Hoe LU Princeland door Opvallers tot leven werd gewekt!

Hoe wek je een online 3D wereld tot leven? Dat was de vraag waarmee Mondelez bij Opvallers aanklopte. Ter promotie van LU Prince werd het splinternieuwe LU Princeland gelanceerd (http://www.LUprinceland.com/); een interactieve 3D wereld waarin kids samen met de Prince en zijn vriendjes online de spannendste avonturen beleven. In deze blogpost lees je hoe Opvallers de uitdaging aanging om dit concept door te vertalen naar een offline campagne en inmiddels iedere week duizenden kinderen blij maakt met onvergetelijke LU Princeland experiences.

Laat kinderen spelen en hun helden ontmoeten

2LU Prince behoort al jaar en dag tot de meest toonaangevende merken van Nederland en België. Met de lancering van LU Princeland werd deze positie maar weer eens meer dan ooit bevestigd. Voor deze campagne moest er gekozen worden voor een keiharde strategie waarin afscheid werd genomen van moderne technologieën en digitale spellen. Deze beleefden de kinderen immers al volop online. Offline moesten zij hun LU Princeland helden gaan ontmoeten en tastbaar spelletjes kunnen spelen. Daarbij wilden we al hun zintuigen prikkelen om echt indruk te maken!

3Voor ieder LU Princeland karakter werd een uniek spel ontwikkeld waarmee kinderen aan de slag konden gaan. In samenwerking met TAUSCH Brand Sensations werd de online 3D omgeving omgetoverd tot een prachtige setting. We selecteerden populaire kinderlocaties in Nederland en België en trainden enthousiaste promotors die de campagne moesten gaan leiden. Na al deze voorbereidingen waren we op volle sterkte om LU Princeland tot leven te wekken.

De LU Princeland tour door Nederland en Belgïe

Roadshow2Dit alles mondde uit in een grootschalige campagne die momenteel nog steeds loopt. In totaal worden er 40 acties georganiseerd in Nederland en België waarin het beoogde aantal van 40.000 kids en hun ouders kwalitatief wordt bereikt!

Fashionista lanceert printspecial en internationale iPad-app met YouTube-celebrity Nikkie Tutorials

Bijna de helft van de jonge meiden maakt maandelijks een make-uplook van een beautyblogger na en eenzelfde aandeel neemt zelfs eerder tips van een beautyblogger aan dan van een visagist. Dit blijkt uit onderzoek* van het magazine Fashionista. Het tijdschrift lanceerde vandaag in samenwerking met de internationale YouTube-celebrity Nikkie Tutorials de printspecial Make-Up by Nikkie Tutorials (€4,95) en een eerste internationale iPad-app, waarmee alle basic- en experimentele make-uplooks een piece-of-cake zouden moeten zijn.

De eerste twee tutorials zijn gratis en tegen betaling van € 0,89 is de volledige applicatie beschikbaar.

Beauty en make-up zijn heel belangrijk voor jonge meiden. Meer dan 80% kijkt naar make-uptutorials en bijna 70% maakt zich op naar aanleiding van een videotutorial. De printuitgave en de app bevatten 23 make-uptutorials met een duidelijk stappenplan in tekst en beeld. De app bevat daarnaast in-app video’s per tutorial waarin Nikkie alles helder uitlegt. De tutorials zijn onderverdeeld in vijf rubrieken: tools, huid, shaping, lippen en ogen.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=Qlf1tJtcrZY]

“Wat een geweldige eer, mijn eerste eigen magazinespecial! Toen ik op mijn veertiende begon met mijn beautyvideo’s had ik nooit gedacht dat er een special alleen over mij, ál mijn tips and tricks en looks zou komen. Niet alleen is er een special, maar ook nog eens een app! Zowel in Nederland als internationaal, geweldig! Mijn internationale fans are going to love this.” [Nikkie]

*Het onderzoek werd gehouden onder 1.614 lezeressen van Fashionista, dit zijn overwegend vrouwen in de leeftijd 16 – 24 jaar.

Innocence in Danger schreeuwt online gevaren om ouders wakker te schudden

En weer weet non-profit organisatie Innocence in Danger de aandacht te trekken met een campagne die waarschuwt voor de gevaren van het grote boze wereldwijde web. De beelden uit de printadvertenties (hieronder te zien) zijn echter opnieuw zo naar, dat de doelgroep ouders waarschijnlijk eerder snel zal wegkijken dan zich verdiepen in het idee achter de schreeuwende ogen. Getoond wordt hoe het voor kinderen en jongeren moet voelen als ze op schokkende content stuiten: ‘Die Augen der Kinder schreien sprichwörtlich heraus, was sie gerade sehen.’

“Unsere Aufgabe ist es, aufmerksam zu machen. Kinder in Not brauchen Erwachsene, an die sie sich wenden können. Eltern müssen wissen, was online passieren kann. Unsere Präventionsprojekte unterstützen Kinder, Jugendliche, Eltern und Lehrkräfte genau dabei.” [Julia von Weiler, Innocence in Danger]

“Online kommt die ganze Welt zu einem. Manchmal mit einer solchen Wucht, dass Kinder es nicht ertragen, nicht aushalten können. Das zeigt unsre Kampagne in eindringlichen Bildern.” [Volker Schrader, Publicis Germany]

schreeuw 1

schreeuw 2

‘Weet u wat uw kinderen nu bekijken op het internet? Leer hoe het internet verstandig te gebruiken is op www.innocenceindanger.org.’

[Creatie door Publicis, Frankfurt; via Adeevee]

Drie gezinnen filmen zichzelf voor real-life videocampagne Ouders van Nu

Crossmediaal platform Ouders van Nu is een online campagne gestart met real-life filmpjes van gezinnen. In de video’s filmden de ouders zichzelf en hun kind(eren) op grappige, dramatische en ontroerende momenten. De video’s duren 1 minuut en zijn voor ouders herkenbaar en vaak hilarisch: gebakkelei aan tafel met een hittepetit-peuter die echt niet wil eten, huiveren bij een jochie dat iets in z’n mond heeft en het echt niet wil uitspugen en een helse autorit voor het hele gezin. De video’s worden onder andere verspreid via de verschillende kanalen van het merk (print, social en online) en via YouTube.

