Donald Duck’s edutainmentlabel ‘Duckwise’ van start met lancering Duck Quiz-app

Als je educatie schrijft als ‘educkatie’ wordt leren een stuk leuker? Donald Duck Weekblad lanceert in samenwerking met The Walt Disney Company en onderwijsspecialisten een edutainmentlabel, Duckwise genaamd. Binnen het label ontwikkelt Donald Duck de komende jaren diverse digitale en printproducten. Het eerste initiatief van Duckwise is vandaag gelanceerd: de Duck Quiz-app voor iPad. Binnen vijf verschillende categorieën – aardrijkskunde, geschiedenis, dieren, Disney en Donald Duck – zijn er verschillende levels te spelen met een Duckstadfiguur naar keuze.

Spelenderwijs wordt in deze applicatie de algemene kennis én de kennis over de Duckstadbewoners getest. De vragen – gericht op jonge én oude spelers – zijn ontwikkeld door redacteuren in samenwerking met leerkrachten.

De belangrijkste pijlers van Duckwise zijn educatie en fun. De juiste combinatie van deze twee pijlers is het meest krachtig en effectief blijkt uit diverse onderzoeken uitgevoerd door Sanoma. Spelenderwijs leren – waarbij goed wordt gekeken naar de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor kinderen in de 21ste eeuw – leidt tot het beste resultaat.

De Duck Quiz-app is nu voor € 3,59 te downloaden in de iTunes Store. Hieronder zie je een video met korte uitleg.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=ip4LDambvbE]

“Met Duckwise willen we het leren in Nederland vrolijker maken en tegelijkertijd willen we met Donald Duck op een aansprekende manier kennis en belangrijke vaardigheden bij kinderen onder de aandacht brengen. Met als doel: de vrolijkste zijn in het educatieve segment.” [Suzan Schouten, uitgever Kids & Teens bij Sanoma]

“Disney Learning is een belangrijke pijler binnen Disney Publishing. Dit veelbelovende initiatief om het merk Donald Duck te gebruiken om kinderen op een leuke manier aan te zetten tot het vergaren van kennis, vergroot de kansen van de Nederlandse kinderen in de toekomst.” [Inge Martens, Licensing Director The Walt Disney Company Benelux]

dwDuckwise is een samenwerking tussen Sanoma Media Netherlands B.V., Sanoma Learning en The Walt Disney Company.

Sanoma Learning, met in Nederland Uitgeverij Malmberg, is een toonaangevende Europese aanbieder van zowel gedrukte als digitale leeroplossingen. Het realiseren van betere leerresultaten van leerlingen en het ondersteunen van docenten is het doel. Daarnaast exploreert Sanoma Learning voortdurend nieuwe initiatieven om te kunnen inspelen op veranderende media- en onderwijsbehoeften.


Update
(4 maart): Donald Duck weekblad heeft in samenwerking met Store for Brands de allereerste ‘pop-app store’ in Amsterdam geopend. Aan de Kalverstraat 101 kan kan jong en oud van 3 t/m 9 maart 2014 de Duck Quiz app live spelen, ervaren en testen. Het is voor het eerst dat een app op dergelijke wijze live getest kan worden door de consument zelf.

Halt en scholen lanceren traject tegen agressie in het onderwijs

Ouders die verhaal komen halen, een leerling die een tas smijt naar een conciërge of een docent schoffeert — voorbeelden van alledaagse gebeurtenissen waar scholen mee te maken krijgen. Soms loopt het uit de hand met alle gevolgen van dien. Afgelopen jaarwisseling heeft weer eens duidelijk gemaakt dat agressie tegen werknemers met een publieke taak een maatschappelijk probleem is. Halt en 75 scholen slaan de handen ineen om die agressie te voorkomen en te werken aan een veiligere leeromgeving voor leerlingen en schoolpersoneel.

Halt heeft in het kader van het BZK-programma ‘Veilige Publieke Taak’ (VPT) in de periode 2011-2012 een pilot uitgevoerd op tien scholen, die positief geëvalueerd is. De aanbevelingen zijn ondertussen verwerkt en in 2014 gaat Halt 75 schooltrajecten ondersteunen in de vorm van bijeenkomsten met schoolpersoneel, lessen aan leerlingen en een ouderbijeenkomst. Doel van het traject is jongeren, ouders en schoolpersoneel bewust maken van hun eigen en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor veilig onderwijs en het belang van veilige publieke taak.

Experimenteren hoort bij jongeren. Jongeren zien echter niet altijd de gevolgen in en gaan daardoor soms net een stapje te ver. Halt wil grensoverschrijdend gedrag in de kiem smoren. Halt leert jongeren over eigen verantwoordelijkheid en de gevolgen van gedrag, door de werknemer met een publieke taak een gezicht te geven.

