Fashionista lanceert eerste Nederlandse ‘BLOGazine’

Voor velen is bloggen inmiddels niet meer een hobby – het is een way of live én een bron van inkomsten. Bloggers worden steeds invloedrijker en gezien als influencers door zowel merken, media als consumenten. Zo heeft 87% van de bloglezers meer vertrouwen in blogs voor het doen van een aankoop dan in andere sociale kanalen. De invloed van jongeren daarin is behoorlijk groot; 87% van de beautyblog-volgers is tussen de 14 en 25 jaar en de bloggers zelf zijn ook van die leeftijd. 

Dus je kon erop wachten, het eerste bloggertijdschrift van Nederland is een feit: BLOGazine by Fashionista laat zowel Nederlandse als internationale succesvolle bloggers zien en richt zich op iedereen die het leuk vindt om blogs te volgen. Het bloggermagazine signaleert trends op het gebied van fashion, beauty, lifestyle, food en reizen op websites, YouTube, Twitter, Tumblr en Instagram. Met een top 25 van 's werelds meest invloedrijke modebloggers, een kijkje in de kast van bekende Nederlandse beautybloggers, maar ook tips & tricks en succesverhalen van Nederlandse bloggers die hun geld verdienen met bloggen.

Fashionista Magazine, het budgetmodetijdschrift voor jonge meiden, zet met dit eerste bloggerblad in Nederland een innovatieve editie van Fashionista neer. Hoofdredactrice Lydian Coppus: "Er zijn zo veel leuke accounts. Zelf verdwaal ik geregeld urenlang uur op bijvoorbeeld Tumblr. BLOGazine by Fashionista is de enige, echte blogger-Bijbel met alle inspiratie en trends van de topblogs bij elkaar verzameld.”

BLOGazine by Fashionista zet bloggen nu ook in print op de kaart en is vanaf 26 juni te koop voor € 4,50. De special is ook als digitale editie voor iPad verkrijgbaar op Tijdschrift.nl (de digitale tijdschriften kiosk in de iTunes Store) en online te bestellen zonder verzendkosten. De Fashionista-abonnees krijgen BLOGazine bij hun abonnement.

Onderzoek Universiteit Antwerpen: ‘Actief op sociale media door behoefte aan contact met offline relaties’

Sociale media zijn niet meer weg te denken uit het leven van jongeren en dus wordt er veel onderzoek naar gedaan. Onlangs las je al gegevens uit de VS, nu uit België. De onderzoeksgroep MIOS (Media & ICT in Organisations & Society), verbonden aan het Departement Communicatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen, voerde een grootschalig onderzoek uit bij 1.743 Vlaamse jongeren tussen de 12 en 18 jaar. De belangrijkste resultaten zijn gevat in onderstaande tien vragen en antwoorden.

1. Hoeveel jongeren zijn actief op sociale media?
Negen jongeren op tien hebben minstens één account op een online profielpagina. Met 90% is Facebook de absolute marktleider, voor Twitter (24%),  Netlog (9%), Hyves (3%) en Myspace (2%).

2. Waarom zijn ze actief op sociale media?
De behoefte aan contact met anderen die men uit het offline leven kent, is het hoofdmotief om actief te zijn op sociale netwerksites; 92% houdt zo contact met vrienden die ze zelden zien, 81% met familieleden, en 89% gebruikt Facebook en co om afspraken te plannen met vrienden die ze vaak zien. Zo’n zes op de tien jongeren (58%) zijn bevriend met hun ouder(s), meer meisjes dan jongens. Iets minder dan de helft (47%) denkt online nieuwe contacten te kunnen leggen, 13% gebruikt de sites wel eens om te flirten, 8% om een romantische relatie te starten. Opvallend: 72% van de jongeren geeft toe dat ze soms op hun profielpagina actief zijn uit verveling.

3. Hoe vaak zijn ze actief?
Een op de tien jongeren post dagelijks een statusupdate (11%), terwijl een vierde (26%) dit wekelijks doet en een derde maandelijks (33%). De studie onthult enkele verschillen in postgedrag op basis van gender en studieniveau. Meisjes posten frequenter een statusupdate dan jongens.

4. Leggen ze contact met onbekenden?
Vier op de tien tieners (38%) stellen nooit te surfen naar profielen van gebruikers die niet op hun vriendenlijst staan, 36% doet dit maandelijks, 19% wekelijks en 6% dagelijks. Oudere tieners gaan actiever en frequenter op zoek naar profielen van andere profielgebruikers. Voor een meerderheid van jongeren bieden sociale netwerksites ook mogelijkheden om buiten hun vriendenkring op zoek te gaan naar anderen waarmee ze iets gemeenschappelijk hebben.