Binnen het eigen Ouders van Nu-netwerk, op straat en via Facebook werden ouders met lef gezocht. De geselecteerde ouders namen de camera mee in het vliegtuig, op de dag van de geboorte van de tweede en wanneer het zweet ze op de rug stond, omdat er iets akelig mis dreigde te gaan. Uiteindelijk maakten drie gezinnen ‘how-to-selfies’; video’s die ze zelf opnamen en waarin ze bijvoorbeeld laten zien hoe je omgaat met een drama queen van twee jaar oud. Vanaf nu is op Oudersvannu.nl/welkombij te zien wat Lenneke & Martijn, Susana & Bas en Amber & Hesling meemaken met hun kids.

De reden voor de campagne is dat Ouders van Nu sinds kort niet alleen een magazine is, maar een crossmediaal platform is geworden met website Oudersvannu.nl, de Ouders van Nu Zwanger Box en Baby Box, de Ouders van Nu Voordeelpas en verschillende apps. Om dat te vieren is de videocampagne gemaakt, waarin ouders en hun kinderen in het middelpunt worden gezet. Een letterlijk kijkje in hun leven. In totaal zijn er 24 filmpjes opgenomen, waarvan de eerste tien inmiddels zijn te bekijken. Hieronder een voorbeeld.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=5NuFGdk-bB4]

Wat er zo leuk is aan het kijken van online crap

Jongeren die úren naar hun smartphone staren en bijna op de grond liggen van het lachen; ik heb het al zó vaak gezien. De reden dat ze lachen is vaak dat ze iets grappigs zien op sites als Dumpert en 9gag. Op deze sites staan filmpjes en afbeeldingen met een humoristisch of onzinnig karakter, ook wel online crap. Het kijken van online crap is razend populair onder jongeren, maar I don’t get it: Wat is er nou zo leuk aan? Ik vond een artikel over een onderzoek naar het gebruik van online crap onder jongeren, uitgevoerd door Hi in 2013. Daarnaast ben ik zelf een onderzoekje gestart onder een aantal vrienden. Jeroen (26) zei meteen vol verbazing: “Kijk jij dan nooit op Dumpert?”

De term online crap, wat vinden gebruikers daar eigenlijk van? Rens (23): “Ik ben het er niet helemaal mee eens. Ik versta eronder dat iets totaal geen functie heeft. Ik vind dat humoristische sites zoals 9gag juist wel een functie hebben, namelijk om jou aan het lachen te maken en lachen is heel belangrijk is als ontspanning.” Max (21) is het toch anders: “Uiteindelijk bereik je er niks mee. Het is net zo crap als slechte televisie kijken of uren achter de computer zitten voor niks.”

Uit het onderzoek van Hi blijkt dat jongeren op de hoogte zijn van de keerzijde van online crap. Max (21): “Op de korte termijn heb ik vaak meer zin om dat soort crap dingen te bekijken dan om een boek te lezen. Dat is vaak het probleem, omdat het op korte termijn stimuleert in plaats van op de lange termijn. Je leert er niks van maar toch kijk je ernaar.” Rens (23) geeft echter aan dat het niet zo erg is om online crap te kijken: “Ik vind het geen tijdsverspilling als je het goed doseert. Ik heb wel zo’n tijdperk gehad dat ik dat wel deed, maar zelf ontgroei je dat eigenlijk wel.”

Daarnaast bleek uit het onderzoek dat het een vervanging kan zijn van bijvoorbeeld televisie kijken. Jeroen (26) legt uit: “Ik heb geen tv en ik mis het totaal niet. Als er een leuk stukje was op Man Bijt Hond of De Wereld Draait Door dan staat het ook heel vaak op sites als Dumpert. Dan heb je de hoogtepunten, de leukste dingetjes ook gezien. Je hebt toch het idee dat je alles mee hebt gekregen.”

Volgens het genoemde Hi-onderzoek spendeert één op de vijf jongeren meer dan 30 minuten per dag aan online crap. Jeroen (26) geeft aan: “Ik doe het op momenten als ik even niks te doen heb, als ik even kan ontspannen, bijvoorbeeld als ik thuis kom van werk. Er komt de hele tijd nieuwe content bij, dus als je drie dagen niet hebt gekeken dan kun je zo een uur kijken”. Max (21) vult aan: “9gag check ik bij elkaar wel 2 uur per dag ofzo. Ik kijk vooral op momenten dat ik even niks te doen heb, op de wc bijvoorbeeld, dan ga je gewoon even snel 9gaggen. M’n broer stuurt me ook wel eens dingen; dan zit ie op de wc en dan zit ik gewoon in de woonkamer, haha.” Rens (23) beaamt dit: “Ja, of in het openbaar vervoer. Ik ben niet zo fanatiek dat ik alle nieuwe dingen kijk. Als je alles wilt zien dan moet je een account aanmaken, maar dat heb ik niet want dan gaat het allemaal doorslaan.”

Volgens het onderzoek van Hi deelt de helft van de jongeren online crap via social media. Jeroen (26) legt uit wanneer: “Als je jezelf echt op je dijen slaat en denkt dit is zo grappig. Ik stuur het meestal via Facebook Chat. Privé, want als het heel grappig is, hebben veel mensen het al gezien, dan ben je niet meer origineel.“ Berichten worden niet alleen via Facebook gedeeld. Rens legt uit (23): “Ik deel het dagelijks met vrienden via Whatsapp. Sommige plaatjes horen echt bij een specifieke gebeurtenis. Als er iets is gebeurd en je bent met iemand in een Whatsapp-gesprek, dan kun je dat plaatje bij dat gesprek voegen en dan hoef je niks meer te zeggen. Dan weet je precies wat die ander bedoelt.”

Ondertussen hebben de jongens mij al verschillende voorbeelden laten zien, maar ik lig nog niet krom van het lachen. Ik krijg een beetje het gevoel dat het meer een mannending is. Rens (23) beaamt dit: “Ik ken heel weinig vrouwen die ernaar kijken.” Max (21) gaat hier tegenin: “Dat is een dikke nee. M’n vriendin vind het ook leuk en kijkt ook op 9gag.”

