoekcijfers van Bugaboo dat hun klanten vooral via iPad hun websites bekijken. Ook dat is slim om mee te nemen in je afweging.

bugaboo

Mocht je zowel voor tablet als smartphone willen ontwikkelen om je bereik te optimaliseren, gebruik dan de dynamiek en de eigenschappen van de devices op hun eigen manier.

2. Hou je aan de ‘ongeschreven wetten’
Inmiddels is er een aantal ongeschreven wetten bij het ontwikkelen van apps ontstaan. Het is verstandig om je hier aan te houden. Kinderen willen direct aan de slag, als er niets gebeurt drukken ze op de home-knop. Zorg dus dat ze vanaf het begin af aan geboeid zijn.

Dit begint al bij het allereerste scherm wat je ziet als je een app opent. Dit splash screen wordt vaak gebruikt om de app te laden. Zorg er voor dat je op dit scherm progressie toont. Als je weet dat het laden lang duurt, zorg dan voor een kleine interactie.

Bedenk hoe kinderen een iPad vasthouden. Eigenlijk zit er altijd wel ergens een duim op het scherm. Gebruik dus geen multi gesture, want dan raakt je app in de war. Pas ook op met interacties waarvoor je de tablet moet schudden. Lijkt leuk, maar voor jonge kinderen is dit erg moeilijk, net zoals sliding. Zorg daarom voor een niet al te grote afstand tussen ‘drag en drop’.

Als kinderen op een knop drukken, drukken ze eigenlijk altijd nét eronder. Ze willen namelijk zien waar ze op drukken. Daarnaast is de gemiddelde accuraatheid van een kind ongeveer 75 pixels. Als je een knop maakt, maak deze dan 150 X 150 pixels. De knop zelf kan wel kleiner zijn maar zorg er dan voor dat het veld er omheen ook reageert. Veel kleinere knoppen naast elkaar is dus ook geen goed idee. De kans dat ze verkeerd drukken is groot. Geef ook altijd duidelijk aan dat een knop interactief is. Een app die hier goed over heeft nagedacht is de -inmiddels al- klassieker Letterschool.

3. Geef ouders een eigen rol
Voor kinderen tot ongeveer 12 jaar zijn ouders nog altijd erg belangrijk. Al was het maar om je moeder te overtuigen van de educatieve waarde van Cut the Rope, aangezien ze dan sneller die 1,59 euro betaalt.

Probeer de sociale interactie tussen ouders en kind optimaal te benutten. Zo wordt het mobiele device een facilitator van het gesprek aan de keukentafel. Door ouders een rol te geven en te betrekken in het spel, krijgt de app meer waarde voor het kind. Denk hierbij aan Toca Store van Toca Boca: ouder en kind kunnen samen via de tablet winkeltje spelen en spelenderwijs de waarde leren van verschillende producten.

Ook praktisch kun je denken aan ouders. Als je ‘settings’ toevoegt aan je app, zorg dan dat dit achter een ingewikkelde actie verborgen zit, bijvoorbeeld een swipe met 3-vingers. Dan is het echt alleen voor de ouders toegankelijk.

4. Wees net zo kritisch als kinderen zelf
Kinderen zijn kritische consumenten en zijn vaak ongeduldig: je krijgt één kans om het goed te doen. Als de app crasht bij het opstarten, wordt hij niet meer gespeeld. Daarnaast krijgen kinderen vaak een korte speeltijd, vastgelegd door hun ouders. Als ze dan kiezen, zullen ze nooit voor een onbetrouwbare app kiezen, want ‘die deed het de vorige keer niet.’

Gebruik de kritiek van kinderen ook in het ontwikkelproces. Bij IJsfontein testen we veel met gebruikers. Begrijpen kinderen de bedoeling van de app, kunnen ze de app makkelijk bedienen en vinden ze hem leuk? Hoe veel ontwerpervaring wij ook denken te hebben, we leren altijd van kinderen zelf. Ze reageren meestal net anders dan dat we achter de tekentafel hebben bedacht.

Tijdens onze gebruikerstest van de app Kees Komma hebben we met een kleine aanpassing de gebruiksvriendelijkheid verbeterd. Deze app van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken is voor kinderen met dyslexie van 8 tot 10 jaar en leert hen op speelse wijze wat het voordeel is van gesproken boeken. In de app zoeken spelers naar woorden uit een verhaal. In onze eerste ontwerpen had het mannetje in het spel een schaar waarmee hij ballonnen met de juiste woorden lek kon prikken. Een jongen van 8 jaar gaf aan dat hij het niet logisch vond dat dit met een schaar gebeurt: “Hoe doet hij dat dan precies?” Een typisch voorbeeld van hoe kinderen door heel letterlijk te kijken (‘dat kan toch niet met een schaar?’), juist afgeleid zijn van waar het echt om gaat. De schaar is veranderd in een punaise.

kees komma

5. Vergeet in-app purchases als business model
Vorig jaar gaven Nederlandse consumenten voor het eerst meer geld uit aan online gaming dan aan console gaming, ondanks dat er veel apps gratis te gebruiken zijn. Aldus PriceWaterhouseCoopers dat onderzoek deed naar de gamesmarkt in Nederland.

Het lijkt een mooie manier om geld te verdienen, maar in de praktijk worden in-app purchases (door ouders) als zo negatief ervaren dat je er vooral veel schade mee aanricht. Denk aan het debacle met de ‘Smurfberries’ van Smurfs’ Village; kinderen kochten zonder dat ze het in de gaten hadden eindeloos hoeveelheden Smurfberries met woedende ouders als gevolg.

Kinderen zijn een kwetsbare doelgroep en daar moet je rekening mee houden. Een beter idee is om meer waarde te creëren en de app eventueel betaald aan te bieden. Of om een plek te creëren waar ouders cadeautjes klaar kunnen zetten voor hun kind. Helder en transparant zijn is hierbij het devies.

Verder lezen: Stichting Mijn Kind Online publiceert jaarlijks het rapport Iene Miene Media over het mediagebruik van jonge kinderen. Het rapport van 2013 lees je hier (pdf).