5. Met wie delen ze welke informatie?
Wat het delen van persoonlijke gegevens betreft, stellen we vast dat negen op de tien jongeren (95%) zeggen dat ze hun echte identiteitsgegevens meedelen (bv. voornaam, familienaam). Ongeveer de helft (46%) deelt het gsm-nummer mee en iets meer dan zes op tien (64%) hun woonplaats. Een meerderheid van de jongeren beperken de toegang tot deze profielinformatie tot hun vrienden. Meisjes springen duidelijk voorzichtiger om dan jongens met het vrijgeven en toegankelijk maken van persoonlijke informatie.

6. Hoeveel vrienden hebben ze?
Ongeveer één op acht jongeren (12%) stelt dat ze minder dan 100 vrienden hebben op de sociale netwerksite die ze het meest gebruiken. Voor een derde (34%) schommelt de grootte van het vriendennetwerk tussen de 100 en de 300 vrienden. Een vierde (27%) heeft tussen de 300 en 500 contacten op hun vriendenlijst. Zo’n 21% claimt meer dan 500 contacten te hebben. Het onderzoek toont aan dat het aantal contacten toeneemt met de leeftijd van tieners. 

7. Kennen ze hun vrienden ook in de echte wereld?
Een derde van de jongeren stelt dat ze alle contacten op hun vriendenlijst al eens ontmoet hebben (35%). Dit resultaat impliceert dat 65% van de jongeren contactpersonen heeft in hun vriendenlijst die ze nog nooit ontmoet hebben. Ongeveer een op drie (37%) schat dat maximaal 10% van hun vriendenlijst bestaat uit personen die ze nooit ontmoet hebben. Dit daalt tot bijna één tiende (13%) van de jongeren die schatten dat 10 tot 20% van hun profielvrienden onbekenden zijn. Ongeveer een tiende (10%) van de ondervraagde jongeren beweren dat 20 tot 40% van hun profielvrienden onbekenden zijn. Een kleine 4% stelt dat meer dan 40% van hun vriendenlijst bestaat uit personen die ze nog nooit ontmoet hebben. Meer meisjes dan jongens vinden het geen goed idee om vriendschapsverzoeken te aanvaarden van personen die ze nog nooit ontmoet hebben.

8. Doen Vlaamse jongeren aan cyperpesten?
Van de jongeren die actief zijn op sociale netwerksites geeft 10% toe dat ze al een profielsite hebben gebruikt om iemand te pesten. Significant meer jongens (13%) dan meisjes (8%) geven toe dat ze ooit al gecyberpest hebben via een profielpagina. Daderschap stijgt met de leeftijd tot 16 jaar, om daarna te dalen (8% van de twaalfjarigen, 13% van de zestienjarigen, 10% van de achttienjarigen).

9. Hoeveel jongeren werden al eens het slachtoffer van pestgedrag op sociale netwerksites?
Eén op de zes jongeren (16%) is al het slachtoffer geweest van cyberpesten op profielsites. Meisjes (19%) stellen meer het slachtoffer geweest te zijn van cyberpesten dan jongens (13%). Zo’n 51% van de jongeren meent al een vorm van cyberpesten gezien te hebben op een sociale netwerksite. Slachtoffers van cyberpesten hebben significant meer dan niet-slachtoffers vriendschapsverzoeken van vreemden aanvaard. Gepeste jongeren communiceren ook frequenter met online contacten die ze nooit zelf ontmoet hebben.

10. Wie doet aan ‘ontvrienden’ of werd al ‘ontvriend’?
Zo’n acht op de tien jongeren (77%) hebben al iemand geschrapt uit hun vriendenlijst. Voor vier op de tien (44%), beperkt zich dit tot maximaal tien personen. Ongeveer 15% schat dat ze al tussen de tien en twintig personen verwijderd hebben uit hun vriendenlijst. Voor minder dan een op de tien (6%) schommelt dit tussen de twintig en dertig. Ten slotte heeft één op de tien (12%) al meer dan dertig personen uit de vriendenlijst geschrapt. Wat betreft het zelf ontvriend worden door iemand anders, komt uit deze studie naar voor dat zo’n een op vier jongeren (24%) niet weet of zij al ‘ontvriend’ werden. Vier op de tien (42%) is ervan overtuigd dat dit niet gebeurde. Zo’n derde denkt dat dit minstens één of meermaals gebeurde (33%).

Speciale editie van Kinderen: helemaal in nijntje-stijl

Nijntje maakt Kinderen, kopt Sanoma enigszins dubbelzinnig in een persbericht dat aandacht vraagt voor een bijzonder nummer van Kinderen dat nu in de winkel ligt. In de juni-editie van het tijdschrift voor (aanstaande) moeders speelt het bekende character nijntje de hoofdrol. Merkhouder en uitgever Mercis en het magazine Kinderen maakten samen een nummer waarin de vertrouwde inhoud van Kinderen is omgezet in nijntje-stijl. Nog nooit heeft nijntje zo’n grote rol gespeeld binnen een bestaande tijdschriftentitel, volgens de makers.