Juist de betrokkenheid van ouders is cruciaal. Zij bepalen immers voor een groot deel het raamwerk waarmee jongeren kijken naar de samenleving en de wijze waarop ze eraan deelnemen. Door ervaringen vanuit de pilot, Halt-straffen en opvoedingsondersteuning, weet Halt naar eigen zeggen hoe ouders actief te betrekken. Deze betrokkenheid vergroot het effect van het traject. Daarnaast ondersteunt Halt de schooldirectie om het veiligheidsbeleid van de school te verlevendigen.

Het programma Veilige Publieke Taak (VPT) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is in het leven geroepen om agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak landelijk aan te pakken. De aanpak bestaat uit een combinatie van werkgeversmaatregelen, strafrechtelijke maatregelen en ketensamenwerking. Het Halt-traject wordt uitgevoerd met subsidie van de ministeries van BZK en Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW). Onderstaande video, die eerder in dit kader werd gemaakt, wil ik je niet onthouden (bovenstaande still is hieruit afkomstig).

Scholen starten met ‘Gezond Schoolplein’, een uitdagende, groene en rookvrije omgeving

Een uitdagend, groen en rookvrij schoolplein is belangrijk voor een gezonde ontwikkeling van jongeren. Daarom bouwen 70 scholen uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs in de periode 2014-2016 een ‘Gezond Schoolplein’. Zij hebben een belangrijke voorbeeldfunctie voor alle scholen in Nederland. Op een Gezond Schoolplein krijgen jongeren de ruimte om te bewegen en te spelen in een uitdagende, groene en rookvrije omgeving. Dit prikkelt de fantasie, stimuleert beweging en leert over het belang van de natuur. Tijdens én na schooltijd.

Dit heeft een positief effect op het concentratievermogen en de leerprestaties, zo weett men bij de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), die de Gezonde Schoolpleinen mogelijk maakten. De realisatie is in handen van Jantje Beton, IVN, het RIVM Centrum Gezond Leven, de PO-Raad, VO-raad en MBO Raad.

In een tijd waarin 80% van de jongeren onvoldoende beweegt, kan er niet genoeg aandacht naar bewegen en spelen uitgaan. Het schoolplein staat in de top drie van favoriete speelplekken en vervult een belangrijke functie als speelplein waar de jeugd kan worden uitgedaagd om te bewegen. Daarom worden scholen de komende jaren gestimuleerd om een Gezond Schoolplein te realiseren waar de jeugd tijdens en na schooltijd terecht kan. Het onderhoud en beheer is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de school en andere betrokkenen uit de wijk waarin het schoolplein zich bevindt.

Een Gezond Schoolplein wordt gebruikt als buitenlokaal en bevat groene elementen, want natuur heeft een positieve invloed op de zintuigen, motoriek, creativiteit en het concentratie- en denkvermogen. Scholen met een Gezond Schoolplein gaan bovendien voor het behalen van het vignet ‘Gezonde School’. Hiermee laten zij zien structureel, planmatig en integraal te werken aan het verbeteren van de gezondheid van jongeren. Want jongeren in een gezonde schoolomgeving zijn gezonder en behalen betere resultaten, leraren werken er met meer plezier en het verzuim is lager.

gezond schoolplein

“Kinderen en jongeren brengen veel tijd door op schoolpleinen, tijdens en na schooltijd. Door deze slim in te richten en te gebruiken, bieden we kinderen een uitdagende, groene en rookvrije omgeving om te spelen en te sporten. Goed voor de gezondheid en goed voor de sfeer op de school. De komende jaren is vijf miljoen euro beschikbaar om ieder geval zeventig schoolpleinen om te bouwen tot een Gezond Schoolplein. Dat betekent niet alleen dat we straks zeventig extra mooie schoolpleinen hebben door heel Nederland maar ook zeventig inspirerende schoolvoorbeelden die andere scholen en gemeenten kunnen gebruiken om hun schoolpleinen te verbeteren.” [Staatssecretaris Martin van Rijn, VWS]

Run op lespakket De Nieuwe Wildernis

De spectaculaire bioscoopfilm  De Nieuwe Wildernis ging in september in première. In korte tijd trok de film al bijna 700.000 bezoekers naar de bioscoop. De gelijknamige driedelige tv-serie, een geheel nieuwe tv-montage, wordt momenteel door de VARA uitgezonden en scoorde met de eerste aflevering op 11 december hoge kijkcijfers (1,5 miljoen). Podium, specialist in educatieve communicatie, ontwikkelde samen met EMS FILMS en Staatsbosbeheer het lespakket De Nieuwe Wildernis in de klas.

Speciaal voor het onderwijs is een deel van het filmmateriaal bewerkt tot 90 korte clips. Deze clips vormen de basis van digitale lessen voor groep 6,7,8 over the circle of life en het leven in de Oostvaardersplassen. De opdrachten in het lesmateriaal dagen kinderen uit zelf op onderzoek uit te gaan in de natuur. Leerkrachten en leerlingen reageren enthousiast op De Nieuwe Wildernis in de klas. Daaruit blijkt dat het lespakket  voorziet in de behoefte aan leuk, aansprekend en actueel natuuronderwijs.