Ik schakel een vriendinnetje in die ook online crap blijkt te kijken. Bianca (26) legt uit: “Ik kijk alleen via Instagram of Facebook. Het is leuk dat het kort is en dat je dan weer door kan naar de volgende. Dat is gewoon fijn dat je even snel iets kan checken tussendoor. Maar wat ik daar dan precies leuk aan vind weet ik echt niet.”

Nu weet ik eigenlijk nog steeds niet waarom ik het niet leuk en grappig vindt. Max (21) probeert me te helpen. “Het is een bepaalde soort humor, en daar hou jij blijkbaar niet van. Je kan er niks aan doen, het zit gewoon niet in je. Je bent gewoon een saaie, haha”, zegt hij met een knipoog. Rens (23) doet er nog een schepje bovenop: “Dat is het, je moet het meteen snappen. Als je het meteen snapt dan is het gewoon grappig.”

Oke, ik geloof dat ik het al weet: Ik ben niet slim genoeg voor dit soort online crap én ik heb geen humor. Lekker dan. ;)

[Illustratie is momenteel trending op 9gag: ‘This little castle looks so surprised’]

Huwelijk in zicht voor Donald Duck en Katrien? BD’ers reageren op gepaste wijze

Bruiloften zijn altijd bijzonder, maar sommige huwelijken trekken extra veel aandacht. Zeker als het om beroemdheden gaat, zo bleek vandaag maar weer. In de wandelgangen van roddelblad Sorry wordt gefluisterd dat Donald en Katrien in het huwelijksbootje stappen. Na vele jaren lief en leed gedeeld te hebben, zou het eindelijk gaan gebeuren. Helemaal duidelijk is het niet, maar de geruchten maken in ieder geval een hoop los in Duckstad. Of Donald en Katrien nu écht gaan trouwen is terug te lezen in de Donald Duck liefdesspecial, die vanaf heden verkrijgbaar is.

Ter promotie van deze lancering werd een persbericht uitgestuurd met quotes van BD’ers (Bekende Duckstadters), in de stijl die we bijvoorbeeld kennen van de verhaallijnen die het bonte gezelschap op Twitter verkondigt. Lees even mee:

Guus Geluk: “Dit nieuws is echt een klap in mijn gezicht! Zelfs het feit dat ik net een gloednieuwe sportwagen heb gewonnen, kan dit leed niet verzachten.”

Katrien: “We kunnen niet mét en niet zónder elkaar, dat is zo. Dus of Donald en ik gaan trouwen? Nou… eh…”

Dagobert Duck: “Of ik blij ben? Ja en nee. De liefde kan mooi zijn – echt, ik ben dol op mijn geluksdubbeltje – maar denk eens aan wat een bruiloft kóst! Alleen al voor de jurk moet je een vermogen neerleggen! Geloof me, daar moet ik zo een minuut voor werken!”

Donald: “Of deze eend het jawoerd gaat geven? Tja, dat is voor jou een vraag en voor mij een weet.”

Michiel Eendstra: “Ik wens Donald en Katrien alle geluk van de wereld! Ik ging vroeger vaak de eendjes voeren en dat vonden ze heerlijk, dus met die wittebroodsweken moet het wel goed komen. Daarnaast: Donald begon z’n carrière op een woonboot, dan is het huwelijksbootje een logische volgende stap voor een eend in matrozenpak.”

Wendy van Duck: “NEEE! Draagt Katrien óók een jurk van de modeontwerper Jan Marineblauw?”

Gerard Jolig: “Trouwen in Duckstad? Dat doe je maar EEND keer! HAHAHAHAHAHA!”. Waarna Gordonnie nog toevoegde “Als ze maar niet in het gruwelijksbootje stappen! HAHAHAHAHA!”

En zelfs de Duckstadse presentator Albert Verlinke is er maar druk mee: “Ik heb inderdaad een sms van Donald gekregen. Hij bevestigt dat er iets bijzonders gaat gebeuren!”

Blijkbaar een goede zet om het nieuws op deze manier bekend te maken, want het bericht werd druk gedeeld via de sociale media en het NRC schreef er een mooi artikel over met meer achtergrondinformatie. Opzet geslaagd dus?

Cover liefdesspecial

Onderzoek Apestaartjaren 5: ‘Shift van massacommunicatie naar privécommunicatie’

Tijdens de vijfde editie van Apestaartjaren kregen afgelopen week ruim 50 deskundigen het podium om hun kennis over jongeren en nieuwe media te delen. De tweejaarlijkse studiedag in Gent werd door Kristof D’hanens (Mediaraven) en Sandrijn Van Waeg (LINC) afgetrapt met de presentatie van een onderzoek onder 255 kinderen (9-12 jaar) en 1.477 jongeren (12-18 jaar). De belangrijkste conclusie: Vlaamse Jongeren blijven Facebook trouw (90% van de 12-18-jarigen heeft een actieve account, 86% logt elke dag in), maar ze gebruiken het steeds minder om in een klap aan de wereld te laten weten waar ze mee bezig zijn. De openbare statusupdate ruimt plaats voor privéberichten en Facebookgroepen om over school te overleggen. Daarnaast krijgt Facebook concurrentie van kleinere netwerken en apps als Instagram, WhatsApp en Snapchat, die stilaan e-mail en zelfs de sms vervangen. Bij 9-12-jarigen is het sociale netwerk van KETNET in opmars, 43,3% van de kinderen heeft een account op deze site. Dat is meer dan YouTube (42%) en Facebook (35%).