[Deze blogpost is eerder ook verschenen op appril.nl]

NOM Kids Monitor: kinderen zijn ware media-omnivoren, maar spelen ook graag buiten

Vandaag presenteerde NOM (Nationaal Onderzoek Multimedia)* de resultaten van de eerste NOM Kids Monitor. Dit multi-client onderzoek** is uitgevoerd door GfK Intomart in het najaar van 2013 onder ruim 2.000 kinderen in de leeftijd 6 t/m 12 jaar. Het brede mediagedrag van de Nederlandse jeugd is in kaart gebracht: van het gebruik van digitale apparaten, gamen, internetten, televisie kijken, radio luisteren, lezen van kranten en tijdschriften, bioscoopbezoek tot het gebruik van sociale media. Ook zijn de interesses en activiteiten van kinderen onderzocht.

Misschien wel de belangrijkste conclusie is dat kinderen ware media-omnivoren zijn. Hoe ouder ze zijn, hoe meer media ze gebruiken. Dat geldt niet alleen voor digitale media (gamen is hun belangrijkste activiteit), maar zeker ook voor traditionele media zoals dagbladen en tijdschriften. Hoewel ze nog niet oud genoeg zijn, is Facebook de populairste bestemming als het gaat om sociale media. En verder zijn ze gelukkig ook nog gewoon kinderen: ze spelen veel (buiten en binnen), ze sporten veel, houden van dieren en muziek en lezen veel boeken.

De resultaten – in de vorm van een presentatie en mediaplanningsbestanden – zijn beschikbaar voor de afnemers van het onderzoek. Geïnteresseerden kunnen zich bij NOM melden. Hieronder lees je een samenvatting van de bevindingen.

  • Interesses ::  Kinderen zijn vooral geïnteresseerd in dieren (97%), muziek (83%) en wetenschap/proefjes (83%). Ook het milieu (79%!) en beroemde mensen (56%) mogen op warme belangstelling rekenen. Acht van de tien meisjes hebben interesse in mode en make-up.

nkm interesses

  • Activiteiten :: Driekwart van de kinderen (75%) speelt vaak buiten, 24% doet dat af en toe. Bijna alle 6-12-jarigen (99%) doen dus aan buitenspelen. Ook boeken lezen (96%), films kijken (96%), sporten (95%), spelletjes spelen/puzzelen (94%) en binnen spelen (92%) wordt veel gedaan.
  • Apparaten :: Van de Nederlandse kinderen gebruikt 93% een laptop, 73% een tablet, 72% een spelcomputer, 62% een draagbare spelcomputer en 57% een smartphone of mobiele telefoon. In onderstaande grafiek zie je dat het gebruik verschilt per leeftijd en geslacht.

nkm apparaatgebruik

  • Activiteiten op apparaten :: Gamen (95%), filmpjes kijken (93%) en muziek luisteren (76%) vormen de top 3 voor wat betreft apparaatgebruik. De activiteiten verschillen per device. De computer/laptop wordt bijvoorbeeld relatief veel voor school/huiswerk gebruikt (69%), terwijl op de tablet vaker dan gemiddeld naar tv-programma’s gekeken wordt (43%).
  • Games :: Slechts 5% van de 6-12-jarigen zegt nooit te gamen. Voor de overgrote meerderheid van kinderen die dat wel doen, zijn racen (60%), sport/beweging (49%) en bouwen (45%) de populairste genres. Heel rolbevestigend kiezen meer jongens voor racen, bouwen en schieten/vechten, en meer meisjes voor denkspelletjes/puzzels, muziek/dansen en beauty/mode.
  • Internet :: Bijna alle gezinnen met kinderen (99%) hebben thuis toegang tot internet. Uit DDMM wisten we al dat Google, YouTube en Facebook de grootste kindersites zijn, dus dat hoefde hier niet meer uitgevraagd te worden. Aanvullend blijkt uit de NOM Kids Monitor dat van de 6-12-jarigen 9% Twitter wel eens bezoekt, 7% Instagram en 5% Snapchat.
  • Print :: Van de Nederlandse jeugd leest 94% wel eens tijdschriften, 38% dagbladen. Van de kranten worden De Telegraaf en het AD het vaakst opgepakt. Van de tijdschriften is Donald Duck verreweg het grootst: 81% van de kinderen leest het vrolijke weekblad wel eens, en het bereik per gemiddeld nummer is 34%. Ook Donald Duck Extra (14%), Kidsweek (12%), Nickelodeon Magazine (11%) en Tina (10%) trekken veel jonge lezers.
  • RTV :: Kinderen kijken gemiddeld 13,1 uur per week tv. Op donderdag het kortst (1,4 uur), op zaterdag het langst (2,6 uur). De 10-12-jarigen kijken wekelijks ruim drie uur langer naar de televisie dan de 6-7-jarigen. Op Nickelodeon stemmen de meeste kinderen af (90%). Bijna tweederde (63%) van de 6-12-jarigen luistert wel eens naar de radio, iets meer meisjes dan jongens.
  • Bioscoop :: Van de respondenten zegt 85% het afgelopen jaar naar de bioscoop te zijn geweest, gemiddeld 2,4 keer. Zowel het aandeel als de frequentie nemen toe met de leeftijd.

*NOM is een ‘Joint Industry Committee’ met als doelstelling het uitvoeren en publiceren van multimediaonderzoek. De stichting kent vier participanten, die elk namens hun achterban richting geven en meewerken aan het beleid en de onderzoeken van NOM: BVA (Bond van Adverteerders), NDP Nieuwsmedia, GPT (Groep Publiekstijdschriften) en PMA (Platform Media-Adviesbureaus).

**Het representatieve onderzoek betreft een online vragenlijst, tussen 16 september en 20 oktober 2013 ingevuld door 2.020 kinderen in de leeftijd van 6 t/m 12 jaar. Zij zijn benaderd via hun ouders, leden van het GfK Online Panel, die werden gevraagd om het eerstjarige kind het onderzoek (samen met de ouders) in te laten vullen. Bij voldoende belangstelling wordt de tweede editie van de NOM Kids Monitor in september 2014 uitgevoerd.

Newcom Social Media Jongeren Onderzoek 2014: ‘Twitter kost teveel tijd’

Voor het vijfde jaar heeft Newcom Research & Consultancy het Nationale Social Media Onderzoek uitgevoerd. Binnen het onderzoek van 2014 zijn niet alleen volwassenen maar ook 1.116 Nederlandse jongeren van 15 t/m 19 jaar gevraagd naar hun gedrag op social media. Van deze groep is bijna iedereen actief op sociale media; 96% gebruikt vier of meer sociale platforms. De mate van het gebruik van de verschillende platforms blijkt zeer uiteenlopend te zijn, afhankelijk van het opleidingsniveau en de leeftijd van de jongeren.