Zo zijn de tien klassieke boekjes van nijntje doorgetrokken naar de vaste rubrieken in het magazine. Het boekje ‘de tuin van nijntje’ is bijvoorbeeld gekoppeld aan de culinaire rubriek, met onder andere gezonde recepten met worteltjes.

Brigitte Donders, hoofdredacteur van Kinderen: “Nijntje is authentiek, tijdloos en een beroemdheid zonder sterallures. Vandaar dat we ook niet lang hoefden na te denken: nijntje verdiende haar eigen Kinderen. De speciale editie heeft een unieke cover, er worden honderd nijntje-apps en nijntje-pakketten weggegeven en alle Kinderen-lezeressen ontvangen ook nog een exclusieve nijntje-cd met de 21 leukste liedjes uit nijntje-musicals.”

Ook producent Mercis is erg blij met de unieke samenwerking. Directeur Marja Kerkhof: “Het is fantastisch om met een groep vrouwen, moeders en dochters met zoveel enthousiasme aan een gezamenlijk project te werken, namelijk het maken van de mooiste uitgave van Kinderen ooit! Nijntje en Kinderen geloven in dezelfde filosofie en in mooie kleuren, heldere illustraties en ruimte voor de eigen fantasie van moeder en kind.’’


Dit is de tweede speciale editie van Kinderen. De cover van het jubileumnummer (Kinderen 2-2012) was ontworpen door Blond-Amsterdam.

Onderzoek van Pew Internet brengt in beeld wat tieners delen op sociale media (steeds meer, zo blijkt)

In het kader van het Pew Research Center’s Internet & American Life Project zijn in de zomer van 2012 ruim 800 ouders én hun 12-17-jarige kinderen (in de VS) telefonisch ondervraagd over sociale media en privacy. Dit kwantitatieve onderzoek werd aangevuld met een aantal focusgroepen. Deze week zijn dan eindelijk de resultaten bekendgemaakt. Dit wereldje verandert eigenlijk te snel om daar zo lang mee te kunnen wachten en de Nederlandse situatie is anders, toch zijn de gegevens te interessant om niet naar te verwijzen.

In vergelijking met 2006 delen Amerikaanse tieners nu veel meer informatie over zichzelf via hun socialemediaprofielen. Bijna iedereen gebruikt zijn/haar echte naam (92%) en een foto van zichzelf (91%), en zelfs het vermelden van een e-mailadres (53%) of een mobiel telefoonnummer (20%) is niet ongewoon.

Het enthousiasme voor Facebook neemt af, wat veroorzaakt wordt door het toenemende aantal volwassenen, het overmatige delen en het 'stressvolle drama' – toch blijven ze het vooralsnog gebruiken, omdat participatie belangrijk is in de omgang met elkaar. Een kwart van de online tieners is inmiddels ook actief op Twitter (Instagram, Tumblr en Google Plus bleven daar ten tijde van het onderzoek met respectievelijk 11%, 5% en 3% ver achter). De gemiddelde Facebook-gebruiker heeft 300 vrienden, de gemiddelde Twitter-gebruiker heeft 79 volgers.

Dit zijn enkele andere conclusies uit de studie:

  • Van de ondervraagde tieners is 70% op Facebook bevriend met zijn/haar ouders, 30% met onderwijzers, 30% met beroemdheden;
  • Bij drie van de vijf jongeren staat het Facebook-profiel op 'privé', bij meisjes vaker dan bij jongens;
  • Een kwart (26%) post fake informatie om zijn/haar privacy te beschermen;
  • Tieners zijn actief bezig met het managen van hun online reputatie; met name het aantal likes is een sterke indicator voor sociale status, en dus wordt de tijdlijn ingericht om zoveel mogelijk duimen omhoog te krijgen en worden bijvoorbeeld foto's verwijderd die niet goed scoren;
  • Driekwart (74%) van de socialemediagebruikers heeft mensen uit zijn/haar netwerk of vriendelijst verwijderd;
  • Jongeren rapporteren meer postitieve online ervaringen dan negatieve;
  • Minder dan eenderde (30%) van de tieners zegt online reclame ontvangen te hebben die duidelijk ongeschikt is voor zijn/haar leeftijd.

Onderstaande infographic vat de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek keurig samen.

Lees het onderzoeksrapport 'Teens, Social Media, and Privacy' (pdf) voor meer informatie. Een aanrader, al is het maar voor de quotes van de doelgroep!