De zijn enkele andere noemenswaardige conclusies uit het onderzoeksrapport (pdf):

  • De online berichtendienst Facebook Messenger wordt door 86% van de jongeren gebruikt. Maar ook Snapchat (49%), Skype (40%) en WhatsApp (25%) zijn populair. Deze privé berichtendiensten vormen geduchte concurrentie voor sms en e-mail. Jongeren sturen per dag gemiddeld 0,58 e-mails en 58 sms’jes. Dat lijkt veel, maar dat is toch opmerkelijk minder dan het gemiddelde van 71 in 2012.
  • Ook om op de hoogte te blijven van activiteiten van de sportclub, jeugdbeweging of school krijgen jongeren wel liefst berichten via sms of e-mail. Liever dan tweets of statusupdates. Daar maken ze dus opnieuw de keuze voor persoonlijke communicatie. Maar wel via andere kanalen dan die die ze met hun vrienden gebruiken.
  • De doorsnee Vlaamse jongere bezit een arsenaal aan persoonlijke mediatoestellen: 86% heeft een smartphone, 65% een eigen mp3-speler, 54% een laptop en 27% een eigen tablet. Deze mobiele toestellen kunnen ze overal gebruiken, vaak ver weg van de controle van de ouders.
  • Slechts 37% heeft een data-abonnement. Om ook effectief altijd en overal online te kunnen is de meerderheid van de jongeren dus nog steeds aangewezen op het wifinetwerk thuis of op openbare hotspots.
  • Jongeren betalen zelden zelf voor die media. Slechts 37% kocht zijn eigen smartphone. Vaak krijgen ze het afdankertje van mama of papa. Slechts 1 op de 10 jongeren betaalt zijn gsm-kosten (bellen, sms’en en internet) helemaal zelf. In 78% van de gevallen betaalt ‘iemand anders’, wellicht de ouders. Gevolg: 76% gebruikt dezelfde provider als zijn ouders.
  • Betalen voor muziek is ook eerder uitzondering dan regel. Een meerderheid (62%) downloadt muziek zonder te betalen. Net geen kwart van de jongeren doet dat via torrentsites. Streamen is ook in opmars: Spotify is met 28% de populairste dienst om muziek te streamen. Slechts 9% koopt nog cd’s of platen.
  • Driekwart (75%) van de leerlingen vindt dat hun leerkrachten meer media zouden moeten gebruiken in hun lessen. In vergelijking met 2012 krijgen jongeren nu wel vaker les over privacyinstellingen op school (41%), en leren ze vaker op school hoe kritisch om te gaan met online bronnen (65%).
  • Jongeren van hun kant zetten wel massaal digitale media in om over huiswerk te overleggen. Het online leerplatform van de school (22%) moet het afleggen tegen de sms (75%) en Facebook (78%). Ook hier gebruiken jongeren dus hun mediatoestellen om persoonlijk te overleggen met elkaar.
  • Sociale media (55%) scoort bijna even goed als radio (58%) en tv (61%) om het nieuws te volgen, Justin Bieber is de populairste twitteraccount om te volgen en Grand Theft Auto de populairste game.

Naar aanleiding van de bevindingen doen Mediaraven en LINC een oproep aan iedereen die met jongeren werkt: experimenteer en grijp de kansen van digitale media, gebruik sociale media niet enkel voor massacommunicatie maar om persoonlijk met jongeren te netwerken. Beide organisaties vragen aan de Vlaamse overheid om hierbij een ondersteunende rol op zich te nemen.

PS  Als je een kleine acht uur tijd over hebt, kan je hieronder de studiedag terugkijken.
[youtube http://www.youtube.com/watch?v=p_p32kfAYxY?rel=0]

Gezicht van gemiddelde RuneScape-gamer onthuld: ‘Geen nerd zonder sociaal leven’

Fotograaf Chris Dorley-Brown heeft tijdens RuneFest, het RuneScape*-evenement in Londen, foto’s gemaakt van honderden gamers en met behulp van ‘morphing images’ het gezicht van de gemiddelde gamer gecreeërd. Jagex, de ontwikkelaar van RuneScape, heeft aanvullend een profiel van de gemiddelde gamer samengesteld. Een onderzoek onder ruim 1.000 gamers toont aan dat de ‘gemiddelde gamer’ een heel ander profiel heeft dan de meeste mensen denken. Het vooroordeel dat de stereotype gamer een ‘nerd zonder sociaal leven’ is, gaat niet op.

De gemiddelde gamer scoort op veel vlakken beter dan de gemiddelde Brit. Uit de enquête blijkt dat 55% van de ondervraagden een vaste relatie heeft, tegenover 30% van de Britse bevolking. Daarnaast heeft 37% een vaste baan, tegenover 30% van de Britten. Ook gaat 36% van de gamers minstens één keer per jaar naar het buitenland op vakantie, terwijl maar 21% van de Britten dat doet.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=AGXNy6zDGC0]

*RuneScape is ‘s werelds populairste free-to-play MMORPG, vastgesteld door Guinness World Records, met meer dan 200 miljoen spelers. RuneScape, genomineerd voor een BAFTA, biedt ongeëvenaarde keuzemogelijkheden voor de spelers, waar ze kunnen zijn wie ze willen, alles kunnen doden en overal naartoe kunnen gaan op hun eigen unieke avontuur, allemaal via het browserscherm: ‘Waag je in de rijke en meeslepende Middeleeuwse wereld van Gielinor, waar zelfs de kleinste acties invloed hebben op de grote wereld om je heen.’

Hoe maak je apps die het gedrag van jongeren veranderen?

Vastgelijmd aan de hand, een logisch verlengstuk van het lichaam: jongeren krijgen via hun telefoon toegang tot hun eigen wereld. Los van alle entertainment en communicatie is juist de telefoon geschikt voor het aanleren van gewenst gedrag. Misschien wel nieuwe gewoontes. Dit maakt het maken van dit soort apps voor deze doelgroep nuttig, maar zeker niet gemakkelijk. In het kader van het Appril-festival organiseerde IJsfontein hierover een inspiratiesessie; hoe kunnen we gedragsverandering bij jongeren via apps bewerkstelligen? Dit zijn de zes belangrijkste inzichten.

balance-it1. Durf complexe inhoud aan te pakken
Senior reseacher Lifestyle bij TNO, Pepijn van Empelen, heeft de nieuwe app Balance-it laten ontwikkelen. De app is een gamified tool en stimuleert jongeren om minder te snacken en meer te bewegen. TNO wil spelmechanismen gebruiken om jongeren te blijven motiveren de app te gebruiken om uiteindelijk van het nieuwe gedrag een gewoonte te maken.

Pepijn geeft aan dat ‘vertellen’ (telling) weinig effect heeft als het gaat over het aanleren van nieuw gedrag. “Veel jongeren weten heel goed dat snacken niet goed voor je is. Dat hoef je niet nog een keer te vertellen. Ze denken ‘wist-ik-al’ en zijn vertrokken.”