Facebook en YouTube worden door vrijwel alle jongeren bezocht. Naarmate men ouder wordt, wordt LinkedIn steeds meer gebruikt en Twitter steeds minder, en neemt het dagelijks gebruik van Facebook toe. Meer dan de helft van de jongeren die vorig jaar Twitter het belangrijkst vond, vindt nu Facebook het belangrijkste platform.

Nieuwe platforms als Instagram (25,4% gebruikt het dagelijks) en Snapchat (18,5%) zijn in 2014 sterk in populariteit gestegen, maar overtreffen nog altijd Facebook (75%) en YouTube (31,0%) niet. Twitter (29,0%) heeft daarentegen veel gebruikers zien afhaken van het platform. Bijna een kwart (22%) van de tieners heeft Twitter wel gebruikt, maar doet dat nu niet meer. De belangrijkste redenen om ermee te stoppen:

  1. ‘Het kost me teveel tijd’ (53%);
  2. ‘Het biedt me geen ontspanning’ (42%);
  3. ‘Er zitten teveel mensen op waar ik niks mee heb’ (23%);
  4. ‘Het levert me te weinig op’ (18%);
  5. ‘Ik voel me er niet meer thuis’ (17%).

Onder jongeren zijn relatief veel overtuigend gebruikers van sociale media, toch is 13% sceptisch. Hoe jonger, hoe minder zorgen over het beheer en doorverkopen van gegevens door netwerken.

In onderstaande presentatie een preview met enkele resultaten uit de studie.

Het Nationale Social Media Onderzoek is vorige week uitgebreid belicht op Marketingfacts. Daar vind je ook meer meer info over het jongerendeel. Via newcom.nl is de rapportage gratis (in ruil voor je gegevens) aan te vragen.

[Infographic] InSites: ‘Meer dan 60% van de millennials volgt merken via sociale media’

Na een eerste deel over de wat, waar & waarom en een tweede deel over de kracht van conversaties, heeft InSites Consulting vandaag deel 3 van een ‘Millennials & Social Media infographicreeks’ gepubliceerd. Deze keer staan de sectoren centraal die het meest gevolgd worden door Generatie Y (media/entertainment, mode/luxe goederen, voeding/retail), wat hen ertoe brengt een merk te volgen (merkgebruik) en de verwachtingen van millennial-consumenten op social media (productinformatie, aanbiedingen).

Het onderzoek waarop de inhoud van onderstaande infographic op gebaseerd is, heeft ook aangetoond dat negen van de tien GenYers wereldwijd merken willen helpen om hun aanbod te verbeteren, via co-creatie en structurele samenwerking. Scrol om meer te leren:

millennials and social media

Elke maand een BN’er in Donald Duck Weekblad: ‘Sterren in Duckstad’ om kinderen te inspireren

Na het succesvolle jubileumjaar in 2012, met elke maand een avontuur in een van de provincies, kiest Donald Duck dit jaar voor ‘Sterren in Duckstad’ als rode draad. Elke maand staan op ludieke wijze een BN’er (of beter gezegd: een BD’er — bekende Duckstadter) en diens beroep centraal, variërend van topsporter, chefkok, astronaut, model tot DJ. Nederlands vrolijkste weekblad wil hiermee het nieuwe thema ‘Geef je dromen de ruimte met Donald Duck’ onderstrepen, waarmee het kinderen wil inspireren en motiveren om naar hun droombaan te blijven streven.

“Doorzettingsvermogen en discipline zijn in deze hectische 21ste eeuw meer dan ooit nodig om als kind bij te blijven, maar ook om later je droombaan te kunnen realiseren. Dat is niet altijd makkelijk, maar uiteindelijk worden ze daar gelukkigere mensen van. Met Donald Duck willen we daar graag op aanhaken. Dit thema past ook perfect bij het welbekende motto van Walt Disney zelf: ‘If you can dream it, you can do it’.” [Suzan Schouten, uitgever Kids & Teens bij Sanoma]

Volendam heeft met De Palingsound de primeur in Donald Duck nummer 5/2014. Met rollen voor Jan en Monique Smit, Nick & Simon, de 3J’s en ook voor The Cats en BZN. Donald, oom Dagobert en de neefjes gaan op zoek naar ‘De Vliegende Volendammer’. Dit legendarische spookschip is verantwoordelijk voor de verdwijning van talloze schepen. En elke keer als er een schip verdwijnt, weerklinkt de palingsound. Na een angstig avontuur stuiten de Ducks op schipbreukelingen die verdacht veel lijken op bekende inwoners uit het muzikale vissersdorp….

dd514

Monique Smit ontving vandaag uit handen van hoofdredacteur Dimitri Heikamp op feestelijke wijze het eerste exemplaar van deze bijzondere editie van Donald Duck Weekblad op haar oude basisschool De Blokwhere in Volendam. Monique: “Ik vind het heel belangrijk dat kinderen hun dromen volgen en doorzetten. Ik heb dat ook gedaan en nu sta ik als beloning op de cover van Donald Duck. Wat een eer!”

Op vrijdag 24 januari ligt de eerste ‘Sterren in Duckstad’-editie in de winkel, in een reeks van in totaal 12 unieke edities door het jaar heen. Elke maand zal de Donald Duck Tour een gelukkige BN’er verrassen op zijn/haar basisschool met het eerste exemplaar van het bijzondere nummer. Niet iedereen heeft dat geluk!

Dirk Kuyt in commercial
Dinsdag 28 januari 2014 start een campagne waarin Dirk Kuyt centraal staat start. “Dirk Kuyt is wat ons betreft hét voorbeeld, idool voor vele kinderen in Nederland, en past perfect bij het thema en bij het vrolijke weekblad”, aldus Suzan Schouten. De campagne, die ontwikkeld is door Creamm, bestaat uit televisie- en radiocommercials, ‘Ik kom zo’ getiteld.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=PreJP_6SFic]