Jongeren rapporteren meer postitieve online ervaringen dan negatieve;
Minder dan eenderde (30%) van de tieners zegt online reclame ontvangen te hebben die duidelijk ongeschikt is voor zijn/haar leeftijd;

 

 

Suske en Wiske zijn opgegroeid en veel minder onschuldig: ‘Amoras, the saga unfolds’

Vorige maand werd de nieuwe strip Amoras (een volwassener versie van Suske en Wiske!) aangekondigd tijdens #KJ13 en daarna werd op opvallende wijze buzz gecreëerd. Zo werden posters die Wiske als vermist weergaven opgevolgd door een overlijdensbericht als uitnodiging voor een persconcerentie. Op Facebook werd de cover beetje bij beetje onthuld (1 pixel per like), media schreven verlekkerd over de borsten van het personage en Maya’s Moving Castle maakte speciaal voor Amoras de song When You Wish Upon The Stars.

Ook kreeg het stripalbum een trailer op YouTube, waarin duidelijk werd dat het om Suske en Wiske gaat maar dan behoorlijk anders. Niet voor kinderen bedoeld, want af en toe best expliciet.

Vandaag lanceerde Standaard Uitgeverij het boek dan eindelijk (onderstaand de cover). De familie van Willy Vandersteen, de bedenker van de striphelden, heeft toestemming gegeven voor deze extensie. “Maar het is wel brutaler, er is meer geweld en gevloek en het loopt lang niet altijd goed af”, vertelde Johan De Smedt van WPG Uitgevers tegen De Standaard. Lees: Wiske gaat dood.

‘Eén flits. Meer was er niet nodig om de wereld van Suske en Wiske voor altijd te veranderen. Eén druk op de foute knop. Het einde van een vriendschap. Uit elkaar gerukt, gedropt in een onbekende omgeving. Alleen. Apart. Rondzwervend in een nabije toekomst waarin hun eeuwige antagonist de plak zwaait. Krimson. Alles lijkt verloren. Tot Suske Jérusalem ontmoet. Een nieuw gezicht! Een teken van hoop. Of niet? In een wereld waar Jerom en Lambik van elkaar vervreemd zijn en Barabas samenwerkt met Krimson bestaan geen zekerheden meer. Op het eiland Amoras heeft die laatste zijn zinnen gezet op een enorme diamantlaag onder de zeespiegel. De voltallige bevolking wordt de mijnen ingestuurd om alles te ontginnen. Maar daar vinden ze veel meer dan enkel diamanten. Zeebevingen veroorzaken scheuren in de bodem, een enorm energieveld komt vrij. Krimson zoekt toenadering tot Jérusalem, maar die heeft enkel oog voor het stormachtige wateroppervlak.’

In 1947 verscheen Het eiland Amoras in de rode Suske en Wiske-reeks. Hoe zou het eiland Amoras er in 2047 uitzien, en is huilen tijdens het lezen van een stripverhaal zo verkeerd? Die vragen lagen enkele jaren geleden ten grondslag aan het idee rond de Amoras-sage. Het plan werd om in het feestjaar ‘100 jaar Willy Vandersteen’ op een onverwachte manier uit te pakken. Dat lijkt gelukt.

Charel Cambré en Marc Legendre zijn de auteurs van het nieuwe, donkere verhaal voor 13 jaar en ouder. Een digitale versie vind je voor € 4,49 in de App-store. De paperback is voor € 6,95 verkrijgbaar. Amoras wordt een zesdelige reeks náást de bekende rode albums. Je vindt Amoras ook op Amoras2047.com, Twitter, Facebook en Pinterest.

Update (5/11): Ter promotie van het tweede Amoras-deel werd Wiske begraven op het Museumplein in Amsterdam.

Snickers ziet spelfouten in zoektermen als kans: ‘Yu cant spel properlie wen hungrie’

Al enige tijd voert Snickers de 'You're not you when you're hungry'-campagne, en met succes. De insteek dat je jezelf niet bent als je trek hebt, biedt vele mogelijkheden. Zo zien we in Nederland momenteel digitale abri’s met ingebouwde camera en Kinect-bewegingssensoren die consument in verschillende gedaanten kunnen weergeven. In Duitsland is de 'Hungry-Me Generator' ontwikkeld waarmee iemands uiterlijk veranderd kan worden. En in Engeland werd een aardige vorm van zoekmachinemarketing uitgehaald.

Het wat vergezochte maar knap bedachte insight was dat je met een rammelende maag ook niet meer kan spellen. Voor de top 500 zoektermen werd daarom een lijst met veel voorkomende spelfouten opgesteld. Wie zo'n veelvoorkomend foutje op Google maakte, zag naar verluidt als bovenste zoekresultaat de boodschap 'Yu cant spel properlie wen hungrie, grab yourself a Snikkers'. In onderstaande video zie je hoe dat werkte.

[Creatie door AMV BBDO; via Advertising Age]

Prank ter promotie van nieuwe Scary Movie-film

Binnenkort gaat in Nederland Scary Movie 5 in première. Filmdistributeur Entertainment One zocht een spraakmakende manier om deze humoristische film bij Nederlandse jongeren onder de aandacht te brengen.