In korte tijd hebben ruim 3.000 basisscholen de lessen gedownload. Daarnaast zijn er dagelijks tientallen niet-geregistreerde bezoekers die de clips bekijken. Overal in het land zijn er speciale bioscoopvoorstellingen voor scholen en trekken klassen de natuur in.

Zie hieronder de introductieclip.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=QBs-1WtdZxM]

  • Juf Marieke, leerkracht groep 6: “Wij kijken elke ochtend drie clips. De kinderen kijken ademloos.”
  • Nelino, 10 jaar: “Jammer dat er maar 9 lessen zijn. Ik vind de onderzoeksopdrachten super cool.”
  • Meester Jasper, leerkracht groep 7: “Wat heerlijk dat ik nu niet meer zelf op zoek hoef naar beeldmateriaal bij de biologielessen.”
  • Mara, 12 jaar: “Door De Nieuwe Wildernis is Biologie nu mijn lievelingsvak.”
  • Juf Hamida, leerkracht groep 8: “De opdrachten zijn erg uitdagend.”

Het educatief pakket kwam tot stand dankzij financiële bijdragen van een groot aantal sponsors en kan daardoor gratis aan het onderwijs worden aangeboden. Momenteel zijn Podium en EMS films op zoek naar sponsors om het pakket uit te breiden naar het voortgezet onderwijs.

Podium nam het initiatief voor dit educatief pakket en zorgde samen met EMS FIlms voor financiële partners. Podium tekende voor de inhoudelijke ontwikkeling en promotie naar de scholen.

PodiumJong geleerd is oud gedaan. Daar geloven we in bij Podium. De school is een geschikte plek om kinderen en jongeren te bereiken. Met aansprekende educatieve projecten over vaak maatschappelijke onderwerpen weten we via de leerkrachten de kinderen (en hun ouders) te raken. Vaak met multimediale inzet en altijd vernieuwend en speciaal. Dit doen we met een team van 30 enthousiaste medewerkers vanuit hartje Utrecht. We werken voor bedrijfsleven, overheden en non-profitinstellingen. Communiceren, beleven en leren staan hierbij centraal.

‘Generatie Z wil les over mediawijsheid op school’, concludeert Now It’s Our Time na onderwijsexpeditie

Wat doe je als je vindt dat er te vaak over kinderen gepraat wordt in plaats van met hen? Paulien Kreutzer (OneTwentyone), Marjolein de Jong (Young Inspiration) en Nina Hoek van Dijke (Jong & Je Wil Wat) besloten om op ‘onderwijsexpeditie’ te gaan. Gesteund door Kennisnet ging het onderzoekscollectief onder de naam Now It’s Our Time langs tien scholen, verspreid over Nederland. Aan de hand van 600 gesprekken met 6-16-jarigen en 495 ingevulde vragenlijsten is onderzocht wanneer kinderen leren, hoe ze leren en wat hun ervaringen zijn op school.

Uit de onderzoekspublicatie Samen leren, het onderwijs volgens generatie Z (pdf) blijkt dat leerlingen de leraar als belangrijkste beïnvloeder zien in het onderwijs. De docent moet wel strenger worden opgeleid en hij moet zich kunnen verplaatsten in het individu met eigen wensen en doelen in plaats van één klas met één hoofddoel. Zij vragen dus om persoonlijke aandacht en daarmee om personalisering van het onderwijs. Kinderen hebben behoefte aan een context. Ze hebben behoefte aan antwoord op de vraag ‘waarom?’.

Leerlingen zien dat scholen worstelen met de inzet van technologie. Daarom zouden scholen een visie op technologie moeten ontwikkelen. Volgens generatie Z moet de school beter nadenken waarom, hoe en wanneer digitale leermiddelen worden ingezet. Het uitsluitend aanschaffen van digitale apparaten zet geen zoden aan de dijk. Een digibord heeft weinig meerwaarde als het wordt gebruikt als krijtbord, zoals nu op 80% van de scholen het geval is. Over de toepassing van technologie in het onderwijs moet zorgvuldig worden nagedacht. Er moet doorlopend worden getest en bijgeleerd.

Leerlingen verwachten dat docenten hen wegwijs maken met de principes van informatie op internet. Kinderen willen graag leren welke bronnen op internet wel en niet betrouwbaar zijn en hoe ze informatie moeten beoordelen. Ze willen mediawijs gemaakt worden. In interactie met de docent willen de leerlingen leren omgaan met de verleidingen van sociale media en de eindeloze mogelijkheden van het wereldwijde web. Doorgaans leggen scholen eenzijdig de nadruk op de gevaren van het internet. Maar het internet biedt ook veel kansen, maar die worden nauwelijks belicht.

Leerlingen snappen goed dat hun docenten geen digital natives zijn. Daarom helpen de leerlingen hen graag met ‘knoppenwijsheid’ en nieuwe toepassingen. Dit neemt niet weg dat leerlingen behoefte hebben aan meer ict-vaardigheden. Ze willen graag leren hoe ze de mogelijkheden die ict biedt kunnen inzetten om doelen in leven te bereiken.