Update (12/2):
Donald Duck nummer 08/2014 (vanaf vrijdag 14 februari in de winkel) heeft een Olympisch tintje. Vanzelfsprekend heeft Olympisch kampioen Sven Kramer in de maand februari de hoofdrol in deze ‘Sterren in Duckstad’-editie, die tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji verschijnt. In het verhaal laat klapschaatskampioen ‘Zwaan Kranig’ het ene record na het andere sneuvelen. Maar met al die belangstelling, van fans, trainers en sponsors, maar ook van pa en ma Kramer, Naomi en Mart Smeets, is het wel lastig om je te blijven concentreren op je voornaamste doel: keihard trainen om te winnen! Gelukkig is er een aardige eend uit Duckstad die ervoor zorgt dat de gouden plakkenpakker toch goed beslagen ten ijs komt. Al zit er wel een addertje onder dat ijs…

zwaan kranig

Update (20/2):
Op de dag van de finale van The Voice Kids, vrijdag 21 februari, verschijnt een speciale editie van Donald Duck Weekblad, gebaseerd op het tv-programma. Het is de eerste keer dat een compleet televisieprogramma ‘verduckt’ is. Na jaren parodienamen als Harry Muesli, Yolanthe Kabaal van Glasscherven, Katja Schuurspons, Gerard Jolig, Edwin Bevers (uit programma Bevers Knaagt Om) en Stoel van Velzen te hebben gebruikt, is het deze week de beurt aan het programma ‘The Noise Kids’. Een unieke samenwerking tussen Donald Duck Weekblad, RTL Licensing en Talpa. Met speciale rollen voor Wendy van Duck, Martijn Klapmee, Angela Grootmuizen, Barco Tornado en Snoek & Paling.

cover tvoduckstad

Update (13/3):
In maart staat André van Duin centraal, in de rol van de Duckstadse komiek en revuester André van Puin, die de lach aan zijn lolbroek heeft hangen en met zijn meesterlijke typetjes zelfs een zuurpruim als oom Dagobert laat schuddebuiken. Donald Duck houdt natuurlijk ook wel van een lolletje en het is zijn ultieme droom om een keertje samen met zijn idool op de planken te staan. Daarom trekt hij de stoute clownsschoenen aan en haalt hij alles uit de kast om eens te kunnen schitteren voor een bomvolle zaal.

puin

Update (15/5):
In april stond Alexander Klöpping op de cover van een editie van Donald Duck. Als Alexander Klöpgeest gat hij Donald (die ook op bezoek ging bij Mark Zuikerberg van Snoetboek) advies over de nieuwste gadgets.
In de editie die verschijnt op 16 mei is de hoofdrol weggelegd voor actrice Georgina Verbaan — als Georgina de Zwaan in de Duckstadse serie ‘De Geit met de zes sikken’.

alexander en georgina

Update (18/6):
In de editie die 20 juni verschijnt is de hoofdrol weggelegd voor astronaut André Kuipers. Muntjespoetser Donald Duck loopt in Duckstad zowaar een grootheid tegen het lijf: astronaut Kuipje Anders. Als Kuipje ziet dat Donald door een buitenaards virus acuut pimpelpaars wordt en een vreemd kwaakgebrek krijgt, besluit hij de arme eend meteen te helpen. De hamvraag luidt: krijgen deze twee de ‘ziekte-van-boven’ eronder?

Update (10/7):
In de week van 11 juli speelt de wereldberoemde eend geen eerste maar tweede viool in zijn eigen vrolijke weekblad. Als eenvoudige muntjespoetser komt hij in de schaduw te staan van de grote orkestleider André de Reu, die naar Duckstad komt voor een groot optreden, waar hij onder andere de ‘Radijsjesmars’ ten gehore brengt. De beroemde muzikant speelt op een Gratisvarius, een uniek instrument dat miljoenen waard is, en natuurlijk proberen hebzuchtige dieven de peperdure viool te stelen.

kuipje en de reu

Update (17/9):
Het nummer van 22 augustus staat in het teken van modeontwerper Jan Taminiau alias Jan Truienmouw. De modeontwerper is wereldberoemd geworden omdat hij altijd is blijven doorzetten en uiteindelijk prachtige jurken heeft mogen maken voor de zangeressen Lady Koekoek en Byoncéend, en voor koningin Kwáxima. En in editie 39 komt DJ Curry Worsten (Ferry Corsten) naar Duckstad om vette bassen te produceren waardoor zelfs de gebouwen gaan meedansen. Donald Duck heeft echter een baan als geluidscontroleur voor de gemeente en neemt dat baantje nogal serieus.

DD update sterren sept

Update (13/12):
In Donald Duck nummer 42 brengt bioloog Dr. Sneek Vonk, die enige gelijkenis heeft met de bekendste bioloog van Nederland Dr. Freek Vonk,een bezoekje aan Duckstad waar hij Donald Duck moet helpen met een probleem met een slang. Nou ja…slangetje. Toch is het een heel bijzonder dier, want het staat niet eens vermeld in het Handboek van de Jonge Woudlopers. Dat ontaardt in een (s)lang avontuur vol gevaar en heel veel…liefde. En in de laatste editie van de reeks ‘Geef je dromen de ruimte’ speelt de bekendste tv-kok van Nederland, Herman den Blijker alias Herman den Blikvoer, de hoofdrol. Voor deze speciale gelegenheid ontving Herman vandaag in zijn restaurant Las Palmas samen met zoon Matz de allereerste editie uit handen van hoofdredacteur Dimitri Heikamp. In Donald Duck 51 wil de kale keukenkoning een groep arme kinderen een onvergetelijk kerstdiner geven, maar in Duckstad loopt altijd wel iets in de soep. Een stelletje smakeloze schurken gooit namelijk roet in het eten…

paljas

Kinderombudsman: ‘Ouders moeten in gesprek met hun kinderen over internetgevaren’

De nieuwe omvangrijke zedenzaak, waarbij 400 kinderen door een man via de webcam zouden zijn aangezet tot seksuele handelingen, laat wederom zien dat het gebruik van internet voor kinderen niet zonder gevaren is. Kinderombudsman Marc Dullaert doet een oproep aan ouders om nauw betrokken te blijven bij wat hun kind op internet doet: “Ouders hebben vaak geen idee wat hun zoon of dochter online beleeft. Soms steken zij zelfs hun kop in het zand. Ouders hebben de verantwoordelijkheid om met hun kinderen in gesprek gaan en om ze op internetgevaren te wijzen.”

Het verleiden of onder druk zetten van kinderen om voor de webcam seksuele handelingen te verrichten wordt ‘grooming’ genoemd. Het onderwerp was de afgelopen maanden vaker in het nieuws. Niet alleen online misbruik, ook cyberpesten, identiteitsdiefstal, afpersing en agressieve online marketing gericht op kinderen, zijn uitwassen die het internet met zich meebrengt. Marc Dullaert vindt het belangrijk dat zowel ouders als kinderen veel meer ‘internetwijs’ worden: “We leren kinderen om goed te kijken bij het oversteken, en om niet met vreemden mee te gaan als ze buitenspelen. Maar voor ‘online buitenspelen’ blijft zo’n goed gesprek vaak achterwege.” Als ouders zelf alerter worden op internetgevaren, kan schade mogelijk voorkomen worden, volgens de Kinderombudsman.