In samenwerking met jongerencommunicatiebureau Red Chocolate werd een speciale Scary Movie-prank uitgevoerd tijdens een speciaal hiervoor georganiseerde voorpremière. In onderstaande video is te zien hoe YouTube-influential Milan Knol (102.995 abonnees op YouTube en bekend vanwege zijn prankvideo’s) voor de verandering eens zelf flink in de maling werd genomen.

Binnen drie dagen tijd werd deze Scary Movie-prankvideo liefst 50.000 keer bekeken op YouTube. Meer dan 10% waardeerde de video positief wat leidt tot 6.699 groene duimpjes. De video werd ook op Dumpert geplaatst.

We want more!
Uit reacties van jongeren bleek hoe zeer deze prank van Entertainment One gewaardeerd werd. Conclusie is dat het inzetten van de juiste online influential(s) een enorme meerwaarde kan betekenen voor merk of product, specifiek wanneer het idee naadloos aansluit op het imago van de influential en zijn of haar publiek.

Gouden @penstaart 2013: Zapp.nl en Lifesplash.nl verkozen tot beste kindersites van Nederland

Gisteren laat in de middag zijn in Beeld en Geluid in Hilversum de Gouden @penstaarten* en de Media Ukkie Award** uitgereikt. Dit zijn de Nederlandse publieksprijzen voor de beste kinderwebsites en -apps. Eerst koos een vakjury de genomineerden uit meer dan 200 ingezonden websites en apps en daarna hebben 10.000 mensen gestemd op hun favorieten. "Er wordt in Nederland veel digitaal vakwerk geleverd, door zowel professionals als door kinderen", aldus juryvoorzitter Marjolijn Bonthuis (ECP/Digibewust).

Check hieronder de winnaars van 2013 en lees het juryrapport (pdf) voor meer info.

  • Zapp.nl van NPO/Zapp won de Gouden @penstaart voor de beste kinderwebsite van Nederland:v“De vernieuwde site van Zapp is goed en overzichtelijk. De site heeft nu nog meer eigen content en de informatie voor ouders valt te prijzen.”
  • Lifesplash.nl van Jiami Jongejan (13 jaar) won de Gouden @penstaart voor beste website gemaakt door kinderen: “Deze site heeft alles in zich om een professionele site te worden. Jiami voelt feilloos aan wat meiden van haar leeftijd leuk vinden. Er een mooie toekomst in dit vak voor haar weggelegd!”
  • De app (te) Gekke Dierentuin van Fleur van der Weel, Studio Kloek en Querido won de Media Ukkie Award voor beste Nederlandse app voor peuters en kleuters: “Deze app is zeer fantasievol en prikkelt de creativiteit van ukkies op een goede manier.”
  • De app Twitquiz! van Nando Bennis, 14 jaar won de Gouden @penstaart voor beste app gemaakt door kinderen: “Een zeer goede, professionele app. En zo leuk dat het bijna verslavend is.”
  • De website Kidsweek.nl werd beloond met een Gouden Ster.

*De Gouden @penstaart is de prijs voor beste websites gemaakt voor kinderen (6-12 jaar) en door kinderen (tot 16 jaar), sinds 1999 jaarlijks uitgereikt (voor het eerst dingen nu ook door kinderen gemaakte apps mee). Doel is om digitaal vakmanschap te belonen. De prijs inspireert makers om content voor kinderen nog beter te maken.

**De Media Ukkie Award is de prijs voor beste app voor 0-6-jarigen, dit jaar voor de tweede keer uitgereikt, als afsluiting van de Media Ukkie Dagen (8-17 april 2013), een campagne van Mediawijzer.net gericht op de mediaopvoeding van peuters en kleuters. In dit kader kwam ook de brochure 104 leerzame apps en sites 104 leerzame apps en sites (pdf) uit.

De Gouden @penstaart en Media Ukkie Award worden georganiseerd door Stichting Mijn Kind Online, Digibewust en Mediawijzer.net, in samenwerking met Waag Society.

Donald Duck Weekblad haakt in op ‘abduckatie’; kroningsspecial eindelijk in de winkel

Koningin B.A. Trix heeft hij al eens eerder ontmoet en nu is Donald Duck natuurlijk ook bij de kroning van de nieuwe koning. En daarom komt het vrolijke weekblad deze week met een speciaal Abduckatie-nummer. De 'k(r)oningsspecial' lag al 1,5 jaar op de plank, zoals dagbladen vaak verhalen hebben klaarstaan voor als een beroemdheid overlijdt. “We wisten wie er koning zou worden en wie naast hem zou staan. En we hebben gegokt dat het op De Dam en in de Nieuwe Kerk zou plaatsvinden”, aldus hoofdredacteur Thom Roep.