De leraar is voor leerlingen heel belangrijk, maar op sociale media willen ze de docent absoluut niet tegenkomen. Wel vinden ze dat leraren moeten weten welke sociale media er zijn. Generatie Z leert veel uit papieren boeken, televisie, van ouders, broers en zussen en van de gesprekken die ze voeren via internet. Computers en laptops of tablets worden bij voorkeur gebruik voor ontspanning.

Leerlingen vinden school de fijnste plek om te leren en ze leren er ook het meest. Er is structuur, weinig afleiding, sociale druk en gezelligheid. Dus ondanks de mogelijkheden van ict is voor de leraar voor hen  onmisbaar en zal de school als plek om te leren niet verdwijnen. Maar het onderwijs mag wel wat praktischer en uitdagender. Generatie Z wil graag weten waarom ze bepaalde zaken moeten leren. Ze willen de wereld graag beter begrijpen daarom hebben ze behoefte aan meer actualiteit in het onderwijs en aan duiding bij de actualiteit. Generatie Z is zich ervan bewust dat ze die kennis nodig heeft voor een succesvolle toekomst in een wereld met veel onzekerheden.

Zie voor meer informatie het onderzoeksrapport (deze pdf bevat links naar filmpjes en geluidsfragmenten, zodat je de stem van kinderen ook kan bekijken en beluisteren).

Trendonderzoek SURFnet: ‘Hoge verwachtingen van impact mobiele technologie op hoger onderwijs’

Studenten, medewerkers en docenten bij Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen lopen gemiddeld genomen voor op de Nederlandse bevolking als het gaat om gebruik van mobiel internet. Deze groep bezit vaker een mobiele telefoon en/of tablet met een databundel. Ook vinden zij het logisch dat mobiele en draadloze (Wi-Fi) technologie wordt ingezet voor werken en leren. Dat blijkt uit een onderzoek onderzoek* (pdf) dat SURFnet heeft laten uitvoeren naar de trends bij het gebruik van dergelijke technologie bij haar doelgroep.

Dé mobiele eindgebruiker binnen de SURFnet-doelgroep (mbo-, hbo- en onderzoeksinstellingen en UMC’s en universiteiten) bestaat niet; er zijn duidelijke verschillen in behoeften, barrières en triggers tussen de verschillende type instellingen. Studenten op een universiteit gebruiken relatief vaak speciale studie-gerelateerde apps op smartphones en tablets. Studenten van andere type instellingen lopen hierbij achter. Er zijn ook overeenkomsten. Gebruikers uit de doelgroep van SURFNet hebben vaker dan gemiddeld een databundel: ongeveer 80% van respondenten heeft bij hun mobiele telefoon en/of tablet een databundel, in vergelijking met 57% van de Nederlanders. Alle doelgroepen hebben hoge verwachtingen van de impact die mobiele technologie in de komende jaren zal hebben op hoger onderwijs en onderzoek.

Dit zijn enkele andere conclusies uit de studie:

  • Circa 90% van de hbo- en wo-studenten bezitten een smartphone en laptop (studenten die zelf geen desktop pc of tablet hebben, gebruiken die apparaten vaak wel regelmatig);
  • De behoeften van docenten en studenten liggen vaak niet op één lijn;
  • Studenten maken nog maar beperkt gebruik van tablets, ze werken veel meer met laptops;
  • Wo-studenten gebruiken het vaakst mobiele technologie voor hun studie in vergelijking met de andere doelgroepen, maar juist onder deze groep ontstaat inmiddels ook een wat conservatievere ‘tegenbeweging’ — ze vinden de extra inzet van mobiele technologie in de lessen (zoals het vervangen van boeken door digitaal leermateriaal of handige apps) geen goed idee;
  • Hbo-studenten bezitten en gebruiken vaker tablets (met name iPads) vergeleken met de andere doelgroepen;
  • Mbo-studenten zijn misschien het meest van allen online, maar gebruiken mobiele technologie nog veel minder voor hun studie;
  • De online leeromgeving mag niet ten koste gaan van het persoonlijke contact, aldus de respondenten;
  • De kwaliteit van het (draadloze) netwerk lijkt sterk te verschillen per kennisinstelling en varieert van geen Wi-Fi (vaker mbo) tot overal in het gebouw en er redelijk buiten, een supersnelle en stabiele verbinding (vaker universiteit) — dit heeft uiteraard effect op het gebruik van mobiele technologie;
  • ‘Bring your own device’ is nu nog een discussiepunt, maar lijkt een onvermijdelijke ontwikkeling;
  • Facebook wordt door meer studenten dan docenten gebruikt en LinkedIn is op het mbo niet erg populair;
  • Studenten gebruiken YouTube in overgrote meerderheid voornamelijk of uitsluitend privé, maar van de docenten gebruikt ongeveer een kwart YouTube voornamelijk voor studie/werk.

Zie het onderzoeksrapport (pdf) voor meer info.