De Franse non-profit organisatie Innocence en Danger is net een campagne (pdf) gestart die in het verlengde ligt van deze oproep. In een serie advertenties wordt getoond wie er werkelijk zou kunnen zitten achter de emoticons in de chatboxen van kinderen. Brrrr….

emoticon1

Ook in Nederland worden al enige tijd diverse activiteiten ontplooid die de mediawijsheid/-voorzichtigheid moeten bevorderen, maar daarmee winnen we de oorlog nog niet.

Internetbedrijven
De kwetsbaarheid van kinderen online blijkt ook uit de zaak van de 13-jarige Freek, van wie kwaadwillenden een nep-profiel aanmaakten en uit zijn naam nare dingen op internet zetten. Freeks foto werd gebruikt in filmpjes en belachelijk gemaakt. De filmpjes gingen ‘viral’, ze werden vele malen online gedeeld door gebruikers van sociale media. Freek en zijn ouders waren wanhopig. Hoewel de ouders van Freek wel degelijk alert waren en ingrepen zodra ze het pesten bemerkten, kwamen zij er bij de sociale media-bedrijven niet doorheen.

De Kinderombudsman vindt dat ook internetbedrijven hun verantwoordelijkheid moeten nemen, en voor kinderen schadelijk materiaal sneller off-line halen. Binnenkort spreekt hij daarover met vertegenwoordigers van bedrijven. Dullaert: “Overigens, ouders kunnen niet alleen slachtofferschap voorkomen, maar ook daderschap. De pestkop van Freek bleek een minderjarige jongen. Waren de ouders van die jongen voldoende op de hoogte van het online leven van hun zoon?”

Overheid
Ook de overheid heeft een belangrijke verantwoordelijkheid, vooral op het vlak van preventie, en natuurlijk in de vervolging van strafbare feiten. De impact van moderne technologische ontwikkelingen op kinderen moet volgens de Kinderombudsman over een langere termijn worden gemonitord, zodat beleid en regelgeving kan worden bijgesteld als zich nieuwe risico’s voor kinderen voordoen. Recent nam het Kabinet al een aantal goede initiatieven zoals de website Meldknop.nl, waarop kinderen en ouders die nare dingen meemaken op internet terecht kunnen. En Minister Opstelten maakte in oktober bekend een wetswijziging te willen voorleggen om veroordeling van online misbruikers makkelijker te maken door het inzetten van ‘lokpubers’. Of dat juridisch mogelijk is wordt nu beoordeeld door de Raad van State.

Marc Dullaert: “De belevingswereld van kinderen is tegenwoordig voor een goed deel een digitale wereld. Dat vraagt van ons allemaal alertheid, om naast de grote kansen en vrijheid die het internet biedt, ons meer bewust te zijn van de mogelijke gevaren.”

Supercell promoot Clash of Clans en Hay Day met tv-commercials

De Finse gameontwikkelaar Supercell is wereldwijd behoorlijk succesvol met Clash of Clans en Hay Day, spellen voor smartphone en tablet, gratis te downloaden via de App Store en Google Play. Beide titels staan al een behoorlijke tijd in het toplijstje van meest gedownloade games en zijn een belangrijk tijdverdrijf (en gespreksonderwerp) voor veel kinderen. Blijkbaar is dat nog niet genoeg. Zonder daar een toelichting bij te geven, heeft Supercell een tweetal ‘officiële tv-commercials’ op YouTube geplaatst met de aansporing om de games te downloaden.

De twee 9-jarigen aan wie ik de filmpjes liet zien, vonden ze erg vermakelijk. Dit is de tv-commercial voor Clash of Clans (‘You and This Army’), op YouTube binnen drie weken al meer dan 15 miljoen keer bekeken:

“Attack your rivals. Build your defense. Develop your strategy.”

En dit is het spotje voor Hay Day (‘While You’re Away’):

“The simple life in the palm of your hand.”

McAfee-onderzoek: ‘Ouders onvoldoende op de hoogte van online activiteiten kinderen’

Een Europees onderzoek*, onder meer in Nederland, door onderzoeksbureau Atomik Research in opdracht van McAfee, legt de discrepantie bloot tussen wat tieners online uitspoken en wat hun ouders dénken dat hun kroost doet. Veel Nederlandse tieners bekijken -bewust of onbewust- content die voor hen ongeschikt is, terwijl ouders er het volste vertrouwen in hebben dat hun kind geen ongepaste websites bezoekt en hun kinderen daarom volkomen vrij laten op internet. Uiteraard zet de afzender van de studie daar vraagtekens bij.

Ouders zijn vaak in de veronderstelling dat hun tiener de waarheid spreekt over diens online-activiteiten. Dit blijkt echter niet altijd terecht:

  • Van alle Europese tieners komen de Nederlandse tieners het vaakst in aanraking met ongewenste seksueel expliciete content (43%), terwijl ze het laagst scoren bij het gericht op zoek gaan van dergelijke content (9%).
  • 40% van de Nederlandse jongeren heeft weleens een video bekeken die hun ouders niet zouden goedkeuren.
  • 37% van de Nederlandse tieners geeft toe websites te bezoeken die hun ouders zouden afkeuren.
  • 21% van de Nederlandse schoolgaande jeugd speurt het net af naar toets-antwoorden; 14%van de ouders vermoedt dat hun kind zoiets doet.
  • Met 34% zijn de Nederlandse jongeren het actiefst in het online opzoeken van antwoorden/oplossingen voor school-gerelateerde taken.
  • 19% van de Nederlandse tieners zoekt actief naar naaktfoto’s en pornografie, terwijl 14% van de ouders dit van hun kind vermoedt. Van de betreffende tieners doet 55% dit een paar keer per jaar en 40% een paar keer per maand.
  • 42% van de Nederlandse jongeren stuit per óngeluk op naaktfoto’s en pornografie. Hiervan belandde 36% op de betreffende website door op een advertentie te klikken.
  • 19% van de Nederlandse jongeren heeft weleens gewelddadige content gezocht op internet, 10% van de ouders vermoedt dit.
  • Meer dan de helft van de Nederlandse jongeren (51%) heeft de naam van hun school online gezet.
  • 10% heeft weleens zeer persoonlijke informatie over zichzelf op internet gepost.
  • 9% zegt weleens op sociale media te hebben gepost wáár ze iemand zouden ontmoeten.
  • 20% van de Nederlandse jongeren zegt dat ze hun online-gedrag voor hun ouders kunnen verbergen.