Het verhaal is volgens Roep een knipoog naar een beroemde uitspraak van het moment dat Beatrix in 1980 de kroon overhandigd kreeg. Bij het verhaal over de 'abduckatie' is niet extra gelet op eventuele gevoeligheden, omdat het over de koninklijke familie gaat. “Je kunt vrij ver gaan met parodiëren in woord en beeld."

Het is natuurlijk voor iedereen een eer om in de Donald Duck te staan, ook voor de koninklijke familie. Menig hoogwaardigheidsbekleder heeft in het verleden Duckstad al eens met een bezoek vereerd. Van de Maharadja van Hoedoejoestan, die de stad met een eerste standbeeld van Cornelis Prul verblijdde, tot Hare Majesteit B.A. Trix, koningin der Vederlanden, aan toe. Tijdens het bezoek van laatstgenoemde schopte Donald Duck het zelfs tot eenmalig hofleverancier door het ontwerpen van een speciale hoed.

Naast het extra lange openingsverhaal over de ‘koningskroning’ op 30 april staat ook dit hoedenverhaal in deze feestelijke speciale uitgave, evenals een eerder gepubliceerd avontuur rond de huwelijksreis van Prins Maximiliaan van Zwanenburg en zijn bruid Wilma Alexandra.

Deze historische Donald Duck is vanaf 16 april te koop.

PS  In een interview met NU.nl maakte hoofdredacteur Thom Roep gisteren bekend dat hij Donald Duck na 40 jaar dienstverband verlaat. Hij acht de kans groot dat de Donald Duck in huize Oranje gelezen wordt: "Ze krijgen het blad elke week opgestuurd."

Rijksmuseum trots op cover van museumeditie Donald Duck

Vanmiddag is zakelijk directeur van het Rijksmuseum Erik van Ginkel verrast door Donald Duck Weekblad. Twee dagen voor de officiële opening van het compleet vernieuwde museum werd het allereerste exemplaar van de speciale museumeditie van Donald Duck overhandigd door hoofdredacteur Thom Roep en directeur Amsterdam Marketing Frans van der Avert. Donald Duck Weekblad staat deze week helemaal in teken van een beroemd museum dat heropend wordt na een heel lange verbouwing. Inderdaad: het Duckstadmuseum.

Met name De Duckwacht van Rembalm van Spaarne en Het Melkmuiltje van Vermeest zullen als publiekstrekkers fungeren. Maar de museumcollectie is behoorlijk uitgebreid. Niet alleen zijn de oude meesters opnieuw te bewonderen; er is ook plaats gemaakt voor moderne fratsen, zoals overdwars gepunnikte macramécreaties, geglazuurd glazuurwerk en de onlangs aangekochte, pas gestoomde sprookjesachtige Nieuwe-Kleren-van-de-Keizer.

Bovendien wordt in het tijdschrift een groot geheim onthuld om een eventueel later schandaal te vermijden: is De Duckwacht, die nog altijd de trots van het museum is en symbool staat voor het artistieke verleden van ons Vederland, wel écht? Of hangt er een kopie?

“Wij zijn heel trots op deze speciale museumeditie van Donald Duck. We hebben alle wereldpers gehad, maar dit is toch wel het meest ultieme wat je als museum kan bereiken. Het vrolijkste weekblad van Nederland en het museum hebben veel gemeen. Met spannende verhalen proberen wij jong en oud te boeien. Maar niets gaat natuurlijk boven het zien van de echte Nachtwacht. Wij hopen dan ook dat Donald Duck iedereen op een idee brengt.” [Erik van Ginkel, Rijksmuseum]

Donald Duck nr. 16 is vanaf 12 april te koop.

Upload TV: een interactieve liveshow over online videocontent

Afgelopen vrijdag werd door de VPRO voor het eerst UploadTV uitgezonden. Upload TV neemt ons mee in de wereld van online videocontent en biedt inspiratie om zelf aan de slag te gaan. 166.000  paar ogen waren gericht op deze interactieve liveshow, waar interviews met interessante gasten uit de online wereld afgewisseld werden met populaire webvideo’s. Jongeren bepalen zelf welke filmpjes uitgezonden worden, wat leidt tot een spraakmakende videoselectie van juweeltjes die je niet mag missen.

Wat is het geheim achter de miljoenenviews en waarom zijn bepaalde filmpjes succesvol? UploadTV zoekt het uit:

Get Microsoft Silverlight

Interactieve TV-show
Upload TV is meer dan een uur zendtijd op de vrijdagavond. Zo kunnen jongeren zelf real-time en op dagen voor de uitzending filmpjes aandragen en stemmen welke video’s er tijdens de uitzending vertoont worden. Naast dat de show op TV te bekijken is, kun je het programma ook samen met vrienden bekijken via Google HangOut. Wie echt geluk heeft word geselecteerd voor de thuistribune, bestaande uit 24 personen die via webcam-livestreams regelmatig betrokken worden bij de liveshow.