“Uit het onderzoek blijkt dat de doelgroep van SURFnet hoge verwachtingen heeft over de impact van mobiele en draadloze technologie in het hoger onderwijs en onderzoek. De belangrijkste redenen om mobiele technologie niet in te zetten voor studie en werk hebben te maken met beperkte toegankelijkheid van diensten op mobiele devices en de kosten voor het device of het data-abonnement.” [Kirsten Veelo, SURFnet]

*Het onderzoek (kwalitatief en kwantitatief), dat in opdracht van SURFnet werd uitgevoerd door TNS NIPO, geeft inzicht in het gebruik en de verwachtingen van de SURFnet-doelgroep op het gebied van mobiele én draadloze technologie en werd onder ruim 1.000 respondenten afgenomen. Omdat draadvrije technologie steeds belangrijker wordt, onderzoekt SURFnet samen met haar doelgroep wat er door innovatie hiermee mogelijk wordt. De uitkomsten van het onderzoek worden op 10 december 2013 gepresenteerd tijdens het seminar ‘Het nieuwe mobiele leren en werken’.

Onderzoek V&D: ‘Ouders en kind bereiden zich samen voor op start middelbare school’

Uit onderzoek (n=600) van Initiative in opdracht van V&D blijkt dat ouders een actieve rol hebben bij de start van de middelbare school. De ouders en het kind stemmen de keuze in schoolspullen vaak samen af en beiden vinden een goede schooltas en agenda de belangrijkste schoolitems. Ook zijn ouders druk met het kaften van boeken: maar liefst 81% helpt het kind met kaften of kaft de boeken zelf. Ouders zijn erg betrokken, eenderde heeft dan ook moeite het kind los te laten bij de start op de middelbare school.

Ouders beslissen samen met het kind over de meeste schoolspullen, maar de kinderen mogen vaak zelf beslissen over schoolspullen als de schoolagenda (68%), het kaftpapier (73%) en het schrijfgerei (70%). Zowel ouders als kind vinden een goede schooltas (ouders 36%, kind 28%) en agenda (ouder 22%, kind 21%) de belangrijkste schoolitems om te kopen. Ook uit de Schoolcampus-verkoop van V&D blijkt het belang van een goede schooltas en agenda, want beide items worden elk jaar al vroeg voor de start van het nieuwe schooljaar gekocht. Bij het warenhuis zien ze hierbij een groeiende vraag naar schooltassen met een extra beschermvak voor de laptop. Uit het onderzoek blijkt dan ook dat 53% van de gezinnen een laptop aanschaft voor de start op de middelbare school.

Ruim één op de drie ouders was van plan om meer dan 100 euro uit te geven aan nieuwe schoolspullen voor hun kind dat voor de eerste keer naar de middelbare school gaat. Hoewel 86% van de nieuwe leerlingen met de fiets naar de middelbare school gaat, vinden de nieuwe brugklassers een mobiele telefoon, laptop of tablet toch belangrijker dan een goede fiets. De ouders denken daar iets anders over, bij hen staat de fiets op de derde plek, na de agenda en schooltas.

Het nieuwe schooljaar begint meestal met het kaften van de boeken. In 66% van de huishoudens kaft de ouder samen met het kind de boeken. In 19% van de gezinnen laat het kind het kaften over aan de ouder; de moeder (16%) is daarbij actiever dan de vader (3%). Inmiddels heeft V&D dit jaar 450.000 meter aan kaftpapier verkocht. Populair zijn de rekbare boekenkaften voor snel resultaat (zie afbeelding). V&D heeft hier 17% meer van verkocht in vergelijking met vorig jaar. Uit het onderzoek blijkt dat het merendeel van de ouders kaften niet erg vindt en denkt ongeveer twee uur bezig te zijn. Een vijfde is echter wel blij als het kaften klaar is.

Hoewel bijna de helft van de Nederlandse ouders vooral trots is dat hun kind voor het eerst naar de middelbare school gaat, blijken ouders toch ook spanning te ervaren. Maar liefst 60% van de ouders geeft aan het ‘spannend tot zeer spannend’ te vinden (inderdaad, moeders meer dan vaders). Bijna een derde laat zijn kind dan ook liever niet los of zal dit moeilijk vinden. Vooral moeders (32%) vinden het moeilijker om hun kind los te laten dan vaders (19%). Opvallend is dat de emotie ‘blijdschap’ toeneemt bij het tweede kind dat naar de middelbare school gaat. Zo ervaart 9% van de ouders met name ‘blijdschap’ bij het eerste kind dat naar de middelbare school gaat, terwijl dit bij het tweede kind 16% is. Bij een klein gedeelte van de ouders (3%) voert de emotie ‘angst’ de boventoon. Zij zijn bijvoorbeeld bang dat het kind gepest zal worden, dat het kind gevaar loopt in het verkeer, de verkeerde vrienden zal krijgen of dat het kind school niet leuk vindt.