Het onderzoek laat zien dat de meeste Nederlandse tieners diverse maatregelen nemen om hun activiteiten op internet van hun ouders af te schermen:

  • 37% minimaliseert de browser zodra er een ouder binnenkomt
  • 24% wist de browsergeschiedenis
  • 23% bekijkt de ongepaste content op een smartphone of tablet.

Liesbeth Hop, directeur van de Academie voor Media en Maatschappij, bracht de resultaten onder de aandacht: “Wij onderschrijven het belang van dit onderzoek dat wederom aantoont hoe belangrijk het is dat ouders hun kinderen begeleiden in de virtuele wereld. Daarbij is de eerste stap dat ouders op de hoogte zijn van de online activiteiten van hun kinderen en daar kom je bij deze technisch vaardige generatie alleen achter door open en in vertrouwen met hen in gesprek te gaan. In de opvoeding van nu is mediawijsheid een cruciale factor omdat het leven van kinderen zich tegenwoordig voor een groot deel afspeelt via de media. Zij zijn overal en altijd online, vaak buiten het blikveld van de ouders.”  

Van de Nederlandse ouders geeft 61% aan weleens een gesprek met hun tiener te hebben gehad over veiligheid op internet, wat betekent dat 39% dat blijkbaar nog nooit heeft gedaan. De virtuele wereld wordt door 37% als net zo ‘gevaarlijk’ gezien als de échte wereld. De ouders die betrokken zijn bij de veiligheid van hun kind op internet, hebben de volgende acties ondernomen:

  • 37% maakt gebruik van ouderlijk toezicht op de thuiscomputer.
  • 26% weet de wachtwoorden van e-mailadressen en sociale media-accounts van hun kind
  • 24% heeft apps voor ouderlijk toezicht geïnstalleerd op alle op internet aangesloten apparaten die hun kind gebruikt.

Een aanzienlijk deel van de jeugdige Nederlandse respondenten zegt ooit te maken te hebben gehad met cyberpesten of er getuige van te zijn geweest:

  • 26% is er getuige van geweest dat een vriend of klasgenoot online werd gepest.
  • 8% geeft toe zélf het slachtoffer te zijn geweest van cyberpesten, met verschillende emoties tot gevolg, variërend van angst voor hun veiligheid via niet meer naar school willen tot suïcidale gedachten.
  • De meeste getuigen (62%) van cyberpesten stappen ermee naar een ouder, een leraar of een andere volwassene.

*Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van McAfee door Atomik Research in vijf Europese landen: Frankrijk, Duitsland, Spanje, Nederland en Italië. In elk van deze landen werden in oktober 2013 200 ouders en 200 jongeren van 13 tot 17 jaar ondervraagd, behalve in Duitsland, waar 500 ouders en 500 jongeren werden ondervraagd.

Hi en Kakhiel roepen jongeren op om het internet nog verder te vervuilen in ‘More Crap Challenge’

Grappig bedoelde online foto’s en filmpjes zijn populair en groeien dikwijls uit tot echte rages*. Uit onderzoek van provider Hi blijkt dat de helft van de Nederlandse jongeren dagelijks in deze ‘online crap’ duikt en zich hier soms wel uren mee vermaakt. Maar op zijn Hollandsch gaat het hier vaak om ‘kijken, kijken… niet zelf maken’. Niemand minder dan ervaringsdeskundige Kakhiel vindt dat daar verandering in moet komen en roept Nederland op om het internet te overspoelen met de meest lachwekkende en bijzondere zelfgemaakte gekkigheid.

Vanaf vandaag is er – ter inspiratie – een oneindige lading van de grappigste gifjes, plaatjes en video’s te bekijken via het nieuwe platform morecrap.nl, een tijdverslindende vergaarbak die jongeren aanspoort om eigen creatieve brouwsels te maken, en deze met de tag #makecrap te uploaden op Twitter, Vine of Instagram. Kakhiel kiest een week lang elke dag de tofste inzending, die wordt beloond met eeuwige roem, een nieuwe mobiel (een Sony Xperia Z1) en nog een übercrappy prijs (bijvoorbeeld een familieportret met tekstballonnetjes van Kakhiel of een jaar lang gratis wc-papier met een pasfoto naar keuze).

De More Crap Challenge van Hi en Kakhiel loopt van maandag 2 december tot en met zondag 8 december 2013. Dagelijks wordt een nieuw thema bekendgemaakt waarop iedereen zich kan uitleven. De eerste opdracht luidde: ‘Thema Hollywood – verkracht een bekende filmscène of videoclip’. Wie zich heeft aangemeld en vervolgens zelfgemaakte crap op Twitter, Vine of Instagram tagt met #makecrap, dingt automatisch mee naar de prijzen. Het leek wat rustiger te zijn de laatste tijd op het gebied van ‘user generated content’, maar dat wordt nu dus flink ingehaald…

*Crap die het goed doet bij jongeren, zo blijkt uit het eerdergenoemde onderzoek, is ironische content. Dit kreeg het hoogste like-percentage, namelijk 58%. Daarna volgen gekkigheid (52%), nieuwsgerelateerde crap (50%), leedvermaak (32%) en alle aandoenlijke plaatjes en video’s met baby’s en huisdieren (25%). Dit zijn de populairste internet-crazes:

  1. Mamming – borsten op tafel for the good cause;
  2. Meowtfitting – dress up your cat to the max;
  3. Starbucks Drake Hands – handgebaren op Drake’s Hold on, we’re going home;
  4. Darth Vadering – the force is strong with this one;
  5. Dog-Shaming – honden waren nog nooit zo grappig;
  6. Cat-Bearding – human and cat unite;
  7. Milking – sexy and you know it;
  8. Hadouken – staaltje street fighter;
  9. Twogging – a (little bit disturbing) whole new meaning to doggy style;
  10. Twipping – het gaat allemaal downhill vanaf hier.