Verborgen juweeltjes en de verhalen achter YouTube-hits
Upload TV schotelt ons de nieuwste webvideo’s voor die om uiteenlopende redenen het bekijken waard zijn. Zelf moest ik er lachen om deze inzendingen van 5 seconds-films:

Wat opvalt is dat de kwaliteit van deze verborgen juweeltjes lang niet altijd om over naar huis te schrijven is, maar dat dergelijke video’s toch succesvol zijn. Daar ligt het grootste verschil met TV, aangezien daar enkel ruimte is voor kwalitatief hoogwaardige content. Op deze manier worden jongeren geïnspireerd om zelf aan de slag te gaan en te dromen van een eigen online kanaal met miljoenen views!

De volgende uitzending is op vrijdag 12 april om 21:30 op Nederland 3.

Hi lanceert TweetFighter: vechten met je sociale status

Wie heeft de meeste followers op twitter? Wie post de leukste foto's? Wie wordt het meest geliked, geretweet en getagt? Uit een onderzoekje van Hi blijkt dat een deel van de Nederlandse jongeren en jongvolwassenen hun status laten afhangen van hun sociale kracht. Zo denkt 20% van de jongens (en 14% van de meisjes) tussen de 16 en 28 jaar dat een goede post op Facebook hun aanzien een boost geeft bij vrienden. Van deze leeftijdsgroep meent 45% dat een goede post het zelfvertrouwen opvijzelt.

Sociale kracht meten en vergelijken met anderen kon je al met tools als Klout. Maar er letterlijk mee vechten, dat bestond nog niet. Met de nieuwe game TweetFighter van reclamebureau Red Urban en telecomprovider Hi kan dat nu wel.

"Jongeren zijn vrijwel non-stop op hun mobiel aan het tweeten, posten, sms'en en appen. En ze zijn zich zeer bewust wat ze versturen en posten en en hoe succesvol ze daarmee zijn. Hun status hangt er steeds vaker van af. Met deze game gaan ze letterlijk de strijd aan met anderen en testen ze hun eigen sociale kracht." [Kees van Dorp, Red Urban]

In de stijl van een retro 16-bit arcade vechtgame kan een ieder online de strijd met anderen aangaan aan de hand van hun Twitter-, Facebook- en Instagram-profielen. De hoeveelheid tweets, posts, likes, retweets en tags bepalen de sociale kracht van de speler en dus of hij/zij een TweetFight van een vriend, volger of vreemde weet te winnen.

Red Urban ontwikkelde de TweetFighter om Hi's 'All you can Tweet, Post & Whatsapp'-propositie online onder de aandacht te brengen. TweetFighter wordt ook internationaal uitgerold, zodat ook mensen uit verschillende landen elkaar kunnen uitdagen. Op basis van het aantal vrienden alleen zullen Nederlanders die strijd overigens moeten vrezen. Het gemiddeld aantal Facebook-vrienden in Nederland is ongeveer 93 per gebruiker, ruim achter het Europees gemiddelde van 133 vrienden. Vooral Belgen hebben gemiddeld veel vrienden op Facebook (162). In Amerika hebben mensen gemiddeld de meeste vrienden (200).

Hoe dan ook, spelen kan op www.tweetfighter.nl.

Onderzoek Iene Miene Media 2013: ‘Een derde van de 1-jarigen gebruikt een tablet’

Tijdens de Media Ukkie Dagen, van 8 t/m 17 april 2013, staat de mediaopvoeding van jonge kinderen (0-6 jaar) centraal. In deze jaarlijkse campagne van Mediawijzer.net krijgen ouders tien dagen lang tips hoe ze op een bewuste manier de kansen kunnen benutten die media bieden. Bij de start van de tweede editie van de Media Ukkie Dagen is het rapport 'Iene Miene Media 2013' (pdf) gepresenteerd, gebaseerd op onderzoek* onder 1.001 ouders met kinderen tussen 0 en 7 jaar, verricht door stichting Mijn Kind Online in opdracht van Mediawijzer.net.

Hieruit blijkt een derde van de één-jarige kinderen geregeld of vaak op een tablet te spelen (in 2012 was dit nog een achtste). Bij de driejarigen is dit zelfs al meer dan de helft van de kinderen. Het merendeel van de ouders is positief over mediagebruik van hun kinderen. Ze zeggen dat het goed is voor de ontwikkeling van hun kind en voor later op school. Vooral educatieve spelletjes, geheugenspelletjes en filmpjes zijn populair. Vaders vinden het zelf belangrijker dan moeders om samen met hun ukkies op digitale media te spelen.