Schooltrends 2013 volgens V&D: ‘Traditionele en digitale schoolspullen gaan hand-in-hand’

Laptops, smartphones en tablets zijn niet meer weg te denken uit het leven van een middelbare scholier. Bijpassende schoolspullen als tablet- en smartphonecases, usb-sticks, laptoptassen en oor-/hoofdtelefoons zijn dan ook gewilde items voor het nieuwe schooljaar. De verschillende ontwerpen, prints en modellen van de items, vaak met een grappige knipoog, zorgen voor een eigen statement. Maar ook traditionele schoolspullen als schriften, kaftpapier en dé agenda zijn nog steeds belangrijke items voor op school.

Dit blijkt uit de back to school-verkoop van V&D, naar eigen zeggen de grootste aanbieder van schoolspullen (wie kent de Schoolcampus niet?). Bij de aanschaf van traditionele schoolspullen kijken meisjes vooral naar het modebeeld en kiezen voor dierenprints als luipaard, panter en zebra met een kleurig accent of ze mixen sterren-, strepen- en hartjesprints met elkaar. Bij de jongens is geen verandering te zien ten opzichte van voorgaande jaren. Zij kiezen trouw voor sport- of character-thema’s als South Park en Donald Duck.

De papieren agenda is nog steeds hét belangrijkste schoolitem onder scholieren. Hoewel de digitale agenda op de smartphone belangrijk is om sociale afspraken en belangrijke data als verjaardagen in te noteren, speelt de papieren agenda nog steeds een belangrijke rol bij het noteren van huiswerk en dient het als een soort van dagboek met bijvoorbeeld persoonlijke berichten en foto’s van elkaar.

Scholieren kiezen naast traditionele schoolspullen ook voor digitale accessoires en fun gadgets. Kleine oortelefoons voor de mp3-speler of smartphone maken dit jaar plaats voor grote hoofdtelefoons die niet weg te denken zijn uit het straatbeeld én het schoolbeeld. Grote comfortabele hoofdtelefoons in het goud of neon zijn het meest populair, bij zowel meisjes als jongens. Nieuw is de opvouwbare hoofdtelefoon die gemakkelijk in de tas kan.

Ook tablet- en smartphonecases zijn gewild, maar met name fun-gadgets zijn erg populair. USB-sticks als lippenstift, scooter, tube lijm of gitaar en smartphonecases als camera, chocoladereep of zakje chips zijn leuke gadgets voor school. Hoe gekker hoe beter, lijkt dit jaar het motto bij de scholieren.

Laptopschooltassen steeds populairder Steeds meer middelbare scholieren werken met een laptop en/of tablet op school, maar ook thuis zitten de scholieren achter de computer en dat vraagt om een mooie en vooral grote stevige schooltas. Als grootste aanbieder van schoolspullen ziet V&D een groeiende vraag naar mschooltassen met een extra beschermvak voor de laptop. Zowel hippe rugtassen als reportertassen met een laptopvak zijn dan ook gewild.

Tot slot de top 5 agenda’s voor meisjes: 1. Supertrash; 2. O’Neill; 3. I Love Style (V&D); 4. Paul Frank; 5. Foto-insteekagenda. En de top 5 agenda’s voor jongens 1. South Park; 2. Vans; 3. National Geographic; 4. Donald Duck; 5. Ajax.

Lespakket over Schiphol: ‘Tal van aangrijpingspunten voor het onderwijs’

Leerlingen van groep 6/7 van de Michiel de Ruyterschool in Amstelveen maakten deze week kennis met het nieuw ontwikkelde Lespakket Schiphol. Jos Nijhuis (president-directeur van Schiphol Group), Daniëlle Meiboom (secretaris Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol) en Jan-Willem Groot (wethouder Schipholzaken Amstelveen) stonden voor de klas in een poging om een brug te slaan tussen de belevingswereld van de leerlingen en de wijde wereld van de internationale luchthaven.

Schiphol biedt tal van aangrijpingspunten voor het onderwijs, zo is de gedachte. Taal, rekenen, aardrijkskunde geschiedenis, techniek economie en biologie komen immers dagelijks tot uiting in het werk op de luchthaven.

Om kinderen uit de omgeving van de luchthaven kennis te laten maken met deze bijzondere buur hebben Schiphol en CROS (de Commissie Regionaal Overleg Schiphol) samen een lespakket ontwikkeld voor de hoogste klassen van de basisschool. Het lespakket gaat niet alleen over Schiphol als vertrekpunt voor de vakantie, maar ook over duurzaamheid op Schiphol, werken op Schiphol en vrachtvervoer. Met Schiphol als thema worden verschillende vaardigheden zoals taal, rekenen en wereldoriëntatie op een creatieve manier gecombineerd.

"Met dit lespakket hopen we een positieve bijdrage te leveren aan de kennis over Schiphol bij de jeugd, immers onbekend maakt onbemind." [Daniëlle Meiboom]

Het lespakket bestaat uit een ontdekboek en drie werkbladen. Ter ondersteuning van het lespakket biedt de Schiphol Junior-website ondersteunend filmmateriaal, extra opdrachten en diverse spelletjes. Het lespakket is volgens de makers flexibel in te passen en daardoor gemakkelijk te koppelen aan bestaande lesstof en is voorzien van een speciale docentenhandleiding.