[Infographic] InSites: ‘7 van de 10 jongeren lezen, reageren op of posten zelf informatie op sociale media over merken’

Twee maanden geleden las je hier dat communicatie en tijdverdrijf voor millennials de belangrijkste redenen om sociale media te gebruiken. Dit resultaat staat niet op zich. Meer bewijsmateriaal op basis van onderzoek over de kracht van conversaties is gevat in een tweede deel van de ‘InSites Consulting infographic reeks: Millennials & Social Media’. Zo blijkt bijvoorbeeld dat zeven van de tien millennials informatie op sociale media over producten, merken en bedrijven lezen, erop reageren of er zelf posten, en dat reclame nog altijd een belangrijke conversatiestarter is.

Millennials weten meer over marketing en staan kritischer tegenover reclame dan om het even welke andere generatie ooit tevoren. Sociale media zijn onmisbaar voor deze generatie. Ze aanschouwen sociale media zelfs als hun belangrijkste kanaal, vermits deze kanalen het meest up-to-date en het meest aangepast zijn aan hun behoeften, vermits ze zelf kiezen wie ze volgen en bijgevolg ook welke informatie ze willen ontvangen.

Scrol en zie welke informatie ze lezen en delen, welke online bronnen ze het meest vertrouwen en welke conversaties hun aankoopgedrag beïnvloedt.

infographic insites millennials 2

PS  Ook Meredith’s Parents Network deed onderzoek naar deze doelgroep, met wat meer PR-gerichte stellingen: 30% van de millennial-moeders texten vaker met hun partner dan dat ze met elkaar praten.

Week van de Mediawijsheid 2013: tienduizenden kinderen aan de slag met mediawijsheid

Vanochtend is de Week van de Mediawijsheid officieel afgetrapt, de jaarlijkse publiekscampagne van Mediawijzer.net. Een recordaantal van 70.000 kinderen gaat van 22 t/m 29 november 2013 in de klas, thuis en in de bibliotheek met mediawijsheid aan de slag. Zij spelen het mediawijsheidservaringsspel MediaMasters in de klas, er is nieuw onderzoek gepresenteerd (het blijkt dat acht op de tien ouders hun kind volgen op sociale media) en er worden op bijna 200 plaatsen door heel Nederland activiteiten georganiseerd voor kinderen en ouders.

Mediaontwikkelingen vragen om nieuwe kennis en vaardigheden van kinderen en hun omgeving. Tegelijk bieden al die media ook veel kansen om hun persoonlijke doelen te bereiken. Daarom is het thema van de Week van de Mediawijsheid 2013: ‘Media verrijken je leven!’

Onderzoek: ouders zijn heel positief over sociale media
Ouders zijn positief over het gebruik van sociale media door hun kinderen en zien nauwelijks negatieve effecten. Ze vinden dat het een positief effect kan hebben op de Engelse taalvaardigheid (56%) en op de communicatievaardigheden (48%) van hun kinderen. Ook zien ouders kansen in het delen van informatie (71%) en in het maken en delen van huiswerk (62%). Ondanks deze positieve waardering houdt 80% van de ouders het gedrag van hun kinderen op sociale media wel nauwlettend in de gaten. Ouders willen zien waar hun kind mee bezig is (74%) en met wie hij/zij omgaat (49%). De meeste kinderen weten dat hun ouders hen volgen op sociale media (71%).  Dat blijkt uit kwantitatief online onderzoek (pdf) uitgevoerd door Direct Research in opdracht van Mediawijzer.net bij een representatieve steekproef van 600 Nederlandse ouders met kinderen in de leeftijd van 10-14 jaar

Kinderen vinden vooral het plezier dat ze aan sociale media hebben belangrijk. Ze spelen spelletjes (71%) en delen grappige berichten (66%). Vooral YouTube (72%) wordt gebruikt, op de voet gevolgd door WhatsApp (67%). Kinderen gebruiken WhatsApp vooral omdat ze het belangrijk vinden voortdurend in contact te staan met hun vrienden en familie. Een op de vier kinderen besteedt hier minimaal 2 uur per dag aan. Opvallend is wel dat ze persoonlijk contact met hun ouders en vrienden veel belangrijker blijven vinden dan het contact via sociale media.

MediaMasters 2013: ‘Mediawijs? Bewijs het maar!’
Vandaag zijn meer dan 70.000 leerlingen van groep 7 & 8 begonnen aan MediaMasters 2013. Deze game wordt een week lang, een uur per dag op het digibord in de klas gespeeld. In MediaMasters gaan de kinderen aan de slag met media. Ze kijken kritisch naar nieuwsberichten, gaan online op zoek naar informatie en denken na over hoe ze overkomen op sociale media. Daarnaast ervaren ze hoe reclame werkt en maken ze zelf een webpagina. Voor scholen is dit een mooie manier om een start te maken met mediawijsheid in de klas. Onderstaande trailer geeft een beeld.

Dit jaar meldde een recordaantal van 2.850 basisschoolklassen zich aan. Alle deelnemers aan MediaMasters krijgen op 29 november een diploma uitgereikt en de drie beste klassen en provinciale winnaars winnen bovendien een prijs.

Wat er verder gebeurt in de Week van de Mediawijsheid?
Vodafone, Stichting Mijn Kind Online, Digibewust en Mediawijzer.net brengen het magazine WIJS! De online wereld in uit. Gratis te verkrijgen bij alle Vodafone- en Belcompanywinkels en te downloaden via mediawijsheid.nl/ouders. Daarnaast krijgen kinderen een kijkje achter de schermen bij de media door middel van een mediastage en gaan ouders met hun kinderen in gesprek over media tijdens een ‘Keukentafelgesprek’. Zie weekvandemediawijsheid.nl voor meer info.

DDMM: Google, YouTube en Facebook populairste websites bij kinderen en jongeren in Nederland

VINEX* en PMA* hebben de eerste meetresultaten gepresenteerd van het nieuwe digitale bereiksonderzoek DDMM*, representatief voor de Nederlandse bevolking van zes jaar en ouder. In het bestaande GfK-consumentenpanel wordt continu het internetgebruik geregistreerd met behulp van geavanceerde meettechnieken. De gegevens betreffen nu nog alleen het web-only bereik**, maar zijn interessant genoeg om hier te delen, zeker omdat het onderzoek inzicht geeft in de websites die onze jeugd bezoekt en we dit in de tijd kunnen gaan volgen.