Aan de app Balance-it wordt de laatste hand gelegd. De app stelt jongeren in staat om zelf hun gewenste doelen te stellen, zo veel mogelijk op maat (tailored). Helder uitgangspunt hierbij is ‘meer’ en ‘minder’. Wat wil je meer doen en wat kan minder?

Bij het doorlopen van de stappen worden bewezen strategieën voor gedragsverandering ingezet: formuleer je eigen doel (intention formation), hou je voortgang bij (self monitoring) en bepaal je eigen strategie (coping plan). De tool vraagt je ook om je belangrijkste obstakels te omschrijven (barrier identification). Elke dag stuurt de app reminders om je te herinneren aan je plan.

Ultiem doel van het project is om de kern van de app ook voor andere vormen van zelfmanagement, zoals bijvoorbeeld stoppen met roken, in te zetten.

balance-it-2kopie

In de app Balance-it is een combinatie gemaakt van een tool om taken te stellen en een spel dat je samen of alleen kunt spelen.

balance-it-3kopie2. Maak onderscheid tussen leerdoelen en spelersdoelen

Als specialist op het gebied van gedragsveranderingsstrategieën heeft TNO helder de leerdoelen voor ogen. De combinatie met de spelersdoelen had wel wat voeten in aarde. Anko Elzes, strateeg bij IJsfontein, vertelt dat het aftasten in het begin van de samenwerking van belang is om elkaars ‘taal’ en wensen te begrijpen. ‘Het wederzijds vertrouwen in elkaars expertise zorgt voor echt bijzondere projecten. Zo werd bij dit project besloten om de spelbeleving centraal te stellen, waardoor het vaststellen van je taak een logisch doel krijgt voor de gebruiker van de app.’

Het spelersdoel is om een zo mooi mogelijke toren te maken, tenminste als je in je eentje speelt. Voor de sociale en competitieve speler is het leuk om tegen elkaar te spelen en juist een zo hoog mogelijke toren te maken. Als je tegen elkaar speelt, maak je samen de afspraak (self contracting). Anko geeft aan dat dit motiverend werkt, aangezien je via push berichten ook ziet dat de ander bezig is, ‘oh, laat dat maar eens even zien dan.’

Op dit moment wordt de app getest en gemonitord door MBO-scholieren. Dit is een gecontroleerde omgeving. Vanaf september zal de app ook via Test je Leefstijl worden aangeboden. Dit is een test die alle MBO-leerlingen aan het begin van het schooljaar doen, waarbij ze concrete handvatten krijgen om hun leefstijl te verbeteren.

Een app die eveneens via het Test je Leefstijl-platform zal worden aangeboden gaat over seksuele gezondheid en wordt ontwikkeld voor onder andere Soa Aids Nederland, MBO-raad en Rutgers WPF.

soa-1kopie3. Geef testen een logische plek in je maakproces
Programmaleider Jongeren bij Soa Aids Nederland, Filippo Zimbile heeft meegewerkt aan meerdere campagnes, waaronder de bekende Vrij Veilig-campagne. Bij de aanpak van Soa Aids Nederland neemt het testen van aannames bij jongeren een belangrijke plaats in. Als expert denk je vaak te weten wat werkt, maar zeker bij jongeren moet je continu je aannames checken.
Wat is de juiste tone of voice? Wat triggert jongeren om na te denken over hun gedrag? Wat is belangrijk en wat hebben ze nodig?

Woordkeuze, verschillen tussen jongens en meisjes en uiteraard leeftijd of fase in ‘seksuele carrière’ is essentieel voor het slagen van een interventie. Filippo zorgt dat jongeren bij belangrijke stappen in het maakproces hun mening geven. Het eerste voorstel voor de visuele uitstraling voor de nieuwe app, Beter in Bed (werktitel), is direct voorgelegd aan jongeren binnen het ROC Nijmegen. De jongeren kozen hierbij bijvoorbeeld voor de meer stoere uitstraling in plaats van een elegantere. Ook de betekenis van iconen (‘altijd lastig’) zijn besproken, waarna sommige iconen vervangen zijn. Het proces verloopt in verschillende slagen en iteraties, waarbij het team steeds de uitkomsten van de testen met jongeren bespreekt en verwerkt.

4. Als je aandacht besteedt aan verschillen, maak het dan persoonlijk
De nieuwe app geeft jongeren inzicht in hun eigen seksuele gezondheid. Aangezien je seksuele gezondheid extreem privé en persoonlijk is, is juist tailoring, het op maat aanbieden van de informatie cruciaal. Val je op jongens, meisjes of allebei? Zit je in een relatie? De informatie is geplot op cirkels, hoe dichterbij het midden, hoe meer informatie over jouzelf gaat en advies op maat geeft.

soa2

Filippo vertelt ook dat uit de eerste verkennende onderzoeken bleek dat jongeren erg nieuwsgierig zijn naar seksstandjes. En dan geen porno, maar juist verschillende standjes die je gemakkelijk samen met je nieuwe vriend of vriendin kunt uitproberen.

5. Benut je relevantie… op het juiste moment
De app geeft op speelse manier informatie zodat jongeren seksueel meer weerbaar zijn. Als je goed geïnformeerd bent, sta je sterker in je schoenen op momenten dat het erop aankomt, want “een soa ruik, proef of zie je vaak niet”, aldus Filippo. Vanwege het feit dat seks jongeren op deze leeftijd erg bezig houdt, zal de app een bepaalde aantrekkingskracht hebben. Maar natuurlijk zal ook hier de implementatie aandacht nodig hebben; hoe zorgen we dat juist de jongeren voor wie het bedoeld is, deze app downloaden?

Zoals het meisje in dit filmpje zelf zegt, is WhatsApp ‘de beste uitvinding ever’. Entertainment games en communicatie tools domineren de smartphones van jongeren, maar dit betekent zeker niet dat ze niet open staan voor leerzame apps. Als het relevant is op het juiste moment, is er een plek te veroveren. Denk bijvoorbeeld aan Sleep Cycle, de voorheen populaire app die je slaapgedrag analyseert en je wakkert maakt als je in een lichte slaaptoestand bent.