#Geslaagd? Mr. Polska en Ronnie Flex maakten persoonlijke Twitter-rap namens Hi als felicitatie

Vandaag kregen de examenkandidaten van de middelbare scholen te horen of ze hun diploma gehaald hebben. Voor Hi een goede reden om in te haken met een ludieke actie. Ruim 50 scholieren die een tweet postten met de hashtag #geslaagd werden verrast met een persoonlijke rap van zo’n 30 seconden door Mr. Polska en Ronnie Flex. De rappers gebruikten voor hun felicitatie informatie uit de socialemediaprofielen van de geslaagden. De filmpjes werden live opgenomen en direct getweet naar de gelukkige.

Onder andere @TowieH, @EmmmmmaaaaaaM en @SWAGGORITA viel deze eer ten deel. Een aardige publiciteitsstunt, want wie op deze manier aangesproken werd deelde dat meteen fanatiek, zodat er op Twitter flink wat buzz ontstond. Voor de tienduizenden die níet genoemd konden worden, was er onderstaande meer algemene boodschap.

Het heeft weinig met het aanbod van Hi te maken en de keuze voor graffiti en rap is natuurlijk wat clichématig, maar dat werd ruimschoots goedgemaakt door de aandacht voor het merk en de 1-op-1-communicatie met een flink aantal uitverkoren profielen. Tussendoor werd ook de populaire leerkracht Meester Bart in het zonnetje zet en kregen Rotterdamse scholieren een hart onder de riem gestoken. Het bleef nog lang onrustig in de studio.

[Creatie door Red Urban]

Nationale Studenten Enquête 2013: ‘Studenten erg tevreden over horeca in studiestad’

Maar liefst 264.710 studenten hebben meegewerkt aan de Nationale Studenten Enquête 2013* (NSE) en hun oordeel gegeven over hun opleiding en hogeschool of universiteit. Studenten blijken over het algemeen meer tevreden te zijn dan vorige jaren. Het lijkt er op dat instellingen meer aandacht hebben voor het onderwijs. Daarnaast spelen aanverwante aspecten natuurlijk een rol. Studenten zijn het meest tevreden over de horecavoorzieningen in de studiestad (kroegen, eetcafés, restaurants e.d.).

Op de tweede plaats staat de bereikbaarheid van de instelling (openbaar vervoer e.d.), gevolgd door het cultureel aanbod van de studiestad (bioscopen, theaters, evenementen e.d.). Het slechtst scoort de betaalbaarheid van woonruimte in de studiestad; 36,8% van de studenten zegt hierover ontevreden te zijn. Op de tweede plaats staat de terugkoppeling van informatie over de uitkomsten van onderwijsevaluaties die in het onderwijs worden afgenomen (32,2%).

Top 3 best scorende studies (de studie in het algemeen):

  1. Master Nanoscience
  2. Bachelor Godsdienstwetenschap
  3. Master European Public Affairs

Top 3 studententevredenheid over instellings- en opleidingsinhoudelijke aspecten:

  1. Wat tijdens de stage is geleerd
  2. De algemene sfeer op de opleiding
  3. De groepsgrootte bij werkgroepen

*De NSE  is een landelijk onderzoek, door vergelijkingswebsite Studiekeuze123 gecoördineerd en door Intomart GfK uitgevoerd, dat de mening van studenten vraagt over hun onderwijs. Met de uitkomsten wordt de kwaliteitszorg binnen de instellingen versterkt en de voorlichting aan studiekiezers vormgegeven. In totaal zijn er 673.444 studenten van 49 hogescholen en 20 universiteiten gevraagd hun mening te geven over hun opleiding en instelling; de respons was dit jaar 39%. De NSE-resultaten zijn in te zien via nse2013.kiwi.qdelft.nl.

EPCA-film stimuleert jongeren om te kiezen voor een wetenschappelijke carrière

Een video van twee minuten met succesverhalen over carrières die werden opgebouwd na het studeren van chemie, fysica en ingenieurswetenschappen. Daarmee wil de European Petrochemical Association* (EPCA) de jeugd – jongens én meisjes – ertoe aanzetten om te kiezen voor wetenschappelijke studies: wetenschappen, technologie, ingenieursstudies en wiskunde. De film onderstreept dat de chemische industrie een goede industrietak is om voor te werken, met een aantrekkelijk aanbod aan stimulerende en goed betaalde banen.

Er zijn jonge en goed opgeleide mensen nodig om vernieuwende en duurzame oplossingen te kunnen blijven bieden aan een steeds veranderende wereld, vandaar. Jongeren tussen de 14 en 18 jaar, hun ouders en leerkrachten vormen de doelgroep. De film is in 14 talen beschikbaar. De Nederlandse versie (Wetenschappen: je ticket voor de toekomst) zie je hieronder. Voor meer info over de impact van de industrie en loopbaanmogelijkheden wordt naar sciencewherecanittakeyou.com verwezen.