Opvallend is dat meer dan een derde (39%) van de ondervraagde ouders media in zet als rustmoment voor zichzelf of tegen verveling van het kind (37%), terwijl zowel moeders (46%) als vaders (40%) liever hebben dat hun kind met iets anders bezig is dan met digitale media. Vooral moeders geven de voorkeur aan gewoon speelgoed boven digitale media. Vaders hebben er minder problemen mee.

Ruim één op de drie kinderen speelt vaak met een smartphone als die in het gezin aanwezig is. Dit geldt zowel voor de jongste ukkies als voor de kleuters. Twee op de drie peuters weten al precies wat ze moeten doen om geluidjes of bewegingen op het scherm van de tablet te krijgen. En vier op de tien tweejarigen weten al hoe ze een computer moeten opstarten of afsluiten of hoe ze met een mobiele telefoon moeten bellen.

Het populairste is overigens nog steeds het voorleesboekje: 82% van alle kinderen tot 4 jaar leest of wordt regelmatig voorgelezen. Onder de 4 tot en met 7-jarigen is dat zelfs 95%.

“Ouders zijn betrokken mediaopvoeders, maar weten nog niet altijd hoe ze invulling moeten geven aan die mediaopvoeding van hun kind of wat geschikte media zijn.” [Remco Pijpers, MKO]

*De gegevens zijn in maart 2013 verzameld door het bureau No-Ties via een online enquête onder 495 moeders en 506 vaders met kinderen van 0 tot en met 7 jaar. Het onderzoek is een vervolg op het gelijknamige onderzoek uit 2012.

Tip: lees ook het artikel over 'The Touch-Screen Generation' in The Atlantic.

Ouders en jongeren geen ‘vrienden’ in sociale media, maar internetspel Digifamilie brengt hen weer samen

Van de jongeren onder de 18 jaar geeft 45% aan dat hun ouders niet weten wat ze allemaal posten en met wie ze bevriend zijn op Facebook, Hyves en Twitter. Een vergelijkbaar percentage (47%) is niet bevriend met of wordt niet gevolgd door hun ouders op sociale netwerken. Dit blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder 500 jongeren onder de 18 jaar en onder ruim 1.400 ouders met kinderen onder de 18 jaar. Zes op de tien (62%) jongeren vinden dat hun ouders ook niets te maken hebben met wat ze posten en met wie ze bevriend zijn.

Van de jongeren zouden vier op de tien het een probleem vinden als de ouders proberen online bevriend met ze te worden of ze te gaan volgen op Hyves, Twitter of Facebook, 14% zegt er zelfs bewust voor te zorgen dat hun ouders hen niet kunnen volgen.
 
Enkele verschillen tussen ouders en kinderen zijn opmerkelijk. Zo stellen zeven op de tien ouders (71%) dat ze afspraken hebben gemaakt met hun kinderen over wat ze wel of niet mogen posten. Dit terwijl slechts 18% van de jongeren aangeeft afspraken te hebben gemaakt met hun ouders. Ook de beleving van kennis is anders: jongeren zeggen (58%) dat hun ouders te weinig kennis hebben van social media om ze in de gaten te houden. Ouders denken hier anders over: slechts 13% stelt dat ze over te weinig kennis beschikt om hun kinderen goed te kunnen volgen.
 
Een op de vijf ouders (19%) zou meer informatie willen over hoe om te gaan met het online gedrag van hun kinderen; 43% zou niet weten waar ze terecht kan. Echt zorgen maken over wat hun kinderen doen, is niet aan de orde. Slechts 14% van de ouders zegt zich met regelmaat ongerust te maken over het online gedrag van hun kinderen op sociale media.

Digifamilie: ouders en jongeren weer in gesprek over sociale media
Tijdens het vijfde Nationale Mediawijsheid Congres wordt het nieuwe online gezinsspel Digifamilie gelanceerd door de Nationale Academie voor Media & Maatschappij. Ouders en kinderen spelen dit spel gezamenlijk ‘live’ in de sociale media en moeten daardoor met elkaar in gesprek raken over gewenst en minder gewenst gedrag. Zij leren als gezin alles over privacy, chatten, wachtwoorden en andere belangrijke internetdilemma’s.

Het spel wordt thuis gespeeld en bestaat uit allerlei opdrachten die nodig zijn om de hoofdpersonen Mike en Moniek weer thuis te brengen. Zij zijn namelijk verdwaald in de virtuele wereld en roepen de hulp in van Nederlandse 'digifamilies'. Voor het spel is gebruik gemaakt van allerlei technische middelen, zoals film, audio, websites en sociale media.

Digifamilie kwam tot stand in samenwerking met de NKO (Nederlandse Katholieke Oudervereniging) en Mediawijzer.net, de netwerkorganisatie van het Ministerie van OC&W.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019