6. Hou rekening met updates
Zowel Balance-it als Beter in Bed zijn nog in ontwikkeling. Hierbij houden we bij voorbaat rekening met het uitvoeren van updates, inherent aan het maken van apps. Juist de inzichten in gebruikersbehoeftes zijn interessant om te optimaliseren in een nieuwe update.

De validatie (‘is het gelukt om verandering in het huidige gedrag aan te brengen?’) en implementatie (‘hoe bereiken we de jongeren?’) van beide apps zullen interessante gespreksstof vormen voor een volgende inspiratiesessie.

Learnings-gedragsverandering-bij-jongeren

NB  Tijdens de inspiratiesessie kwamen ook de jongeren zelf aan het woord. We vroegen hen wat hun mobiel voor hen betekent, hoe en wanneer ze hem gebruiken en welke apps populair zijn. De filmpjes zijn hieronder te bekijken.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=OIvnPVmcIB0?list=PL-S1jQItTZ1_avaMcfg-fYpOY7n5zx1DO]

Onderzoek Mijn Kind Online: ‘Tieners mediawijzer en bewuster van online privacy dan vaak gedacht’

Nederlandse tieners zijn mediawijzer en zich meer bewust van hun online privacy dan vaak wordt gedacht, zo blijkt uit het onderzoeksrapport Tieners en online privacy (pdf) dat Mijn Kind Online vandaag publiceerde. In opdracht van het kennis- en adviescentrum op het gebied van jeugd en (nieuwe) media werd door TNS Nipo een online enquête afgenomen bij 1.710 tieners van 12 t/m 17 jaar. Jongeren hebben de naam dat ze hun hele hebben en houwen gedachteloos op internet zetten, maar uit deze studie blijkt het tegendeel. Een effect van aandacht over privacy in de media en waarschuwingen door ouders?

In ieder geval weten ze hierdoor dat informatie op internet moeilijk te verwijderen is en gaan ze zorgvuldig om met het delen van informatie. Ze hebben duidelijke, actieve strategieën over welke dingen ze op welke platforms posten, en wie wat mag zien. Ze zijn dus selectief in het weggeven van persoonlijke informatie en bij het bepalen wie toegang heeft tot hun informatie. Ook denken ze na over dingen die ze gepost hebben; de helft verwijdert wel eens iets (dingen die ze boos, verdrietig, of in een dronken bui hebben geplaatst, en negatieve opmerkingen, maar ook verouderde foto’s en spelfouten). De manier waarop tieners hun privacy beheren staat vooral in het teken van hun imago-management,  hoe ze overkomen op anderen. Ze weten bovendien dat het onverstandig is voor hun toekomst om bijvoorbeeld dronken foto’s te plaatsen.

Tieners vinden het overwegend normaal dat hun ouders weten wat ze online doen, slechts 17% maakt zich zorgen dat hun ouders informatie over hen krijgen waarvan ze dat niet willen. Maar liefst 84% heeft één of beide ouders als vriend op Facebook (ter vergelijking: 18% heeft een leraar als vriend, 12% heeft mensen die ze nog nooit in het echt gezien hebben als vriend). En tsja, 14% zegt dat hun ouders wel eens iets van hen online hebben gezet (zoals een foto) wat ze eigenlijk niet wilden.

Van de tieners vult 86% zijn/haar (echte) naam online in op sociale netwerk sites, 56% geboortedatum, 33% email-adres en 11% mobiele nummer. Bijna driekwart (72%) maakt zich zorgen dat vreemden ongewenste informatie over hen verkrijgen, 40% maakt zich zorgen over bedrijven en adverteerders, en 33% over buitenlandse overheidsinstanties zoals de NSA. Al te hongerige apps worden niet op prijs gesteld: 52% heeft wel eens een app niet geïnstalleerd of verwijderd omdat ze ontdekten dat ze persoonlijke informatie moesten geven om hem te kunnen gebruiken. Bedrijven wordt niet zoveel gegund, blijkt uit onderstaande grafiek.

wie mag wat doen

“Eventuele paniek over tieners en privacy lijkt onterecht’. Ze delen maar heel beperkt naaktfoto’s, zijn zich bewust van allerlei gevaren, en handelen daar ook naar. En hoewel veel ouders zich zorgen maken over ‘stranger danger’, zien we dat slechts een beperkt aantal jongeren Facebook-vrienden heeft die ze nog nooit hebben gezien.”

Tieners geven zichzelf gemiddeld een 7,2 voor verstandig gedrag op sociale media. Veel jongeren zeggen in het onderzoek dat ze nu voorzichtiger en bewuster met sociale media omgaan dan toen ze jonger waren. Ook zijn ze zich zeer bewust van het beheren en bewaken van hun online imago. Wel blijkt er bij tieners soms gebrek aan kennis over de privacy-instellingen op sociale media zoals Facebook. De onderzoekers roepen bedrijven daarom op hun instellingen toegankelijker te maken en de gebruiksvoorwaarden helderder te communiceren.

Alles blijft bewaard. Ook experimenten en misstappen

Privacy online en offline voelt heel anders. Vraag iemand op straat of je foto’s van zijn kinderen mag zien en ze kijken je verschrikt aan. Wat wil die engerd van me? Tegelijkertijd is het zo gemakkelijk en gewoon om foto’s van je kinderen in alle denkbare variaties op Facebook te plaatsen. ‘De baby voor het eerst op het potje. Schattig!’ En: ‘Hoera verkeersexamen gehaald!’ Wat vinden die kinderen daar later eigenlijk van? En hoe ga je als ouder vertellen dat je puber een beetje moet opletten met wat hij allemaal online zet? Foto’s en lollige teksten kunnen eindeloos op internet blijven rondzwerven. Ook toekomstige werkgevers en geliefden kunnen dat zien. Vraag maar eens hoe leuk de meeste jongeren het vinden om een foto van zichzelf van een paar jaar geleden terug te zien. Gelukkig weet iedereen tegenwoordig hoe je een Facebookprofiel moet instellen op zo veel mogelijk privacy. Alleen doet niet iedereen dat.