*EPCA is een in Brussel gevestigde internationale non-profit associatie die dienst doet als wereldwijd netwerk voor de chemie, bestaande uit producenten van petrochemische producten, hun leveranciers, klanten en dienstverleners. EPCA is sinds 2011 actief in een reeks initiatieven die studies in chemie en wetenschappen promoten. Zo werden bijvoorbeeld richtlijnen voor leraren ontwikkeld om wetenschappen op een meer aantrekkelijke manier te onderwijzen en werd een workshop georganiseerd voor de winnaars van een internationale chemiewedstrijd voor jongeren, om hen toe te laten de chemische industrie en haar leiders beter te leren kennen. EPCA telt meer dan 680 leden afkomstig uit 53 verschillende landen die een gezamenlijke omzet realiseren van meer dan 4.2 triljoen euro. Dus.

Cito: ‘Nederlandse leerlingen zijn sociaal competent’

Het gaat goed met het sociale functioneren van Nederlandse scholieren. Voor de meeste leerlingen lijkt het laatste leerjaar van het basisonderwijs in sociaal opzicht een probleemloze periode, zo blijkt uit het peilingsonderzoek sociale competenties (pdf) van Cito, uitgevoerd in 2011. Dit is het eerste onderzoek, waarbij het sociale functioneren van leerlingen zo breed in kaart is gebracht. De conclusie komt overeen met recent onderzoek van Unicef waaruit blijkt dat Nederlandse jongeren gelukkig zijn.

Wetenschappers inventariseerden het sociaal functioneren aan de hand van 66 kenmerken van de sociale en morele ontwikkeling. Daartoe behoren zelfbeeld, intrinsieke en extrinsieke motivatie, het verwerken van sociale informatie, sociaal gedrag en probleemgedrag, burgerschapsattituden en -vaardigheden, inlevingsvermogen, de neiging tot het maken van sociale denkfouten en het morele oordeelsvermogen. Ook de beleving van de school, de leerkracht en de klasgenoten en de mate waarin de leerling betrokken is bij agressief en onordelijk gedrag in de klas zijn onderzocht.

De overgrote meerderheid van de leerlingen blijkt een positief tot zeer positief beeld van zichzelf te hebben. Nagenoeg alle leerlingen zijn sterk gemotiveerd om het volgend schooljaar in het voortgezet onderwijs hun beste beentje voor te zetten. Volgens de leerkrachten gedragen de leerlingen zich in de klas op een pro-sociale manier en kunnen zij zich goed in anderen inleven. Vrijwel alle leerlingen vinden het leuk op school en denken zeer positief over hun leerkracht als persoon en vakdocent. Ze ervaren hun klasgenoten overwegend als aardig, behulpzaam en respectvol. Agressieve gebeurtenissen komen in de klassen zeer weinig voor. Op een enkele uitzondering na staan alle leerlingen sterk afwijzend tegenover materiële en fysieke agressie en vindt vrijwel iedereen het belangrijk om zich aan morele principes te houden. Leerlingen hebben over het algemeen weinig last van emotionele en depressieve symptomen.

Het positieve beeld van het sociale functioneren geldt niet voor alle leerlingen. Zo heeft volgens leerkrachten ruim 10% te kampen met concentratieproblemen, overactiviteit of impulsiviteit, 9% zegt een enkele keer of vaker slachtoffer te zijn geweest van agressief gedrag in de klas. Daarnaast is er een kleine groep leerlingen die normoverschrijdend gedrag goedpraat, de ernst ervan onderschat en zich niet of nauwelijks in een ander kan verplaatsen. Probleemloos sociaal functioneren is dus niet vanzelfsprekend. Aandacht ervoor is en blijft noodzakelijk, aldus Cito.

Grap van Plan: ‘Meisjes doen meisjesdingen en jongens doen jongensdingen’

Wat als je als meisje niet welkom bent in de klas, maar wc's moet schoonmaken, terwijl de jongens gewoon les mogen volgen? Een aantal scholen in België gooide het lesrooster een dagje om en maakte dit scenario werkelijkheid, wat tot verontwaardige reacties leidde. Het experiment (van Plan België) moet ons ervan bewustmaken dat elk meisje recht heeft op goed onderwijs, wat niet overal vanzelfsprekend is. Dankzij lobbywerk van Plan wordt vandaag de eerste Internationale Dag van het Meisje gevierd.

Op 11 oktober 2012 viert de wereld voor de eerste keer de Internationale Dag van het Meisje en lanceren de 68 landen van de koepel de nieuwe wereldwijde campagne 'Because I’m a girl'. Plan België associeert zich met dit initiatief via haar campagne 'Alle meisjes naar school!'. Met de actie 'Raise your Hand for Girls' (op Facebook) wil men vier miljoen opgestoken handen verzamelen, dat is het aantal meisjes dat de kans zal krijgen om hun recht op onderwijs te laten gelden dankzij de steun van Plan.

[Creatie door Duval Guillaume; via AdRants, waar men zich afvraagt wie dán de toiletten reinigt.]

Kids en Jongeren Marketing blog website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019