In september 2013 was Google onbetwist de grootste website. Zowel van de 6-12-jarigen als van de 13-19-jarigen bezocht driekwart op de computer thuis de zoekmachine. Daarna zijn YouTube en Facebook het meest populair, zo blijkt uit onderstaande lijstjes. Goed om te beseffen dat in deze cijfers het mobiele bezoek nog buiten beschouwing is, dus het werkelijke bereik zal voor de meeste websites nog flink hoger zijn.

De top 10 van de leeftijdsgroep 6 t/m 12 jaar op basis van bereik:

  • Google.nl/Google.com (76%)
  • YouTube (54%)
  • Facebook (40%)
  • Live.com (19%)
  • Marktplaats (18%)
  • Spele.nl (17%)
  • Spel.nl (17%)
  • Wikipedia (15%)
  • Speeleiland.nl (12%)
  • Hyves (11%)

En de top 10 van de leeftijdsgroep 13 t/m 19 jaar:

  • Google.nl/Google.com (75%)
  • Facebook (52%)
  • YouTube (51%)
  • Live.com (35%)
  • Wikipedia (22%)
  • SWP.nl (21%)
  • Marktplaats (19%)
  • Bol.com (18%)
  • Twitter (16%)
  • Buitenradar (15%)

Net buiten de top 10 is NU.nl de grootste nieuwssite. Wellicht nog aardig om te vermelden, is dat de toplijstjes van jongens en meisjes nauwelijks verschillen vertonen. En eh… aangezien ál het internetverkeer van de panelleden geregistreerd wordt, weten we nu ook dat 9,7% van de 13-19-jarigen in september pornosites bezocht, iets meer jongens (10,4%) dan meisjes (9,0%). Het mannelijk geslacht besteedde hier ook iets meer tijd aan.

We kunnen overigens niet alleen kijken naar de sites die de meeste jonge bezoekers trekken, maar ook naar de sites die het meest selectief voor deze doelgroepen zijn. Het aandeel kinderen van 6-12 jaar is het grootst bij Kizi.com, Speeleiland.nl, A10.com, Moviestarplanet.nl en Spel.nl. Voor wat betreft de jongeren van 13-19 jaar zijn dat WRTS.nl, Minecraft.net, EA.com, PU.nl en SWP.nl.

De 6-12-jarigen besteden de meeste tijd aan YouTube (15,1% van hun totale tijd online), daarna aan Facebook (10,6%), Google (6,9% en Spele.nl (2,3%). Bij de 13-19-jarigen staat Facebook bovenaan voor wat betreft de tijdsbesteding (13,4%, gevolgd door YouTube (13,0%), Google (9,9%), Live.com (2,1%) en Twitter (1,8%). Wie een simpele optelsom maakt, ziet dat er nog behoorlijk wat tijd overblijft, die versnippert wordt over heel veel andere sites.

——————————————————————————————————————————————-

VINEX-leden en mediabureaus hebben de beschikking over alle data, waardoor ze via de tool GfK-Probe nog veel meer analyses kunnen draaien.

*DDMM staat voor Dutch Digital Media Measurement. VINEX is de vereniging van internet exploitanten, PMA het platform media adviesbureaus. **Het bereik buitenshuis en via Mac-computers of mobiele apparaten is (nog) niet gemeten. Later dit jaar volgen de eerste testen met het meten van mobiel bereik en in februari 2014 komt data van het geïntegreerde web-mobiel onderzoek beschikbaar. Het door onderzoeksbureau GfK ingezette panel wordt geworven en gewogen op basis van de Gouden Standaard en de Media Standaard Survey.

[Disclaimer: bovenstaande cijfers heb ik kunnen uitdraaien dankzij mijn werk bij Sanoma, een van de afnemers van het onderzoek]

Updates:

  • (23/11/2013): De vermeende uittocht van jongeren bij Facebook is (nog?) niet in de cijfers terug te zien. In de oktober-data blijft het percentage 13-19-jarigen dat Facebook bezocht gelijk op 52%. Bij de kinderen  van 6-12 jaar daalde het aandeel bezoekers licht, van 40% naar 38%.
  • (09/07/2014): Inmiddels is het (continue) DDMM-onderzoek uitgebreid met het bereik van sites en apps op tablets en smartphones.

50.000 klanten is niet genoeg, dus mobiele provider *bliep vernieuwt: ‘Bellen voor 50 cent per dag’

Anderhalf jaar geleden zetten enkele jongeren de mobiele provider *bliep in de markt, vanuit het geloof dat zij het verschil kunnen maken. Veel mensen waren sceptisch en niemand geloofde dat er ruimte was binnen het overvolle landschap van providers. Geen enkele krant besteedde aandacht aan de lancering van het jongerenmerk. Onterecht, blijkt nu. Eerder in 2013 werd *bliep winnaar van de prestigieuze prijs ‘Startup of the year’ van The Next Web en wonnen ze de PIRA Award voor de eerlijkste campagne.

Tot op heden werd er nogal geheimzinnig gedaan over het aantal gebruikers van de dienst (tijdens een presenatatie op het KJ13-congres werden vragen daarover niet beantwoord), maar in een persbericht meldt *bliep nu inmiddels gegroeid te zijn naar meer dan 50.000 klanten en nog veel meer fans. In plaats van stilzitten en genieten van het succes doen deze jonge rebels van de telecomwereld juist het tegenovergestelde: het helemaal opnieuw uitvinden van *bliep.

“De wereld verandert zo snel dat je jezelf constant opnieuw uit moet vinden”, aldus Freek Gille, 17 jaar en verantwoordelijk voor de productontwikkeling van *bliep. Daarom is gisteren een geheel nieuwe app, website en vormgeving live gegaan. Ook het product zelf is vernieuwd. “Elke *blieper heeft nu de keuze: voor 50 cent per dag kun je de hele dag internetten, sms’en en bellen met *bliep-gebruikers. Voor 50 cent extra bel je de hele dag naar alle vaste en mobiele nummers in Nederland. Wil je sneller mobiel internet? Dan zet je dit aan, ook voor 50 cent extra. Op de website en via de app kun je elke dag van tarief wisselen.”

Als je dan een bedrijf bent dat gerund wordt door jongeren, hoe leuk is het dan om naast allemaal super talentvolle jonge DJ’s de hipste oma van de dance scene uit te nodigen? Dus kwam de 73-jarige DJ Mamy Rock speciaal voor de relaunchparty van *bliep voor het eerst naar Nederland. De kaartjes die *bliep weggaf aan haar trouwste fans waren zo gewild dat er grof geld voor werd geboden op het internet.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019