Een verzekeraar bood mensen onlangs een korting aan als zij via een app toegang verschaften tot hun Facebookprofiel. Daaruit moest dan wel een gezonde levensstijl blijken. Ongeveer 2000 mensen berekenden hun voordeel. Het bleek gelukkig een éénaprilgrap. Wie De Cirkel van Dave Eggers heeft gelezen, kijkt niet meer op van zo’n voorstel. In het boek wordt een toekomst geschetst waarin we steeds meer weten en zien van elkaar. Slogans als ‘privacy is diefstal’ en ‘geheimen zijn leugens’ worden bewaarheid.

Zo erg als in De Cirkel is het niet, maar geleidelijk komen socialemedia- en appbedrijven wel steeds meer van ons te weten. Wat we posten en chatten op Facebook wordt bewaard, apps die we installeren op onze telefoon nemen meteen even het adressenbestand over. Gegevens worden doorverkocht waardoor wij bestookt worden met op maat gemaakte reclames. Handig. Maar hoe die bedrijven dat precies doen en met welke gegevens weten we niet. Bijna eenderde van de Nederlandse websites plaatst bij het eerste bezoek zogeheten tracking cookies van advertentiebedrijven op onze computer en telefoon. Daarmee kunnen ze ons surfgedrag op internet volgen (bron: nrc.next 17-3-2014).

Het is voor jongeren jammer dat alle fouten die ze maken en alle experimenten meedogenloos worden vastgelegd. Ook pesterijen. Zowel voor de dader als het slachtoffer is het vervelend om dat keer op keer terug te lezen. Hoe gaat deze generatie straks solliciteren? Of is het dan al zo normaal dat iedereen wel een bezopen half kotsende vriendenfoto ergens online heeft staan? Daar kijken werkgevers straks misschien niet meer van op.

Jeugd weinig kritisch? Codename Future en Nieuws in de klas lanceren lespakket ‘Informatievaardigheden’

Het CBS publiceerde gisteren de bevinding dat Nederlanders tussen 2010 en 2013 weer vaardiger geworden in het gebruik van internet. Chauvinistisch als we zijn, laten we de subconclusie niet onvermeld: de internetvaardigheid van de Nederlandse bevolking is hoger dan gemiddeld in de Europese Unie. Interessante kost. De Volkskrant wist vanochtend tóch een zure draai aan dit positieve nieuws te geven, door te koppen dat de jeugd weinig kritisch is: “Bij de jongere gebruikers zie je geregeld dat ze de gevonden informatie klakkeloos aannemen.”

Tsja. Voor wie de ontwikkelingen een beetje volgt, is dit geen onbekend gegeven, maar blijkbaar was het aansprekend genoeg om veel gedeeld te worden.

Toeval of niet, tegelijkertijd met het CBS-bericht kwam een persbericht binnen dat perfect aansluit bij het voorgaande. Codename Future brengt namelijk in samenwerking met Nieuws in de klas het lespakket ‘Informatievaardigheden’ uit. Dit lespakket helpt leerlingen in het voortgezet onderwijs om effectief en efficiënt online informatie te zoeken, vinden, interpreteren en verwerken. Leerlingen maken met het lespakket kennis met nieuwsmedia als informatiebron. Zij maken daarvoor gebruik van de Nieuwsservice van Nieuws in de klas.

De leerlijn bestaat uit drie modules informatievaardigheden:

  • Informatievaardigheden 1 – Basislessen: Hierin worden de basisvaardigheden behandeld, zoals het onderscheid maken tussen feiten en meningen, objectiviteit en subjectiviteit en een stappenplan voor het beoordelen van informatie.
  • Informatievaardigheden 2 – Nieuwsbronnen: In deze module worden diverse bronnen onderzocht en vergeleken en maken de leerlingen kennis met nieuwsmedia als informatiebron.
  • Informatievaardigheden 3 – Check it out!: Via een stappenplan controleren de leerlingen een nieuwsfeit en komen zij tot een journalistieke productie

In de modules maken leerlingen gebruik van nieuwsmedia (want ja, Nieuws in de klas is immers het educatieplatform van NDP Nieuwsmedia). Docenten ontvangen kosteloos dag- en weekbladen via de Nieuwsservice van Nieuws in de klas. De leerlingen maken ook gebruik van de Nieuwsmediaportal, het online overzicht van aangesloten nieuwstitels met toegang tot de websites, apps en social media accounts.

De modules hebben een oplopende moeilijkheidsgraad, zodat ze gespreid over de eerste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs ingezet kunnen worden. Het lesmateriaal is geschikt voor het vak Nederlands in het vmbo, havo en vwo. De modules sluiten aan bij de thema’s mediawijsheid en burgerschap. Zie de docentenhandleiding (pdf) voor meer informatie over de aanpak.

Cartoon Network lanceert applicatie voor fotobewerking: ‘Adventure Time Fotobox’

Cartoon Network heeft de Adventure Time Fotob0x gelanceerd, een interactieve web-based applicatie. Gebruikers kunnen afbeeldingen uploaden of foto’s van zichzelf maken met een webcam en hun favoriete personages uit de tekenfilmserie Tijd voor Avontuur* en elementen uit het magische Land van Ooo toevoegen. Daarna kunnen zij de foto’s opslaan op de computer of delen met vrienden via sociale media. De Fotobox-applicatie bouwt voort op het succes van Instagram en andere eenvoudig te gebruiken apps voor fotobewerking en is de eerste toepassing in deze soort voor Cartoon Network.

De applicatie combineert echte foto’s met cartoon-elementen in een polaroid formaat en is te gebruiken op verschillende apparaten, zoals desktop computers, tablets en mobiele telefoons.

De website van Cartoon Network heeft reeds een sterke reputatie op het gebied van interactieve gebruikerservaringen, met meer dan 18.500 Tijd voor Avontuur– en 25.000 Gumball-creaties die met de toepassing Personage Automaat zijn ontworpen. Ook zijn er bijna 10.000 animaties gemaakt sinds de lancering van GIF Mash Up. Met Adventure Time Fotobox wordt de online ervaring verder uitgebreid en kunnen sitebezoekers een van de belangrijkste shows van Cartoon Network op een nieuwe manier beleven en zo deel worden van de fantasierijke wereld.

*Tijd voor Avontuur (oorspronkelijke titel: Adventure Time), Cartoon Network’s komische animatieserie, is bekroond met een Emmy Award en momenteel worden gloednieuwe afleveringen van het vijfde seizoen uitgezonden. De populaire serie gaat over de avonturen van de onwaarschijnlijke helden Finn en Jake, vrienden die dwars door het mysterische Land van Ooo reizen en overal kleurrijke inwoners ontmoeten. De beste vrienden belanden altijd in bloedstollende avonturen. Finn, een rare jongen met een geweldige muts en Jake, een hond met een groot hart, steunen elkaar door dik en dun.

Onderzoek Iene Miene Media 2014: ‘45% 0-jarigen en 59% 1-jarigen gebruikt al geregeld een tablet’

Nóg een onderzoek in het kader van de Media Ukkie Dagen: kleine kinderen (0 t/m 3 jaar) maken thuis steeds intensiever gebruik van digitale media zoals computers, tablets, televisie, radio, cd’s en dvd’s. Deze trend zet snel door, mede veroorzaakt door het toegenomen bezit van deze media in gezinnen met kinderen t/m 7 jaar. Vooral de populariteit van tablets stijgt snel (in 2012 nog in 33% van de huishoudens aanwezig, nu al in 77%). Gemiddeld wordt hier 22 minuten per dag aan besteed. Bijna de helft van de kinderen is hier zelfs al mee bezig voordat ze één jaar worden.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek Iene Miene Media 2014 (pdf), naar het gebruik van media door kinderen van 0 t/m 7 jaar, in opdracht van Mediawijzer.net. De studie is dit jaar voor de derde keer* uitgevoerd in kader van de campagne Media Ukkie Dagen 2014 en is afgelopen dinsdag besproken tijdens het symposium Ukkies: hun brein en mediaopvoeding (klik hier voor een terugblik).

Kinderen maken gebruik van alles wat er in huis is, vaak al vanaf hele jonge leeftijd. Het begint met voorleesboekjes. Daar komen kinderen het eerst mee in contact en ze besteden er gemiddeld bijna een half uur per dag aan. Maar ook televisie blijft een geliefd medium. Baby’s kijken vaak al een paar minuten televisie per dag en vanaf het tweede jaar zit bijna 90% regelmatig voor de televisie. Ook naar dvd’s of blu-ray kijken gebeurt al op jonge leeftijd. Bijna 80% kijkt vanaf het tweede jaar wel eens naar een dvd of blu-ray.

Dit zijn enkele andere resultaten uit het onderzoek:

  • Nog voor kinderen een jaar oud zijn, gebruikt 45% al een tablet als die in huis is (onder 1-jarigen is dat opgelopen tot 59%);
  • Van de 0-7-jarigen maakt 70% van de kinderen vaak gebruik van een tablet;
  • Gemiddeld wordt er door kinderen per dag 53 minuten televisie gekeken, de tablet is goed voor een gebruik van 22 minuten per dag;
  • Wat moeders vaker doen dan vaders samen met hun kind zijn bellen en sms’en, voorlezen en educatieve spelletjes;
  • Driekwart van de kinderen weet al snel wat ze moeten doen om geluid of beweging op het scherm te krijgen;
  • Ouders zeggen dat ze hun smartphone of tablet vaker aanbieden aan kinderen om ze iets te leren of om te voorkomen dat hun kind achterloopt in ontwikkeling, dan om ze zoet te houden bij verveling of om zelf even de handen vrij te hebben voor huishoudelijke taken;
  • Regels voor het gebruik van digitale media zijn volgens ouders erg belangrijk, die zijn er dan ook in de meeste huishoudens over de maximale tijd dat kinderen gebruik mogen maken van de media;
  • Driekwart van de ouders vindt dat zij over voldoende informatie beschikken om een juiste koers te bepalen in de mediaopvoeding van hun kind.

In onderstaande tabel zie je hoe geregeld of (heel) vaak kinderen gebruik maken van verschillende media wanneer deze in huis zijn:

tabel iene miene media 2014

Driekwart van de ouders geeft te kennen dat hun kinderen vooral veel plezier beleven aan digitale media. Ze zien het vooral als iets dat goed is voor later op school, voor de algemene ontwikkeling later en om alvast bekend te worden met de Engelse taal. Daarnaast zien ouders wel het risico dat kinderen dingen zien of doen die niet geschikt zijn voor ze, of dat ze in contact komen met de verkeerde mensen. Iets meer dan de helft van de ouders is dan ook van mening dat gewoon speelgoed beter is dan digitale media. Moeders lijken iets huiveriger voor het gebruik van digitale media dan vaders. Maar ‘parental control’ instellen of achteraf controleren wat een kind heeft gedaan, gebeurt nauwelijks. Dit kan zijn omdat ouders dus al eerder volgen wat hun kind doet of al veel samen met hun kind doen.

Vanuit Mediawijzer.net wordt een appèl gedaan op mediamakers om bij ontwikkeling van nieuwe digitale media en apps het kind en zijn breinontwikkeling als uitgangspunt te nemen.

“Veel ouders menen dat digitale media een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van hun kind en dat ze er iets van leren. Experts geven echter aan dat een te intensief gebruik ten koste kan gaan van hun breinontwikkeling, simpelweg omdat kinderen minder tijd kunnen besteden aan het ontdekken en ervaren van de echte wereld om hen heen. Wel kunnen nieuwe media zoals apps de fantasie van kinderen prikkelen, ze nieuwsgierig maken en aanzetten tot spel en naspelen en zo weer ‘echte’ ervaringen creëren voor het kind. Bij voorkeur samen met de ouders. Digitale media zijn op dit moment dus een aanvulling en geen vervanging.” [Mary Berkhout van Mediawijzer.net]

*De dataverzameling van het onderzoek was in handen van Direct Research. In totaal deden 1.021 ouders mee aan een online enquête, waarvan ongeveer evenveel moeders (513) als vaders (508). Het onderzoek is het vervolg op de gelijknamige onderzoeken uit 2012 en 2013.

Eerder deze week publiceerde Mediawijzer.net (samen met NJi en Sardes) ook al het onderzoek Media in de kinderopvang.

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019